logo_musiczine_nl

Cactus Club, Brugge - concerts

Cactus Club, Brugge - concerts 2026 18-01 Xink (ism Stricto Tempo) (new date) 19-01 Lydia Lunch & Marc Hurtado play Suicide (+ the songs of Alan Vega) 23-01 Axelle Red (ism Stricto Tempo) 24-01 Nah Mean, NewYear celebration (Org: Do vzw) 28-01 Nicolas…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

De Gentse band The Stiffs opende de avond met een mix van rockabilly, hard rock en garagerock. De ervaren rotten die hun sporen verdiend hebben in de Gentse rockscene van ondermeer The Mudgang en Soapstone wisten nog aardig te rocken, getuige enkele ferme covers waaronder een schitterend “Evacuation” van Evan Johns and The H-Bombs en een vet “She got me when she got her dress on” van de machtige Masters Of Reality. Fijne start.

Nashville Pussy heeft niet bepaald de eerste prijs gewonnen voor subtiliteit, hun muziek en sound refereren meer naar tieten en bier dan naar doordachte levenswijsheden. Maar dat weten ze zelf beter als geen ander, want het is hun handelsmerk. Ook in Minnemeers te Gent speelde de band luid en snoeihard hun mix van potige southern rock, punk en hard rock. Simpel en rechtdoor ramden ze er ook enkele songs door van de nieuwe plaat die er zit aan te komen. Moet het nog gezegd dat deze songs geen haar anders klinken dan diegene op hun andere platen, maar wel even lekker en stevig de zaal in rolden. Gitariste Ruyter Suys speelde alweer al haar troeven uit, zijnde haar splijtende gitaarsolo’s en een koppel ferme tieten. Frontman Blaine Cartwright zijn bierpens paste volkomen bij de gemene cockrock die hij uit zijn scherpe strot deed loeien. Kortom, Nashville Pussy was hier volledig zichzelf, en dat was waar wij voor gekomen waren.

The Supersuckers noemden zichzelf in alle bescheidenheid ‘The best rock’n’roll band in the world’ maar dat waren ze niet bepaald. Ze begonnen sterk en eindigden ook zeer gedreven, maar hetgeen daar tussenin zat deed de zaal voor de helft leeglopen. Er zat wel meer variatie in The Supersuckers dan in het dichtgeplamuurde geweld van Nashville Pussy daarvoor, maar wat bezielde hen in hemelsnaam om voor meer dan een half uur country songs te gaan spelen. Eentje vonden we wel een leuke afwisseling, maar een half uur ? Een puntig en hard slotkwartier , met ondermeer een sterk “Jailbreak” van Thin Lizzy, kon het optreden niet meer redden maar overtuigde ons wel van het feit dat deze jongens wel degelijk konden rocken. Ze hebben het zelf een beetje om zeep geholpen en zullen daar wel een goede reden voor gehad hebben, hopen we althans voor hen.

Organisatie: Democrazy, Gent

donderdag 08 januari 2009 01:00

Doomsdayer’s holiday

Wie in de donkere spelonken van de underground graait zal daar de plaat ‘Doomsdayers holiday’ van Grails vinden. Een vreemd en onheilspellend maar beklijvend album met haast angstaanjagende klanken uit een onontgonnen wereld. Er wordt geen noot gezongen, de songs zijn fraaie lappen instrumentale hypnotiserende rock,  filmische stuiptrekkingen van doodverklaarde hippies, aanzwellende stukken postrock die een constant aanhoudende dreiging ademen.
Dit is de soundtrack van een nooit gemaakte film waarin het gevaar immer aanwezig is, waar hyena’s en giftige adders op de loer liggen, waar ieder moment een serial killer kan verschijnen, maar een plaat die ook ontroert en zalft. Ik weet niet wat u zich hierbij voor de geest haalt, maar u zal wel begrepen hebben dat het om een ongewone en evenmin toegankelijke plaat gaat. In onze oren klinkt ze echter wonderlijk (wij hebben dan ook geoefende oren).
U houdt van de duistere soundscapes van Barry Adamson ? En van de ingehouden dreiging van Brightblack Morning Light ? En van de donderwolken van Earth ? Dan is dit uw ding.
Vreemde en intrigerende plaat, te beluisteren in het pikkedonker.

vrijdag 02 januari 2009 01:00

Dark shades of blue

Wie van Ben Harper houdt, maar net als ons vindt dat die de laatste tijd maar wat inspiratieloos aan het aanmodderen is, kan maar best zijn toevlucht nemen tot de platen van Xavier Rudd. Hij doet meermaals denken aan Harper, maar zijn laatste platen klinken authentieker, doorleefder en intenser dan hetgeen Harper de laatste jaren gebracht heeft.
Op deze ‘Dark shades of blue’ is de toonaard iets donkerder dan wat we van deze Australiër gewend zijn,  de titel deed het ook al een beetje vermoeden. Het is een plaat die soms doet  denken aan ‘Din of ecstacy’, de donkerste maar ook ruwste plaat van wijlen Chris Whitley. Toch is Xavier Rudd iets avontuurlijker en laveert hij zonder veel moeite van aardse blues en folk (het mooie ingenomen “Hope that you’ll stay” en het Dylanesque “Home”) over rootsy wereldmuziek (“Guku”) naar lekker ritmische reggae (“Secrets”) tot vlijmscherpe rock (“Up in flames”, “Dark shades of blue” en het fantastische “Uncle”).
Deze schijf mag dan al iets minder vrolijk en wat moeilijker verteerbaar zijn dan zijn vorig werk, ze snijdt wel dieper en blijft langer hangen. Die typische Rudd geluiden zijn ook niet verdwenen, de man zijn afkomst wordt nog steeds verraden door perfect ingewerkte didgeridoo-geluiden in “Edge of the moon” en “Up in flames”.
Xavier Rudd is vooralsnog de enige die een didgeridoo echt kan laten rocken, als u er zo nog kent mag u hen altijd even komen voorstellen.
‘Dark shades of blue’ is een uiterst aangename en boeiende plaat van een Australiër die dringend meer erkenning moet krijgen buiten zijn geboorteland.

vrijdag 02 januari 2009 01:00

The chemistry of common life

Zullen we u hier even verblijden met een kanjer van een plaatje, een regelrechte djoef op uw bakkes, een harde trap in uw onderste regionen, een hardcore mokerslag, een smerige pot razernij ? Dat doen we, met ‘The chemistry of common life’ van het geweldige Canadese Fucked Up. Of hoe een groepsnaam niet beter kan gekozen zijn. Dit venijnige album raast door een betonnen muur, is gloeiend heet en vernielt alles wat het op zijn weg tegenkomt.
Fucked Up komt uit de hardcore scene, Black Flag is een groot voorbeeld maar men heeft ook selectief de mosterd gehaald bij Sonic Youth en Husker Du.
De band onderscheidt zich van de hardcore wereld door dingen die in het genre normaal taboe zijn op een fantastische manier in hun sound te verwerken, zoals synthesizers, blazers en zelfs een fluit (in opener “Son of the father”). De songs zijn doorgaans ook een stuk langer en heel zeker creatiever dan de modale hardcore song en er schuilt een gezonde melodie onder de agressie.
“Days of last” en “Crooked head” zijn allesverslindende fenomenale lappen punkrock die een beklemmende razernij in zich dragen. “Royal Swan” heeft iets van een op hol geslagen Alice Cooper en “No epiphany” is een rauwe brok modderige punk die flirt met een shoegazer sound. Instrumentals als “Looking for God” en “Golden Seal” zijn aangename rustpunten die voor de nodige variatie zorgen op dit stomend en brandend schijfje.
De plaat eindigt met het machtige titelnummer, een vernietigend statement van een keiharde band die een magistrale kopstoot heeft uitgedeeld en voorgoed zijn stempel heeft gedrukt op de kaart van de rauwe en gemene rock. Een dijk van een plaat.

 

dinsdag 06 januari 2009 01:00

Ron Asheton van The Stooges overleden

De eerste rockdode van het jaar is een feit
Het is gedaan met The Stooges. Gitarist Ron Asheton zijn hart heeft het deze morgen begeven. Herinner u de fantastische Stooges concerten in Lokeren en Werchter Classic en u weet wat de wereld zal missen. Wij treuren.

Voor een avondje pure fun moet je bij Gogol Bordello zijn. Zelf noemen ze hun muziek Gypsy Punk, wij zouden het niet beter  kunnen omschrijven. Onze pogingen: Kozakkenrock? Pogues Go Balkan ? Ramones in Kazachstan?
Feit is, we hebben hier een stomend en kolkend stoofpotje fun gekregen. Opgehitste accordeon, ontsnapte violen, zatte gitaren en een zanger met een uiterst sympathiek Kozakken-accent. Gewoon heerlijk, wie hierbij blijft stilstaan is nog een grotere droogkloot dan Yves Leterme.

Vanaf de eerste seconden zat de vlam erin en stond Le Splendid, overigens een fantastisch zaaltje, op zijn kop. Die Fransen waren goed gek, en dan zeker wanneer de Bordellos zich waagden aan “Mala Vida” van de Franse nationale trots Mano Negra.
Gogol Bordello bracht een kleine twee uurtjes pure energie, geschifte folk-punk die gebeten is van een gedrogeerde Kazachse tsé-tsé vlieg die aan de wodka heeft gezeten. Hun platen klinken al lekker prettig gestoord (onze aanraders: ‘Underdog World strike’ en ‘Super Taranta’, aanschaffen die handel), maar op een podium maakte Gogol Bordello er echt een bruisende cocktail van, heet, swingend als de pest en uitpuilend van een overdosis gezonde energie. Bij momenten stond het podium ook goed vol, een paar bevallige lustige dames waren meegereisd om het geheel nog wat op te vrolijken en af en toe kwamen ook een stel blazers de boel nog een beetje ophitsen. Wat een vrolijke bende ! En ,o ja, zelfs een verhakkelde emmer maakte deel uit van het feest. 

Gogol Bordello speelde aan een razend tempo met een overtuiging van een bende overenthousiaste circusartiesten en met een nooit geziene speelvreugde. Dit was met name een pot fijne compromisloze herrie met het hart en de ballen op de juiste plaats. Meer van dat!

Organisatie: Agauchedelalune, Lille

dinsdag 16 december 2008 01:00

The Black Angels: Sluipend gif

Een dik jaar geleden hebben de Black Angels ons ook al eens omvergeblazen, toen nog als voorprogramma van The Black Keys, in Gent. Nu mochten ze dit voor een goed gevulde Botanique nog eens overdoen, inmiddels met de nieuwe plaat ‘Directions to see a ghost’ op zak, een weliswaar goed album maar eentje die toch wel wat variatie mist waardoor hun debuutalbum ‘Passover’ nog steeds hun meest indrukwekkende plaat tot op heden is.

Vooraf vreesden wij dan ook een beetje dat Black Angels in hun live set iets te weinig variatie voor de dag zouden leggen, maar hier hadden we gelukkig verkeerd gedacht. Wat op plaat ietwat naar eentonigheid neigt, vertaalde zich op het podium naar een donkere bezwerende imposante sound die perfect paste in het kader van deze geknipte concertzaal. De bandleden hielden zelf bovendien de spanning en de variatie erin door om de haverklap met elkaar van instrument te wisselen. De songs klonken als sluipende gifslangen die dreigend en sissend dichterbij kwamen en zich weer terugtrokken om dan met een venijnige beet nog een keer genadeloos toe te slaan. De ietwat schuchtere zanger Alex Maas haalde bijwijlen fel uit en refereerde met enkele Jim Morrison uitspattingen meermaals naar The Doors. Had Jim Morrisson destijds zijn duivels ontbonden met de Velvet Underground in plaats van The Doors achter zijn rug, dan had dit een beetje als deze Black Angels geklonken. Ook bands als The Warlocks, Pink Mountaintops, Brightblack Morning Light en Woven Hand kwamen ons voor de geest, zo dat sfeertje.
De set duurde een klein anderhalf uur en greep ons toch de hele tijd naar de keel. Hoogtepunten: “Science killer” met een diepe dreigende bass en “You in color” van de nieuwe plaat, ”Young men dead” en “The First Vietnamese war” uit het onovertroffen debuutalbum ‘Passover’. De dreiging en spanning bleven het hele optreden behouden, de psychedelica en de obscure sixties sound verstrengelden zich mooi met de duistere en bezwerende eighties galmen. Zo hebben deze Black Angels een nieuw eigen geluid gecreëerd maar hiermee sluipt ook meteen het gevaar binnen om in deze sound te blijven rondhangen. We blijven The Black Angels hoog in het vaandel dragen, maar het spook van de gewenning ligt op de loer, waarmee we willen zeggen dat ze in de toekomst hun muzikale horizonten toch wat zullen moeten verbreden willen ze een band van betekenis blijven. Doch, laat dit duidelijk zijn, de passage in de Brusselse Botanique was meer dan geslaagd.

Opwarmers van de avond, de Brusselse rockers Driving Dead Girls waren hier volledig miscast. Een zanger die zich van wat Jon Spencer jatwerk bediende en een groep die weliswaar hard en strak speelde, maar die ook geen enkel cliché omzeilde en die helaas niet één onvergetelijke song heeft. Op zijn best konden we hier het woord “verdienstelijk” bovenhalen, maar dan zijn we al heel mild geweest.

Organisatie: Botanique, Brussel

maandag 24 november 2008 01:00

Een stevig spanningsveld met Woven Hand

Er is een tijd geweest dat Dave Eugene Edwards er twee bands op nahield, maar nu is het toch wel duidelijk dat hij Sixteen Horsepower definitief de rug heeft toegekeerd om met WovenHand verder door het leven te gaan. Niet dat er zoveel verschil is in de sound en zeker in de spirit van deze twee bands, want het waren of zijn allebei overduidelijk de kindjes van Dave Eugene Edwards in al hun aspecten, donker, onheilspellend, bezwerend en doordrenkt van Amerikaanse zuiderse religie en gospel.

In de Kortrijkse schouwburg - met zijn perfecte klank - speelde WovenHand stevig, met steeds een dreigende onderhuidse spanning niet zelden refererend naar primitieve Indiaanse klanken. Alsof Nick Cave vanuit een Indianenreservaat zijn duivels kwam ontbinden. Edwards, zoals steeds gezeten op een barkruk, bespeelde zijn gitaar met overgave en deed zijn stem, al dan niet door de vibrafoon, meermaals preken en bloeden zoals alleen hij en Nick Cave dat kunnen. De band volgde sober en efficiënt en de songs ontaardden veelal in krachtige uitspattingen van emotie en spanning. De folky en rootsy geluiden van op Edwards zijn platen werden wat achterwege gelaten, in de plaats kwam een sterk en solide brouwsel van gloeiende en bezwerende gitaren die vochten met de hypnotiserende stem van Edwards.
Toch werd enkele keren met branie de gitaar door een mandoline vervangen en de man heeft ook één keer zijn trekzak bovengehaald, dan nog voor het enige Sixteen Horsepower nummer van de avond, de klassieker “American wheeze”.
Het zittend publiek bleef er in het begin van de avond aanvankelijk wat apathisch bij maar naar het einde van de set kwam de uitbundigheid meter wel eens in het rood te staan en Edwards bedankte dan ook  met een vlammend extra bis nummer nadat de lichten al helemaal aangefloept waren en iedereen al aanstalten had gemaakt om de zaal te verlaten. Eén van de betere concerten die we dit jaar mochten meemaken.

Organisatie: CultuurCentrum Kortrijk ism de Kreun, Kortrijk

Het nieuwste jonge Amerikaanse soultalent heet Eli ‘Paperboy’ Reed, is 24 jaar,  is zo wit als een albino konijn en klinkt zwart als een aangebrande kolenkelder.
Het jonge soultalent was reeds een beetje ontdekt bij pers en publiek in Amerika en Groot Brittannië, mocht al aantreden op Dour en laatst nog bij Jools Holland en zag alzo zijn nog prille carrière in een stroomversnelling overschakelen. De snaak is amper 24 jaar oud en hij heeft goed gesnuffeld in de oude soulplaten van moeder en vader.

De Charlatan in Gent was de allereerste kennismaking voor Eli ‘Paperboy’ Reed en zijn True Loves met een Belgisch podium, een heel kleintje dan nog wel. Met zijn zevenen stonden ze daar op een podium van om en bij de vier vierkante meter, niet echt comfortabel, wel lekker gezellig.
Eli ging met zijn band 40 jaar terug in de tijd (dus zo een zestien jaar voor ie geboren werd!) naar de sound van Otis Redding, James Brown en Sam Cooke, met geweldige soulmuziek verpakt in eigen songs die allemaal baadden in de geest van de sixties. Eli’s zangcapaciteiten kwamen in de buurt van die grote voorbeelden en de blazers en de ritmesectie deden de boel nog wat meer in de nostalgie drenken.
Ook al was de klank een beetje beperkt  – Eli Reed is inmiddels al heel wat grotere zalen en betere apparatuur gewend- de Gentse Charlatan leende zich als rokerige kroeg perfect voor de pure retro van deze jonge gasten en het geheel swingde dan ook bij momenten volop de pan uit.

Wij voorspellen die kerels een gouden toekomst en wie er hier bij was zou wel eens getuige kunnen zijn geweest van concertje die de geschiedenis zal ingaan als ‘legendarisch’ omwille van de allereerste Belgische acte de présence van een ster in wording.
Dit was immers pure soul, veel intakter en authentieker dan de commercieel verbouwde soulmuziek die zijn vrouwelijke collega’s als Duffy en Amy Winehouse plegen te brengen, en zij zijn wel wereldberoemd. Weinig waarschijnlijk of Eli ‘Paperboy’ Reed ook zo een sterrenstatus zal halen, hij heeft immers geen knoert van een drugverslaving en evenmin een grote mond. En … ook geen tetten!

Organisatie: Democrazy, Gent

dinsdag 18 november 2008 01:00

Gemengde gevoelens bij Sigur Ros

Je moet het maar doen als IJslandse groep die dan nog in de eigen moedertaal zingt en eigenzinnige platen maakt die nergens op de radio gedraaid worden (of ’t is in de late uurtjes bij Ayco Duyster) dan toch Vorst Nationaal uitverkopen. Hoed af.
Maar we zitten met enkele vragen en twijfels.
Waarom was Sigur Ros wel goed, maar niet fantastisch ? Was het de zaal of waren onze verwachtingen te hoog gespannen? Beiden, vrees ik.

In de volgelopen rocktempel Vorst Nationaal ging de intimiteit van Sigur Ros soms verloren in een onverhoopte geluidsbrij, waarbij we zeker hun laatste single “Inni Mer syngur”mogen rekenen, ook niet bepaald het sterkste nummer van die toch wel fantastische laatste plaat. Ook “Gobbledigook”, waarbij de confettikanonnen ontploften (afgekeken van The Flaming Lips, als je ’t ons vraagt) en waarbij de gasten van het voorprogramma een handje kwamen toesteken, was misschien wel leuk maar zeker geen goede song, ook al was het publiek uitzinnig. Bovendien werden enkele nummers iets te oppervlakkig en slordig afgehaspeld en was de sound bij momenten te scherp (vooral de keyboards mochten naar ons gevoel iets fijner afgesteld worden). Zonder het zelf te willen had de groep zo wat stoorzenders in hun set laten binnensluipen, wat ons er van weerhield om van een schitterend concert te spreken. Tevens liet Sigur Ros ons wat op onze honger zitten door enkele van hun mooiste songs niet te spelen. Maar tot zover het slechte nieuws.
Gelukkig waren er die avond ook nog heel wat sublieme momenten waarmee Jon Thor Birgisson met zijn ijle vocals die typische Sigur Ros sound naar hogere sferen stuurde. U mocht in Brussel gerust op de bovenste bol van het atomium gaan staan, de stem van Birgisson reikte toch nog hoger. Er was dus nog genoeg tijd om heerlijk weg te dromen bij die prachtige IJslandse atmosferische klanken. Pareltjes als “Fljotavik” en “Ny batteri” schitterden in al hun pracht. “Festival” en “Saeglopur” stevenden allebei af op een broeiende apotheose.
Echt groots was Sigur Ros in de bisnummers met de ingetogen schoonheid van “All alright” en de openbarstende finale met “Popplagid”, de beste song van de avond, op en top Sigur Ros, van heel intiem aanzwellend naar een bruisende en machtige brok van boven de 10 minuten, en deze keer zat het geluid wel goed.

Laten we dus maar spreken van een half geslaagd concert van een prachtgroep die een beetje genekt werd door een te opdringerig geluid. Volgende keer in de AB, en met strijkers !

Ook nog even dit. Opwarmer van de avond waren de ook al IJslandse For A Minor Reflection, te situeren in het wereldje van Mogwai, Godspeed You Black Emperor en Explosions In The Sky. Zowaar een voortreffelijk optreden van een band die weet hoe gezond lawaai te maken.

Organisatie: Live Nation

Pagina 100 van 111