logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Stereolab
avatar_ab_22

Black Mamba

Heritage

Geschreven door

Black Mamba is naast een venijnige gifslang ook een Italiaans rocktrio met een vrouwelijke frontvrouw. Ze heeft een ferme rockstem. Muzikaal krijgen we songs die gedragen worden door een potente ritmesectie. Die ritmesectie maakt toch wel het verschil. Het trekt de songs verschillende richtingen uit. Het is rock dat vanwege de vocals soms neigt naar female fronted metal en rock. De indringende en variërende ritmes geven de rocknummers wat funk en progressieve invloeden mee. Irma Mirtilla geeft dus flink gas met haar stem. Gelukkig neemt ze nu en dan ook wat gas terug zodat er voldoende variatie en nuancering in de zang zit. Het is moeilijk om Black Mamba in een muzikaal vakje te stoppen maar denk misschien aan No Doubt gegoten in een hardrock jasje.
De productie en mix klinken wat ruw maar je hoort de potentie die de band in zich heeft. Songs zoals “Heritage” en “Revenge” zijn alvast fijne songs. Ik denk dat met een meer gestroomlijnde productie en arrangementen er nog een beter album dan “Heritage” in deze band zit. Maar voorlopig nemen we genoegen met “Heritage”.

New Cool Collective

Electric Monkey Sessions 2

Geschreven door

Het nieuwe prikkelende schijfje van het bonte Nederlandse gezelschap New Cool Collective is een fraaie mengelmoes van jazz, reggae, surf, ska, funk, salsa en boogaloo. Ambiance, maar geen boerenleute, u hoeft zich niet te pletter te zuipen om hiervan te genieten. Het is feestmuziek en muzikaal vakmanschap tegelijkertijd. Het doet soms een beetje denken aan El Tattoo Del Tigre, maar dan met een meer uitgesproken jazz tintje.
Een puur instrumentaal feestje waarmee je zowel op een jazz- als op een roots- of rockfestival terecht kan. Deze band kan je programmeren zowel op Gent Jazz en Middelheim als op Pukkelpop of Couleur Café, overal mag je de beentjes losgooien. De 10 tracks op Electric Monkey Sessions blinken uit in variatie, kleur en muzikale hoogstandjes. Ze zorgen voor een welgekomen zonnig tintje in deze donkere dagen. Dit is muziek die naar een zomers festival snakt.

Neil Young

Hitchhiker

Geschreven door

Neil Young bracht eind vorig jaar alsnog ‘Hitchhiker’ uit, het in de zomer van 1976 in Malibu opgenomen, maar nooit uitgebrachte album. De reden om het album toch nog officieel uit te brengen, heeft vermoedelijk meer te maken met het mogelijk vervallen van auteurs- en reproductierechten dan met het feit dat Ome Neil de opnames nu plots toch goed genoeg vindt om met het publiek te delen.
‘Hitchhiker’ werd opgenomen in één nacht bij volle maan met in de studio enkel een ietwat gedrogeerde Neil Young en David Briggs aan het mengpaneel. Geen begeleidingsband, enkel de man met zijn stem en zijn gitaar. Doorgaans was dat in die tijd ruim genoeg om vuurwerk te verwachten. Young zat in zijn creatieve glorieperiode en zowat alles wat hij tot dan toe uitbracht veranderde in goud. Niet dus zoals op zijn jongste werk, denk maar aan ‘Earth’ en ‘Peace Trail’, waar je het goud – dat er nog wel is – met een zeefje moet gaan zoeken tussen de modder en de keien.
Het siert de man en zijn platenfirma dat ze niets aan de oude opnames toegevoegd hebben. Met het geluid van een band erbij of in de handen van zelfs een brave producer had dit onuitgegeven materiaal veel meer kansen gehad om bv. opgepikt te worden door de radio. Je hoort meteen bij het eerste nummer al waarom het zo lang geduurd heeft dat ‘Hitchhiker’ uitgebracht werd. In interviews geeft Young aan dat hij zelf meteen hoorde dat hij tijdens die opnames licht beneveld was door drank en andere genotsmiddelen en dat is inderdaad in deze kale opnames niet te verstoppen.
Young klinkt solo steeds rauw en klagerig, maar op ‘Hitchhiker’ missen heel wat nummers de vaart en de gebaldheid die ze verdienen. Nummers als “Campaigner” klinken bij momenten zelfs een beetje drammerig. Young’s stem klinkt zwak en soms heb je echt het tekstvel nodig om de gemompelde lyrics te kunnen volgen. De vastberadenheid van ‘After The Goldrush’ of, om eens een recenter werk te nemen, ‘Living With War’ ontbreekt. Maar de flair is er wel. Alsof hij er tijdens het opnemen op vertrouwde dat het wel goed zou komen. Alsof hij erop rekende dat de studiolui dit materiaal wel tot een diamant zouden slijpen.
Het songmateriaal op zich is best oké. Misschien niet echt materiaal voor een wereldhit als “Needle And The Damage Done” of “Heart Of Gold”, maar het behoort tot het betere werk van Neil Young uit die periode. Het beste bewijs daarvan is dat hij zowat alle songs van ‘Hitchhiker’ (op “Hawaii” en “Give Me Strength” na) later nog heropgenomen heeft. O.m. “Pocahontas” en “Powderfinger” krijg je hier in een van alle toeters en bellen ontdane versie voorgeschoteld. Deze beide naakte tracks bestaan ook in betere, opgedirkte versies, al gaat dat misschien niet op voor elke song op ‘Hitchhiker’. “Ride My Llama” komt hier beter uit de verf dan op ‘Rust Never Sleeps’ en ook The Old Country Waltz” kan in deze versie net zo hard bekoren als op ‘American Stars ’n Bars’.
Na een paar luisterbeurten blijft de vraag of je ‘Hitchhiker’ moet zien als een volwaardig album of toch als een werkdocument, als een demo die voorafgaat aan de ‘echte’ opname. Voor diehardfans en critici heeft dit ‘verdwenen’ album door de jaren dusdanige mythische proporties aangenomen dat het voor hen niet alleen een volwaardig album is, maar zelfs meteen een meesterwerk. De waarheid ligt echter bij het demo-verhaal. ‘Hitchhiker’ is een leuk tijdsdocument, maar kan de hoge, opgeklopte verwachtingen niet helemaal inlossen. Ook een begenadigd artiest, een god of een dinosaurus zo je wil, kan al eens mindere dag hebben. Neil Young had geen ongelijk toen hij in 1976 de tapes van Hitchhiker in de kluis opborg. Net zo goed heeft hij nu gelijk om dezelfde tapes er uit te halen. Maak die kluis leeg, Neil! En snel!

Crowd Of Chairs

Fuck Fuck Fuck

Geschreven door

Crowd of Chairs is een Gentse noiseband dat met deze ‘Fuck Fuck Fuck’ een eerste full album heeft gemaakt. Ervoor hadden ze al twee EP’s uitgebracht waarvan de laatste een split EP was met de jonge postpunk band (en label genoot) Maze.
Nu dus een volledig en elf nummers tellende plaat. Deze opent meteen al sterk met “For”. Een hypnotiserende track dat halfweg ontploft in je gezicht. Als je dan nog niet wakker bent… Maar het is wel een mooie opgebouwde en uitgewerkte song. Schitterende opener. Op “Ibogaine” bijvoorbeeld schieten ze vanaf het begin uit de startblokken en klinkt het gitaarwerk toegankelijker. Doch dat pad wordt al gauw verlaten om stevig te rocken. “Transister Yr Sister” heeft een Pixies-gehalte: snedige Trash rock. Het fijne aan hun muziek is dat ze niet voor één gat te vangen zijn. Het is dan wel noise rock maar ze proberen op verschillende manieren hun muziek op te bouwen. Nu eens ongebreideld luid en snel of meteen to-the-point en dan weer eens traag opbouwend (zoals “Get Up And Go”).
Crowd of Chairs heeft mij met ‘Fuck Fuck Fuck’ absoluut weten te overtuigen. Was ik 25 jaar jonger, ik viel er meteen voor. Maar wacht eens even… want nu ben ik er eigenlijk ook meteen voor gevallen. Dit is muziek vanuit de onderbuik, met de nodige variatie en muzikaliteit om te blijven boeien. Schitterende schijf voor liefhebbers van o.a. The Guru Guru, Brutus, Raketkanon etc…

Briqueville

II

Geschreven door

Er zijn nogal wat bands de laatste jaren die op een meditatieve manier hun muziek opbouwen door gebruik te maken van intensiteit, drone en andere soundscapes alsook herhaling en muzikale explosies. Zo ook met Briqueville dat zich ergens bevindt in het muzikaal heelal waarin ook bands zoals Amenra, Goat, Wiegedood of Sun o))) zich bevinden.
Briqueville is een ietwat mysterieuze band. De bandleden huldigen zich reeds een decennium lang in maskers (ook tijdens de repetities) en lange zwarte gewaden zodat ze anoniem blijven. Hun site bevat ook geen namen. De metal band Ghost doet iets gelijkaardigs on stage. In 2014 verscheen hun eerste album dat vier nummers (zelf spreken ze over aktes) bevatte. Ze begroeven een twintigtal exemplaren waarna ze stelselmatig coördinaten vrijgaven.
Voor hun tweede release, kortweg ‘II’ genoemd, gaan ze verder waar ze gestopt waren. Letterlijk en figuurlijk. Letterlijk door te starten met “Akte V”. Figuurlijk: omdat ze muzikaal verder gaan waar ze met hun debuut gestopt waren. Namelijk het zorgvuldig opbouwen van soundscapes en songs die opbouwen, stilvallen en terug exploderen. Opener “Akte V” start met een pletwals van drums en gitaren om dan haast stil te vallen en te hernemen met een dreigende overstuurde en groovende gitaar. De cleane synth-soundjes ertussen brengen ietwat verlichting. Uiteindelijk krijgen de gitaren een weids geluid dat de sfeer wat open weet te breken. “Akte VI” klinkt iets luchtiger en heeft een herhalende doch verslavende gitaarlijn. Afsluiter “VII” duurt 17 minuten en begint met het geluid van stromend water waarna we dreigende muziek horen aanzwellen. De drums die invallen klinken indringend en loodzwaar. Hier zijn de vocalen nadrukkelijker aanwezig maar toch lijken vocalen bij Briqueville eerder een instrument te zijn dan iets met zeggingskracht en taal.
De opvolger van hun debuut is een bom van een plaat geworden (die in feite nu al een tijdje uit is). Wie hier de eerder genoemde bands kan waarderen zal ik zeker dit kwalitatieve werkje aanraden.

Hällas

Excerpts From a Future Past

Geschreven door

Wat zijn de kernwoorden voor dit debuut? Virtuositeit, orgels, bij momenten middeleeuws klinkende twin-gitaren, dynamische ritmesectie en progressieve passages. Andere omschrijvingen zijn: Harde rock in een progressief jasje zoals we dat vroeger wel meer hoorden. Denk daarbij aan bands zoals Deep Purple, gitaarwerk dat soms wat aan Iron Maiden doet denken etc... De vocals van Tommy Alexandersson zijn vrij herkenbaar. Er zit een beetje een hese klank in en ze zijn krachtig. De sfeervolle, donkere maar sprookjesachtige cover illustreert heel goed wat de muziek uitstraalt.
De band is afkomstig uit Zweden en ze zijn nog maar sedert 2015 actief maar dat is er niet aan te horen. De songs zijn goed uitgewerkt en dompelen je onder in een warm hardrock bad. De synthsounds en orgels dragen hierbij zeker aan toe. Zoals veel progressieve albums betreft het hier om een concept album dat in zeven songs het verhaal vertelt over een ridder op zoek naar antwoorden en de val van een machtige, grote stad. Zoals eerder al een beetje aangegeven past de muziek, het artwork en de teksten goed samen wat het concept en het album versterken.
Hällas heeft een puik debuut gemaakt dat voor een deel teruggrijpt naar de sound van de oude topgroepen van het genre. Zelf noemen ze hun muziek “Adventure rock” wat ik eigenlijk wel een goede term vind voor hun muziek. Ik zou zeggen luister eens naar “Star Rider”. Als dit je bevalt zal je album zeker de moeite waard vinden.

Ola Kvernberg

Steamdome

Geschreven door

Heb je nog nooit gehoord van Ola Kvernberg? Geen erg want voor mij was hij ook een nobele onbekende. Deze 37 jarige Noor is een composer, multi-instrumentalist en violist. Een bezige bij die met verschillende projecten bezig is zoals het Ola Kvernberg Trio, Liarbird, Trondheim Jazz Orchestra, verschillende film scores en Kirsti & Ola om maar enkele op te noemen.
Voor ‘Steamdome’ trommelde hij een flink aantal muzikanten op. Onder ander drie drummers, een gitarist, een organist, een bassist en hemzelf als vioolspeler. De muziek is een mix van jazz, alternatieve rock en folk waarbij alles heel filmisch klinkt zoals op bv “And Now”. Ondanks de virtuositeit en de jazzy invloeden klinkt het geheel best toegankelijk en groovy. Ik denk dan aan “Caterpillar” dat drijft op een fijne groove. Het is een fijne instrumentale plaat geworden dat goed klinkt. Het heeft, naast jazz en rock, zeker ook klassieke invloeden en je hoort wel dat het hier om geschoolde muzikanten gaat. Muziek dat verhalen vertelt zonder taal te gebruiken. Maar ook muziek dat je niet op de radio tegenkomt. Zeker geen mainstream maar ook niet meteen moeilijk om naar te luisteren. Velen die aan jazz denken horen eindeloze solo’s en dertig noten in een paar maten. Hier zal je dit niet hebben. Alles is toegankelijk en beluisterbaar zonder dat je een jazz freak hoeft te zijn.

Gudinöv

Atelophobia

Geschreven door

Een misleidende hoes, groepsnaam en albumtitel, dat kan je op zijn minst zeggen van dit schijfje. Op het eerste zicht hadden wij ons aan één of ander Hongaars balorkestje verwacht maar Gudinöv blijkt gewoon een Tiense rockgroep te zijn die met ‘Atelophobia’ een degelijk rockalbum heeft gemaakt. Al kom je daar niet ver mee natuurlijk, in rock’n’roll is ‘degelijk’ te weinig, nog geen enkel ‘degelijk’ rockalbum heeft de geschiedenisboeken gehaald. ‘Atelophobia’ zal dit zeker ook niet doen, dit is zo een typische repetitiekotplaat, eentje die door de groepsleden en hun directe omgeving fantastisch bevonden wordt, maar die nooit veel verder zal geraken dan dat zelfde repetitiehok. Het soort plaat die enkel zal gekocht worden door vrienden, naaste familieleden en een stel zatte concertgangers. Maar kom, de heren amuseren zich, het houdt hen van de straat en de koele pintjes zullen ook wel steeds binnen handbereik staan. We hebben het plaatje trouwens volledig uitgezeten, niet evident in deze Spotify tijden, we hebben ons daarbij niet verveeld maar er is ook niets blijven hangen.
Als ondertitel hebben de heren het plaatje de quote ‘The fear of not being good enough’ meegegeven. Zelfs Kevin De Bruyne kan de binnenkoppers niet beter trappen.

Trouble Agency

Suspected

Geschreven door

Voor de oorsprong van deze Brusselse band moeten we terug gaan naar de vroege jaren negentig. De band ontstond in 1993 uit de assen van de bands Cyclone en Decadence. Gedurende hun bestaan deelden ze reeds het podium met bands als Exodus, Destruction, Immortal, Ostrogoth, Slayer, Anvil etc… Ze zijn dus niet bepaald aan hun proefstuk toe. Sedert 2013 is Kevin Nolis de man die de vocals doet bij Trouble Agency.
Met ‘Suspected’ zijn ze, nog maar, aan hun derde langspeler toe. Hierop tien tracks die je meenemen op een trip van old-school trash metal met wat hardcore elementen. Denk aan bands zoals bv Testament… Rechtdoor zee en als een bulldozer razen ze doorheen de nummers. Het fijne is dat het ook nog goed klinkt. De solo’s zijn snedig en de ritmesectie klinkt potent. Vernieuwend klinkt het niet maar alles zit goed in elkaar. Beter een goede classic dan een modern klinkende flop zou ik zeggen. Wie het album in één ruk uitzit zal met adem tekort zitten. Het is een helse rollercoaster met ferme tracks zoals “Survival of The Fittest”, “Banksters” en “Suspected” om enkele te noemen.
Je krijgt er ook een mooie hoop maatschappijkritiek bij. De man op de cover lijkt trouwens verdacht veel op Donald Trump.
Het album verdient vast en zeker wat aandacht want dit is trash metal dat niet moet onderdoen voor veel van hun bekendere Amerikaanse genregenoten.
Op 23 maart te zien in JH Asgaard, Gent.

Factice Factory

Lines & Parallels

Geschreven door

We waren al vol lof over ‘The White Days’, de vorige release van deze Frans-Zwitserse cold wave band, en waren dan ook zeer benieuwd naar hun nieuwste worp: ‘Lines & Parallels’. We kunnen nu al zeggen dat het wederom een geslaagd album is geworden. Een beetje kort met zijn dertig minuten. Zeven volwaardige songs en twee korte schetsen. Maar hetgeen we te horen krijgen in die dertig minuten is dan ook subliem. Voor mij is dit de cold wave plaat van 2017. De sfeer, de songs, de vocals, de inkleding… Alles klopt aan deze plaat. “Leuchtturm” heeft bv een heerlijke baslijn met emotieloze vocals en kille maar aantrekkelijke synths. “Audran” klinkt nog een stuk donkerder en troostelozer. Mensen die het zwaar hebben en radeloos zijn luisteren hier beter met mate naar. “Defeat” is eerder een mix tussen dark en cold wave. Ondanks dat alles vrij eenvoudig in elkaar steekt , lijkt het nummer een heleboel te vertellen. Met een mooie opbouw van de track. “Sway” is een samenwerking met Jeanne Lefebvre aka Rajna die hier de vocals voor haar rekening neemt. Het doet wat denken aan Marc Almond goes cold wave… Wederom een sterke track. Op “Extinguisher” krijgen we zowaar een dansbare track te horen. “The Weeping Willow” sluit het album af op een magistrale manier. Atmosferisch, melancholisch en mijmerend zingt Francois Ducarn hier terwijl de song zich naar het einde toe ontwikkelt als een Cure-track.
We kunnen maar één ding zeggen over dit album. Het is nog beter en sterker dan hun vorig. De liefhebbers van dit genre zullen het waarschijnlijk al kennen (het is al enkele maanden uit) maar voor de andere muziekliefhebbers kan ik alleen maar zeggen. Dit is kwaliteit en de rest is een kwestie van smaak.

Pagina 408 van 966