Cactusfestival 2016 – van 8 t/m 10 juli 2016 – een overzicht van het driedaags festival!
Cactusfestival 2016
Minnewaterpark
Brugge
2016-07-08 t/m 2016-07-10
Nick Nyffels
Joepie, het is weer Cactusfestival, om Luc De Vos zaliger te parafraseren. Dit gezellige familiefestival had dit jaar nog meer zijn best gedaan met extra foodtrucks op het Barge terrein en een topaffiche zodat de zaterdag op voorhand uitverkocht was. Het weer was excellent, eindelijk zomer, dus gans Brugge en omstreken was naar het Minnewaterpark afgezakt om een pintje te drinken aan de Lange Bar en van de volgende uitstekende bands te genieten.
dag 1 – vrijdag 8 juli 2016
Calexico (****) was vrijdag de echte publiekstrekker. Hun mix van Americana en Latijns-Amerikaanse genres is perfect voor de festivals, vernieuwend zijn ze misschien niet meer, maar dat kon het publiek worst wezen: het weekend was begonnen, het was lekker warm, een pintje of een cocktail bij de hand, wat moet je nog meer. Of het aan het weer lag weet ik, maar het was stukken beter dan hun vorige passage op Cactus in 2013. Ik vind de Latinonummers de beste, een “Cumbia de donde” bijvoorbeeld dat als derde nummer gespeeld werd. Calexico stond met zijn zevenen op het podium, met onder meer een Spanjaard die de band kwam vervoegen. Naast cumbia kregen we nog een rist van andere Latino-genres voorgeschoteld: Mariachi-muziek (“Minas de cobre”), rumba, calypso en salsa passeerden allemaal de revue. Daarnaast natuurlijk ook Americana en stevige rock, er zat zelfs een noise-uitbarsting in de set. De Mexicaanse ayayay-schreeuwtjes hitsten het publiek op en bij “Crystal Frontier” gingen de handjes in de lucht tot aan de PA. Mijn favoriet: “Guero Canelo”.
Normaal zijn de Belgische bands de publiekstrekkers op Cactus, maar kijk, er stond beduidend minder volk bij Black Box Revelation (***). Ze kregen onlangs wereldwijd gratis reclame toen Seasick Steve hun t-shirt droeg tijdens een rit door Zuid-Afrika in ‘Top Gear’. Wij zijn echt geen fan van de stem van Jan Paternoster, maar niettemin hebben we toch respect voor deze twee jongens, alleen al op basis van de karrevracht singles die ze al neergepend hebben. “High on a wire” zat vooraan in de set, de twee soulzangeressen gaven een meerwaarde aan “Warhorse”, daarna volgde “Highway cruiser”. Zo hard als vroeger gaan ze niet meer, er zaten toch opvallend veel mid-tempo nummers in de set, het was wachten op “Gloria” voor Paternoster echt loos ging op zijn gitaar met een Neil Young solo. Black Box Revelation stopte te vroeg met “My perception” om dan nog eens terug te komen voor een bis met “Set your head of fire”.
Wilco (*****) heeft nog op niet veel Belgische festivals gespeeld, tweemaal op Werchter, tweemaal Pukkelpop en een keer Leffingeleuren en Dour in de 22 jaar dat ze al bezig zijn. Cactus had dus een grote vis gevangen voor hun enige Belgische festivalpassage. Jeff Tweedy en Co. begonnen er rustig aan met een drietal nummers uit hun laatste plaat “Star Wars”, zodat we naar voren moesten om weg te zijn van de babbelaars, maar al in het eerste nummer (More…) werd die rustige Americana doorkruist door een zee van ruis, en het was niet dat de klankman nog niet wakker was.
Het eerste hoogtepunt kwam vroeg met “I’m trying to break your heart”, vijf minuten smart op piano en xylofoon, prachtig hoe de piano op het einde volledig ontspoorde en hoe er flarden elektronica door het hart van dit nummer geregen werden. Het begon donker te worden, zodat de lichtshow, een soort van LED-gordijn, mooi tot zijn recht kwam. “Art of almost” katapulteerde Americana de eenentwintigste eeuw in met elektronische effecten, maar ook de klassiekers kregen een eerbetoon : “Hummingbird” op piano, was duidelijk door McCartney en Elvis Costello geïnspireerd. “Handshake drugs” was een echte countryklassieker, maar met een twist, want op het einde van dit nummer liet Nels Cline dit uitlopen in een eruptie van noise. Het ging op dat elan door met “Via Chicago”, een country tearjerker op piano, waarin meerdere keren de spreekwoordelijke olifant door de porseleinkast viel, of om het in festivaltermen te houden, de lompe tweemeter grote basketter met combatboots en twee kartons bier die pardoes op een aantal frèle meisjessandaaltjes trapte. Het werd alleen maar beter, met het uitgesponnen “Spiders kidsmoke” met zijn opbouwende, rustige passages die afgewisseld werden met brokken gitaarlava en daarna het aan World Party refererende “Jesus Etc.” . Uit hun debuut kwam “Box full of letters”, het zou ons niet verwonderen mocht dat een ode zijn aan Alex Chilton van The Box Tops. En het hield maar niet op, toen kregen we “Heavy Metal Drummer” uit “Yankee Hotel Foxtrot” en het beste werd tot het einde opgespaard: “Impossible Germany” was gewoonweg magistraal. Dit was van het beste wat we in de vele edities van Cactus al gezien hebben.
Cactus 2016 was verdomd straf begonnen.
dag 2- zaterdag 9 juli 2016
Het was prachtig zomerweer voor de tweede dag van het Cactusfestival. Na dat we een verse voorraad bonnetjes ingeslagen hadden, waren we klaar voor de volgende bands.
Daniel Norgren (***) had het regenachtige Zweden verlaten voor het zonnige Brugge. De Zweedse singer-songwriter begon rustig aan zijn toebedeelde tijd met kabbelende Americana die bij het weer paste. Hij speelde zowel gitaar, accordeon als een grote vleugelpiano. De single ¨Why may I not go out and climb the trees” stak er duidelijk boven uit, en Norgren haalde ook in andere nummers de hoge noten die Jim James van My Morning Jacket niet meer haalt. Het was aangenaam, maar niet dwingend of wereldschokkend.
Het Canadese Black Mountain (***) was vervolgens aan de beurt. Zangeres Amber Webber stond veel centraler in het groepsgeluid dan vroeger, een geluid duidelijk geïnspireerd door seventies hard-rock en ook wel sixties bands zoals Jefferson Airplane. De keyboards en het orgeltje waren een duidelijke meerwaarde voor de sound van de band, die je als traag, atmosferisch en psychedelisch kon karakteriseren. Op een bepaald moment sloop er een streepje Kraftwerk door een nummer. Nog altijd het grootste manco bij Black Mountain, is de statische performance van de zangeres, die nauwelijks bewoog en geen poging deed om contact te leggen met het publiek. Een beetje de vrouwelijke Mark Lanegan dus. De stonerrock van vroeger was ook weg, dus de headbangers, als die al naar een festival als Cactus komen, bleven op hun honger.
Laura Mvula (***) kwam op met een keytar die bijna even groot als haarzelf was, en had ook een uitgebreide backing band mee waarbij de 3 zangeressen de show stalen. De Engelse bracht hoofdzakelijk blazerloze soul, dus de jazz en Afrikaanse ritmes van haar debuut bleven wat achterwege. “Green garden” stak er boven uit, deze song uit haar debuut liet de handjes op elkaar gaan in het Minnewaterpark, maar het gebrek aan veel andere memorabele singles was toch een beetje een minpunt in dit verder voortreffelijke optreden.
Singles had Charles Bradley (****) dan weer in overvloed. En een super begeleidingsband heeft hij ook, het is dan wel niet meer de Menahan Street Band, maar ook zijn Extraordinaires waren een stel bleekscheten die de soul ademden uit alle poriën. De band warmde het publiek op voor Charles met twee instrumentaaltjes, waarna Bradley in “Burning” de oerschreeuw van James Brown naar de kroon stak. Tussen de nummers door leek het of Bradley’s stem een beetje hees was, maar daar was niks van te merken tijdens de nummers. Het concert viel uit in twee stukken, een instrumentaaltje middenin liet Bradley de tijd voor een kostuumwissel. Het eerste deel kon je religieus noemen, Bradley vroeg het Minnewaterpark “Do you want to go to church with me?”.
Het tweede deel was funky en sexy, Bradley droeg een zilveren schedel riem, en maakte obscene bewegingen naar de meisjes voor het podium. De oerschreeuw van deze vuile snoeper maakte menige vrouw op slag krols. Sexy blaxploitation muziek zoals bv. in “Confusion” hitste de dames op. Maar Bradley nam ook gas terug om ergens bij de sweet soul muziek van Marvin Gaye uit te komen. Dit was voor iedereen het optreden van Cactus op zaterdag, en het mooiste moment kwam misschien nog na het optreden, toen Bradley het podium afsprong en zijn fans omhelsde.
Het tempo ging een stuk naar beneden bij Gregory Porter (***), die samen met zijn band traditionele pianojazz bracht, waarbij zijn stem centraal stond. De fans van Sinatra of andere klassieke crooners kwamen hier aan hun trekken. Ik vond het soms een beetje te braaf, hij kreeg vooral mijn aandacht toen hij soul binnensmokkelde in zijn nummers, met een referentie aan Marvin Gaye’s “What’s going on” en een gesmaakte cover van “Papa was a rolling stone”. Porter wisselde korte nummers af met lange, zoals “1960 What?” uit zijn debuut en “Take me to the alley”. Het nummer dat Porter bekend maakte bij een breed publiek, “Liquid Spirit” kreeg geen dancebewerking, maar draaide uit op een uitgebreide improvisatie.
De Ierse singer-songwriter Damien Rice(**) mocht afsluiten op zaterdag. De man stond solo op het podium, en dan moet je sterk voor de dag komen om anderhalf uur te blijven boeien. Het charisma van die andere Ier, Luka Bloom, heeft Rice niet, en eigenlijk zakte hij zonder band toch wel door het ijs. Rice speelde voornamelijk op zijn akoestische gitaar, maar had ook een bandoneon en een set aan elektronische pedalen meegebracht. James Blake gewijs loopte hij zo zijn eigen stem en zijn instrumenten, om zo een virtuele band samen te stellen. “9 crimes” zong hij met vervormde stem en dit prachtige nummer mankeerde toch wel een vrouwelijke tegenstem zoals op plaat. Rice zijn tour de force lag in het heel lange “It takes a lot to know a man”, dat hij laag per laag opbouwde door zowel stem, gitaar, klarinet, belletjes en elektrische gitaar te loopen. Knap staaltje instrumentenbeheersing, maar wij hadden toch liever een volledig band gezien, dat zou de spanningsboog ten goede gekomen zijn.
dag 3- zondag 10 juli 2016
Op de dag des heren kreeg het Minnewaterpark een mysterieus gezelschap voorgeschoteld. Alle leden van het Zweedse Goat (****) zijn gemaskerd en over de identiteit van de bandleden is er niks bekend. De twee zangeressen zagen er uit als gepluimde Inca-hogepriesteressen, de bassist ging gekleed als een bebloemde toeareg, en de rest van de band leek wel weggelopen uit de orgie-scene van Eyes Wide Shut. Goat begon er aan met “Words”, waarin ze desertblues, metal en percussie door elkaar klutsten. Naast de Malinese invloed, kon je ook Scandinavische folk (Hedningarna), Afrobeat , Indische muziek en zelfs funk horen passeren doorheen de psychedelische nummers. Hun eerste plaat heet dan ook ‘World Music’. Hoogtepunten: “Goatman” met zijn wah-wah gitaar en opzwepende percussie, “Run to your mama”, waarin de blonde en de bruine (duidelijke ABBA-invloed) als dansende derwisjen over het podium wervelden. Die zangeressen bepalen ook voor een groot deel de sound van de band, met hun tamboerijnen, koebellen en ander klein slagwerk en hun trance opwekkende zang. Dit was een prachtige revanche voor de mindere passage vorig jaar op Pukkelpop waar de geluidsmix volledig in de soep gedraaid was.
Kurt Vile (***1/2), de Herman Brusselmans van de indie-rock, zal altijd zijn lijzige zelf blijven. Zijn muziek is toch echt geen festivalvoer maar hij was in verrassende goeie doen en maakte veel contact met het publiek. Een minder moment, was toen hij persé solo een akoestisch nummer wilde spelen, dat volledig aan het publiek voorbij ging. De keyboards waren een meerwaarde voor de sound van de band. De ultieme slacker sloot af met een sterk laatste kwartier met daarin onder meer “Pretty Pimpin’”, de classic rock van “KV Crimes” en “Freak train” dat hij opdroeg aan alle freaks.
Op Werchter waren we sterk onder de indruk van de show van SX (***1/2). Vonden we hun vorige passage op Cactus nog kil en afstandelijk, op Werchter viel onze frank : wat een stembeheersing en gedurfde artistieke visie. Op Cactus waren Stefanie Callebaut en Co meer relaxt, wegens een thuismatch in West-Vlaanderen, maar bleef de vernieuwende elektronica overtuigen: fysiek overweldigende bassen, soundscapes aangeleverd door twee leden van Amatorski, en Callebaut als een hogepriesteres die haar demonen bestreed. Voor het gemiddelde Cactuspubliek was dit misschien net iets te veel avant-garde, de singles dienden dan ook als aanknopingspunten, dat, en ook het West-Vlaams van Callebaut tussen de nummers door.
The Cinematic Orchestra (***), de band van Jason Swinscoe, is terug na negen jaar. Of er ook een nieuw album aankomt, is afwachten. Op Cactus stond er 13 man op het podium, die grossierden in filmische down-tempo jazz met veel blue notes en strijkers, maar met weinig blazers. De gitarist bracht hun grootste hit, “To find a home”, solo, waarna de band inviel. Ook afsluiter “All that you give”, met klarinet, was heel sfeervol.
Afsluiter van Cactus 2016 was het Franse Air (****). De band van Nicolas Godin en Jean-Benoit Dunckel heeft geen al te beste live reputatie, maar vanavond overtroffen ze toch zichzelf. De setting was ook perfect, Air verdraagt geen daglicht, dus die afsluitende plaats was ideaal. De mannen droegen witte pakken, de lichtshow gaf extra cachet aan het retro-futurisme van deze Fransozen en het geluid was perfect. Daarnaast heeft Air ook een karrevracht singles die staan als een huis. Ze begonnen er aan met “Venus”. Godin zong heel hoog “Cherry Blossom girl”, de klank van een warm dekentje. We moesten lachen toen Godin door de vocoder “Merci beaucoup” zei. “Playground love” was een brok nostalgie naar een warme zomeravond en we werden vrolijk van de fluitsong “Alpha Beta Gaga” dat met banjo ook iets van Cottoneye Joe van Rednex had. Stephen Hawking beleefde vervolgens erotische avonturen in “How does it make you feel”, zo sexy klonk een computerstem nog nooit. ”Kelly watch the stars” was het begin van de finale, toen kwam “Sexy Boy” , en daarna werden we in een baan rond de aarde geschoten met de diepe, warme bas van “La Femme d’argent”.
De perfecte afsluiter van een perfect festival : goed weer, beste sfeer in het Vlaamse festivallandschap en een pak memorabele optredens.
Neem gerust een kijkje naar de (sfeer)pics van één van de dagen
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/cactusfestival-2016/
Organisatie: Cactus Club, Brugge (Cactusfestival, Brugge)