Deze bijdrage wijkt af van hetgeen in de andere concertreviews te lezen valt aangezien Youp Van ’t Hek in zijn laatste show, ‘Wigwam’, de muzikale intermezzo’s tot een absoluut minimum beperkt.
Echt zingen doet de man trouwens niet meer. Hooguit declameert hij gedichten op vooraf opgenomen muziek. Toch wel een verschil dus met ’s mans laatste oudejaarsconférence (2011) toen violiste Emmy Verhey op de voorgrond mocht treden en er daarbovenop nog een uitstekende live-band op het podium kroop waardoor van ’t Hek, zoals de titel van die conférence al aangaf, die avond eerder “De 2de viool” speelde.
Ook in ‘Omdat de nacht’ (2009) kreeg de muziek een prominente plaats. Zangeres Lotte Horlings mocht er af en toe op de voorgrond treden onder de muzikale begeleiding van de band die Youps vaste muziekleverancier Ton Scherpenzeel mocht samenstellen.
Blijkbaar is het tegenwoordig zelfs ten huize van ’t Hek crisis want in de uitverkochte Ancienne Belgique was er in geen velden of wegen een muzikant te bespeuren. Als je daarbovenop weet dat het muzikale hoogtepunt er kwam toen hij het uit ‘Ergens in de verte’ (1992) stammende “Meneer Alzheimer” ten berde bracht, dan besef je meteen dat één van onze favoriete Hollanders tegenwoordig een creatief dipje kent op muzikaal vlak. Of misschien bespaart hij zich de moeite vanuit de wetenschap dat de kans miniem is dat hij nu nog steeds zulke pareltjes (want dat is “Meneer Alzheimer” wel degelijk) tevoorschijn kan toveren.
Voor alle duidelijkheid: het is niet omdat we muzikaal weinig verwend werden dat we teleurgesteld huiswaarts keerden. Gedurende twee keer een uurtje werden onze lachspieren immers om de haverklap gestimuleerd. Qua thematiek blijft Youp van ’t Hek al vele jaren lang uit hetzelfde vaatje tappen, maar ook deze keer doet hij dat op een zodanige manier dat slechts een grote kniesoor maalt om die voorspelbaarheid.
De tegen de zestig aanlopende cabaretier vertelt over een avond waarop hij wegloopt van zijn eigen house-warming-party om terug te keren naar wat hem zo vertrouwd is (zijn oude woonst) en zijn toevlucht te zoeken in hetgeen hij gans zijn leven zo hartelijk gekoesterd heeft: levenslust, lak aan omhooggevallen arrivisten, hunkering naar intensiteit, schofferen van al wie de verkeerde prioriteiten stelt en/of bedenkelijke waarden heeft, “spelen met je leven” (1994), enzovoortsenzoverder.
Nog steeds wil van ’t Hek overrompeld worden door al het wonderlijke dat ons omringt en in één tijd ook voluit kritiek spuien op de woekerende debiliteit. Ouder wordend beseft hij echter dat de tijd en de (fysieke en mentale) mogelijkheden stilaan uitgeput raken waardoor er tussen de vele dolle momenten ook nu en dan wat tristesse om de hoek komt schuilen. Die meer ingehouden kant schuilde ook al in vroegere voorstellingen toen hij herhaaldelijk het besef van de vergankelijkheid in de verf zette.
Nu de man zelf grootvader geworden is (iets wat hij in de voorstelling aangrijpt om een grap over het paardenvleesschandaal te brengen), is er geen sprake meer van een besef van wat komen zal maar van het - via zijn beste vriend - heel dichtbij ervaren van het einde van de mooie rit. Dit alles uiteraard nooit zonder humor want ondanks de almaar naderende dood blijft het zijn credo dat geen enkele situatie het niet toelaat om mee te lachen. Niks of niemand heeft het recht om een ander te dicteren waar wel en waar niet mee gelachen mag worden. Enkel over het moment waarop en de plaats waar en het gezelschap waarin valt er misschien wel te discussiëren.
Op de eerste lente-avond in het door winter geteisterde Brussel hield er ons alleszins niets tegen. En lachen hebben we die avond dus volop gedaan! Om de gebruikelijke ingrediënten maar ook o.v. het feit dat hij in ‘Wigwam’ meer dan ooit heerlijk absurd uit de hoek durft te komen.
Hier en daar en toe past van ’t Hek zijn show aan het Belgische publiek aan (iets wat feitelijk niet echt nodig is want we werden in Brussel omringd door zowat alle in onze hoofdstad wonende of werkende Nederlanders), soms beseft hij blijkbaar niet dat Belgen wel degelijk vertrouwd zijn met wat Nederlanders moeten meemaken. Beschaamd vertelt hij bijvoorbeeld over het feit dat half Nederland zich verkneukelt aan iets als “Boer zoekt Vrouw”, niet beseffende dat “Boer zkt Vrouw” al in de Vlaamse ether kwam vooraleer ook maar één Hollandse boer de kans kreeg om zich voor de Nederlandse tegenhanger in te schrijven. Blijkbaar heeft geen enkele Belg hem hier durven op te wijzen na één van de drie voorstellingen die voorafgingen aan dat in de AB. Begrijpelijk misschien. Ach wat, dit laatste piepkleien puntje van kritiek is slechts het zoeken van spijkers op laag water.
Globaal genomen is er namelijk maar één conclusie mogelijk na een avondje in de wigwam van Youp: klasse van een cabaretier-tot-in-het-graf.
Op het einde van de show belandt van ’t Hek terug thuis bij zijn echtgenote die zijn uitstapje gewoontegetrouw met de mantel der liefde bedekt. Net als zijn publiek weet ze dat hij het nu eenmaal nodig heeft om af en toe met een grote bek te dolen door de nacht. Eens men hem nadien sussend in de armen neemt, kan de uiteindelijk toch wel kwetsbare man er weer een tijdje tegen. En dat gevoel sloeg over naar alle andere grote kinderen in de AB.
Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel