zoek artikels

Volg ons!

Facebook Instagram Youtube Myspace Myspace

Nos partenaires

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte door je te abonneren op onze nieuwsbrief !
Please wait
Festivalreviews
Filip Van der Linden

Filip Van der Linden

donderdag 02 mei 2019 14:44

Pick It Up -single-

Voor hun eerste single zijn die van The Skadillacs het niet te heel ver gaan zoeken. Het werd een ode aan de hele 2Tone-geschiedenis, die dit jaar 40 kaarsjes mag uitblazen, en als je dan een Belgische track zoekt, kom je al snel uit bij “Pick It Up”, de grootste hit van onze Employees. In hun catchy versie blijven de Skadillacs inzake ritme en lyrics heel dicht bij het origineel, maar ze voegen er wel rijkelijk blazers aan toe. Ze hadden best nog wat meer mogen freewheelen met deze oer-track van de Vlaamse ska, maar ik kan me ook voorstellen dat als je met een band van negen muzikanten de eerste keer een studio intrekt, dat je het dan vooral ook gewoon degelijk wil doen. De volgende single mag dan wel graag eigen werk zijn, zodat we het repertorium van Vlaamse ska wat kunnen aandikken. “Pick It Up” is een fijne cover geworden die heerlijk samenvat waar ska voor staat.
Op 27 september spelen The Skadillacs als support van The Selecter en Rhoda Dakkar in De Roma in Antwerpen. Dat belooft een feestje te worden. Voorzie schoenen waarmee je kan skanken!

donderdag 02 mei 2019 14:28

Bloodlust Of The Doll Witch

De Turkse band Reptilians From Andromeda zijn niet helemaal onbekend in ons land. Hun vrienden van Unwanted Tattoo en Faroutski namen hen al eens op sleeptouw doorheen het Belgische clubcircuit. Afgaand op de jongste EP van deze Reptilians zijn er toch al zeker ook muzikaal overeenkomsten met Faroutski. De Reptilians mengen net als hun Belgische vrienden garage en punk tot een eigen blend. Ze klinken smerig en gemeen, denk aan The Stooges of MC5 of aan recentere bands als Bruce, The Cavemen of Heck (het vroegere Baby Godzilla).
‘Bloodlust Of The Doll Witch’ bevat vijf tracks. De beste tracks staan aan het begin: het venijnige “Beware Of The Pussy” en “Doll Witch”: gemeen, smerig en met een grove korrel opgenomen. Op het fletse “Fake Blondes” kunnen de Reptilians mij niet overtuigen en ook “Hypnodance” mist nog wat harissa in de kont. “Rougarou” maakt als afsluiter gelukkig nog veel goed met een knappe punkmelodie en een paar compacte riffs en solo’s. De energie en de vibe zitten hier juist.
In garage en punk is het niet altijd makkelijk om de energie van de liveshows te vertalen naar studiomateriaal. Deze EP geeft ons toch al een goed idee van wat de Reptilians From Anromeda in een club kunnen in gang zetten. Haal ze nog maar eens naar België!

https://kafadankontak.bandcamp.com/album/reptilians-from-andromeda-bloodlust-of-the-doll-witch

donderdag 25 april 2019 12:56

Rachel -single-

Op een nieuw album van de in België aangespoelde Amerikaan Matt Watts is het nog wachten tot volgend jaar. Om het wachten wat te verzachten is er nu single “Rachel”. De track werd opgenomen voor het fantastische album ‘How Different It Was When You Were Here’, maar haalde dat album niet.
Als je “Rachel” hoort, begrijp je ook meteen waarom het nummer dat album niet gehaald heeft. Het lijkt te zomers-opgewekt om niet uit de toon te vallen tussen die van heimwee en melancholische tristesse overlopende break-up-plaat. Daarover schreven we dat als liefdesverdriet een Olympische discipline was, deze Amerikaan met dat album kans maakte op een gouden medaille.
Maar op “Rachel” horen we eens een andere kant van Matt Watts. Hij is geen eeuwige treurwilg en kan zich blijkbaar net zo goed verliezen in een nieuwe verliefdheid. Het duo Eriksson en Delcroix gaat gewillig mee op deze zomerse lovetrip en plaatst er nog wat extra country-accenten bij. Maar dat is allemaal maar schijn, of noem het verpakking. Inhoudelijk gaat dit meer in de richting van een murderballad, psycho-country en het verknipte wereldbeeld van de Velvet Underground. Verrassend knap, opnieuw.

Pop/Rock
Rachel -single-
Matt Watts featuring Nathalie Delcroix en Bjorn Eriksson
Starman Records

donderdag 25 april 2019 12:48

Baia

Spanje is een broeihaard voor retrobands. Het Spaanse label Penniman Records was lang de thuishaven van de retrorockband The Excitements. Met de extraverte zangeres Koko als reïncarnatie van de jonge Tina Turner stonden de Excitements regelmatig op Belgische podia, maar Koko heeft de band inmiddels ingeruild voor een eigen band. Penniman Records schuift daarom deze The Limboos naar voren.
The Limboos zijn nog meer retro dan hun landgenoten van The Excitements, Aloha Bennets of Dry Martina, of in België: Unwanted Tattoo. Dit gaat terug naar de periode van The Shadows, Sam & Dave en Van Morrison toen die nog bij Them zat, met een fijne, licht-dansbare mix van rhythm & blues, maar ook latin, soul, jazz en bubblegumpop.
The Limboos zijn een prima band als geheel, maar twee mensen springen er toch wat bovenuit: zanger-gitarist Roi Fontoira klinkt als een Afro-Amerikaan in de sixties en Sergio Alarcon legt telkens de juiste accenten met gitaar, percussie en een heerlijk huilend orgeltje. Het klinkt allemaal heel authentiek: de instrumenten, de opnames, de composities, de lyrics, … alles zit heel juist. Alleen de typische meezingrefreinen uit de sixties durven ze al eens overslaan op ‘Baia’. Op “Big Shot” lukt dat laatste nog wel, maar daarna, op “La descarga” en op “Till The End Of Time”, lijkt de band zich wat te verliezen in hun zoektocht naar authenticiteit. Een beetje alsof je wel de juiste getallen optelt, maar niet tot de som komt die je zou verwachten.
De sleutel tot succes ligt voor The Limboos in refrein-koortjes. Zodra die er aan te pas komen, klinkt deze band catchy as hell. Behalve voor “Big Shots” telt dat voor “Uncle Sailed Away” en single “Where Did She Go”. Die laatste zou het zelfs goed moeten kunnen doen op Radio 1 en 2. The Limboos zullen het zeker goed doen in het Belgische clubcircuit.

donderdag 25 april 2019 12:44

Let The River Run -single-

LeWis (Louis De Roo) is een jonge Belgische beloftevolle songwriter en performer die zijn muzikale ambities kracht bijzet met studies aan het Liverpool Institute for Performing Arts. Hij schreef zijn eerste songs op z’n elfde, trok op z’n zeventiende al buskend door Europa. Zijn roots liggen  in folk, indierock, shoegazer, new wave en dreampop.
Zijn vorige single, het fantastische “Mathilda”,  verzamelde meer dan 100.000 streams op Spotify en kreeg airplay op BBC, RTL, Classic 21 en de Vlaamse Radio 1 en 2. Zopas verscheen “Let The River Run”, de tweede single. Opgenomen werd er in een huis in het zuiden van Frankrijk, de mix was weerom in handen van Tony Draper (Blossoms, Rival Bones).
“Let The River Run” vertelt het tragische verhaal van twee broers waarvan er één ten onder gaat aan een drugsverslaving. Het gevoelige onderwerp verdrinkt een beetje in de wel heel gladde productie. Je kan de tekst en het verhaal wel mooi volgen, maar je voelt de tragiek niet hard genoeg op deze tweede single. Daarvoor klinkt het te onbezorgd zomers. Terwijl “Mathilda” wel in tekst en muziek een symbiose was van drama en emotie. De innerlijke tweestrijd tussen inhoud en vorm zie je nog elders. Het artwork toont een veel te zonnig kraakpand (zonnig zijn ze nooit), terwijl de clip lijkt te schipperen tussen beelden van een gezellige strandvakantie en groezelige achterafstraatjes in de grauwe UK.
Deze “Let The River Run” had baat gehad bij net iets meer weerhaken en net iets minder Coldplay, maar het blijft wel een knappe compositie. Het wordt vast een hit.

donderdag 25 april 2019 12:37

How We Learn To Die

Het Franse Hellbats mixt horror-rock, hardcore en psychobilly. Ze brachten een tijdje terug de EP ‘How We Learn To Die’ uit. De psycho en horror lees je meteen in de album- en in de songtitels als “Where My Neighbours Drown”. De hardcore kan je afleiden uit de uitgespuwde lyrics en meegebrulde refreinen.
Hellbats klinkt als de mannelijke versie van de vormalige Braziliaanse vrouwelijke band As Diabatz. Die hadden ook een punky vibe in hun psychobilly gesmokkeld. De gelijkenis geldt zeker voor de eerste tracks, “Where My Neighbours Drown” en “I Am Them”.
Titeltrack “How We Learn To Die” heeft niet die rockabilly-twang in de gitaren en hinkt meer naar de power van de hardcore. “Blessed By The River” heeft wat moeite om op gang te komen, maar draaft dan toch een flink eind door. Het vijfde en laatste nummer van deze EP, “Il Pleut De La Nuit Sur Le Noir”, is een heel fraaie track die er toch wat uitspringt. Hij is instrumentaal en er zit een riff in die je eerder in de atmosferische blackmetal verwacht.

The Bel-Airs hebben indertijd maar weinig opnames officieel uitgebracht, maar hun invloed op de surfmuziek is gigantisch. Deze Californische band bestond slechts van 1960 tot 1963, maar de leden gingen daarna door in o.m. The Standells, Eddie & The Showmen en The Challengers. Niet alleen zijn zowat alle surfbands schatplichtig aan The Belairs (naast Dick Dale en nog wat andere bands), ook heel wat garagebands als The Fuzztones en The Sonics hebben hier een deel van hun mosterd gehaald.
Munster Records brengt ‘Mr Moto’ uit 1961 opnieuw uit op vinyl. De veertien ‘reguliere’ tracks van het album laten een band horen die volop experimenteert met gitaren en versterkers, op zoek naar en uitkomend bij die typerende twang van de surf. Zelfs als je geen fan bent van het genre zou je titeltrack “Mr Moto” moeten herkennen. Op de twaalf extra tracks, zowel studio-opnames als home-recordings, hoor je een breder beeld. Op sommige van die extra opnames klinken The Bel-Airs eerder als The Shadows, wat nog steeds een compliment is, maar misschien heiligschennis voor de echte surf-addicts. Er staan ook minstens twee covers op: “Runaway” (Del Shannon) en “Peter Gunn” (Eddy Duane). “The Three Blind Mice Make It To Santas Village” is een surfversie van een kerstliedje: aardig, maar niet essentieel. Dat idee komt wel vaker op bij de bonus-CD. Niet elke toegevoegde track is goud waard, maar als tijdsdocument is deze verzameling tracks in al zijn eerlijkheid niet te evenaren.
Verplichte kost voor iedereen die zelf al eens surf of garage speelt. Leer het van de mensen die deze sound op de kaart hebben gezet en wees nederig.

Headbanger’s Balls Fest 2019 - Scoren met elke band op de affiche
Headbanger’s Balls Fest 2019
De Leest
Izegem
2019-05-04
Filip Van der Linden

Moonspell komt in oktober naar de Trix in Antwerpen. Wie zo lang niet kon wachten, kon voor iets minder dan de ticketprijs in Antwerpen naar Izegem voor Headbanger’s Balls Fest met Moonspell als headliner. En daar kreeg je nog eens zes andere topbands bovenop.

Vroeg in de namiddag mochten de locals van Carneia al aantreden. Logge postmetal op het thee-uurtje en niet onder het donkere deken van de nacht? Carneia moest hard aan de bak om het publiek wakker te blazen. Pas verschenen tracks uit het nieuwe album ‘Voices Of The Void’ werden vlot afgewisseld met ouder werk. Zanger Jan Caudron sloop als vanouds dierlijk over het immense podium van De Leest en kroop zelfs over de dranghekken om het publiek mee te trekken in de donkere trip van Carneia. Het harde zwoegen werd beloond met het enthousiasme van de nog niet volgelopen zaal, maar dat is het lot van elke band die een festival moet openen.

Chalice is na 21 jaar on the road een goed geoliede machine, toch stonden voor de honderdste show in het bestaan van de band de zenuwen toch net iets harder gespannen. Op Headbanger’s Balls spelen doet deugd als overwinning, maar deze band is klaar voor zelfs nog grotere veldslagen. Ze begonnen als oldschool deathmetalband en evolueerden via melodic death naar hun huidige mix van thrash en death, afgekruid met nog wel meer diverse invloeden. Vorig jaar brachten ze het album ‘Ashes Of Hope’ uit dat bejubeld werd door reviewers en fans. Liever dan op hun lauweren te rusten brachten ze in Izegem alweer nieuw werk ten berde. Kwestie van het ijzer te smeden als het heet is. “Why” zijn ze samen met “Dwelling” inmiddels al aan het opnemen en de live-versie laat opnieuw het beste verwachten. Opmerkelijk ook dat een band zo vroeg in het festival al de volledige zaal mee kan laten klappen.

Komah is een Waalse groovemetalcoreband die geregeld al eens over de landsgrenzen kan gaan spelen. Nieuw werk had deze bende niet voor te stellen, maar dat kon de pret niet drukken. Hun voorlopig laatste album, ‘Flashing Nightmare’, dateert alweer van 2015 maar het siert de band op een manier dat ze daar na vier jaar nog steeds promotie voor willen maken. Er staan dan ook flink wat tracks op dat album waarop je maar moeilijk stil kan blijven staan. Het publiek in Izegem reageerde misschien eerst nog wat lauw op het Waalse geweld, maar eens ze de vibe opgepikt hadden, werd het alsnog een feestje voor de moshers.

De legendarische Belgische heavymetalband Ostrogoth stond in een ver verleden in de Europese hitlijsten met “Full Moon’s Eyes” en brengt vooral oud en een beetje nieuwer werk met veel passie en pose. Voor de oudere metalhead werd het in Izegem een feest van de herkenning met behalve Full Moon’s Eyes nog “Paris By Night”, “Too Hot”, “Love In The Streets”, “Stormbringer”, “Heroes Museum” en “Ecstasy And Danger”. De vuisten en hoorns gingen in de lucht en er werd meegezongen en gebruld.

Vervolgens mocht het publiek opnieuw de mouwen opstropen voor het betere mosh-werk. Het Franse Dagoba vroeg een ‘wall of death’ en kreeg dat ook vlot voor elkaar. Deze Fransen walsten als bulldozer over Izegem en namen geen genoegen met een publiek dat braaf met het kopje staat te knikken. Na de wall of death kwam er nog een circle pit aan te pas en zanger Shawter dook ook nog zelf het publiek in. Die van Dagoba zijn ook gewoon heel goed in wat ze doen. Punt.

Minder brute energie en meer adembenemende gitaarsolo’s volgden toen het Zweedse Enforcer het podium van De Leest betrad.  Voor de ene stonden ze te hoog op de affiche, terwijl anderen hierin net een beloning zagen voor de vele haltes in de kleinere Belgische clubs die Enforcer al aandeed. De Zweden wisten vriend en vijand te verbazen en te overtuigen met hun vinnige mix van speed- en heavymetal. Ze halen de mosterd daarvoor in de hardrock en heavy metal van de jaren ’70 en ’80, maar doen er hun eigen ding mee en brengen hun retrometal met zoveel passie dat je wel overstag moet gaan.  Een aantal tracks kwamen uit het nog maar een paar dagen oude album ‘Zenith’, maar het waren vooral de bevlogen versies van ouder materiaal als “Mesmerized By Fire” en “From Beyond” die de vonken deden overslaan. Het publiek van Headbanger’s Balls Fest geeft geen cadeaus en toch kreeg Enforcer een ‘welverdiende 8 op 10 voor sfeer en gezelligheid’.

De Portugese gothicmetalband Moonspell is kind aan huis op de Belgische festivals en in de grotere concertzalen en het was een meesterlijke zet van de ploeg achter Headbanger’s Balls Fest om ze als headliner naar Izegem te halen. Het was wel al bijna middernacht toen zanger Fernando Ribeiro met een enkele oude lantaarn in de hand het podium opstruinde, maar de fans stonden nog in dikke rijen op post. De hondstrouwe fans werden getrakteerd op heel wat ouder werk en het beste uit het recentste album ‘1755’. Je merkt het natuurlijk wel dat de band al bijna 30 jaar meedraait, maar teleurstellen staat niet in hun woordenboek.

Als Moonspell later dit jaar in Antwerpen speelt, zullen vast ook heel wat Headbangers op post zijn. De Portugezen brengen dan immers Rotting Christ mee, één van de beter bands van de Headbangers-editie van vorig jaar.

Organisatie: Headbanger’s Balls Fest

maandag 06 mei 2019 23:17

The Secret

Alan Parsons is een naam als een klok in de progrock. De Amerikaan is verantwoordelijk voor een reeks hits (“Eye In The Sky”, “Don’t Answer Me”, …) en wordt beschouwd als een meester in zijn vak. Aan nieuwe albums en touren komt hij nog maar weinig toe. Maar plots was daar het album ‘The Secret’ en kwam hij naar Europa voor een tournee.
‘The Secret’ is niet een nieuw meesterwerk met een nieuwe wereldhit. Het is wel een prima zet geweest om Jason Mraz in te schakelen als gastzanger (op “Miracle”). Daardoor is de kans groot dat Alan Parsons alsnog opgepikt wordt door de Spotify-jeugd. Al blijft het de vraag of ze deze zeemzoete softrock-track meer dan eens zullen beluisteren. Op de persoon van Jason Mraz na ademt dit nummer uit elke porie een hang naar FM-rock uit de jaren ’80, inclusief een kleffe sax-solo. Maar onder al die kauwgumballen-pop zit wel een knappe track ingespeeld door klassemuzikanten.
Alan Parsons zingt zelf maar twee tracks op dit album: “As Lights Fall” en “Soirée Fantastique”. Hij klinkt uiteraard een stuk ouder van Mraz, maar voor de rest is er geen reden waarom hij niet vaker achter de microfoon zou staan. Zeker op “As Lights Fall” legt Parsons vocaal een zacht, warm deken over de muzikaal weinig interessante track. Op “Soirée Fantastique” zit zijn mooie stem dan weer te diep ondergesneeuwd.
Het van bombast overlopende “One Note Symphony” bevat gelukkig meer dan één noot. Dit doet denken aan het meest theatrale werk van Pink Floyd of het meest barokke van Emerson, Lake & Palmer. Zoals de meeste tracks van dit album zou je ook deze korte symfonie meteen ergens in een Hollywood-blockbuster situeren.
Slechts één track heeft dat niet. Het instrumentale “The Sorcerer’s Apprentice” lijkt eerder voor een toneelstuk gecomponeerd dan voor een film. En slechts één track van dit album is effectief al in een film gebruikt: het honingzoete “I Can’t Get There From Here” (geen cover van REM) werd ingezet voor de coming-off-age-movie 5-25-77.
Voor “Sometimes” kunnen we de algemene Hollywood-aanduiding zelfs nog vernauwen tot een Disney-prent. Gastzanger Lou Gramm (Foreigner) slaagt erin om een klein beetje drama uit te vergroten tot een levensles van dertien in een dozijn. Maar ook hier houdt Parsons je bij de les. Het is voorspelbaar en over-the-top, maar ook gewoon heel goed.
“Requiem” is één van de beste nummers op dit album. Zo classic rock als classic rock mogelijk is, maar ook opnieuw onweerstaanbaar goed. Dat geldt bij uitbreiding voor wel meer nummers op dit album, maar op “Requiem” zit alles juist.
“Beyond The Years Of Glory” heeft een joekel van een Eye In The Sky-vibe, maar kan minder overtuigen dan het origineel. Het is wel nog steeds een prima song. “The Limelight Fades Away” is als titel misschien wel tekenend: Alan Parsons is een meester in wat hij doet, maar ergens onderweg heeft hij de trein gemist. Wie heimwee heeft naar de radiorock van de jaren ’80 en wie wegsmelt bij soundtracks, die hebben een prima album aan ‘The Secret’.

donderdag 18 april 2019 21:32

Grooveyard EP

Kolos is een trio uit Zwevegem dat zichzelf situeert op de grens tussen punk en stoner. Op hun EP ‘Grooveyard’ staan vijf tracks die inderdaad die twee genres mengen, met toch het overwicht voor stoner. Denk dan niet enkel aan het desert-stonergeluid van Kyuss, Cowboys & Aliens en Desert Drones, maar ook aan de punky sludgemetal van Steak Nr. 8 of aan - wie kent ze nog - Hitch.
De EP start met “Not A Freak”, een kopstoot van jewelste. Dit is snelle stoner met de grinta van hardcore en punkrock.  Hetzelfde succesrecept (in grote lijnen) wordt gevolgd voor “The Great Escape”. “These Days” is dan weer slepende, sludgy desertstoner met enkel de koortjes die nog naar de punk en de hardcore verwijzen. Inzake opbouw en compositie leunt dit aan bij de prog-stoner van een Stone Golem en BØM. “Start To Boogie” is geen boogierock zoals die in de jaren ’70 populair was, wel potige rock waarbij het gaspedaal diep ingedrukt wordt.
“The Sun” is de echte parel van deze EP. Aan de gitaarsolo’s kan bij Kolos misschien nog wat gesleuteld worden, maar hier zetten ze een dijk van een groove neer. Meesterlijk hoe ze variëren zonder die groove los te laten. Dit is catchy in al zijn rauwheid. Het had van Soundgarden kunnen zijn.

Pagina 3 van 20