• Nieuws van Trix in Antwerpen
    Nieuws van Trix in Antwerpen Nieuws van Trix in Antwerpen New Concerten - 08 jan: Umut Adan, Aso Asin - 19 jan: Gloryhammer, Nekrogoblikon, Wind…

zoek artikels

Volg ons!

Facebook Instagram Youtube Myspace Myspace

Se connecter

Onze partners

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte door je te abonneren op onze nieuwsbrief !
Please wait
Festivalreviews
Filip Van der Linden

Filip Van der Linden

donderdag 07 juni 2018 02:00

Tu

Als er dit jaar maar plaats is voor één nieuwe metalband op uw radar, dan kan u reeds de naam invullen: Alien Weaponry. Zij leveren het beste debuutalbum in de metal sinds jaren. Na de eerste luisterbeurt zal u snappen waarom dit geen overdreven grootspraak is.

Alien Weaponry bestaat uit drie Maori, de oorspronkelijke bewoners van Nieuw-Zeeland. Het zijn nog tieners, maar muzikaal en tekstueel klinken ze uitermate volwassen. Ze brengen complexe maar heel efficiënte thrash met invloeden van industrial (Fear Factory) en misschien een klein beetje uit de hardcore. O.a. door afwisselend in hun eigen taal en het Engels te zingen, door wat ‘tribal’-elementen toe te voegen en door hun afkomst en cultuur als centrale thema te kiezen, heeft hun eerste album veel weg van Roots van Sepultura, met o.m. de fantastische singles Roots Bloody Roots en Rattamahata. Met dat verschil dat Roots al het zesde album van de band van Max Cavalera was, terwijl dit uit het niets vanuit Nieuw-Zeeland op ons komt afgestormd. Als ze dit als trio kunnen op hun 15 jaar, wat mogen we dan van hen verwachten als ze muzikaal nog gaan groeien?

Het album werd ‘Tu’ gedoopt, naar de korte naam voor Tumatauenga, de oorlogsgod van de Maori. De roots van de band biedt genoeg onderwerpen waar ze zich boos over kunnen maken: de doden en de diefstal van hun land bij de kolonisering, de onderdrukking van hun taal en cultuur, de belabberde sociale situatie van de oorspronkelijke bevolking, … Behalve een dikke laag woede en agressie ademt het album ook een zekere trots uit. Fierheid over de identiteit en een geloof in eigen kunnen van de band en van de Maori.

Alle songs op dit album zijn sterk. Van “Kai Tangata” via “Ru Ana Te Whenua”  tot “Holding My Breath”.

Ook het platenlabel heeft begrepen dat ze met Alien Weaponry goud in handen hebben. De Nieuw-Zeelanders mogen deze zomer aantreden op de grootste metalfestivals: Wacken Open Air en Summerbreeze in Duitsland, Metal Days in Sloveniê, Bloodstock in de UK, … België staat voorlopig niet op de agenda. Jammer.  

 

donderdag 31 mei 2018 02:00

Footprints

Een band met Spanjaarden die vanuit Duitsland Ierse punkrock en speedfolk maken. Om de Europese gedachte compleet te maken hebben ze ook nog één track in het Frans, maar hebben we daar ook muzikaal iets aan?

Malasaners brengt de working class-pub-variant van Celtic punk. Niet zo fel punky als de Dropkick Murphys en niet zo mooi verhalend als Flogging Molly, maar nog steeds heel verdienstelijk. “Sell The Night” en “Workers On The Run” zijn mooi uptempo en hebben veel power, een beetje rauw en rebels. “But Not Today” begint een beetje mellow om alsnog een furieuze finale te krijgen. “Long Live The Glory” is een knappe meezinger. Titeltrack “Footprints” heeft een intro die van The Levellers had kunnen zijn. Op “To The Border” tonen deze Spanjaarden dat ze mee zijn met de actualiteit.

Die van Malasaners hebben hun zaakjes voor mekaar: je kan ze nauwelijks op fouten betrappen: het Ierse accent, de smoothe Celtic punk, … Het zijn echt heel kleine details in woordkeuze en zinsbouw die verraden dat dit geen volbloed-Ierse band is. Maar dat mag geen probleem zijn. Het is hetzelfde met “can white men sing the blues?”. Tuurlijk wel. Die details zullen ons worst wezen. En aanstekelijke Ierse punkrock kunnen we nooit genoeg hebben. In een rokerige kroeg of na een paar biertjes op een festival, er zijn genoeg plekken en momenten waarop deze muziek goed tot zijn recht komt.

Om het met de titel van de voorlaatste track (een muzikale knipoog naar Dexys Midnight Runners) te zeggen: “Fun Has Just Begun".

Spaanse synthwave uit de jaren ’80. We kunnen er ons weinig bij voorstellen. Uit die periode is me enkel de discohit “Vamos A La Playa” bijgebleven, maar dat blijkt een Spaanstalig nummer van het Italiaanse duo Righeira te zijn. Wel Spaans, met synths en in het juiste tijdvak is “Hijo De La Luna” van Mecano. Daarvan nochtans geen spoor op de tweede verzamelaar Interferencias, die ons een overzicht wil bieden van de Spaanse synthwave uit de jaren ’80.

Deze verzamelaar is best een interessant tijdsdocument. De economische crisis en de Koude Oorlog speelden misschien iets meer op de achtergrond, maar Spanje had vooral nog maar pas afgerekend met dictator Franco. De jeugd snakte naar een radicale vernieuwing. De synthesizer belichaamde alles wat jonge muzikanten verlangden: eindeloze nieuwe muzikale mogelijkheden en vooral een breuk met de oude populaire en andere muziek die hen deed denken aan het regime van Franco. Het voordeel was ook dat je met een slechts beperkte muzikale bagage (zonder notenleer) toch al aan de slag kon. De Spaanse synthwave werd zo een kanaal voor o.m. het openbloeiende politiek-linkse speelveld, wat zich vertaalt in openlijke sympathie voor het communisme en socialisme. Ook Mecano paste in dat plaatje, maar alle begrip ervoor dat de samensteller dat niet opgenomen heeft, ook niet op Vol. 1. Misschien kan Mecano met een ander nummer dan “Hijo De La Luna” alsnog op Vol. 3? 

Zuiver muzikaal bekeken is deze Spaanse synthwaveperiode best interessant. De muziek, van synthpop tot coldwave, komt in de buurt van wat er toen in België gebeurde met Front 242, Nacht Und Nebel, Struggler, 2 Belgen, Schiksal, Arbeid Adelt, Red Zebra, Schmutz, Telex, Definitivos, Neon Judgement en Siglo XX. Al was het totaalplaatje in Spanje misschien toch iets minder donker en dreigend dan bij ons. Er was wel net zo veel plaats voor experiment als bij ons en uit dat experiment kwam al eens bewust of onbewust een radiohit. Als je die radiohits weglaat, komt deze Spaanse verzamelaar in de buurt van wat bij ons Walhalla Records deed met de verzamelaar Whispering Trees.

Net als in ons land werd de inspiratie in Spanje in die periode vooral gevonden in Duitsland (Liaisons Dangereuses, Kraftwerk, DAF, Rosengarten, Tangerine Dream, …) en ook wel in Engeland (Anne Clark, Sisters of Mercy, Ultravox, Yazoo, Soft Cell, Tubeway Army, OMD, Human League, Brian Eno, …). Het Amerikaanse Suicide en tal van bands en artiesten uit andere Europese landen zullen eveneens mee het vuur aan de Spaanse lont gestoken hebben.

Het mag verwonderen dat maar zo weinig van deze Spaanse synthwave voorbij de grens geraakt is, maar de mogelijkheden waren natuurlijk beperkt in die tijd en de meeste bands hadden inhoudelijk (tekstueel) enkel een Spaans publiek voor ogen. Een paar uitzonderingen mikten toch verder door nummers in het Engels te brengen, maar dan kwamen ze natuurlijk op het speelveld van de commerciële popmuziek dat al ingenomen was door vooral de Britse muziekindustriemachines, die een veel langere traditie en grotere promobudgetten hadden. Ook Belgische synthwave uit die periode mocht al blij zijn dat ze tot in de buurlanden geraakten. Dat gold toen reeds als een internationale doorbraak.

Elk van de 20 tracks op ‘Interferencias Vol. 2’ bespreken zou ons te ver leiden, maar enkele interessante zijn de coldwave van TV Soviética (met “Oxido”) en van Flacidos Lunes (met “Francotirador”), het experimentele “Teatro sucio” van Orféon Gagarin en de pre-EBM van Esplendor Geométrico. “Teoria del contacto” van Logotipo is een vrouwelijke versie van 2 Belgen, terwijl “La espia que me amo” van Claustrofobia een Spaanse variant van Heaven 17 is. “Deja de lamentarte” van Fanzine heeft toch een beetje de donkere melancholie die toen in België en Duitsland wijd verspreid was. Flash Cero doet vaag denken aan onze Poésie Noire. Minuit Polonia komt in de buurt van Grauzone. “Déjame ahora dormir” van Q is een met italo-disco flirtend pareltje waar producers en remixers vandaag nog steeds een goudader aan hebben.  Al geldt dat voor wel meer tracks van deze verzamelaar.

Bij de CD krijg je een boekje met heel wat uitleg in het Engels (en het Spaans uiteraard) en enkele beelden. 

 

donderdag 24 mei 2018 02:00

Requiem

Grim is een Belgisch trio dat klassieke muziek ‘vertaalt’ naar filmische postrock. Over die door de band naar voor geschoven genre-aanduiding valt misschien wel te discussiëren, maar je hebt als luisteraar toch al een idee van de richting waar dit naartoe gaat. Grim brengt de nummers instrumentaal, met gitaar, drum en een Fender Rhodes (iets tussen een piano en een synthesizer).

In 2003 brachten ze hun eerste album uit, ‘Take Your Seat’, gewijd aan de Gymnopédies en Gnossiennes van Erik Satie. In 2006 volgde het album ‘White Light’ met bewerkingen van ‘Für Alina’ en ‘Spiegel im Spiegel’ van Arvo Pärts. Het derde album, ‘Requiem’, is gebaseerd op de ‘Préludes en Marche Funèbre’ (Dodenmars) van Frédéric Chopin.

Voor wie zijn Chopin-klassiekers kent: Grim neemt een aanloop naar de ‘Marche Funèbre’ met de ‘Preludes 3, 4 en 20’, elk samengevat in of eerder opgewerkt tot tracks van 4 tot 5 minuten. De van muzikale melancholie overlopende ‘Marche Funèbre’ is het mooist en breedst uitgewerkt, in bijna 8 minuten. Daarna volgen nog de opnieuw kortere ‘Preludes 7 en 9’.

Het helpt dat je de originelen kent, maar het hoeft absoluut niet om hiervan te kunnen genieten. De gekozen werken van Chopin zijn op zich meer toegankelijk voor de leek dan de misschien complexere stukken van Erik Satie of Arvo Pärts, maar de ‘vertaling’ naar cinematografische postrock door de drie bandleden zorgt voor  een soort van universele gelijkschakeling.

Grim creëert op ‘Requiem’ zijn eigen donkere, weemoedige en tussen postrock, blues en jazz laverende universum met Chopin’s werk als losse leidraad.

‘Requiem’ is knap uitgewerkt en minutieus opgenomen. Grim is van internationale klasse. Verplichte kost voor liefhebbers van instrumentale postrock en van filmmuziek.   

 

donderdag 24 mei 2018 02:00

House Of Doom EP

Het nieuwe volledige album van Candlemass wordt pas in de herfst uitgebracht, maar om de fans niet tot dan op hun honger te laten zitten, is er reeds de EP ‘House Of Doom’. De fans van de band wachten reeds sinds 2012, toen ‘Psalms For The Dead’ werd uitgebracht, op een nieuw full album. Sindsdien waren er wel verzamel- en live-albums, en in 2016 was er al een eerste EP.

De nieuwe EP is eigenlijk de soundtrack bij een spel dat je kan spelen op je telefoon (https://houseofdoom.com). Door het spel te spelen maak je kans op een exclusief vinyl-exemplaar van ‘House Of Doom’ met Papa Emeritus III van Ghost als gastzanger.

De vier tracks op deze EP zijn heel herkenbaar: log, zwaar en donker. De titeltrack “House Of Doom” is episch in opbouw en lengte en bevestigt nog eens waarom Candlemass sinds zo lang tot de beste doommetalbands behoort.

Ook “Flowers Of Deception” is doommetal van de bovenste plank, die overigens net als de titeltrack heel vinnig uit de startblokken schiet. Daarna krijg je nog de creepy akoestische ballad “Fortuneteller” en de meer-sludge-dan-doom-track “Dolls On A Wall”. Die laatste is instrumentaal, maar heeft een pracht van een gitaarsolo. 

donderdag 17 mei 2018 02:00

Nova Flares

Nova Flares is het eenmansproject van de Amerikaan Jason Wagers. Hij speelt alle instrumenten: gitaar, bas en drum en heel af en toe neuriet hij een beetje. Onder de bandnaam Nova Flares is de gelijknamige EP de eerste worp en die is meteen goed voor een nieuw genre in de popmuziek: surfgaze of de combinatie van surfrock en shoegaze. Het onbeschaamd vrolijke en zonnige van de Beach Boys en het zweverige van de Jesus And Mary Chain? Niet echt. Met surf of Beach Boys heeft dit weinig te maken, zelfs de voor surf klassieke reverb en twang ontbreekt grotendeels. Wel is dit vrolijke, dromerige slackerpop die wel aan dromerige stranden doet denken. Eerder de spirit van de vroege surfrock, dus. Om het te vertalen naar Belgische referenties denk je best aan een driehoeksverhouding tussen Seagulls, Beech en Danny Blue & The Old Socks.

Behalve slacker zit er ook nog wat psychedelica in de saus van Nova Flares. Wat hij wel met surfrock gemeen heeft, is dat Wagers er makkelijk in slaagt om een instrumentale track toch spannend te maken. Er zijn van de songs die je bijna onbewust meenemen op hun trip. Eenvoudige (instrumentale) oorwurmen als “Summer Colors en “Careless Carres” kunnen dat, bij het complexere “Gut Splinter” lukt het wat minder. “Krokodil Tears” is heel mysterieus, een beetje David Lynch-achtig zelfs, en bijna instrumentaal, met enkel wat geneurie of ‘gehum’ op het einde.

“Ghost Only Whishes” is het enige echte surfrock-nummer op deze EP, maar hier ontbreekt wel de shoegaze. Een beetje jammer dat Wagers de lijn van zijn surfgaze op dit ene nummer niet aangehouden heeft.

Onthou surfgaze. Onthou Nova Flares. Download deze EP als soundtrack voor als je de komende maanden op een snikhete dag, onder een loden zon, ergens vaststaat in de file. Na twee nummers van Nova Flares zal de wereld er al een stuk beter uitzien.

https://novaflares.bandcamp.com/

 

donderdag 17 mei 2018 02:00

A Fantasy Tale On Music - Part I

Gio Smet heeft een metalopera klaar. Als Giotopia bracht hij zonet het album ‘A Fantasy Tale On Music - Part I’ uit. Het conceptalbum vertelt verhalen over krijgers, demonen, tovenaars, elfjes en heksen. Helemaal iets voor de liefhebbers van fantasy. Afgaand op de titel komt er dus bijna zeker nog een tweede deel. En als dat gebeurt, verschijnt vermoedelijk ook het boek met de verhalen waar de tracks op gebaseerd zijn. Maar intussen kan je al genieten van dit eerste deel.

De muziek is een combinatie van trage, verhalende stukken en snelle gitaarstukken met veel power. Soms wordt het wat bombastisch en gaat het in de richting van Therion en Nightwish. Er zijn ook uitstapjes naar de progmetal en dan denk ik bv. aan Kingfisher Sky. Maar de hoofdmoot is toch klassieke heavy metal.

Van zijn andere band Gitaron leende Smet voor dit project drummer-toetsenist Michael Bauwens. Zelf zingt Smet en speelt hij gitaar en bas. Voorts kreeg hij voor dit ambitieuze album de hulp van een bijna eindeloze lijst gastzangers en –muzikanten en daar zijn best een paar klinkende namen bij: Fabio Lione (Rhapsody, Angra), Ralf Scheepers (Primal Fear, ex-Gamma Ray), Srdjan Brankovic (Alogia, Expedition Delta), Mark Van Luijk (Civillian), Ginny Claes (The Guardian), Zoya Belous (Esperoza), Sara Vanderheyden (Cathubodua), YGC (The Losts), Carmen Grandi (EGO, Neophobia), ...

Het leuke is dat elke gast ook een eigen rol toebedeeld krijgt en dat elke track een hoofdstuk vormt. Dat is tegelijk een nadeel, want omdat er zoveel gasten zijn, komen het verhaal en de rol die ze daarin spelen soms op de achtergrond. Als luisteraar heb je misschien meer aan een compacter verhaal dat je makkelijker kan volgen. Maar daar heeft Giotopia iets op gevonden: elke track (hoofdstuk) heeft een eigen video op het YouTube-kanaal van Giotopia. Het is moeilijk om er tracks uit te halen die beter of minder zijn, maar mijn favoriet is “Chapter Nine – The King’s Fate”, met YGC op mandoline en gitaar.

Giotopia is geen Ayreon of Avantasia, maar niemand zit ook te wachten op een kopie. Productioneel en inzake de composities zijn er nog een paar punten te winnen op deel 2 van deze metalopera. Maar intussen mogen we trots zijn op onze eigen metalopera.

https://www.youtube.com/watch?v=lez1RJYc8_Q

  

 

donderdag 03 mei 2018 02:00

Sportsmen In Doubt

LR Flores (voluit Florian Deroo) brengt zijn debuutalbum uit bij het label Vuilbak. Deroo kan je nog kennen als zanger/gitarist van de veel te vroeg ter ziele gegane Gentse gitaarbands The Caribous en Swap Meet. Swap Meet werd een tijdlang als veelbelovend beschouwd, scoorde redelijk in lokale en nationale bandbattles en bracht in 2016 de veelal met Pavement vergeleken EP ‘Suburboys’ uit. Na 2017 werd het stil rond Swap Meet.

Als LR Flores doet Deroo het solo. Met Swap Meet heeft LR Flores nog vooral gemeen dat de muziek ook hier weerbarstig klinkt, dat de melodie al eens overgeslagen wordt en dat er inzake genre niet één etiket op te kleven valt. Zijn verdwenen: (meestal) de elektrische gitaren, de drums en de noise. Die werden ingeruild voor akoestische gitaar, piano, field recordings (een courant item bij Vuilbak) en heel veel drum- en andere computers.

De songtitels lijken te verwijzen naar de parken (“Parks And Recreation” en “Juju Jubelpark”) en musea waar de inspiratie bij Florian opborrelde. Met die parken en musea heb je ook al een indicatie van de onderwerpen die hij als LR Flores aansnijdt. Zijn tien songs gaan voorts over mijmeringen over het leven, boekenwijsheden en over obscure historische figuren.

LR Flores klinkt als een experimentele versie van Eels, al kom je met het recente werk van The Germans en het eerste eigen album van Pascal Deweze ook al dicht in de buurt, al hebben die laatsten een betere balans gevonden tussen ritme, melodie en experiment. “A Young Turk” en “Labour 16” zijn met veel effectjes opgeleukte klassieke popsongs. “Books” had van Swap Meet kunnen zijn en is in wezen een ietwat vermomde, maar heel genietbare slacker-rocksong.

De meest toegankelijke songs zijn het jazzy en urban “Juju Jubelpark” en het elektro-Eels-achtige “Aubrey Boccanegra”. Evengoed vergeet Deroo soms in al zijn experimenteerdrift dat er onder de effectjes en laagjes ook nog een song moet zitten, zoals op “Night Scene”, “Parks And Recreation” en “The Happy Valley Sect”.

“The Temple” is een meesterlijke, verstilde pianoballad, gelukkig zonder stroperige lyrics, die met de meet bijna in zicht vakkundig om zeep wordt geholpen door er wat kleffe retro-Casio-synths over te gieten. Een beetje als een sportman die alleen voor open doel staat en overmand door twijfel toch nog mist…

 

donderdag 03 mei 2018 02:00

The Silent Vigil

‘The Silent Vigil’ is het tweede album van de Britse deathmetalband Memoriam. Die ontstond uit de assen van Bolt Thrower, aangevuld met snarenplukkers van Benediction. Waar het eerste album, ‘For The Fallen’ vooral voortbouwde op het werk van Bolt Thrower, lijkt de band nu meer een eigen gezicht te hebben. Er wordt vaker melodieus up-tempo (zoals op “From The Flames”) gespeeld dan old-school mid-tempo (zoals op “Nothing Remains”), hoewel dat laatste toch het overwicht houdt. Het groepsgeluid klinkt bovendien organischer, wat ook mag verwacht worden van een band die ondertussen al goed op elkaar ingespeeld is.

De stem van zanger Karl Willets heeft op dit nieuwe album duidelijk meer korrel dan op ‘For The Fallen’. Hij is nooit een nachtegaal geweest en het jarenlange opnemen en touren met een deathmetalband heeft zijn stembanden geen deugd gedaan. Vermoedelijk was het een productionele keuze om niet aan Willets’ stem te gaan sleutelen in de studio, zodat er geen te groot verschil is met wat de band live brengt. In de opnames van de instrumenten ging er veel aandacht naar het vinden van de juiste balans, maar minder naar het zoeken van het perfecte, afgeborstelde geluid per instrument. Dat zorgt voor een lekker rauw geluid.

Het tempo, de opbouw, de hooks en de breaks, zowat alles zit juist. Ook blijft Willets als songschrijver nog steeds overeind. “We Bleed The Same” heeft bv. een stukje van de laatste toespraak van Martin Luther King, maar ook zonder die openlijke referentie geeft deze track een ongemakkelijke update van de discriminatie in de wereld. In “Nothing Remains” gaat het over de impact van dementie op mensen en op “Soulless Parasite” over mensen die zich voordoen als vrienden, maar die achter je rug misbruik van je maken. Heel herkenbaar allemaal.

The Silent Vigil is een fijn deathmetalalbum met een paar kleine verrassingen. Memoriam speelt deze zomer op Hellfest in Frankrijk.

 

donderdag 26 april 2018 02:00

Loudmouth Soup

De Australische punkers van de Cosmic Psychos teisteren reeds sinds 1982 de podia en clubs overal ter wereld, maar hun hart ligt toch in Europa. In een recent interview zingt de band de lof van Fransen, Duitsers en Nederlanders. Maar als het op bier aankomt, en de band bestaat uit ervaringsdeskundigen, hebben ze een boon voor Belgisch trappistenbier. Vooral een Westvleteren weten ze te waarderen, al hebben ze het niet zo voor de heisa die er soms over gemaakt wordt. Maar het hoge alcoholpercentage is dan weer een troef voor deze Psychos.
Dat de band bestaat uit ervaringsdeskundigen inzake alcoholconsumptie, blijkt maar weer eens als je de songtitels en de teksten op ‘Loudmouth Soup’ overloopt. Het album opent met “100 Cans Of Beer” en daaruit blijkt dat ze bier nog liefst in grote hoeveelheden consumeren. Voor het eerst in de geschiedenis van de band hebben ze met de Ramones-pastiche “Feeling Average” ook een kater-song, hoewel ze aangeven dat ze daar nog nooit last van gehad hebben. Ook aan zelfrelativering geen gebrek bij de Cosmic Psychos: “Too Dumb To Die” gaat over henzelf.
Muzikaal tappen de Cosmic Psychos nog steeds uit hetzelfde vaatje punkrock als bij de start in 1982 met een fuzzed-out bas en wah-wah-gitaren. Pubrock die in een verfijndere en meer uitgewerkte vorm de basis heeft gevormd van de sound van AC/DC. Zover geraken de Cosmic Psychos niet, maar dat is ook nooit hun bedoeling geweest. Het levensplezier dat ze halen uit een beperkte reeks akkoorden, aangevuld met vrolijke nonsens in de teksten, werkt aanstekelijk. Daarom zijn ze reeds meer dan 30 jaar zo populair. En dat zal zo blijven tot hun lever het finaal begeeft.

Pagina 20 van 25
FaLang translation system by Faboba