logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Gavin Friday - ...
Suede 12-03-26

The Afghan Whigs

In spades

Geschreven door

The Afghan Whigs are back en we hebben het geweten . De ‘men in black’ van Greg Dulli zijn sinds een vijftal jaar aan een volgend hoofdstuk toe . ‘Do the beast’ was de eerste return en nu is er ‘In spades’ , een spooky werkstuk en jawel te rekenen als een hommage aan hun overleden gitarist Dave Rosser . We zien Mefisto op het sinistere artwork hoog boven piramides verrijzen .
Beladen songs zijn het , die sfeervol, innemend , spannend en intens doorleefd klinken. Ze durven aan te zwellen en te exploderen . Cello’s, violen, trombones en trompetten en de vocals van Dulli zorgen voor een broeierige, onbestemde atmosfeer  . Kracht , schoonheid en emotionaliteit voelen en vinden we .”Birdland” , “Toy automatic” , “Oriole”, “The spell” en “Light as a feather” zijn meesterlijk sterk. “Into the floor” tekent voor dramatiek .
Dulli is een fenomeen en Afghan Whigs een geweldige band . Ze zijn aan een prachtreturn bezig, even scherp als vroeger.

Miles Hunt & Erica Nockalls

We came here to work

Geschreven door

Een kleine tien jaar was het Britse Wonder Stuff van Miles Hunt actief en hadden met ‘The eight legged groove machine’ en ‘Hup’ twee sterke Brithouders klaar . Ze gaven hun materiaal een aangename , opzwepende push en groove, die The Beatles hoog in het vaandel hield en knipoogde naar bands als Housemartins en Pop will eat itself. “Don’t let me down gently” werd één van de grootse successen .
Hunt is een talentrijk songwriter op z’n Luka Blooms . Hij is nu al enkele jaren on the road met Erica Nockalls . Ze brengen semi-akoestische Britpop met een folky tune . De nummers zijn minzaam, sober en klinken dromerig, broeierig. “Witnesses” en “If I were you” zijn puur, oprecht.
Potten worden niet gebroken maar de sing/songwriting , de sound , de melodie en de zangpartijen tekenen voor puik overtuigend materiaal .

Death From Above 1979

Outrage Is Now!

Geschreven door

Death from Above is een duo die formule basgitaar/drums al toepaste van toen Royal Blood nog de luiers vol kakte. Die laatste zijn er wel dankbaar mee naar de wereld van de mainstream-rock getrokken en hebben daar vlotjes hun bankrekening mee gespijsd.
Na het succes van Royal Blood lijkt het dus alsof Death from Above de copycats zijn, terwijl het net andersom is. Wie die gemene motherfucker van een debuutplaat uit 2004 ‘You’re A Woman, I’m A Machine’ in huis heeft en toen ook hun wervelende set op Pukkelpop meemaakte, weet echter wel waar de klepel hangt.
Death From Above klinkt trouwens op vandaag nog altijd gevaarlijk, volumineus en stevig, hoewel de ranzigheid van het debuut toch een beetje in de kiem gesmoord is.
‘Outrage Is Now!’ bevat een stel punchers van songs die heavy en bij wijlen zeer catchy uit de hoek komen. Power en energie zijn alom aanwezig, de afwisseling is dan weer iets verder te zoeken op dit album. Het gonst en het briest als vanouds, maar we kennen het truukje ondertussen al.
Let wel, dit is nog steeds scherper, vinniger en gewoon stukken beter dan Royal Blood.
Death From Above staat op 01/03 in de Botanique.

Bush

Black And White Rainbows

Geschreven door

Bush is een Britse band die in de jaren ’90 (vorige eeuw is dat ondertussen al) aansluiting vond bij de grunge van Nirvana en Soundgarden. Ze hadden radiohits met “Glycerine”, “Swallowed”, “Everything Zen” en “Machinehead”. Daarna ging het een pak moeizamer en de band splitte in 2002. In 2010 was er een reünie met enkel nog zanger Gavin Rossdale en drummer Robin Goodridge van de originele bezetting. De albums van het nieuwe Bush, met een ‘volwassener’ geluid, werden op gemengde gevoelens onthaald. Dat is niet anders met het zopas verschenen ‘Black And White Rainbows’.
Een doorslagje van hun debuut ‘Sixteen Stone’ moet je niet verwachten. Wel gladde stadionrock en –pop in de lijn van Imagine Dragons, Coldplay en zelfs Milo Meskens. Zanger Gavin Rossdale heeft talent om een knappe song te schrijven, maar op ‘Black And White Rainbows’ zitten de pareltjes verstopt onder een onnodige laag strijkers en koortjes of stroperige synths. Een aantal songs zijn onderling inwisselbaar en missen oprechte emotie. De singles “Mad Love” en “Lost In You” tonen nog het best hoe een band de weg kwijt kan geraken door de jongste trends na te lopen. Deze band kon vroeger een vuist maken, maar op de helft van de nummers is Bush eerder op een hond zonder tanden. Hij kan nog wel wat grommen en blaffen, maar voor bijten moet je geen schrik hebben.
Toch zijn er evengoed lichtpunten. Rossdale heeft nog steeds zijn uit duizenden herkenbare strot en bij momenten wordt er flink gerockt. “Dystopia” en “Nurse” zullen de oude fans weten te plezieren. “Toma Mi Corazon” is een dijk van een nummer. Ook op “All The Worlds Within You” pakt de mayonaise. Maar de goede momenten zijn schaars.  

Guido Belcanto

Liefde en Devotie

Geschreven door

Het heeft wat van de American Recordings van Johnny Cash. Misschien niet op hetzelfde niveau, maar ‘Liefde en Devotie’ is voor Guido Belcanto misschien toch een beetje zijn American Recordings. In de herfst van zijn carrière, mogen we toch wel stellen, vindt Belcanto een nieuw platenlabel, krijgt hij uitstekend songmaterieel aangereikt dat zijn eigen werk extra in de schijnwerpers zet en krijgt hij muzikale hulp van artiesten die doorgaans streng over hun credibiliteit waken. Is ‘Liefde en Devotie’ dan voor Belcanto de rehabilitatie die ook Johnny Cash kreeg? Misschien wel.
In het begin van zijn muzikale leven werd Guido Belcanto al eens in de hoek van de kleinkunst of de schlagers geduwd, maar daar hoorde hij nooit thuis. Hij noemt zichzelf graag chansonnier, maar pas op ‘Liefde en Devotie’ wordt duidelijk welk jasje hem het beste past en dat is dat van de rootsrock. Americana maar dan op z’n Vlaams.
Op zijn vorige album Cavalier Seul kreeg hij al opmerkelijke steun van o.a. Bart Peeters, Jan De Smet (De Nieuwe Snaar), Stijn Meuris (Noordkaap) en Frank Vander linden (De Mens).
Op ‘Liefde en Devotie’ is de lijst nog langer: Nicolas Rombouts van Dez Mona, Naomi Sijmons van Reena Riot, Tom Van Laere van Admiral Freebee, Yvez Fernandez-Solino (Hooverphonic), Maarten Moesen (Buurman, BRZZVLL), Marc De Maeseneer (Whodads), Nathalie Delcroix, … een ploeg waar heel wat artiesten jaloers op kunnen zijn.  Het zijn niet alleen klasbakken, ze leveren ook nog eens sterke songs af, met telkens Belcanto’s stem netjes centraal.
De rootsrock op ‘Liefde en Devotie’ wordt ingezet met “Johnny Vergeet Me Niet”, een vertaling uit 1984 van Tom Peters voor John Spencer van een nummer dat The Meteors in 1961 uitbrachten. Echt hoog uithalen met zijn stem is niets voor Belcanto, daarom krijgt hij hier vocale bijstand van Naomi Sijmoens. De lijn van rootsrock, hier zelfs met viool, wordt aangehouden op “Jodie Foster”, een ode waarin Foster rijmt op Paternoster en dan weet je dat Belcanto zelf de tekst bij elkaar heeft gepend. “Ik Weet Niet Waar Mijn Meisje Is” krijgt een lapsteel en een accordeon. Op het einde van dit nummer krijgt Belcanto vocaal weerwerk van Kimberley Claeys. Als het gaat over eenzaamheid en gebroken harten komen de verhalen bij Belcanto doorgaans uit de eerste hand. Onze Vlaamse man in black.
Belcanto trekt op dit album een heel blik covers (vertalingen) open. En hij verdient een pluim voor de keuzes die hij daarbij maakt: een subliem “Haar Vader Hield Niet Van Mij” (Gerry Rafferty) met mariachi-trompet, “Laarzen Van Spaans Leder” (Bob Dylan) met een hemelse Kimberley Claeys en een streepje mondharmonica en murderballad “Henry Lee” (Nick Cave) met een duistere Nathalie Delcroix vallen niet uit de toon bij zijn eigen werk. Alleen in break-upsong “Ik Geloof” van London Wainwright III ontbreekt er iets. De mayonaise pakt niet.  Maar er is nog genoeg lekkers te vinden op ‘Liefde en Devotie’, zoals de countryballad “Al Die Verspilde Schoonheid”, het bluesy ”Uniek Specimen Van De Menselijke Soort” en “Mannen Met Een Gebroken Hart”. Dat laatste thema is haast onvermijdelijk voor een Belcanto-album, maar deze keer snijdt het mes wel heel diep. De banjo en tamboerijn maken het rootsrockverhaal compleet.
“Meneer De Politieman” is de weergave van een halfslachtige en bij momenten grappige poging om onder een veroordeling voor dronken rijden uit te komen. Zo pijnlijk eerlijk verteld dat je je het tafereel zo voor de geest kan halen. Tom Van Laere geeft het nummer met zijn gitaar een weemoedige draai. Mocht dit in het Engels gezongen worden, zou je zweren dat het een murderballad was. Met een overdosis aan pijnlijke eerlijkheid slaat Belcanto de bal mis op het afsluitende “Beste Anna”. Maar met een rapport van 10 op 12 mag Belcanto best tevreden zijn.

NEO

A.T.O.M.

Geschreven door

Arthaud Seth (Merciful Nuns) en Ashley Dayour (Whispers in the Shadow) werkten sinds 2015 samen aan een trilogie onder de naam NEO (Near Earth Orbit). Drie albums werden uitgebracht en we dachten toen dat het afgelopen was met NEO. Blijkbaar was de inspiratie nog niet op en beviel de samenwerking goed want nu is er deel 4 van dit epos. Het verhaal zal nu onderhand wel bekend zijn en gaat over het jaar 2034 waar de Aarde onbewoonbaar is geworden. Aan de hand van opgevangen radiosignalen vanuit de ruimte tracht men te reconstrueren wat er is gebeurt. Op deel 4 gaat men nog verder en spreekt men over parallelle universums die constant met elkaar in interactie gaan. Om je in het verdere verhaal te verdiepen moet je er wel de lyrics en de additionele info bijnemen.

Wat moeten we verder onthouden? Dat ‘A.T.O.M.’  terug een album is geworden dat erg filmisch en als een ruimtereis klinkt. Tijdens het beluisteren krijg je echt het gevoel dat je ergens in een ruimteschip onbekende oorden aan het verkennen bent. Het geheel bevat een mengeling van gothic, (space) rock en synthrock. De vocals van Arthaud Seth zijn heel geslaagd. Met voldoende nuancering en afwisseling. Luister bv eens naar “Paths”. De invloed van Dayour op het muzikale deel lijkt groter te zijn dan op de voorgaande. Een aantal tracks hebben een zekere dansbaarheid en de synths zijn heel mooi uitgewerkt. “Overlords” is een sterke opener met een uitgesponnen intro die overgaat in een haast industrial klinkende electrorock song. “Nine Billion Names Of God” drijft op een leuke baslijn. De song klinkt vrij apocalyptisch en is allesbehalve opbeurend. “Paths” heeft een heerlijke intro en een vrij dansbare ritmesectie als basis. Het sterkste nummer van dit album is voor mij “Lucifer Rising”. Vooreerst is er de prachtige intro met synthsounds die klinken als een piano en klokkenspel. De track wordt dan verder opgebouwd met stem, bass en uiteindelijk drums om zo de song open te breken. Een mooi en breekbaar nummer.

Zoals steeds is alles goed uitgewerkt: verhaal, songs en artwork. De eigenaars van het ‘A.T.O.M.’ - pack krijgen er nog een t-shirt en de originele soundtrack van ‘The End of all Existence’ bij. Een koopje.

Op ‘A.T.O.M.’ krijgen we een waardig vervolg op de trilogie van Seth en co. Dit album bewijst dat er nog ruimte voor meer was. Benieuwd of we nu nog een vervolg krijgen…

 

Damnations Day

A World Awakens

Geschreven door

Zonder overdrijven beluister ik jaarlijks enkele honderden releases om te reviewen. Ik ben dan ook een muzikale veelvraat. Van tijd tot tijd weet een release mij te verrassen, bij de keel te grijpen of te ontroeren. Voor deze momenten doe ik het. Namelijk iets ontdekken dat je raakt.
Zo ook met dit Australisch trio dat hier wat mij betreft één van de metal albums van het jaar heeft gemaakt. Hun album klinkt potig, volwassen en melodieus. Een pluim voor de ritmesectie is hier zeker op zijn plaats. Mark Kennedy heeft een fantastische stem en de gitaarpartijen zijn modern en origineel. Luister maar eens naar opener “The Witness” of “I Pray” die heerlijke vocals bevatten en meteen blijven hangen of zich in je hersenpan nestelen. Hier geen grunts of geschreeuw maar cleane metal vocals van een hoog niveau. Toch klinkt alles modern. De meeste songs bevatten clevere ritmewisselingen en fijn riffwerk. De solo’s van John King zijn aangenaam en een meerwaarde voor de songs. Door de productie klinkt alles haarfijn en massive.
Ik kan hier allerhande superlatieven bedenken waarom je dit album een kans moet geven maar luister gewoon naar de openingstrack en je zal snappen waarom ik hier zo enthousiast over ben. Een superplaat die ontdekt mag/moet worden!

Diablo Blvd

Zero Hour

Geschreven door


Frontman Alex Agnew geeft het aan in een aantal interviews. Op de vorige albums van zijn band Diablo Blvd was er telkens de opmerking dat er toch telkens een paar hints en vage referenties naar de donkere jaren ’80 opdoken. Omdat dat blijkbaar hetgeen is dat hen onderscheidt van de zowat alle andere metalbands, zijn ze dat aspect nog gaan uitvergroten op het nieuwe album ‘Zero Hour’.
Dus hoor je nog meer echo’s van pakweg Joy Division, Killing Joke en Type O Negative en zit er nog steeds veel galm op de stem van Agnew. Als geheel is het misschien minder metal of heavy metal dan voorganger ‘Follow The Deadlights’, maar het is wel een mooie, consistente rockplaat geworden waar behalve liefhebbers van stevige rock ook metalheads zich nog zullen kunnen in vinden.  Vooral het drumwerk is nog meer in de richting van de rock en minder metal, maar de Antwerpse band is (gelukkig) nog steeds geen doorslagje van The Editors. Daar zorgen de stevige gitaarpartijen wel voor.
Alleen een sterke single leek te gaan ontbreken. De vooruitgeschoven nummers “Animal” en “Sing From The Gallows” zijn mooie ambassadeurs van de nieuwe richting die Diablo Blvd is ingeslagen, maar echt begeesteren konden ze niet. Dat geldt voor wel meer nummers op ‘Zero Hour’. Prachtig groepsgeluid, knap ingespeeld, mooi opgebouwd en zelfs een tekst die ertoe doet, maar toch ontbreekt er nog iets. Pas halverwege het album begint de boter echt te pakken, met o.a. “The Song Is Over”, “Like Rats” en “Demonize”.  Ook “The Future Will Do What It’s Told” kan bekoren.
De afsluiter en huidige single “Summer Has Gone” is één van de hardste en tegelijk meest meezingbare nummers op ‘Zero Hour’: catchy, met veel vaart en met een knappe solo.  Dit nummer zou het goed moeten doen op Studio Brussel, voor zover daar nog plaats is voor heavy metal.

Mount Kimbie

Love What Survives

Geschreven door

Doorgaans hebben we het niet zo voor laptopknoeiers die hun elektronisch gefriemel als kunst trachten te slijten. Dergelijk hautain gepruts klinkt ons vaak drammerig en irritant in de oren en meestal zetten we het dan al na vijf minuten op een lopen. Er zijn echter uitzonderingen. Voor ‘Migration’ van Bonobo bijvoorbeeld gaan wij met plezier achterover leunen en ook Mount Kimbie weet op het aangename en gevarieerde ‘Love What Survives’ onze aandacht vast te houden.
Net als Bonobo jaagt Mount Kimbie zijn elektronica niet als een terreuraanval onze trommelvliezen in, hij heeft echt wel oog voor melodie. Dit is immers het soort elektronica die je thuis al eens wat luider mag zetten zonder dat uw hamster een epileptische aanval krijgt of dat uw buurvrouw naar de flikken belt. Hier zit muziek en sfeer in. De meeste klanken mogen dan al uit een batterij computers komen, het geheel klinkt nergens koel of steriel. Mount Kimbie creëert een warme atmosfeer en draait Oosterse klanken, subtiele piano’s, eighties ritmes en Joy Division baslijntjes in de mix. Zelfs een streepje nachtelijke jazz is hem niet vreemd. Ook de gastzangers King Krule en James Blake dringen zich niet te zeer op en stellen zich volledig ten dienste van de songs en van de vaak heerlijk glooiende lijnen die Mount Kimbie heeft uitgezet.
Wij zweren nochtans bij gitaren, maar op tijd en stond kan een borrelend elektroplaatje als dit ons ook wel bekoren.

Danny Blue And The Old Socks

Backyard Days

Geschreven door

Pop/Rock
Backyard Days
Danny Blue And The Old Socks
Starman Records
2017-09-28
Sam De Rijcke
Deze jonge band uit Antwerpen heeft een EP afgeleverd met vijf aangename en frisse garage-pop tracks. Niet alleen het hoesje oogt heel kleurrijk, ook de songs zijn fleurig en herbergen een soort van onbevangen en welgekomen naïviteit.
De opener “Six Ft Tall Baby” lijkt aanvankelijk uit een cassetterecordertje van Ariel Pink te komen om dan over te gaan in iets wat als een montere Richard Hell song door het leven kan gaan. Er hangt een vleugje van de nonchalance van Peter Doherty rond in “Be With Me” en “Belgian Venice”, dingetjes die uit de losse pols lijken te zijn geschud maar die echt wel als frisse songs door het leven kunnen gaan. Het lekker borrelende “King Of The Trashcan” peddelt ergens tussen Jamie T en Howler, een catchy song met een aardig tempo en een beetje luchtige punk in de rangen.
Om toch een beetje te kunnen muggenziften, willen we nog kwijt dat zanger Sam De Neef het soms een beetje te veel op zijn Balthazars wil doen. Maar fuck it, verder staat die kerel aardig en welgemutst te zingen en geeft hij alle songs een levendige schwung.
‘Backyard Days’ is een luchtig en pienter EP tje van een veelbelovend bandje. Op 8/11 komen Danny Blue and The Old Socks dit prikkelende plaatje voorstellen in de Antwerpse Kavka.

Pagina 426 van 966