zoek artikels

Volg ons!

Facebook Instagram Youtube Myspace Myspace

Nos partenaires

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte door je te abonneren op onze nieuwsbrief !
Please wait
Festivalreviews
Filip Van der Linden

Filip Van der Linden

donderdag 22 november 2018 15:07

Spider In My Beer And Other Songs

De Amerikaanse band Stop Calling Me Frank is de ultieme reïncarnatie van pubrock, een genre dat nochtans onmiskenbaar Brits is. Zowel in de muziek als in de lyrics is dit één grote ode aan cafébezoek, dronken rockdromen en toogpraat. Hun muziek is die die daar het beste bij past: easy going rock ’n roll zonder veel franjes: beetje rhythm’n blues, beetje punk, beetje rockabilly, beetje soul. De enige vreemde eend in dit verhaal is de saxofoonspeler, die op zijn eentje deze pubrock vijftig extra tinten kleur geeft. Het is het eerste studiowerk van de band in meer dan 30 jaar, terwijl de bandbezetting nauwelijks wijzigde.
Zelf geven ze aan dat ze de mosterd halen bij Stax, Motown, Ramones, the Mighty Mighty Bosstones en the Real Kids. Wij horen vooral echo’s van The Smithereens, The Fratellis, Dr. Feelgood, Eddie & The Hot Rods, Treat Her Right en Morphine (die sax, natuurlijk).
Op het eerste gehoor is dit een album met weinig muzikale ambitie. Pas na een paar luisterbeurten begin je te beseffen hoe vernuftig deze puzzelstukjes aan elkaar hangen en met hoeveel métier dit in elkaar gebokst werd. Eenvoud en efficiëntie zijn de sleutelwoorden: geen noot te veel en net genoeg akkoorden om catchy te zijn. Tegenover die door ervaring aangescherpte compositie-kwaliteiten zijn de lyrics eerder lichtvoetig en de grapjes goedkoop. Liever hadden we hier een tekstschrijver gehad die zich kon meten met Nick Lowe, Warren Zevon of de jonge Elvis Costello, drie namen die in hun vroegste werk niet zo heel ver van de pubrock stonden, maar Stop Calling Me Frank geraakt tekstueel niet verder dan het niveau van Kid Rock, Sheryl Crow en (heel soms) Tenacious D.
De nummers waarop alles op zijn plaats valt, zijn “Gimme Life”, “My Baby Is An Ax Murderer From The State Of Wisconsin”, “Beat That Dog”, “Drinking After Work” en “5.000 Miles”.
Stop Calling Me Frank brengt rock die je het beste kan horen met een frisse pint in je hand. Haal deze band naar Europa voor een tournee langs kleine zaaltjes en grote cafés. Succes verzekerd.

donderdag 15 november 2018 20:42

Lonely Giant -single-

“Lonely Giant” is na “Screens” de tweede single van Uma Chine (ofwel Human Machine). Over de debuutsingle schreven we dat het zomerse, gelaagde en psychedelische elektronoisepop was. Met “Lonely Giant” kunnen we zowel bevestigen als schrappen. Zomers en psychedelisch zijn hier minder van tel. Gelaagd en elektronoisepop blijven over. Het gelaagde zit niet enkel in de muziek, maar nu ook duidelijker in de soms engelachtige driestemmigheid.
Op deze tweede single schuift Uma Chine meer op in de richting van SX en Uncle Wellington. Iets donkerder dus en minder dansbaar.
Ze worden vergeleken met Twin Peaks-componist Angelo Badalamenti en dat duistere en mysterieuze hebben ze nu nog wat dikker in de verf gezet. De sfeer zit goed, alleen kan de songopbouw niet helemaal overtuigen.
https://www.youtube.com/watch?v=fGesRWAYywY

zaterdag 24 november 2018 20:33

All The People's Faces -single-

DadaWaves is  de semi-psychedelische popband van singer/songwriter Jasper Stockmans.  De groep zette zich reeds op de kaart met de radiohit “Wise Old Owl” die het goed deed op Radio 1. In afwachting van hun nieuwe album dat in februari 2019 zal verschijnen bij Starman Records is er de nieuwe single “All The People’s Faces”, een intrigerende kampvuur-meezingmantra, die mens en technologie (smartphoneverslaving) op de korrel neemt.
De nieuwe single is misschien net iets minder zomers dan het vorige werk, maar er zitten sterke hints naar de jaren ’70, Beach Boys en Byrds. Sterke arrangementen en kleurrijke, meerlagige melodieën staan in schril contrast met de  satirische lyrics. Retro-dream-psych-pop zo u wil.
Mocht Duyster nog een programma zijn op StuBru, dan zou deze single daar elke week te horen zijn.

donderdag 15 november 2018 20:22

To Eleven

‘I bark and a bite’ zingen ze op “Bark And Bite” en zo klinken ze ook, de punkrockers van Los Cinco Felices Cuatro. Laat u niet misleiden door de bandnaam, deze band is wel degelijk Duits. De ‘rare’ naam kwam er enkel na een dronken stemronde over hoe ze de band zouden gaan noemen.
Onversneden Amerikaans-klinkende punkrock met Engelse teksten, dus. Muzikaal zitten ze een beetje in het straatje van hun landgenoten van Leto. Of denk ook aan de zopas herrezen Heideroosjes, No Fun At All, NOFX, Less Than Jake of onze eigen Janez Detd (maar dan bozer).
Niet origineel, maar wel met de juiste dosis energie en de correcte attitude. ‘Don’t teach us how to live’ scanderen ze op “The Beast”. Het is ook allemaal makkelijk te volgen en mee te brullen, maar muzikaal zit dit bijzonder goed in elkaar. Elke track heeft een eigen gezicht en dat is best een prestatie in een genre waarin alles al tienduizend keer eerder gedaan is.
Gelukkig moet de boog niet altijd gespannen staan bij Los Cinco Felices Cuatro. Op “GPS Slut” geven ze de gps-stem van antwoord en op “Want The Cash” geven ze een vette sneer naar rockbands die enkel voor het geld in de business zitten. Zelfs enige zelfreflectie is hen niet vreemd, zoals op “Rock ’n Roll Devours His Children”.
De beste tracks zijn “No Compromise”, “Way Of Life” en “Now”.

donderdag 08 november 2018 11:38

You Say I Won’t (single)

De Leuvense poprockband Isadore heeft met "You Say I Won’t" een nieuwe single uit. Zonder echt zelf openlijk naar een andere band te refereren, klinkt Isadore hier heel nineties. Soms dansbaar, maar tegelijk zit er een onderhuidse emotionele laag met coming out-blues in deze song.
Productioneel zit alles helemaal juist. De heldere vocalen zitten mooi vooraan in de mix en bieden een licht zomers tegengewicht voor de donkere dagen die ons deze winter nog wachten. Eens je het onderwerp meehebt, zitten de coming out-emoties heel ‘leesbaar’ in de song.
Mochten ze voor deze “You Say I Won’t” de productionele grenzen nog een beetje verleggen, komen ze bij Isadore in de buurt van Suzanne Vega ten tijde van “In Liverpool” en “Blood Makes Noise”.
Nu de eerste referentie gevallen is, kunnen we toch niet om de nineties- en andere referenties heen: the Beautiful South, Indigo Girls, 10.000 Maniacs, The Cardigans, Heather Nova, Juliana Hatfield, … Het ook al Belgische Feliz zit eveneens een beetje in dit straatje, maar dan in het Nederlands.
In deze single broeit nog heel wat potentieel. Het is aan Isadore om dat tijd te geven om te laten groeien. Intussen is dit een welkome opklaring tussen de grijze winterwolken.

donderdag 08 november 2018 20:23

Captain, We’ve Lost Bruce (single)

Punkband Bruce bracht eind 2016 nog het uitstekend ontvangen album ‘My Latest Popstar Crush’ uit en daarvoor hebben ze tot in Istanbul promotie gemaakt.
In afwachting van de release van een nieuwe album hebben die van Bruce al een gratis (digitale) single uit. “Captain, We've Lost Bruce” komt uit het gelijknamige album dat in januari van volgend jaar uitgebracht wordt. De single gaat over de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog en klinkt een beetje als een kruising tussen de Ramones en de Cosmic Psychos, maar ook fans van The Kids of Tommy And The Commies zullen dit weten te smaken.
Bij de single hoort ook een toffe video en die werd opgenomen met Danny Mommens, een naamgenoot van de ex-bassist van Deus en van Vive La Fête.
https://youtu.be/0-NA4CBPHa4

donderdag 08 november 2018 20:19

Orange Walk (single)

Folktronicaband Uncle Wellington verraste vorig jaar met ‘The Faster I Waltz, The Better I Jive’, een heerlijk herfstig album waarvoor je de aanknopingspunten moest gaan zoeken bij Anne Clark, Balthazar, Oscar & The Wolf en This Mortal Coil.
De meeste van die referenties gaan ook op voor de nieuwe single “Orange Walk”. Alleen werden de artrock-invloeden van Balthazar en Oscar & The Wolf op deze “Orange Walk” ingeruild voor zweterige neo-exotica, een beetje zoals My Baby op hun jongste album. Of denk aan – voor wie oud genoeg is om het zich te herinneren – aan “Zanna” van Anna Domino en Luc Van Acker. Uncle Wellington is in een aantal opzichten een reïncarnatie van de experimentele synthpop waar België in de jaren ’80 internationaal mee scoorde, genre 2 Belgen en Poésie Noire.
“Orange Walk” werd muzikaal opgebouwd rond garifunadrums, nachtelijke noise en overstuurde altviolen. Filip Tanghe (Balthazar, Warhaus) producete de single. Schreven we over ‘The Faster I Waltz …’ nog dat het ‘donker en mysterieus, maar nooit dreigend’ was, dan mogen we al zeker dat laatste overboord gooien voor “Orange Walk”. Dit is vooral dreigend en daarnaast broeierig als een zwartfilm uit de jaren ‘30. Hopelijk gaat het volgende album in deze richting door.
https://www.youtube.com/watch?v=zDEwh0g2wGk

donderdag 08 november 2018 19:50

Fairweather Friends EP

Punkrock wordt al eens beschouwd als een genre dat je goed vindt tot je twintigste en dat je daarna ontgroeit. Dat hoeft niet altijd zo te zijn. Je kan er ook waardig oud mee worden. Niet dat de Amerikanen van Reno Divorce al bejaard of over datum zijn, maar laten we zeggen dat ze op dit moment plukrijp zijn.
Reno Divorce heeft met ‘Fairweather Friends’ een wel heel leuke EP uit. Deze band staat op het toppunt van zijn kunnen. De beginnersfouten zijn er uit, de ervaring en het touren hebben de overhand genomen. Beter zal het niet meer worden met deze volwassen punkrock.
Muzikaal zit dit dicht in de buurt van The Smithereens, maar ook fans van pakweg Dropkick Murphys zullen dit kunnen smaken. Er zit ook wat rockabilly in en dat komt nog het mooist bovendrijven op “Ana Lee”. Inhoudelijk zijn dit een reeks leuk verpakte levenslessen, zonder het vermanende vingertje. Zo gaat titeltrack “Fairweather Friends” over het soort ‘vrienden’ dat jou meteen laat vallen als het jou net iets minder goed gaat en gaat “Let It Go” erover dat je jezelf je kleine misstappen moet kunnen vergeven.
Eén supertrack op deze EP: “Get The Feeling”. Die zal voor instant happiness zorgen bij elke punkrockfan. Het enige jammere is dat dit een EP met slechts zes tracks geworden is. Met nog twee leuke nummers erbij was het een volledig album. Of moeten we Reno Divorce dankbaar zijn dat ze geen ‘vullers’ toegevoegd hebben?

vrijdag 02 november 2018 17:49

Untethered

‘Untethered’ is het album met de laatste opnames die Robert Fisher met zijn band Willard Grant Conspiracy maakte vóór zijn voortijdige dood op 12 februari 2017. Fisher was het enige constante lid van de Conspiracy, die uitblonk in funeral rock, donkere americana en country noir. Vrolijk werd het nooit bij Fisher en zijn Conspiracy en dat verbeterde uiteraard niet toen de kanker hem op de hielen zat.
Het hele album werd nog net afgemaakt vóór zijn dood, maar de tapes zijn pas dit jaar weer opgedoken en tot leven gebracht door zijn compadre David Michael Curry die de jongste jaren zowat het tweede vaste bandlid was. ‘Untethered’ heeft onmiskenbaar iets van een testament, een beetje als de laatste albums van Leonard Cohen en David Bowie toen die hun einde voelden naderen. Of zoals Johnny Cash de dood nog recht in de ogen keek op zijn American Recordings.
Het postume album opent met het atypische, op een elektro-ritme drijvende (I am a) “Hideous Beast”. Wou Fisher zijn fans voor zijn mochten die hem als een heilige willen afschilderen? Het zou zomaar kunnen.
Daarna is het vintage Willard Grant Conspiracy met “Do No Harm” (when I sleep) en “All We Have Left”, twee typische afscheidsliedjes met de Conspiracy-sound als een grote stempel over die melancholische, breekbare en toch zware stem van Fisher. Americana en country zijn ver weg, maar deze funeral blues raakt je tot op het bot. Cello en violen blenden mooi met de warme gitaarsound.
Op “26 Turns” klinkt Fisher alsof hij naast je in de zetel zit. Het is een klein en nietig niemendalletje van een song, maar uit Fisher’s strot en met wat drama van de violen treft ook dit meteen doel. Zo traag zingend heeft Fisher’s stem iets van die van (de oudere) Lou Reed, wat je ook hoort op “Chasing Rabbits”.
Daarna neemt Fisher afscheid van geliefden op het fluisterend gezongen “Let The Storm Be Your Pilot” en het ambigue liefdeslied “Love You Apart”. Herinneringen ophalen doet de Conspiracy-zanger in het instrumentale “Margaret On The Porch” dat eerst knispert als een haardvuur en dan uitdooft en op “Saturday With Jane”.
Sommige tracks lijken maar vage schetsen, zowel in teksten als in de muziek. Vluchtig opgenomen en niet in de diepte uitgewerkt zoals het oudere materiaal van de Willard Grant Conspiracy. Met arrangementen die er later –met veel liefde en respect - opgekleefd zijn. Het instrumentale walsje “Two Step” is er zo eentje. Andere tracks op ‘Untethered’, zoals het slepend van funeral blues naar funeral gospel hinkelende “I Could Not”, spookten duidelijk al langer door het hoofd van Fisher.
“Share The Load” klinkt meer als een uitnodiging dan als een volwaardige song, maar is tegelijk zo oprecht dat je kippenvel krijgt. Op “Unthetered” (ongebonden) kijkt Fisher een laatste keer achterom of er geen losse eindjes meer moeten aan elkaar geknoopt worden, om dan het laatste eind alleen te gaan op “Trail’s End”.
Willard Grant Conspiracy ademde altijd al verdoemenis, verdriet en melancholie, maar nooit was afscheid zo tastbaar en oprecht als op ‘Unthetered’.

Indoorfestival Zingem Beeft is nog maar aan zijn tweede editie toe, maar verdient onze aandacht voor de aanpak. Een moderne, frisse zaal met een groot podium, een degelijke PA en lichtinstallatie, … en dat in combinatie met een bescheiden inkomprijs voor toch vier metalbands, met veel aandacht voor lokaal talent. Het is een verademing voor zowel bands als bezoekers.

Turpentine Valley mocht met zijn post-metal het festival openen. De lichtman kon nog even uitrusten, want de band uit Zulte zette het optreden in met niet meer dan enkele strategisch geplaatst gloeilampen. Die setting hielp, samen met het weglaten van aankondigingen of bindteksten, mee om de aanwezigen mee te nemen op de postmetaltrip van dit instrumentale trio. De band putte vooral uit hun eerder dit jaar uitgebrachte debuutalbum, dat ze in eigen beheer op cassette uitgebracht hebben.
Turpentine Valley heeft al nieuwe nummers klaar, maar die worden nog even opgespaard. De set was mooi opgebouwd met het nog wat voorzichtige “Abrupt” en “Compromis” als kennismaking en met in de finale een heftige versie van “Trauma”.
Hoewel de hoofdmoot postmetal is, maakt Turpentine Valley ook uitstapjes tot aan de stoner en sludgemetal. Hun set zorgde niet voor meebrullende of moshende fans of hoorns die de lucht in gingen, maar aan de meeknikkende kopjes in het publiek kon je toch opmaken dat hun postmetal best gesmaakt wordt bij de ‘gemiddelde’ metalfan.

Ironborn wist de menigte te verleiden met klassieke heavymetal. Ze openden met hun Motörhead-tributetrack “Rock ’n Roll Is Dead” (geen cover). Hier gingen de vuisten en hoorns wel meteen de lucht in. Ironborn speelde “1568”, over de executie van Egmont (ooit prins van het naburige Gavere) in de strijd van de Nederlanden tegen de Spaanse overheersing. In Zingem speelden ze de elektrische versie van deze single en hadden ze hun gelijknamige bier mee als merchandise. De vertaling van akoestische naar elektrische versie zorgt voor een resultaat dat aanleunt bij de progmetal. Ook in andere nummers kruiden ze hun heavymetal (matig) met death en speed, terwijl ze toch op hun best zijn als ze gewoon heavymetal brengen. Dat bleek naar het einde van de set met prachtige versies van “Drifting Away”, “Your Downfall” en meezinger “Never Again”.

Met Signs Of Algorithm werd een derde subgenre van de metal aangeboord. Deze band brengt metalcore zonder compromissen: snel en hard beukend. Het jonge geweld zorgde voor de eerste moshpits van de avond. De routine van vaak te spelen, ook in het buitenland, zorgt ervoor dat de bandleden elkaar blind vinden, zowel muzikaal als stuiterend over het podium, en dat ze hun publiek ook recht in de ogen kunnen kijken (ipv naar hun snaren te staren) om het zo nog wat meer op te jutten. Het ‘trucje’ met drie extra verhoogjes (bovenop het reeds hoge podium in de Griffel) voor zanger Frederick zorgde voor gemengde gevoelens bij sommige bezoekers. Het kan werken in een zaaltje zonder eigen podium, maar in Zingem voegde het voor sommigen weinig toe aan de beleving. Maar die opmerkingen kwamen dan wel van achter in de zaal. Voor het podium had niemand er problemen mee. Integendeel.

Hexa Mera is één van de Belgische sterkhouders in melodische deathmetal en kan mooie adelbrieven voorleggen van o.m. Graspop en Metaldays. Hoewel ze muzikaal niet zo heel ver uit de buurt liggen van Signs Of Algorithm hield een deel van het publiek het al voor bekeken bij Hexa Mera. Best jammer, want Hexa Mera verkeerde in een bloedvorm. De wurggreep op het publiek begon bij “Siegebreaker” en “Divide Et Impera” en leidde zo naar de eerste, weliswaar bescheiden wall of death van dit indoorfestival. Deze band toonde in alles dat ze het waard zijn om als headliner op de affiche te staan.

Als Agera Events op dit elan kan doorgaan, kijken wij nu al uit naar de derde editie van Zingem Beeft. Of wordt het dan – met de fusie van Zingem en Kruishoutem – de eerste editie van Kruisem Beeft?

Organisatie: Agera Events.

Pagina 10 van 20