zoek artikels

Volg ons!

Facebook Instagram Youtube Myspace Myspace

Se connecter

Onze partners

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte door je te abonneren op onze nieuwsbrief !
Please wait
Festivalreviews
Filip Van der Linden

Filip Van der Linden

donderdag 28 maart 2019 09:43

Best Plan Ever -single-

Tien Ton Vuist is een rockduo uit Oudenaarde dat eind vorig jaar zijn eerste EP ‘Bidole’ losliet op de wereld. We merkten toen dat het aanbod songs ging van Ben Folds Five en Black Keys tot Pixies en Death From Above 1979.
Op hun nieuwe single “Best Plan Ever” trekken ze volop de kaart van het eerste deel van die referenties. Deze single zou het in de jaren ’90 prima gedaan hebben op de Amerikaanse collegeradio’s, waar ze toen wild werden van Lemonheads, Teenage Fanclub, REM, Weezer en Ben Folds. Productioneel en inhoudelijk (de lyrics) is deze “Best Plan Ever” een grote stap vooruit. Deze single heeft een mooi vol geluid en het toevoegen van dat heel basic orgeltje op het einde trekt ons helemaal over de streep. Dit is voer voor de Afrekening van StuBru.

donderdag 28 maart 2019 09:40

Kom Bluf Gerust -single-

Kobe Sercu is een nieuwe naam in de boomende West-Vlaamse dialect-pop. Er moet daar toch iets in het water zitten, want ook deze Sercu is een songsmid van de zuiverste soort. Misschien een beetje traditioneler dan Augustijn of Ertebrekers, maar met minstens zoveel talent om een pakkende tekst te schrijven. Deze single en ander werk van Kobe Sercu doen mij meteen denken aan Astrid Nijgh, de schrijfster die Boudewijn De Groot groot maakte, en anders wel aan een monument als Willem Vermandere of Dimitri Van Toren.

Kobe Sercu werd ‘ontdekt’ door Luk Alloo in zijn programma Alloo In De Nacht. De mediafiguur gaf hem meteen een budget om een eerste single op te nemen. Dat werd“Kom Bluf Gerust”. Sercu wordt hierop begeleid door een band met vier zijn broers, met daarbij ook acteur Mathias Sercu van Eigen Kweek. De single is de voorbode van een compleet album, als er via crowdfunding genoeg centen bij elkaar gehaald worden.

Afgaand op de melancholische americana van “Kom Bluf Gerust” en de West-Vlaamse vertaling van Green On Red en Jackson Browne zou het gewoon jammer zijn mocht dat album er niet komen.

https://crowd.hellobank.be/nl/projects/kom-bluf-gerust-cd?ciid=hc:shorturl

vrijdag 12 april 2019 09:34

You Were On My Mind -single-

Drie Nederlanders met een verleden in andere bands zijn gestart met The Kryng, een band die openlijk schatplichtig is aan de Britse garagerock van de jaren ’70. Heel basic in opzet en toch een mooi vol garage-geluid met licht psychedelische accenten. Denk aan The Kinks, The Troggs, The Move en de Beatles in hun begindagen.
Het trio zet niet alleen het juiste geluid neer, ook de melodie, de bewegingen in de muziek, de lyrics en de vibe zitten goed en dat hoor je toch maar zelden bij bands die naar dit tijdvak teruggrijpen. B-kantje Another Love kan net iets minder bekoren, maar daarvoor is het ook een B-kantje.
Dat mag je zelfs letterlijk nemen, want deze single is enkel op vinyl verkrijgbaar. En dan nog in een beperkte oplage. Een fantastische single van The Kryng. Hier willen we meer van horen.

donderdag 28 maart 2019 09:24

Wake Up (A Song For Our Planet) -single-

Eind vorig jaar waren we al redelijk onder de indruk van “The Mountain”, de debuutsingle van El Mischi, het pseudoniem van Bart Michiels. Zijn - toen - fluwelen stem en zachte piano-poprock had raakpunten met The Nits, Slow Pilot en Jasper Steverlinck. Als tekstschrijver had hij nog wat werkpunten.
El Mischi heeft op “Wake Up” zijn troeven nog beter uitgespeeld en een inhaalbeweging gemaakt voor de werkpuntjes. De lyrics zijn deze keer heel to the point. Vooral productioneel is deze tweede single een hele sprong vooruit. De melancholische piano werd ingeruild voor een sfeerzetting die in dikke lijnen op het canvas getrokken werd. Ook zingt El Mischi hier een duet met zichzelf: het zachte, bijna fluisterende fluweel van “The Mountain” wordt deze keer opgedeeld in een hoge kopstem en een lage buikstem die netjes over elkaar gelegd werden. Knap gevonden voor iemand die het meeste alleen bedenkt. In de lage regionen komt El Mischi in de buurt van Tamino. Naar het einde toe haalt hij - een beetje als bij de vorige single - heel hoog uit. Misschien nog iets hoger en dus straffer dan de vorige keer.
Nog een paar van dergelijke sterke nummers als “The Mountain” en “Wake Up” en dan mag dat debuutalbum gaan komen.

Blak Juju is een Belgische band met o.m. drummer Dirk Jans (De Mens en Brasseur), zangeres Sibyl Jacob (Moiano, DJ4T4), DJ Dirk Swartenbroekx (Buscemi), zanger/rapper TD Rankin (Steve Emmanor) en bassist Ben Brunin (Vive La Fête, Isolde & Les Bens). De bandnaam telt één ‘c’ minder dan Black Juju, de song van Alice Cooper.
Blak Juju wil dub, reggae, electro en dance op een originele  en exotische wijze  blenden tot oververhitte dansvloerhits. Op hun eerste single, het vorig jaar uitgebrachte “Murder Style”, lukte dat wonderwel. Op deze nieuwe single, een cover van het Britse one-hit-wonder The Korgis, lukt dat al veel minder. Vooral omdat je hier geen band aan het werk hoort. Dit klinkt eerder als Buscemi featuring Sibyl Jacob. Ook zijn de dub en reggae nauwelijks te bespeuren. Heel vaag zit hier iets in van een soundsystem, maar de overheersende beats klinken veel te Europees en dat kunnen de super-zwoele vocalen niet verhelpen. Jammer, want deze cover leende zich perfect voor slome, loungy reggae of hitsige dancehall.
Toch blijf ik nog benieuwd naar het album dat later dit jaar zou moeten volgen.

donderdag 28 maart 2019 11:29

Data Mirage Tangram

Het nieuwe album van The Young Gods heeft een hele tijd op zich laten wachten. ‘Data Mirage Tangram’ vormt dan ook een complete stijlbreuk met het vroege en het voorgaande werk van dit Zwitserse trio. Alles klinkt trager, mysterieuzer en langer. Een mix van dromerige ambient, drones, jazzy ritmes en postpunk-elementen in de gitaarstukken en vervormde stemmen.
Het nieuwe album is wel nog steeds heel herkenbaar, o.m. dankzij de heel zuinig gebrachte lyrics in het Frans en in het Engels, en de typische soundscapes van Cesare Pizzi. “Entre En Matiere” is donkere dreamambient. “Tear Up The Red Sky” is drijft op vervormde gitaarlijnen en is dansbaar, misschien niet voluit, maar wel voor postpunkers. Het is een heel gelaagde track met terugkerende motieven en een mooie, vrij klassieke opbouw naar een paar uitbarstingen rond het refrein. Niet zo vernieuwend als je de geschiedenis van de elektrorock bekijkt, maar het is wel mooi hoe The Young Gods er zijn eigen ding mee doet.  
Hetzelfde geldt in grote lijnen voor “Figure Sans Nom”, een track met subtiele muzikale hints naar de jaren ’80, met name dankzij een heel ijle, vervormde gitaar.  Franz Treichler speelt nog meer dan vroeger met tekstuele herhalingen, die hij als een mantra afvuurt. Ze nemen vooral ook hun tijd. Geen enkele track op dit album blijft onder de vijf minuten.
“Moon Above” is een moeilijke. Het is een richtingloze mix van jazz, krautrock, blues en minimal elektro.  Doorgaans worden The Young Gods-tracks rechtgehouden met een strak ritme, maar als – zoals hier – dat ritme-geraamte wegvalt, blijft er mar weinig over. De welgemikte blues-harmonica maakt nog iets goed door aan te sluiten op het ritme van de tekst, maar dit zal voor heel wat fans toch een brug te ver zijn. “Everythem” en “All My Skin Standing” lijden voor een deel aan dezelfde ziekte, maar gelukkig keren op “All My Skin Standing” de ritmes van de tribal drums wel genoeg terug om de luisteraar houvast te bieden.  De erupties komen op deze track onder de vorm van gitaarnoise. Het doet een beetje denken aan Neon Electronics of aan TB Frank & Baustein.
Staat er dan niets op ‘Data Mirage Tangram’ voor de fans van het eerste uur? Toch wel. Zeker “You Gave Me A Name” sluit van alle tracks op dit album nog het beste aan op hits als “Kissing The Sun”, “Gasoline Man” en “Skinflowers”, al heeft ook deze track niet dat voortdenderende EBM-ritme.
Blij dat The Young Gods terug zijn en dat ze niet ter plaatse zijn blijven trappelen.

donderdag 28 maart 2019 11:22

Insider/Outsider

Mauro Pawlowski moeten we niet meer voorstellen. Die kent iedereen van Evil Superstars, dEUS, zijn solowerk en zijn talloze samenwerkingen (Mitsoobishy Jacson, The Love Substitutes, Hitsville Drunks, Gruppo Di Pawlowski, …).
Kloot Per W is van een oudere generatie. Op zijn CV staan bands als The Misters, The Employees, Polyphonic Size, Sandie Trash, De Kreuners en De Lama’s. Per W heeft een passie voor de Beatles en de Ramones en vorig jaar nog bracht hij ‘Inhale Slowly and Feel’ uit, zijn ode aan de Velvet Underground.
Per W en Pawlowski bewonderden al lang elkaars werk, en stonden al in 2006 eens samen in een studio. Op ‘Insider/Outsider’ werken ze voor het eerst samen aan een volledig album. Dat levert niet altijd het verwachte vuurwerk op, maar vervelen doen ze nooit.
De eerste track is meteen raak. “KPW on 45” heeft een beetje een – wie kent dat nog – Stars On 45-vibe, met goed verstopte backing vocals van Luc Crabbe van Betty Goes Green, Daan, Peter Evrard (Idool en 10Rogue), Nathalie Delcroix en William Souffreau van het legendarische Irish Coffee. Ondanks al dat verzamelde talent is het een coole, maar rustig voortkabbelende song met in de lyrics een paar opmerkingen over de Ramones. Liever hadden we de grain en branie van die Amerikaanse punks ook in de muziek ontdekt. Deze track is meer Broken Glass Heroes dan de Broken Glass Heroes zelf. Jammer ook dat ze al die gasten niet ook lieten meeschrijven aan de track, want die collectie talent inzake lyrics en compositie kon “KPW on 45” vast nog naar een hoger niveau tillen. Ook “We Won’t Lose Touch” is een heel traditioneel poprocknummer met Mona Per W die heerlijke backingvocals toevoegt op deze naar Tom Petty overhellende track.
Een songtitel als “Eleonore Rigby” verrast niet voor Per W. Dat is maar twee letters verschil met “Eleanor Rigby” van de Beatles. Muzikaal slaan Per W en Pawlowski hier evenwel een heel andere weg in met hevige Franse lyrics, gefluisterde backings, een drammerige piano, een van de Velvet Underground-geleende gitaarlijn, een Julle De Borgher-drumritme, … Dit is smullen voor muziekliefhebbers. Hetzelfde recept volgt voor “Waitng For The Con Man”. Dat is opnieuw maar een paar letters verschil met “Waiting For The Man” van de Velvet Underground, maar muzikaal kon het duo daar niet verder van zitten, met een pompende bas en gemene discopunk-riffs die gepikt zijn van de Talking Heads en Devo. Mocht het tempo nog net iets hoger liggen, komen ze hier wel uit bij de Ramones.
Nog meer vuurwerk volgt op “Smokey Derision”, met bas, drums en ijle gitaren uit de donkerste periode van de jaren ’80, en – heel passend - een licht vervormde stem. Doet denken aan de glorieperiode van Front 242 en de Neon Judgement. Meer ‘80s dan dat ze ze in de ‘80s maakten. Ook “Human Grain” voelt heel retro-weerbarstig aan, maar mist toch wat inhoud. “Sleepless Under Water” treft dan weer wel doel, als moderne, trage en met weerhaken gepimpte blues en een songtekst die je voor het eerst op dit album meteen bij de lurven pakt.
“Room!” is het absolute hoogtepunt van dit duo-album. De intro roept echo’s op aan Depeche Mode in hun Berlijnse periode. Daarna komt er een BB King-gitaar langs. Vocaal zit deze track op de juiste golflengte, wat we niet elke keer kunnen zeggen. Het is moeilijk te duiden, maar op deze track gebeurt er iets magisch en komt het talent van Per W en Pawlowski het sterkst bovendrijven. Dat herhalen ze nog eens op het vinnige “Stand Up Chameleon”, opnieuw een mix van 80’s elektro en over-the-top bluesrock.
Daartegenover is “Land Of The Most Forgotten” nog steeds een degelijke track, maar misschien net iets te gewoontjes. “Spanwerk” begint veelbelovend, met iets van een soundsystem, maar verzandt al snel in richtingloos gerommel. Het instrumentale “Pale In The Face” is een knappe soundscape, maar ook niet meer dan dat. “Bigotry & Bigamy” doet muzikaal denken aan een slepende versie van dEUS ten tijde van ‘In A Bar, Under The Sea’.
Naar het einde toe scoort het duo nog twee keer. “Naked Girl” heeft een David Bowie/Iggy Pop-vibe en zou net als “Say What You Do” niet opvallen op een album met onbekende, donkere synthpop uit de jaren ’80. Het album sluit af met “The Dream Pop Spa”, met een lange intro, dan bijna tien minuten niks en dan nog het eerder flauwe vervolg van de track. Er zijn elegantere manieren om de luisteraar op het verkeerde been te zetten.
‘Insider/Outsider’ geeft een paar keer het vuurwerk dat je mag verwachten als je Kloot Per W en Mauro Pawlowski samen in een studio zet, maar leert ook dat muzikale genialiteit niet zomaar op bestelling komt. Dit duo levert de beste resultaten als ze voor elkaar stoorzender kunnen spelen, maar zuiver op compositie en lyrics winnen ze deze wedstrijd niet. Misschien hadden ze niet enkel hun agenda’s maar ook hun adresboekjes met bevriende muzikanten moeten samenleggen vóór ze de studio introkken.

donderdag 28 maart 2019 11:15

Pardon My French

Album ‘Pardon My French’ is al uit sinds vorig jaar, maar kwam pas onlangs op mijn radar. Voor Unwanted Tattoo heeft de albumtitel twee betekenissen. Aan de ene kant verontschuldigen ze zich voor hun licht ondeugend taalgebruik. Voor de tweede betekenis moet je weten dat deze band bestaat uit drie Vlamingen en één Waalse. Het is dus vooral zangeres Annette die zich bij repetities of optredens al eens moet verontschuldigen voor haar taal. Zingen doet ze overigens prima in het Engels. De band bestaat al bijna tien jaar en heeft best wat succes in België, Frankrijk, Duitsland en de UK.
Bassiste Rine geeft deze band als tweede stem een beetje een B-52’s-Vibe (“Love Shack”, maar ook “Roam”, “Channel Z”, “Rock Lobster”, …). Ook al omdat Unwanted Tattoo muzikaal toch ook een beetje bij die Amerikaanse band aanleunt, maar vooral omdat ze bovenop die ronde tweestemmigheid net zo’n ondeugende en bijna vrolijke insteek hebben. Het moet bij deze band niet altijd ernstig zijn en er mag al eens gelachen worden. De lyrics zijn behoorlijk lichtvoetig, maar ook weer geen nonsens.
Deze band heeft zijn roots in de punkrock, maar voegt daar nog flinke scheuten rockabilly, ruige garage en surf aan toe en komen zo uit bij wat ze rawk ’n roll noemen. De beste tracks zijn “Devilette”, “Fool On A Leash” en “Little Miss Betty Woop”, maar eigenlijk staan er geen vullers op dit album. De afsluiter “Tick Tick Boom” is eigen werk van Unwanted Tattoo en geen cover van The Hives, hoewel dat nummer zeker niet zou misstaan in hun set.
‘Pardon My French’ is enkel op vinyl verkrijgbaar. De oplage is beperkt.

donderdag 14 maart 2019 19:43

The Rise And Fall Of Cannibal Planet

Een mooi dooraderde mix van doom, stoner, sludge en noise. Je verwacht het eerder in het collectief-depressieve België dan in het immer-blije Nederland. Toch komt de band Katie Kruel van bij onze Noorderburen. Ze tekenden bij Seja Records, maar hadden net zo goed bij ‘onze’ Consouling Sounds of Dunk Records een warme thuis gevonden. ‘The Rise And Fall Of Cannibal Planet’, het nieuwe album van Katie Kruel, kan je grofweg opdelen in een eerste luik met traag kruipende, rauwe doomrock en een tweede met vooral noise, wat sludge en nog meer hel en verdoemenis. 
In het eerste luik is “The March” de beste en meest opvallende track. De hoofdrol wordt gespeeld door een traag pompende, zware bas. Het is (uiteraard) geen marsmuziek, maar er zit wel een aanhoudende beweging in, als in een mantra. Heel bijzonder en bezwerend. Voorts is “If I Was Where I Would Be” een heel intrigerende track, beetje David Lynch en Nick Cave na net iets te veel alcohol.
“Lover” is een beetje het scharniermoment tussen de twee hoofdstukken, met een dikke laag doom bovenop drone-achtige noise als intro en dan een lang aangehouden Bad Seeds-moment. Het toevoegen van een cello op ”Still” in het tweede luik is een meesterlijke zet. Het perfecte, afgeronde geluid van die cello vormt een heerlijk contrast met de grofkorrelige gitaar. Nog meer contrast vind je in de lyrics van ”Still”, als zangeres Nathalie Houtermans zo luid ‘I want some quietness’ schreeuwt dat je vreest dat ze haar stembanden of jouw trommelvliezen zal scheuren. Een passage die uit het leven gegrepen lijkt. Deze song is als rollercoaster van emoties het absolute hoogtepunt van ‘The Rise And Fall Of Cannibal Planet’. Met die cello erbij doet deze track wat denken aan de Britse Polly Panic en onze eigen The Girl Who Cried Wolf. Er zijn wel meer gelijkenissen, maar ook grote verschillen. Katie Kruel gaat bv. eerder voor de ongepolijste noise-aanpak bij de opnames en dat dan ook voor de (stillere) doom-passages.
“Jinx” is als rasechte noiserocker misschien de meest toegankelijke van het album, die goede herinneringen oproept aan de getormenteerde rock van Sineaid O’Connor’s  Mandinka en PJ Harvey’s Sheela-Na-Gig. Maar dan nog smeriger en gemeen bijtend naar het baasje. Maar meestal maakt de band het zichzelf en de luisteraar niet zo makkelijk. Zoals op “Asphyxiation” met een lange spoken word-intro en dan een louterende noise-eruptie waarin Nathalie Houtermans bijna Colin Van Eekhout van Amenra naar de kroon steekt.
‘The Rise And Fall Of Cannibal Planet’ is een album dat je moet laten groeien in je hoofd. Je kiest daarbij zelf hoeveel donkerte je toelaat. Het vat van Katie Kruel is onuitputtelijk.

donderdag 07 maart 2019 23:47

Midland Lullabies

De Brit Bill Pritchard werd in het begin van zijn carrière wereldberoemd in Frankrijk vanwege het album ‘Parce Que’, dat hij samen met de legendarische Fransman Daniel Darc componeerde en inspeelde. Dat album uit 1988 heeft inmiddels een cultstatus en het zorgt er nog steeds voor dat Pritchard van nabij gevolgd wordt in Frankrijk en ook in België.
Op zijn nieuwe album ‘Midland Lullabies’ is nochtans geen woord Frans meer te horen, hoewel de Brit er jarenlang gewoond en gewerkt heeft. Wel is het album de vertaling van hoe hij vanuit Groot-Brittannië naar het vasteland kijkt, zonder politiek te worden. Daarvoor graaft de Brit te diep in zijn eigen en andermans verleden.
Ook muzikaal staat ‘Midland Lullabies’ heel ver van zijn samenwerking met Daniel Darc. Het donkere, larger than life-singer-songwriter-verhaal werd ingeruild voor een schijnbaar onbezorgd croonen. Werd hij vroeger vergeleken met Morrissey en Lloyd Cole, dan vallen die vandaag toch af als referentie. Muzikaal leunt dit op de erfenis van de periode van Frank Sinatra en Dean Martin, met Pritchard die zichzelf begeleidt op piano, soms aangevuld met somptueuze strijkarrangementen.
De Pritchard van vroeger herken je wel nog in het songschrijven en de onderwerpen die hij aanraakt. “Iolanda” is een tragisch verhaal over een heroïneverslaafde in Parijs die rondhangt op een kerkhof. De andere personages in Pritchard’s verhalen zijn er doorgaans niet veel beter aan toe. “The Last Temptation Of Brussels” gaat over de Nihilisten (de culturele stroming), maar we krijgen slechts flarden van het verhaal te horen, zodat we toch wat op onze honger blijven.
Dat ‘op je honger blijven’ is overigens een vaker opduikende gedachte. Als stijloefening is het croonen over de spaarzame pianotoetsen geslaagd in het opzet. Tegelijk stel je vast dat deze aanpak de songs en de mystieke, nostalgische weemoed die daarvan uitgaat niet altijd recht aandoet.
De beste tracks zijn zonder meer die die het sterkst aanleunen bij de poprock die Pritchard vroeger bracht, zoals “Tuesday Morning”, “Forever” en “The Last Temptation Of Brussels” (alledrie met een heerlijk gitaartje en een basic drumritme erbij) en het in zijn eenvoud schitterende “Mother Town”.  

Pagina 8 van 23