logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

avatar_ab_22
Gavin Friday - ...

Joanne Shaw Taylor

Joanne Shaw Taylor- Blues, nothing but the blues (ikv Blueprint bluesfestival)

Geschreven door

Joanne Shaw Taylor - Nog maar 30 jaar en Joanne heeft al zes cd’s op haar palmares. Haar albums staan hoog genoteerd in de US Billboard Top Blues. In 2010 won ze de onderscheiding van beste zangeres bij The British Blues Awards. Het jaar erop haalde ze de prijs als Songwriter of the Year binnen. Joanne speelt zeer expressief gitaar en haar enigszins hese stem past perfect bij de muziek die zij speelt. Stergitarist Joe Bonamassa noemt haar ‘A superstar in waiting’.
Het had wat voeten in de aarde voor we de blonde gitariste aan de lijn kregen. Na diverse mails naar haar manager kregen we haar nummer. Maar… ofwel nam ze niet op, ofwel sloeg de voicemail aan. Uiteindelijk kreeg ik contact via haar roadmanager. Het interview kon plaatsvinden tussen de soundcheck en het avondmaal. Helaas, een buitenlandse gsm-lijn is niet altijd even duidelijk. Op de koop toe spreekt ze met een zwaar Brits accent… en ze heeft weinig tijd. Om dit gitaarwonder, ook wel het nieuwe gezicht van de blues genoemd, te spreken neem ik er de ambetantigheden bij.

Je bent ontdekt door Dave Stewart van Eurythmics. Hoe is dat verlopen?
Ik was pas 16 toen ik hem een cassette overhandigde na een liefdadigheidsconcert. Dave bleek danig onder de indruk. Ik werd uitgenodigd om mee te spelen in zijn supergroep D.U.P. met onder meer Candy Dulfer en Jimmy Cliff. Later stond ik met Annie Lennox op het podium voor zo’n 12.000 toeschouwers.

Hou je van Let’s Dance van David Bowie?
Sure I do. Het was de zoveelste switch in zijn carriere en het werd zijn best verkochte album. Het zal je niet verwonderen dat ik er gek op ben omdat Stevie Ray Vaughn, één van mijn helden, er leadgitaar op speelt. David had Stevie ontdekt op Montreux Jazz. Op de singles Let’s Dance, China Girl en Cat People hoor je duidelijk Stevie’s zeer herkenbare Albert King-stijl.

Jimi Hendrix is ook één van je favorieten. Vertel
Zijn debuutalbum Are You Experienced heeft me werkelijk van mijn sokken geblazen. Het nummer Manic Depression staat bij mij op kop. Hendrix schreef de song nadat zijn manager Chas Chandler op een persconferentie verteld had dat Jimi klonk als een manisch depressieveling.

Herinner jij je optreden zo’n 10 jaar terug in een Bredense kroeg vlakbij Oostende?
Oh my god. Neen, dat zegt me niks meer. Ik ben zowat constant aan het toeren en niet alles blijft me bij. Ik ken ook geen Belgische muzikanten want ik speel slechts sporadisch in je land. Voor en na mijn shows schiet er niet zoveel tijd over.

Al je concerten in het Verenigd Koninkrijk zijn uitverkocht. Is dit een gevolg van je verschijning in ‘Later… with Jools Holland’?
Dat heeft ermee te maken. Maar ik krijg ook lovende recensies, mijn cd’s scoren super, collega’s als John Mayall en Stevie Wonder apprecieren me, en ik speel onnoemelijk veel.
Zo krijg je faam.
Sorry mate, I’ve got to go. Daar gaat mijn goede reputatie. See you at the festival.


BLUEPRINT BLUESFESTIVAL
-Joanne Shaw Taylor (U.K.)
-Marino Noppe band
-Tiny Legs Tim
-Ed De Smul
zondag 26 maart 2017, 16 uur
cc Zomerloos Gistel, Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken., 059 27 98 71, € 18

As It Is

Okay

Geschreven door

As It Is is een Britse poppunkband die wel heel goed naar zijn Amerikaanse voorbeelden geluisterd heeft. Op hun nieuwe album ‘Okay’ brengen ze coole pretpunk in de stijl van New Found Glory, Good Charlotte, Sum 41 en Blink 182. Heel Amerikaans en soms heel catchy. Op vrijdag 16 juni mogen ze op Graspop op de Jupiler-stage spelen, maar of de Belgische metalheads deze pretpunk naar waarde zullen weten te schatten, is nog maar de vraag.
De punk van As It Is is meestal braaf en glad, zoals op “Pretty Little Distance” en single “Hey Rachel”. Evengoed staan er op ‘Okay’ enkele tracks waar helemaal geen punk in. “Curtains Close”, “Soap” en “Still Remembering” geraken niet verder dan een middelmatig pop-nummer. Een beetje jammer dat ze niet eens in de punk-geschiedenis van hun eigen land gedoken zijn.
Toch zijn er aantal nummers waarop de Britten zowel muzikaal als tekstueel hun tanden laten zien. “Patchwork Love” en “No Way Out” laten een jeugdig enthousiasme horen dat we nog kennen van de eerste platen van Green Day en The Offspring. Ook “Austen” en “Until I Return” zijn best genietbaar.
‘Okay’ is een prima album voor wie van compromisloze pretpunk houdt. Ideale muziek voor een warme zomer bij het skatepark.

Sepultura

Machine Messiah

Geschreven door

Sepultura is sinds 1998 de band waar Max Cavalera opgestapt is. De resterende bandleden en nieuwe zanger Derrick Green hadden sindsdien moeite om de bestaande fans ervan te overtuigen dat doorgaan met Sepultura nog wel zin had. Elk nieuw album van Sepultura werd zowel door fans als critici als wisselvallig en middelmatig bestempeld.  Maar Andreas Kisser, Derrick Green en Paulo Xisto hielden voet bij stuk en bleven touren en nieuw materiaal uitbrengen. Pas bij hun vorige album, The Mediator Between Head And Hands Must Be The Heart, waren de critici weer nagenoeg unaniem tevreden over het niveau.
Voor een deel van de ‘oude’ Sepultura-fans zal ook het nieuwe album Machine Messiah bij voorbaat een verloren zaak zijn, maar wie hier met een open vizier naar luistert, krijgt een album om duimen en vingers bij af te likken.
‘Machine Messiah’ opent met de gelijknamige track en die laat een Sepultura (en vooral een Derrick Green) horen die we nog niet kenden: traag en dreigend, met nagenoeg cleane vocals. Daarna slaan de Brazilianen terug met “I Am The Enemy” een broeierige deathmetaltrack zoals uit de goede oude dagen van “Arise”. Daarna krijgt de luisteraar al de mooiste parel uit dit album voorgeschoteld. “Phantom Self” is een uppercut die death en thrash vermengt met Oosters klinkende violen en die zich zo op het niveau hijst van het beste van het ‘Roots’-album. Alle puzzelstukjes vallen hier mooi in elkaar. “Iceberg Dances”, “Sworn Oath” en “Resistant Parasites” zijn van hetzelfde hoge niveau en verdienen dezelfde lof. Deze vier songs zetten andere tracks als “Alethea”, “Silent Violence” en “Cyber God” een beetje in de schaduw, maar elk op zich verdienen die wel nog een ruime voldoende, onder meer dankzij het uitstekende, heel gevarieerde drumwerk van Eloy Cassagrande. Fans van de ‘oude’ Sepultura en andere liefhebbers van de beter thrash en death die dit links laten liggen, hebben ongelijk.

My Baby

Prehistoric Rhythm

Geschreven door

De Amsterdamse band My Baby is in ons land al bekend bij het publiek van Radio 1. “Seeing Red”, de single van hun vorige album, stond heel wat weken op de playlist. Dezelfde mix van rock, blues en dance vind je op het nieuwe album ‘Prehistoric Rhythm’.
In vergelijking met de twee vorige albums heeft My Baby het dance-universum nog wat verder verkend, met name tot aan de triphop. Niet dat er zuivere triphop-tracks op dit album staan, maar een aantal ademen wel die sfeer van Massive Attack en Portishead. Het maakt dat deze muziek nog wat moeilijker te definiëren is, maar de belangrijkste ingrediënten blijven blues, rock en dance. Met een Belgische of Vlaamse band vallen ze moeilijk te vergelijken, maar er zijn vaagweg raakpunten met SX, (vroege) Hooverphonic, Bettie Serveert, Yazoo, Alabama Shakes en Intergalactic Lovers.
De mix van al die muziekstijlen werkt het beste in openingstrack “Electrified”, een hete, bezwerende smeltkroes van electro en blues, met als ultieme twist de licht vervormde stem van zangeres Cato van Dijck. “Same Wave” is dan weer traag, mysterieuzer en moeilijker in een hokje te duwen. Single “Love Dance” trekt het tempo weer omhoog, opent wat braaf, maar bloeit dan helemaal open tot een echt dance-nummer. Mooi opgebouwd, dansbaar, zelfs meezingbaar, maar misschien niet representatief voor de band en het album.
“Cosmic Radio” combineert de eerder vermelde triphop-feel met Midden-Oosterse invloeden. “Ancient Tribe” is dan weer heel opzwepend en opnieuw heel dansbaar, maar kan niet helemaal overtuigen. Daarvoor is er muzikaal en tekstueel toch wat te weinig vlees aan het been.
Ergens halfweg het album laat My Baby de dance-invloeden een beetje los en krijgen we een meer rockende en bluesy versie van dit trio te horen. “Moon Shower” leunt weer een beetje op Portishead, maar dan met een dikke streep bluesrock erdoor. Ook in “Make A Hundred” wordt er onbeschaamd gerockt. “Haunt Me” is verslavend en overtuigend bluesy, maar zit vol verwachting zonder echt open te breken. Dat doen “Sunflower Diesel Blues” en “Straight No Chaser” dan weer wel. Het is prachtige bluesrock, zoals we die kennen van bv. Alabama Shakes.
‘Prehistoric Rhythm’ sluit na dat rock-geweld af met een alternatieve versie van “Haunt Me”, dit keer verpakt als minimalistische electro. Als om nog eens te benadrukken dat My Baby uit heel veel verschillende vaatjes tapt. Het geëxperimenteer pakt meestal heel goed uit, maar evengoed zou je soms wensen dat ze niet alle richtingen tegelijk uitgaan.

Neville Staple

The Return Of JudgeRoughneck

Geschreven door

‘The Return Of Judge Roughneck’ van Neville Staple is het beste ska-album van 2017! Niet dat de Brit in dit genre veel concurrentie zal hebben, maar toch. Neville Staple doorkruist de Britse ska-geschiedenis reeds sinds de jaren ’80. Hij was erbij in verschillende bezettingen van The Specials en Fun Boy Three en werkte reeds samen met leden van No Doubt, Bad Manners, Rancid, The Beat, Desmond Dekker, The Damned en The Clash.
Het pas uitgebrachte ‘The Return of Judge Roughneck’ is zijn derde solo-album. De rechter in de titel verwijst naar een personage dat Staple indertijd verzon voor de track “Stupid Marriage” van The Specials. Het is ook de naam van de openingstrack van dit album en die vervult elke belofte die in de naam zit. Je waant je meteen terug in het begin van de jaren ‘80, naar de periode dat The Specials, The Beat en Madness het mooie weer maakten met hun 2Tone-ska. 
De eerste track is misschien nog een beetje mellow ska en opvolger “Bangarang”, een cover van Lester Sterling & Stranger Cole, is meer reggae dan ska, maar voor het overige is het op dit album al ska en rocksteady wat de klok slaat. Neville Staple is niet de meest fantastische zanger, vooral een toaster, maar dat compenseert hij met veel enthousiasme en met een begeleidingsband die nergens een steek laat vallen. Zij houden je als luisteraar het hele album in de juiste flow.
Het album is een mengeling van ska-klassiekers uit Jamaica en de UK, nummers uit Staple’s eigen muzikale verleden en een paar welgemikte covers zoals Jimmy Soul’s “Be Happy”.  Behalve fantastisch genietbaar, vrolijk en dansbaar is het een fantastische trip down memory lane. Net als in de gloriedagen wordt er al eens subtiel of minder subtiel met de vinger gewezen: politici krijgen op verschillende songs een rake veeg uit de pan en ook andere dieven wordt de les gespeld, zoals op “Crime Don’t Pay”.
Maar het is vooral de muziek die primeert. “Lunatics” zit een beetje in het straatje van “Ghost Town” van The Specials en “Maga Dog” is een gepimpte versie van een song van The Specials. “Gang Fever” heeft een orgelriedel die van Madness had kunnen zijn.
Het ‘gewone’ deel van dit dubbelabum sluit af met een knappe versie van “Sweet Sensation” van The Melodians. Daarna is het de beurt aan een tweede album met dub-versies, die begint met een prachtige versie van de klassieker “Enjoy Yoursel”, die de liefhebbers nog zullen kennen van de versie van Prince Buster en die ook op de live-setlist van The Specials staat.  Daarna volgen nog dub-versies van “Maga Dog” en “Crime Don’t Pay”.  Sommige songs blijven mooi overeind in de dub-versie, maar andere dub-tracks zijn enkel voor de liefhebber genietbaar.
Neville Staple is een mooie aanvulling voor wie nog regelmatig een 2Tone-klassieker oplegt. Het proberen aansluiting vinden bij de liefhebbers van dub komt niet altijd mooi uit de verf.

Beyond The Labyrinth

The Art Of Resilience

Geschreven door

Het vierde album van Beyond The Labyrinth heeft na beluistering een beetje een progressieve insteek. Dit op muzikaal vlak. Maar ook het concept van het album dat gaat over jezelf oppikken en doorgaan op moeilijke momenten. De muziek heeft naast de ietwat progressieve uitwerking ook elementen van melodische, gothische en symfonische metal. De zang klinkt eerder als dat van een klassieke melodische metal/hardrock band. Dus geen grunts en growls. Dat zou bij deze muziek ook niet meteen passen. Voor de vocals deed men onder meer beroep op Will ‘Wizz’ Beauprez ( De vorig jaar overleden zanger zingt hier op “Carry On”), Filip Lemmens, Oliver Wright, Colin Flynn en nog een deel van gastzangers. Positief is dat het album daardoor gevarieerd maar toch samenhangend klinkt. Alle songs zijn mooi uitgebouwd en klinken haarfijn: van de traditionele ballad “Someone Watching Over You” naar de iets donkere en steviger song zoals “Prince of Darkness” tot de iets progressievere song “Salve Mater”. Op dit vlak kunnen we zeker niet klagen.
Bij momenten doet de muziek mij een beetje aan bands zoals Whitesnake, Y&T, Rainbow… denken. De goeie hardrock/metal bands uit de jaren 70, 80 en 90 dus. Het artwork is ook heel mooi tot in de details uitgewerkt. Sfeervolle foto’s, tekstboekje… Je merkt dat er werk in gestoken werd.
‘The Art of Resilience’ klinkt heel potent, melodisch en volwassen. Voor wie van deze stijl van metal/rock houdt is dit een heel aangenaam album waarin de songs centraal staan. Kwaliteit noemen we dat dan.

Power Trip

Nightmare Logic

Geschreven door

Power Trip, het beestige hardcore-trash-metal combo uit Texas, pakt op ‘Nightmare Logic’ uit met hondsbrutale metal die recht op doel afgaat. Het allesverwoestende album beukt met volle geweld de deuren in en slaat ondertussen alle ramen aan diggelen. Het staat bol van moordriffs, extreem vette trash-gitaren, bloeddorstige vocals en een pompende ritmesectie die de boel onverbiddelijk aan flarden rijt.
Acht barbaarse songs worden er in een dik half uur met een rotvaart doorgejaagd en ze richten flink wat averij aan. Geen tijd voor franjes of rustpuntjes, laat staan ballads. Er is maar één richting en dat is rechtdoor, alles wat men onderweg tegenkomt wordt meedogenloos verpletterd.
Dit is van de meest furieuze en directe metal die er dezer dagen te vinden is. Hiermee vergeleken is Metallica een loungegroepje en Slayer een balorkest.

Flume

Skin

Geschreven door

Flume is het alterego van de Australische producer Harley Streten en is zo beetje het nieuwe wonderkind van de elektronische scene . Op de nieuwe plaat meet hij het met drum’n’bass , krautrock , trippop en postdustep . Een uur lang wordt je in deze wereld ondergedompeld en de handvol instrumentals zijn z’n DJ ervaring door de jaren in elektronisch vernuft en bleeps. Een rits gastvocalisten verleenden hun medewerking ; door die veelzijdigheid sijpelen invloeden van hiphop, soul en sferische sounds door. De songs zijn catchy, extravert en minder ingetogen dan op het debuut . “Never be like you” met Kai Lyrics en “Say it” met Tove Lo springen in het oog ; de songs met Reakwon , AlunaGeorge , Litte Dragon , Vince Staples/Kucka zijn eveneens de moeite en onderstrepen de bredere aanpak met zalvende , gruizige en forsere beats .
Het is best een spannend album van een artiest die verder gaat dan zijn DJ ervaring , en met de gastvocalisten een stapje waagt en chill en dance  in elkaar laat verweven.

Lyenn

Slow Healer

Geschreven door

Lyenn is het alterego van Fred(erick) Jacques . Hij heeft al een paar platen uit en heeft voor deze nieuwe gekozen voor een puur emotievol melancho geluid . Hij is gekend als bassist bij Dans Dans en trok mee op tour in de Mark Lanegan Band .
In Lyenn kan hij nog verder z’n creativiteit kwijt in sobere , intieme , tedere , sombere songs. De sound gaat naar de essentie en het indringend gitaargetokkel is bepalend. De tien nummers zijn traag slepend en hebben dus een donkere inslag. We hebben een ingehouden spanning . We voelen verlies, verlating , wantrouwen aan . Zijn innemende , grauwe stem injecteert en  doet z’n werk. Keys en piano durven aan te vullen.
Met een knipoog naar de aanpak van Timber Timbre , hebben we een plaat , die dwingt naar volledige overgave .

Milow

Modern heart

Geschreven door

Milow brengt al dag en dauw heel gemoedelijke muziek, aangenaam luistervoer van dromerige , sfeervolle gitaarpop , semi-akoestisch of elektrisch onder z’n zalvende , warme stem . Hij heeft al een pak singles waarvan “You don’t know” en 50 Cents “Ayo technology” in het geheugen gebrand zijn . De mooie pophits , de tunes en het charisma tekenden voor de succesvolle carrière .

Ook hier is het een album vol sfeervolle nummers , de keys , elektronica en beats dringen zich wat meer op , dan op de vroegere platen, wat we horen op “Waiting around for love”, “Love like that is easy” en “No no no” . De strijkers , die voor een rijkelijke aanvulling al zorgden , zijn nu op het achterplan . “Howling at the moon” is de sterke  single. Het ingetogen “Way up high” neemt je in door de gevoelige pianotunes. Vermakelijk en smaakbol materiaal , dat balanceert tussen melancholie en geluk(zaligheid).
De carrière van Milow, Jonathan Vandenbroeck, begon simpelweg met een man , z’n stem en akoestische gitaar . De extra tracks , vroegere nummers, ondersteunen dit ; de eenvoud en melodie raken.
Kortom Milow is er steeds voor een streepje gezapige, aangename  muziek .

Pagina 456 van 966