Les Nuits Botanique 2025 - The Jesus Lizard, The Ex, Mclusky,... - Feest van gitaren
Les Nuits Botanique 2025
Botanique
Brussel
2025-05-18
Ollie Nollet
Deze zondag op Les Nuits Botanique stond in het teken van de wederopstanding van twee spraakmakende groepen uit de sector luide gitaren.
… Maar er was nog meer moois, zoals Snõõper, dat vorig jaar nog de tent op Leffingeleuren liet daveren. Dat overrompelende van toen was er dit keer evenwel niet bij. De attractieve chaos voor en op het podium bleef hier achterwege. Er was duidelijk geen animo om zo vroeg op de middag een moshpit te starten maar ook op het podium leek het er een stuk beschaafder aan toe te gaan.
Zangeres Blair Tramel had haar potsierlijke rekwisieten blijkbaar thuis gelaten, enkel de reusachtige pop uit papier-maché, waarmee ze op het einde van de set kwam opdraven, was er nog bij. Gelukkig had de muziek van dit jonge vijftal uit Nashville niets aan explosiviteit ingeboet.
Korte, venijnige punk erupties gestut door twee stevige, af en toe naar de hardrock lonkende gitaren waarboven de hoge heldere stem van Blair Tramel sierlijk kronkelde. Hun razende egg punk moest het vooral hebben van de tomeloze energie en van de voortdurend stuiterende zangeres.
De overige groepsleden stonden er, buiten dat ene danspasje dan, nogal statisch bij. Maar dat kon de pret niet drukken, mooie opwarmer!
Mclusky zag het levenslicht in 1996 in Cardiff en schreef in 2002 geschiedenis met het door Steve Albini geproducete ‘Mclusky do Dallas’. Nauwelijks drie jaar later was het sprookje reeds uit maar vorig jaar verrees de groep uit haar as en begin deze maand verscheen er na meer dan 20 jaar zelfs een nieuwe plaat: ‘The world is still here and so are we’. Net als Snõõper had Mclusky met hun passage vorig jaar op Leffingeleuren een onuitwisbare indruk nagelaten en ook zij wisten die glansprestatie van toen niet helemaal te evenaren. Nochtans begon het drietal de set met "Lightsabre cocksucking blues", de uitzinnige opener van hun meesterwerkje, ‘Mclusky do Dallas, waaruit later maar liefst nog zes nummers zouden volgen. Maar de klank zat niet meteen goed en de heren, die zichzelf aankondigden als Kings Of Leon, leken nog niet helemaal bekomen van hun middagdutje zodat de stormram toch even op zich liet wachten.
Maar eenmaal op temperatuur was er opnieuw geen houden meer aan. Hun mix van post hardcore en noiserock bleek nog even urgent als twintig jaar geleden en het nieuwe "Onpopular parts of a pig" had zeker niet misstaan op ‘Mclusky do Dallas’.
De inmiddels ook al 50-jarige Andrew Falkous heeft nog steeds die opgefokte maar tevens heerlijke stem terwijl zijn gitaar nog niets aan scherpte heeft verloren. De knappe nummers werden van een woeste energie voorzien door de scheurende bas van Damien Sayell en de mokerende drums van Jack Egglestone. Ongeveer halverwege ruilde Sayell zijn bas even voor een tweede gitaar en zo ging de storm even liggen voor "She will only bring you happiness", dat zowaar een ballad leek maar toch van een in vitriool gedrenkte tekst was voorzien met de als een mantra herhaalde regel "Our old singer is a sex criminal".
Daarna werd het volume opnieuw meedogenloos opgetrokken en volgden nog een rits parels als "Alan is a cowboy killer" en "Chases" om te eindigen met het toepasselijk getitelde "To hell with good intentions".
Het was misschien niet meteen het mooiste zicht: een drummer verborgen achter een scherm van plexiglas en een zanger met een immense koptelefoon op. Maar als Andrew Falkous, die met serieuze gehoorproblemen kampt, daardoor toch nog de mogelijkheid vindt om op een podium te staan, nemen we dat er maar al te graag bij.
The Ex was in de Botanique de groep met de langste carrière en dat, in tegenstelling tot The Jesus Lizard en Mclusky, zonder enige hiatus trouwens. Ontstaan in 1979 uit de Amsterdamse kraakbeweging en nog steeds actief. Hoewel de pauzes tussen de nieuwe releases wat langer zijn geworden, betekent dat niet dat The Ex in de tussentijd stilzit.
Zo wisten ze vorig jaar nog zonder nieuwe plaat de 4AD uit te verkopen. De meeste bands met zo'n lange staat van dienst beperken zich live tot een soort 'best of' of voeren in het beste geval één van hun commercieel succesvolste platen integraal nog eens uit. Zo niet The Ex. Zij hadden het lef om hun gloednieuwe plaat van begin tot eind te spelen. ‘If your mirror breaks’ heet die plaat en ze is opgedragen aan Steve Albini, met wie ze ooit samenwerkten.
De set werd, net als het album dus, geopend met "Beat beat drums", een op een Bo Diddley beat gestoeld nummer dat barstte van de ritmes en waarin Terrie Hessels zijn gitaar bespeelde met een drumvel. Later zou hij zijn instrument ook nog te lijf gaan met een metalen schepje, een schroevendraaier en een drumstick. Samen met Andy Moor en Arnold de Boer bemande hij het drie-gitaren offensief dat soms meedogenloos beukte om op het andere moment subtiel te fonkelen. Daarbij kwamen geregeld Afrikaanse invloeden bovendrijven, niet vreemd natuurlijk na hun collaboraties met de Ethiopische jazz saxofonist Getatchew Mekurya of het Congolese Konono N°1. De ruige, onconventionele drums van Katherina Bornefeld zorgden voor de stuwende kracht. Eenmaal kwam ze vanachter haar drumstel naar voren om "Wheel" te zingen, zeker niet het beste nummer van de avond, maar toch een welgekomen rustpunt. De andere songs werden door De Boer wat monotoon gezongen maar wisten telkens te boeien met een intrigerende woordkeuze.
Eén van de hoogtepunten vond ik het sensuele en geduldig opgebouwde "Circuit breaker" met de herhaalde vraag " What could I keep inside".
Ze eindigden zoals begonnen: met een onstuitbare ritmische uitbarsting waar het spelplezier van afspatte: "Great!". Na 46 jaar klinkt The Ex nog altijd even urgent.
The Jesus Lizard vond in 1987 zijn oorsprong in Austin, Texas maar de vier verhuisden al snel naar Chicago, Illinois waar ze gelijkgestemde zielen als Steve Albini (nog maar eens hij) en de mensen van Touch And Go Records troffen. Met ‘Goat’ ('91) en ‘Liar’ ('92) maken ze twee baanbrekende platen die hen een cultstatus opleveren. Ze tekenen zelfs voor het grote Capitol Records maar na het vertrek van drummer Mac McNeilly in '96 gaat het enkel nog bergafwaarts tot de onvermijdelijke split in 1999. Vanaf 2006 komt de groep af en toe terug samen voor zogenaamde re-enactments. Vorig jaar maakt de groep dan totaal onverwacht na 26 jaar een nieuwe plaat: ‘Rack’. Niet meteen een hoogvlieger maar dat kan je van nogal wat platen van The Jesus Lizard zeggen.
De groep is altijd in de eerste plaats een liveband geweest met het ongeleide projectiel David Yow als aantrekkingspool. De vraag die velen zich dan ook stelden was of David Yow, die zich in het dagelijkse leven bezig houdt met het retoucheren van filmposters, op zijn 64ste nog even destructief tekeer zou gaan.
En daar was hij dan, David Yow, in een rood hemd en een aan flarden gescheurde jeans, met een karakterkop waaraan Stephan Vanfleteren een kluif zou hebben. De rest van het gezelschap hield het bij stemmig zwart. David Yow verwelkomde ons met "We are Kings Of Leon", net als Mclusky dat eerder deed op de avond. Maar nu was het zeker niet de eerste keer dat Yow zijn groep aankondigde met een andere naam.
The Jesus Lizard opende meteen met één van hun beste nummers, "Seasick", gedreven door het steeds herhaalde "I can't swim", uit het befaamde ‘Goat’. Later zouden nog vier nummers uit die plaat uit '91 volgen. Bij de tweede song, "Gladiator", dook hij, de titel indachtig, het publiek in voor een rondje crowdsurfen. Niet zonder enige moeite bereikte hij opnieuw het podium waar hij toch even op adem moest komen terwijl zijn fluimen alle kanten op vlogen. De rest van de set bleef hij naar zijn lichaam luisteren en hield hij het veilig op de planken, hoewel het af en toe toch leek te kriebelen.
Intussen gingen gitarist Duane Denison en bassist David Wm. Sims te werk als precisiechirurgen en samen met met krachtdrummer Mac McNeilly - terug op het oude nest - leverden ze bijzonder strakke noiserock af.
Je kon hen misschien een gebrek aan variatie verwijten maar dat werd ruimschoots gecompenseerd door de hoge intensiteit. Die messcherpe gitaar bleef zich vastbijten in mijn nekvel terwijl het charisma van een duidelijk ouder geworden David Yow nog steeds zijn gelijke niet kent.
Hoogtepunten waren "Monkey trick", volgens Yow hun beste nummer en "Mouth breather" dat werd opgedragen aan Steve Albini. Na vijftig minuten verdween hij, kushandjes werpend, achter de coulissen waarna ook Sims en Denison volgden terwijl McNeilly verbeten een drumsolo afwerkte. Het bleek om een korte adempauze te gaan. Na enkele minuten keerde de groep terug om er nog eens vol voor te gaan. Het werd een feest van herkenning met uitzinnige versies van onder meer "Thumper" en "Fly on the wall". Dit mocht wat mij betreft nog een tijdje doorgaan maar met "Chrome" kwam er definitief een einde aan.
Dit keer kregen we geen kushandjes, maar losgepeuterde valse tanden toegeworpen. De oude vos is zijn streken zeker nog niet verleerd.
Neem gerust een kijkje naar de pics @Kristof Acke
https://www.musiczine.net/index.php/nl/component/phocagallery/category/7509-les-nuits-botanique-2025?Itemid=0
Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Botanique)