 Crossing Border Festival 2011 Arenbergschouwburg en Toneelhuis Antwerpen 19-11-2011
Crossing Border Festival 2011 – Overheersing haalt het wat te vaak van de synergie Crossing Border Festival 2011 DAG 1 – zaterdag 19 november 2011 Sinds 1993 wordt in Den Haag het Crossing Border festival georganiseerd. De betrachting was van meet af aan literatuur, muziek en beeldende kunst uit elkaars cocon te halen en de diverse werelden synergetisch in elkaar te laten overvloeien zodat op één of meerdere dagen een totaalpakket kon aangeboden worden. In 2009 kreeg dit festival een Belgisch luik door op hetzelfde weekend een deel van de artiesten, schrijvers, dichters en vertellers die in Den Haag acte de présence gaven, ook aan bod te laten komen in de Antwerpse Arenbergschouwburg. Aanvankelijk was de Belgische versie beperkt tot één dag maar vorig jaar werd dit reeds uitgebreid met twee vooruitgeschoven concerten (meer bepaald op vrijdag Rufus Wainwright en op zaterdag het Mercury Rev Clear Light Ensemble). Afgelopen weekend werd er nogmaals een verlengstuk aangebracht doordat geopteerd werd om het programma op te delen in twee (bij momenten te) goedgevulde avonden (zaterdag- en zondagavond) en qua plaats van gebeuren kregen de vier zalen in de Arenbergschouwburg het gezelschap van het prachtige Toneelhuis (tot ruim buiten ’t Stad ook wel gekend onder de naam Bourlaschouwburg). Dit betekende een inflatie aan artiesten en auteurs en als bezoeker kreeg men door tal van overlappingen nog meer als voorheen af te rekenen met dilemma’s: welk optreden, interview of voorleesmoment zou men kiezen en wat zou men – op gevaar af nu net dé ontdekking of hét hoogtepunt van het festival mis te lopen – links laten liggen? Ook werden de schrijvers jammer genoeg door het grotere aanbod wat naar het achterplan gedrongen en dat is bijzonder jammer, zeker als men weet dat er kleppers aanwezig waren als Alan Hollinghurst, Jennifer Egan of Elmore Leonard. Maar ach, laten we deze opmerking en tevens de bevinding van diverse mensen die we hebben gesproken, niet als enige conclusie weerhouden van Crossing Border editie 2011 want zelfs al diende men noodgedwongen heel wat te missen (is het inbouwen van meerdere podia trouwens geen veralgemeende evolutie geworden op festivals?), er viel genoeg fraais te beleven zoals volgend verslag zal onderstrepen. En dat laatste is mede te danken aan de organisatoren die er in geslaagd zijn om nog meer literair en muzikaal fraais naar België te halen (in totaal ruim 60 optredens). En met een ticketprijs van 40 euro voor beide avonden zat men ver onder de gemiddelde markttarieven. Kiezen was verliezen dus (dit jaar concentreerden we ons zelf vooral op de muziek), maar toch vooral ook ontdekken omdat er naast een aantal grotere namen toch vooral nieuwe beloftevolle acts geprogrammeerd stonden dit weekend. Via één van die beloftes trok het festival zich op gang: in de kleinste zaal van de Arenbergschouwburg, de ‘Red Eye Fly’, mocht Ned Younger, een Londense zanger-liedjesschrijver, het festival aftrappen. Met ‘Hi, I am Monument Valley’ (***) introduceerde deze beschaafde Brit zich bij de vroege festivalgangers. Een ietwat bizarre naam voor een soloartiest, nog een geluk dat hij zich niet “Grand Canyon” genoemd had. Deze upper-class versie van Billy Bragg, trok ons direct mee in zijn intieme folksongs, die hij begeleidde op een afgeklemde akoestische gitaar of al tokkelend op een elektrische gitaar. Bij momenten had het iets van Nick Drake, vooral door de intimiteit en de zuiverheid van Younger’s stem. Het werd zelfs heel intiem toen hij naar het einde van de set, zelfs een stuk zonder micro bracht. Zijn gelimiteerde EP ‘No Air’ was in een mum van tijd uitverkocht en dat zal met de nieuwe, van een fraai artwork voorziene ‘Tongues’ wellicht niet anders zijn. Monument Valley greep ons direct bij het nekvel en zijn set vormde het perfecte begin van het festival. Na de aankoop van de nodige jetons om onze honger en dorst te laven, trokken we de trappen op richting de ‘Continental Upstairs’-zaal, met als bestemming Dry The River (***). Dit vijftal uit Oost-Londen heeft al enkele EP’s uit en die zijn namelijk zeker het checken waard. De groepsleden hebben een punk- en metalverleden en dat was er aan te zien: de bebaarde bassist had tatoeages op beide armen en kon voor de Engelse neef van de broertjes Followill van Kings of Leon doorgaan. Dry The River speelt echter folkrock met drie stemmige harmonieën, gebruikt viool en pakt bij momenten heel stevig uit. Arcade Fire is nooit ver weg. De hoge stem van zanger Pete Liddle klonk in nummers als “Night Owls” en “Family Tree” als twee druppels op die van Justin Vernon (a.k.a. Bon Iver). Dezelfde Vernon die als referentiepunt nog meermaals zal terugkomen in ons verhaal. De Rode loper werd op de VRT opgedoekt maar kreeg een tweede leven op Crossing Border. Want om zich van het ene gebouw naar het andere te begeven, fungeerde een rode loper als richtingaanwijzer en riep het bovendien een vervroegde kerstsfeer op. Mooi en efficiënt want het zorgde ervoor dat we op tijd de Bourla bereikten om Josh T. Pearson (***** voor de bindteksten; *** voor de muziek). aan het werk te zien. Deze Texaanse ‘Uberbaard’ (ooit nog bij Lift To Experience) heeft volgens sommige critici met ‘Last Of The Country Gentleman’ de plaat van het jaar gemaakt. In ieder geval was Pearson met vlag en wimpel de beste entertainer van het weekend: zijn bindteksten en blowjobmoppen waren minstens even goed als zijn nummers. Een bloemlezing: “The first song is called “Tuning”; “What’s the difference between a large pizza and a musician? A large pizza can feed a whole family” of “The next song is a good old Texas traditional wife beating love song”. Waar zijn bindteksten top zijn, is zijn muziek heel wat minder hapklaar: lange nummers, enkel met stem en spaarzaam begeleid door gitaargetokkel gebracht zonder veel strofes of refreinen. Echt iets voor de meerwaardezoekers, maar wel redelijk weerbarstig. Het Belgische Few Bits (***) gevormd rond Karolien Van Ransbeeck (ex-Sodatune), gaf ondertussen in de foyer van de Arenbergschouwburg (voor de gelegenheid omgedoopt tot ‘Club de Ville’) een meer dan gedegen concert. Van Ransbeeck werd vorig jaar nog door Tom Van Laere (Admiral Freebee) gekozen als zijn ‘poulain’. Ze was te horen als gasmuzikante op zijn album ‘The Honey And The Knife’ en trad nadien ook aan in zijn voorprogramma. Ook op ‘Everybody Knows It’s Gonna Happen, Only Not Tonight‘ van The Go Find staat een duet met haar te prijken. Verwonderlijk is dit niet want haar vocalen deden ons herhaald denken aan deze van Hope Sandoval (Mazzy Star) en dat mag als een compliment opgevat worden. Ook de nummers mochten er zijn: deels ingetogen en intiem maar af en toe wat steviger gebracht wat de variatie ten goede kwam. De set van Few Bits dienden we voortijdig te verlaten want we wilden niks missen van Lanterns On The Lake (****). Na in 2008 en 2009 twee EP’s in eigen beheer te hebben uitgebracht, leenden ze een 8-track recorder en gingen thuis en nadien ook in een geïsoleerde woning te Northumberland aan de slag om enkele van deze oudere tracks opnieuw op te nemen (en te voorzien van een rijkere instrumentatie) en deze aan te vullen met nieuwe nummers. Dit resulteerde dit jaar in een eerste volledige album ‘Gracious Tide, Take Me Home‘ op het Bella Union label waarop ook groepen als Fleet Foxes, Explosion in The Sky of Vetiver onderdak vonden. Op de plaat wordt klassieke folk aangelengd met een flinke portie strijkers, en wat elektronica wat leidt tot een hartverwarmend geheel dat perfect past in uw platencollectie naast namen als Low, Mazzy Star, JJ of labelgenoten Beach House. Hun concert op Crossing Border begon onder een slecht gesternte want dit sextet uit het Engelse Newcastle had af te rekenen met technische problemen. Met enkele minuten vertraging kon gelukkig toch van start gegaan worden. Al vroeg in de set werd “A Kingdom” overtuigend en met heel wat vaart en warmte gebracht. Bij “Ships in The Rain” werden de akoestische gitaar, de viool en de tweede gitaar bespeeld met een strijkstok, zo delicaat aangeroerd alsof je ook daadwerkelijk regendruppels voelde neerdalen. Van een nog grotere schoonheid was “You Need Better” waarbij zangeres Hazel Wilde gebruik maakte van een tamboerijn en het geheel werd opgesmukt met extra folk en blues. Bij momenten werd ook niet geschuwd om aan de piano wat knisperende elektronica toe te voegen. Hoogtepunt van de set was het van een prachtige melodie voorziene “Keep On Trying”. Enkel wat drumborstels zachtjes gehanteerd door Ol Ketteringham, de bepalende viool van Sarah Kemp en op het voorplan de dromerige samenzang tussen Hazel Wilde en Adam Sykes dat – hoewel voller van geluid – ook wat deed denken aan de manier van werken bij de XX. “I Love You, Sleepyhead” vormde de perfecte uitgesponnen afsluiter. Ingezet met een ingetogen bespeelde piano (die naarmate het nummer vorderde meer en meer leek te zijn weggeplukt uit het album ‘Closing Time’ van Tom Waits), wat spaarzame bas (bespeeld door Brendan – broer van – Sykes) en aanzwellend tromgeroffel en viool. Het nog prille oeuvre van Lanterns On The Lake werd iets steviger en minder sferisch, filmisch en episch dan op de plaat zelf uitgevoerd maar was daarom niet minder mooi. Enige minpuntje was dat enkele uitgelaten tieners zich op een Chirokamp waanden en het nodig vonden om wat kampvuurliederen te zingen aan de bar (door een andere zaalindeling bevond de ‘Continental Upstairs’ zich nu net naast de deuren die toegang verschaften tot de grote zaal (‘La Zona Rosa’) en werd ook extra barruimte gecreëerd met alle nadelige omgevingslawaai tot gevolg. Bij groepen die een hoog geluidsniveau produceerden, was dit niet nadelig maar bij breekbare muziek als Lanterns On The Lake kwam dit storend over. Zelfs aan de mengtafel werd meewarrig met het hoofd geschud. Lanterns On The Lake stond eerder deze maand ook reeds in de Brusselse Botanique. Wanneer ze nog eens ons land zullen aandoen, blijft onzeker maar intussen vormt ‘Gracious Tide, Take Me Home‘ een blindelings aan te schaffen pareltje voor al wie dweept met het Duyster programma op Studio Brussel. Omdat het concert van Joan As Police Woman (a.k.a. Joan Wasser) geprangd zat tussen deze van Lanterns On The Lake, Other Lives en Gavin Friday hebben we dit aan ons – moeten – laten voorbijgaan. Onderweg naar de Bourla waar Gavin Friday na zovele jaren nog eens op een Belgisch podium te zien was, passeerden we het concert van Birds That Change Colour die als vervanger van Lost In The Trees aan de affiche werden toegevoegd. Een globaal oordeel is door de weinige minuten dat we hiervoor konden uittrekken niet te vellen maar wat ons oor aan geluiden binnenkreeg was niet van dezelfde kwaliteit die we van hen gewoon zijn. Te luid – maar aan dat euvel leden bijna alle concerten die daar plaatsvonden – en vooral niet zuiver. Ook de opvallende outfits konden niet vermijden dat de vogels nogal vaal oogden. Hier zat veel meer in. De Ierse zanger-liedjesschrijver, schilder en componist Gavin Friday (****) zal het meest tot de verbeelding blijven spreken als excentriek boegbeeld van de postpunk formatie Virgin Prunes die met hun album ‘… If I Die, I Die’ (1982) een absolute klassieker op hun naam hebben staan. Maar ook na het ontbinden van de groep halfweg de jaren ‘80 maakte Friday (echte naam Fionán Martin Hanvey) nog drie knappe soloplaten met als absolute uitschieter zijn debuut als soloartiest ‘Each Man Kills The Thing He Loves’ (1989). Nadien volgden ‘Adam ‘n’ Eve’ (1992) en ‘Shag Tobacco’ (1995). En toen bleef het 16 jaar qua albums erg stil … tot dit jaar ‘catholic’ (met kleine ‘c’ werd ons duidelijk gemaakt) in de winkels lag. Op de hoes staat Friday afgebeeld als overledene, liggend onder een Ierse vlag met kruisbeeld op de borst. Met andere woorden Friday ten voeten uit: opvallend, de gemoederen niet onberoerd latend en mogelijke confrontaties totaal niet schuwend. Zijn concert in het Toneelhuis was minder extreem of aanstoot gevend als weleer maar anderzijds besloot de 52-jarige Friday er geen loutere gezondheidswandeling van te maken. Hij is al steeds in de ban geweest van cabaret en theatrale artiesten als Jacques Brel, Kurt Weill, Oscar Wilde, David Bowie, Enrico Caruso, Edith Piaf of Marc Bolan en onderstreepte dit overvloedig door voortdurend door de knieën te buigen, met een megafoon aan de haal te gaan, marcherend het podium af te wandelen of het publiek actief bij het hele gebeuren te betrekken. Na anderhalf decennium wachten om nog eens studiomateriaal uit te brengen, lag het binnen de verwachtingen dat Friday in de eerste plaats zijn jongste plaat ‘catholic’ zou voorstellen. De positieve vaststelling daarbij was dat dit de kwaliteit van het concert niet onderuit haalde want stuk voor stuk bleken de nieuwelingen ook live erg sterk uit de hoek kwamen. In de eerste plaats was dit het geval met de single “Abel”, mede door de cello van Kate Ellis en de drumpartijen van André Antunes. Tijdens dit nummer werd duidelijk dat hoewel Friday al van kinds af goede maatjes is met Bono, hij qua sound nog nooit zo dicht deze van U2 heeft benaderd als nu (en meer bepaald ten tijde van ‘The Unforgettable Fire’). Er werd natuurlijk ook ruimte vrijgemaakt voor een terugblik. Geopend werd zowaar met “Caucasian Walk” van The Virgin Prunes (alsof hij een statement wenste te maken en alle gezeur om verzoeknummers van zijn vorige groep uit de weg wou gaan). Verder volgden nog de revue: een intens “Apologia” met een mooie combinatie van piano (bespeeld door medeschrijver Herbie Macken die na enkele decennia de vertrouwde Maurice Seezer verving) en cello; “Next” (een cover van ‘Au Suivant’ van onze muzikale grootheid Brel); “Caruso” (met opvallende baspartijen door David Mooney); “King of Trash” (voorzien van de nodige elektronica); “Rags To Riches” (met een vleugje reggae en de strakke tonen van de cello) en “Angel” (dat op veel applaus mocht rekenen). Als toegiften volgden “Each Man Kills The Thing He Loves” en “It’s All Ahead Of You” (met een mooie balans tussen cello, drums en subtiel gitaarwerk van Robson Rocha). Zijn passage op het Crossing Border festival was een van de eerste concerten van de nieuwe tournee van Gavin Friday en enerzijds in de veronderstelling dat naarmate de maanden vorderen de muzikanten nog meer op elkaar ingespeeld zullen geraken en anderzijds vanuit de wetenschap dat hij volgend jaar in februari driemaal te horen en te zien zal zijn in ons land, namelijk in de Gentse Handelsbeurs, het Leuvense Depot en de Hasseltse Muziekodroom, heeft u als eventuele fan weinig of geen excuses om hem in 2012 niet aan het werk te zien. Knappe terugkeer, Gavin! Gelijktijd met Gavin Friday stond in de Arenbergschouwburg Other Lives (****) te concerteren. Dit vijftal uit Oklahoma brak eerder dit jaar door met hun tweede album ‘Tamer Animals’ en ging op Crossing Border heel avontuurlijk om met hun interpretatie van folkrock. Er vielen flarden Explosions In The Sky, Godspeed You Black Emperor, Sigur Rós, Leonard Cohen tot zelfs traditionele verstilde folk te horen. Naast cello en trompet, zaten er ook elektronica beeps en bleeps in de nummers. Soms was de sfeer pastoraal, soms donker en filmisch maar altijd subtiel en nooit overladen, en dit ondanks de vele instrumenten die de muzikanten constant onderling uitwisselden. Bijzonder sterke en avontuurlijke set van dit vijftal waarbij zanger Jesse Tabbish iets weg heeft van David Gray. We volgen Heather Nova (***) al enkele jaren niet meer op de voet op, vooral omdat de sterke songs op haar laatste paar albums wel heel dun gezaaid zijn. maar toch besloten we om met open geest naar het afsluitende concert van de eerste avond van Crossing Border te gaan. Heather Frith is ondertussen 44, maar ze is nog altijd even slank en bevallig. Waar ze 15 jaar geleden dikwijls heel timide op het podium stond en nauwelijks contact had met het publiek, heeft de leeftijd haar blijkbaar zelfzekerder gemaakt. Nova was zaterdag heel communicatief, zocht veel contact met het publiek en babbelde uitgebreid tussen de nummers door. Ze treedt weer op met de band uit haar succesperiode (zie de albums ‘Oyster’ en ‘Siren’) en had het podium opgesmukt met een tapijt en omheen haar microstatief hingen jasmijnen, verwijzende naar haar vorige album ‘The Jasmine Flower’. Heather Nova begon haar set van 60 minuten met “Everything Changes” en schakelde toen over naar haar oude hits, zoals “Heart And Shoulder” waarin ze bewees dat ze nog altijd zonder probleem de hoge noten haalt. Ook in “Like Lovers Do” en “I Need An Island” bewees deze nachtegaal uit Bermuda dat er nog lang geen sleet zit op die gouden stem. In een smachtende bluesy versie van “All I Need” klonk ze dan weer heel sexy waarbij ze aantoonde dat veel verschillende genres aan te kunnen. Het probleem afgelopen zaterdag lag niet bij Heather maar eerder bij de band. De gitariste leek wel een hardrock verleden te hebben en smokkelde overal harde riffs en overbodige gitaarsolo’s in de nummers zodat bijvoorbeeld “Save A Little Piece Of Tomorrow” en “Winterblue” de nek omgewrongen werden door de middle of the road hardrock uitvoering die ze in de USA wellicht kunnen smaken maar die bij ons gewoonweg geforceerd en ongeloofwaardig overkomt. Van Heather Nova verwacht men niet dat ze als Anouk klinkt. Ook de bassist was stukken beter als hij zijn cello ter hand nam want zijn bassloopjes klonken even lomp als de gitaarsolo’s overdreven waren. “London Rain” en “Beautiful Ride” waren dan weer wel op niveau qua uitvoering. Laatstgenoemde nummer zou op een openluchtfestival zelfs tot voorbij de geluidstorens de handjes in de lucht doen gaan. Heather Nova verraste vanavond positief door haar stem en assertiviteit. Maar haar band haalde het niveau van het optreden dan weer naar beneden door de lompe AOR-rock uitvoering van de nummers. Omdat Jessica Hoop door Peter Gabriel werd gevraagd om zijn voorprogramma te verzorgen, zegde zij af voor Crossing Border. Vervanging werd gevonden in de lieftallige en al even vrouwelijke Noorse Susanne Sundfør (***1/2). Amper 25 jaar maar met reeds drie platen op haar actief heeft ze in eigen land al een topstatus bereikt. Ook buiten Scandinavië kunnen we intussen met haar werk kennis maken omdat haar in 2010 verschenen plaat ‘The Brothel’ – in Noorwegen het tweede bestverkochte album van afgelopen jaar – nu ook een release buiten haar geboorteland heeft gekregen. We zagen een frêle, timide zangeres die door zich te bedienen van louter een keyboard in combinatie van een sober decor (slechts een witte doek waarbij door spots enkele achteraan bevestigde vogels te voorschijn kwamen) haar muziek ontdeed van overbodige franjes en deze tot de essentie herleidde. Sundfør bood daarbij iets meer dan het vertrouwde ‘meisje achter de piano’ en leverde een mooi staaltje van haar kunnen af. Vooral haar bijzonder mooie vocalen kwamen volledig tot uiting. Fraais viel er te beleven bij “Lullaby”, “Turkish Delight” en vooral de afsluiter “The Brothel” waarbij we in het begin flarden van het themanummer van de TV reeks ‘Twin Peaks’ ontwaarden. Halfweg haar concert excuseerde Sundfør zich voor het feit dat ze verkouden was. Welnu, op het podium was daar niet veel van te merken dus kan de vraag gesteld worden wat dit niet moet geven als ze kerngezond kan aantreden. Ze vroeg enkele malen of iedereen OK was omdat het publiek zo stil en aandachtig aan het luisteren was. Iemand riep terug dat men gehypnotiseerd was en dit was wellicht ook de bevinding van alle aanwezigen. We hoorden in het kleinste zaaltje van Crossing Border verstilde pracht uit een ander universum. Mocht men de boodschap hebben gebracht dat er buiten 30 cm sneeuw lag, we hadden niet vreemd opgekeken. Gelukkig bleef het in realiteit beperkt tot dichte mist zodat we zonder al te veel problemen en met een mooi gevoel huiswaarts konden rijden om ons op te laden voor dag 2 van het festival. Organisatie: Crossing Border ism Arenbergschouwburg, Antwerpen |