logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Kreator - 25/03...
Gavin Friday - ...

Couleur Café 2017 - Een 2d overzicht van het driedaags event

Geschreven door

Couleur Café 2017 - Een 2d overzicht van het driedaags event
Couleur Café 2017
Ossegempark
Brussel
2017-07-01 t/m 2017-07-02
Sander Blommaert

We deelden ons in twee dit weekend met het scala aan festivals die het begin van juli inpalmden. Zo gingen we ook naar Couleur Café dat na vele jaren van Tour & Taxis naar het Ossegempark aan de voet van het Atomium verhuisde. Je raadt het, nous sommes à Bruxelles! Couleur Café bracht voor zijn 28ste verjaardag een straffe affiche in het straatbeeld met The Roots en Damien (Jr.) Marley. Het Urbanfestival beschikt over een uitstekende multi-culti ‘goed-etenstraat’, de meest kleurrijke harmonie van mensen dat een festival al gezien heeft en een uitstekende aankleding. Nu nog kijken naar wat de artiesten op de Green, Blue of Red-stage kunnen leveren.

dag 2 – zaterdag 1 juli 2017

We startten onze regenachtige dag met de Brusselse rap van Scylla, die comfortabel op de planken staat. Met veel discipline brengt hij Franse verzen over het Brusselse leven. Op de achtergrond de donkerste en strakste hiphopbeat waarvan het publiek zich bijna gezamenlijk een whiplash knikt. Scylla mag rekenen op een mooie fanbase maar wint hier ook spel bij de nieuwkomers.

We mochten niet meer binnen’, hoorden we van een aantal West-Vlamingen na de show van Coely. Ze hebben dan ook wat gemist. De Green-stage site stond van voor tot achter vol voor de act van mevrouw Mbueno. Vanaf de eerste seconden was het publiek mee en Coely speelde moeiteloos hit na hit, want ja, al haar nummers zijn gewoonweg goeie hits. De finesse van de band en de attitude van deze jonge zangeres kwamen nog harder aan het licht toen ook Dvtch Norris de collaboratie “Don’t Care” kwam bijstaan, een nummer dat ze recentelijk uitbrachten. Norris was daarna niet meer van het podium af te slaan en het publiek smulde van begin tot eind van deze popsensatie.

Afrikaanse traditie, hiphop, jazz en electronica volgen elkaar moeiteloos op bij Baloji op de Blue. Hoewel hij een vreemde is voor het publiek, kan het gezelschap ons wel overtuigen van hun muzikaliteit. De nummers schieten alle kanten uit en hebben geen doortastende rode lijn waarop je een flow kan creëren. Dit is absoluut niet erg als muzikaal geheel, maar stelt een deel van de kijkers in twijfel, waardoor Baloji met één concert drie keer voor een ander publiek staat. Jammer, want het is een goede band met stijl.

Couleur Café’s eigen kindje Niveau 4 kreeg dit jaar de samenstelling Zwangere Guy, L’Or Du Commun, TheColorGrey, Le 77, Darrell Cole en ISHA met Junior Goodfellaz en DJ Vega achter de knopjes. Het éénmalige collectief brak het podium af voor het (vooral) jonge publiek en liet een positieve/agressieve (ja, dat kan) vibe na op de groene site. Hoewel ook wij onze gespierde armen lieten mee bouncen op de energie van de mannen, vonden we het gemompel soms een beetje irritant. Van met tien man dezelfde zin een wei in schreeuwen, blijft soms weinig over…

Direct door naar de man die de helft van Niveau 4 wel al een dienstje bewezen heeft. Lefto is al bezig met de fusie van Japanse jazz en Afrikaanse congas als we er aankomen. In de menigte bevinden we ons tussen mensen in afwachting van een beat om op te dansen, maar hij laat ons nog eventjes wachten. Hij is even bezig. Als een bemiddelaar tussen genres bouwt hij een hoogstaand setje op dat het laatste half uur resulteert in de best gemixte trap beat set die men in België al gehoord heeft. Lefto test hier en daar het uithoudingsvermogen, maar geeft gul als je blijft.

Rennen! The Roots gaat beginnen horen we rond ons als Lefto zijn laatste digitale noot gedraaid heeft. De vele fans die speciaal voor The Roots kwamen, snelden zich naar de Red stage. Aah… Daarom natuurlijk die honderden meters lange rij voor de ingang vanmiddag (nee, we overdrijven niet). De klassieke formule was al van ver duidelijk. Een mooie klassieke opzetting zonder al te veel poespas op een stevige zilveren ketting na. Er is niets beter dan klassieke hiphop eensluidend gebracht als door ware koningen. Of niet!? Want… man wat spelen die mannen strak!
Drummer Questlove wringt er met alle vingers in de neus de meest bloeddorstige breakbeats uit – nogmaals, wij overdrijven niet! – en houdt de band met gemak bij elkaar. De gitaarsolo’s van Kirk Douglas gaan van Sade’s “Sweetest Taboo” naar een bluesy sfeertje en Jeremy Ellis mixt er een beetje “Eye Of The Tiger” in en veel Kool and The Gang. De Eastside/Westside kan ons gestolen worden, maar daarnaast zien wij met beide ogen en oren gespreid een legendarisch optreden. Toch weet The Roots niet heel de weide te bekoren. Gedrogeerd door de laatste actuele beats van Niveau 4 en Lefto kan een groot deel van het publiek het niet meer opbrengen om zich volledig te concentreren op deze uitstekende oude rotten. Ga maar, druip maar af, wij komen wel steeds een stapje dichter.

dag 2 – zondag 2 juli 2017

In de schaduw van de wolken en met een bakje vegetarische Pad Thaï als ontbijt wandelden we ons traject naar de Blue stage, waar Soom T haar optreden nog aan het soundchecken was. Die tijd gebruikten we om op ons gemakje ons bakje leeg te eten en alle compartimenten te recyclen op dit heel eco-lovely festival.
Soom T zet een stemband aan die doet denken aan zesjarige Michael Jackson en de band speelt daar heerlijk op in met een soortgelijke funky-urban vibe. Drie nummers gaan voorbij voordat ze haar eerste contact met het publiek maakt: ‘DON’T DRINK COCA COLA, IT’S POISON, THEY WANNA KILL YOU!” Wij en anderen kunnen onze lach bijna niet inhouden, maar ze is bloedserieus. Een tirade van 2 à 3 lange minuten laat ons wensen dat de muziek weer start. Gelukkig doet dit het ook en deze keer met de dub die op haar platen zo aanwezig is. Er ontstaat een chille vibe en het publiek komt voor de opener van zondag in beweging. Om een statement naar Coca Cola te maken (??) schopt ze bij de tweede poging een monitor van het podium (???). Als ze dan na twee nummers de muziek weer stopt voor haar propaganda over hoe ‘Shit’ politiekers wel niet zijn, trappen we het af. Als we propaganda willen, luisteren we wel naar de politiek.

Met een colaatje in de hand staan we te wachten op het voor ons onbekende Jungle By Night. Tot onze verbazing komt er een groepje Amsterdamse snotjongens op die zich elk voorzien hebben van hun wapen (lees: instrument) naar keuze. De jonge trombonist heeft duidelijk de meeste noten op zijn zang en bespeelt het publiek alsof het zijn eigen hond is. Metal-handje in de lucht en gewoon maar wat roepgeluiden maken, is zijn handtekening. Onnozel maar erg grappig.
Orgel, trompet, alt-sax en trombone worden bijgestaan door uitstekende percussie. Deze jongens zweven van afrobeat naar funk, dan weer naar hiphop en soul en laten ons in het zweet werken met metal, techno en acid. Ze verliezen geen enkele keer contact met het publiek en ook niet met hun instrumenten. Grootste ontdekking op Couleur Cafe 2017?

Met een beetje pijn in het hart draven we naar Jupiter & Okwess op de Green Stage. Hier had Mbongwana star gestaan, moesten ze geen problemen hebben gehad met het verkrijgen van een visum. Waar gaat het heen, waar gaat het heen… We zetten ons erover en krijgen een leuke Congotronics band voor ons die ons goede Afrikaanse Rock&Roll toedient. Er waren veel mama’s mee op zondag en die konden op Jupiter & Okwess helemaal hun ei kwijt gezien het aantal 50-plussers dat zich hier had verzameld en al hun dansmoves boven haalden. Een goedgemutste vervanger die ons goedgemutst hield voor wat hier had kunnen staan.

Eventjes is de Blue stage een paleis als Princess Nokia opkomt. ‘With my little titties and my fat belly’. Princess begint met “Tomboy” en laat zien dat zij de touwtjes in handen heeft. Ze krijgt alvast de prijs voor diepste bassen en het publiek het snelst meehebben. De sterallures zijn te groot voor het kleine podium als ze haar assistente waterflesjes voor het publiek laat open draaien, haar gsm afpakt als ze niet goed aan het filmen is en geïrriteerd haar eigen joint moet aansteken. Arme assistente, maar wat is dit een ware pracht van een act. Stoned als een … wordt Nokia verliefd op het publiek en komt haar zachte kantje boven. Ze last een momentje in om met het publiek te knuffelen. De contrasterende agressieve trap is daarna nooit meer dezelfde als ze er elke 2 minuten lieflijk ‘Thank youuuuuu, I loooveee youuu sooo muchhhhh’ tussen zwiert. Yezzzz.

We nemen even onze tijd na op koninklijk bezoek te zijn geweest. Tijdens ons verblijf bij de Blue stage komen we per ongeluk in aanraking met Loyle Carner. We gingen eigenlijk Lil Dicky zien, maar vonden hierin onze betere keuze. We hebben de eerste helft al zittend doorgebracht, maar konden ons naar het einde toe toch echt niet meer houden. Engelse rap op zijn puurst. Goed uitgedachte beats die 5 minuten meekunnen zonder dat ze gaan vervelen en lyrische waarheden zo groot als de voetballer op zijn tenue. Als bis vertelt hij ons dat we sowieso Lianne La Havas moeten gaan checken (gingen we toch al doen) en of we niet met hem gaan luisteren. Als hij uiteindelijk dan toch gevraagd wordt voor een bis-nummer komt hij te laat en wij staan er al.

Oké, gelogen, Lianne La Havas is al duizenden aan het toezingen als wij (ook te laat) aankomen. De weide is stil en Lianne speelt onze mond elk nummer open van verbazing. Loepzuiver. Beeldschoon. Wacht, zijn dat vlinders die we voelen? De zangeres van nummers zoals “What you don’t do” en “Unstoppable” neemt de minimalistische aanpak. Meer dan een gitaar en haar stem heeft ze niet nodig om iedereen aanwezig te overtuigen van haar talent. Het wordt meer een serenade dan een popconcert en dat maakt het intiemste optreden van CC. Waar we daarnet een prinses hebben mogen ontmoeten, ontmoeten we hier een ware koningin. Voor ons de ware afsluiter.

Als we één tip moeten geven, denken we dat een herstructurering van bepaalde podia kan zorgen voor meer plaats (ik kijk naar jou Blue.) Maar kom, dat is muggeziften. Couleur Café 2017 was een zeer sterke editie waarin we maar weinig slechts hebben gezien. Over de locatie was organisatie, artiest en publiek het anoniem meer dan eens; het park is schitterend in een Couleur Café jasje. De vele kraampjes, stages, barretjes, mobiele disco’s en acts laat ons al smeken naar volgend jaar.

Ism Dansende Beren www.dansendeberen.be

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/couleur-cafe-2017/

Organisatie: Couleur Café, Brussel

Muddy Roots Festival 2017 - Europe VI – Vol muzikale hoogtepunten!

Geschreven door

Muddy Roots Festival 2017 - Europe VI – Vol muzikale hoogtepunten!
Muddy Roots Festival 2017
2017-06-23 t/m 2017-06-25
Festivalterrein
Waardamme
Ollie Nollet

Het Europese luik van het befaamde Muddy Roots Festival in Tennessee was een bijzonder fijn festival die drie dagen lang onze oren weldadig masseerde. Er werd gekozen voor de ouderwetse aanpak, één podium maar zo heb ik het graag. Geen weg en weer gehol of gevloek omdat bands gelijktijdig spelen. Voor de rest een vlekkeloze organisatie met alles erop en eraan. Geen al te hoge opkomst waarvan het overgrote deel buitenlanders die ervoor zorgden dat dit echt wel Muddy Roots Europe was.

dag 1 – vrijdag 23 juni 2017

Daar ik me vrijdagnamiddag niet kon vrijmaken miste ik de eerste vier groepen en begon mijn Muddy Roots met James Hunnicutt, een singer-songwriter uit Washington State die zweert bij de kracht van liefde en muziek. Deze ruwe bolster met wel erg blanke pit liet zijn geweldige stem wentelen in weelderige melodieën die geruggensteund werden door een stevige gitaar aanslag. Maar hij kon het ook wat meer ingetogen zoals in de Beatles-cover, “Blackbird”. Na een tijdje kreeg hij versterking van Philip Bradatsch op gitaar, banjo en tweede stem. Hoogtepunten : opener “99 lives” en het fenomenale “Don’t let teardops fill your eyes” dat door de ganse tent krachtig werd meegezongen.

The Redemption’s Colts uit het diepe zuiden van België brachten met zijn drieën razendsnelle bluegrass en hillbilly. Misschien niet echt opvallend tussen het ruime aanbod hier maar het halsbrekende getokkel op de mandoline van Benoît Hubert wil ik zeker niet onvermeld laten.

The Pine Hill Haints uit Florence, Alabama hadden veruit de origineelste bezetting : accordeon, akoestische gitaar, washtub bass, snare drum (Preston Corn van de Legendary Shack Shakers fungeerde als stand-in), zingende zaag/ washboard/ mandoline (Katie Barrier) en gitaar/ fiddle/ zang (Jamie Barrier). Even leek het mis te gaan toen de retro microfoon dienst weigerde maar met een gewone micro ging het natuurlijk ook. En hoe? Dit was een wervelende set met een Jamie Barrier die alles gaf en regelmatig een Chuck Berry spreidstand uitprobeerde. Zelf pretenderen ze Alabama ghost music te spelen. Een mooie term die moet staan voor country, gospel, rockabilly en blues waar ze telkens weer een eigen draai aan wisten te geven. We hoorden een cover van Hank Williams : “Lonesome whistle blow” terwijl ze zelfs het kapot gespeelde “St.James infirmary” een fris elan wisten te geven. The Pine Hill Haints waren zonder meer dé revelatie van dit festival. En dat terwijl ze reeds zo’n vijftien jaar bezig zijn en een achttal platen op de teller hebben staan.

Th’ Legendary Shack Shakers waren wellicht de grootste naam op deze editie. Dat schept verwachtingen en die werden volledig ingelost. Wie deze groep uit Nashville aanhaalt , denkt vooral aan hun ongewone frontman J.D. Wilkes. Ik had het geluk om zijn metamorfose van dichtbij te mogen meemaken. Tijdens het optreden van The Pine Hill Haints stonden hij en zijn vriendin net naast me : een doodgewone kerel, eerder het type ‘saaie boekhouder’. Eenmaal op het podium had hij niet meer dan twintig seconden nodig om te veranderen in een bronstig rock-‘n-rollbeest die ons geen minuut rust gunde. Hyperactief, seksueel provocatief en de fans vooraan tot bloedens toe knuffelend, dat laatste mag je zelfs letterlijk nemen. Waar ik bij vorige optredens soms het gevoel had dat die act de bovenhand nam, was dat deze keer niet het geval. Dat dankzij de nieuwe, jonge gitarist Rod Hamdallah, een garagerocker pur sang, die toch voor een lichte koerswijziging zorgde. Het begon al straf met “Shake your hips” van Slim Harpo, later hoorden we ook nog “Baby, please don’t go” (Big Joe Williams). Vooral de eerste helft van de set bestond uit compleet verhakkelde blues waarin telkens weer die heerlijke rock’'-‘n-rollgitaar van Hamdallah kwam bovendrijven. Intussen was er een enorme moshpit ontstaan waarin zich de waanzinnigste taferelen afspeelden en waar ook ik enkele blauwe plekken aan overhield. Th’ Legendary Shack Shakers waren beter dan ooit...

dag 2 – zaterdag 24 juni 2017

Er werd ons niet veel rust gegund want meteen een grote naam op het podium : Otis Gibbs. De man moest ‘s avonds nog een optreden afwerken in Haarlem, vandaar. Deze voormalige boomplanter uit Indianapolis is een geboren verhalenverteller. Met zijn roestbruine stem en simpele gitaar wist dit natuurtalent je steeds bij je nekvel te grijpen en bij de verhalen tussen de songs hing iedereen aan zijn lippen.

Na de verstilde pracht van Otis Gibbs volgde wat meer uitbundigheid met het honkytonk rockabilly gezelschap uit Londen, The Doggone Honkabillies. Vier mannen in salopettes zorgden voor een feestje met veel gesmaakte covers : “Get rhythm” (Johnny Cash), “Guitars, Cadillacs” (Dwight Yoakam), “Mind your own business” (Hank Williams), “Lonesome train” (vooral bekend van Johnny Burnette) en “Miller, jack & mad dog” (Wayne Hancock). Maar ook het eigen werk hield vlot stand terwijl de gitarist, die voortdurend switchte tussen gitaar en lap steel, op mijn bewondering kon rekenen.

Dylan Walshe dan, een singer-songwriter met wortels in de folk uit Dublin (maar intussen naar Nashville verkast). Met een krachtige warme stem, een gitaar en herkenbare songs wist hij het publiek moeiteloos voor zich te winnen.

Dat laatste gold zeker ook voor Moonshine Wagon, een trio (gitaar, fiddle, staande bas) uit het Baskische Vitoria-Gasteiz. Dankzij hun passage op de vorige editie waren dit duidelijk de publiekslievelingen die bovendien een gans contingent Spanjaarden naar Waardamme wisten te lokken.  Hun set begon niet onaardig met onder andere een mooie cover van Jimmy Reed’s “Peepin’ and Hidin’” maar na een tijdje werd het kermisgehalte in hun ‘hellgrass” me iets te hoog. Zelfs eeuwenoude trucs als het uitdelen van sterke drank werden niet geschuwd. Helemaal op het einde lieten nummers als “My liver is trying to survive” en Motörhead’s “Ace of spades” me dan toch weer met hen verzoenen.

Met Doghouse Rose (Toronto) stond er eindelijk een frontvrouw  (Sarah Beth) op de planken maar dat bleek geen garantie voor een goed optreden. Daarvoor gleden ze te vaak weg in platte pop. Nochtans bewezen ze een paar keer dat ze tot veel beter in staat waren : de George Jones/Hank Williams cover of de uitgesponnen versie van “Mystery train” waarbij enige acrobatie met de staande bas en wat vuurwerk aan te pas kwamen. Ook opmerkelijk de cover van “Cowboys from hell” van Pantera. Het beste nummer speelden ze evenwel tijdens de soundcheck : “At the hop”van Danny and The Juniors. Hier had duidelijk meer in gezeten.

Pat Reedy & The Longtime Goners (New Orleans) hadden een week geleden al op de pre-party mogen spelen maar hielden daar wel een nare kater aan over. Iemand was toen met hun kassa, waarin alle opbrengsten, gaan lopen. Om hen een hart onder de riem te steken werd hen voor het optreden een kartonnen doos, waarmee wat geld bij elkaar gesprokkeld was, overhandigd. Een duidelijk ontroerde Pat Reedy gaf daarna het beste van zichzelf in een erg gesmaakte set. Met zijn vieren (gitaar, staande bas, drums en fiddle) brachten ze mooie country waarbij Reedy’s stem soms deed denken aan Gordon Lightfoot. Tussen twee songs riep de drummer ons plots “poepeloeredronke” toe... De verbroedering was duidelijk al voor hun optreden begonnen.

Met The Pine Street Ramblers (Auburn, Californië) werd het nog beter. Het eerste half uur klonken ze verrassend stevig en elektrisch en leek het alsof de seventies nooit waren weg geweest. JT Lawrence (met Lech Walesa snor) schitterde op gitaar waarbij hij zich in alle bochten wrong. Mooie covers : “16 tons” (Tennessee Ernie Ford) en een weergaloos “Nowhere to run” (Bob Dylan). Daarna ruilde JT zijn gitaar voor een banjo en later een fiddle en kregen we een gans ander verhaal : akoestische roots en bluegrass waarin dit keer JD Gardemeyer (pedal steel, dobro en mandoline) wat meer op de voorgrond trad. David Cox (staande bas) en Travis Sinel (akoestische gitaar) vervolledigden dit wonderlijke kwartet.

Vervolgens zagen we opnieuw een Baskische groep (uit Gexto) aan het werk, Dead Bronco . Dit keer geen feestband maar een groep die resoluut zijn eigen weg zocht richting punk geïnspireerde rootsrock. Voornaamste troeven waren de machtige stem van de in Florida geboren Matt Horan en de rock-‘n-rollgitaar van Manu Heredia. Tussen de sterke eigen nummers ontwaarde ik ook “Honky tonk blues” van alweer ene Hank Williams.

Deze mooie maar vermoeiende dag (het was dan al kwart voor één) werd afgesloten door Scott H. Biram, one-man-band extraordinair uit Austin, Texas. Rad van tong, niet om een kwinkslag verlegen, met een hoek af maar vooral toch met een stapel fantastische songs onder de arm. Denk maar aan “Victory song” of “Still drunk, still crazy, still blue” die hier in al hun pracht mochten fonkelen. De man moest de volgende dag op een bluegrass festival spelen en vroeg zich af wat hij daar moest gaan doen en probeerde dan maar een Jimmy Martin nummer uit. Een andere cover was dan weer Doc Watson’s “Freight train blues”. En toen hij “Only whiskey” aankondigde werd er hem prompt één aangeboden uit het publiek. Machtig en hartverwarmend optreden!

dag 3 – zondag 25 juni 2017

Eén uur was net iets te vroeg voor mijn stramme knoken waardoor ik Darren Eedens & The Slim Pickins miste. Wel op post voor AJ Gaither OMB en gelukkig maar. Die OMB staat voor one man band en dit was er eentje die zelf zijn instrumenten in elkaar knutselde. Maar liefst vier “gitaren” gemaakt uit sigarenkistjes had hij bij en ook nog een Diddley Bow, een zeer primitief instrument met één snaar. Bovendien maakte hij er uitstekende muziek mee gaande van junkgrass blues tot barroom gospel. Warme set van een dankbare kerel.

Slack Bird uit Finland bleek een gemengd duo. Hij zorgde voor de zang, gitaar en stompbox, zij hanteerde de accordeon. Folksongs zowel in het Engels als in het Fins. De eerste categorie kon me maar matig boeien wegens teveel platgetreden paden. De nummers in hun moedertaal daarentegen waren onbekend terrein en nodigden wel uit om er zich in te verdiepen.

Met The Harmed Brothers (Portland, Oregon) kregen we opnieuw een duo, drie vijfden van de groep was immers thuis gebleven. Ray Vietti op gitaar en Alex Salcido op banjo (beiden zongen) brachten zonovergoten americana waarvan het uitstekend genieten zou zijn op een terrasje met een ferme aperitief voor de neus. Helaas stond ik in een tent met een bekertje koffie in mijn hand. De rest van het volk deelde duidelijk mijn mening niet en trakteerden de twee op een oorverdovend applaus. Opmerkelijk : Salcido was de enige kerel die ik niet zag wroeten om zijn banjo gestemd te krijgen.

(The real) John Lewis uit Penarth, Wales stond er helemaal alleen voor maar dat gevoel kreeg je nooit. De man heeft meer uitstraling dan de meeste groepen van drie of vier man. Een enorme persoonlijkheid, een messcherp gevoel voor humor, een stem als een klok en dan nog eens uitblinken op gitaar! Rockabilly, roots, americana, covers van Woody Guthrie, Merle Haggard (The bottle let me down) en een magistraal “Ramblin’ man” van Hank Williams (misschien wel hét moment van Muddy Roots 2017). Ook zijn eigen songs klonken alsof je ze al heel je leven kende. Op het einde nodigde hij ons uit om in zijn band te spelen en toen er iemand vroeg wat dat betaalde antwoordde hij kurkdroog : “Free sex”. Geweldige kerel!

Daarna werd het stilaan tijd voor een feestje en we werden op onze wenken bediend door Black Irish Texas uit Austin, Texas. Er werd wat melig geopend met één of andere deun van Ennio Morricone maar daarna was het hek van de dam. Met zijn vijven (staande bas, fiddle, drums, gitaar en mandoline ploegden ze zich door een reeks Iers geïnspireerde rockabilly/hillbilly songs. De zang deed me soms denken aan Shane MacGowan terwijl The Goddamn Gallows gecoverd werden, zo weet je meteen in welke richting je moet zoeken. Party music waarbij Dylan Walshe ook nog eens op het podium werd geroepen.

Intussen brak het moment aan om de groep waar ik het meest naar uitkeek op de stage te verwelkomen. The Bonnevilles, twee lads uit Lurgan, Noord-Ierland brachten vorig jaar met “Arrow pierce my heart” een uitstekende plaat uit terwijl ze ook live vele potten braken, zo kon ik constateren in Namur. Ook hier, opnieuw in zwarte broek, wit hemd en zwarte das, waren ze niet te stuiten. Zelfs een voortdurend kapseizende dronkenlap die obscene gebaren maakte net voor het podium kon hen niet uit het lood slaan. Ze konden er om lachen en drummer Chris McMullan ging hem zelfs even knuffelen. Een typisch beeld eigenlijk van de wonderlijke sfeer die hier heerste. Strakke garage punk blues werd ons deel. Het Europese antwoord op Left Lane Cruiser als het ware maar dan net ietsje meer rock-‘n-roll. Live klonk de flegmatieke (gans het optreden met een kauwgum in de mond) zanger Andrew McGibbon een stuk rauwer dan op plaat wat mooi meegenomen was terwijl drummer McMullan er eentje van de explosieve soort was. Songs als splinterbommetjes geplukt uit hun drie platen met als bonus een magnetiserende Bukka White cover. Mooi!

Veel tijd om op adem te komen was er niet want ik wou onder geen beding Bob Wayne (de zingende stoomfluit uit Nashville) missen. Vergeleken bij zijn optreden vorig jaar in Leffinge bleek zijn begeleidingsband, The Outlaw Carnies, volledig uit nieuwe gezichten te bestaan. Geen Braziliaanse banjospeler meer, dit keer was de blikvanger ongetwijfeld de gitarist die tevens de lap steel voor zijn rekening nam. Bob Wayne bleek nog steeds een vat vol grappen en grollen maar vond toch het perfecte evenwicht tussen kolder en muziek. Zijn fucked up country klonk verrassend strak. Naast de gekende meezingers zoals “Spread my ashes on the highway” en “Till the wheels fall off” (dat laatste zelfs met een heuse polonaise in de tent waarin ook Andrew van The Bonnevilles meeliep) hoorden we ook een drietal nummers uit een gloednieuwe plaat. Die klonken wat ingetogener maar moesten absoluut niet onderdoen voor het oudere werk.

Wie dacht dat we het met Bob Wayne nu wel alle geschifte frontmannen gehad hadden was eraan voor de moeite. Met Nic Roulette, zanger van Hillbilly Casino (Nashville) bleek het nog gekker te kunnen. Dit leek wel Fonzy onder de amfetamines zoals hij om de twintig seconden zijn vetkuif kamde, vervaarlijk met zijn microfoon stond te zwaaien of op een stoel balanceerde. Ook hun muziek klonk aanvankelijk halsbrekend : rockabilly of psychobilly gebracht met de intensiteit van een hardcoreband waarbij gitarist Ronnie Crutchero het vuur telkens nog wat oppookte. Dat hij daarbij soms de grens met metal overschreed zagen we graag door de vingers. Na een groot half uur ging de orkaan wat liggen en werd de violist van Black Irish Texas op het podium uitgenodigd om er samen met  Crutcero, nu op banjo, een lange instrumental uit te knijpen. Het werd een waar kippenvelmoment. Vervolgens mocht ook James Hunnicutt opdraven maar dat leverde niets op en vanaf dat moment zakte het peil van de set naar ongekende diepten. “Scumbag pompadour” was misschien nog een opflakkering maar de groep die nochtans zo strak en snedig begon klonk nu lamlendig en oeverloos. Bovendien bleef Roulette maar dooremmeren over “real american music”...
Na anderhalf uur hield ik het voor bekeken en achteraf hoorde ik dat ze het nog een half uur langer hadden volgehouden. Jammer. In de beperking kan soms grote kunst schuilen.

Maar laten we niet janken, Muddy Roots Europe 2017 was een bijzonder fijn festival vol muzikale hoogtepunten!

Info http://www.muddyrootsrecords.com
Organisatie: Muddy Roots Festival 2017

 

Canshaker Pi

Canshaker Pi

Geschreven door

Canshaker Pi is een jong beloftevol kwartet uit Amsterdam . Ze hebben een opwindende plaat uit vol spannende rammelrock. Invloed rijk is het sterk onderschatte Only Ones van Peter Perrett uit de jaren 70 , en verder weven ze Pavement , Pixies en Lemonheads in hun materiaal . De twee tussendoortjes niet meegerekend , hebben we van dit jonge gezelschap een boeiende  reeks indie/garagerockende songs, die intrigeren door de broeierige opbouw , de uptempo’s en kunnen ontroeren . Niet voor niks konden ze aankloppen bij Stephen Malkus van Pavement . Puik debuut dus !

Leonard Cohen

You want it darker

Geschreven door

Leonard Cohen leverde net als Bowie (‘Blackstar’) met ‘You want it darker’ een schitterende zwanenzang af . Hij was een sing/songwritertalent , die kort na de release op 83 jarige leeftijd overleed . Een knap schrijver van in de jaren 60 actief met een eigen scherpe kijk op de maatschappij en de dagdagelijkse zaken . Hij kwam duister , cynisch uit de hoek . Al jaren zingt de Canadees niet meer , nee, hij bromt zijn  teksten met krakerige basstem over de muziek heen . Die bartonzang is prachtig en is ingebed op de subtiel uitgewerkte, sfeervolle , donkere nummers .
“You want it darker” kan niet beter de plaat openen , het heeft een zwaarmoedige inhoud en een sterke klankkleur door een fijn  instrumentarium van keys , percussie , viool, cello  en de vrouwelijke achtergrondkoortjes .
Vijftig jaar lang heeft hij ons geboeid , geïntrigeerd , wat hem een enorme status heeft gegeven . “You want it darker , if you are the dealer , i’m out of the game . I’m ready my lord” . Opvallend genoeg als je dit goorde, om je zorgen te maken … Een levende legende is niet meer …

Les Panties

Cold science

Geschreven door


Een verborgen pareltje in ons landje waren Les Panties uit het Brusselse die als tieners elkaar vonden einde de jaren 80 en invloeden van The Cure, Joy Division , Siouxie & Banshees,  Magazine , Cabaret Voltaire met de indie van Velvet Underground combineerden in een rits  meeslepende , broeierige songs met heerlijk uitwaaierende gitaren , aangename keys  en een lichte galm . Hun indiewave had alles om door te breken.  Maar ze modderden aan en geraakten toen niet verder dan wat demo’s en cassettes opnemen . De groep had met actrice/ zangeres Sophie Frison een sterke zangeres achter zich , die onze Humo’s Rock Rally winnaars Whispering sons jaloers zou maken . Les Panties leken een stille dood te sterven zonder optreden.
Hun project gunden ze een tweede kans in 2008 ; tapes werden opgegraven , in goede studio’s gebracht , en werden gespeeld met de oude synths en drumcomputers . De nummers werden opgestoft , nieuw leven ingeblazen en kregen op die manier een warmere , sensuelere inhoud, die huidige bands als Warpaint en Savages oproepen .
Een reeks nummers werden samengebracht ; ondanks de perfecte uitwerking kwam het trio ook hier niet verder , wat uiteindelijk het uiteenvallen van de groep inluidde .
De opnames werden nu terug opgehoest en staan nu als een mooie verzameling op deze plaat ‘Cold science’ . Ontegensprekelijk toont het materiaal aan wat een talentrijke band ze eigenlijk wel waren: een verloren parel uit de jaren 80 die nooit echt van de grond is gekomen, maar verdomd sterk invloeden verwerkte én invloedrijk was met dit luistervoer …

Thurston Moore

Thurston Moore Group - Scheuren als vanouds

Geschreven door

Thurston Moore Group - Scheuren als vanouds
Thurston Moore
Aéronef
Lille
2017-06-26
Sam De Rijcke

Thurston Moore
is zowat een levende legende in de wereld van de alternatieve gitaarmuziek, met Sonic Youth heeft hij een geheel eigen genre uit de grond gestampt met een sound waarin de gitaren  scheuren, knarsen, briesen, bijten en constant over de rooie gaan.
Aan de sound is hij trouw gebleven, en dat kan alleen maar goed nieuws zijn. De Sonic Youth songs daarentegen, die zijn wel definitief verleden tijd, sedert de split heeft Thurston Moore er niet eentje aangeraakt. Geen nood, hij heeft inmiddels al een sterk aangedikte eigen songbook. Met de nieuwe plaat ‘Rock n Roll Consciousness’, op vandaag nog altijd onze nummer 1 van het jaar, werden daar nog een stel kanjers aan toegevoegd.
Het is ons een raadsel waarom zo een indrukwekkend en bepalend figuur een zaal als l’Aéronef niet eens kan doen vollopen. En dat terwijl bijvoorbeeld generatiegenoot Dave Grohl, een artiest van heel wat minder allooi, overal voor overvolle weiden en uitverkochte stadions staat te spelen. Nu goed, wij gaan nog altijd liever in een klein zaaltje naar the real thing kijken.

Thurston Moore Group begon al direct op geniale wijze met een furieus “Cease Fire”, een uitmuntende song die om onbegrijpelijke redenen het nieuwe album niet gehaald heeft. Uit Moore’s vorige al even schitterende plaat ‘The Best Day’ werd enkel een gedreven “Speak To The Wild” overgehouden. Voor de rest stond ‘Rock n Roll Consciousness’ centraal, het volledige album (5 excellente songs, een uur genialiteit) ging er door vanavond. Het was subliem, om duimen, vingers en gitaren bij af te likken. De songs duurden lekker lang en werden, naast het gebruikelijke herkenbare scheurgeluid, soms zelfs voorzien van een heuse cleane gitaarsolo. Die fijne leadgitaar was van de hand van James Sedwards, die hier naast Moore een tweede hoofdrol opeiste. Met name in het sublieme “Exalted” en “Smoke Of Dreams” kwam de gitarist heel verfijnd uit de hoek, maar elders kon hij dan ook weer de meest ziedende noise uit zijn instrument laten denderen, zijn leermeester achterna. Zo barstte “Ono Soul”, een track uit Thurston Moore’s eerste solo plaat ‘Psychic Hearts’, uit in een apocalyptische noise muur zoals alleen maar de beste Sonic Youth dit kon brengen in hun hoogdagen.
En Thurston Moore Group klonk vanavond net als die beste Sonic Youth, geen seconde hadden wij vanavond de indruk dat het vroeger allemaal beter was. Met Steve Shelley achter de vellen stond (of zat liever) hier trouwens nog een Sonic Youth lid op het podium. Als je bovendien ook weet dat bassiste Deb Googe werd geleend van My Bloody Valentine, dan mocht het geen verrassing zijn dat hier een collectief op het podium stond die qua decibels en ontspoorde noise-rock wel wat gewend is.

Wat Thurston Moore vanavond deed was op een geweldige manier voortborduren op een uniek geluid die hij zelf heeft uitgevonden. Na de split van Sonic Youth lijkt Thurston Moore trouwens de enige die er zonder kleerscheuren is doorgekomen. Integendeel, de man herbeleeft duidelijk een tweede jeugd.

Organisatie: Aéronef, Lille

Down The Rabbit Hole 2017 – Overzicht van het driedaags festival


Down The Rabbit Hole 2017 – Overzicht van het driedaags festival
Down The Rabbit Hole 2017
Groene Heuvels
Beuningen
2017-06-23 t/m 2017-06-25
Laurens Dekock en Masja De Rijcke

De 4de editie van Down The Rabbit Hole zat weer vol verassingen dit jaar. Vakantiepark De Groene Heuvels in Beuningen werd nog maar eens omgetoverd in een muziekaal paradijs. We betraden deze Nederlandse grond al voor de 3de keer maar werden ook dit jaar steeds opnieuw verbaasd door de mooie inkleding en de losse gezellige sfeer die tijdens het  festival aanwezig is. Dit is ongetwijfeld één van de mooist ingeklede festivals waar we ooit deel van mochten uitmaken en net zoals bij de collega’s van Best kept Secret wordt ook hier heel veel aandacht besteed aan lekker eten en worden de ordinaire vettige eetkraampjes achterwege gelaten. Zelf een pakje friet is hier van culinair hoogstaand niveau!

dag 1 vrijdag 23 juni 2017

De eerste stop van de dag vond plaats in de HOTOT, wist je trouwens dat elke tent op het festival genoemd is naar een konijnensoort?, voor het amerikaanse Cage The Elephant. Zij brachten hun plaat ‘Tell Me I’m Pretty’ uit in 2015 en releasten hun single “Trouble” in april vorig jaar. Geen nieuw werk dus maar wel opnieuw een energieke Matt Shultz die een uur heen en weer op het podium huppelt. Van deze alternatieve rockband hebben wij al eerder een graantje kunnen meepikken op Pukkelpop festival maar we moeten eerlijk toegeven dat er deze keer iets meer peper in hun gat aanwezig was. Vooral ‘Take me down’ en ‘Cold Cold Cold’ deden hun publiek enthousiast heen en weer springen waar wij uiteraard deel van uitmaakten.
Geslaagde opwarmer Down The Rabbit Hole 2017! (Masja De Rijcke)

Pond heeft een goeie frontman. Nick Allbrook staat er en beheerst de kunst van het publiek-entertainen. Het is niet alleen zijn bezeten mimiek, maar vooral zijn stem die het publiek in de Teddy Widder tent houdt. Ondanks dat het ook voor Pond hun laatste optreden van de tour was, zat de energie er nog in.
Voor Pond maakt het niet uit of het een rustig of een iets harder nummer is. De sound zat er telkens knal op. Hetgeen dat bij Tame Impala (het muzikanten-uitwisselingsproject van Pond) vaak te plat of te cheesy klinkt, deed Pond met meer overtuiging: synths en gitaren. Van minuut 0 tot 40 knikten we met een brede glimlach op de maat mee.
Vanaf minuut 40 zakte het boeltje echter een beetje in elkaar. De nummers werden iets te lang uitgerokken met iets te oninteressante soundscapes. (Laurens Dekock)

Wand, opgericht door onder andere Cory Hansen, bekend als toetsenist bij The Muggers (Ty Segall), brengt 22 september hun vierde plaat uit. Met drie full albums, waarvan ‘1000 Days’ (hun debuut) en ‘Ganglion Reef’ enkel beschikbaar zijn via hun interessant grafische ontworpen website, touren ze in 2017 in Europa en Amerika. Down The Rabbit Hole, het pseudo-psy-festival van het moment, was hun laatste stop.
Openen deden ze met hun nieuwe single, “Plum”. Dit was misschien niet hun  beste keuze. Het trage, ietwat tegendraadse nummer, had live geen meerwaarde. “Is dit het nou?”, merkte een fan, inclusief Wand T-shirt op. Floating Head” trok de hele boel terug op gang. De vier stille akkoorden die het nummer inzetten waren een voorbode voor onze irritante pratende Nederlanders. Het vijfde akkoord deed iedereen zwijgen en luisteren naar wat een stevig met fuzz gekruid garagenummer werd. Het is vooral de synergie tussen gitaristen Robert Cody en Cory Hanson dat ronduit impressionant was. Deze lijn werd verder doorgetrokken naar het volgende nummer, “Fire in the Mountain”. De rest van de set verzwakte echter. Net als de batterij van hun fuzz-pedaal, was het op. Er volgden nog enkele psychedelische uitgerekte trips, die ons een beetje deden denken aan The Grateful Dead, maar dan iets minder Grateful. Afsluiten probeerden ze nog in stijl te doen, maar het was al te laat. Ook al zou de band meer nummers van hun iets hardere plaat Golem hebben gespeeld, lag de zwakte niet in hun songkeuze. Het zijn tevens goede songs. Het was de laatste show van de tour en de fut was eruit. (Laurens Dekock)

Terug in de Hotot stond Bonobo en z’n liveband klaar om de de boel plat te spelen. En dat deden ze! De muzikale prachtstukken van deze band deden de haren op onze armen meteen rechtstaan en prachtige visuals die tijdens de show geprojecteerd werden maakten het hele werk compleet. De sound van Bonobo varieert tussen licht dansbare electronica en met heel soms een lichte klassieke sound en zweverige vocals. Het is een bijeenkost van geluiden die samen een prachtig geheel vormen. Geslaagd! (Masja De Rijcke)

Na Bonobo en rond 21u begaven we ons naar de ander kant van het festival voor Weval die net als collega Nathan Fake in de Fuzzy Lop speelde! Een Nederlandse electronische band die eerder al met hun EP’tje ‘Half age’ ons hart heeft gestolen met de nummers “The Most”, “Something” en “Half Age”. Onze verwachtigen lagen dan ook erg hoog voor deze band! Gelukkig hadden ook zij een volledige live band en een spetterende lichtshow van doen. Weval heeft het hele zootje volledig plat gespeeld. Ze lieten onze harten sneller slaan en ons meters hoog boven de lucht zweven. We kunnen met heel veel eerlijkheid zeggen dat dit de beste elektronische show was die we op deze drie dagen hebben gezien. Om hun set af te sluiten joegen ze “The Most” nog eens door de boxen om in stijl afscheid te nemen van hun publiek! Proficiat Weval! Dit vergeten we niet snel! (Masja De Rijcke)

Tijd voor wat badass gitaar geweld met Slaves!  Ik denk dat dit zowat de 4de keer is dat we dit Brits duo aan het werk zien en nog zijn we opnieuw enorm exited om dit nog eens mee te maken. Deze old – skool punkers weten normaal gezien telkens terug opnieuw de vetste en meest energieke show neer te zetten waar ze hun frustraties aan 160km per uur door hun microfoon schreeuwen. Enkel deze keer waren we iets minder onder de indruk van hun nederzetting. De badass punk attitude was wel weer ruimschoots aanwezig maar we moeten toch wel toegeven dat we vettige schijven van hun 1ste  plaat ‘Are You Satisfied?’ wat misten. “Cheer Up London” en “Sockets” waren wel terug aanwezig maar de grote kleppers als “The Hunter”, “Live Like an Animal” en “Sugar Coted Bitter Truth” werden achterwege gelaten. Ook de 5min durende pauze’s tussendoor elk nummer vormden bij ons vooral een bron van ergernis. Volgende keer beter guys! We weten dat jullie het kunnen! (Masja De Rijcke)

De Britse producer sloot de livemuziek vrijdag af met een liveset. Nathan brengt al tien jaar zware IDM. Zwaar niet op de gabbermanier, maar op de moeilijk begrijpbare en vaak zeer emotionele manier. Sommigen van zijn  nummers zijn  gewoon één grote opbouw naar niets met een heel subtiele beat onder, zie ‘The Sky was Pink’.
Live leek Nathan Fake niet zomaar de beats en de synths niet te matchen zoals op de plaat. Hij scheen zijn hele set puur te improviseren. Hij paste steeds hetzelfde stramien toe. Emotionele melodieën verschuild achter overstuurde arpeggio’s en plots en beat. ¾ of 4/4. Het maakte voor de volle Fuzzy Lop Niets uit. Niemand wist precies hoe hij of zij nu moest dansen, toch bleef iedereen doen alsof dat hij de groove gevonden had.
Dat is nu net de kracht van deze liveset. De minimalistische elektronica zuigt je volledige aandacht op in de muziek. Opbouwend als de muziek, geraak je verslaafd aan het feit dat er na de opbouw niets komt. Maar dat is ok, want het is de opbouw die je wil. (Laurens Dekock)

De laatste stop van onze eerste Down The Rabbit Hole- dag was Trentemøller. Deze man heeft al enkele albums op z’n naam staan en kwam het podium van de Teddy Widder alsook betreden met een volledige uitgeruste live band. Veel instrumenten op podium bij een elektronische act maakt ons altijd gelukkig! En gelukkig bleven we ook want Trentemøller wist z’n publiek hevig aan het dansen te houden doorheen z’n wervelend setje! Als kers op de taart had deze elektronische muzikant voor een mooie verassing gezorgd en Jehnny Beth ,de zangeres van Savages die af en toe te horen is op verschillende nummers van zijn platen, meegebracht. (Masja De Rijcke)

dag 2 – zaterdag 24 juni 2017

Dag 2 wordt door ons ingezet in de Hotot met Bazart. De vijfkoppige Belgische band die momenteel duizenden harten aan het veroveren is. Het niet kennen van deze band is dezer dagen onmogelijk want “Goud” en “Nacht” worden door radiozenders als Studio Brussel en MNM 25 keer op een dag uw strot ingeduwd of je dat nu leuk vindt of niet. Wij vinden het alleszins niet erg want we hebben de teksten van hun debuutplaat ‘ Echo’ met veel plezier vanbuiten geleerd. Ook live weet Bazart ons en de rest van het publiek volledig te overrompelen en Mathieu en co vliegen telkens met veel overtuiging en enthousiasme hun set door met “Lux”, “Echo”, “Nacht’”, en nog veel meer parels die ook te beluisterhen zijn op hun ‘Echo’! Ook één van hun nieuwe nummers kwam even piepen en eindigden deden ze uiteraard met “Goud” en met een overvolle tent die elke zin van het nummer rats vanbuiten kent. Heerlijk! (Masja De Rijcke)

Na Bazart zat er in de Fuzzy Lop ander Belgisch talent op ons te wachten. Warhaus! Het nevenproject van Maarten Devoldere van Balthazar die in 2016 met hun debuut ‘We fucked a Flame in to Being’ op de proppen kwam. We hebben al eerder een goeie ervaring gehad bij het bezichtiging van deze band maar deze keer waren de mannen in het gezelschap van Sylvie Kreush, die ook het boegbeeld was van het fantastische Soldier's Heart, wat deze vrij intieme show nog een stuk spectaculairder maakte. We hoorden bijna hun volledig album de revue passeren met daaraan toegevoegd hun nieuwe single die eind mei uitkwam “Love’s a Stranger”.(Masja De Rijcke)

De laatste van Fleet Foxes, ‘Crack Up’, is een moeilijke. Het was dan ook niet makkelijk voor te stellen wat het live zou brengen. Het optreden begon net zo: donker en moeilijk. Met het enige verschil dat je op plaat meerdere luisterbeurten kan permitteren. Met veel te lange pauzes tussen de nummers, was er wat onwennigheid.
Met “White Winter Hymnal” als vijfde song kreeg de set wat adem. Er was nog plaats voor de gezellige kampvuur-samenzang dat we gewoon zijn van hen. Het publiek had terug een houvast en zong in volle borst mee.
De verdere set kwam tot leven en gaf het gehele publiek het vreedzame gevoel van een Deadhead. De mensen lachten, dansten en zongen mee zonder de tekst te kennen. Toch waren het vooral de songs van hun eerste twee platen die pas echt overtuigden. (Laurens Dekock)

Tijd voor een feestje! Eén van Belgie’s meest legendarische bands zet voet aan wal in Nederland. Jaja we hebben het over Soulwax! In hun talrijke projecten hebben zij eindelijk onder Soulwax een nieuw album op de wereld gezet en touren ze rond met een volledig vernieuwde über spectaculaire show. ‘From Deewee’ werd in z’n mooiste vorm aan ons voorgesteld en liet de Hotot meerdere malen exploderen. Vooral de aanwezigheid van drie fantastisch drummers zorgenden voor een onophoudelijke climax. Meer van dat aub! We zijn al klaar voor de volgende show! (Masja De Rijcke)

Nicolas Jaar opent kort met een beleefde hallo en laat de muziek het verdere woord voeren. Hij begint met het experimentelere van zijn laatste werk. Na vijf minuten betekent dit dat alle technoboys de tent verlaten zodat de mensen die in het eindeloze gepreutel en synthverkrachting iets geniaal zien.
Na tien minuten gooit hij de eerste kick in. Het is vanaf hier dat hij zich bewijst. Die ene kick lijdt tot glasscherven. Geen idee wat er zo interessant aan is, maar niemand bezwijkt eraan en iedereen danst erop.
Ergens in het midden grijpt hij naar zijn basklarinet. Met allerlei effectpedalen laat hij een gillende solo denderen over de weide, want overal hebben ze het gehoord.
Het feest barst pas echt los met zijn minder experimentele dansbare hitjes, die hij telkens weer opnieuw verkracht met ferm overstuurde elektronica.
Dat is misschien wel het meest opvallende aan zijn set. Het lijkt alsof hij de hedendaagse techno/house of EDM cultuur vervloekt en met zijn eigen verkrachte dancehitjes een grote fuck you naar de technoboys toestuurt. (Laurens Dekock)

dag 3 – zondag 25 juni 2017

Onze Belgische hiphopster werd in maart de toegang naar SXSW geweigerd. Op Down The Rabbit Hole stond ze op tijd op het podium, gelukkig maar. Coely haar set voelde van begin tot einde bijna af (bindteksten mochten wel in het Nederlands). Onze Belgische Lauren Hill wist elke aanwezige bij het nekvel te grijpen en als een poppenmeester op en neer te laten springen.
De kracht zat hem voornamelijk ook in de liveband. De drummer ging los, de gitarist zich gaan met zijn ‘80s cheesy solo’s. Het zwakke moment in de set kwam dus wanneer enkel de DJ overbleef. Het is misschien maar een gedacht en volgende opmerking past niet meteen in het hiphop-gebeuren, maar de gehele set had door het veelvuldig gebruik van beats een minder speels gevoel. Een toetsenist zou al heel wat doen.
Toch moeten we het Coely nageven dat zelfs zonder band, ze er in slaagt een hele tent op een zondagochtend (12u30 is ochtend) mee te krijgen. (Laurens Dekock)

The Avalanches, het legendarische copy-paste duo bracht na 16 jaar een nieuwe plaat uit. Deze was goed, hetzij minder overtuigend en inventiever knip-en plakwerk dan hun debuut ‘Since I Left You’. Ze kwamen op vol overtuiging en lichte arrogantie. Het begon, maar ze maakten de arrogantie niet waar. Met volledige live band, brachten ze hun samplemuziek alsof ze iets te bewijzen hadden.
Dat is net het ding. Het duo klinkt ongelofelijk op plaat. Je rijdt als het ware doorheen de pop- en rockgeschiedenis om uiteindelijk te eindigen op een groovy funky nummer. Live vertaalde dit zich echter in een warboel van platte breakbeats zwak gitaarspel. De toetsensectie was dan wel gesampled.
Vreemd, want in het midden van de set valt op dat met enkel samples het hoogtepunt van de show bereikt wordt. Misschien moeten ze dit dan maar de hele show lang doen. (Laurens Dekock)

Op dag 3 was het nog eens tijd om de hardere punkgerelateerde gitaren het hart onder de riem te steken dus brachten we een bezoekje aan Cabbage. Een Band uit Manchester die nog maar al te goed weet hoe heel het punk gebeuren in elkaar zit! Met frontman Lee Broadbent die in z’n portierskostuum een uur lang volledig van jetje gaf! Stevig, hard en continue rechtdoor. Zo kunnen we deze mannen hun gitaargeweld omschrijven. Ondanks de magere opkomst waren wij toch wel zwaar onder de indruk dus jammer voor al degenen die tijdens deze show hoogstwaarschijnlijk een iet wat zwakke vertoning van Temples moest gaan bezichtigen. Als die hun optreden even teleurstellend was als hun nieuwe plaat ‘Volcano’ dan zijn wij oprecht blij dat we daar niet aanwezig waren. (Masja De Rijcke)

Temples’ debuutplaat bracht de Britse psychedelica van The Beatles en The Byrds terug tot leven. De opvolger ‘Volcano’ bracht synths zoals Tame Impala dat ook al deed.
Live was de set heel verdeeld. De nieuwe nummers willen episch zijn, maar een lak aan dynamiek zorgt er gewoon voor dat ze plat en poppy aanvoelen. Iets wat bands als Yes oplosten met een wall of sound bij de epische hoogtepunten.
De oude nummers brengen ze echter met volle overtuiging. Marc Bolan, euhm James Begshaw zijn stem zet aan om te zingen, zijn solo’s om vieze rock ’n roll smoelen te trekken.
Afsluiten doen ze met “Shelter Song”, wat een perfecte soundtrack voor ‘The Boat That Rocked’ had kunnen zijn. Het is duidelijk, ze wouden een nieuwe weg inslaan. Het lijkt enkel of ze live de keuze tussen links of rechts nog niet hebben gemaakt. (Laurens Dekock)

Even een kijkje nemen bij The Lemon Twigs! Rod Stewart stapt het podium op en leidt de gehele band hun eerste nummer te beginnen. We schieten spontaan in de lach.
Het duo achter deze band zet een ironische stap doorheen de rockgeschiedenis. Van een Roy Orbison-shuffle tot een ‘Bohemian Rhapsody’ finale. Dat laatste betekend vier keer episch het thema herhalen op de meest cheesy seventies wijze.
Genoeg over het eerste nummer, want ja dit was nog maar het eerste nummer. De rest van de set is echter niet veel verschillend. Punk en surf, progrock en blueslicks. Alles lijkt te kunnen voor deze jongens.
Ook al is de band ironisch bedoeld. Dit is echter niet het ironische. De ironie ligt hem in het feit dat het hele boeltje een gefaalde mop is. Het is een ongezouten afkooksel van wat een grootheid als Frank Zappa uitgevonden heeft. En dit is niet enkel door de stem die meermaals van ’t padje is gegaan. (Laurens Dekock)

Vier mooie dames op een podium! Kan niet slecht zijn toch? Was het ook helemaal niet want Warpaint heeft hier, net zoals ze vorig jaar op Pukkelpop deden, weer een portie girlpower verspreid. Warpaint zorgde voor een verassend dansbare show en liet heel wat positieve vibes door te tent vliegen. De vrouwelijke indie rock van deze dames was ook voorzien van enkele nieuwe nummers die ons reeds onbekend in de oren klonken maar verassend fris overkwamen. We zijn benieuwd naar nieuw werk en hopen op veel nieuwe shows in het najaar! (Masja De Rijcke)


Dan is het nu tijd voor het echte werk! Ho99o9 in de Fuzzy Lop. Alle remmen los en de ellebogen hoog op het zwaar geweld van deze ontspoorde figuren! De onophoudelijke  moshpits en de gigantische circle pit mocht uiteraard niet op dit hevig showtje ontbreken. Voor de geïnteresseerden, we hebben die met glans overleefd! Toen dit jaar hun album ‘United States of Horror’ uitkwam waren we vast overtuigd dat geen enkele band ons nog geesteszieker en nog gestoorder kan maken als deze. Zowel hardcore punk als hiphop neemt hier de leiding en onze gedachte werd nogmaals versterkt tijdens deze compleet krankzinnige show die zowat het beste optreden was dat we deze drie dagen hebben kunnen meemaken. Compleet bezweet en uitgeput zijn we na het optreden de tent proberen uitkruipen op zoek naar een pintje. Kwestie van ons lichaam opnieuw te voorzien van het verloren gegane vocht tijdens onze geweldaddige praktijken doorheen Ho99o9’s setlist. Jump till you die!
(Masja De Rijcke)

Om het deze drie festival dagen mooi af te sluiten hebben we onze beentjes nog eens de lucht ingegooid op de beats van Daphi & Hunee en vier uur later hebben we pas ons tent terug opgezocht.

Een geslaagd festival weekend waar we uiteraard volgend jaar terug aanwezig zullen zijn! See you soon, Down The Rabbit Hole! En bedankt voor deze mooie dagen!

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/down-the-rabbit-hole-2017/


Organisatie: Down the rabbit hole (Mojo) , Beuningen   

TW Classic 2017 – Werchter Classic van de Zware Gitaren

Geschreven door

TW Classic 2017 – Werchter Classic van de Zware Gitaren
TW Classic 2017
Ferstivalterrein
Werchter
2017-06-24
Sam De Rijcke

Driewerf hoera, eindelijk hebben Slash En Axl Rose de eeuwenlange vete bijgelegd en is daar een Guns’n’Roses mega tournee van gekomen die ook België aandoet. Alleen jammer dat Izzy Stradlin bij de reünie straal werd genegeerd door de twee egotrippers. Maar goed, zijn vervanger deed het meer dan uitstekend.

Dhr Schueremans heeft de Guns’n’Roses reünie handig aangewend om er de stempel Werchter Classics op te kleven. Een aangepast voorprogramma zoeken was een koud kunstje. Eerst gauw even in de nabije omtrek kijken en dan kwam men algauw uit bij België’s metaltrots Channel Zero (bij gebrek aan iets anders in dit metaalarm landje) en Vlaanderen’s eigen metal-pastiche Fleddie Melculy. Om er nog een internationaal karakter aan te geven werden ook Wolfmother en The Pretenders er bijgehaald. Zo was er een affiche samengesteld die mocht doorgaan voor de Werchter Classic van de zware gitaren (The Pretenders dan even buiten beschouwing gelaten).

We zijn er nog altijd niet uit of Fleddie Melculy nu een eerbetoon is aan de metal of al dan niet een poging om het genre in het belachelijke te trekken. In ieder geval is dit een gezelschap met een wel heel hoog Spinal Tap gehalte. Ze doen ons trouwens denken aan Clawfinger, een band die ooit eens twee dagen hip is geweest, tot de grap er af was.

Channel Z
ero was al aardig vertrouwd met de weide van Werchter, het moet zowat de zesde keer zijn dat ze hier hun metalen tentje kwamen opslaan. Het klonk helaas ook (te) vertrouwd in de oren, de band pakte uit wet weinig of geen verrassingen en wij kregen dan ook zo een beetje het gevoel van “dit hebben we toch al een keertje te veel gezien”. Natuurlijk zijn onsterfelijke songs als “Black Fuel”, “Hail” en “Suck My Energy” Belgisch metal-erfgoed waar we best trots mogen op zijn, maar het wordt toch stilaan tijd dat daar eens iemand anders op die troon komt zitten.

De eerste act die er vandaag echt toe deed was Wolfmother, het Australische powertrio van gitaarwonder Andrew Stockdale die in 2005 een geweldige motherfucker van een debuutplaat afleverde om die later nooit meer te kunnen evenaren, laat staan overtreffen. Anno 2017 bleek dit geweldige album nog steeds de rode draad te zijn in de set met heerlijk snerende versies van “Woman”, “White Unicorn”, “Dimension” en helemaal op het eind de uitzinnige kraker “The Joker And The Thief”. Het was een verademing om te mogen vaststellen dat er nog  van die goeie ouwe hardrock met wilde haren bestaat. Stockdale haalde een salvo venijnige riffs en solo’s boven, maar het was vooral zijn bassist die de show stal. De kerel ging bij wijlen als een gek tekeer, trok meermaals een sprintje over gans het podium en bespeelde met brio zijn basgitaar en de keyboards tegelijkertijd.
Wolfmother was ouderwetse rock’n’roll zoals we die dezer dagen nog maar zelden te horen of te zien krijgen. De gedroomde opwarmer voor Guns ‘n’ Roses.

Wat te denken van The Pretenders ? Ideale band voor Werchter Classic eigenlijk, maar dan helaas niet voor deze editie. Akkoord, wij vonden Chrissie Hynde ook altijd een toffe madam, een doorleefde rock’n’roll bitch die al de zwaarste watertjes doorzwommen heeft en daarmee veel respect heeft afgedwongen. Maar haar levensstijl is altijd een stuk ruiger geweest dan haar muziek. En net die muziek mocht, zeker vandaag, toch iets meer power hebben vertoond. Een mens zou gedacht hebben dat The Pretenders voor de gelegenheid hier voor een accurate rock’n’roll benadering zouden kiezen, maar dat was een beetje te veel wishful thinking. De band hield het bij een risicoloze ‘best of’ set met voorzichtig paar nieuwe dingetjes er tussenin gesmeten. Allemaal best onderhoudend, dat wel, maar Guns’n’Roses fans hadden hier weinig boodschap aan en trokken dan ook massaal richting eetkraampjes. Hoezeer The Pretenders ook hun best deden, meer dan wat beleefd herkenningsapplaus voor hun gekende hitjes konden ze hier niet uit de brand te slepen. Volgende week mogen ze nog eens terugkomen naar de weide van Werchter, waar ze zich kunnen meten met popgroepjes in plaats van rockbands, daar komen ze gegarandeerd beter uit de verf.

Natuurlijk was Guns’n’Roses vanavond de band die alles wat er aan voorafging tot schroot herleidde. Onze grootste vrees, een arrogante vertoning van een bende omhooggevallen rocksterren, werd onmiddellijk weggeveegd. De band begon stipt op tijd, de heren hadden er bijzonder veel zin, ze grepen elkaar nooit naar de keel en vertoonden de ganse avond geen greintje arrogantie.
Akkoord, Axl Rose had bij de eerste drie songs nog niet genoeg smeerolie op zijn stembanden gegoten, maar eens dit euvel verholpen was kon de sneltrein niet meer worden gestopt. “Welcome To The Jungle” rockte als in zijn beste dagen, “Rocket Queen“ en “You Could Be Mine” sneerden en sisten als de gevaarlijkste ratelslangen. Rose zijn strot had nu wel het juiste timbre te vangen en Slash toverde het ene na het ander hoogstandje uit zijn gitaar. “You Could Be Mine”, “Civil War” en “Sweet Child Of Mine” waren briljante stukjes classic hardrock en de Misfits cover “Attitude” bracht zowaar de punkband in G’n’R naar boven, met bassist Duff McKagan op vocals die er voor de gelegenheid een flard “You Can’t Put Your Arms Around A Memory” van punkicoon Johnny Thunders in vermengde.
Ook de verdere coverkeuze mocht er best wezen. Naast de onvermijdelijke krakers “Live And Let Die” (Mc Cartney) en “Knockin’ On Heaven’s Door” (Dylan) was het best genieten van een Slash-gitaarintermezzo waarin de ultieme guitarhero Pink Floyd’s “Wish You Were Here” naadloos deed overvloeien in Clapton’s “Layla”. De heren zorgden verder nog voor een prachtig eerbetoon aan Chris Cornell met de meer dan respectvolle Soundgarden cover “Blackhole Sun”, en in de bisronde werd ook nog eens The Who geëerd met een potent “The Seeker”.
Werkelijk alles zat goed vanavond. Zelfs “November Rain”, wat wij normaal een ondraaglijke draak van een song vinden, kon ons deze keer dankzij wederom een geniale Slash overtuigen.
De ultieme uitsmijter was natuurlijk een fenomenaal “Paradise City”, een uitbundig slotfeestje bedolven onder vuurwerk en de geniale gitaarsalvo’s van Slash.

Drie uur wist Guns’n’Roses ons te entertainen, en dat was geen seconde te lang.

Organisatie: Lve Nation – Rock Werchter

Fleet Foxes

Fleet Foxes - De streken nog niet verleerd

Geschreven door

Voor een zaalshow in ons Belgenland is het jammergenoeg nog wachten tot 17 en 18 november. Dan speelt Fleet Foxes niet één maar twee keer in de Ancienne Belgique om hun terugkeer te vieren. Wie niet zo lang kan wachten, kon ook een bezoekje aan de nabije buurlanden brengen. Zo staan de vossen vandaag op Down The Rabbit Hole in Nijmegen, en trokken wij vrijdagavond naar de L' Aeronef in Lille om al eens te proeven van de herboren Fleet Foxes.

Opwarmen deed voorprogramma November Polaroid allerminst. Integendeel, hun muziek deed het spontaan winteren en zou veel beter tot zijn recht komen in, welja, november. Twee jonge vrouwen uit Lille met enkel hun stem, mistroostige gitaren en een kickdrum pakten ons van bij het begin bij ons nekvel. Hun slaapkamermuziek werd duidelijk beïnvloed door Daughter, The xx en andere London Grammars. Met de ogen dicht leken hun stemmen zelfs verdacht veel op die van Romy Madley Croft van The XX. Toch kon je kon je bij ieder nummer duidelijk de referentie horen. Nu eens Keaton Henson, dan weer Eddie Vedder of zelfs Kansas (u weet wel, die van "Dust in The Wind"). Ze speelden slechts vijf nummers, maar het publiek wou duidelijk nog meer. Bakken talent en potentieel hebben ze al, nu nog een eigen stem en sound vinden.

Een kleine zaal, niet volledig uitverkocht en een publiek dat uit veel verschillende nationaliteiten bestond: dat was wat Fleet Foxes te wachten stond in Lille. Het verhaal is ondertussen ook al bekend. Na ‘Helplessness Blues’ en de daaropvolgende tour vond frontman Robin Pecknold het welletjes en besloot hij zijn vossen in de vriezer te steken. Hij ging naar college, reisde de wereld rond en deed eigenlijk toen al inspiratie op voor wat de nieuwe plaat van Fleet Foxes zou worden. ‘Crack-Up’ is een sterke comebackplaat en het zou een hele uitdaging worden om die even sterk live te brengen. Maar de laatste twijfelaars kunnen we gerust stellen. De vossen zijn nog steeds zo fluks en vinnig als ooit te voren.

Terwijl de band het podium opkwam en de gitaren nog eens stemde, hoorden we de intro van "I Am All That I Need/Arroyo Seco/Thumbprint Scar" op tape. Zacht klotsend water en de brommende stem van frontman Robin Pecknold begroetten ons bij het fijne weerzien, tot daarna de kletterende akoestische gitaren het concert echt op gang trappen. Het eerste nummer van de nieuwe plaat ‘Crack-Up’ was dan ook een perfecte opener om terug aan te knopen met de band. Eigenlijk is het, zoals de titel doet vermoeden, drie nummers in één en live plakten Pecknold en de zijnen er nog eens "Cassius, -" en "- Naiads, Cassadies" achteraan. Zo kregen we een openingskwartier waar nummers schipperden tussen hard en zacht, tussen furie en kalmte, en met Pecknold als gids. Met de ogen dicht leidde hij ons van rustige riviertjes naar weidse oceanen.
Het nieuwe ‘Crack-Up’ mag dan wel zijn voet naast het ouder werk zetten, live moest het toch nog wat los komen. De reactie van het publiek tijdens het trio "White Winter Hymnal", "Ragged Wood" en "Your Protector" sprak boekdelen. Een tripje down memory lane, want ondertussen is het ook al negen jaar geleden sinds hun debuut furore maakte. Maar hun gouden harmonieën en herkenbare melodieën staan nog steeds in ons geheugen gegrift. Fleet Foxes nam haast geen pauze tussen de nummers. Elk einde betekende een nieuw begin van een ander nummer. Veel meer dan wat bedankingen en de vaststelling dat dit hun eerste (Europese) show was sinds het verschijnen van hun nieuwe plaat, kreeg het Franse publiek. Meer hoefde dat ook niet te zijn.
Fleet Foxes is een band van eenvoud. Hoewel hun nummers soms complex in elkaar zitten en barsten van de tempo- en kleurwisselingen, worden ze nooit academisch of ontoegankelijk. Ook de abstracte maar eenvoudige visuals versterkten dat alleen maar. Gemaakt door Sean Pecknold, broer van, zagen we afwisselend bewegende geometrische figuren, spiralen, verfvlekken, een sterrenhemel of een brandend vlammetje. Het leidde nooit af en bracht telkens de juiste mood bij het juiste nummer. "The Cascades" fungeerde dan weer mooi als instrumentaal tussendoortje en opstapje naar meer nieuwe nummers. "Mearcstapa" toonde duidelijk dat de band tijdens hun winterslaap wat spierballen gekweekt had en veel venijniger voor de dag kon komen. De schattige vossen konden ook flink van zich af bijten.
Live werd het verschil tussen oud en nieuw nog duidelijker. Waar het debuut en ‘Helplessness Blues’ nog heel hoopvol en kleurrijk klinken, moet ‘Crack-Up’ het hebben van zijn onderhuidse spanning en melancholie. Ironisch genoeg maakte Robin Pecknold's tijd op de schoolbanken hem volwassener, mysterieuzer en donkerder.
Meestal gaat een eerste touroptreden nog gepaard met kinderziektes of kleine mankementjes, maar niets van dat bij Fleet Foxes. De band speelde strak, hield het tempo hoog en voegde op tijd en stond wat subtiele details toe. Een stukje dwarsfluit, mandoline of contrabas gaven de nummers nog meer kleur en de heerlijke samenzang waar de band zo bekend mee werd, klonk zuiver en toonvast als altijd.
De vossen kwamen fris en uitgeslapen uit hun winterslaap en bleven niet bij de pakken zitten. Met "He Doesn't Know Why" en vooral "Mykonos" dat eindigde in een prachtige driestemmige samenzang, bleek dat het ouder werk nog steeds op de meest uitzinnige reacties kan rekenen.
Toch waren wij het meest onder de indruk van het duo "Third of May/Ōdaigahara" en 'The Shrine/An Argument". Beide nummers hebben een wat gelijkaardige structuur, maar blonken vooral uit in de vele tempowissels. Pecknold begon "The Shrine" op een akoestische gitaar met twee capo's en eindigde "An Argument" op een elektrische gitaar. Elke overgang was soms abrupt, soms vloeiend maar altijd logisch. Het laatste woord was echter voor de blazers. Op "Crack-Up" kregen we een hoekige saxofoonsolo en "Blue Ridge Mountains" werd uitgewuifd door een impromptu blazerssectie met de pianist op dwarsfluit, drummer op trompet en de extra percussionist/multi-instumentalist op hoorn.

Solo op een akoestische gitaar opende Pecknold de bissen met het aangrijpend en emotionele "Tiger Mountain Peasant Song". Moeiteloos creëerde hij een intieme sfeer en kreeg hij het publiek muisstil. Daarna schoof de pianist aan voor "If You Need To, Keep Time On Me" dat al even breekbaar klonk. Ook "Drops In The River" startte klein en groeide gestaag sterker. Een perfect opstapje naar afsluiter "Helplessness Blues", nog steeds hun meest melodieuze, hoopgevende en beste nummer. Zo sloten Fleet Foxes een met hoogtepunten bezaaide set af met nog maar een hoogtepunt.

Op 17 en 18 november speelt Fleet Foxes in de Ancienne Belgique, tickets zijn wonder boven wonder nog beschikbaar.

Ism Dansende Beren http://www.dansendeberen.be  

Setlist:
I Am All That I Need/Arroyo Seco/Thumbprint Scar
Cassius, - Naiads, Cassidies

Grown Ocean
White Winter Hymnal
Ragged Wood
Your Protector
The Cascades
Mearcstapa
On Another Ocean (January/June)
Fool’s Errand
He Doesn't Know Why
Mykonos
Third of May/Odagaihara
The Shrine/An Argument
Crack-Up
Blue Ridge Mountains
Bis:
Tiger Mountain Peasant Song
If You Need To, Keep Time On Me
Drops In The River
Helplessness Blues


Organisatie: Aéronef, Lille

King Gizzard & The Lizard Wizard

King Gizzard & The Lizard Wizard - Waanzinnig !

Geschreven door

King Gizzard & The Lizard Wizard - Waanzinnig !
King Gizzard & The Lizard Wizard
Kreun
Kortrijk
2017-06-21
Sam De Rijcke

U mag ons gerust gek verklaren als wij bij temperaturen van meer dan 30 graden naar een uitverkochte concertzaal trekken om er te bakken en te braden op de oververhitte psychedelische ritmes van King Gizzard & The Lizard Wizard. Voor zo een band willen wij heus wel wat trotseren.

Maar eerst zijn er The Mystery Lights om de zaal … euh…  op te warmen. 30 graden worden er algauw 40 als deze kwieke garagerockers hun duivels ontbinden. Geweldige band, dito sound en ophitsende songs die bij een temperatuur van ondertussen 50 graden bijzonder fris klinken. Het is garagerock met een Californisch retro tintje en met serieus wat peper in het gat. Het rockt, het bruist en het borrelt. Dit is niet zomaar een support act, en dat weet ook het publiek die hier nu al een zelden gezien broeiend enthousiasme opbrengt. Het is maar een kwestie van maanden tegen dat deze band grotere zalen zal platspelen.

Het moet nu ondertussen al zowat 60 graden zijn in de zaal. King Gizzard & The Lizard Wizard komt op en zet meteen gezwind een sissend “Rattlesnake” in. Ideaal weertje voor dat soort woestijnbeesten, de rattlesnake van dienst heeft dan ook de tijd van haar leven. Wij ook, ’t is nu al  70 graden maar dat kan ons niet deren en we reppen ons naar de frontzone, waar het gewoel bijzonder aanstekelijk werkt.
King Gizzard floept er een moddervette Sabbath riff uit in het zwoele “Doom City”, de Kreun gaat volledig uit zijn dak en doet de temperatuur stijgen tot 80 graden. De band hitst het zootje dan nog maar wat verder op met “Nuclear Fusin”, “Billabong Valley” en “Sleep Drifter”.
Maar het kan nog waanzinniger, ze gaan volledig in overdrive (al 90 graden inmiddels) met de gloednieuwe medley “Alter Me / Altered Beast”. En dat is een bom van een song, compleet geschift, explosief, psychedelisch en zwaar rockend tegelijkertijd. En heet natuurlijk ! bloedheet ! wat zeg ik ,‘t is verdomme al  100 graden in de zaal ! Maakt niet uit, hoe warmer het wordt hoe feller de band tekeer gaat. Het publiek doet hiervoor niet onder en wordt al even uitzinnig. Het kot staat in brand.
We moeten momenteel zo al boven de 120 graden zitten. De bandleden, die in Australië nochtans wat gewoon zijn qua hitte, zweten zich de pleuris. Ze trekken hun t-shirts uit en sporen de zaal aan dat ook te doen. Een wat overijverige fan neemt dat iets te letterlijk en laat meteen ook zijn broek zakken om dan leukweg in zijn blote flikker te gaan skydiven. Dat wordt opletten geblazen. Een voet in onze tronie, daar kunnen we nog mee leven, maar een bezwete leuter van een dolgedraaide fan in ons smoelwerk, dat  kunnen we missen als kiespijn.
Het wordt nog heviger en heter (150 graden al) met losgeslagen versies van “Gamma Knife”, “People Vultures”, “The Lord Of Lightning” en “Cellophane”. Zowat alles (band, songs, publiek, temperatuur,…) is volledig uit zijn voegen gebarsten.
Het wordt hier nu vlotjes 180 graden, mocht u nu een diepvriespizza in de Kreun komen leggen, hij is klaar binnen de 5 minuten. Doe dat dan wel ergens achteraan in een hoekje, anders wordt uw maaltijd genadeloos verpletterd door de uitzinnige menigte.
Dankzij de geestdriftige geflipte psycho-rock van King Gizzard & The Lizard Wizard is de Kreun nu ook omgetoverd tot één grote zweetplas. Ons land lijdt onder de droogte, maar als ze hier in de Kreun al het zweet komen wegpompen kunnen ze er een heuse bosbrand mee blussen.
Als King Gizzard merkt dat het gaspedaal echt niet meer dieper kan worden ingedrukt, gaan ze wat in relax modus met het lekkere luie “The River”. Helaas is dit ook het einde, wij hopen tevergeefs dat hierna nog een extatische bis komt.
Gans de zaal joelt samen met ons minutenlang om meer, maar het mag niet zijn. Kom dat tegen, Australiërs die zijn lamgeslagen door de Belgische loden hitte en uitgeblust achter de coulissen blijven. Maar hebben wij hier een legendarisch optreden meegemaakt, amai !

En dan nu : Bier! Bier ! Bier godverdomme ! Minister Schauvliege heeft vandaag aangekondigd dat we door de aanhoudende droogte niet langer kwistig mogen omspringen met water, dus zoeken wij naar alternatieven.
Trouwens, hoezo droogte, waar is die droogte ? we zijn verdomme kletsnat. Concert van het jaar !

Organisatie: Wilde Westen, Kortrijk

Pagina 437 van 966