logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

dEUS - 19/03/20...
Gavin Friday - ...

Gent Jazz Festival 2017 – Thuismatch van Wereldniveau!

Gent Jazz Festival 2017 – Thuismatch van Wereldniveau!
Gent Jazz Festival 2017
Bijlokesite
Gent
2017-07-14
Karien Deplancke en Lode Vanassche

STADT
Stadt wordt in muzikantenkringen wel eens het best bewaarde geheim van Gent genoemd. Enkele jaren en twee albums later zijn ze gepromoveerd tot de Gentse grand cru van de muziekscene met een voorliefde voor uitgewerkte rocksongs en improvisatie. Stadt experimenteert en rockt erop los met hun klassieke opstelling van toets, bas, drum en gitaar. We horen Afrikaanse ritmes met een Sonic Youth sausje. Zie ik daar geen Moog op het podium? Effecten en melodieën worden uitgewisseld  de speciale zang doet ergens denken aan Ian Anderson van Yes. De tweede helft worden we getrakteerd met werk uit hun tweede ‘Escalators’, waarbij ook hier goede feedback afgewisseld worden met melodieuze ballads die dan weer op hun beurt exploderen. Eindigen doen ze in een pompende psychedelische apotheose. Tot volgend jaar?

JENNY HVAL
Laat ons kort zijn over het overbodig Noors nimfje Jenny. Arty Farty modeshow met zelfs shopping bags op het podium. Alles komt uit een computer en de stem moet ook door de effectenmolen. Nee, ik heb het niet voor getormenteerde zielen die over menstruatiepijnen zingen. Mocht ik groen haar hebben, dan zou ik het toch laten verven.

MOUNT SOON
Een Belgische band met een internationaal geluid brengt in de garden stage een beheerste en bevlogen set. Topmuzikanten die op zoek zijn naar een eigen stijl en die dan ook gevonden hebben. Soon more about Mount Soon

PETER DOHERTY
De hoedjes en de bedrukte T-shirts verzamelen zich voor het podium. Het enfant terrible van de Britse rock gaf enkele jaren terug nog solo een nuchter (!) legendarisch optreden met enkel maar zijn versterker, gedrapeerd met de union jack, zijn gitaar en een fles rode wijn. Nu maakt hij dus zijn opwachting met een band. De gitarist zorgt voor de intro. De befaamde Britse muzikant, songwriter, acteur, dichter, schrijver en artiest Peter Doherty zwalpt het podium op en lalt iets van ‘I don’t love anyone en I don’t need anyone’, gepaard met een vraag naar ‘Belgian Chocolat’ Hij begint zo maar wat te spelen en de anderen moeren maar zien wanneer ze invallen, om dan weer te veranderen. Deze ex van Amy Winehouse schreef legio pareltjes van nummers en hij slaagt er hier toch wel in het een en ander naar de kloten te zingen. Het immense potentieel komt er maar niet uit. Begint na een poos toch wel wat te soberen en maar aan zijn muziek te denken in plaats van gin tonics van het publiek af te luizen. Het lijkt mij wat zielig en schrijnend als je weet wat voor een muziek in dat genie schuilt. De vraag is: real stuff of image building?  Nu betrap ik mezelf er op dat ik te kritisch ben als je merkt dat het publiek daar helemaal geen erg in heeft en hij op handen wordt gedragen. Ons Wandelend Laboratorium neemt het niet zo nauw met de tijd en dondert op het einde letterlijk op het podium.

TRIXIE WHITLEY
‘Kind aan huis’, zo zou u Trixie Whitley, het Gents-New Yorkse supertalent gelauwerd door ondermeer Daniel Lanois, kunnen bestempelen. Tot zover de persintro. Trixie brengt ons een rauwe bij de strot grijpende set met een misthoorn van een stem een (beperkte) resem muzikanten om u tegen te zeggen. Nu haal ik met plezier hét cliche der clichés naar boven. Superlatieven schieten hier te kort. “Breathe you in my dreams” verkoopt osn een lel van jewelste. Straffe Madam. Nu al wereldtop en zeggen dat ze nog moet groeien. Na een omzwerving in New York  is en blijft Gent haar thuisbasis.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/gent-jazz-festival-2017/
http://www.gentjazz.com

Organisatie: Gent Jazz Festival, Gent

Gent Jazz Festival 2017 – Great Stuff!

Gent Jazz Festival 2017 – Great Stuff!
Gent Jazz Festival 2017
Bijlokesite
Gent
2017-07-13
Karien Deplancke en Lode Vanassche

ROBERT GLASPER EXPERIMENT
Robert Glasper (toetsen), Casey Benjamin (saxofoon, vocoder & keytar), Justin Tyson (drums), Burnis Travis II (bas), Michael Severson (gitaar), Jahi Lake (DJ)
De charismatische Amerikaanse pianist en crossover meesterbrein liet ons genieten van een heerlijke portie neosoul, brengt zowel zeemzoete covers van gekende popsongs (zie album ‘Covered’), als odes aan pakweg Miles Davis (‘Miles Ahead’) . Vanavond kiest hij vooral voor zijn ‘terugkeer’ naar de jazz. Bassist Travis speelt met een pompende textuur,  Drummer Tyson hakt en funkt gitarist Severson de nodige richtingen uit.

Als tussendoortje zien we in de Garden Stage dat Makaya McCraven dat Zijne Zilverkleurige Toetsenist meer soul en funk in zijn linker teen heeft dan in pakweg een hele souldiva. Met zijn dynamische instrumentale pareltjes mocht hij drie keer het publiek in de zijtent bekoren.

STUFF.
Lander Gyselinck (drums), Andrew Claes (sax), Dries Laheye (bas), Mixmonster Menno (samples), Joris Caluwaerts (toetsen)
Twee jaar na hun overweldigende debuut, is het geniale collectief STUFF. terug met hun langverwachte en hoofdletterloze opvolger, ‘old dreams new planets’.  Het collectief brengt een op het eerste zicht eigenzinnige mix van verschillende genres zoals klassieke jazz, fusion, rock, progrock, postrock, funk, soul, drum n’ bass, mathrock, electronica, future disco  en hiphop, om er maar enkele te noemen. Dit resulteert in een pletwals waar je als toeschouwer niet omheen kunt en die lang zal blijven nazinderen. Muzikaal top, experimenteel top, en speelplezier top. Bedankt voor de mokerslag en de vierdimensionale zinsbegoocheling.

And now, for something completely different … KAMASI WASHINGTON
Kamasi Washington (Tenorsaxofoon), Rickey Washington (sopraan saxofoon & fluit), Ryan Porter (trombone), Brandon Coleman (toetsen), Joshua Crumbly (bas), Robert Miller (drums), Jonathan Pinson (drums), Patrice Quinn (stem).
Ook nu is de tent uitverkocht.  Kan ook niet anders als je de met superlatieven overladen Kamasi Washinghton op uw affiche zet. Onze tenorsaxofonist bracht enkele jaren met de driedubbel ‘The Epic’ dé jazz-cd van het jaar uit en liet ons proeven van zijn looks, intensiteit, virtuositeit, gedrevenheid en begeestering. Respect ook om het thema van de Afro-Amerikaanse problemen aan te kaarten. Samen met een half legertje muzikanten zoals bassist Joshua Crumbley (vorig jaar stond Miles Mosley er!) , zangeres Patrice Quinn, trombonist Ryan Porter, net als Kamasi zelf, uitgedost in een traditionele kaftan, en achterin Ronald Bruner Jr. en vaste toetsenist Brandon Coleman.
Kamasi bestond er bovendien ook nog in om voor het optreden rustig op de weide te flaneren en gewillig te tekenen, en bovendien later in de garden stage samen met zijn vader mee te spelen met eerder genoemde Makaya McCraven. Een woord: pure klasse. Kamasi, geen showbeest met podiumcapriolen. Geen erg, want de dynamiek en de energie wordt helemaal in de muziek gepompt.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/gent-jazz-festival-2017/
http://www.gentjazz.com

Organisatie: Gent Jazz Festival, Gent
    

Moon Worship

Blood on Blonde

Geschreven door

Een dik jaar geleden maakten we kennis met de e.p. ‘Book of Pops’ van Moon Worship uit NYC. Ze lieten ons toen kennismaken met hun rauwe, bluesy en donkere muziek. Op hun eerste full album maken ze met dezelfde ingrediënten terug een wonderbaarlijke en smerige soundtrack. Die neemt ons mee naar de onderwereld van de maatschappij.
Op het titelnummer levert dit alvast enkele mooie momenten op. Nu wat heet mooi? In elk geval is de hoofdrol hier weggelegd voor een hels orgeltje dat ons meeneemt tot aan het eindpunt van de song. Een fijne track. “Anti-human Blues” heeft een bezwerende zang en een vette bluesrock sound. Op “3AM” hoor je een nachtelijke trip doorheen een stedelijk gebied waar het desolaat is en eerder gevuld met ongure types. Net zoals de titels ““Judgement Day”, Parasite Blues of “She Got Up And Walked Away” zijn de tracks donker, zwaar en weinig opbeurend. De zang vertoont eenzelfde rauwheid.
Op “Blood On Blonde” neemt Moon Worship je als luisteraar mee op een trip doorheen een apocalyptische wereld vol femmes fatale en scênes uit de onderbuik van de maatschappij. Bij momenten hoor je echo’ s van bands zoals The Birthday Party, The Doors etc.. maar bovenal hebben ze een eigen geluid. Groovy en met fijne en soms verrassend opgebouwd songmateriaal hebben ze hier een fijn en smerig klinkend album gemaakt.

Life Of Agony

A Place Where There’s No More Pain

Geschreven door

Het heeft twaalf jaar geduurd voor metalband Life Of Agony uit New York met een vervolg kwam op ‘Broken Valley’. In die twaalf jaar is er heel wat veranderd ten huize Life Of Agony. De band is een paar keer gesplit en weer bij elkaar gehaald en frontman Keith Caputo spreken we sinds een aantal jaar aan als Mina. Het nieuwe album  heet ‘A Place Where There’s No More Pain’ en werd opgenomen met de oorspronkelijke bezetting. De platenfirma kondigt het aan als een terugkeer naar het succesvolle debuutalbum ‘River Runs Red’ uit 1993. Een ambitieuze doelstelling voor een band die we intussen bij de dinosaurussen van de metal kunnen rekenen.
In de eerste helft van het album lijkt Life Of Agony zijn ambitie te zullen gaan waarmaken. Het tempo ligt hoog, het geluid komt in de buurt van dat van de begindagen, het enthousiasme druipt er van af en er wordt gitaar gespeeld op het scherp van de snee. De titeltrack is het visitekaartje van dit deel van het album. Ook “Right This Wrong” en “World Gone Mad” zijn bijzonder aanstekelijk.
Voorbij halfweg zakt de plaat evenwel als een pudding in elkaar. Het tempo valt stil, het enthousiasme is zoek en de songs worden enkel nog gedragen door Mina Caputo, wat nu elke keer werkt. Ze is een stuk melodieuzer gaan zingen en ze toont op dit album een breder stembereik dan vroeger. Misschien zit de gendertransformatie daar voor iets tussen. Ook in de teksten gaat ze tegenwoordig een stuk breder en dieper dan vroeger. Maar muzikaal ligt dit eerder in het verlengde van softe grunge. Metal lijkt ver weg.
Het afsluitende “Little Spots Of You” kan je opvatten als een brief van Caputo aan haar jongere zelf. Mooi en begrijpbaar, maar misschien niet iets waar de fans op zaten te wachten.

Equal Idiots

Eagle Castle BBQ

Geschreven door

Fris van de lever, compromisloos, vuil en straightforward, zo klinkt het duo Equal Idiots. Dat ze op hun debuutalbum niet bepaald met het meest originele geluid voor de dag komen zal hen worst wezen. Eén gitaar, één drumstel, en rammen maar, daar is het hen om te doen, meer moet je er niet achter zoeken. Het is pretentieloze garagerock die in Vlaamse contreien enkel nog te vinden is bij Double Veterans en The Glucks, nog twee bandjes die wij een warm hart toedragen omdat ze niet per sé the next big thing willen zijn maar wel met een broek vol goesting hun frustraties er uit gooien.
Heftige punk’n’roll nummertjes als “Cover The Corpse”, “Salmon Pink” en “What You Gonna Say” konden van The Hives zijn, stuk voor stuk songs met pit, fun en een gezonde dosis arrogantie. Met de gruizige sound van “Seduction Of Judas” mag het jonge duo gerust even gaan aankloppen bij Ty Segall en “Money Man Midas” is Jon Spencer die doorheen een psychedelisch steegje wandelt en daar op het eind een ferme toef op zijn bakkes krijgt.
Lekker opwindend plaatje.

Strand of Oaks

Hard love

Geschreven door

Strand Of Oaks is het alterego van Timothy Showalter , een veelzijdig Amerikaans sing/songwriter , die al toe is aan zijn vijfde plaat . De vorige ‘HEAL’ toonde al wat hij in z’n mars had , met deze opvolger bevestigt hij overduidelijk met intens broeierige, dynamische indie rock , psychedelica en  rootsamericana. Hij heeft een sterke band achter zich .
Als we die laatste twee eens goed beluisteren dan balanceert, manoeuvreert hij muzikaal tussen de rootsamericana van Band Of Horses , War on drugs, de snedige rock van Neil Young & Crazy Horse , snijdende J. Mascis gitaarpartijen (niet voor niks stak hij al eens handje toe) en de psychedelische rock van Spiritualized . Op de recentste krijgen de keys , synths wat meer armslag als op Cry” en “Taking acid and talking to my brother” , hier schrijft hij het ernstig hartfalen van zijn jongere broer van zich af . Verder doet hij ons nadenken over hekelthema’s en pleit hij voor samenhorigheid .
We hebben hier een rits bezwerende , broeierige, opbouwende , gevoelige nummers, rock vertier om u tegen te zeggen . Het is intens genieten op deze negen afwisselende nummers, waarvan het spelplezier afdruipt . Een spannende aanpak en een heerlijke trip.
Doeltreffende eenvoud .Wat een speelsheid en gedrevenheid. Schitterende plaat!

Grandaddy

Last place

Geschreven door

Het zag er aan te komen dat Grandaddy een nieuwe plaat zou uitbrengen , tien jaar nadat in 2006 de stekker er uit werd getrokken . Jason Lytle kwam even op adem , bracht twee soloplaten uit en iets met een ander bandje. In 2012 volgde een reünietoer . Deze werd door band als publiek zo warm onthaald dat Lytle en de zijnen een staartje aan breiden . De return is er nu met ‘Last place’ die de typische sympathieke Grandaddy sound nieuw leven inblaast. De catchy psychedelische ‘wegdroom’ pop is bezwerend, meeslepend , opzwepend en blijft na al die jaren overeind . Sierlijke popmelodieën , die indie , lofi , psychedelica, roots- en synthpop kruisen , gedragen door die ontroerende melancholieke zang en het kenmerkend gestoei van allerhande geluidjes .
Twaalf songs krijgen een sfeervolle , dromerige inhoud , intrigeren door de repetitieve tunes en weten op te bouwen . Fijne juweeltjes als “Way We Won’t”, “The Boat Is In The Barn”, “I Don’t Wanna Live Here Anymore” en “Evermore” meten zich moeiteloos met het vroegere werk van toppers ‘Under the western freeway’ en ‘The sophtware slump’. Op “Chek injin” wordt het gaspedaal ingedrukt . Het is dan ook het meest uptempo nummer . “Songbird son” wuift ons pianogewijs definitief uit .
De jarenlange stilte heeft Grandaddy blijkbaar goed gedaan, want de herboren band komt fris en dromerig uit de hoek. Ze hebben hier terug iets fraais uit en tekenen voor een geslaagde comeback!

Glass Animals

How to be a human being

Geschreven door

Een vinnig , pittig bandje zijn Glass Animals uit Oxford . Ze zijn toe aan hun tweede plaat ‘How to be a human being’, die ‘Zaba’ opvolgt. Zij zijn een van de hippe band door de lekkere ritmes , de zwoele grooves , de aanstekelijke gitaarriffs , de diepe basses en de tempowissels binnen hun exotische, psychedelische poprave. De single “Youth” is één van de smaakmakers en om in te lijsten. Poprock , psychedelica en funk vinden elkaar in prikkelende, aanstekelijke en lieflijke melodietjes . Ze weten spanning en sfeer te creëren in een toegankelijk geluid en live geven ze er een energieke, opwindende boost aan .
Zanger/gitarist Dave Bayley speelt een voorname rol door z’n dromerige, zalvende , inlevende zang , die iets meeheeft van onze Gabriel Rios.
Meteen de beuk erin met die andere overtuigende song “Life itself”  en iets verderop “Came shuga” die fonkelen, twinkelen en knallen. “Season 2 episode 3” valt op door z’n speelse variaties en een feestgevoel ervaren we met “Poplar street” en “Other side of paradise” . De dansspieren worden hier aangesproken .
Een kleurrijke sound hebben we door de catchy melodieën , de fijne geluidjes , de bleeps en de trippende ritmiek . Ze tekenen voor nachtelijke strandfeesten met een onderkoelde cocktail. Je hebt hier bands als Alt-J, Spacemen 3 en het onderkende Wolfgang Press, met dat ietsje meer dan een loungy gevoel .

Balaton Sound Festival 2017 – Hét Festivalbeach bij uitstek in Hongarije

Geschreven door

Balaton Sound Festival 2017 – Hét Festivalbeach bij uitstek in Hongarije
Balaton Sound Festival 2017
Balatonmeer
Zamardi (Hiongarije)
2017-07-05 t/m 2017-07-09
Davy De Groote

We trokken voor de eerste keer naar het Balatonmeer in Hongarije voor één van de beste elektronische muziekfestivals in Europa, want dat is toch wat we te horen kregen van mensen die het festival al eerder bezochten.

De 11e editie van Balaton Sound loste onze hoge verwachtingen meer dan in! Het festival heeft dan ook de ideale ingrediënten om er een schitterende 5-daagse van te maken: een unieke locatie aan het Balatonmeer (het grootste van Europa), de beste EDM-dj’s, veel podia en betoverende randanimatie (lees: steltenlopers, een reuzenrad, bungee-jump, death-ride, magische stoeten, …). Mix dit met een stralende zon en je hebt een instant vakantiegevoel!

Dag 1 hebben we aan ons laten voorbij gaan omdat we ons festivalbezoek gekoppeld hebben aan een korte citytrip in Budapest. Een combinatie die door velen gesmaakt werd, gezien het overtal Belgen en Nederlanders in deze mooie stad aan de Donau.

De eerste headliner op dag 2 waar we naar uitkeken - Cheat Codes – annuleerde hun komst. Maar niet getreurd: we namen onze handdoek, zochten een leuk plekje naast één van de podia aan het water en genoten van het lekker weertje afgewisseld met een verfrissende duik in het meer! In de vooravond opende Galantis met hun bekendste hit “Runaway”. Dat dreef de vele zonnekloppers weg van het meer richting Main Stage!  Geen één zonder twee moet de organisatie gedacht hebben toen ze het volgende Zweedse duo Axwell Λ Ingrosso op de timetable zwierden. Meteen de aftrap van een zwoele avond.  Main stage werd afgesloten door Tiësto. Hij liet zowel oude als recentere platen op de mixtafel los en zweepte het publiek hier goed mee op. Al hadden wij er eerlijk gezegd een tikkeltje meer van verwacht…
Op naar de Jäger Arena voor de eerste Belgische artiest. Oscar and the wolf gaf het beste van zichzelf in een wervelende liveshow! Hij wist het publiek volledig op zijn hand te krijgen en voor velen was dit optreden één van de eerste hoogtepunten.

Omstreeks 16u opende Kungs de derde festivaldag. Hoewel nog groen achter de oren, getuigde zijn set van een flink staaltje professionaliteit. Zijn playlist paste perfect bij de setting. Met een smile tot achter zijn oren trad hij mooi in interactie met het enthousiaste publiek. 
Jason Derulo was de volgende klepper op het programma. Overtuigen kon deze headliner aanvankelijk niet: zijn MC nam de eerste 30 minuten van de show alleen voor z’n rekening en toen Jason zelf opkwam, stal hij vooral de show met zijn dansmoves. Maar dat hij een dijk van een stem heeft, werd snel duidelijk: hij kon het (voornamelijk vrouwelijke) publiek volledig inpalmen met een reeks trage nummers, vergezeld van een staaltje striptease. Hij blies vervolgens het volledige publiek omver met de ene hit na de andere: “In my head”, “Ridin‘ Solo”, “Talk Dirty”, “Trumpets”, “Wiggle & Swalla”. Het publiek ging volledig wild!

Wie dacht dat hiermee het hoogtepunt van het festival zou bereikt zijn, had het grondig mis. Sigma live stak er met kop en schouders boven uit! Dit was wat ons betreft echt dé topact van het hele festival. Stilstaan was geen optie op deze daverende beats gedragen door de engelenstemmen van de 2 zangeressen. Artiesten die gerust op Main Stage geprogrammeerd mochten worden!

Op zaterdag was het festival volledig uitverkocht. Vele Hongaren die weekend hadden, trokken een dagje naar Balaton. Dit bracht een grotere drukte met zich mee, maar dankzij de veelheid aan drank- en eetkraampjes, moesten we toch nergens lang aanschuiven. Dag 4 werd op gang getrapt door Robin Schulz. In het begin van zijn set werden heel wat opblaasbare zwembadartikelen aangevoerd door de crew. Deze werden op één van de climaxen de weide in gekatapulteerd, tot groot jolijt van het publiek. Van zodra zijn monsterhit “Sugar” door de speakers weergalmde, had hij ons volledig mee! Ook Kygo kon het publiek bekoren met zijn zomerse housemusic.
Onze verwachtingen lagen hoog voor de volgende artieste: Dua Lipa. Haar stem schitterde live, maar het bleef wat ons betreft allemaal iets te rustig. Tijdens haar optreden was er ook bijna geen interactie met het publiek. Onze voeten vonden het echter niet erg om eventjes uit te rusten. We genoten van de deuntjes onder een gezellig verlichte boom.
Dat Netsky ons niet zou teleurstellen, wisten we 200% zeker. Wat een schitterende liveshow!!! Het werd een onvergetelijk feestje overgoten met de Belgische driekleur, waar Boris zelf van omver geblazen werd, zo zei hij na afloop. De ene hit na de andere deed de Jäger Arena daveren op zijn grondvesten. Het enige minpuntje: het optreden zat er een kwartier vroeger op dan gepland en ondanks dat we samen met de vele aanwezige Belgen alles uit de kast haalden – scanderen “Waar is dat feestje? Hier is dat feestje!”, “We want more!”, “Tous ensembles!” tot en met stampen op de houten plankenvloer – kwam Boris niet terug voor een bis-nummer…
We waren nog te opgepept om te gaan slapen, dus besloten we om nog een uurtje door te feesten op de beats van Andro op de Radio 1 stage. Samen met de Music FM stage was dit een aangename kennismaking met twee van de betere Hongaarse radiostations!

De laatste dag van het festival: Alles kwam wat trager op gang, onze voeten wilden al wat minder mee en het was opmerkelijk rustiger dan de voorbije dagen. Het leek er op dat het een laatste dagje uitbollen zou worden, maar niets was minder waar. Tijd voor een schuimparty! Recht tegenover de Rosmann Pier kon je elke dag tussen 12 en 20 uur terecht voor een dol feestje in een bad vol zeepsop.
Marshmello startte met zijn hit “Alone” om het volk naar Main Stage te lokken. Hij had geen enkel probleem om het publiek aan het dansen te krijgen en zijn songs werden luidkeels meegezongen. Hij bracht een mooie mix van oldskool nummers samen met liedjes in zijn gekende stijl. Het moet warm geweest zijn in het witte masker dat hij altijd op zijn hoofd heeft! Zijn identiteit is nog steeds niet gekend. Er wordt gesuggereerd dat het zou gaan om de Amerikaan Chris Comstock, ook gekend als Dotcom, die dezelfde stijl heeft als die van Marshmello. Het inspireerde in ieder geval enkele mensen om ook een emmer op hun hoofd te zetten!
Hardwell zette de wei nog een allerlaatste keer in vuur en vlam. De eindapotheose werd ondersteund door vuurwerk waarmee de Main Stage overigens dagelijks werd afgesloten.

Balaton Sound krijgt terecht de naam ‘Festivalbeach’ opgespeld en is een goedkoper, maar daarom niet minder kwaliteitsvol, alternatief voor de andere Europese dancefestivals. De 154.000 bezoekers (waaronder heel wat Belgen en Nederlanders) gingen naar huis met een rugzak vol leuke herinneringen en een mooi gebruinde huid. Wij hebben alvast 4 tot 8 juli 2018 geblokkeerd in onze agenda! See you next year 

Enkele sfeerfoto’s
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/balaton-sound-festival-2017/
Organisatie: Balaton sound

Cactusfestival 2017 – van 7 t/m 9 juli 2017 – en overzicht van het driedaags festival!

Geschreven door

Cactusfestival 2017 – van 7 t/m 9 juli 2017 – Een overzicht van het driedaags festival!
Cactusfestival 2017
Minnewaterpark
Brugge
2017-07-07 t/m 2017-07-09
Nick Nyffels

Het was opnieuw Cactustijd, voor de 36ste keer organiseerden ze in Brugge het meest kindvriendelijke festival van het land, met het gekende recept van Belgische publiekskenners en buitenlandse kwaliteit voor de meerwaardezoeker. Op het terrein waren er enige wijzigingen, de infostand was langs de rand van het terrein gezet, zodat er meer plaats was en iedereen vlot na de optredens richting eetstandjes kon vertrekken.
Dit was wellicht de zonnigste editie van het Cactusfestival in jaren, wat enorm tot de feestvreugde bijdroeg. ’s Avonds koelde het nauwelijks af op vrijdagnacht en zondagnacht, zodat je al eens langer aan de Lange Bar bleef plakken.
Een overzicht van drie dagen zon en muziek aan het Minnewaterpark.

dag 1 – vrijdag 7 juli 2017 – ‘Waar zin die skoentjes?’

Het park was al vroeg gevuld voor de opener van Cactus 2017: de Antwerpenaar Amir Fouad, ofte Tamino (*** ½) maakte al een goede beurt op Werchter, en deed dit hier nog eens klassevol over. Live werd deze singer-songwriter bijgestaan door Tom Pintens op keyboard en door Ruben Vanhoutte op drums. Tamino heeft een heel breed stemregister, hij gaat met gemak zowel heel laag als bijzonder hoog. Lang was dit optreden niet, Tamino heeft dan ook maar enkel een EP uit, maar dit was wel topkwaliteit: naast zijn singles “Habibi” en “Cigar”, kleedde hij ook op bijzonder geslaagde wijze “I bet you look good on the dancefloor” van Artic Monkeys uit.

Tom Pintens mocht al direct een dubbele shift draaien, want ook bij Het Zesde Metaal (****) speelde hij op keys. Op de tonen van Ennio Morricone betraden Wannes Capelle en co het podium. “Wantje “ zag er uit als een overjaarse scout en had er bijzonder veel zin in, want dit was natuurlijk wel een thuismatch op West-Vlaamse bodem. “Cactus, zie je’t een beetje zitten” vroeg Capelle, en we waren vertrokken met het passende “Ier bie oes”. Cappelle speelt met het West-Vlaams en zet typische West-Vlaamse zegswijzen in een nieuw daglicht door ze te combineren en te verfrissen. Capelle is behoorlijk maatschappijkritisch, in “Calais” bijvoorbeeld waarin hij het opnam voor de vluchtelingen en zich afzette tegen de linkse Vlaamse aanpak daarop. Het mocht ook luchtiger in “Dag zonder schoenen”, waarin hij het Cactuspubliek overtuigde om met de schoenen te zwaaien.(“Waar zin die skoentjes?”). Climax van de set was een tweeluik: een mash-up van “Where is my mind” van The Pixies met “Boze wolven” van Gorki, gevolgd door een trefzeker “Ploegsteert”. Vandaar was het een homerun voor Het Zesde Metaal, met “Gie, den otto en ik” (zegt alles af voor morgen), “ Nie voor kinders” en “Naar de wuppe”.  Cappelle en co wonnen met ruim overschot op vrijdag.

De optredens van Michael Kiwanuka (***) durven nog al eens verzanden, met veel trage nummers die meer geschikt zijn voor een lome zondagmorgen. Kiwanuka heeft dat zelf ook begrepen, dus tapt hij uit verschillende vaatjes. Hij begon verrassend met een instrumentaal nummer met een Pink Floyd-solo waarna het concert veelbelovend verderging met dank aan zijn zeskoppige band die er veel vaart in stak. Het hoogtepunt van deze Londenaar kwam te vroeg in de set, met een van James Brown baslijntjes vergeven, funky ‘Black man in a white world”. Daarna nam hij gas terug, waardoor het mooie “Home again” verzoop in het gebabbel van het publiek.

The Verve was heel kort de grootste band ter wereld, groter dan Oasis, maar ging ten onder aan depressies, drugs en ruzies. Frontman Richard Ashcroft (***1/2) is er sterker uitgekomen, en was voor velen zelf het beste wat er dit jaar op Pinkpop te zien was, al zegt dan misschien evenveel over Pinkpop.
In ieder geval stond Richard nu ook als semi-headliner op Cactus, mager en kortgeschoren, de personificatie van de Engelse mod. Helemaal live was dit niet, de ondersteunende keyboard en violen stonden op tape, wat toch wel wat afbreuk deed aan dit optreden. Ook over de gitarist waren we niet zo te spreken, de man was heel duidelijk een classic rock-adept, en strooide veel cliché-solo’s in het rond, zodat het oorspronkelijk alternatieve karakter van de nummers weg was.
Ashcroft zelf was gelukkig in goeden doen en nog goed bij stem ook: hier stond duidelijk een man die na al de roem enkel nog voor de muziek op het podium stond. Hij blijft ook gewoon doen wat hij bij The Verve deed: zijn solo-nummers verschillen in niks van wat hij vroeger deed en het zijn ook gewoon goede nummers: dus naast “Sonnet”,  en “Lucky man” en “Love is noise” was het ook genieten van “Break the night with colour” en het optimistische “Music is power”. Ashcroft fulmineerde nog even tegen het militair-industriële complex” (lang geleden dat we dat nog hoorden), salamanderde onder luid gejuich een pint, en trakteerde dan iedereen op “Bittersweet symphony”.  
Mocht het niet aan de mindere band en backing tapes gelegen hebben, dan hadden we vier sterren uitgedeeld.

We zijn fan van Roisin Murphy (***1/2), maar als headliner viel ze toch wat tegen. Het publiek verloor de belangstelling in de poppenkast/verkleedpartij met hoeden, maskers, boa’s en multifunctionele kledingstukken, en het hielp ook al niet dat de eerste veertig minuten gevuld werden met mid-tempo, bizarre, maar te weinig geschifte nummers die wel goed gespeeld waren, maar leden onder de onderkoelde zang van Murphy.
Het laatste halfuur werd het toch nog een dancefeestje met onder meer een geremixed “Sing it back”, hypnotiserende beats, “Forever more “ van Moloko, en vooral “Jealousy”. De laatste 30 minuten waren goed, maar iedere DJ weet dat dit te kort is: tegen dat iedereen begon te dansen was het gedaan.

dag 2 – zaterdag 8 juli 2017 - Oh my God wat was het druk

De zaterdag van Cactus was volledig uitverkocht, en daar zal de passage van Kaiser Chiefs wel veel mee te maken gehad hebben. Veel drukte dus op het terrein en aan de toog, met veel families die de dekentjes spreiden en de kampeerstoeltjes installeerden.

Het was al vroeg drummen voor Coely (***1/2). We hebben weinig affiniteit met R&B en hiphop, maar de Antwerpse stond er, al hadden de bindteksten in het Engels niet gemoeten, in Brugge verstaan ze ook Antwerps. Ze had een uitstekende band meegebracht, wat toch echt nodig is om hiphop-optredens interessant te houden, en ze rapte uit de losse pols. Dutch Norris en een andere gastrapper mochten meedoen op “Don’t care”. Ze kreeg het publiek aan het klappen met een beatbox-oefening, en ze bewees met verve de Belgische Beyoncé te zijn. Mr Marley werd geëerd met een hiphop-interpretatie van “Could you be loved”.

Rhye (***) was de voor Cactus zo typische vreemde eend in bijt die in een intieme, verduisterde zaal zeker goed tot zijn recht zal komen, maar hier in de volle zon aan de onverschilligheid van het publiek ten onder ging, ondanks de dappere pogingen van de band om het publiek aan het klappen te krijgen, waar weinig of geen respons op kwam. Rhye is een Canadees-Deens duo, dat live uitgebreid is tot een zestal, inclusief strijkers. Zanger Michael Milosh zingt met een hoge falset en de band brengt nummers die tussen r&b, jazz en neo-klassiek en electronica schipperen. Bij momenten had het de sexy zwoelheid van Sadé, de single “The fall” was best knap, maar de rest van de set verdampte onder de middagzon.

Het was dus best een brute overgang naar Millionaire (****). Tim Vanhamel had een cactus meegebracht op het podium, en speelde op een rechthoekige gitaar vooral de nummers uit de comeback plaat ‘Sciencing’, die we nog niet gehoord hebben. In ieder geval kraakte en schuimde het langs alle kanten, brute gitaren a volonté met een overstuurde zang van Vanhamel. Live bouwen die nieuwe nummers vooral op riffs en grooves, de geschifte gitaarsolo van “I’m not who you think you are “ zat stevig verscholen in de ruis. “I”m on a high” was nog altijd even scheef als twaalf jaar geleden, en was het hoogtepunt samen met de stonerrock klassieker “Champagne” met zijn scheurende keyboards.

De oude rocker van dienst op Cactus was dit jaar Steve Winwood (***), een levende legende die zijn plaats in de rock’n roll hall of fame verdiende bij The Spencer Davis Group, Traffic, Blind Faith, Jimi Hendrix, Clapton en Ginger Baker, en later in de jaren tachtig ook als solo-artiest hits scoorde. Veel gerockt werd er echter niet, dit was vooral een soul-optreden met veel latin-invloeden. Winwood’s bandleden zouden met hun vestimentaire keuzes een volledig seizoen van Jani ’s ‘Zo man, zo vrouw’ kunnen vullen. Dit was vooral een optreden voor de oudere fans, die de band op veel herkenningsapplaus onthaalden. Winwood’s voornaamste troef was zijn gouden soulstem, en op de meeste nummers speelde hij op zijn Hammond-orgel . De psychedelische rock van Traffic en Blind Faith was ver te zoeken, de nummers van die bands kregen een soul en latin-bewerking. Wij herkenden “Gimme some lovin” ,“I’m a man” en “Higher love”, maar we hadden eerlijk gezegd meer hits verwacht van een man die al 50 jaar bezig is.

Jamie Lidell (****) had zijn hits allemaal vooraan gestoken, maar dat deerde nauwelijks. De Brit begon er aan met “Multiply”, en leverde een top souloptreden af, waarin hij vooral zong, en veel minder op toetsen speelde dan we van hem gewoon zijn. Hij had dan ook een steengoede band meegebracht die Lidell liet excelleren. Stevie Wonder blijft een grote invloed, en de man staat er op “A little bit of feel good” te brengen, positieve festivalvibes alom dus. Lidell was graag in Brugge, de dag ervoor stond hij in de betonnen bunkers van sfeerloze North Sea Jazz festival, en de kleinschaligheid en menselijkheid van Cactus inspireerden hem duidelijk.

Kaiser Chiefs (****) mochten afsluiten op zaterdag. De klad zat er serieus in bij de Chiefs, vooral dan sinds hun drummer Nick Hodgson de band verliet, want hij schreef ook de meeste nummers. KC moet het dus nog altijd hebben van hun eerste twee albums, maar daar staan dan ook een karrevracht hits op. De band heeft zich ondertussen een beetje herpakt, al krijgen ze niet meer de kolkende massa’s op de been, en dat was op Cactus niet anders. Maar kijk, Ricky Wilson en co wisten ons en de rest van het park ruim een uur machtig goed te entertainen: al de hits passeerden de revue: “Everyday i love you less and less”,  “Everything is average nowadays”, “Ruffians on parade” (woohoo), waarbij Wilson op de drums ging staan, “Na na na na na””, “Modern way”, “Ruby”, “Ever fallen in love” van The Buzzcocks, “Never miss a beat”, “Angry mob” waarin Wilson het publiek het refrein liet zingen en mijn absolute favoriet “I predict a riot” gevolgd door hun beste nummer van de laatste vijf jaar, “Coming home”.
Als festivalband staan de Chiefs er nog steeds, vraag dat maar aan de duizend kelen die zaterdag “Oh my God” meebrulden.

dag 3 – zondag 9 juli 2017 - Nieuwe Brugse discotheek om één uur ’s nachts stilgelegd door organisatie.

Het bleef een schitterend zomerweekend, ook op zondag, al waren er vandaag minder mensen afgezakt naar het Minnewaterpark, zodat iedereen ruim plaats had voor het podium en aan de toog.

The Temper Trap (***) is een Australische band die vanuit London opereert. Ze brengen heel positief ingestelde indie-rock, zodat de parallellen met Coldplay en U2 snel getrokken zijn, en dan zeker al als de gitarist ook nog eens de tokkelende stijl van The Edge overneemt. Ze hebben maar één hit, “Sweet disposition”, die helemaal aan het einde zat, maar dat deerde niet, want dit was feel good muziek, ideaal voor een zomerse dag.

Local Natives (***1/2 ), de Californische band, is op hun laatste album meer opgeschoven richting R&B en elektronica. Wij verkozen toch nog altijd hun avontuurlijke mix van West Coast pop, close harmony en wilde ritmiek van hun debuut, met nummers als  “Wide eyes” en “ Airplanes” die hier ook schitterden. Voor zij die deze band niet kennen, mix Fleet Foxes met Talking Heads en je komt aardig in de buurt. De frontman dook even het publiek in. Toegegeven, de nummers met vooral keyboards waren nog al inwisselbaar met de vele synthpopbands die je tegenwoordig op de radio hoort, maar als ze hun gitaren omgorden, zat het dik snor.

Robin Proper-Sheppard ligt in de bovenste schuif bij Cactus, zo mocht hij ook al op het Moods-festival aantreden met zijn band Sophia. (****) . Het debuut van Sophia is ondertussen ook al  meer dan 20 jaar oud, dus besloot Sheppard om  op Cactus ‘Fixed Water’ volledig te spelen, aangevuld met een aantal nieuwere nummers. Een uurtje voluit genieten dus van de weemoed van “Is it any wonder” (met noisy uitloper), “So slow”, “Are you happy now”, “When you’re sad”.  Sophia voerde naar het einde het tempo op met “Oh my love” en het onvermijdelijke “The river song”, waarop het heerlijk loosgaan was.

Dat Warhaus (***1/2) zo hoog op de affiche stond, was toch vooral omdat Maarten Devoldere frontman van Balthazar is. Want echt radiovriendelijk of hitgevoelig is dit niet. Wel heel zwoel, en groovy. Mix Nick Cave met Serge Gainsbourg en je komt ergens bij Warhaus uit. Zangeres Sylvie Kreusch krulde als een krolse kat, er slopen Afrikaanse ritmes in nummers zoals “Love’s a stranger” en “The Good lie”. “Memory” sloot nog het meest aan bij Balthazar, Devoldere heeft dan ook een heel kenmerkende stem.
We vonden vooral het eerste halfuur sterk, omdat dit ook het meest afweek van de traditionele popsongs die we van Balthazar gewoon zijn.  Je had Johny Cash en June Carter, Jon Spencer en Cristina Martinez, Vlaanderen heeft nu ook zijn rock ’n roll-koppel, Devoldere en Kreusch, het bekt misschien minder goed, maar Nicole & Hugo hebben eindelijk hun opvolgers.

Explosions in the sky (***1/2) is wellicht het arché-type van de post-rock band, met alle bijhorende kwaliteiten maar ook met de gebreken van het genre. We zijn persoonlijk meer gesteld op de dreiging van Mogwai of de ongebreidelde klanktapijten van Godspeed You Black Emperor! De Texanen waren vanavond soms episch en majestueus, met gitaren die als piano klonken, heel verhalend. Maar soms was het ook een groot cliché, hoe ze in de hardere stukken tekeer gaan, heeft ook wel iets lachwekkend, vijf nerds die hard te keer gaan. Dit is de band die het minst evolueert in hun post-rock. Niettemin, waren we toch in de wolken met de lang uitgesponnen Duyster-klassieker “The only moment we were alone”.

Soms mag je de recensie die je op voorhand in je hoofd had, in de vuilnisbak kieperen. We wouden schrijven dat we Goose (****) zoveel beter vinden sinds ze rust, ruimte en melodie toelieten op hun uitstekende laatste plaat ‘What you need’. Meer Depeche Mode dan Bonzai, dat was ons leitmotif. Nu dat was er dan dik naast vanavond, want Goose maakten er een ongelooflijk dance-feestje van in beste Bonzai en gabberhousestijl, het Minnewaterpark was van de eerste tot de laatste minuut een openlucht disco met duizenden handjes in de lucht zoals we nog niet dikwijls gezien hebben op het doorgaans gezapige festival. Ok, “ So long” kon je nog een popsong in de beste Depeche Mode-traditie noemen, maar voor de rest was het beuken, schuren en stampen, met flikkerende strobe-lichten op nummers zoals “ Bring it on”, “Cant stop me now” , “British mode” en “Control”.
Zelden zo een feestje gezien om Cactus af te sluiten. Je hoorde mensen dan ook zeggen: “Fuck, die mannen zin goed”. We moeten ze gelijk geven, soms kan een recensie simpel zijn.

Cactusfestival 2017 was een uitstekende editie, zonder een uitschieter zoals Wilco in 2016, maar zoals altijd met kwaliteit op het podium en schitterend weer van vrijdag tot zondag.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/cactusfestival-2017/

Organisatie: Cactus Club, Brugge (Cactusfestival, Brugge)

 

Pagina 435 van 966