logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Stereolab
Kreator - 25/03...

Sleaford Mods

Sleaford Mods – Geruchtmakend optreden in al zijn eenvoud

Geschreven door

Sleaford Mods en Sissy Spacek
Ancienne Belgique (AB Box)
Brussel

Het Britse duo Jason Williamson en Andrew Fearn , Sleaford Mods, draaien in hun geluid de klok terug naar de punk van 76. De rappende streetpunk van de vuilbekkende Willamson en zijn kompaan snijdt diep; in een onnavolgbaar Nottinghams dialect krijgen we een rits scheldpartijen over van alles en nog wat, dweept , wekt hij verbale agressie en vijandigheid op, en de bekertje vliegen in het rond .

De punkpoëet - half dichter , half hooligan lookalike - , ergens tussen Mike Skinner van The Streets en Mark E. Smith van The Fall in , rapt , spuugt over de lekker groovende bonkige beats van bas en drums op de laptop van Fearn heen .
Fearn , de pet wat voorover, hoeft niks meer te doen dan de startknop van z’n laptop in te drukken, die op drie omgekeerd gestapelde lege Belle-Vue bakken staat; hij staat er wat stilzwijgend mee te rappen , de ene hand in de zak en met de andere blikjes bier achterover kiepen .
Een statement wat de twee daar in al hun eenvoud staan te doen . Treffend zeker , iedereen krijgt ervan langs,  een soort ‘no future’  van veertig jaar terug ….
Een klein uur vuurden ze hun rollercoaster af in korte , goede, kernachtige , rauwe, dansbare tracks , die durfden te dreunen op een repeterende Suicide beat in . Heerlijk dat meer van hetzelfde van hun twee cd’s totnutoe , de recent verschenen ‘Key markets’ en hun debuut ‘No divide and exit’ van vorig jaar. Messcherpe raps van ‘cunts’ , ‘fucks’ , ‘twats’, .. én sounds met opgeheven vuist en middelvinger waar Williamson rond zijn microstatief hangt .
Eenvormigheid dwarrelt , sluipt wel rond maar met een “No one’s bothered”, “Face to faces”, “A little ditty” , “Jolly fucker” en “Jobseeker” hebben we er een handvol die een sterke indruk nalieten .

Williamson is natuurlijk de onderscheidende factor en het stralende middelpunt  met zijn duizelingwekkende ‘rants’ en ongegeneerde scheldtirades . Het publiek en de wereld even doen stilstaan van wat er gebeurt , al schuilt er in dat protest ook wat humor . Duidelijk een geruchtmakend optreden van dit duo , Sleaford Mods !

Eén van de supports was Sissy Spacek , die hun naam ontleenden aan de actrice die we kennen van o.m. de horrorthriller ‘Carrie’ , ‘Coal miner’s daughter’ , ‘Missing’ en ‘Crimes of the heart’. 20 minuten lang werden we overspoeld , overweldigd door hun noise terror/– core  en experimentjes , geleest op bas en drums (elementen die op tape stonden bij Sleaford Mods btw) , de vooraf opgenomen snijdende gitaarloops en de krijsende, schreeuwende zang … Ergens borrelde hier dat andere noise collectief Lightning Bolt op , te zien op Sonic City Kortrijk binnenkort. Interessant dus …

De volledige Sleaford Mods show staat nu ook online op de AB site - Enjoy it! , https://www.youtube.com/watch?v=34BULg876gQ&feature=youtu.be

Organisatie: Ancienne Belgique , Brussel

Fuzz

Fuzz II

Geschreven door

Hoera, weer eentje uit de Ty Segall stal. Voor de tweede keer al zit onze garageheld achter de drumvellen bij Fuzz voor een plaat die alweer grossiert in seventies rock die in een patchouli-bad gemarineerd is. De gitaren doen de groepsnaam alle eer aan en klinken gruizig als het meest zompige van Blue Cheer, de vocals brengen het hele goedje geregeld terug naar de sixties en de drums roffelen alsof Jon Bonham terug tot leven is gewekt. In de garage heeft Fuzz een heet brouwsel van maar liefst 14 driftige songs gesmeed, het gaat van hard-rock langs psychedelica naar stoner-rock en een occasionele streep punk.
Bij wijze van apotheose is de laatste song “II” een 13 minuten durende jam van uitzinnige gitaren, op hol geslagen drums, uitwaaierende echo’s, geschifte riffs, psychedelische weed-wolken en Hendrix-solo’s die in een vat wijn werden ondergedompeld.
Hoewel een bedrijvige Charles Moothart hier onder invloed van een flinke dosis Tony Iommi extracten de gitaar beroert, klinkt dit toch zéér Ty Segall. Benieuwd waar hij hierna zijn tanden zal inzetten.

Ought

Sun Coming Down

Geschreven door

Het Canadese Ougth is samen met Protomartyr één van de fijnste indie-bands van het moment. Vorig jaar kwamen ze de neus aan het venster steken met het scherpzinnige en frisse ‘More Than Any other Day’, een meer dan veelbelovend debuut. De bevestiging is een feit met de al even indringende opvolger ‘Sun Coming Down’. Ook dit jaar lonken de eindejaarlijstjes.
Geen dwarse stijlbreuken, wel het verder uitdiepen van een eigen hoekige sound die zich manifesteert in een stel fijnzinnige en brandende indie- en postpunksongs. Nog een stuk nadrukkelijker dan op het debuut zijn de referenties naar The Fall, en dat heeft veel te maken met de prompte en vaak declamerende vocals van Tim Beeler.
De man spuwt het er uit op de punktonen van een gebeten “The Combo” (Captain Beefheart in overdrive) en hij begeestert in volle Mark E Smith stijl het absolute pareltje “Beautiful Blue Sky”, het gepassioneerde centerpunt van dit album dat hier zowat acht minuten staat te schitteren.
Een stel furieuze en prikkelende gitaren nemen een prominente rol in op deze plaat. Als de distortion knop zijn gang mag gaan hebben ze bovendien een doordringende Sonic Youth geur (“Sun’s Coming Down”) terwijl ze elders hellen naar de subtiliteit van een gedreven Television (“Passionate Turn”).
Amper acht songs staan er op ‘Sun Coming Down’, zoals op een goeie ouwe vinyl LP met vier nummers per kant. Dus van overdaad geen sprake, alle songs zijn even penetrant en krachtig.

Joe Jackson

Fast Forward

Geschreven door

Wie zit er nog te wachten op een nieuwe plaat van Joe Jackson ? We weten immers dat de sympathieke halve kaalkop in jaren geen deftig album meer uit zijn kennelijk leeggelopen creatieve brein heeft weten te persen. Op de koop toe werd Joe Jackson dit jaar gevraagd voor Night Of The Proms, het opvangtehuis voor artiesten die hopeloos op retour zijn en hun eigen hits met behulp van de plaatselijke harmonie in een georkestreerde recyclageverpakking terug aan de man proberen te brengen.
Het moet dan ook nog eens lukken dat wij, net nu dat nieuwe schijfje hier voor onze neus ligt, zopas op een tweedehandsmarkt Joe Jackson zijn schitterende debuutplaat ‘Look Sharp’ (1979) op heerlijk zwart vinyl hebben aangeschaft.
Briljante plaat, nog steeds, met onsterfelijke klassiekers als “One More Time”, “Is She Really Going Out With Him”, “Got The Time”, “Fools In Love”, “Sunday Papers”,…. Na al die jaren terug enorm van genoten. Wat moeten we dan met deze ‘Fast Forward’ ? Hier kunnen we echt weinig mee aanvangen. Natuurlijk, Jackson’s heldere en mooie stem klinkt onaangetast en zijn fijne pianosound is uit de duizenden herkenbaar, maar songs van het kaliber van hierboven zijn in geen mijlen te bekennen. Zowat alle tracks zijn lauwe doorslagjes van dingen die hij eerder al veel beter heeft gedaan. De ballads, en dat zijn er nogal wat, probeert hij even aangrijpend als destijds te brengen, maar die komen er wat onbeholpen en vooral slijmerig uit.
De uptempo songs ontberen het venijn van de jonge Jackson en ook de coverkeuze is op zijn minst gezegd nogal misplaatst. Geen idee wat Jackson zijn bedoeling was met Television’s “I See No Evil”, maar het resultaat is een draak waar Tom Verlaine zeker niet zal kunnen mee lachen. En het kan nog erger, op een afschrikwekkend onding als “Good Bye Jonny” zouden we Jackson vroeger nooit betrapt hebben, dit vehikel lijkt te zijn weggelopen uit een geflopte Broadway musical. Pijnlijk.
In volle bewustzijn hebben wij beide platen nog eens naast mekaar gelegd : ‘Look Sharp’ is een pittig en fris debuut dat schittert van begin tot einde, ‘Fast Forward’ is behang met een saai motiefje.
Het is helaas waar, Joe Jackson is klaar voor Night Of The Proms. Om het met Will Tura’s woorden te zeggen : Arme Joe.

Windhand

Grief’s Internal Flower

Geschreven door

Het land van de doom-metal is een oord waar nevel en mist nooit optrekken, waar de gitaren als sloophamers de grond bewerken en waar tergend trage heavy riffs diep in het canvas snijden. De songs overschrijden niet zelden de tien minuten en laten daarbij steeds een aanzienlijk spoor van vernieling achter. We denken aan bands als Bell Witch, Electric Wizard, Pallbearer en Sleep (pioniers in het genre, hun meesterwerk ‘Dopesmoker’ bestaat uit welgeteld één song, en die klokt af boven het uur).
Vooral met Pallbearer heeft Windhand veel gemeen, het is loodzware slow-motion metal met een heldere melodie die komt aanwaaien vanuit de gure achtergrond. Songs als “Forest Clouds” en het bijzondere lange en intrigerende “Kingfisher” doen een mens wegzweven onder een wolk van loden bassen en bedwelmende leadgitaren die het oneindige opzoeken.
Vrouwen zijn sowieso zeldzaam in de metal-wereld, maar hier zorgen de ijle vocals van Dorthia Cottrell voor aangename nuances in het logge gevaarte, dit is iets helemaal anders dan de potsierlijke kermis-metal van pakweg Nightwitch of Within Temptation. Bovendien weet Cottrell hier ook de gevoelige snaar te raken met “Sparrow” en “Aition”, twee bekoorlijke akoestische rustpunten die een fraai contrast vormen met het brute bulldozergeweld op de rest van de plaat.

Everything Everything

Get to heaven

Geschreven door

De uit Manchester afkomstige Everything Everything is al aan toe aan hun derde cd . In hun indiepop , sijpelt de artrock nog meer dan vroeger door de electro/toetsen. Hun songs zijn toegankelijk, hebben pakkende dromerige melodieën, aanstekelijke, broeierige ritmes, niet vies van dramatiek en pathos ,  en er is een meerstemmige zang . De falset zang van gitarist/toetsenist Jonathan Higgs is indringend . Finesse en subtiliteit . Stuart Price als producer (zie Zoot Woman, Les Rhytmes Digitales e.a.) is niet vreemd dat de keys een prominent plaatsje innemen. “Sping – sun - winter – dread” en “Fortune 500” zijn de singles die moeten zorgen dat de band een breder publiek bereikt , maar ook “Zero pharaoh” en “No reptiles” dringen zich op . Mooi!

Zita Swoon Group

Nothing that is everything

Geschreven door

Altijd wel iets bijzonders als Stef Camil Carlens als zijn avontuurlijke drummer Aarich Jespers aan het werk zijn Naast het ‘gewone’ werk met Moondog Jr en Zita Swoon schreven ze filmmuziek ( remember ‘Sunrise’) , waren er de inspiratievolle ‘Bandinabox’ optredens , de voorstellingen van de theater/dansproductie ‘Dancing with the Sound Hobbyist’, Rosas, en voegden ze er het woord ‘Group’ aan de bandnaam toe , wat ‘Wait for me’ opleverde, een muzikale ontdekkingstocht door Burkina Faso en Mali . Het gezelschap opereerde muticultureler dan ooit . En ook met ‘New old world’ toonden de twee dat zij het (vertrouwde)  muzikale pad een andere bredere wending geven. Een eindeloze reeks projecten, zo lijkt het wel .
Voor het Klarafestival creëerden de twee vast leden van Zita Swoon ‘Nothing that is everything’ , een kleurrijke performance, die muziek , ritme , beeldende kunst en hun voorliefde aan dadaïsme met zijn klankpoëzie en absurde humor samenbrengt.
De groep vertrekt vanuit een fragment uit de film 'Dada' (1969) van Greta Deses, over de eerste dadaïstische voorstelling in het Cabaret Voltaire in Zürich (1916). Hugo Ball bracht er zijn klankgedicht ‘Karawane’.
Een vloeiende overgang tussen dans en muziek opnieuw , een theatrale, multidisciplinaire presentatie , die groovy , aanstekelijk, sfeervol , filmisch en leuk , ontspannend klinkt door de eigen , unieke identiteit. “Dada for spring radio” en “Why say it once” zijn twee singles , een  barometer voor dit project .

Desaparecidos

Payola

Geschreven door

Die Conor Oberst is een muzikale duizendpoot en multi-instrumentalist , maar hij komt de laatste jaren nog maar mondjes maat met plaatwerk … het is wat stil geworden , solo als met Bright Eyes of met The Mystic Valley Band en het project Monsters Of Folk.
Net tegen die achtergrond van opmerkelijke stilte schudt hij ons hardhandig wakker met Desaparecidos , die nu na 2002 nog maar hun tweede plaat uithebben . Hier wordt de indie/alt amercana van de man weggeblazen , de donkere gedachtenkronkels maken plaats voor een maatschappijkritische noisy punksound van 14 krachtdadige songs , puur, oprecht, bevlogen ,  ergens tussen Gaslight Anthem en Dropkick Murphys in . Ze gaan lekker tekeer in een furieus, stevig , gebald geluid . Muzikaal sterk en  mooi meegenomen!

The Octopussys

Leagues Below

Geschreven door


Enkele jaren geleden waren we onder de indruk van ‘Face The World’, het fijne debuut van The Octopussys.  Het was een ongecompliceerde, fijne en snedige punkpopplaat in het verlengde van grootheden als Sum 41, Blink 182, Lagwagon en No Use For A Name.  Het was niet alleen bij ons dat ‘Face The World’ enthousiast werd onthaald getuige de vele shows in binnen- en buitenland die The Octopussys daarna wisten te versieren.
Het heeft wat geduurd maar na vier jaar is  er eindelijk een opvolger!  Verwacht geen grote stijlbreuk hoewel ‘Leagues Below’ over het algemeen iets meer (college)rockgeörienteerd is dan ‘Face The World’. 
The Octopussys zijn er opnieuw in geslaagd om een fijne selectie van catchy, poppy punksongs te componeren die na een handvol luisterbeurten zich gegarandeed in je schedelpan nestelen.  “Don’t Call me Shirley”, het grappige “Beer Me Up” , onze favoriet  “Groundhog Day” ... het zijn tracks die het live uitermate goed zullen doen. ‘Leagues Below’ onderstreept zo  dat The Octopussys tot de belangrijkste punkbands in Vlaanderen mag gerekend worden!

Alex G

Alex G. - onvervalste collegerock zoals in de Nineties

Geschreven door

Alexander Giannascoli is niet bepaald een artiestennaam die gemakkelijk bekt, dus houdt de 22-jarige collegestudent uit Philadelphia het maar op Alex G. Alex G. neemt zijn platen thuis op, en krijgt daarbij hulp van zijn zus voor het artwork. Een echte slaapkamerartiest dus, die zijn eigen nummers met gitaar en keyboard in elkaar knutselt in de lo-fi traditie. Vorig jaar leerden we hem kennen met het album ‘D.S.U. (Dream State University)’ en met ‘Beach Music’ dit jaar, zijn zevende plaat al, werd hij nu opgepikt door het  Domino-label. Een heel productieve artiest dus, die ons doet denken aan Elliott Smith, Sparklehorse, Guided by Voices, en ook wel de vroege Ween, vooral dan omdat hij naast zijn normale zangstem, zijn falsetstem, ook nummers zingt met een heliumstemmetje, dat in combinatie met de drumcomputerbegeleiding wel heel erg  aan Dean en Gene Ween doet denken, die trouwens ook uit Pennsylvania komen en net als Alex G. al op heel jonge leeftijd met muziek begonnen.

De tunnels in Brussel zaten goed dicht, zodat Alex G. al begonnen was toen we in de Witloof Bar toekwamen. Live was Alex G. een viertal in traditionele rockbezetting,  drums, bas en twee gitaren dus die een stuk potiger uit de hoek kwamen dan op plaat.
Onvervalste collegerock dus in de stijl van Pavement, maar dan toonvaster gespeeld en gezongen. Built to Spill was nog een naam die bij mij op kwam, vooral dan door de stem van Alex, want op epische gitaaruitbarstingen moest je niet wachten: in pure lo-fi stijl klokten de meeste nummers net boven de twee minuten dertig af, als een song een hoede hook had en er verder niks verteld moest worden, dan werd de song gewoon abrupt afgebroken. Met zeven albums op je conto op je tweeëntwintigste hoeven er natuurlijk ook geen nummers gerekt te worden, gewoon een nieuwe farde nummers opentrekken leek wel het motto.
Instrumentale niemendalletjes onder de minuut zaten er ook tussen, en in een nummer onderbrak een drumsolo gewoon de melodie om in een volledig andere richting verder te gaan. Het kan ook zijn dat er gewoon twee nummers op  onhandige wijze aan elkaar geplakt werden, in ieder geval, het was lekker rommelig zoals  lo-fi moet zijn. Door het vroege aanvangsuur was er ruim tijd voor bissen, zodat Alex G. een halfuur verzoeknummers aan nam van het publiek. “After Ur Gone” en “Axesteele” waren mijn favorieten, tweeminuten-snoepjes voor headbangers.

… Mark Linkous en Robert Pollard hebben een waardige opvolger, Alex G. is zijn naam …

Organisatie: Botanique, Brussel

Pagina 516 van 966