logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Epica - 18/01/2...
Gavin Friday - ...

Mogwai

Every Country’s Sun

Geschreven door

Onnoemelijk veel volgelingen en copycats, de ene al beter dan de ander, probeerden de afgelopen decennia in het voetspoor te treden van post-rock pioniers Mogwai. Het genre is inmiddels flink verzadigd geraakt waardoor het alsmaar moeilijker wordt om er als band nog bovenuit te steken, zelfs al heet die band Mogwai. Ook een groep die al 2 decennia lang mee de lijnen van het genre heeft uitgezet moet steeds hard blijven werken om daarin nog up to date te blijven.
U vraagt zich misschien samen met ons af hoe Mogwai na al die jaren nog kan blijven overtuigen. Gaan die kersverse songs even hard aan de ribben blijven kleven als pakweg “Mogwai Fear Satan”, “2 Rights Make 1 Wrong” of “Friend Of The Night” ? Het antwoord is ja.
Mogwai kent geen tekenen van verval of bloedarmoede op ‘Every Country’s Sun’, een album waarin ze al hun kunde en drijfkracht nog maar eens ten top drijven. De vlam blijft guitig branden, de klad zit er hoegenaamd nog niet in. OK, grenzen worden er niet meer verlegd, maar de Schotten weten toch weer uit te pakken met een stel intrigerende songs die als vanouds de luisteraar bij het nekvel grijpen en naar hogere oorden brengen.
Mogwai is tot het besef gekomen dat ze zich niet hoeven te schamen voor een geluid dat ze jaren geleden zelf grotendeels geboetseerd en geperfectioneerd hebben. Ze hoeven niet zo nodig te evolueren naar vernieuwingen die hen eigenlijk toch niet liggen, hoewel een beetje functionele elektronica hier toch wel weer op zijn plaats is. Zolang ze zich maar focussen op nieuwe songs die de naam en de sound van Mogwai in ere weten te houden maar anderzijds toch geen voorspelbare herhalingsoefeningen zijn. Dat is precies de sterkte van ‘Every Country’s Sun’, het geluid is herkenbaar maar de songs zijn dermate boeiend en wonderlijk dat men hier meermaals de kippenvelstatus bereikt. En toch staan hier ook weer dingen op die we niet van hen zouden verwachten. Zo kan er deze keer zelfs worden meegezongen op het New Order achtige “Party In The Dark”, een uitzonderlijke non-instrumental op dit album, dichter bij popmuziek is Mogwai nooit geweest.
Wegdromen mag gerust bij de prachtige opener “Coolverine”, “Aka 47” en het filmische “Brain Sweeties”, een epische track waar bas en keyboards de hoofdtoon bepalen.
De fermste kuitenbijters hebben zich echter in het tweede deel van het album genesteld. In “Don’t Believe The Five” mag u aanvankelijk nog even in een diepe droom wegdeemsteren, maar hou er  wel rekening mee dat een snoeiharde gitaar iets later uw lever zal komen in stukken scheuren. Mogwai bijt vervolgens hard door met een venijnig van distortion doordrongen “Battered At A Scramble” en met een al even fel “Old Posions”. Dit is bloedstollende post-rock die rechtstreeks naar de onderbuik mikt.
De titelsong tenslotte is alweer zo een glorieuze uitwaaier waar Mogwai het patent op heeft, een filmisch pareltje waarin de gitaren steeds intenser komen aanwakkeren. Een prachtig sluitstuk van een album dat alweer een ijzersterke aanvulling is van een ondertussen indrukwekkend oeuvre.

Whispering sons

White Noise EP

Geschreven door

Met veel plezier ontvingen we hier de nieuwe single van de moderne wave/postpunkband Whispering Sons. Hierop staan twee songs en, beste vinylliefhebbers, hij is o.a. verkrijgbaar in het helderwit en het rood. Maar het belangrijkste blijft toch de muziek die erop staat.
“White Noise” is een nummer dat ons bij de eerste luisterbeurt al wist te overtuigen. De band gaat verder op de ingeslagen en doet geen toegevingen. Fenne Kuppens zingt beter als nooit voorheen. De gitaren treuren en wenen dat het een lieve lust is. En de song dendert met een mooi tempo vooruit. De b-kant is een remix van “Performance” door B. Dat is het techno project van Bert Libeert van Goose. Deze remix is best interessant. De electro behandeling die deze post-punk track hier krijgt toont aan dat het om een sterke song gaat ongeacht het jasje dat ze hem aantrekken.
Wil je deze single in je bezit? Aarzel niet want ze verkopen snel!

Queens of the Stone Age

Villains

Geschreven door

Neen, de nieuwe QOTSA is alweer niet de verhoopte knaller geworden. De heren hebben zich nochtans niet willen bezondigen aan overdaad en hebben hier maar een schamele 9 nieuwe songs op dit album gekwakt. En dan nog zijn er een paar overbodige bij, hoe is het mogelijk. Bloedarmoede ?
Het siert Josh Homme dat hij wil evolueren, maar de nieuwe op glam en dance-rock gericht sound komt niet altijd even sterk uit de verf. ‘Villains’ opent misschien wel nieuwe deuren, maar staat nu echt wel mijlenver van de Kyuss wervelstormen ‘Blues For The Red Sun’ en ‘Welcome To Sky Valley’ of de QOTSA klassiekers ‘Rated R’ en ‘Songs For The Deaf’. Tot nader order mogen we deze vier kanjers beschouwen als het beste wat Josh Homme op de wereld heeft gebracht, en we vrezen dat daar geen verandering meer zal in komen.

Het begint nochtans veelbelovend. “Feet Don’t Fail Me Now” stelt middels een lange intro ons geduld zwaar op de proef, maar wat er na komt is een voltreffer van een song waarin een stel hete riffs, funky synths en een geweldige groove samen tot iets zeer levendigs uitgroeien. Een lekker kontschuddend “The Way You Used To Do” is al even sexy en de funrock van “Domesticated Animals” stuift ook nog lekker door. Met “Fortress”, een lauwe popsong met een zeurend melodietje, gaat QOTSA echter de eerste keer flink de dieperik in. Een haastig, fel en hitsig glampunk nummertje “Head Like A Haunted House” komt dan heel even de meubelen redden, maar helaas, van daar af is het zo goed als gedaan. “Un-Reborn Again” is een leuk ideetje dat veel te lang gerokken wordt , “Hide Away” is slappe eighties pop en afsluiter “Villains Of Circumstances” gaat wel heel ver over de slijmbalgrens. Daartussenin hebben we gelukkig nog de stevige puncher “The Evil Has Landed” gekregen, maar toch blijven we met een hongerig gevoel zitten.
Een 5 op 9 is veel te weinig voor een band van dit kaliber.

Thee Oh Sees

Orc

Geschreven door

Ha, die John Dwyer, als een gek blijft die plaatjes maken, op zijn minst eentje per jaar. En altijd zijn die ronduit opwindend. Ook nu weer, de nieuwe Oh Sees (‘ Thee’ is er afgevallen) is naar goede gewoonte terug een knaller, een woelig plaatje dat prikkelt, knettert, klotst en af en toe eens flink uit de bocht gaat.
Welkom in de gekke wereld van John Dwyer, met opgejaagde garage-rock, kraut-rock met een hoek af, ontspoorde psychedelica  en zelfs wat geflipte heavy-metal.
(Thee) Oh Sees is een band die live steevast voor een uitbundig feestje zorgt en die live dynamiek ook altijd op hun platen weet neer te zetten, zo hangen er met “The Static God”, “Nite Expo” en “Animated Violence” weer ferme brokken ongeremde energie in de lucht. Hiermee kan menig concertzaaltje terug in vuur en vlam worden gezet.
John Dwyer zou echter John Dwyer niet zijn mocht hij ook niet enkele rariteiten in de aanbieding hebben, zoals dat ook al het geval was op ‘A Weird Exits’ en vooral op ‘An Odd Antrances’.  “Keys To The Castle” zet aan als een razende hyena om dan over te gaan in een bedwelmende kraut-rock meets Velvet Underground roestoestand. “Cadaver Dog” sluipt naar binnen als iets van Pink Floyd in LSD georiënteerde Barrett tijden en “Drowned Beast” zweemt langzaam door de kosmos met een uitgebreide paddenstoelencollectie in de rugzak. Het instrumentale “Raw Optics” tenslotte zit er niet om verlegen om met een heuse drumsolo uit te pakken midden in een krautrock bed.
Kortom, het is weer variatie troef met de nieuwe (Thee) Oh Sees, en dat houdt het altijd boeiend.

Amplifier

Trippin with Dr. Faustus

Geschreven door

Het Britse Amplifier is met ‘Trippin With Dr Faustus’   aan zijn zesde album toe. Ze zijn niet zo gemakkelijk in één hokje te plaatsen daar ze elementen uit de spacerock, stoner, alternatieve rock, grunge etc gebruiken in hun muziek. Het is een album geworden dat alle kanten opgaat maar desondanks toch een eigen geluid en stijl heeft meegekregen. Sommige songs hebben wat onverwachte twist and turns zoals “The Commotion (Big Time Party Maker)” en neigen soms naar wat progrock. De lengte van de songs variëren van vier tot acht minuten. “Freakzone” is één van de sterkere tracks op dit album dat nogal spacy begint om dan over te gaan naar steviger rock momenten. “Anubis” is een akoestische song die eerder doet denken aan seventies band zoals Kansas, Boston of The Band. Het album sluit af met “Old Blue Eyes” en drijft op een dikke, vette bas. De stem doet mij, net als in sommige andere songs, wat aan Steven Wilson denken. Het nummer werkt naar het einde toe naar een noisy climax. Andermaal een fijn nummer.
Het zesde album van Amplifier is een geslaagd en eigenzinnig album. Ze gaan resoluut hun eigen weg en brengen songs die soms heel verschillende kanten opgaan zonder geforceerd te klinken. Wie houdt van muziek, dat een mengeling van eerder genoemde stijlen bevat, moet dit beslist eens checken.

Dreams Are Like Water

A Sea Spell (EP)

Geschreven door

De zee is altijd al een rijke inspiratiebron geweest in de muziek. Blijkbaar ook voor de Nieuw- Zeelandse band Dreams Are Like Water dat de in de openingstrack “A Sea Spell” de zee tot ons laat komen. Het is een erg sfeervolle en etherische song met aangename vocals van Rosebud. Dit trio houdt wel van wat donkere en etherische elementen. Hun bandnaam is dan ook niet toevallige vernoemd naar een song van This Mortal Coil.
Deze EP is hun debuut maar klinkt toch al erg volwassen. “(Thrice) In Blood” is dan een meer gothrock/postpunk song dat, qua stijl, eerder richting The Cranes en Siouxsie uitgaat. De (samen)zang en het pianoriedeltje halfweg liften het nummer omhoog. “Ineffable” is niet geheel feilloos in de zang en de opbouw maar afsluiter “Feathered Infant Bells” maakt dit ruimschoots goed. Een bijna tien minuten durende epische darkwave (The Cure is hier bij momenten niet ver weg) track dat goed uitgebouwd is. Toppie! We krijgen daarna nog een radio-edit van ”A Sea Spell”, “Ineffable” en “Feathered Infant Bells”. Op zich niets mis mee maar weinig verschillend van het originele werk.

Voor liefhebbers van dit genre een aanrader. Hopelijk verblijdden ze ons in de toekomst met meer werk.

Two Door Cinema Club

Gameshow

Geschreven door

Het Noord-Ierse Two door cinema club is aan de derde cd toe . De band rond Alex Trimble viel een handvol jaar terug op met hun debuut ‘Tourist history’, een debuut,  met een rits aangename , sprankelende , spring-in-t-veld nummers , speelse , leuke , frisse, twinkelende pop. In die tussentijd verscheen ‘Beacon’ , volwassener en breder van aanpak . Minder bubbels, maar onderstreept nog steeds een jeugdige aanpak.
‘Gameshow’ is een veelzijdige , dynamische plaat . Toegegeven, de onschuld van vroeger is verdwenen , maar de lekkere groove in de songstructuur blijft. Funk , dance en psychedelica krijgen ruimte. Prince kijkt om hun  schouder heen op “Bad decisions”, “Surgery” en “Je viens de la” . De titelsong rockt als vanouds. We gaan lekker door de plaat heen .
Ze zijn opnieuw geslaagd in een overtuigend album . Singles als vroeger zijn er niet echt, maar optimisme en levenslust is het voornaamste credo van de band . Mooi toch …

Hydrogen Sea

In dreams

Geschreven door

Hydrogen Sea is het geesteskind van het koppel Birsen Uçar en Pieterjan Seaux. Ze zorgen voor een ‘soort zee van waterstof’ , dreampop , die ergens Beach house, Portishead en Cocteau Twins doet opborrelen . Mysterie , angst en dromen zijn verpakt in donkere melancho liedjes om in te verdwalen . Een nachtelijke trip. In hun Brusselse woonkamer brengt hij de geluiden van keys , drumcomputer , gitaar en piano bij elkaar , en zij zingt met haar zalvende , zachtaardige en indringende vocals er overheen. Pieterjan was al te horen als muzikant bij Selah Sue , Reena riot en Mojastar.
Ze worden bijgestaan door producer Joris Caluwaerts , gekend van bij STUFF. en Magnus. We krijgen wonderlijke , sferische nummers . “Beating heart” en “Worry” zijn hier de meest dansbare ‘moonlight’ nummers .
Dit is hemelse, intimistische , prikkelende, groovy synthpop. Puik werk .

Valerie June

The order of time

Geschreven door
De Amerikaanse sing/songwritster Valerie June , uit Tennessee afkomstig, is niet aan haar proefstuk toe . Ze heeft al een handvol platen uit . Een push forward was er zelfs van Dan Auerbach van Black Keys . Haar broeierig materiaal is puur , oprecht , sober, rauw en klinkt variërend door de diverse stijlelementen die doorsijpelen in haar rootsamericana . Ook op het nieuwe ‘The order of time’ kloppen folk , soul , desert, blues aan, in afwisseling met georkestreerde pop. De sound vindt zijn weg in haar whisky gedrenkte , neuzelige stem. “Shake down” en “If and” zijn sterkhouders .

‘The order of time’ is een zoveelste mooie plaat. Ze weet ons telkens in te palmen met haar charmerende pop. Duim omhoog voor wat deze dame presteert!

Leffingeleuren 2017 – van 8 t/m 10 september 2017 – Overzicht van het driedaags festival – Voor muzikale avonturiers!

Geschreven door

Leffingeleuren, het gezellige festival rond de kerk met zijn ‘Busker Street’ waar beginnende muzikanten hun ding mogen doen, zijn exotische eetkraampjes, zijn kleurrijke fanfares en andere straatacts werd dit jaar wat geplaagd door het grillige weer. Wat dan toch weer een positief effect had : de groepen binnen (het betalende gedeelte) konden rekenen op een ruimere belangstelling. Het werd een erg eclectisch festival waar de parels zomaar voor het rapen lagen. Hier het relaas van drie dagen speuren...

dag 1 – vrijdag 8 september 2017
Eerste groep in een lange, slopende reeks was Tin Fingers, een gloednieuwe synth/indiepopband uit Antwerpen. Een valse start, wat mij betreft, want wat klonk dit aalglad en werden risico’s angstvallig vermeden. Geeuwend moest ik denken aan wat Kurt Overbergh van de AB zich onlangs liet ontvallen in ‘De Standaard’ : “Pop en rock zijn klef en saai geworden”.

De volgende band in de rij zal de AB gegarandeerd nooit halen maar dit klonk allesbehalve klef en saai. Nieuw kon je Heavy Lids (New Orleans) bezwaarlijk noemen maar hun gerecycleerde garagepunk klonk gemeen en melodieus tegelijkertijd en greep me onverbiddelijk bij de kladden. Moeders mooiste was hij niet, John Henry Kelly, maar hij had wel een heerlijk geteisterde punkstrot die mooi contrasteerde met het wat lieflijkere klinkende orgel van Marie Dufran. Verder bestond deze guerrilla nog uit drummer Benny Divine en de voortdurend met dodelijk priemende ogen nors de zaal in turende bassist, Jayme (Kill-All) Kalal. Het vijfde lid was blijkbaar onderweg gesneuveld. Niet dat we daar wat van merkten want deze korte, explosieve set hield erg lang stand als het beste van Leffingeleuren 2017.

Het nieuwste project van Dieter ‘Von Deurne’ Sermeus, Dieter & The Politics, kan in ieder geval niet klagen over een tekort aan aandacht in de pers. Na Orange Black en The Go Find zou dit het hardste zijn wat hij ooit op de mensheid losliet. Het optreden in de Kapel begon met een scheurende Dinosaur Jr. solo maar daarna was het weer business as usual : doodbrave popsongs die me, op een paar keer na, niet wisten te raken. Minstens één keer kwamen ze in de buurt van The War On Drugs, helaas is dat nu ook niet bepaald mijn favoriete band. Toen de snor en kompanen het plots nodig achtten een dosis zinloos geweld op ons los te laten verliet ik het pand om J. Bernardt (Balthazar) te zien.

J. Bernardt - En dat was even de ogen uitwrijven. Een baardige mens in een lange regenjas dartelde als een geschifte vleermuis over het podium terwijl pompende kermisdreunen voor de soundtrack zorgden. Even leek er een kentering te komen toen de man zijn gitaar ter hand nam. Maar die werd al gauw onverrichter zake terug gezet zodat ik luid kermend de zaal ontvluchtte en me nestelde in mijn meest vertrouwde habitat, het café.

Waar het trouwens goed toeven was met The Murlocs (Melbourne), de band rond Ambrose Kenny-Smith die ook actief is bij het populaire King Gizzard & The Lizard Wizard. Vijf jongens in overalls vergrepen zich aan psychedelische rock zoals die klonk eind jaren ‘60 begin jaren ‘70. ‘Cosmonauts, down to earth’, dacht ik. Veel gitaren, af en toe een orgel of een mondharmonica en verdomd knappe songs. Jammer genoeg zat er nog wat kaf tussen het koren. Was dat eruit geschift, sprak ik hier ongetwijfeld over het absolute hoogtepunt van Leffingeleuren.

dag 2 - zaterdag 9 september 2017
Zaterdag mocht de winnaar van Verse Vis 2017, het Gents SHHT de feestelijkheden openen in de zaal. Ze hadden een frontman bij zoals ik ze graag heb : boordevol energie, onvoorspelbaar en zelfs gevaarlijk. Alle hoeken van het podium verkennend, bengelend aan de hoog opgehangen boxen of een paar schoenen de zaal in kieperend, altijd viel er wat te beleven met die kerel. Over de muziek was ik heel wat minder enthousiast. Twee spuuglelijke synths en een gitaar die hard zijn best deed om even lelijk te klinken. Hoekig en doelloos, Evil Superstars op een verkeerd toerental.

Met band klonk singer-songwriter Christopher Paul Stelling (Brooklyn) een stuk folkier wat me goed uitkwam want ik vind zijn zang net iets te gestileerd.  Maar met viool, staande bas en een vrouwelijke tweede stem kon dit me toch verwarmen. Sympathieke bende ook die op eigen vraag later nog eens speelde op het gratis te bekijken Busker Street podium!

De vorige plaat van Waxahatchee (Philadelphia), ‘Ivy Tripp’, liet ik geregeld onder de naald schuiven maar bij hun laatste worp, ‘Out in the storm’, had ik toch wat twijfels. Het geluid klonk wat voller, een lichte ruk richting commercie? Dat is misschien wat kort door de bocht maar ook live wist Waxahatchee niet volledig te overtuigen. Dat Katie Clutchfield talent en een neus voor fijne songs heeft, laten we daar niet aan twijfelen. Maar wie een groep meebrengt moet er ook voor zorgen dat die de songs naar een hoger niveau tillen. Nochtans zag het er mooi uit, de vrouwelijke muzikanten in een stemmig zwart mannenpak stokstijf en ver uit elkaar staand. Maar wanneer er verder zo goed als niets gebeurt kan vijftig minuten wel heel lang duren.

Ik zag het Gentse Mind Rays reeds verschillende keren aan het werk en telkens ik ze mijn pad opnieuw kruisten , bleken ze een stuk gegroeid te zijn. En het was deze keer in het café niet anders. De ongecontroleerde chaos heeft definitief plaats moeten ruimen voor compacte songs. Het blijven kopstoten vol punk, noise en andere herrie maar de contouren zijn tastbaarder geworden. Ook de zanger heeft de waanzin beter onder controle terwijl de gitaar al eens voor een wat helderder moment mag zorgen. Het uitbrengen van een eerste LP, ‘Nerve endings’, heeft hen duidelijk deugd gedaan.

Togo All Stars moesten ter elfder ure afzeggen en zo werden de B Boys van het café naar de zaal verplaatst en die was misschien wel een maatje te groot voor dit nog prille trio uit Brooklyn. Korte, catchy punksongs, helemaal in de stijl van stadsgenoten Parquet Courts. Zeker knap gedaan met een zich uitslovende zanger, Brendon Avalos (tevens op bas), maar te weinig echt knappe songs in de haard om de grote zaal op te warmen.

Wat ik daarna zag in de kapel was op zijn zachtst gezegd een geval apart. The Babe Rainbow uit het Australische Byron Bay bleken vier gebronsde strandjongens die zich vergrepen aan het meest foute wat de sixties ons hebben opgeleverd. Zij zochten nu eens niet hun inspiratie in correcte verzamelaars als ‘Nuggets’,  maar vonden de mosterd bij lang vergeelde, zeemzoete hitjes uit het gouden decennium. Ze klonken een beetje zoals de Allah-Las maar zo mogelijk nog braver. En toch hoefde ik hier mijn sabel niet voor boven te halen. Integendeel, langzaam maar zeker nestelde deze muziek zich als een virus in mijn borstkas en omstrengelde het mijn hart om nooit meer te lossen. Hun songs waren bijzonder knap in elkaar geknutseld en deden soms denken aan Donovan. Een paar keer mocht het funky klinken terwijl ze ook nog eens Blondie’s “Heart of glass” coverden. Afgesloten werd er met het hemelse “Evolution 1964” waarvan ik durfde te zweren dat het een cover was, toch niet dus. The Babe Rainbow heeft één plaat uit die geproduced werd door King Gizzard opperhoofd, Stu McKenzie en was één van dé revelaties op dit festival.

Het contrast met de volgende groep in de kapel kon niet groter zijn. Idles (uit Bristol) schoot meteen op orkaankracht, alles en iedereen verpletterend uit de startblokken en zwakte op geen enkel moment af. Sleaford Mods achterna gezeten door een schuimbekkend punkkwartet lijkt me de meest adequate omschrijving. Zanger Joe Talbot was een bijzonder nijdig mannetje die in zijn teksten naar goede Britse traditie tegen zoveel mogelijk schenen stampte. Hun plaat heet niet voor niets ‘Brutalism’ dachten de vier achter Talbot om vervolgens als een stampede door de songs te razen. Het werd een heftig feestje met de nodige crowdsurfers terwijl ook de gitarist, vrolijk verder spelend, het plafond van de kapel verkende. Idles waren zonder meer het hoogtepunt van Leffingeleuren 2017.

We waren gewaarschuwd : zo wild als destijds met The Hunches was Hart Gledhill al een tijdje niet meer. De tijden dat hij alle muren van de Pit’s op stuiterde zijn definitief voorbij. Maar hier was meer aan de hand. De heer Gledhill verscheen namelijk stomdronken op het podium en dat waarschijnlijk ook nog in combinatie met andere en beter te vermijden substanties. Hij kon zich nauwelijks staande houden en zijn gewauwel was nauwelijks verstaanbaar. Gelukkig was de rest van zijn band, Sleeping Beauties (uit Portland, Oregon met o.a. leden van The Hospitals en Eat Skull) bloednuchter en speelden ze alsof er niets aan de hand was. Al bij al bleef de schade beperkt en kregen we een set beklijvende powerrock met glam –en punkinvloeden. Er kon zelfs nog een bisnummer af waarbij Gledhill een microfoon aan het publiek gaf. Het werd een chaotische versie van “Wild thing” met plotseling verrassend sterke vocals.

dag 3 - zondag 10 september 2017
Waar het op zaterdag tamelijk lang duurde voor we iets memorabels mochten meemaken, was het op zondag meteen raak. Daar zorgde Aubrie Sellers uit Nashville met haar allereerste optreden in Europa voor. Zij is de dochter van songwriter Jason Sellers en countryster Lee-Ann Womack. Country werd haar met de paplepel ingegoten en ze zong samen met haar moeder zelfs een nummer op de laatste plaat van Ralph Stanley. Zelf noemt ze het garage country wat ze brengt. Country, dat zeker maar garage? In ieder geval had ze een rits sterke nummers meegebracht die ze met veel gevoel zong. Met zijn drieën zorgden ze voor een heerlijk rafelige en forse sound waarbij de gruizige gitaar een even belangrijke rol kreeg als la Sellers zelf. Zo werd mijn kater meteen doorgespoeld.

Daarna volgde wat mij betreft de mooiste verrassing van het hele festival met het Brusselse Phoenician Drive. Fenicië bevond zich waar we nu Libanon en Syrië situeren en dus mag ik veronderstellen dat de muzikale invloeden van Phoenician Drive uit die streken afkomstig zijn hoewel ikzelf eerder aan de Maghreb landen dacht. In ieder geval werden die niet-Westerse elementen perfect geïntegreerd met een stevige, gitaar georiënteerde rocksound. Naast de twee gitaren bestond de bezetting verder uit bas, drums, darbuka (percussie instrument) en de oud van Gaspard Vanardois. De meestal volledig instrumentale composities waren gelaagd en klonken de ene keer ophitsend, een andere keer bezwerend en hypnotiserend. In zekere zin te vergelijken met Godspeed! You Black Emperor. Maar elke vergelijking loopt uiteraard mank bij een dergelijk unieke sound van een unieke groep die ik beslist nog eens terug wil zien.

Dylan LeBlanc (Shreveport, Louisiana) had een uitgebreide groep (piano, gitaar, bas, drums, cello) meegebracht terwijl hij zelf ook nog gitaar speelde. Mooie, zij het iets te gestroomlijnde, americana waarin zijn hoge stem  voor wat meerwaarde zorgde. Soms kwamen ze in de buurt van The Eagles en dat is iets wat ik liever niet zag gebeuren.

Charles Francis Mootheart II is heus wel een begrip in de Bay Area garage noise revival. Actief in groepen als Charlie and The Moonhearts, Fuzz, GOGGS en prominent aanwezig op platen van Ty Segall en Mikal Cronin. Je zou voor minder iets verwachten. De man kwam er zijn nieuwste groep waarvan de naam gemakkelijkheidshalve bestaat uit zijn eigen initialen, CFM, voorstellen. Nu wist ik wel dat ik wat hardrock mocht verwachten – zijn andere groepen kreunen er ook onder – maar in juiste dosis en van de juiste soort kan ik daar best vrede mee nemen. Maar zover geraakte Mootheart nooit. Oorverdovend en bulkend van het gitaargeweld maar verder dan een goeie aanzet of een vette riff (eentje leek zelfs gepikt van Zappa maar dat zal wel puur toeval zijn, zover zie ik het hem niet zoeken) kwam CFM niet. Een zware teleurstelling en ik twijfel eraan of het ooit wel iets wordt met Charles Mootheart II.

Dan maar een brok Courtney Marie Andrews (Phoenix, Arizona) in de zaal mee gepikt. Op plaat laat ze spontaan het glazuur op mijn tanden barsten, te voorspelbaar en te poppy. Ze maakte ooit een EP samen met onze eigenste Milow. Niet dat je het meteen in die richting moet zoeken, maar toch. Op het podium echter, geruggensteund door een competente groep, vielen haar countrygetinte songs veel beter mee. Al zal haar niet onappetijtelijke verschijning daar ook wel voor iets tussen gezeten hebben, volgens een kenner.

Het hoogtepunt van de dag viel evenwel in het café te beleven. Daar zorgde singer-songwriter Joan Shelley (Louisville, Kentucky) voor. Samen met de uitmuntende gitarist Nathan Salsburg bracht ze breekbare songs, stuk voor stuk pareltjes. Naar eigen zeggen beïnvloed door June Tabor en soms hoorde je wel Angelsaksische sporen maar toch klinkt ze vooral als zichzelf. Verfijnd en –Low hoog in het vaandel dragend– zo stil mogelijk, alhoewel ze even werd opgeschrikt toen geweldenaar Robert Jon zijn set begon in de zaal en een kleine aardbeving veroorzaakte.

Cosmonauts uit Los Angeles wordt stilaan een vertrouwde naam op onze podia. Dit was reeds de vierde keer dat ik ze zag. Een jaar geleden vielen ze wat tegen op Rock Zerkegem maar hier was het weer lekker deinen op hun aanstekelijke psychrock. Niets nieuws onder de zon maar soms hoeft dat ook niet.

Toch voortijdig afgehaakt maar dat was enkel om Spirit Family Reunion (Brooklyn) te zien. Dit was de laatste dag van een vier weken durende Europese tour en ze hadden op de middag al een set gespeeld in Eindhoven. Dat had vooral bij zanger-gitarist Nick Panken zijn sporen nagelaten. Toch haalden de vijf nog eens alles uit de kast, vooral washboardspeler Stephen Weinheimer had echt zin in een wild feestje. Vrolijk makende country en Appalachenfolk, niets meer maar zeker ook niets minder.

Hoe kan men een festival beter afsluiten dan met een flinke portie nostalgie? Want dat beloofde het nieuwe project van Arno, Tjens Matic, ons toch met enkel nummers van TC Matic en Tjens Couter. De set werd fors geopend met “Being somebody” waarbij Arno een handmixer hanteerde, de reden waarom is me nog steeds niet duidelijk. De toon was meteen gezet. Met drummer Laurens Smagghe, bassist Mirko Banovic en gitarist Bruno Fevery (bekend van Arsenal, de man ook die de plaats van Josh Homme innam bij Garcia Plays Kyuss) in de rug was het duidelijk de bedoeling om ons weg te blazen. Enorme power! Soms werkte dat, andere keren verminkte het enkel de songs zoals bij “Gimme what I need”, waar alle subtiliteit verloren ging. Mooie songkeuze met onder meer “Que pasa” en “Middle class and blue eyes” hoewel ik er als Tjens Couter fan wat berooid vanaf kwam. Slechts twee nummers : een sterk “The Milkcow” en het eerder vermelde “Gimme what I need”. Eén nieuw nummer ook, het futiele “Middle finger”, waarin Arno zich voor de gelegenheid aan wat stoner waagde of was het een idee van Bruno Fevery? Meer dan genietbaar concertje maar wie TC Matic of (vooral) Tjens Couter wilde horen zoals die vroeger klonken bleef toch wat op zijn honger zitten.

Vooraf had ik wat bedenkingen bij de affiche maar achteraf kan ik enkel tevreden terugblikken. Met revelaties als Heavy Lids, The Murlocs, The Babe Rainbow, Idles, Sleeping Beauties, Aubrie Sellers en Phoenician Drive plus een Joan Shelley die haar waarde kwam bevestigen was dit opnieuw een meer dan geslaagde editie.

Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge   

Pagina 428 van 966