• Wilde Westen, Kortrijk: events
    Wilde Westen, Kortrijk: events Wilde Westen, Kortrijk: events Concerten 16-05 MGLA, Revenge, Doombringer 21-05 Against the current , Escape Elliott 22-05 Dominique Vantomme, Vegir…

Keyword

Volg ons!

Facebook Instagram Youtube Myspace Myspace

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte door je te abonneren op onze nieuwsbrief !
Please wait

Onze partners

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 303 niet laden

Onze partners

donderdag 02 mei 2019 13:24

Blues Rebel

Ouwe Belgische bluesrat (Marc Claeys aka Little Jimmy en voorheen Don Croissant) laat zich producen door jonge Belgische bluesrat (Tim De Graeve aka Tiny Legs Tim). Waarbij de jonge rat laat weten dat de kunst van het producen van die ouwe rat er eigenlijk in bestaat om hem haast niet te producen. Een hard leven hebben die producers.
Maar goed, we snappen het. De blues van Little Jimmy neigt immers meer naar de ongewassen oerblues van RL Burnside of T Model Ford dan naar de design-blues van Eric Clapton of de anabole steroïden-blues van Joe Bonamassa.
Den ouwen zijn stem heeft jaren liggen rijpen in een mengsel van koffiegruis en whiskybezinksel, het resultaat is een taaie rasp die achtereenvolgens klinkt als Captain Beefheart, David Thomas en Kevin Coyne. Dat zit dus al goed.
Dan is er ook nog Little Jimmy’s gitaar die gesmeed is in de John Lee Hooker stal en die als een trouwe hond altijd blind het baasje volgt. Check het naakte “Wabash Avenue”, een puur brokje emotie die hunkert naar die stokoude John Lee Hooker platen. In “Blues Before Sunrise” mag het beestje wel een dutje doen om zich te laten vervangen door een beschonken accordeon en in “Fred Mambo” trekt Little Jimmy er zelfs zonder zijn trouwe handlanger op uit richting New Orleans.
“Everyhting Looks Spic ’n Span”, dat zich laat opfleuren door een okselfris trompetje, is qua titel de misleider van dienst.
Want als er één ding is wat Little Jimmy op dit album niet doet, dan is het zijn blues oppoetsen met javel. En dat maakt van ‘Blues Rebel’ een heerlijk plaatje. Simpel, eerlijk en op een sympathieke manier altijd een beetje bouwvallig.


Een aangename kennismaking met het lustige duo The Courettes. Die speelden dan misschien niet de meest originele garage-rock, maar ze deden het met zodanig veel punch en gedrevenheid dat quasi de ganse zaal overstag ging. Een Braziliaanse jonge deerne ging wild te keer op gitaar en een Deense drummer mepte zich de pleuris op een drumstelletje uit den Aldi. Qua gretigheid kwamen ze in de beurt van The Glucks, qua sound gingen ze nog wat verder terug in de tijd in en kwamen ze bij The Sonics terecht. The Courettes dus.

Een betere opwarmer kon Jon Spencer zich dus niet toewensen en tijdens zijn set bedankte hij dan ook volledig terecht de knappe prestatie van zijn support act. Met zijn Hitmakers zette hij het feestje in alle hevigheid verder.
Opener “Do The Trash Can” mocht hier wel letterlijk genomen worden, want dat was precies wat de percussionist van dienst deed. De man zijn instrument bestond uit een paar verhakkelde ijzeren vuilbakken aangevuld met nog wat ander metaalwerk dat rechtstreeks van de schroothoop kwam. Het leek wel alsof we op een oude set van Einstürzende Neubauten waren terechtgekomen. Twee hamers fungeerden als drumsticks om ritme uit het gevaarte te krijgen, en het klonk nog goed ook. Geen idee wat er zo allemaal op Jon Spencer zijn rider stond, maar wij hebben zo een sterk vermoeden dat de organisatoren bij de plaatselijke Brico zijn moeten langsgaan.
Spencer had ter vervanging van zijn legendarische Blues Explosion deze keer The Hitmakers meegebracht. Naast de al eerder vermelde schroothandelaar bestond die band verder nog uit een driftige keyboardspeler en een drummer die het moest doen met een naar goede Spencer-gewoonte  sober drumstelletje, zijnde drie trommels en een velletje. Volgens vaste Spencer normen was er in mijlenver wederom geen bassist te bespeuren. Dat is iets voor watjes.
Het hoeft dus niet gezegd dat de band de lo-fi aanpak waar Spencer al jaren een patent op heeft in ere hield. Jon Spencer was nog maar eens zijn eigenste zelf, een kruising tussen Elvis, Lux Interior, James Brown en een overenthousiaste predikant uit the Holy Church of Rock’n’roll. Uit zijn gitaar haalde hij behoudens het gebruikelijke vuurwerk ook nog een stel gekraakte solo’s, een resem opgefokte en bloedhete riffs en tonnen smerige rock’n’roll.
Het was al weer te lang geleden dat we onze favoriete garagerocker nog eens aan het werk zagen, ons geheugen werd dan maar eens duidelijk opgefrist : Spencer is dé verpersoonlijking van rock’n’roll.
Naar goede gewoonte waren er ook deze keer nauwelijks of geen pauzes tussen de songs, alles werd Spencergewijs met roeste prikkeldraadriffs aan elkaar gesmeed. Naast een stel oude songs uit de Pussy Galore stal en een paar Blues Explosion-krakers kwamen vanavond vooral de songs uit het voortreffelijke nieuwe album ‘Spencer Sings The Hits!’ aan bod. En dat bleken stuk voor stuk springerige duiveltjes te zijn die barstten van withete energie. Vooral dat vinnige retro orgeltje kwam hierin sterk voor de dag en bleek een aardige aanvulling te zijn voor de hakkende gitaaruithalen van Spencer. Die nieuwe bommetjes als “Ghost”, “Wilderness” of “I Got The Hits” klonken hitsig en gejaagd, vintage Spencer, zeg maar. Er zat dus hoegenaamd nog geen sleet op die gloeiende en uiterst energieke sound van Jon Spencer, wat van een deel van het instrumentarium dan weer niet kon gezegd worden. 

Een dagje ouder, dat wel, maar nog niets van zijn pluimen verloren. Spencer rockte nog even fel als in zijn beginjaren.

Jon Spencer & The Hitmakers - Do The Trash Can!
Jon Spencer & The Hitmakers
Cactus Club
Brugge

Organisatie: Cactus Club, Brugge

Een beetje een gemiste kans voor het Britse Swedish Death Candy. Hoewel de band duidelijk iets in zijn mars heeft, jagen ze vanavond hun mix van stoner en retro-hardrock te luid, te hard en te haastig door de speakers. In het najaar 2018 zagen we hen nog een lekker concertje geven op Desertfest, maar nu was het allemaal iets te gejaagd en te chaotisch. Toch merken we hier nog genoeg fijne momenten om Swedish Death Candy niet te moeten afschrijven. Wij hebben trouwens ook altijd genoten van hun titelloze debuutplaat en we blijven benieuwd naar het vervolg dat er heel binnenkort zit aan te komen.  

Het is nog niet zo gek lang geleden dat wij in de Brusselse AB met open mond stonden te genieten van All Them Witches, dus als deze geweldige band een klein jaartje later weer het land doorkruist dan zijn wij er terug als de kippen bij.

Inmiddels is er ook één en ander veranderd. De keyboardspeler is uit de band gestapt en voortaan gaat All Them Witches als trio door het leven. Zeg maar gerust powertrio, want de nieuwe veldbezetting heeft duidelijk zijn impact op de sound. Met het verdwijnen van de keyboards is er wat aan subtiliteit verloren gegaan en is er extra power in de plaats gekomen. De gaten die de weggelopen orgelist heeft achtergelaten worden vakkundig opgevuld met kloeke gitaarakkoorden en dito solo’s. Laat het ons zo uitdrukken : The Doors zijn de deur uit, Jimi Hendrix zet nu ook zijn tweede voet binnen. Gitarist Ben McLeod staat meer dan ooit duidelijk centraal in het totaalplaatje, hij is het speerpunt waarrond alles zich afspeelt. Toch is McLeod niet het type guitar-hero à la Slash of Joe Bonamassa. Hij bezondigt zich niet aan wijdbeens gesoleer of bijhorende smoelentrekkerij, hij laat gewoon zijn instrument spreken en dat levert magie op per lopende meter.
De songs hebben wat ingeboet aan finesse, maar ze klinken rauwer, harder en potiger. Het gejaagde “Fishbelly 86 Onions” en het stonermonster “When God Comes Back” beuken er harder in dan ooit.
Als er wat gas wordt teruggenomen dan is de blues nooit veraf, en die heeft een extra adrenaline injectie gekregen. Er is alom kippenvel te bespeuren bij het dreigende “Diamond” en vooral bij die fenomenale lange blues “Harvest Feast” waarin McLeod alle kanten van het bluesspectrum verkent.
Er zijn zo wel meer van die momenten waarin All Them Witches hun songs doen openscheuren en een nieuwe weg laten inslaan, maar nergens verliezen ze het spoor. Dat is wat hen zo sterk maakt, het lijkt soms alsof ze staan te jammen en ter plekke de songs uitvinden, en steeds resulteert dit in een buitengewone sound waarin alle puzzelstukjes perfect in elkaar passen.  

Net als in de AB vorig jaar mag het immer schitterende “Blood and Sand/ Milk and Endless Waters” met een minutenlange sublieme uitvoering het feestje afsluiten. Beter dat dit kan het niet meer worden. Gans de setlist ligt trouwens dicht bij deze van het AB concert, maar toch krijgen we hier een heel ander All Them Witches te horen en te zien. Wederom fantastisch maar verdomd steviger.

All Them Witches speelt dit jaar ook op Rock Werchter. Zij behoren daar tot één van de zeldzame bands die nog aanspraak kunnen maken op de ‘Rock’ in de naam van dit mainstream popfestivalletje. Mocht u daar toevallig naartoe gaan.

Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge

zaterdag 13 april 2019 20:20

Daughters - De waanzin nabij

Hoezeer kan een mens opgaan in zijn act ? Weinigen die het meer uitgesproken doen dan Alexis Marshall, de maniakale frontman van Daughters. Tot bloedens doe gooit hij al zijn frustraties er uit. Marshall is een attractie op zich, woest, agressief en frontaal. Hij gaat tekeer en predikt als een jonge Nick Cave ten tijde van The Birthday Party, toen die nog stijf stond van de drugs. Waarmee we niet willen suggereren dat Marshall een addict is, die kerel is gewoon zo gek menen wij, de waanzin nabij.

Marshall lijkt voortdurend een gevecht aan te gaan met zichzelf en vooral met zijn microfoon. Het ding wordt gegeseld en compleet misbruikt, het lijkt wel of Marshall het letterlijk wil opvreten. In zijn razernij wordt hij geruggesteund door een geweldige band. Daughters klinken verschroeiend hard, gemeen, apocalyptisch en gevaarlijk. Noem het noise rock of industrial hardcore voor ons part, je zal de sound van Daughters toch nooit echt kunnen omschrijven, want dit is iets uniek. Het beukt er hard in en laat je niet meer los. Alsof The Jesus Lizard en Swans het in de boksring opnemen tegen Converge en Unsane, waarbij alles is toegelaten. Feit is dat dit de meest frontale noise-band is die we het laatste jaar mochten aanschouwen. Het geweldige album ‘You Won’t Get What You Want’, zonder meer één van de beste platen van 2018, gaf het al aan, dit is geen wandelingetje in het park, wel een mokerslag pal op uw bakkes.
De band weet ook maar al te goed dat het laatste album hun pièce de resistance geworden is. Het staat dan ook centraal vanavond en wordt er quasi helemaal doorgejaagd. En dit met een ongeziene bezetenheid en furie. “The Reason They Hate Me” barst open als een overrijpe steenpuist, “Satan In The Wait” broeit en brandt uitzinnig, “Less Sex” is Nine Inch Nails in het gekkenhuis en afsluiter “Ocean Song” is een genadeloze bloedzuiger die zich in onze hersenpan vastbijt om nooit meer los te laten.

Een vol uur worden we werkelijk overrompeld door de striemende en zinderende furiositeit van Daughters. Dit is één van de meest waanzinnige bands die we ooit aan het werk zagen.

Organisatie: Botanique, Brussel

dinsdag 02 april 2019 18:05

Young Widows - (te) kort en krachtig

We werden niet bepaald verwend vanavond. Vooreerst moesten we de schabouwelijke vertoning van de support act Thot doorstaan en daarna hield Young Widows het met amper drie kwartiertjes toch wel heel kort.  

Laten we u eerst even Thot voorstellen, en moge dat de laatste keer zijn. Een vijfkoppig gezelschap uit Brussel, en dat waren al minstens twee koppen te veel. Bij de eerste noten leken we nog een zweempje van The Soft Moon te herkennen, de frontman toverde immers wat verstoorde noise en echo’s uit zijn gitaar. Dit kon best wel interessant worden, dachten we toen. Maar we waren er snel aan voor de moeite, want van zodra de kerel aan het zingen sloeg ging het danig mis. De zang was, hoe zouden we het noemen, nogal beschamend. Wij werden algauw overmeesterd door een gevoel van ergernis die we de ganse set niet meer kwijtspeelden. Het werd nog erger toen ook één van de twee dames in de band haar strot opentrok. De jongedame zag er misschien wel bevallig uit maar haar vocale capaciteiten waren deze van een ekster met een zware keelontsteking. In hun bio op vi.be (jawel, wij maken steeds flink ons huiswerk) lazen wij al iets in de trend van ‘passionele zangpartijen’ en -hou u vast- ‘een Bulgaars koor’. Ook in Bulgarije leven er eksters.
Muzikaal ging het ganse zootje ook helemaal nergens naar toe. De band had een koffer noise meegebracht maar geen songs. Resultaat : een ongeregelde brij waar zelfs een rioolrat haar eigen jongen niet in terug vindt. Geen wonder dat zo een beest dan begint te janken.

Snel naar Young Widows dus. Fantastische band, maar aan de magere opkomst te zien zijn er maar weinigen die dit weten.
Zoals eerder gezegd, een korte set. Te kort, absoluut. Maar wel krachtig en furieus. Young Widows liet ons proeven van hun snerende post-hardcore die ergens het midden hield tussen Girls Against Boys, The Jesus Lizard en Metz. Met de immer dreigende basgitaar, de droge drums en de striemende gitaar die daar dwars doorheen sneed, brouwden Young Widows een bijzonder krachtig en gevaarlijk mengsel. Het soort powertrio waarbij de leden elkaar perfect aanvullen zeg maar, met een kenmerkende, vaak harde totaalsound als gevolg.
De band had niet echt nieuw werk voor te stellen, wel een kersvers compilatie-album met nogal wat eerder onuitgegeven materiaal. De plaat heet ‘Decayed : Ten Years of Cities, Wounds, Lightness and Pain’ en is een knappe weergave van de kracht, furie en energie die het trio in de loop der jaren heeft voortgebracht.
Dat vertaalde zich op het podium naar een strakke, stomende sound waarbij Young Widows steeds gedrevener en potiger uit de hoek kwam. Vandaar een beetje onze ontgoocheling, het trio leek steeds beter op dreef te komen en op het moment dat zowat iedereen voelde dat hier een heuse apotheose stond te gebeuren, hielden de heren er doodleuk mee op. Balen was dat.

Maar goed, hetgeen we op ons bord kregen was straf en potig genoeg om te mogen vaststellen dat Young Widows een verduiveld snedig bandje is. Maar de volgende keer mag het iets meer zijn.

Neem gerust een kijkje naar de pics van hun set in de Magasin 4, Brussel , één dag eerder
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/magasin-4-brussel/young-widows-30-03-2019
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/magasin-4-brussel/thot-30-03-2019
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/magasin-4-brussel/shoeshine-30-03-2019
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/magasin-4-brussel/pink-room-30-03-2019

Organisatie: Kreun, Kortrijk

donderdag 07 februari 2019 18:22

Blood On The Street

Dit ongure veteranenduo is eigenlijk nooit echt vanuit de Belgische noise underground scene naar boven geklauterd. De heren ramden nochtans al met zijn tweetjes in de primaire bezetting drums/gitaar lang voordat The White Stripes of The Black Keys dat hip gemaakt hebben.
Sedert einde van de jaren negentig dropt Vandal X om de zoveel jaren een plaat, en dat zijn stuk voor stuk ruwe en venijnige kopstoten. Veel zijn er echter nooit van over de toonbank gegaan wegens te ruig, te wild, te roodgloeiend of weet ik veel wat. Maar dat hebben de heren nooit aan hun hart laten komen, als ze maar op hun geliefkoosde manier flink konden doorrammen. Hun tomeloze energie heeft zich altijd geuit in compromisloze en eigenzinnige noise-rock die niet gemaakt is voor gevoelige oren, laat staan de radio.
Het constante verblijf in de noise-underground heeft hen wel een cultstatus opgeleverd die tot op vandaag standhoudt. In hun lange carrière hebben ze ook al een paar ommetjes langs Pukkelpop gemaakt (in de tijd dat het nog een echt alternatief festival was) en zijn ze onder andere met Mauro Pawlowski en Steve Albini de studio in getrokken.
Wie het duo al ooit eens live aan het werk gezien heeft weet dat het er steevast loeihard, pokkenluid en behoorlijk wild aan toe gaat, en dat er hoegenaamd geen tijd is voor adempauzes. Vandal X op een podium, dat is razernij in het kwadraat.
Wel, we hebben goed nieuws voor u : Vandal X heeft een nieuw album uit, en ze maken nog evenveel pokkeherrie als voorheen. Deze keer hebben ze onderdak gevonden bij Consouling Sounds, het opvangtehuis bij uitstek voor lawaaimakers met destructieve neigingen.
Daar mogen ze zoveel keet schoppen als ze willen, en dat doen ze naar hartenlust. We stellen vast dat dat Vandal X met deze plaat nog verder is opgeschoven richting metal, maar dan vooral metal van het gortige soort, gekruid met een scheut bijtende hardcore.
De titelsong “Blood On The Street” opent veelzeggend met wat geruis en beukt dan genadeloos de deur in met een loodzware riff, het klinkt log en vooral heavy en het flirt met doom-metal. De massieve power van “Be The One” en “I Am A Ghost” hunkert naar het smerigste van Torche en in “Patient Zero” wordt de heavyness zo grof uitgesmeerd dat het lijkt alsof Ufomammut bij het feestmaal is komen aanschuiven.
Een absolute pitbull-motherfucker van een song is “I Do Remember 9-14-17”, een helse bom die alles moordlustig openscheurt. Klinkt als het gemeenste van Fucked up.
En zo gaat het duo naarstig door, het album bevat evenveel rustpunten als er okapi’s in de Schelde zwemmen.
Met ouder worden heeft Vandal X absoluut niet aan explosiviteit of brutaliteit ingeboet. Integendeel, dit is nog steeds van het scherpste wat er qua noise-rockbands in België te vinden is.

donderdag 07 februari 2019 18:10

See Me In Synchronicity

Solo momentje van Ian Clement, het middeltje om zijn persoonlijke frustraties en demonen kwijt te kunnen, ver weg van de gloeiende versterkers van Wallace Vanborn. Naar het schijnt worstelt Clement met nogal wat innerlijke kwelgeesten, maar de plaat is niet zo donker geworden als men op basis daarvan zou durven vermoeden. Dit is niet Mark Lanegan in een diepe grafkelder, maar gewoon een songwriter die een hoop innige en bekoorlijke songs uit zijn gekwelde ziel heeft geperst.
De songs en de vibe doen ons bij wijlen sterk denken aan Flying Horseman. Het zijn fraaie verstilde rocksongs die nergens uitbarsten, maar wel af en toe een uitgelaten gitaar in het universum droppen. Clement’s warme stem neigt al wel eens naar Stuart Staples en Bryan Ferry. En dat komt zijn songs goed uit, want die zijn niet gemaakt om de wilde haren in het rond te laten waaien. Het zijn ingehouden pareltjes, die met finesse en passie zijn ingepakt door een stelletje bekwame muzikanten die perfect weten waar en wanneer ze zich moeten inhouden.
‘See Me In Synchronicty’ is misschien wat te clean, maar het is vooral een mooi plaatje dat gevuld is met vernuftige songs die elk een leventje op zich lijden.

donderdag 07 februari 2019 22:09

Witness the Legitness

Nu Ian Clement zijn band Wallace Vanborn voor onbepaalde duur in de diepvries heeft gestoken, is er wat meer tijd voor iets anders. Terwijl hij solo als singer/songwriter met gevoelige songs door het land trekt, haalt hij elders terug de sloophamerriffs boven. Dit met het nieuwe bandje The Very Very Danger. De sluizen gaan wagenwijd open en er worden schuimbekkende vuile riffs doorgejaagd. Er zit bovendien ook flink wat gekte in het geheel verpakt en dat maakt het er alleen maar interessanter op. Het klinkt bij momenten alsof Triggerfinger koud in de reet wordt gepakt door Raketkanon.
Voor de riff van opener “G.G AFK Noob” is men nog wel even leentje buur gaan spelen bij Rage Against The Machine, maar dat zien we door de vingers. Daarna gaat het met de uit zijn voegen gebarsten riff-punk van “Lite My Litah” echt hard. Ook “Tesla Spoil” lijdt aan hondsdolheid, een ultra smerige klomp van een song die met een kwak tegen de muren uiteenspat. En “Watashi To Kite” komt rechtstreeks uit de Japanse psychiatrie. Prettig gestoord, psychotisch en compleet in de war.
‘Witness The Legitness’ duurt amper een half uurtje. Wel een half uurtje feesten met het schuim op de mond.

zaterdag 16 maart 2019 21:59

Rumours - Elektronica in het theater

Een beetje een buitenbeentje om te beginnen. Frankie Traandruppel, alias Lee Swinnen, kwam een handvol goudeerlijke ruwe songs spelen op zijn elektrische gitaar. Buiten het jatten van een songtitel had zijn muziek verder overigens niks te maken met de claustrofobische klanken van het legendarische Suicide.
Swinnen bewees dat hij ook zonder de wilde garagesound van Double Veterans of Tubelight best wel doorleefd kon uit de hoek komen. Maar of zijn act paste in het totaalplaatje van de avond ? daar moeten we een volmondig neen op antwoorden.

Geen idee in wiens brein het eerst was opgekomen, maar het idee om Rumours in de prachtige Gentse Minardschouwburg te laten aantreden bleek een voltreffer. Te meer daar men ook de ruimte achter de coulissen in het totaalconcept mee had opgenomen. Zo leek de band in een heuse club te spelen met een driedimensionale lichtshow achter hun rug. Die lichtshow was naar het schijnt voor een deel overgekomen uit de Kompass Club. Die hadden ze daar toch niet meer nodig na die bedenkelijke stunt van de kersverse Gentse burgemeester Matthias De Clercq. Die oetlul heeft zich met het sluiten van de club al meteen onsterfelijk belachelijk gemaakt. Zijn burgemeesterschap is nog maar net begonnen en bij de Gentse jeugd heeft hij het al volledig verkorven.
Maar goed, terug naar de orde van de dag.
Tweede geniale idee van de avond was om het concert te laten beginnen met de apocalyptische klanken van Mattias De Craene. Hij deed in de verte iets onheilspellends met allerlei instrumenten, en dat op een ontspoorde beat van dreigende jungle-drums, alsof er ergens elk moment iemand zou geofferd worden in de stomende kookpot van een stel losgeslagen kannibalen.

De bevreemdende set van De Craene ging vloeiend over in de elektronica van Rumours. En die elektronica kwam veel sterker tot zijn recht dan op het overigens ook niet onaardige album ‘Megamix’. Hier in de heerlijke Minard leek alles op zijn plaats te vallen, de vocals, de vibe, de lichtshow en de vloeiende klanken die de band uit de synthesizers en keyboards haalde.
Eén en ander zorgde ervoor dat het bij momenten wel heel indrukwekkend en intens was. We bespeurden op de rustige momenten af en toe het mysterieuze van Portishead, elders dan weer de  licht zwevende dansbare klanken van Bonobo of Floating Points. Op zijn stevigst creëerde Rumours zelfs een soort bezwerende industrial techno-sound die met de forse uithalen van zangeres Hannah Vandenbussche vaak tot een stomend hoogtepunt uitgroeide. Vandenbussche stuwde met haar innige stem, die een gothic tintje had, de songs naar een hoger universum. Als wij het hier over een gothic tintje hebben, versta ons dan niet verkeerd. Dit was heus geen fuckin’ Within Temptation, denk eerder aan Chelsea Wolfe die zich in een bedje van synthesizers wentelt.
Op de plaat was de kracht van dit collectief ons nog niet helemaal opgevallen, maar live kwam het allemaal veel sterker uit de verf. Kortom, Rumours is wederom het soort band die je live aan het werk moet zien om er ten volle te kunnen van genieten. En op een toplocatie als de Gentse Minard was dat al zeker het geval.  

Knappe show, en vooral een knap totaalgebeuren.

Organisatie: Schmink vzw

donderdag 31 januari 2019 16:14

Elsewhere Bound

Toch alweer het vijfde studio album van deze Vlaamse bluespurist, ondertussen al een begrip in Belgische blueskringen. Op zich is dat ook maar een klein wereldje met een beperkte historiek natuurlijk, maar toch. In ons Belgenlandje zijn er dan ook nooit katoenplantages geweest, de blues beperkt zich hier eerder tot een cafégebeuren, maar dan wel bij voorkeur in een bruine kroeg.
Het minste wat je van Tiny Legs Tim kan zeggen is dat hij niet in cirkeltjes blijft draaien. Met ‘Elsewhere Bound’ heeft den Tim het over een andere boeg gegooid. Uiteraard blijft hij binnen de paden van de blues, maar die liggen zoals u weet soms nogal ver uit elkaar. Tim heeft deze keer zijn blues wat meer aangekleed en er wat toeters en bellen aan gehangen. Maar gelukkig nergens te veel, het is geen kerstboom geworden. Tiny Legs Tim laat zich uitvoerig begeleiden door een horde doorwinterde muzikanten waardoor zijn blues misschien niet meer zo puur klinkt, maar wel avontuurlijker. Vooral een stel blazers brengen de schwung erin, en we bespeuren ook hier en daar wat latino percussie die voor een zuiders tintje zorgt. Klinkt het gek als wij al eens aan Los Lobos moeten denken ? Check.
Waar Tiny Legs Tim zich met zijn vorige platen meer op uw ziel richtte, heeft hij het nu meer op uw heupen gemunt. Er mag met name al eens gedanst worden op de blues, en dat is dikwijls het geval op ‘Elsewhere Bound’.
Maar bovenal schittert TLT toch maar weer met zijn subtiele gitaarspel, waarin John Lee Hooker nooit ver weg is. En natuurlijk ook met zijn gepassioneerd songschrijverschap, want er staan toch weer enkele pareltjes van het zuiverste water op dit album.
Dat maakt van ‘Elsewhere Bound’ een mooie aanvulling in het stilaan indrukwekkende repertoire van een kerel die 100% is opgetrokken uit Vlaamse kleigrond, al heb je dikwijls het vermoeden dat daar wat diep zuiders bloed recht vanuit de Mississsippi Delta door stroomt.

Het album wordt de komende weken voorgesteld in De Singer Rijkevorsel (22/02), AB Brussel (01/03), De Roma Antwerpen (08/03), Casino St Niklaas (28/03), 4AD Diksmuide (29/03) en Handelsbeurs Gent (14/05).

Pagina 1 van 94