logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

The Wolf Banes ...
Stereolab

Struggler

The Gap

Geschreven door

De Vlaamse postpunk band Struggler werd opgericht in 1979. Een eeuwigheid in muziekland. Indertijd werden ze in één naam genoemd met bands als De Brassers en Siglo XX. Ze kregen wel de aandacht niet die eerder vernoemde bands wel kregen. Wat ik er nog van weet is dat ze in de vroege jaren 80 een cassette uitbrachten en daarna een album met de lange titel ‘It Was A Very Long Conversation But At The End We Didn’t Shake Hands’.
In elk geval zijn ze anno 2017 levendiger dan ooit en hebben ze zelfs een nieuw album uit. ‘The Gap’ presenteert ons 13 songs met levendige en bij momenten donkere postpunk. Lekkere vettige baslijnen, gitaarwerk dat floreert tussen punk en wave. Daarnaast bezwerende zang dat begeleid wordt door een ervaren ritmesectie. Bij momenten heeft het gitaarwerk zelfs iets psychedelisch over zich en bevat ze tevens elementen van rock‘n’roll.
Maar zoals gezegd klinkt alles levendig alsof het gemaakt werd door een stel jonge honden. Luister maar eens naar bv “Recrudesce” dat drijft op de heerlijke sustain van de gitaar en de zang die mij een beetje aan The Dead Kennedy’ s doet denken. Het titelnummer “The Gap” bevat catchy zang is één van de meest radiovriendelijke songs met mooi gitaarwerk. Het gesproken gedeelte klinkt bijna als Leonard Cohen. Nice. Een deel van hun tracks duren zo rond de drie minuten en de meer psychedelische zijn meestal een zestal minuten lang. “Key 17” bevat een gesproken tekst aan het begin om dan punksgewijs van start te gaan. “Shrapnel” heeft een baslijn die de song vormt en kleurt. “Wanted” en “Don’t Care” zijn punk van de bovenste plank. Er wordt afgesloten met een aardige cover van Pere Ubu: “Final Solution”. Eén van opperhoofd Rene Hulsbosh favoriete bands.
Struggler anno 2017 klinkt op ‘The Gap’ levendig, opwindend en vrij punky. Een heel fijn album dat wat aandacht verdient.

Thee Oh Sees

A weird exits-2-

Geschreven door

Thee Oh Sees is onmiskenbaar John Dwyer . Elk jaar is hij er wel met een nieuwe plaat . In nog geen veertig minuten draait hij hier met een nieuwe bezetting een rits songs door die hun thuishaven vinden binnen de garagerock . Hij weeft er een resem varianten aan van psychedelica , punkabilly, krautrock tot ambient , harkend , bonkend , zoemend en neurotisch overstuurd . De nummers zijn uptempo , broeierig , bezwerend  en verslavend .
Thee Oh Sees houdt er een GBV concept op na en slaat de brug tussen Stooges en Butthole Surfers .
Op plaat ietwat gewoontjes soms , live energiek , opwindend , briesend , gek!
Tijdloze band!

The Lemon Twigs

Do Hollywood

Geschreven door

De jonge gasten van het NY-se The Lemon Twigs van de broers Brian (19) en Michael (17) D’Addario absorberen de muziekgeschiedenis van de jaren zestig , zeventig en tachtig op hun plaat ‘Do Hollywood’. In de sound flitsten The Beatles , The Kinks , The Rolling Stones, T-Rex , David Bowie , Queen tot meer recent The Posies en zelfs The Scabs aan ons voorbij. De twee broers zijn talentrijke multi-instrumentalisten, hebben hun invloeden en putten dus  uit verschillende vaatjes.
We horen een puike songstructuur – opbouw, een sfeervol , zeemzoeterig , onschuldig, gelaagd deel + waar het duo uit de bocht durft te gaan , en warempel rommelig uptempo klinkt . De sixties zijn wel diep geworteld , “I wanna prove you”, “Those days is comin’ soon”, “As long as we’re together” zijn mooi . De veelzijdigheid dringt door met de psychedelica op “Haroomato”,” “These words” intrigeert door de huppelende ritmiek en 70s orgel en de ballad “How lucky I am” kan zo worden geplukt uit de James Dean – Marilyn Monroe (hit)stal , van leren jackets tot breed opwaaiende witte rokken. Een ‘kauwgomballenpop’ nummer . Soul, funk, garage en glamrock dwarrelden in de nummers. Live zijn de twee broers geen grote zangers , het is zelfs zo dat de zang de sierlijke melodieën onttemt.
De twee zitten vol muzikale ideeën , het dwarse komt samen in onschuldige pop en onstuimige rock die uit de bocht kan gaan of net mooi versmelt…

Les Nuits Botanique 2017 - Nuit Belge en Français

Geschreven door

Les Nuits Botanique 2017 - Nuit Belge en Français
Les Nuits Botanique 2017
Botanique (alle zalen)
Brussel
2017-05-15
Johan Meurisse

Ons parcours begon met de laatste rock rally winnaars,  het Limburgse Whispering Sons (CH) die teruggrijpen in de donkere ziel van de 80s synthwave/elektropop . Hun sound mag dan een recyclage van die wavegolf zijn door de slepende , repeterende ritmes , het blijft bij door de extravertie en vurigheid die het kwintet op het podium uitstraalt , zeerzeker frontdame Fenne Kuppens . Haar bezwerende , ijle als baritonzang , haar handbewegingen , haar hotsende danspassen en zwierige lange blonde haren geven de songs dynamiek en zeggingskracht. Hier borrelt ergens Kate Bush en Siouxie Soioux op .
De songs zitten goed in elkaar,  zijn spannend en worden getriggerd door de diepe bas, de keys en de percussie. Ze bouwen op, gaan uptempo en tintelen door die kenmerkende melancho sfeer van onheil, dreiging , angst . Ze speelden een handvol nieuwe nummers en die zijn veelbelovend!
De hyperkinesie maakt het verschil in het lome 80s geluid en was de troef tot hun overwinning.  Ze zijn de reikende hand in het vrouwelijk geweld van Savages , Chelsea Wolf en maken de brug naar de oude White Lies,  Horrors , Interpol en Bravery . Dit maakt een groot verschil . Het geheel overtuigt en is goed verteerbaar. Het kwintet blijft ons duidelijk bij. 

Tweede band was het Franse duo Agar Agar (CH) die in hun elektronica de Mind The Gap en Wall of sound formule van de jaren 90 nieuw leven inblazen . Hier komen Dirty Beatniks , Propellerheads en Junkie Xl van Tom Holkenborg bovendrijven in bigbeats , trancegerichte dance en breakbeats in een psychedelisch en (Frans) discokitsch kader, die refereert aan Les Rita Mitsouko en Moloko . We ervaren een magisch , mysterieus kantje . Die potpourri slaat aan en spreekt de dansspieren aan .
Het jonge vrouw (Clare) – man (Armand) duo balanceert tussen pop en dance ; haar sensuele en ruwe vocals zweven of geven diepgang aan de dansbare nummers. Agar Agar heeft met “Prettiest virgin” een heel  interessante single uit van de EP ‘Cardan’ . We werden aangenaam verrast door dit duo . Dit smaakte naar meer …

We pikten nog iets mee van het Franse Barbagallo (OR) die het houden op gevoelige, dromerige poppsychedelica . Drummer Julien Barbagallo trok op wereldreis die hem o.m. in Australië en Sicilië bracht en voert ons mee in deze trip met z’n gezelschap. Het zijn sfeervolle tracks in een indiepsychedelisch geluid die het nauwst beantwoordt aan Jacco Gardner .

Magnus (CH) wordt op Les Nuits Bota goed ontvangen , hier is vanavond veel volk opgedaagd . Magnus is de samenwerking tussen zanger/componist/muzikant Tom Barman en techno DJ/producer CJ Bolland; live altijd een beleven, meer dan op plaat waar het durft te hangen tussen huiskamer en club. Magnus werd een tweetal jaar terug nieuw leven ingeroepen met ‘Where neon goes to die’, dat tien jaar na ‘The body gave you everything’ verscheen , een groovy synthese van house , techno , electro , pop , rock , funk,  drum’n’bass en breakbeats. Jawel hier komen terug die invloeden die we bij Agar Agar hoorden. Magnus geeft er meer body en stijl aan met een full band o.m. Elko Blijweert en Tim Vanhamel, die op het voorplan binnenkort treedt met Millionaire en nu zelfs meer en meer tekent om opnieuw bij dEUS aan te sluiten , Mauro waardig te vervangen .
Het dance/electroproject kwam live sterk voor de dag , gooit met rockende dobbelstenen en klinkt opwindend , extravert, dansbaar. Een rockband in een electrobody , Barman in topvorm, die de songs kracht bijzet en CJ Bolland die de bezwerende, dansbare trance onderhoudt . In de juiste drive geven ze aan het materiaal een verrassende dampende , snedige tic. Songs als “Jumpneedle” , “Catlike”, “Singing man”, “Regulate” en “Puppy” (sterke rol voor Vanhamel) klonken sterk . het zijn dan ook de Magnus-troeven. Tot slot kon “sSummer’s here” niet ontbreken , het werd mooi uitgediept , - gewerkt , omgeven van aanstekelijke , pompende beats en wakkerde op deze prachtige locatie het langverwachte zomergevoel aan …

Noa Moon (OR) rond de Waalse sing/songschrijfster Manon De Carvalho Coomans kon definitief de avond besluiten  met haar integere , sfeervolle popsongs in een folky kader . Ze zingt in het Engels en geeft haar songs een klankkleur door de aanvullende keys  en de backing vocalistes . Het materiaal krijgt daadwerkelijk kracht en intensiteit door haar helder indringende vocals .
Ze is aan haar tweede album toe ‘Sparks’, dat hier werd voorgesteld . De cover “Lean on” van Major Lazer werd ontdaan van enige beats en werd in mooie popfolk gespeeld . Origineel, spitsvondig , creatief!
Haar melodieuze semi-akoestische songs wordt door onze Franstalige vrienden onder de arm genomen en was voor ons een aangename kennismaking . Een talent die zeker hier bij ons meer airplay verdient …

We kregen een mooie avond Belge & Français geserveerd …

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/whispering-sons-15-05-2017/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/agar-agar-15-05-2017/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/magnus-15-05-2017/

Andere zalen
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/inuit-15-05-2017/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/aliocha-15-05-017/

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Bota 2017)

Tamino

Tamino – Imponeren op magistrale wijze

Geschreven door

Tamino – Imponeren op magistrale wijze
Tamino
Ancienne Belgique (AB Club)
Brussel
2017-05-15
Thibault Vander Donckt

Een jaar geleden was hij nog volledig onbekend, maar verdiende hij toch een plaatsje in onze lijst voor beste Belgische nummers van het jaar 2016. Nu, een overwinning van de Nieuwe Lichting later, speelt Tamino z’n eerste volwaardige show in een uitverkochte AB Club. Er waren heel wat hoge verwachtingen, maar Tamino loste die zonder enige moeite in. We waren namelijk getuige van een fenomenaal optreden.

De zaal zit bomvol wanneer de lichten doven en de 20-jarige Tamino het podium opkomt. Met de spots die hem enkel van langs achter verlichten, lijkt het alsof Tamino niets meer dan een zwart gedaante is, maar dan wel eentje die enorm goed met z’n gitaar overweg kan en z’n stem in alle bochten kan wringen. We zijn nog maar enkele seconden ver en het publiek wordt nu al overmeestert door de magie die Tamino uitstraalt.
Na twee songs alleen te hebben gespeeld, komt de gitarist van Het Zesde Metaal de jonge knaap vergezellen en neemt hij de piano voor z’n rekening. Dan gebeurt er iets wat Tamino niet snel zal vergeten. Ze willen het volgende nummer starten, maar opeens beseft Tamino dat hij geen plectrums op zak heeft. Gelukkig is het publiek vanavond heel vrijgevig en trakteren ze hem op enkele plectrums. Stress doet toch wat met een mens.
Alsof één extra muzikant niet genoeg is, komt Michiel Balcaen de drummer van Balthazar, het duo in gezelschap houden. Tamino speelt doorgaans heel rustig en gecontroleerd, maar toch zijn er momenten waarop de muzikanten zich even kunnen laten gaan, waardoor het op een ingetogen manier toch nog kan losbarsten. Wat we momenteel te zien krijgen, is in België echt wel uniek, zoiets hebben we zelden gezien.
Het eerste hoogtepunt van de avond is “Indigo Night”, een nummer dat terug te vinden is op de nagelnieuwe EP ‘Tamino’. Het nummer klinkt live heel erg breekbaar en de stem van Tamino bezorgt ons kippenvel van de eerste tot de laatste minuut. De zaal is muisstil en heel wat mensen sluiten hun ogen om het lied echt tot zich te laten komen, terecht. Tamino wordt getrakteerd op een langdurend applaus, maar daar heeft hij eigenlijk niet echt veel op te zeggen. Gelukkig hoeft dat ook niet, want z’n lach toont aan dat Tamino zich helemaal in z’n nopjes voelt op het podium.
Het ongelooflijke aan het optreden van deze avond, is dat we hier te maken hebben met een artiest die eigenlijk nog maar net bezig is. Hij heeft in feite heel weinig ervaring, maar toch heerst hij over de AB alsof het een dagelijkse activiteit lijk te zijn. De songs die hier vanavond de revue passeren, zijn ook stuk voor stuk perfect uitgewerkte nummers die iets teweeg brengen. Als je dit op twintig jarige leeftijd al kan brengen, dan ben je verdomd goed bezig.
Afsluiten doet hij met “Habibi”, het nummer waarmee alles is begonnen. Het fijne aan deze show, is dat er hier niet wordt meegezongen, waardoor de band ongestoord hun ding kan doen. Na z’n laatste hogen tonen, verdwijnt Tamino van het podium. Het publiek bombardeert de band met applaus en het duurt dus niet lang vooral iedereen weer op de bühne te zien is. Met zijn cover van “I Bet That You Look Good On The Dancefloor” van Arctic Monkeys en “Smile”, eindigt Tamino zijn formidabele set.

Het is zeker niet onze intentie om Tamino tot superster te bekronen, maar als het goed is, dan mag dat zeker en vast gezegd worden. We zagen gisterenavond een optreden waar we eigenlijk niets op aan te merken hebben en dit gebeurt zelden. Vanavond speelt Tamino z’n tweede show in een alweer uitverkochte AB Club, benieuwd wat dat zal geven.

Met dank aan Dansende Beren http://www.dansendeberen.be

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

The Kooks

The Kooks - Vijfgangenmenu boordevol lekkers

Geschreven door

The Kooks zijn al meer dan tien jaar bezig. “Hoog tijd om een ‘best of’-tour te ondernemen”, dachten ze. Deze hield ook halt in de AB Brussel. De grote zaal was volledig uitverkocht en had een gemiddelde leeftijd van rond de twintig jaar. Velen beleefden er jeugdsentiment, anderen kwamen er voor het eerst hun idolen aan het werk zien. Wat het ook mag zijn, iedereen ging met een goed gevoel naar huis. Alle hits passeerden en de band speelde vol vuur. We hoorden achteraf dan ook niemand klagen.

Vooraleer The Kooks van jetje mochten geven, kregen we een geweldig voorprogramma. De mannen van Blossoms kunnen met gemak al de kleine zaal van de AB alleen vullen, dus het is mooi meegenomen om ze nog eens als voorprogramma te zien. De band is gegroeid en brengt hun nummers in stijl en body. Door hier en daar een gitaarsolo en meezingmomentje te creëren, bleken ze de perfecte opwarmer voor The Kooks. Puik werk, jongens.

Een gigantisch doek bedekt het podium voor de band het podium betreedt. We zijn nu al benieuwd wat voor spektakel er op dat podium te zien zal zijn. Met een instrumentale intro en gespeel met schaduw, hitst The Kooks het publiek helemaal op. Eens de gitaren beginnen te knallen op “Eddie's Gun” en het doek naar beneden valt, start het feest in de zaal met een springerige bende die zich duidelijk amuseert. De vlam is meteen in de pan en die zal blijven branden tot het eind van de show. Er passeren drie songs van het debuut ‘Inside In / Inside Out’, meteen ook de plaat die over de rest van de avond het meest frequent wordt gespeeld.
Een verrassende tweede plaats is weggelegd voor ‘Listen’, hun laatste plaat uit 2014. Daaruit speelt The Kooks maar liefst zeven nummers, terwijl de andere albums ’Konk’ en ‘Junk Of The Heart’ bijna volledig genegeerd worden met respectievelijk drie en twee liedjes. Op zich zou dat geen probleem zijn, ware het niet dat de nummers uit de laatste plaat toch wel sfeerbrekers bleken bij momenten. Zo haalde “Westside” alle energie uit de set die net was ontstaan dankzij “Always Where I Need To Be” en was “Sweet Emotion” nu ook niet om over naar huis te schrijven. Eén nummer bleken ze helemaal anders te brengen dan op plaat. “Rosie” werd gestripped naar enkel een piano en een gitaar met twee stemmen. Het bleek wel te werken, al was de inval van drums en basgitaar na enkele minuten toch noodzakelijk om de aandacht er bij te houden.
Tot daar de kommer en kwel, want de rest van de set zat goed in elkaar. Luke Pritchard bleek in een goeie bui want hij zat van begin tot eind als een energiek konijn rond te springen. Het leek er op dat hij zich oprecht  amuseerde op het podium, wat de show alleen maar sterker maakte. Verder was er niet veel te zien op het podium, dat sober aangekleed was met enkel een draadloze radio die één keer een rol speelde in de set. Dat was nadat Luke het emotionele “See Me Now” op de piano had gebracht en iedereen plots van het podium verdwenen was. Via de radio werd de intro gespeeld van “Sweet Emotion” om zo het publiek wat op te fokken.

Iedereen in de zaal beleefde duidelijk de avond van zijn of vooral haar leven. Bij elk nummer dat gekend in de oren klonk, schreeuwde iedereen het uit van blijheid. Een eerste golf van euforie kwam er bij “She Moves In Her Own Way” en zo ging dat verder bij “Ooh La” en natuurlijk “Always Where I Need To Be”. Daarnaast waren songs zoals “Sway” en “Seaside” emotionele hoogtepunten voor de breekbare zielen in de zaal. De set was perfect uitgedokterd en begon energiek, ging daarna wat meer dansbaar te werk om vervolgens via een breekbaar intermezzo terug over te gaan naar de springerigheid van het begin.
Het einde van de set kon weliswaar beter want met “Westside” en “Junk Of The Heart (Happy)” was het niet echt een euforisch einde. Toch was ook hier iedereen gelukkig met de muziek. Zo'n gevoel is fijn en als je dat kan creëren met je muziek, ben je meer dan geslaagd. Hoewel de band na de bis wel even wegbleef, kwamen ze nog terug voor drie nummers. Met “Around Town” konden we nog een laatste keer wat exotische moves bovenhalen om daarna bij “Shine On” en vooral “Naive” nog eens onze beste zangstem boven te halen.

The Kooks brachten in de AB een ‘best of ‘ met (bijna) alle hits die je wilde horen. Het was energiek, boordevol passie en het leek er zelfs op dat de band helemaal herboren was. Luke Pritchard ging af en toe als een bezetene te werk en toonde dat hij nog steeds kan dansen alsof hij twintig jaar was .
De perfecte set was het niet, maar het was zeker een goed optreden en we zijn er zeker van dat iedereen die aanwezig was er van genoten heeft. Leuke songs, een danske hier en daar en vooral veel meezingen. De hese stemmen na het concert zullen hiervan een leuke herinnering zijn.

Setlist: Eddie’s Gun - You Don't Love Me - Sofa Song - Bad Habit – Down - She Moves In Her Own Way - Be Who You Are - See The World - Forgive & Forget - Ooh La – Sway – Rosie - See Me Now - Sweet Emotion – Matchbox - Broken Vow – Seaside - Always Where I Need To Be – Westside - Junk Of The Heart (Happy)
Bis: Around Town - Shine On – Naive

Organisatie: Live Nation

Arno

Arno in zijnen puren

Geschreven door

Gepaard gaande met een ronduit fantastische tentoonstelling naar aanleiding van het veertig jarig bestaan van de Brielpoort, moest en zou onze lokale prettig gestoorde lokale legende Arno passeren. Je zou verdomme al vergeten zijn welke artiesten hier al de revue hebben gepasseerd: Lenny, Black Crowes, Iggy, Jesus and Marychain, en noem maar op.

Onze Man Die Stotterend Pist En Praat kwam voor de negende keer naar de bunker, ook Brielpoort genaamd. Het was boenk er op ! Een eivolle zaal (vooral grijsharigen) was getuige van deze ‘wall of sound’. Arno liet zich omringen door zijn vaste bassist van de laatste jaren, Mirko Banovic en door twee jonge muzikanten : drummer Laurens Smagghe, die ik vroeger ook al zag drummen bij Arno en gitarist Bruno Fevery, die voor de eerste keer samen met de godfather op het podium stond.

Mirko was de orkestleider, de dirigent, die alles in zeer goede banen leidde. Samen met deze jonge snaken bracht hij de TC Matic sound weer tot leven : old school rock, bluesrock met een industriële sfeer erin. Vreemd genoeg geen Sege Feys te bespeuren. Ze gaven de hoekige pop van TC Matic nieuw leven.

Arno zei bij het begin van het concert dat hij “godverdomme goeste had” . Arno  liet 18 nummers op ons los, 12 uit het TC Matic repertoire, 4 vettige, gedreven bluesrock nummers van Tjens Couter en 2 nummers uit 2 zij projecten (Charles and the White Trash European Blues Connection en Arno & The Subrovnicks).

Anderhalfuur stevige stuwende rock, luid maar niet te…, sobere belichting,… “Arno in zijnen puren” zou ik durven zeggen. Hij vierde tevens ook het veertig jarig bestaan van zijn ‘Gimme What I Want’ in een fantastische versie. Zoals vermeld een fantastische band achter hem. Maar toch kregen we even het gevoel dat Arno zichzelf aan het parodiëren was, vooral met zijn uitsmijter waarbij hij voorspelbaar zogenaamd halfdronken zijn twee cymbalen aanslaat. Blijf verder borduren op de try out met Tjens Matic in de AB Box.

Organisatie: Live Nation (ism Stad Deinze)

 

Simple Minds

Simple Minds – Uitgekleed maar nog niet uitgezongen

Geschreven door

 Artiesten die tijdens radio- en televisieprogramma’s één of meer nummers akoestisch brengen, dit bestaat al enkele decennia maar de populariteit hiervan nam sinds eind de jaren ’80 zienderogen toe. Aanvankelijk werd dit vooral beschouwd als een meer praktische manier voor groepen om nieuw materiaal te promoten (minder personeel en materiaal diende mee te reizen) maar gaandeweg werd een ‘unplugged’ sessie zelfs als een doel op zich gezien. Niet alleen aangestuurd vanuit de media maar ook de muzikanten zelf vonden in deze formule een welgekomen afwisseling na het afhaspelen van een zoveelste interview met almaar dezelfde, terugkerende vragen. In die voedingsbodem ontstond overigens de Nederlandse ‘2 Meter Sessies’ dat volgende maand met ruim 1550 sessies op de teller, 30 kaarsjes mag uitblazen en ook ver buiten de grenzen van de Lage Landen een bijzonder hoge reputatie geniet.
Het ‘unplugged’ gebeuren groeide in de jaren ‘90 internationaal zelfs uit tot een ware hype toen ook muziekzender MTV met bijzonder grote bijval een apart programma hieraan wijdde. De grootsten der aarde kwamen er op bezoek en grepen binnen een intieme setting de kans om hun oeuvre maar ook - en bovenal – hun bankrekening te verrijken, gretig aan. Want de albums die er uit voortvloeiden, ging vlotjes over de toonbank en bepaalde nummers werden in hun uitgeklede versie nóg beroemder dan ze in vol ornaat al waren. Treffende voorbeelden hiervan zijn “Layla” van Eric Clapton of de covers die Nirvana bracht tijdens hun sessie enkele maanden voor het overlijden van Kurt Cobain. Daar tegenover stonden dan weer de tegenstanders van dit genre die opwierpen dat het niet meer dan een forum was om artiesten die zich in de herfst van de carrière bevonden, nog een laatste stuiptrekking te gunnen vooraleer zij in een diepe winterslaap vielen.


Toen eind vorig jaar Simple Minds ‘Acoustic’, hun 18de studioalbum (inclusief de intussen niet meer zo ‘verloren’ plaat ‘Our Secrets Are The Same’), uitbracht met daarop uitgeklede en herwerkte versies van enkele van hun grootste successen of favoriete nummers, kon dit dan ook bezwaarlijk vernieuwend genoemd worden. Maar het verschafte wel een nieuwe inkijk op het werk van deze groep die het doorgaans vooral moet hebben een dikke laag synthesizers, elektrische gitaarriffs en strakke drumslagen.   

Naar eigen zeggen ging er volgens de groepsleden geen echte commerciële drijfveer aan vooraf en van een palliatieve begeleiding bij een mogelijks carrièrebeëindiging zou er al helemaal geen sprake zijn. Simple Minds loopt reeds 20 jaar met het idee rond om ‘iets’ akoestisch te doen (met als exponent de eerste 2,5 minuten van « Belfast Child » uit 1989) maar alle verdere initiatieven werden steevast in de kiem gesmoord bij het beeld dat de groepsleden hierbij hadden van enkele oudere mannen die uitgeblust, op stoelen gezeten en omringd door kaarsen met akoestische instrumenten in de weer gingen met zicht op een indommelend publiek. Maar toen zij in 2014 naar aanleiding van de promotie van hun vorige plaat ‘Big Music’ akkoord gingen om een viertal nummers akoestisch te brengen tijdens The Chris Evans Breakfast Show op BBC Radio 2, kwam alles in een stroomversnelling. De reacties van de luisteraars bleken overweldigend positief te zijn en dit nam nog toe na hun optreden tijdens het Zwitserse festival Zermatt Unplugged. Dit mondde uit in een volledig ‘Acoustic‘ album en er werd een uitgebreide tournee aan verbonden die de groep ook driemaal naar ons land zou brengen. Meer bepaald werden er twee concerten in Kursaal Oostende en eentje in de Brusselse Bozar ingepland. En dat Simple Minds sinds hun doortocht in de jaren ’80 op het dubbelfestival Torhout-Werchter hier ten lande 30 jaar na datum nog steeds op handen gedragen worden, kwam tot uiting toen alle tickets in een mum van tijd uitverkocht waren en zelfs een extra concert niet voldoende bleek om aan de vraag te voldoen.

Afgelopen vrijdag vond in Oostende het eerste deel van het Belgische drieluik plaats en meteen werd duidelijk dat de groep niet zou nalaten om het publiek bij het nekvel te grijpen en ook al hadden ze hun stadionstatus in Glasgow achtergelaten, om een staaltje van entertainmentkunst aan de zeedijk te komen etaleren.
Zo werd meteen ingezet met « New Gold Dream (81-82-83-84) ».
Terwijl deze klassieker in een reguliere set naar het einde toe als extra troef uitgespeeld wordt, werden nu meteen alle kaarten op het podium gegooid. Nieuwkomer Cherisse Osei (o.a. Mika, Paloma Faith en Bryan Ferry) zette met volle overtuiging het nummer in op percussie waarna de overige groepsleden haar kwamen vervoegen. Frontman Jim Kerr betrad als laatste het podium en ging zich meteen een weg banen doorheen de zaal om aan te tonen dat akoestisch geen synoniem van dufheid hoeft te zijn en waarbij het publiek zich spontaan uit de knusse rode zeteltjes hees. Ook nadien zou Kerr nog geregeld de tijd nemen om tussen de nummers door  anekdotes te vertellen over hun 40-jarig (!) bestaan waarbij niet zelden vergezeld van een kwinkslag, teruggeblikt werd op hun prille jaren waar haar- en overgewichtproblemen nog niet aan de orde waren maar evengoed op de periodes toen de groep commercieel minder goed in de markt lag.
Door deze aanpak verkleinde de afstand met de volgelopen zaal nog meer en voelden de nummers veel persoonlijker aan dan de versies zoals te horen op het nieuwe ‘Acoustic’, een album fijn om te beluisteren maar geen absoluut hoogtepunt binnen de discografie van Simple Minds.
Hierdoor was wat volgde in de set, niet minder dan goed: « See The Lights » met subtiel gitaarspel van Charlie Burchill en « Glittering Prize » dat een extra soultoets meekreeg door de achtergrondvocalen van Sarah Brown en fraai ingekleurd werd door de fingerpicking techniek van bassist Geb Grimes (ex-Danny Wilson). Zelfs een uitgesponnen « Mandela Day » dat live soms wat vreemd aanvoelt bij de rest van de setlist, kwam nu beter tot zijn recht. Maar echte uitblinkers vormden de nummers die een volledige transformatie ondergingen zoals « Chelsea Girl » dat ontdaan werd van alle uiterlijk vertoon van new wave en klonk alsof het steeds akoestisch bedoeld was, en « Big Sleep » dat subtiel laag per laag opgebouwd werd en (letterlijk) uitmondde in een melodica bespeeld door Gordy Goudie (die al ruim 15 jaar met de groep samenwerkt en ook met o.m. Echo & The Bunnymen getourd heeft). En dan moest « Waterfront » nog de revue passeren waarbij de wervelwind der klanken gebaseerd op een repetitieve baslijn,  plaatsmaakte voor een zomers en dromerig briesje.
Er was traditiegetrouw ook ruimte voor enkele covers. Dat Simple Minds altijd al de veelzijdigheid van David Bowie hoog in het Schotse vaandel draagt, is al langer bekend (hun groepsnaam is overigens ontleend aan een fragment uit « The Jean Genie ») en afgelopen vrijdag zong Goudie dan ook als eerbetoon Bowies « Andy Warhol » (uit ‘Hunky Dory’). Inclusief  een stukje intro waarop Bowie te horen is als hij in de studio uitlegt hoe de naam Warhol uitgesproken wordt. Aansluitend nam Sarah Brown « Let The Day Begin », oorspronkelijk van The Call en inmiddels terug te vinden op twee albums van Simple Minds, voor haar rekening.
Vooraleer richting de toegiften te gaan, werd het vuur dan weer aan de lont gestoken met het soul- en gospelgetinte « Stand By Love », het onvermijdelijk « Don’t You (Forget About Me) » en het opzwepende « Sanctify Yourself ».

Op weg naar de finish riep men ook centrale gast KT Tunstall erbij om net als in het voorprogramma waarbij ze gedurende een halfuurtje als één brok energie en een vat vol enthousiasme een erg aanstekelijk optreden weggaf met o.a. « Two Way » en « It Took Me So Long To Get Here, But Here I Am » uit haar vorige album ‘Kin’ (2016) alsook haar twee hits
« Black Horse And The Cherry Tree » en « Suddenly I See ». Daarbij verschafte ze heel wat achtergrondinfo bij de nummers, goochelde met de effectpedalen alsof het een lieve lust was (wat zeker de goedkeuring van experten ter zake zoals Joseph Arthur of Ed Sheeran weggedragen had) en drapeerde een onbezonnen en uitgelaten sfeer over het Kursaal. Dit laatste was zeker ook het geval toen Tunstall als een jong en uitgelaten veulen meezong en -danste tijdens « Promised You A Miracle » (ook op het ‘Acoustic’ album verzorgt zij de achtergrondvocalen) en dit nog eens mocht overdoen bij « For What It’s Worth » toen ze samen met de groep een onderhoudende maar eigenlijk overbodige cover van het onovertroffen origineel van Buffalo Springfield vertolkte.

Een spetterend « Alive And Kicking »
deed het voormelde minpunt snel vergeten en bezorgde een kolkend Kursaal een afsluiter waar het op gehoopt had. Qua symboliek kon dit overigens tellen want Simple Minds toonde aan nog niet aan pensioen toe te zijn (er zouden al enkele afgewerkte nummers voor een volgend album op de plank liggen). Na vier decennia met hoogte- en dieptepunten en diverse personeelswisselingen, zijn zij er in geslaagd overeind te blijven en bieden ook live hun fans nog steeds (bij wijlen nostalgisch) entertainment. Op de tonen van « Let’s Stick Together » van Bryan Ferry (een knipoog naar drumster Osei?) nam de groep afscheid van hun aanhang. België en Simple Minds zullen wellicht altijd innig verbonden blijven.

Setlist
New Gold Dream (81-82-83-84) / See The Lights / Glittering Prize / Mandela Day / Chelsea Girl / Big Sleep / Stand By Love / Someone Somewhere In Summertime / Waterfront / Andy Warhol / Let The Day Begin / The American / Don't You (Forget About Me) / Sanctify Yourself
Honest Town / Promised You A Miracle / For What It's Worth / Alive and Kicking

Organisatie: Live Nation
 

The Blind Shake

The Blind Shake - Eén brok tomeloze energie

Geschreven door

Voor een iets te magere opkomst (daar zal de moordende concurrentie van zowel De Zwerver als The Pit’s, die diezelfde avond allen in dezelfde vijver visten, wel voor iets tussen zitten) mochten eerst Doorniks fijnsten, Sects Tape, hun nieuwe plaat met de heerlijke titel, ‘We’re all pink inside’, voorstellen. Deze religieuze organisatie, bestaande uit The Guru en vier volgelingen getooid met roze KKK-mutsen, vlogen er meteen in met een ongecompliceerde mix van garagerock, punk, hardcore en surf. Immer voortdenderende nummers gestuwd door pompende drums en voorzien van lekker galmende surfgitaren , konden ons hart wat sneller laten kloppen maar de uitzinnige taferelen die hier doorgaans mee gepaard gaan bleven wegens een wat overmaatse zaal uit. Net toen het wat teveel van hetzelfde dreigde te worden haalden ze het tempo naar beneden en dat zonder op hun bek te gaan. Wel integendeel, vooral dat ene traag startende nummer met een gitaar die gepikt leek uit het graf van Link Wray moet zowat het beste van de ganse set geweest zijn.

De muziek van The Blind Shake, het trio rond de broertjes Blaha uit Minneapolis, wordt nogal eens omschreven als surfpunk. Veel surf heb ik evenwel niet gehoord, dit was vooral postpunk met veel noise invloeden gebracht met een garage attitude. Misschien moeilijk te catalogeren maar één ding werd wel meteen duidelijk : dit was een echte live band. Wat een brok tomeloze energie!
Vanaf het eerste nummer, “I shot all the birds”, wist je dat dit goed zat. Catchy, fuzzed out punksongs voortgestuwd door waanzinnige drums en de voortdurend prominent aanwezige, wild resonerende bariton gitaar van Mike Blaha. Geen bas dus maar deze bariton gitaar is een stuk soepeler en zorgde voor het opzwepend karakter van hun eigenzinnige sound.
Broer Jim liet op zijn beurt zijn gitaar bijna verzuipen in spacey effecten terwijl hij zijn teksten nijdig krijsend door de microfoon joeg. En of dit werkte... Dit klonk verrassend aanstekelijk en liet zelfs de heupen niet onbewogen. Wat springerig ook waardoor ik meende wat invloeden van Devo te horen.
Slechts een paar keer liep het wat minder toen het echt wel te poppy werd. Maar dat werd dan weer snel goedgemaakt door een paar nummers waarin het gaspedaal wat gelost werd en die gehuld waren in een mysterieuze en broeierige atmosfeer. Wat bewees dat ze zoveel meer zijn dan zomaar een punkbandje. Na een strakke en verrassend sterke set sprong Mike Blaha meteen van het podium om koers te zetten naar de merchandise stand.
Geen ruimte dus voor bissen en daar kon het enorme gebulder van het publiek, dat lang bleef aandringen, niets aan verhelpen.

Organisatie: 4ad, Diksmuide

HO99O9

United States Of Horror

Geschreven door


We hebben het al meermaals geprobeerd, maar neen, wij zijn niet into hip hop. Verwijt ons gerust dat we oogkleppen op hebben, het kan ons geen moer schelen, maar hip hop is niets voor ons. Als er één genre is waarop de uitdrukking ‘dertien in een dozijn’ van toepassing is, dan is het dit wel. Hip hop artiesten sloven zich met zijn allen uit om er zo stoer mogelijk uit te zien, zetten om de haverklap hun goorste bek op en brullen er vaak idiote teksten uit waarbij the bitches en the nigga’s met een dozijn per minuut de deur uitvliegen. Maar een keertje origineel uit de hoek komen, dat is iets te veel gevraagd.  De formule is immers al jaren dezelfde. Men zoekt (of jat) gewoon een vette beat (maar nu ook weer niet te vet want de hitparade lonkt), men verzint een hitgevoelig refreintje en een paar vunzige raps, men haalt er een aantrekkelijk kontschuddend mulatvrouwtje bij die voor de geile achtergrondvocals zorgt, en klaar is kees. Wat het hem ook altijd doet zijn special guests met klinkende namen, het maakt niet uit wat die sukkels op de plaat komen uitvreten, als hun naam maar in de credits staat. Kassa!
Wij laten ons echter niet vangen. Als de uitvoerders nu Drake, Kendrick Lamar of Kanye West heten, voor ons is het allemaal eenheidsworst met een boze blik.
Pas als de hip hop echt gevaarlijk wordt en verstrengeld geraakt met de meest urgente hardcore, dan schieten wij terug wakker. Enter Ho99099, een bende pitbulls die zowel de platen van Public Enemy en NWA als deze van Black Flag, Ministry, Bad Brains en Minor Threat in hun kast hebben staan. Hip hop is hier niet het doel, maar wel het middel om de agressie er uit te spuwen. Bij Ho9909 voel je dat dit geen pose is, maar dat die gasten echt kwaad zijn. Het is er hen niet om te doen om de spierballen, bitches en tattoo’s te showen, maar wel om het kot in de fik te steken.
Ho99o9 begeeft zich in dezelfde onfraaie achterbuurten als Show Me The Body en Death Grips, maar daar waar Death Grips meer een chaos creëert van loodzware beats en gortige raps, gaat Ho99o9 het nog wat dieper in een hardcore underground zoeken. Dingen als “Street Power”, “Sub-Zero”, “City Rejects” en “New Jersey Devil”  zijn regelrechte straight-in-your-face-hardcore splinterbommen die snakken naar uitzinnige moshpits. “Face Tatt” en “Bleed War” zijn ontspoorde industrial tracks waar hoge vlammen uit komen, Nine Inch Nails op 1000 Volt. En wanneer de heren zich echt eens vastbijten in de de hip hop, dan hangt er klaar bloed aan hun tanden. “War Is Hell”, “Moneymachine”, “Splash”, “Hydrolics” en “United States Of Horror” zijn bijzonder heavy en moordzuchtige hip hop tracks, gebouwd op loodzware beats, dreunende bassen en raps die rechtstreeks naar de ballen mikken. De meeste rappers houden het bij blaffen, Ho99o9 bijt.

‘United States of Horror’ is een gedynamiteerde kruisbestuiving van hip hop en hardcore, een staatsgevaarlijke beenharde kopstoot ! Very punk, als je ‘t ons vraagt.

Pagina 444 van 966