Cactusfestival 2013 - zondag 14 juli 2013 – Topdag voor Belgisch Erfgoed!
Cactusfestival 2013
Minnewaterpark
Brugge
Of het aan het schitterende weer, of aan de Belgische top line-up, met SX, Balthazar en dEUS, lag, weten we niet, maar in ieder geval kon Cactus op dag drie het bordje Uitverkocht ophangen, met lange rijen aan de ingang tot gevolg, en een Minnewaterpark waar het toch wel even zoeken was naar een plaatsje om je neer te vlijen. De organisatie zal bijzonder blij geweest zijn na de uitgeregende weekend van vorige editie, waar afsluiter Yeasayer enkel de die-hards waaronder Bibi kon verblijden met hun derde, maar onderschatte album ‘Fragant World’, terwijl het typische zonzoekende en kroostrijke Cactus-publiek al lang droge kleren was gaan opzoeken.
Prachtig weer dus, ideaal voor een ijsje of een mojito, en terwijl iedereen van de zon aan het genieten was, mocht Portico Quartet, een Engels, jawel viertal, de soundtrack verzorgen. Op het wereldwijde web wordt dit instrumentale gezelschap veelal in de jazz-hoek gecatalogeerd, wat ook wel logisch is als je Quartet in je groepsnaam opneemt, maar het is niet omdat je toevallig sopraan en tenorsaxofoons aanwendt, dat je daarom het jazz-etiketje moet opgeplakt krijgen.
Wij hoorden eerder live gespeelde, instrumentale elektronica: het begon traag, met soundscapes en ruis à la Trentemöller, luistermuziek die wat aan het zonnende Cactuspubliek voorbij ging, maar dan vielen er sub-bassen in à la James Blake, zonder dat het ooit zo ontoegankelijk en experimenteel werd als bij deze boomlange Brit . (Sorry Een journaal, maar als je Blake op Werchter verstilde schoonheid toedicht, dan heb je duidelijk maar een nummertje meegepikt, zonder oordoppen was die niet te doen).
De klankkastarme contrabas werd zowel als rollende bas en als strijker aangewend en het hoge geluid van de sopraansax deed mij bij momenten terugdenken aan Tanita Tikaram (hoewel die een hobo gebruikte op haar succesnummers). Na een halfuur probeerde Portico Quartet een clubsfeertje op te bouwen, de beats per minute schoten de hoogte in, en we kregen elektronica zoals Thom Yorke die samen met Modeselektor maakt, maar het publiek reageerde amper. In een donkere clubtent zou dit een stuk beter gewerkt hebben, misschien was het ook omdat er op het podium weinig gebeurde, een aantal gastzangers of danseressen zou misschien geholpen hebben om een festivalpubliek beter te bespelen.
Wij vonden het heel goed, zeker naar het einde toe, toen ze ook een gitaar in de strijd gooiden, en ze naar een mantrale climax toewerkten.
Kortrijk outrockt Gent geweldig tegenwoordig, en SX kreeg vandaag een mooie plaats op de affiche na hun Cactusdebuut vorig jaar. Toen moesten ze nog naar Amerika vertrekken om hun debuut ‘Arche’ op te nemen, nu was het drummen op de planché vóór het Cactuspodium. Zangeres Stefanie Callebaut stond centraal achter de keyboards onder de gouden ‘Arche’-bol, drummer Jeroen Termote links (opvallend veel acts hadden hun drums daar gezet vandaag) en Benjamin Desmet op gitaar en keyboards stond rechts.
Sx begon goed, met de single “Gold”, maar al gauw verknoeiden de te luide bassen het optreden: de op de jaren tachtig geënte synthpop verloor zijn pracht door bassen die zelfs op 25 meter van het podium nog windverplaatsing in je oren veroorzaakten. Callebaut headbangde er stevig op los, maar de publieksreactie volgde niet, behalve dan in de singles “Black video” en “Graffiti”. De groepssound van Sx is normaal subtiel, maar ook wat afstandelijk, misschien dat dit ook wat speelde. Wellicht was Sx ook niet volledig tevreden over het geluid, in ieder geval kwamen ze niet terug voor een bisnummer, hoewel daar nog ruim de tijd voor was.
De Zweedse Bob Dylan met punk-attitude, ofte The Tallest Man On Earth, mocht daarna het Cactuspubliek overtuigen, gewapend met zijn stem en een batterij gitaren. Als je als solo-artiest een volledig festivalwei kan entertainen, dan heb je veel charisma en goeie songs, anders red je het niet. Kristian Mattson heeft beide, met een sardonische grijns opende hij zijn set met “King of Spain”, gevolgd door “Love is all”. Net als Jake Bugg brengt hij een actuele update van de jonge Bob Dylan, met heel sterke nummers uit zijn albums ‘The wild hunt’ en ‘There’s no leaving now’. Het hoge tempo van de eerste twee nummers wist hij niet aan te houden, maar pareltjes genoeg zoals “1904”, “Revelation Blues” en “The Wild hunt”, en als afsluiter “Graceland” van Paul Simon er boven op.
Het was weer dringen voor de volgende Belgische band , het Kortrijkse Balthazar. Zelf ben ik niet altijd gepakt door de zangstem van Maarten Devoldere, die het grootste deel van de zang voor zich neemt, maar Balthazar heeft minimaal acht à negen sterke nummers, en er zijn maar weinig bands die dat presteren met nog maar twee albums op hun conto.
Live zijn ze ijzersterk, heel strak, dikwijls groots, enfin, perfect voor de festivals. Balthazar begon met de grootse samenzang van “Lion’s mouth”, a la Arcade Fire, en dan volgden “The boatman”, “The oldest of sisters” dat van Alex Turner van Arctic Monkeys had kunnen zijn, “Blood like wine”, waarin de muziek stopte, alle bandleden “Raise your glass” bleven zingen en hun instrumenten de lucht in staken. Kippenvelmomentje, net als in “Shinking ship” met zijn mooi contrast tussen de vermoeide zang en de opgewekte melodie die er op volgde. Afsluiten deed Balthazar met “Do not claim them anymore”, met die fantastische riff die het nummer op gang trekt. Balthazar heeft op alle Werchter formules gestaan dit jaar, en ook op Cactus bewezen ze een van de beste Belgische livebands te zijn.
Na het Belgische geweld was er verrassend veel volk voor Beach House, die het genre van de droompop heruitgevonden hebben en ondertussen veel navolging gekregen hebben. Droompop was er altijd al, denk maar aan Cocteau Twins of Mazzy Star, maar als genre met een list aan groepen die hun muziek onder deze noemer presenteren , is het toch iets van de laatste drie jaar. Visueel was er niet zoveel te beleven op het podium, maar dat werd ruimschoots gecompenseerd door de muziek, die hoofzakelijk uit de twee laatste albums kwam, ‘Bloom’ (2012) en ‘Teen Dream’ (2010).
Live hebben Alex Scally en Victoria Legrand ook een drummer mee, die ook weer links op het podium stond, en dikwijls de paukenstokken bediende, zo de subtiliteit van de nummers versterkend.
Beach House begon er aan met “Wild”, met zijn Ennio Morricone sixtiesgitaarmotief. Beach House gaf ons de Duyster classic “Silver Soul”, het voor het Minnewaterpark toepasselijke “Walk in the park”, en het in al zijn eenvoud prachtige “Zebra”.
De finale kwam er met “10 mile stereo” en het uitdeinende, aan Sigur Ros en My Bloody Valentine refererende “Irene”. Het is altijd afwachten hoe de droompop van een band als Beach House op een festival zal onthaald worden, maar dit werkte heel goed op een zwoele valavond.
Iedereen was natuurlijk gekomen voor dEUS, die daarvoor nog nooit op Cactus gespeeld hadden: van de lange als de korte bar was er geen doorkomen meer aan. dEUS 3.0 (met Gevaert, Pawlovski en Misseghers) is een geoliede rockmachine, die er live altijd staan, in tegenstelling tot de vorige incarnaties, waar het dikwijls er op of eronder was, en dikwijls eronder.
Alleen op de grote podia zoals die van Werchter lukt het niet altijd om de dEUS groove over te brengen, vandaar wellicht ook dat Barman verklaarde dat de kleine festivals, zoals Cactus, de toekomst zijn. dEUS laatste plaat, ‘Following sea’, was al meer dan een jaar uit, dus we verwachtten geen nieuwe nummers en het was dus de vraag of de show vanavond geen doorslagje zou zijn van de shows die we een jaar geleden gezien hadden. Het antwoord kwam al snel, met een vertimmerde en heftige opener “The architect”, dat altijd wel een opener is op de dEUS shows, maar hier toch een andere gedaante kreeg dan vroeger. Dit zou de constante zijn van de avond, alle bekende nummers kregen een iets andere uitvoering, wat het spannend maakte.
Wat ook opviel vanavond was hoe dEUS 3.0 geen Barman soloshow is, maar een hechte band waarin iedereen zijn nummers heeft om op de voorgrond te treden: zo mocht Alain Gevaert de zang voor zich nemen in “Constant now”, terwijl in andere nummers Klaas Janzoons de zang deed. “Instant street” werd door Barman volledig op elektrische gitaar gespeeld, waar hij vroeger begon op akoestische gitaar en midden in het nummer een gitaarwissel inlaste. Dit nummer was het teken voor een kleine groep licht aangeschoten mannen naast mij om een kleinschalige pogo in te zetten,
”no feet were hurt in the process”. De gitaaruitbarsting op het podium kwam echter niet bij “Instant street”, maar wel bij het daar op volgende “Fell of the floor man”. Daarna kreeg “Little Arithmetics” een elektrische bewerking, met licht andere keyboard en gitaarlijnen.
We zaten ondertussen een dik halfuur in de set, tijd dus om wat gas terug te nemen met het gerapte “Girls keep drinking” en het Franstalige “Quatre mains”. Dan was het tijd voor mijn persoonlijke dEUS 3.0 favoriet, “Sun Ra” waarin Mauro met zijn van de pot gerukte souldiva geschreeuw de nachttrein op gang trok. Daarop kreeg een andere jazzgrootheid, Charles Mingus, een ode door middel van “Theme from Turnpike”, waarop een gebald “Nothing really ends” het rustpunt was voor een verschroeiende finale: “Bad timing” was het sein voor mijn buren om weer een zatte pogo in te zetten, en toen de eerste noten van “Roses” weerklonken , was het kot (Park) te klein tot ver voorbij de lange bar. “Suds & soda” deed Cactus finaal ontploffen, zelfs de takken van de bomen begonnen heftig over en weer te zwaaien, de groendienst van de stad Brugge zal zich de passage van dEUS nog lang herinneren.
Dag 3 van Cactus was een absolute topdag, met de Belgische bands (Balthazar en dEUS) die heel sterk uit de hoek kwamen, het Rode Duivelsgevoel achterna.
Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/cactusfestival-2013/
Organisatie: Cactus Club, Brugge (Cactusfestival, Brugge)