Het Depot Leuven - concertinfo 2025 – 2026

Het Depot Leuven - concertinfo 2025 – 2026 events 01-12 Barru 02-12 Otto-Jan Ham & Gloria Monserez 04-12 Hannah Mae 05-12 What-U-On-About?!: DJ Hazard vs Ed Rush 08-12 Kaat Van Stralen 09-12 Isbells 10-12 ECHT! 12-12 NAFT 13-12 Sound Track finale 15-12 Harry…

logo_musiczine_nl

Cactus Club, Brugge - concerts

Cactus Club, Brugge - concerts 2026 18-01 Xink (ism Stricto Tempo) (new date) 19-01 Lydia Lunch & Marc Hurtado play Suicide (+ the songs of Alan Vega) 23-01 Axelle Red (ism Stricto Tempo) 24-01 Nah Mean, NewYear celebration (Org: Do vzw) 28-01 Nicolas…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Happy Mondays
dimmu_borgir_01...
Nick Nyffels

Nick Nyffels

Sonic City 2016 – Savages cureert – Positieve verrassingen en weerbarstige acts
Sonic City 2016
Kreun
Kortrijk
2016-11-12
Nick Nyffels

Ieder jaar nodigt De Kreun een artiest uit om hun tweedaags festival Sonic City samen te stellen, en dit jaar was het de beurt aan Savages, die zelf ook al op Sonic City uitgenodigd werden door Beak> , het krautrock vehikel van Portishead-man Geoff Barrow. De ene dienst is de andere waard, dus nodigde Savages dit jaar Beak> uit, die zo al drie keer aantraden op dit underground festival. Ook Suuns, Bo Ningen en Demdike Stare hadden een abonnement te pakken, net als ondergetekende.

Sonic City blijft een underground festival, met soms echt wel  lastige, weerbarstige acts, maar ook ieder jaar met heel positieve verrassingen, waar niemand al van gehoord heeft, maar die de zaal weten te verbazen. Ook dit jaar was dit weer het geval.

dag 1 – zaterdag 12 november 2016
We begonnen deze tweedaagse marathon bij Jessy Lanza. Die zagen we al eerder dit jaar in het Dok op Big Next. We wisten dus wat te verwachten: een alternatieve versie van de hedendaagse op r&b gebaseerde pop, met zelfs een vleugje Prince & The Revolution anno 1984. Deze Canadese moest jammer genoeg haar set vroegtijdig afbreken wegens een krakende synthesizer.

Bo Ningen deed eerder dit jaar al het voorprogramma van Savages, dus het was logisch dat ze ook op Sonic City stonden. Deze Japanse band ontstond in London, en heeft nog maar weinig in Japan gespeeld, maar toch is dit een op en top Japanse band omdat ze zo alien aan doen. Het is nooit echt duidelijk of zanger Taigen Kawabe in het Engels of het Japans aan het zingen is, en de muziek van deze band gaat echt alle kanten uit: psychedelische noise die heel grillig is, soms loodzwaar, maar toch vooral bizar. Na 25 minuten kondigde de band al het laatste nummer aan, wat dan 10 minuten duurde en waarin Kawabe zijn bas Sonic Youth-gewijs mismeesterde. Toch vonden we ze net iets scherper dit voorjaar, misschien zat het vroege uur er voor iets tussen.

De eerste verrassing van Sonic City kwam er met Mykki Blanco. Mykki Blanco is de artiestennaam van de Amerikaanse rapper Michael Quattlerbaum. Blanco is transgender, is seropositief en haalt veel invloeden uit punk en performance art. De man is een excentrieke verschijning, hij stond op het podium, geblondeerd en volgetatoeëerd, met niet meer dan een korte witte broek en een witte regenjas, die hij snel zou uitdoen en waarmee hij onder meer het publiek geselde. Blanco sprong over het podium, maakte een circle pit in de zaal, sprong op de DJ-tafel, deed ballerinapassen. Dus qua podiumact zat het goed, de man bouwde een geslaagde party, maar wat nog veel belangrijker was, was dat het muzikaal ook goed was, wat bij rap-acts nogal dikwijls durft tegenvallen: een sterke flow, en op elektronica geïnspireerde beats die door een vrouwelijke DJ gebracht werden. In de afsluiter volgde nog een verrassing toen Blanco zijn blonde haren wegsmeet en het dus een pruik bleek te zijn. Mykki Blanco was de eerste echt spraakmakende artiest op deze editie van Sonic City.

Suuns stonden vorig jaar nog samen met Jerusalem in my heart op Sonic City. Nu begon het ook Oosters, maar de gitaren namen snel de rol over en de elektronica staat blijkbaar op het tweede plan op de nieuwe plaat ‘Hold/Still’. “Translate” was pompende, nerveuze krautrock. Pas in het tweede deel van het concert zat er meer balans tussen de gitaren en de elektronica, wat zo kenmerkend was op de eerste twee platen van Suuns. We moeten zeggen dat we hun passage vorig jaar beter vonden, de Oosterse sferen die ze toen samen met Jerusalem in my heart opriepen, vonden we net dat stukje pakkender. Dit jaar sloten ze hun concert af met een cover van Fugazi, wat nog eens bewees dat de band nu vooral op de gitaar gefocust is.

Een constante op Sonic City, is dat de headliners het altijd waarmaken, ook al zijn die headliners nog niet zo bekend. Kate Tempest hebben we ooit nog eens twintig minuten staan bekijken op Pukkelpop. De rapflow van deze Londense blondine was ook toen al indrukwekkend, maar muzikaal vond ik het toen niet zo interessant. Tempest heeft echter een serieuze stap vooruit gezet met haar nieuwe album ‘Let them eat chaos’. Dat is een concept album, een soort raamvertelling over 7 personages om 4 u 18 ’s morgens. Ze had nu een sterke band meegebracht, muzikaal was het best interessant, en ze vuurde een spervuur van raps op de zaal af, met strategisch geplaatste breaks. Haar verhalen zijn een bittere aanklacht, vol kritiek op de politiek (de piemel van David Cameron en een varkenskop passeerden de revue) en de maatschappij in het algemeen. Dit was de vrouwelijke versie van Mike Skinner, maar dan beter. Best indrukwekkend hoe ze een uur lang raps afvuurt, ze moet een ongelooflijk sterk geheugen hebben, ik heb nog nooit iemand een novelle van buiten zien opzeggen, maar Tempest doet het dus.

Afsluiter van dag 1 was Tortoise. We zagen ze eerder dit jaar in Trix en toen waren ze niet zo overtuigend. Nu stak het beter in elkaar, al moeten we zeggen dat het vooral de oude nummers waren die het hem deden. De band had die wijselijk voor het tweede deel van het concert opgespaard. Het samenspel op de marimba’s of vibrafoon op  het dromerige “The suspension bridge at Iguazu Falls”, “Glass museum” of “Swung from the gutters” uit ‘TNT’ blijft fantastisch, alsook het dubbele drumspel op “In Sarah, Mencken, Christ and Beethoven there were women and men”.  Steve Reich is nooit ver weg bij Tortoise. Absolute hoogtepunt was misschien nog wel “Crest”, omdat dit nummer op een bepaald moment prachtig openbloeide. Ondanks een mindere nieuwe plaat, kunnen ze het nog altijd.

Dag 1 gaf ons veel variatie in muziekstijlen, met twee spraakmakende optredens van Mykki Blanco en Kate Tempest!

dag 2 – zondag 13 november 2016

We pikten op dag twee in bij A Dead Forest Index. Dit zijn twee broers, Adam en Sam Sherry. Opnieuw is er een band met Savages. De gitariste van Savages, Gemma Thompson, speelt mee op “Myth retraced” een nummer uit het laatste album van A Dead Forest Index. Jammer genoeg stond ze niet mee op het podium, maar A Dead Forest Index had wel een violiste meegebracht. Op plaat klinkt A Dead Forest Index best interessant, maar we waren niet zo onder de indruk van hun live-prestatie. De zang van Adam Sherry was best dunnetjes, en de gitaarklanken waren metalig en bars. Het deed mij nog het meest aan The Geraldine Fibbers denken, maar dan zonder de intensiteit van die band. Het was pas in het slotnummer dat er beterschap kwam, in een aan Low refererende samenzang.

Tussen de optredens door staken we ook ons hoofd eens binnen bij de interviewsessies met Savages en Beak>. Kurt Overbergh van AB had zich voor het interview met Savages goed voorbereid, waardoor hij ongewild overkwam als een stalker van Jehnny Beth. Bij Beak> maakte hij de fout te verwijzen naar Portishead, wat door de andere bandleden niet gesmaakt werd. Mij viel het op hoe tijdens die interviews met artiesten er altijd zo weinig over de muziek gepraat wordt, en altijd over de projecten waar iedereen mee bezig is. Niettemin, best interessant hoe op Sonic City artiesten en publiek met gemak kunnen mixen, in de zaal zelf en ook via die interview sessies.

Het meest weerbarstige optreden van het weekend kwam ongetwijfeld van Demdike Stare. Dit is een elektronisch duo uit Manchester, Sean Canty en Miles Whittaker doen dit project al sinds 2009. Donkere (ook letterlijk, want het podium was in duister gehuld), dronende elektronica waar je echt ongemakkelijk van wordt. De bassen maakten het ook een fysieke ervaring, maar als zondagmiddagmuziek na de taart en koffie, was dit toch minder op zijn plaats.

De volgende act was al een stuk toegankelijker, maar had even goed op Sinner’s Day kunnen staan. Wrangler is het project van Stephen Mallinder van Cabaret Voltaire en Phil Winter van Tunng. Het bleef underground, maar was toch toegankelijk genoeg. Dit was een soort proto-elektronica, in de stijl van Kraftwerk, maar niet zo Teutoons proper: het piepte en knarste bij momenten. Best interessant, en veel relevanter dan driekwart van de acts die op Sinner’s Day staan.

De meest poppy act van het festival was ongetwijfeld het Russische Motorama. Denk aan Interpol of White Lies, maar niet zo donker en al zeker zonder enig bombast. We kregen mooi in elkaar wevende gitaarpartijen, en ook wel wat keyboards zodat  het meer de richting van New Order uitging dan van Joy Division. De frontman kon je niet echt op veel charisma betrappen, zodat de muziek voor zichzelf moest spreken. Raakpunten kon je ook vinden bij Diiv. Al bij al een mooie ontdekking, deze Russen.

Beak> stond al de derde keer op Sonic City, en de verrassing was er voor mij een beetje af. De band van Geoff Barrow had tegenover de vorige passage hun toetsenman vervangen, Will Young neemt nu de honneurs waar in plaats van Matt Williams. De band speelt nog altijd krautrock, die op zijn beste momenten hypnotiserend werkte. Geoff Barrow sukkelde wat met zijn rug, maar dat belette hem niet bij het drummen.

De curators mochten Sonic City 2016 afsluiten. Savages speelden dezelfde setlist als in het voorjaar, maar het was nog beter, nu zat er geen enkele dip in het concert. Misschien dat de band een kleine zaal als de Kreun een beetje ontgroeid zijn, de handgebaren en het ophitsen van het publiek door Jehnny Beth smeekten om een grotere zaal. Het concert begon met “A thousand kisses deep” van Leonard Cohen en trapte af met wat ik muzikaal de minste nummers van ‘Silence yourself’ en ‘Adore Life’ vind: “ I am here” en “Sad person”, maar die anderzijds ook onmiddellijk de furieuze muzikale kracht van Savages demonstreerden: het monsterlijke drumwerk van Fay Milton, het splijtende gitaarspel van Gemma Thompson en de pulserende bas van Ayse Hassan. “Husbands” klonk alsof er een zwerm Afrikaanse moordbijen in de Kreun was losgelaten. “Surrender” was een intentieverklaring, en voerde ons terug naar de vroege jaren tachtig, vooral door de gitaarklanken van Gemma Thompson die de speelstijl van The Edge hier kwistig gebruikte. Thompson kan veel stijlen aan, even later martelde ze in  “I need something new” de snaren  zoals Sonic Youth dat ook doet. Eerder op de dag gaf Jehnny Beth aan dat ze de zangstijl van Jacques Brel gebruikte in dat zelfde nummer ,  van onvermoede invloeden gesproken.
Jehnny Beth liet zich door het publiek tot halverwege in de zaal dragen, voor Savages is de participatie van het publiek in de show essentieel. Ze bekijken de zaken ook positiever sinds hun nieuwe album ‘Adore Life’ , ze zijn ze niet alleen meer tegen alles wat fout loopt, maar willen ze ook een positief alternatief bieden onder het motto “Love is the answer”, een nummer dat vanavond dodelijk effectief was op het moment dat de band het geluid plots weg liet vallen. “T.I.W.Y.G.” was furieuze punk, maar gas terugnemen kan Savages ook: Jehnny Beth kan ook een Kung Fu -Torch zangeres zijn in navolging van Billie Holiday, een van haar rolmodellen. “Adore” gaf mij deze keer geen kippenvel, maar het blijft een geweldig nummer, een levensmotto na Bataclan, nu net een jaar geleden, waar de band ook naar verwees. Live muziek is geweldig, zeker als je je optreden en daarmee het festival afsluit met “Fuckers”.

De band had een selectie van hun tourfoto’s geprojecteerd onder het afdak van de Kreun, en ook die foto’s toonden de kracht van deze band: je moet al naar U2, de Red Hot Chili Peppers en Metallica gaan voor bands met vier muzikale persoonlijkheden.

Sonic City zat er weer op, zoals gewoonlijk wisten een paar bands te verrassen (Mykki Blanco, Kate Tempest) en stelden de headliners niet teleur. Voor een volgende editie zou ik wel verder kijken dan de pool van artiesten die al dikwijls in de Kreun gepasseerd is, maar dat is een raad die we enkel aan de curerende artiesten kunnen meegeven.

Organisatie: Kreun , Kortrijk


We staken nog eens het water over voor een concert in Het Bos. Daar kwam Steve Gunn zijn nieuwe album, ‘Eyes on the lines’ voorstellen, dat we met volle overtuiging in de top drie van beste albums van 2016 plaatsen. Een objectief verslag mag je dus niet verwachten, ja we geven het toe, we zijn fan.

De drummer van Steve’s band, is Jonathan Bowles, en die mocht het voorprogramma doen met zijn nieuwe plaat ‘Whole and cloven’. Bowles woont in de bergen van Virginia, en dat is er aan te horen, toch als hij zingt, want dan klinkt het accent van ‘The Dukes of Hazzard’ door. Bowles, zuiderling, was niettemin geen Trump fan, en was dus redelijk down door de recente verkiezingsuitslag. Hij speelde banjo, Appalachian folk, maar met een twist, de banjo was bij momenten oosters gestemd. Bowles was een lome introductie voor Steve Gunn, waar hij dus de drums voor zijn rekening nam.

Steve Gunn is een man zonder capsones, die in zijn doordeweekse plunje op het podium staat, en met zijn lodderogen wat lijkt op Mark Sandman. Wat hij mist aan charisma, compenseert hij voor meer dan de volle honderd procent met zijn gitaartechniek die werkelijk verbluffend is. We moeten trouwens ook zijn gitarist vermelden, die hier in Het Bos een prachtig dialoog aanging met het gitaarspel van Gunn. We zagen Gunn in 2015 in de Botanique, en toen trad hij op als trio, maar dit was nog een stuk sterker dan toen.  Het optreden begon met het titelnummer uit de vorige plaat, “Way out weather”, waarbij de gitarist een dulcimer bespeelde, maar voor de rest werden tot aan de bis enkel nummers uit ‘Eyes on the lines’ gespeeld, en hoe. Gunn voerde ons naar de gitaarhemel, en sleurde ons mee in zijn rijke universum, gebaseerd op classic rock met een vleugje country.
Tot aan de bis was het optreden volledig electrisch, waar dit vorig jaar nog netjes verdeeld werd tussen elektrische en akoestische gitaar. Dit optreden had zoveel sfeer, Gunn en co, lieten de nummers ademen en leven, zodat maar één conclusie mogelijk was: niet alleen top drie van de beste platen dit jaar, maar ook top drie van de beste optredens van 2016. Fans van The War on Drugs, ontdek Steve Gunn, je zal er veel plezier aan beleven.

Setlist: Way Out Weather - Conditions Wild - Ancient Jules - Night Wander - Full Moon Tide - Ark - Park Bench Smile
Bis: Wildwood -Old Strange

Organisatie: Het Bos, Antwerpen

Vorig jaar was het de bedoeling dat Tyondai Braxton zou komen spelen in de Vooruit, maar toen moest hij wegens familiale redenen afzeggen. Een jaar later kwam hij toch nog langs in de Balzaal van de Vooruit. De organisatie had naast Braxton nog twee andere abstracte electronica-acts geprogrammeerd, wij pikten in bij Joseph Hammer. Deze Amerikaan gaat wel heel erg ver in zijn experimentele elektronica, en dat sinds 1980. Hammer’s experimenten klonken alsof er twee radiozenders gelijktijdig aan het spelen waren, en dit op bijzonder irritante wijze. Dit was muziek die de irritatiegrens bewust opzocht en overschreed, en waar we niet vrolijk van werden. We konden ons inbeelden dat dit de perfecte foltermuziek was voor de beulen in Guantanamo.

Snel over dus naar Tyondai Braxton. Die was in een vorig leven de zanger/toetsenman bij Battles, maar verliet die band in 2010 en is sindsdien met experimentele elektronica in de avant-garde bezig.  Braxton had projecties, een laptop en een stevig bekabelde synthesizer meegebracht. Hij bracht ons een uurtje abstracte elektronica: raakpunten waren er met Aphex Twin en Pierre Henry, Squarepusher  en natuurlijk ook Autechre.
Het was allemaal vrij abstract, met weinig herkenbare melodie, de aanknopingspunten moesten bij de beats gezocht worden. De projecties waren even abstract, met vervormde beelden van golffuncties en abstracte geometrische patronen. Dit was hogere wiskunde in beeld en klank getrokken, die bubbelde en borrelde als een uitbarstende vulkaan. In de muziek en de beelden waren er af en toe aanknopingspunten met de realiteit, met beelden van een zwermende bal spreeuwen of berglandschappen en canyons en af en toe een melodie of een tribale percussie die doorbrak.
Braxton gaat de evidentie uit de weg, maar begeeft zich daardoor op de bekende paden die Aphex Twin en Squarepusher al uitgezet hebben. Abstracte elektronica, maar daarom niet vernieuwend, maar wel op zoek naar geluiden die buiten de mainstream liggen. Dit was elektronica die vooral live als totaalervaring werkte, maar die je niet gemakkelijk op plaat zou beluisteren.

Organisatie: Vooruit Gent

Allah-Las: gered door een sterke tweede helft
Allah-Las
Ancienne Belgique (AB-Box)
Brussel
2016-10-26
Nick Nyffels

Jong en oud was naar de AB-Box afgezakt voor het concert van Allah-Las. Die kwamen hun derde album, ‘Calico Review’ voorstellen, en na het optreden zouden ze nog een DJ-set brengen bij Madame Moustache. Live werd dit Californische viertal bijgestaan door een keyboardspeler. Frontman Miles Michaud neemt de meeste zang voor zijn rekening, maar de drie andere bandleden zingen ook elk hun nummertje en de instrumenten worden ook al eens gewisseld.

Allah-Las begonnen sterk met het instrumentale “Ferus Gallery”: surfpop met veel delay en sterke hooks die sprankelen en je een glimlach op het gelaat bezorgen. Ook de volgende paar nummers brachten de Californische zon naar de AB, “Busman’s Holiday” bracht je echt in een vakantiestemming. Net toen we dachten dat dit een heel sterk concertje zou worden, sloeg de sfeer om. De nieuwe nummers gingen hun inspiratie niet meer in de surfpop gaan zoeken en waren daardoor veel minder sprankelend en fris. Op het nieuwe album gaat Allah-las het meer gaan zoeken bij The Velvet Underground en psychedelische sixtiesbands, maar die nieuwe nummers klinken daardoor ook lijziger, en de close harmonies die de nummers naar een hoger plan voeren, ontbreken.
Het was pas in de tweede helft dat dit terug een sterk concert werd, met de ‘ahahs’ in “Sandy” en het bloedmooie, melancholieke “Catalina”, met een zang die aan Steve Wynn deed denken. “Sacred Sands” riep de onbezorgde en onschuldige jaren zestig op, een eenentwintigste eeuwse instrumentale surfklassieker die ook door de jonge kids heel goed gesmaakt werd. Die werden zelfs heel enthousiast in de afsluitende bis, “Catamaran”,  want er dook zelfs een crowdsurfer op.

Allah-Las redden vanavond hun concert met een sterke tweede helft, maar we zagen hen al in betere vorm in 2015 in de Handelsbeurs, Gent. De nieuwe nummers missen dat sprankeltje dat deze band zo goed maakt.

Setlist: Ferus gallery-Had it all-  Busman’s- 200S -501-415 –Could be you – Warmed – Famous – sandy –Strange –Satisfied- Catalina –Sacred –No voodoo – Sacred-Roadside –Autumn –Calm me – Catamaran

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Op Pukkelpop sloten we het festival af met Marky Ramone en Ken Stringfellow, die aan een hels tempo de ene na de andere Ramones-klassieker met verve vertolkten, en lieten we het optreden van Minor Victories aan ons voorbijgaan, op het laatste nummer na, dat we nog konden meepikken toen de gabba-gabba heys opgehouden waren. Niet getreurd, Minor Victories stond vanavond in de Orangerie die al bij al goed volgelopen was, ook al omdat Japanese Breakfast, van de Rotonde naar de Orangerie verplaatst was en het voorprogramma mocht verzorgen.

Japanese Breakfast is het slaapkamerproject van  Michelle Zauner, een artieste uit Philadelphia die eerder bij de emo-band Little Big League de frontvrouw was. Haar laatste album, ‘Psychopump’, dat afklokt op nauwelijks 25 minuten, wordt overal positief onthaald. We waren zelf heel wat minder positief over haar podiumprestatie vanavond, om het met twee woorden in het Frans te omschrijven: “pas terrible”. Zauner is duidelijk beïnvloed door Siouxsie Sioux en Throwing Muses, maar haar stem schoot schromelijk tekort, en haar gitaarspel gooide ook al geen hoge ogen. We hebben dit Waxahatchee al veel beter zien doen. Toen ze zich aan een cover van The Cranberries waagde met “Dreams”, kregen we plots heel veel respect voor Dolores O’Riordan. Het beste nummer was de afsluiter, waarin ze Poliça-gewijs haar stem door de autotune stuurde en de gitaar liet vallen voor een keyboard. Japanese Breakfast, geef ons toch maar boterkoeken.

Minor Victories kan je een project noemen van samenwerkende indie-coryfeeën: frontvrouw is Rachel Goswell van Slowdive en Mojave 3, en verder doen ook Stuart Braithwaite van Mogwai en Justin Lockey van Editors mee. James Lockey, broer van, mag de band vervolledigen. Minor Victories klinkt als de som der delen: je krijgt dus een mix van shoegaze, post-rock, post-punk en dreampop, en de band had ook een verzorgde filmbeelden mee, al was het niet echt duidelijk welke boodschap die beelden moesten overbrengen: een killer poesje dat laserstralen afvuurt en volledige steden vernietigt, is redelijk bizar en ook wel flauw. Misschien was het wel de bedoeling om de spot te drijven met de dodelijke serieux die veel post-rock bands uitstralen, maar dat was dan ook even goed een gebrek van de hele show vanavond: de nummers hadden alle elementen van post-rock of droompop, maar waren te poppy om goed te werken: in post-rock, net als in droompop moet je je als toeschouwer kunnen verliezen in een muur van geluid en moet de muziek ofwel dreiging of ontroering uitstralen, en dat ontbrak wat.
Rachel Goswell was heel enthousiast, maar ze klonk als Kirsty Maccoll, dus meer als de 45-jarige vrouw die ze is, en niet als het jonge meisje zoals ze op plaat klinkt. Wellicht moest ze krachtiger zingen om tegen het live-geluid van de band op te tornen.
De beste nummers vanavond waren “A Hundred ropes” en “Scattered ashes”, ondanks het potsierlijke laserpoesje.

Op dit moment is Minor Victories nog niet beter dan de som der delen. Blijven samenspelen en met een volgende plaat lukt het misschien wel om een meerwaarde te creëren.

Setlist: Give up the ghost – the thief – A hundred ropes –Cogs –Breaking my light –Folk arp –Scattered ashes –Higher hopes-Out to sea

Organisatie: Botanique, Brussel

Het New-Yorkse Parquet Courts heeft zijn met ‘Human Performance’ veruit zijn beste plaat uit: minder experiment, van het eerste tot het laatste nummer voldragen nummers, rustiger ook, maar daardoor tot volle wasdom gekomen. Bij vorige platen dachten we nog, niet slecht, maar ook niet pakkend. Maar ‘Human Performance’ is toch een van de rockplaten van 2016, ook al halen ze heel erg de mosterd uit de jaren zeventig bij een Velvet Underground van de latere platen en vooral The Modern Lovers.

Het bestuur Openbare Werken had besloten om bij de start van het weekend de Brusselse tunnels af te sluiten, zodat we pas dik in het tweede nummer de Orangerie betraden. Er bleef genoeg Parquet Courts over, want ze zouden vanavond zo maar eens 22 nummers er door jagen, en dat ondanks de lange onderbrekingen tussen de nummers die de band opvulde door onzin te spuien. Ze waren in vorm, de klank zat goed, de gitaarnummers werden opgesmukt door een orgeltje, en de meer punky nummers die Andrew Savage zong, stonden recht op hun pootjes. Normaal zijn we meer fan van de nummers die de boomlange Austin Brown zingt, maar vanavond viel het in balans.
Naast de duidelijke jaren zeventig proto-punk invloeden, maken Parquet Courts ook meer dan geslaagde uitstapjes naar andere genres: “Captive of the sun”, met zijn parlando rap, had wel van Beck Hansen kunnen zijn, en “One man, no city” was een dikke kwak guacamole met zijn huppelend salsa ritme. Parquet Courts wordt dikwijls onterecht vergeleken met Pavement, landerig wordt het nooit bij deze New- Yorkers, en beide zangers zijn ook veel toonvaster dan Stephen Malkmus, maar kijk “Steady on mind” was toch een country trage die op het conto van Pavement had kunnen staan.
Het tegendraadse zat er hier en daar toch nog in, bv. in de non-song “I was just here”, maar dat was toch de uitzondering: vijf kwartier lang bewezen Parquet Courts dat ze sterke songschrijvers geworden zijn.  Het orgelpunt was wellicht het country geinspireerde “Berlin got blurry”, met zijn, pun-intended, invallend orgeltje.

Hun punk-ethos hebben ze nog: geen bisnummers en veel onzin tussen de nummers die de flow er wat uit halen. Deze band zal altijd het best tot zijn recht komen in de kleine en middelgrote zalen, en moet wat mij betreft niet groter worden. Small is beautiful!

Organisatie: Botanique, Brussel

Wild Beasts gooien het op hun vijfde album ‘Boy King’ over een andere boeg: de elektronica naar de achtergrond en veel meer gitaren. Die plaat lieten ze produceren door John Congleton, die eerder al platen van St Vincent en Swans opnam.

Dat vertaalde zich ook op het podium van de Botanique. Het concert begon heel sfeervol, met de openingsmuziek van This Mortal Coil: “Song to the siren” werd volledig uitgespeeld, qua sfeerschepping kon dit tellen en die sfeer liep naadloos over in het instrumentale openingsnummer waarin een koorzang maar bleef aanzwellen. De twee zangers van de groep, bassist Tom Fleming en toetsenman Hayden Thorpe, namen om beurten de zang voor zich, waarbij die laatste zich liet opmerken door zijn diepe keelklanken die aan Boy George of Antony Hegarty deden denken.
Veel gitaren in dit optreden, soms werden ze op een onconventionele manier gebruikt, om rare geluidjes te produceren, in “Bed of nails” bespeelde de gitarist zijn gitaar met een strijkstok.
Het nieuwe geluid van Wild Beasts lag dicht bij dat van Foals, en tijdens de momenten dat de gitaren begonnen te scheuren, ook wel bij Muse.  De LED-panelen brachten het bombast van Muse ook visueel naar de kleinere setting van de Orangerie.  
Echt los kwam het concert pas vanaf “Wanderlust”, een topnummer waarop iedere band jaloers zou zijn, met de onvergetelijke zinsnede “ Don’t confuse me with someone who gives a fuck”. Zet de Nobelprijs literatuur 2017 al maar klaar, zou ik zo zeggen.  Ook “Alpha female” was top, dit nummer had ruimte in zich, een beetje zoals wat Mark Hollis bij Talk Talk deed. Dit elan werd doorgetrokken in de bissen, met “Celestial creatures” een hitsige paardans tussen Scissor Sisters en Depeche Mode, en  afsluiter “All the king’s men”, waarbij bassist Tom Fleming het publiek indook.

Wild Beasts kwamen wat traag op gang, maar toen was het echt de moeite.

Setlist:  Big Cat – Taste-Ponytail- Simple beautiful – Bed of nails – Colussus –Hooting – Mecca – 2BU – Lion’s share – though guy – Wanderlust – Alpha Female
Bis: Get my bang – Celestial creatures – Kings men

Organisatie: Botanique, Brussel

maandag 03 oktober 2016 03:00

Mike Watt - Legende van de jaren tachtig

Mike Watt en King Champion Sounds
N9
Eeklo
2016-10-01
Nick Nyffels

Een absolute legende van de Amerikaanse underground stond op zaterdag in de N9 in Eeklo: Mike Watt. Mike Wie? Wel iedereen kent een nummer van hem, maar niemand beseft dat het van Mike Watt’s Minutemen is: “Corona” uit ‘Double nickels on the dime’ uit 1984 is het kenwijsje van MTV’s Jackass met Johny Knoxville en Steve-O. Wij leerden Watt kennen in 1995 met zijn solo album ‘Ball Hog or Tugboat?’, zijn solodebuut dat hij opnam met de crème de la crème van de alternatieve scene: J Mascis, Frank Black, Evan Dando, Mark Lanegan, Dave Grohl, Flea en Eddie Vedder, om er maar een paar te noemen.
Sindsdien heeft Watt in verschillende bands en projecten gespeeld, onder meer met Wilco gitarist Nels Cline en ook als live bassist bij de reunie van The Stooges.

In Eeklo stond Mike Watt er als Il Sogno del Marinaio, ofte de droom van de zeeman, een trio dat hij met twee Italianen, Stefano Pilia en Andrea Belfi opgezet heeft. Watt, met zwarte ziekenfondsbril, introduceerde de band, en zei vereerd te zijn dat een select Eekloos publiek er voor had gekozen om op zaterdagavond naar zijn muziek te luisteren. Il Sogno del Marinaio speelde rock met een jazz insteek, veel instrumentale nummers, met veel dynamiek en tempowisselingen, en de kenmerkende met de deur in huis vallende basstijl van Watt: van zacht ging hij plots over naar hard, krachtig en dominant. Soms zong Watt, maar meestal was het dus instrumentaal, met veel gitaarsolo’s, hoekig, soms kubistisch van inslag en dikwijls met vijf nummers die  in een enkele song gedrumd werden. Je kon het een beetje vergelijken met het Belgische Stuff. Naast nummers in het Engels, kregen we ook nummers in het Italiaans, en omdat de drummer tegenwoordig in Berlijn woont, ook in het Duits. Toen de gitarist een snaar brak, bewees Watt ook een volleerde stand up comedian te zijn. Tijdens de bisronde kroop er een funkske tevoorschijn, Nile Rodgers zou er trots op geweest zijn.

De hoofdact vanavond King Champion Sounds is een Nederlands-Engelse band rond zanger G.W. Sok van The Ex, aangevuld met een aantal jonge honden. Mike Watt speelde op de laatste plaat van King Champion Sounds, maar kon vanavond niet mee spelen omdat ze vroeg de ferry moesten nemen voor hun volgende optreden in Sheffield. Waar Watt een heel diverse, grillige set bracht, was King Champion Sounds veel duidelijker en eenvormige van klank: GW Sok, zijn tekstvellen in de hand, declameerde zijn nummers in jaren tachtig stijl, ondersteund door een new wave bass, en dit contrasteerde met de vrolijke blazers. Dit was voer voor de dansvloer, feestmuziek voor fans van The Fall, Gang of Four, The Pop Group, Madness en ska in het algemeen.

Het voorprogramma had een link met de hoofdact: Deutsche Ashram is een Nederlands duo dat bestaat uit de gitarist van King Champion Sounds, Ajay Saggar, en zangeres Merinde Verbeek. De ritmesectie stond op de computer, en verder hoorden we een geluid dat het ging gaan zoeken bij Beach House, Mazzy Star en new waveklanken. Charmant.

Organisatie: N9, Eeklo

zondag 02 oktober 2016 03:00

Moderat - Beats voor de meerwaardezoeker


De Berlijnse underground dance-scene wordt groot, dat kunnen we toch besluiten na het uitverkochte concert van Moderat in Vorst-Nationaal. Uitverkocht, wil in dit geval zeggen de kleine versie van Vorst, zonder de bovenste ring, maar niettemin blijft het een prestatie die we nooit verwacht hadden toen we Moderat de eerste keer zagen op Pukkelpop 2009. Hun debuutalbum hebben ze ook met de nieuwe plaat ‘III’ niet overtroffen, maar toch hebben ze hun aanhang gestaag weten uit te bouwen. Wat ons nog heel goed bijstaat van die Pukkelpop-passage waren de uiterst verzorgde visuals die de elektronica van Moderat naar een hoger plan brachten, en dit was ook de sterkte vanavond in Vorst.
Uiteindelijk is een elektronisch trio niet zo interessant om naar te kijken, dus sterke visuals zijn een must voor een boeiende concertavond. Net als Kraftwerk pakken Sascha Ring (Apparat), Gernot Bronsert en Sebastian Szary (beiden ook aan de slag als Modeselektor) met ‘Deutsche Grundlichkeit’ het design van muziek en beeld als een ‘Gesamtkunstwerk’ aan. Vóór aanvang van het concert vroeg Moderat om geen flits te gebruiken, om de sfeer van hun donkere projecties te bewaren zodat iedereen de Moderat-ervaring kon ondergaan. Voor een concertfotograaf was dit dus een heel ondankbaar concert, maar dat belette niemand in het publiek om toch uitgebreid foto’s en filmpjes te schieten met de smartphone tijdens het concert, die waarschijnlijk achteraf toch verwijderd werden wegens veel te donker en onscherp.

Moderat begon met “Ghostmother”, waarin Sascha Ring de eerste keer zijn ijle stem over de beats liet glijden, met passende beelden van schimmige, amorfe vormen die als het ware uit de duistere diepten van de zee opdoken. Mijn absolute favoriet, “ A new error”, met zwart-witte projecties van bewegende handen, werd ook door het publiek op herkenningsapplaus onthaald. De huidige single “Running” combineerde de elektronische Radiohead met acid house, beats voor de meerwaardezoeker dus, maar altijd dansbaar, een beetje als Underworld bij momenten, maar nooit met een simpele vierkwartsbeat, maar altijd met breakbeats die de bouwstenen zijn die deze producers naar believen toevoegden of weglieten, zoals een stel meesterkoks die hun kunnen etaleerden. “Rusty nails” was sensueel, ook door de projecties van spookachtige figuren in wapperend textiel. “Reminder” klonk als een samenwerking tussen Jonsi van Sigur Ros en Breakbeat Era.
Wij genoten vooral van de meer stevige nummers, omdat de zang van Sascha Ring in de rustige nummers op de duur toch wel wat eentonig klonk. Beelden van versplinterde betonblokken kondigden een stevige versnelling van het tempo aan, het publiek ging echt loos op een trance nummer dat sterk opbouwde en mij deed denken aan een mix van “King of Snake” van Underworld met “French Kiss” van Little Louis. Er zijn slechtere mash-ups denkbaar. “Last time” ging het in de jaren tachtig zoeken, bij Depeche Mode en Human League. “Les grandes marches” was het hoogtepunt van het concert, een langgerekte climax van de eerste tot de laatste minuut, gevolgd door een hard inkomend “Nr. 22”. De lichtshow speelde daar passend op in met vloeiende laserlijnen. We kregen ook nog een comic strip in de stijl van Charles Burns (voor wie deze comic tekenaar niet kent, de hoes van Iggy  Pop’s ‘Brick by brick’ is van hem) dat “Bad kingdom” illustreerde met een opeenhoping van clichés uit de film noir.
Het einde van het concert zakte een beetje in met “The fool” en “Intruder”, beiden iets te veel downtempo om het concert mee af te sluiten, gelukkig riep het publiek Moderat nog eens terug voor “Versions”, een stevige psychedelische stamper zoals we die kennen van The Orb.

Moderat bewees vanavond een grote zaal aan te kunnen. Festivalprogrammatoren, doe eens zot en zet die mannen eens als afsluiter op de main stage ipv voor de elfendertigste keer Chase & Status of Chemical Brothers te programmeren. ‘Moderat ist
fertig’!

Setlist: Ghostmother – A new error – Running –Abandon Window – eating hooks –Rusty  nails –reminder –animal trails – last time – Les grandes marches –nr. 22

Milk – bad kingdom – the fool – Intruder – Versions

Organisatie: Live Nation

Cactusfestival 2016 – van 8 t/m 10 juli 2016 – een overzicht van het driedaags festival!
Cactusfestival 2016
Minnewaterpark
Brugge
2016-07-08 t/m 2016-07-10
Nick Nyffels

Joepie, het is weer Cactusfestival, om Luc De Vos zaliger te parafraseren. Dit gezellige familiefestival had dit jaar nog meer zijn best gedaan met extra foodtrucks op het Barge terrein en een topaffiche zodat de zaterdag op voorhand uitverkocht was. Het weer was excellent, eindelijk zomer, dus gans Brugge en omstreken was naar het Minnewaterpark afgezakt om een pintje te drinken aan de Lange Bar en van de volgende uitstekende bands te genieten.

dag 1 – vrijdag 8 juli 2016
Calexico  (****) was  vrijdag de echte publiekstrekker. Hun mix van Americana en Latijns-Amerikaanse genres is perfect voor de festivals, vernieuwend zijn ze misschien niet meer, maar dat kon het publiek worst wezen: het weekend was begonnen, het was lekker warm, een pintje of een cocktail bij de hand, wat moet je nog meer. Of het  aan het weer lag weet ik, maar het was stukken beter dan hun vorige passage op Cactus in 2013. Ik vind de Latinonummers de beste, een “Cumbia de donde” bijvoorbeeld dat als derde nummer gespeeld werd. Calexico stond met zijn zevenen op het podium, met onder meer een Spanjaard die de band kwam vervoegen.  Naast cumbia kregen we nog een rist van andere Latino-genres voorgeschoteld: Mariachi-muziek (“Minas de cobre”), rumba, calypso en salsa passeerden allemaal de revue. Daarnaast natuurlijk ook Americana en stevige rock, er zat zelfs een noise-uitbarsting in de set. De Mexicaanse ayayay-schreeuwtjes hitsten het publiek op en bij “Crystal Frontier” gingen de handjes in de lucht tot aan de PA. Mijn favoriet: “Guero Canelo”.

Normaal zijn de Belgische bands de publiekstrekkers op Cactus, maar kijk, er stond beduidend minder volk bij Black Box Revelation (***). Ze kregen onlangs wereldwijd gratis reclame toen Seasick Steve hun t-shirt droeg tijdens een rit door Zuid-Afrika in ‘Top Gear’. Wij zijn echt geen fan van de stem van Jan Paternoster, maar niettemin hebben we toch respect voor deze twee jongens, alleen al op basis van de karrevracht singles die ze al neergepend hebben. “High on a wire” zat vooraan in de set, de twee soulzangeressen gaven een meerwaarde aan “Warhorse”, daarna volgde “Highway cruiser”. Zo hard als vroeger gaan ze niet meer, er zaten toch opvallend veel mid-tempo nummers in de set, het was wachten op “Gloria” voor Paternoster echt loos ging op zijn gitaar met een Neil Young solo. Black Box Revelation stopte te vroeg met “My perception” om dan nog eens terug te komen voor een bis met “Set your head of fire”.

Wilco (*****)
heeft nog op niet veel Belgische festivals gespeeld, tweemaal op Werchter, tweemaal Pukkelpop en een keer Leffingeleuren en  Dour in de 22 jaar dat ze al bezig zijn. Cactus had dus een grote vis gevangen voor hun enige Belgische festivalpassage. Jeff Tweedy en Co. begonnen er rustig aan met een drietal nummers uit hun laatste plaat “Star Wars”, zodat we naar voren moesten om weg te zijn van de babbelaars, maar al in het eerste nummer (More…) werd die rustige Americana doorkruist door een zee van ruis, en het was niet dat de klankman nog niet wakker was.
Het eerste hoogtepunt kwam vroeg met “I’m trying to break your heart”, vijf minuten smart op piano en xylofoon, prachtig hoe de piano op het einde volledig ontspoorde en hoe er flarden elektronica door het hart van dit nummer geregen werden. Het begon donker te worden, zodat de lichtshow, een soort van LED-gordijn, mooi tot zijn recht kwam. “Art of almost” katapulteerde Americana de eenentwintigste eeuw in met elektronische effecten, maar ook de klassiekers kregen een eerbetoon : “Hummingbird” op piano, was duidelijk door McCartney en Elvis Costello geïnspireerd. “Handshake drugs” was een echte countryklassieker, maar met een twist, want op het einde van dit nummer liet Nels Cline dit uitlopen in een eruptie van noise. Het ging op dat elan door met “Via Chicago”, een country tearjerker op piano, waarin meerdere keren de spreekwoordelijke olifant door de porseleinkast viel, of om het in festivaltermen te houden, de lompe tweemeter grote basketter met combatboots en twee kartons bier die pardoes op een aantal frèle meisjessandaaltjes trapte. Het werd alleen maar beter, met het uitgesponnen “Spiders kidsmoke” met zijn opbouwende, rustige passages die afgewisseld werden met brokken gitaarlava en daarna het aan World Party refererende “Jesus Etc.” . Uit hun debuut kwam “Box full of letters”,  het zou ons niet verwonderen mocht dat een ode zijn aan Alex Chilton van The Box Tops. En het hield maar niet op, toen kregen we “Heavy Metal Drummer” uit “Yankee Hotel Foxtrot” en het beste werd tot het einde opgespaard: “Impossible Germany” was gewoonweg magistraal. Dit was van het beste wat we in de vele edities van Cactus al gezien hebben.

Cactus 2016 was verdomd straf begonnen.

dag 2- zaterdag 9 juli 2016
Het was prachtig zomerweer voor de tweede dag van het Cactusfestival. Na dat we een verse voorraad bonnetjes ingeslagen hadden, waren we klaar voor de volgende bands.

Daniel Norgren (***)
had het regenachtige Zweden verlaten voor het zonnige Brugge. De Zweedse singer-songwriter begon rustig aan zijn toebedeelde tijd met kabbelende Americana die bij het weer paste. Hij speelde zowel gitaar, accordeon als een grote vleugelpiano. De single ¨Why may I not go out and climb the trees” stak er duidelijk boven uit, en Norgren haalde ook in andere nummers de hoge noten die Jim James van My Morning Jacket niet meer haalt. Het was aangenaam, maar niet dwingend of wereldschokkend.

Het Canadese Black Mountain (***) was vervolgens aan de beurt.  Zangeres Amber Webber stond veel centraler in het groepsgeluid dan vroeger, een geluid duidelijk geïnspireerd door seventies hard-rock en ook wel sixties bands zoals Jefferson Airplane. De keyboards en het orgeltje waren een duidelijke meerwaarde voor de sound van de band, die je als traag, atmosferisch en psychedelisch kon karakteriseren. Op een bepaald moment sloop er een streepje Kraftwerk door een nummer. Nog altijd het grootste manco bij Black Mountain, is de statische performance van de zangeres, die nauwelijks bewoog en geen poging deed om contact te leggen met het publiek. Een beetje de vrouwelijke Mark Lanegan dus. De stonerrock van vroeger was ook weg, dus de headbangers, als die al naar een festival als Cactus komen, bleven op hun honger.

Laura Mvula (***)
kwam op met een keytar die bijna even groot als haarzelf was, en had ook een uitgebreide backing band mee waarbij de 3 zangeressen de show stalen. De Engelse bracht hoofdzakelijk blazerloze soul, dus de jazz en Afrikaanse ritmes van haar debuut bleven wat achterwege.  “Green garden” stak er boven uit, deze song uit haar debuut liet de handjes op elkaar gaan in het Minnewaterpark, maar het gebrek aan veel andere memorabele singles was toch een beetje een minpunt in dit verder voortreffelijke optreden.

Singles had Charles Bradley (****) dan weer in overvloed. En een super begeleidingsband heeft hij ook, het is dan wel niet meer de Menahan Street Band, maar ook zijn Extraordinaires waren een stel bleekscheten die de soul ademden uit alle poriën. De band warmde het publiek op voor Charles met twee instrumentaaltjes, waarna Bradley in “Burning” de oerschreeuw van James Brown naar de kroon stak. Tussen de nummers door leek het of Bradley’s stem een beetje hees was, maar daar was niks van te merken tijdens de nummers. Het concert viel uit in twee stukken, een instrumentaaltje middenin liet Bradley de tijd voor een kostuumwissel. Het eerste deel kon je religieus noemen, Bradley vroeg het Minnewaterpark “Do you want to go to church with me?”. 
Het tweede deel was funky en sexy, Bradley droeg een zilveren schedel riem, en maakte obscene bewegingen naar de meisjes voor het podium. De oerschreeuw van deze vuile snoeper maakte menige vrouw op slag krols. Sexy blaxploitation muziek zoals bv. in “Confusion” hitste de dames op. Maar Bradley nam ook gas terug om ergens bij de sweet soul muziek van Marvin Gaye uit te komen. Dit was voor iedereen het optreden van Cactus op zaterdag, en het mooiste moment kwam misschien nog na het optreden, toen Bradley het podium afsprong en zijn fans omhelsde.

Het tempo ging een stuk naar beneden bij Gregory Porter (***), die samen met zijn band traditionele pianojazz bracht, waarbij zijn stem centraal stond. De fans van Sinatra of andere klassieke crooners kwamen hier aan hun trekken. Ik vond het soms een beetje te braaf, hij kreeg vooral mijn aandacht toen hij soul binnensmokkelde in zijn nummers, met een referentie aan Marvin Gaye’s “What’s going on” en een gesmaakte cover van “Papa was a rolling stone”. Porter wisselde korte nummers af met lange, zoals “1960 What?” uit zijn debuut en “Take me to the alley”. Het nummer dat Porter bekend maakte bij een breed publiek, “Liquid Spirit” kreeg geen dancebewerking, maar draaide uit op een uitgebreide improvisatie.

De Ierse singer-songwriter Damien Rice(**) mocht afsluiten op zaterdag. De man stond solo op het podium, en dan moet je sterk voor de dag komen om anderhalf uur te blijven boeien. Het charisma van die andere Ier, Luka Bloom, heeft Rice niet, en eigenlijk zakte hij zonder band toch wel door het ijs. Rice speelde voornamelijk op zijn akoestische gitaar, maar had ook een bandoneon  en een set aan elektronische pedalen meegebracht. James Blake gewijs loopte hij zo zijn eigen stem en zijn instrumenten, om zo een virtuele band samen te stellen. “9 crimes” zong hij met vervormde stem en dit prachtige nummer mankeerde toch wel een vrouwelijke tegenstem zoals op plaat. Rice zijn tour de force lag in het heel lange “It takes a lot to know a man”, dat hij laag per laag opbouwde door zowel stem, gitaar, klarinet, belletjes en elektrische gitaar te loopen. Knap staaltje instrumentenbeheersing, maar wij hadden toch liever een volledig band gezien, dat zou de spanningsboog ten goede gekomen zijn.

dag 3- zondag 10 juli 2016
Op de dag des heren kreeg het Minnewaterpark een mysterieus gezelschap voorgeschoteld. Alle leden van het Zweedse Goat (****) zijn gemaskerd en over de identiteit van de bandleden is er niks bekend. De twee zangeressen zagen er uit als gepluimde Inca-hogepriesteressen, de bassist ging gekleed als een bebloemde toeareg, en de rest van de band leek wel weggelopen uit de orgie-scene van Eyes Wide Shut. Goat begon er aan met “Words”, waarin ze desertblues, metal en percussie door elkaar klutsten.  Naast de Malinese invloed, kon je ook Scandinavische folk (Hedningarna), Afrobeat , Indische muziek en zelfs funk horen passeren doorheen de psychedelische nummers. Hun eerste plaat heet dan ook ‘World Music’. Hoogtepunten: “Goatman” met zijn wah-wah gitaar en opzwepende percussie, “Run to your mama”, waarin de blonde en de bruine (duidelijke ABBA-invloed) als dansende derwisjen over het podium wervelden. Die zangeressen bepalen ook voor een groot deel de sound van de band, met hun tamboerijnen, koebellen en ander klein slagwerk en hun trance opwekkende zang. Dit was een prachtige revanche voor de mindere passage vorig jaar op Pukkelpop waar de geluidsmix volledig in de soep gedraaid was.

Kurt Vile (***1/2), de Herman Brusselmans van de indie-rock, zal altijd zijn lijzige zelf blijven. Zijn muziek is toch echt geen festivalvoer maar hij was in verrassende goeie doen en maakte veel contact met het publiek. Een minder moment, was toen hij persé solo een akoestisch nummer wilde spelen, dat volledig aan het publiek voorbij ging. De keyboards waren een meerwaarde voor de sound van de band. De ultieme slacker sloot af met een sterk laatste kwartier met daarin onder meer “Pretty Pimpin’”, de classic rock van “KV Crimes” en “Freak train” dat hij opdroeg aan alle freaks.

Op Werchter waren we sterk onder de indruk van de show van SX (***1/2). Vonden we hun vorige passage op Cactus nog kil en afstandelijk, op Werchter viel onze frank : wat een stembeheersing en gedurfde artistieke visie. Op Cactus waren Stefanie Callebaut en Co meer relaxt, wegens een thuismatch in West-Vlaanderen, maar bleef de vernieuwende elektronica overtuigen: fysiek overweldigende bassen, soundscapes aangeleverd door twee leden van Amatorski, en Callebaut als een hogepriesteres die haar demonen bestreed. Voor het gemiddelde Cactuspubliek was dit misschien net iets te veel avant-garde, de singles dienden dan ook als aanknopingspunten, dat, en ook het West-Vlaams van Callebaut tussen de nummers door.

The Cinematic Orchestra (***), de band van Jason Swinscoe, is terug na negen jaar. Of er ook een nieuw album aankomt, is afwachten. Op Cactus stond er 13 man op het podium, die grossierden in filmische down-tempo jazz met veel blue notes en strijkers, maar met weinig blazers. De gitarist bracht hun grootste hit, “To find a home”, solo, waarna de band inviel. Ook afsluiter “All that you give”, met klarinet, was heel sfeervol.

Afsluiter van Cactus 2016 was het Franse Air (****). De band van Nicolas Godin en Jean-Benoit Dunckel heeft geen al te beste live reputatie, maar vanavond overtroffen ze toch zichzelf. De setting was ook perfect, Air verdraagt geen daglicht, dus die afsluitende plaats was ideaal. De mannen droegen witte pakken, de lichtshow gaf extra cachet aan het retro-futurisme van deze Fransozen en het geluid was perfect. Daarnaast heeft Air ook een karrevracht singles die staan als een huis. Ze begonnen er aan met “Venus”. Godin zong heel hoog “Cherry Blossom girl”, de klank van een warm dekentje. We moesten lachen toen Godin door de vocoder “Merci beaucoup” zei. “Playground love” was een brok nostalgie naar een warme zomeravond en we werden vrolijk van de fluitsong “Alpha Beta Gaga” dat met banjo ook iets van Cottoneye Joe van Rednex had. Stephen Hawking beleefde vervolgens erotische avonturen in “How does it make you feel”, zo sexy klonk een computerstem nog nooit. ”Kelly watch the stars” was het begin van de finale, toen kwam “Sexy Boy” , en daarna werden we in een baan rond de aarde geschoten met de diepe, warme bas van “La Femme d’argent”.
De perfecte afsluiter van een perfect festival : goed weer, beste sfeer in het Vlaamse festivallandschap en een pak memorabele optredens.

Neem gerust een kijkje naar de (sfeer)pics van één van de dagen
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/cactusfestival-2016/
Organisatie: Cactus Club, Brugge (Cactusfestival, Brugge)

 

Pagina 6 van 13