logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
avatar_ab_04

Blissard

Blissard

Geschreven door

Het viertal van Blissard komt met een meer dan een verdienstelijk debuutalbum op de proppen.  Deze formatie uit Leuven ontstond in 2011 uit de assen van hardrockband Dial P for Panic. 
Al in 2012 werden enkele nummers opgenomen waarna Blissard opnieuw on hold werd gezet.  Dit jaar namen de heren de draad opnieuw op en werkten ze hun titelloze debuutalbum af.   Zelf noemen ze Motorpsycho, Pearl Jam, Guns n’ Roses en Nirvana als hun grote voorbeelden en daar valt wel iets voor te zeggen. 
De  mix van indierock,  grunge en prog  lijkt namelijk zo uit de nineties te komen.  Als we één referentie naar voor mogen schuiven, dan is het wel The Dildo Warheads. 
Dertigers die fan waren van deze band, zullen nummers als “The Echo Head”, “Ghost Room” en “I Hear Your Name”  zeker smaken. Ook de andere zeven tracks zijn meer dan degelijk maar hebben als constante dat ze enige luisterbeurten vergen.
Je kunt deze band zelf ontdekken via www.facebook.com/BlissardBand

Lost Baron

Kelder EP

Geschreven door

Dat er best nog wat onontgonnen metalen talent in de West-Vlaamse bodem schuilt, bewijst Lost Baron!  Het  viertal uit Koolskamp komt zomaar op de proppen met een eerste veelbelovende EP.  Zes stevige nummers knallen lekker uit de speakers en tonen een gretige band die naadloos metal, stoner, hardrock en sludge tot een geheel verweeft. 
Zelf noemen ze High On Fire, Mastodon, Deftones en Your Higness als belangrijkste invloeden. Het niveau van deze grootheden halen ze misschien nog niet maar de band is alleszins goed  op weg! Deze in eigen beheer en 1 take opgenomen EP klinkt zeer krachtig en het is duidelijk dat Lost Baron goed heeft nagedacht over haar nummers. 
Zo is er opener “We’re All Slaves” dat  start met een donkere, repetitieve gitaarrif waarna een machtig refrein en een verrassende outro volgt.  Ook “Blackened Heart” is een vakkundig opgebouwde track die bestaat uit enkele donkere riffs en een schitterend refrein met een glansrol voor  zanger Jannick Verlinde.  Verder nog een eervolle vermelding voor “Reign ’N Chaos” dat verplicht voer is voor iedere rechtgeaarde stonerfan.
Lost Baron hoopt om met dit schijfje letterlijk uit hun kelder-repetitieruimte te kunnen ontsnappen, wat ons betreft zal dit zeker lukken! 
Zelf luisteren kan  via  http://lostbaron.bandcamp.com

Deafheaven

New Bermuda

Geschreven door

Tip : zet al uw huisgenoten tijdelijk het huis uit (de kat loopt vanzelf wel weg), zet alle ramen open (’t zal nodig zijn, ook al is ’t putje winter), schuif uw complete interieur aan de kant, schenk u zelf een Bloody Mary Extra Strong in, zet een stevige valhelm op uw kop, doe een kogelvrij vest aan en plaats de nieuwe Deafheaven in de cd lader. Op maximum volume, voor wie het aandurft. Als u een beetje vertrouwd ben met de bloeddorstige voorganger ‘Sunbather’ dan weet u wat u te wachten staat, de tijd van uw leven.
Deafheaven is een metalband die meer buiten de grenzen van het genre vertoeft dan er binnen, die met een voorhamer alle muren sloopt tot er niets meer intact is en die na de meest gewelddadige terreuraanval plots alle sirenes stil legt om over te schakelen op een sensitieve serenade. Van loeiharde metal met krijsende vocals (hier worden meerdere varkens gekeeld) gaat het naar wondermooie post-rock met heerlijk uitwaaiende gitaren.
Neem nu bijvoorbeeld het 10 minuten durende “Luna”, dat begint met de meest extreme teringherrie om dan na zes minuten te worden bevangen door glorieuze post-rock gitaren die een prachtige melodie komen neerzetten. Het echte pronkstuk is echter “Baby Blue”, waarbij een glooiende intro na drie genotvolle minuten transformeert in een brok granieten metal met excellent soleerwerk en pompende riffs.
En altijd weer is daar die duivelse George Clarke die zijn zien ziel er op een weerzinwekkende en destructieve manier uitschreeuwt. Vermoedelijk worden diens stembanden na elke take gespoeld met een kokend mengsel van kerosine, cyanide en hyenabloed. Hier houdt hij het vijf songs vol, vijf meesterlijke brokken lawaai die samen goed zijn voor vijftig minuten bloedstollend geraas geflankeerd met weelderige post-rock adempauzes.
‘New Bermuda’ is een plaat die uiterst dodelijk gif spuwt, een helse schijf om op hoog volume te draaien en de buren de gordijnen mee in te jagen, zelfs al wonen die op meer dan 100 meter afstand.

Kamasi Washington

The Epic

Geschreven door

Een plaat die hier nu al lang ligt te broeden op onze desk en één waar wij steeds meer met volle overgave in verdwalen is ‘The Epic’ van Kamasi Washington. Een wel zeer omvangrijk werkstuk die zijn naam niet gestolen heeft, een opus van maar liefst drie cd’s goed voor zo eventjes een droge drie uur muzikale genialiteit.
Let wel, dit speelt zich af ver buiten de wereld van de rock- en popmuziek, het is een ware jazzmarathon die zijn wortels vindt bij grootheden als Wayne Shorter, Donald Byrd, Fela Kuti, Miles Davis, John Coltrane en Herbie Hancock. En dan te zeggen dat dit een debuutplaat is, meer bepaald van een uiterst begaafde 34 jarige saxofonist, een supertalent die voorheen zijn sporen verdiende in de backing band van diverse jazz artiesten, maar ook bij meer hippe namen als Kendrick Lamar en Flying Lotus.
Kamasi Washington gunt op dit epische werkstuk zijn muziek en diens uitvoerders alle tijd om hun weg te vinden, de composities durven al eens uitlopen tot boven de 14 minuten en het soleerwerk is royaal aanwezig. Naast een kwistig aanbod aan virtuoze saxofoonpartijen van de meester zelf is er voldoende speelruimte voor een resem uitmuntende muzikanten die zich hier ten volle mogen ontplooien.
‘The Epic’ is een broeihaard van blazers, strijkers, piano, seventies orgels, geraffineerde bassen en koorgezangen die uit een futuristische film lijken te zijn weggelopen. Er is tijd zat voor kleurrijke en geïnspireerde jams maar het wordt nooit richtingloos. Ook niet-jazzfreaks, en daar rekenen we onszelf toe, kunnen hier met volle teugen van genieten. U hoeft dit niet in één ruk uit te zitten, wij vinden het immers ook een heuse uitdaging om drie uur aan een stuk naar jazz te luisteren, ook al is die van het meesterlijkste soort . U mag het van ons mondjesmaat doen, deze rijkelijke en magistrale jazzmuziek zal sowieso nieuwe deuren openen.
Met zo een imponerend kunstwerk achter de kiezen mogen we deze debutant al meteen een plaatsje geven tussen de jazzgrootheden die wij hier hebben vermeld.

Killing Joke

Pylon

Geschreven door

Bij Killing Joke is het heilige vuur nog lang niet geluwd. Sedert hun ontvlambare comeback plaat ‘Killing Joke’ uit 2003 spelen zij steevast terug in de top van de hoogste klasse. Ook ‘Hosannas From The Basement Of Hell’ (2006), ‘Absolute Dissent’ (2010) en ‘MMXII’ (2012) waren stuk voor stuk hondsbrutale platen waarop Killing Joke zinderende post-punk liet opboksen tegen een muur van striemende metal-riffs. De nieuwe ‘Pylon’ mag fier dit rijtje vervoegen. Met de droge moordriff, de aardedonkere synths en de psychotische vocals op opener “Autonomous Zone” komt Killing Joke nog eens fijntjes tonen dat zij grondleggers zijn van de zogenaamde industrial, een genre die verder werd groot gemaakt door o.a. Nine Inch Nails, Ministry en The Young Gods. Een song als “Euphoria” lijkt wel het ruigere broertje van de eighties hit “Love Like Blood”, maar dan ontdaan van enig hitpotentieel en daarom zo veel beter. Het laaiende “New Jerusalem” is een dansnummer, eentje waarop zombies dansen nadat die zijn teruggekomen van een moordzuchtige bloederige missie. “I Am The Virus” is een terreuraanval, een splinterbom die recht in het gezicht ontploft, denk aan het fenomenale “Asteroid” uit die fameuze hondsdolle plaat ‘Killing Joke’ uit 2003.
Dit is nu toch al weer de derde plaat waarop Killing Joke in zijn originele bezetting schittert, en dat werpt zo zijn vruchten af, hun geluid is stilaan terug onverwoestbaar geworden. Geordie Walker is een gitarist die het begrip moordriff meermaals in ere herstelt, de ritmesectie Youth (bass) en Paul Ferguson (drums) pompen daarachter die massieve donderklanken en halve gek Jazz Coleman voorziet het hele goedje van bezeten en boosaardige vocals. Gevolg : een solide en krachtige sound waar geen speld is tussen te krijgen.

The Icarus Line

All Things Under Heaven

Geschreven door

Wat gebeurt er als je Swans, The Birthday Party en The Stooges veertien dagen ergens in het hartje van de jungle bij een kannibalenstam laat overnachten ? Dan krijg je zo iets als ‘All Things Under Heaven’, de nieuwe van The Icarus Line, een onherbergzame band die alle uithoeken van de ongecultiveerde wereld opzoekt. De band wordt met de jaren meer ongrijpbaar en kleurt steeds verder buiten de lijnen, maar klinkt ook steeds beter.
‘Slave Vows’ en ‘Avowed Slavery’ waren al twee schuimbekkende lappen roerigheid, deze ‘All Things Under Haven’ is zowaar nog uitzinniger, grimmiger en intenser. Gitaren scheuren en barsten open, noise erupties snijden diepe gleuven in het beton en allerlei ongedierte komt voortdurend van achter de struiken geslopen.
Frontman Joe Cardamone spuwt zijn getormenteerde ziel er uit op songs als “Ride Or Die” en “Total Pandemonium”, het zijn agressieve monsters met doordringende giftanden en ongure levensdriften. In zwaarmoedige hompen als “El Sereno” en “Little Horn” huist bijna de geest van Michael Gira, dit is het soort schrikwekkende dreiging die hij ook uit zijn almachtige Swans zou puren. Nog zo een onvermijdelijke invloed die door Cardamone’s aderen loopt is de onvermijdelijke Nick Cave, en dan meer bepaald de jonge Cave toen die nog aan allerlei verboden stuff zat. Of ook de Nick Cave van Grinderman natuurlijk, check de desolate klanken van “Bedlam Blue”, de onbeteugelde agressie van “Mirror” en de ontspoorde gospel van “Solar Plexus” .
‘All Things Under Heaven ‘ is allesbehalve een hapklare brok muziek, het is een gewaagde trektocht doorheen een wildernis van hachelijk struikgewas waarachter allerlei akelige creaturen verscholen zitten.

Speedy Ortiz

Speedy Ortiz - tegendraadse indie-rock met een gothic kantje

Geschreven door

Speedy Ortiz, de band rond frontvrouw Sadie Dupuis, bracht in april hun derde album uit, ‘Foil Deer’, maar stonden pas de eerste maal op een podium in Brussel. Wellicht daarom was de Rotonde dan ook maar half gevuld. Vrolijke pop kun je dit niet noemen, Speedy Ortiz speelden in een goeie 50 minuten de tegendraadse, door de jaren negentig geïnspireerde melodieën van hun nieuwe album. Het volume was het hele concert door meer dan stevig te noemen, Sadie Dupuis en de Afro dragende tweede gitarist duwden het hele concert  door stevig het gaspedaal in.

Wij misten een beetje de goede hooks, ja , je kon goed headbangen op de nummers, maar niet echt veel songs bleven hangen omdat de band bewust voor prikkeldraad en botsende klanken koos in plaats van herkenbaarheid. Het beste nummer vonden we “Tiger Tank”, omdat Dupuis daar de toonladders aftuimelde zoals Liz Phair in haar feministische klassieker “Exile in Guyvile”. Ook Dupuis had een feministische statement te maken,  de slogan ‘Gender is over’ sierde het podium. Soms pakte Dupuis uit met een vibrato, denk aan Sleater-Kinney, die trouwens dit jaar een comeback maakten. Veel nineties-invloeden dus, overgoten met een licht Gothic-sausje, maar ik vond dat geen onverdeeld succes. De band had er vanavond ook niet veel zin in, denk ik, want een bis kon er niet af.

Setlist
Taylor – Graduates – Sk8 – Ginger –Dot X – Casper –Puffer – My dead girl – Mr. Difficult – Tiger Tank – Homo novus – plough – swell content – bigger party – American horror – Ka-prow

Organisatie: Botanique, Brussel

Yo La Tengo

Yo La Tengo zetten covers naar hun eigen hand

Geschreven door

Yo La Tengo is populair in België, ook nu weer was er heel wat volk naar Het Depot afgezakt voor deze band uit Hoboken, New Jersey. Yo La Tengo kwamen hun veertiende album voorstellen, ‘Stuff like that there’, dat net als ‘Fakebook’ uit 1990 hoofdzakelijk uit obscure covers bestaat. Yo La Tengo heeft er een bandlid bij, Dave Schramm, die hun originele gitarist was tussen 1984 en 1986 en er dus op het nieuwe album en bijhorende tour weer bij is. 
Net als bij hun vorige passage in Het Depot, speelde Yo La Tengo vanavond twee sets, met een korte pauze tussenin. Waar de vorige keer deel één akoestisch was, en deel twee elektrisch, speelde de band vanavond de hele avond door voornamelijk akoestisch, dus de fans van de hevige gitaaruitbarstingen, waaronder ik mijzelf reken, waren er aan voor de moeite. Geen rondje headbangen dus, maar de rustige Yo La Tengo biedt ook nog veel lekkers, ideaal voor een zondagavond.

Het podium was wel speciaal aangekleed: de band had  10 schilderijen op katheders opgesteld, werken die ze zelf gemaakt hadden, zo zat er een schilderij tussen van Georgia Hubley en ook een van James Mcnew, maar ook de grafische werken van andere artiesten zoals Jad Fair en het Nieuw-Zeelandse The Clean, hadden een plaatsje gekregen op het podium.
Ira Kaplan, 58 ondertussen, was wat grijzer geworden, maar trad nog altijd op in zijn kenmerkende streepjes-t-shirt. James Mcnew speelde op een contrabas vanavond, en de kleine Georgia Hubley, mocht in het midden de centrale plaats innemend, staand achter haar drums. Zij is erg bepalend voor het geluid van Yo La Tengo, ze speelt meestal met borstels, waardoor de sound een sixties-klank krijgt, schatplichtig aan The Velvet Underground & Nico. Ze was goed bij stem vanavond, of ze nu alleen zong, of in duet met Ira Kaplan. Kaplan was dan weer minder bij stem, breekbaar en niet altijd toonvast.
De set bestond uit een mix van eigen nummers en obscure covers, die allemaal naar de Yo La Tengo-hand gezet werden, zodat je niet kon opmaken wat nu een cover was en wat een eigen nummer.
De enige nummers die echt als covers naar voor kwamen waren “Corona” van The Minutemen, door Jason Mcnew gezongen, dat iedereen kent als het kenwijsje van de MTV stuntreeks “Jackass” en de Cure cover, “Friday I am in love”. Soms waren de covers gewoon kleine, rustige liedjes, niks speciaals eigenlijk, maar toch mooi.
Na de pauze speelde Dave Schramm een aantal nummers op lapsteelgitaar.  Het meeste applaus oogstte Yo La Tengo vanavond met dromerige psychedelica, zoals bijvoorbeeld in “Ohm”, waarbij het publiek zo stil was dat je een plastic bekertje kon horen vallen.  Afsluiten deed de band met een Johnny Cash-cover, opnieuw een bewijs dat deze indie-veteranen ieder nummer naar hun eigen hand kunnen zetten.

Setlist:
Deel 1 : One to cry – Weakest – Rickety – My heart’s not in it –Ice melting – Take it or – Naples – Corona – The ballad of red buckets – Summer – Before we stopped to think
Deel 2 : Automatic doom– elephant – Double – A while away – Butchie’s tune- Locked door- Hatchet-Friday I’m in love – Wasn’t born – Big day – Ohm- Our way


Neem gerust een kijkje naar de pics

http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/yo-la-tengo-25-10-2015/

Organisatie: Depot, Leuven

Sales

Sales + Sinkane - Een veel te groot contrast

Geschreven door

Sales + Sinkane - Een veel te groot contrast
Sales + Sinkane
Charlatan
Gent
2015-10-25
Kimberley Haesendonck

Charlatan Gent, altijd een fijn weerzien! Zeker wanneer er twee topbands geprogrammeerd staan. Democrazy gooide Sales en Sinkane in één zaal en schotelde zo een mooie line-up voor!

Twee jonge enthousiaste mensen uit Florida kropen het podium op en waren klaar om een iets oudere EP en enkele nieuwe nummers aan het publiek voor te stellen. De Charlatan stond behoorlijk vol en terecht, want Sales (zie foto homepag) is een band dat dringend ontdekt moet worden door het grote publiek. De muziek stond behoorlijk stil en dat stoorde. Het gepraat van de ongeïnteresseerde mensen achteraan overheerste. Frontvrouw Lauren stelde voor de muziek luider te zetten en zich niets aan te trekken van de decibelnormen in België. Zorgen voor morgen. En dat werkte. In de set vond je ingetogen nummers als “Getting it on”, maar ook heel dans en beweegbaar materiaal zoals de allereerste single “Renee”. De set was tevens ook zeer goed opgebouwd en eindigde in een absoluut hoogtepunt met “Chinese New Year”. En zo was iedereen opgewarmd voor de volgende act van de avond.

Sinkane, een Aziatisch/Afrikaans viertal die aanstekelijke, dansbare muziek brengt waardoor je niet anders kan dan je heupen te laten bewegen. De frontman deed ons op sommige vlakken zelfs een beetje denken aan Stromae, en dat is uiteraard een compliment.  Zowel de hits als nieuw materiaal werden voorgesteld. De set begon swingend, maar werd al snel een beetje langdradig.
De nummers lijken te veel op elkaar, waardoor het moeilijk werd het publiek te blijven boeien. Voeg daarbij nog eens een gebrek aan bindteksten toe en het wordt helemaal moeilijk de aandacht erbij te houden.
Tijdens de bis ronde stond er ook opvallend minder volk in de zaal dan in het begin, wat niet verbazend was. Het optreden was gewoon niet boeiend genoeg. Het contrast tussen de muziek van Sales en die van Sinkane was te groot. En daarmee willen we niet zeggen dat het optreden slecht was, het stond hier gewoon niet op zijn plaats. Zet deze band op Couleur Café, in de vroege avond wanneer de zon onder gaat, dat zou gegarandeerd veel beter werken.

Organisatie: Democrazy, Gent

Hollis Brown

Hollis Brown: klaar voor de doorbraak?

Geschreven door

Hollis Brown: klaar voor de doorbraak?
Hollis Brown + Bruce Sudano
café De Zwerver
Leffinge
2015-10-24
Ollie Nollet

Het was geen van de minsten die de avond mocht openen in De Zwerver. Bruce Sudano (geboren in New York en verkast naar L.A.) was voorheen actief in minder bekende bands als Alive ‘n Kickin’ en Brooklyn Dreams maar maakt wellicht meer indruk met de hits die hij schreef voor Jermaine Jackson (“Tell me I’m not dreamin’”), Dolly Parton (“Starting over again”) en Donna Summer (“Bad girls”). Aan dat laatste nummer, dat hij hier dus speelde, werd een heel verhaal gebreid waarin hij het voortdurend had over zijn girlfriend en hij vergat te vertellen dat hij gewoon meneer Donna Summer was die trouwens twee kinderen met haar heeft.
Naast hem zat (slide-) gitarist Randy Mitchell die volgens Sudano ooit een Grammy Award won voor zijn werk bij Warren Zevon. Dan zal dat voor “Knockin’ on heaven’s door” uit diens zwanenzang “The wind” geweest zijn, meteen ook het enige nummer waarbij hij op de loonlijst van Zevon stond. Maar Mitchell was wel nog te horen op platen van talloze andere artiesten. Zelfs op eentje van The Osmonds(!) en meer recent ook op “Hobo” van acteur Billy Bob Thornton waarvan hij tevens co-producer was. Bruce Sudano kwam dus met zijn tweeën zijn nieuwe plaat die hij opnam met The Candyman Band, “The Burbank sessions”, voorstellen.
In De Zwerver lieten ze, beiden op akoestische gitaar,  zich wel bijstaan door de pianist en de drummer van Hollis Brown maar uiteindelijk hebben we die twee niet vaak gehoord. Sudano heeft een mooie, soulvolle stem waarmee hij meestal lange, verstilde songs bracht, subtiel ingekleurd door de gitaar van Mitchell en waarin de hand van de vakman duidelijk hoorbaar was. Intelligente teksten ook die getuigden van Sudano’s rake observatie van onze maatschappij. Vrij aardig en onderhoudend al vermoed ik dat dit op plaat net iets te gesofisticeerd zou kunnen klinken voor mijn ongewassen oren.
“Ride on the train” (op Alive Records) uit 2013 vind ik nog steeds een hartverwarmende rootsrockplaat. Ook “Gets loaded” waarop ze integraal “Loaded” van The Velvet Underground coverden mag er best wezen terwijl ze me vorig jaar live ook al konden overtuigen in ‘De Nodige Deugd’ te Moorslede. Kortom, een groep waar ik nog veel van verwachtte maar die me toch danig lieten schrikken toen ik hun nieuwste, ‘3 Shots’, onder de naald legde. Wat klonk dit glad en gepolijst, als was het een knieval voor de commercie. Na enige tijd kon ik tussen de laagjes glazuur toch wel enige sterke songs ontwaren maar dat maakte het enkel des te spijtiger.

Gelukkig klonk het op het podium allemaal een stuk potiger. Hollis Brown (pics homepag) had er net een tour in het voorprogramma van de Counting Crows op zitten en dat was eraan te zien. We zagen een groep boordevol zelfvertrouwen, goed geolied en met zeer veel honger. Ze speelden dan ook meer dan anderhalf uur. Opener “Cathedral” klonk meteen al een stuk appetijtelijker dan op die laatste plaat. Mike Montali bleek meer dan ooit een erg begenadigd zanger.
Samen met de vier andere, al even competente muzikanten wist hij een onwrikbare sound te produceren waarin vage sporen van C.C.R., The Band en Neil Young terug te vinden waren. Die laatste werd trouwens geëerd met een cover : “Revolution blues” (uit ‘On the beach’). Eén stinker niet te na gesproken werd dit een set vol deugdelijke songs waarvan er enkele toch wat te vlot binnen hapten. Maar dat laatste werd ruimschoots gecompenseerd door enkele nummers waarin stevig gerockt werd zoals “Rain dance”. Een onafgewerkte song van Bo Diddley die Hollis Brown mocht vervolledigen en die hier met een schitterende Randy Mitchell op slidegitaar uitgroeide tot een machtig epos.
Na de zo al lange set volgde nog een uitgebreide bisronde met onder meer een ietwat bleke versie van “Sweet Jane” en een fenomenaal “John Wayne” waarin Hollis Brown boven zichzelf uitsteeg. Deze song, die begint als iets van Calexico om vervolgens in een gitaarfestijn te belanden waarvoor Drive-By Truckers hun neus zeker niet zouden ophalen, was op zich alleen al de moeite waard om naar Leffinge af te zakken.
Hollis Brown lijkt me klaar voor het grotere werk. Hopelijk zonder verdere toegevingen...

Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge

Pagina 515 van 966