logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Epica - 18/01/2...
Hooverphonic

Motörhead

Bad Magic

Geschreven door

Twee heavy metal grootheden komen ongeveer tegelijkertijd op de proppen met een nieuwe plaat. Iron Maiden komt aanzetten met een hoogdravend dubbelalbum van anderhalf uur met nogal epische karaktertrekken (‘The Book Of Souls’), de ene vindt het een sublieme wederopstanding, voor de ander is het vooral een vermoeiende aangelegenheid.
Motörhead doet het daarentegen met een nieuwe knalpot die ronkt en klinkt als al hun vorige, dus uitermate fantastisch, luid, snel, hard, rechtdoor en onverwoestbaar.
Lemmy mag dan met allerlei gezondheidsproblemen te kampen hebben, hij is hier wederom volledig zichzelf en komt met zijn in whisky gemarineerde schuurpapieren stem nog maar eens de kakkerlakken uit de muren jagen. Er zit misschien wat sleet op zijn lichaam (kan ook niet anders, na zo een gortig rock’n’roll leven), we horen het in ieder geval niet. Niemand klinkt als Lemmy en niemand zal dat ook doen.
Motörhead zijn The Ramones van de hard-rock, telkens maken ze quasi dezelfde plaat, maar in hun geval is dat geen gebrek maar een zegen. Fuck evolutie, iedere Motörhead plaat is altijd weer geweldig.
‘Victory Or Die’ schreeuwt Lemmy als prompte binnenkomer uit zijn hese strot, en hop, we zijn weg voor 40 minuutjes onvervalste Motörhead-herrie die er als vanouds een schuimbekkende rotvaart op nahoudt. Och ja, er staat een ballad op (“Till The End”), hebben we even goed mee gelachen, en die cover van “Sympathy For The Devil” moest ook niet echt (sommige songs zijn van nature uit zo perfect dat men zou moeten verbieden om ze te coveren). Maar voor de rest : Great Motherfuckin’ Hard Rockin’ Ramshackle Motorhead Stuff !
En ja, wij hebben ook de nieuwe Iron Maiden aan een aandachtige luistersessie onderworpen, maar wij weten toch welk album door de speakers te jagen terwijl we onze bak Jupiler achterover kiepen. 

Young Fathers

White men are black men too

Geschreven door

Vorig jaar wonnen ze onverwachts , maar mooi meegenomen het prestigieuze Britsh Mercury Prize ; het multi- culturele trio Young Fathers uit Schotland (een samenwerking van twee West-Afrikanen en een Schot) ; ze plaatsen zich hier in het rijtje van The xx , James Blake en Alt-J.
Ze debuteerden met een erg creatieve plaat ‘Dead’  , een muzikaal beleven door de mishmash aan stijlen. Hun muzikale achtergrond zorgt voor een eigenzinnige, grillige mix van avant-garde, hiphop, r&b, noise , gospel en triphop achtige sferische soundscapes . ‘Urban British Music’ scandeert men .
Ze botsen muzikaal met elkaar en  intrigeren door een aanhoudende spanning , dreiging , de stekelige hak-op-de-tak- opbouw, de bezwerende grooves , beats en sampling, zonder de melodie uit het oog te verliezen .
De opvolger is evenzeer interessant ; door de neurotische ritmiek ervaren we wat gekte , het jengelt , vervreemdt  maar de toegankelijkheid en de subtiele geluidjes  houdt het geheel mooi en compact. Meer dan ooit borrelt hier het oude Tv on the radio en Death Grips op.
Het excentriek combo gaat geïnspireerd te werk . Op die manier hebben we een sterke, boeiende reeks nummers als “Shame”, “27”,  “Rain or shine”, “Nest” en “John Doe”…
Check deze band zeker. Aanrader !

Swervedriver

I wasn’t born to lose you

Geschreven door
Het uit Oxford afkomstige Swerverdriver rond Adam Franklin was één van die 90s  iconen die de shoegaze binnen de Britse (indie) pop kleur gaven , samen met Ride, Slowdive, My Bloody Valentine , Loop en hun peetvaders Jesus & Mary Chain . En die bands worden nu letterlijk van onder het stof gehaald .

Swervedriver liet 17 jaar op zich wachten en brengt na ‘The 99th dream’ van ’98 zelfs een nieuwe plaat uit . Hun eerste twee , ‘Raise’ (91)  en ‘Mezcal head’ (93) mag je alvast binnen het genre inlijsten.
De nieuwe plaat houdt ergens het midden en toont een sterke return aan . De eerste twee nummers “Autodidact” en “Last rites” passen perfect binnen het plaatje van het genre  en zijn de barometer van die gruizige, twinkelende gitaarloops , met wat nonchalance , binnen een melodieus concept ; de repetitieve gitaarlagen zwieren, zweven en bouwen op , de pedaaleffects zijn gedoseerd en ze behouden die kenmerkende (mee)slepende , bedwelmende , dromerige tune en intensiteit .
Het vloeit mooi in elkaar over in de daaropvolgende “For a day like tomorrow” en “Setting sun” . Mooie slepende voortkabbelende songs , die zorgen voor een zwierig, broeierig , aangenaam , zalvend geluid . Om dan opnieuw hobbelig en met weerhaken te klinken als op “Red queen arm race” , “Deep wound”, “Lone star” en “I wonder?” … Fijne comeback !

Alabama Shakes

Sound & Color

Geschreven door

De southern retro blues/soulrock van de uit Athens afkomstige Alabama Shakes , rond zangeres Brittany Howard, straalt enorm veel emotie uit . “Hold on” van het debuut ‘Boys & Girls’ uit 2012, betekende de definitieve doorbraak. De forse dame kan gitaarspelen , heeft charisma en kan vocaal alles aan flarden doen scheuren … Met een gospel verleden in het achterhoofd, heeft ze een stem als een klok, indringend, ruig, helder en zuiver, de kapstok voor de doorleefde broeierige sound van het gezelschap .
Een amalgaan aan stijlen, garagerock , funk , gospel , americana, horen we in het materiaal,
wat een reeks afwisselende songs oplevert , die stevig uit de hoek kunnen komen , of intens, pakkend, puur zijn . “The greatest” , “Shoegaze” en de single “Don’t  wanna fight” zijn de extraverte , de gevoeligheid is het sterkst bij “Gimme all your love”, “This feeling”  en “Guess who”. De afsluitende twee, “Gemini” en “Over my head” raken door de intense spanning en opbouw .
Verder hebben we nog een reeks aangename songs, doorleefd , compact, die toch voldoende  ruimte bieden aan de instrumentatie en door Brittany’s vocals elan krijgen .
Een boeiende , straffe plaat , een bevestiging van hun debuut !

I Will , I Swear

Strings of gold (EP)

Geschreven door

Het Gentse I Will , I Swear dwingt respect af. Na een veelbelovende dubbelsingle is er nu een EP uit van vijf nummers , die een herfstpalet aan kleuren laat horen, dromerig en melancholisch , onder de feeërieke stem van Fien De Man . Het duo is uitgegroeid tot een heus combo wat een voller , rijkelijk geschakeerd geluid oplevert op een “Summer nights” en “Fractures” . Intimiteit als vanouds heb je op het afsluitende “Lakes”;  de twee andere zijn oprecht , puur , authentiek, een ingenomen kracht die I Will , I Swear sterk, overtuigend maakt. Puik EP’tje!

Masters@Rock Festival 2015 op 28 en 29 augustus 2015 – Geslaagd , gevarieerd tweedaags festival

Masters@Rock Festival 2015 op 28 en 29 augustus 2015 – Geslaagd , gevarieerd tweedaags festival
Masters@Rock Festival 2015
Festivalterrein
Torhout
2015-08-28 & 29
Astrid De Maertelaere en Stan Vanhecke

Er stond wat druk op de ketel voor de organisatoren van Masters@Rock. Ze haalden meer toegankelijke namen naar het festival na het minder bezoekersaantal van vorig jaar, waarop slechts 5000 mensen aanwezig waren. De oppervlakte van het festivalterrein werd gehalveerd om het wat gezelliger te maken. Er werd zelfs gesproken over een mogelijk laatste editie van het nog jonge festival indien er minder dan 8000 toeschouwers werden gehaald.
Gelukkig konden we al vroeg vernemen dat de combitickets uitverkocht waren en we naar alle waarschijnlijkheid een zevende editie van het festival zullen krijgen. En hoe kon het ook anders. Een enthousiast publiek, een allegaartje van jong en oud, konden genieten van het laatste warme zomerweer met een frisse pint (of cola) in de hand en enkele fantastische streepjes muziek.

dag 1 – vrijdag 28 augustus 2015
Nochtans begon vrijdagavond nogal lauwtjes met het Brugse Vienna. Vienna is één van de Belgische bands die enkele jaren geleden werd opgemerkt door Maurice Engelen. Hij kwam later op de avond optreden met Praga Khan. Dat ze uit Brugge zijn, konden we al snel merken aan hun accent. Via Sonic Angel brachten ze hun enige album ‘One Heart at a time’ uit waar vrijdag hun beste poppunknummers werden uitgehaald.
Het is niet eenvoudig om met een gering publiek de sfeer in de tent te houden, maar we konden toch enkele op- en neergaande voetjes bespeuren. “One heart at a time” klonk goed, net als “Two Wrongs”. De zangeres heeft iets weg van Anouk of Avril Lavigne, maar dan zonder het echte hitgehalte.
Hoewel de zangeres met haar crop top goed haar mannetje kon staan, heeft de band op ons helaas geen blijvende indruk nagelaten. Al kregen we op het einde van de show wel even de toestemming om haar “ass” te checken.

Dan werden we toch gelukkiger als Compact Disk Dummies het podium kwam opgevlogen. De gebroeders Lennert en Janus Coorevits, respectievelijk 22 en 20 jaar jong, donderden zoals gebruikelijk door hun set heen. Deze jonkies zijn al vijf jaar bezig en bevestigden vrijdag hun muzikaal talent. Na een lang uitgesponnen intro en via een stevig “Ulysses” kregen we “What You Want”. Leuk, want een mens blijft niet graag op zijn honger zitten. De Dummies gingen dus vliegend van start, met een steeds op en neer gaande krullenbol van Lennert om ons te entertainen. Maar er was ook ruimte voor melodieuze diepgang, de synths en gitaren konden zich op de goede momenten ook eens inhouden. “Average Girl” was wat ons betreft één van hun best gebrachte nummers, het zat simpelweg sterk in elkaar. Toch was niet elk nummer even fantastisch. “Walls cavin’ inn” was wat chaotisch en vooral heel luid gebracht. Dat showbeest Lennert Coorevits doorheen het publiek ging, versterkte dat effect alleen maar. Daarna hoorden we “The Reeling”. Dat is en blijft natuurlijk een topper van formaat en iedereen hoopt natuurlijk dat de Compact Disk Dummies in de toekomst nog zo’n formidabele platen zullen maken. De set werd keurig afgesloten met de ondertussen bekende cover van “Toxic”. U weet wel, dat is eigenlijk het beste nummer van Britney Spears. Deze jongens maakten het nog (veel) beter.
Wij hebben dus enorm genoten van deze band. De Compact Disk Dummies zijn het levende bewijs dat elektro en rock perfect kunnen samengaan. We durven denken dat zelfs de echte rockers van de set genoten zullen hebben.

Dat zou voor Maurice Engelen wel wat moeilijker worden. Met Praga Khan staat hij al sinds 1989 op het podium. Hij verzorgde een optreden met twee gezichten. Enerzijds zijn er natuurlijk de oorwurmen van een songs die simpelweg iedereen te pakken krijgt. Praga Khan bewees nog altijd een steengoede danceact met een stevige ‘rave’kant te hebben. Aan de andere kant was er Maurice die zich als een gek gedroeg. In het begin van het optreden kregen we nog behoorlijk samenhangend materiaal met “We follow the sun”, “Love” en “Tausend Sterne”. En het moet gezegd, het leek erop dat het een dik feestje ging worden. Daarna ging het alleen maar bergaf met Maurice. Zijn evenwicht was het eerste die ging, samen met de zang. De 56-jarige was duidelijk met nog andere dingen bezig geweest dan zijn stem opwarmen. Zich overal aan vasthoudend geraakte hij nog bij “Breakfast in Vegas”, een hit die luidkeels werd meegezongen door het ondertussen talrijke publiek. Daarna was het tijd voor stagediven -uw reporter zorgde er persoonlijk mee voor dat Maurice niet op de grond terechtkwam- en keyboardslingeren.
Maar liefst zes keer moesten de fotografen zich bukken om een muzikale buil te vermijden. Daarna kwam één van de danseressen onder Praga Khan terecht. O ja, ondertussen konden we nog “Lonely” en “Luv U Still” horen, nummers die we zeker konden appreciëren. Als afsluiter kregen we “Power of the Flower” te horen.
Zo konden we nog ravend zoals in de jaren ‘90 de tent uit. En we konden zeker niet ontkennen, Praga Khan had voor een spektakel gezorgd, al was het niet volledig spek voor onze bek.


Onze favoriet van de avond was Arsenal die het zomerse festivalgevoel meteen terug naar boven bracht. De band viert dit jaar zijn 15de verjaardag en maakt van elk concert nog steeds een feest. Stilstaan was tijdens dit optreden geen mogelijkheid. De set begon met een nummer geschreven in samenwerking met Gabriel Rios: “The Coming”, in hun woorden ‘the new blues’.  Daarna volgden de gitaarriffs in “Switch”, opnieuw met een aanstekelijk enthousiasme gebracht. Salsamoves werden ingezet met het Braziliaanse “Saudade” en “Estupendo”. De sfeer zat er goed in en de tent zong luidkeels mee, meer dan bij elke andere band op het festival. Wat opviel, nummers dat we nog niet kenden of niet meer kenden hadden vaak hetzelfde effect als de zogenaamde hits. Zo werd “Amelaka Motinga” terug van onder het stof gehaald, een nummer van hun eerste plaat uit 2003. Op het energieke “High Venus” zwaaide iedereen lustig mee en het exotische “Longee” werd ook ten zeerste geapprecieerd. “Temul” was een goed intermezzo naar de hits “Not yet free” en “Lotuk”. Telkens was er een enorme interactie met het publiek. En als de frontman zei dat ‘hij het één van de beste/leukste optredens van de zomer vond’, geloofden we hem zomaar, simpelweg omdat dat zeker ook voor de toeschouwers gold. Tijdens “Black mountain” was er sprake van ‘beautiful love’, zowel op het podium als in de tent. Als afsluiter kwam er een sterke liveversie van “Melvin” gecombineerd met “A volta” in a-capellastijl. Die song werd lang gerokken door publiek en band. Altijd leuk om zo’n speciale liveversie te horen te krijgen. Kortom, Arsenal mogen we Belgische trots noemen.

Het is natuurlijk niet gemakkelijk om na Arsenal op te komen treden. Het lukte The Subs maar deels om alles te laten ontploffen. Allereerst door de massale leegloop van de ietwat oudere muziekliefhebber. Anderzijds omdat het allemaal dat ietsje minder was. De band trapte het optreden af met “Trapped”. Onze ogen waren in eerste instantie niet weg te slaan van hun kleurrijke, shiny kostuumpjes. “Close to Faith” had nog niet die vuile elektronische klanken die we zo graag horen van The Subs. Met het nummer kregen ze niet de hele zaal mee.
Met “Concorde” ging de groep de Franse toer op en konden ze hun rockability showen met een elektronische gitaar. Dat lukte behoorlijk goed, wij hebben genoten van het eerder onbekende nummer.
Daarna kregen we enkele hits, die zorgden voor beweging bij het publiek. Eerst kregen we “Kiss My Trance” te horen. Daarna kregen we “Mitsubitchi”, echt het nummer dat we bedoelden met die viezige elektro. Met “Face of the Planet” er even achteraan zorgde The Subs voor een stevig middenstuk. Toegegeven, wij konden het niet laten ook even op en neer te gaan.
De band sloot af met “Pope of Dope”, al hadden ze intro en nummer gescheiden door “Fuck that Shit”. “Pope of Dope” klonk niet alles openrijtend, ook omdat enkele dames de groep op het podium mochten vervangen. Sympathiek, maar soms ook wat knullig en vooral de illusie doorprikkend dat er al te veel live werd gespeeld.

Het was een fijne eerste dag op Masters@rock in Torhout. Het absolute hoogtepunt was Arsenal, zelden zo genoten van een optreden. Het optreden van Praga Khan zal ons om andere redenen bijblijven. Compact Disk Dummies en The Subs waren ook zeker de moeite waard. Wij keken alvast uit naar dag 2 van dit gezellige festivall

dag 2 – zaterdag 29 augustus 2015
Zaterdag werd volledig rock-’n-roll ingezet door The Salvador Statement. Voor deze bende jonge knapen was hun optreden een thuismatch. De frontman, die overigens een visuele beperking heeft, is afkomstig uit het Torhoutse. Binnenkort mogen we hun tweede EP ‘The Pleasure Of Being Human’ verwachten. Op Masters@Rock gaven ze het beste van zichzelf met nummers als “W.O.S.A.E (Waste of Sperm and Eggs)”. Later in de set kwam er ook ‘eentje voor alle vrouwen’, een aangename cover van “Jungle Drum”, oorspronkelijk van Emiliana Torrini. En eerlijk als ze waren, kregen we te horen “Ik verkoop geen 10 miljoen platen dus ik ga niet liegen, jullie zijn het beste publiek”. Als mooie afsluiter kregen we nog een cover van “Livin’ la vida loca”. Of Ricky Martin graag mokka-ijs lust, laten we in het midden, maar The Salvador Statement ‘wil graag nen crème met mokka’. We hoorden dus een sterke set van een band die zeker en vast niet uit de toon viel op dit festival.


Wallace Vanborn paste perfect in het plaatje van Masters@Rock. De groep kan heel stevig gitaarspelen. Er kwamen een paar heel sterke nummers voorbij in de set van deze band. De zeurderige stem van frontman Ian Clement past daar uitstekend bij. We konden luisteren naar enkele sterke nummers als “We are what we hide”, “Wave Goodbye” en “Welcome to the Wastelands”. Wallace Vanborn stelde ook enkele nieuwe songs van ‘The orb we absorb’ , die zeker evenwaardig zijn. Maar als we op de site van de band lezen dat ‘they’ll be destroying whatever processed beats are the new flavor of the week with a timeless rock album aimed at opening minds and opening eyes’, dan lijkt ons dat meer dan een beetje te veel hooi op de vork. Hopelijk is het als een mopje bedoeld, want Wallace Vanborn klonk toch een beetje te onzuiver en eentonig om tijdloos te zijn. En anders hebben wij zeker en vast een te gesloten geest.

Bij The Kids hadden we eigenlijk een beetje hetzelfde gevoel, al hebben zij hun strepen natuurlijk al verdiend. Bovendien hebben ze een fantastische hit met “There will be no next time”, die overigens nog altijd luidkeels werd meegebruld door het publiek. Voor de rest raasden The Kids onder leiding van Ludo Mariman doorheen een set waarin de toeschouwers geen rust werd gegund. Met “No Work” en “Bloody Belgium” begon de punkgroep quasi perfect. Het publiek had er zin in en kreeg in tien minuten vier nummers te horen. Daar wrong echter ook het schoentje. Na een tijdje merk je al snel dat nummers wel erg gelijkaardig klinken, vooral wat de gitaarriffs betreft. Meestal wordt er dan een andere titel bovenop geplakt. “Fascist Cops”, “Money is All I Need”, “I Wanna Get a Job in the City” en “I don’t Care” zijn allemaal uitstekende nummers maar zijn wel erg in dezelfde trant. De rasechte fans van The Kids zullen dus de tijd van hun leven hebben beleefd. De rest heeft een leuk optreden gezien aan een waanzinnig tempo, weliswaar met weinig klankvariatie.

Daarna was het tijd voor het Oost-Vlaamse Bulls On Parade, een straffe Rage Against The Machine-tributeband uit het Gentse. Ze openden met een opdreunende radiostem die zo van een Martin Luther King-toespraak zou kunnen zijn. Daarna speelden ze onmiddellijk het nummer waar ze zichzelf naar noemden. De voorstanders van moshpits konden zich vervolgens uitleven tijdens “Sleep Now in the Fire”, “Bullet In The Head” en “Know Your Enemy”. Alle hitjes passeerden de revue. Bulls On Parade was aanwezig op de 1ste editie van Masters@Rock en kon ook dit jaar de Rage Against The Machine-fans terug bekoren. Last but not least, mocht ook “Killing in the Name” uiteraard niet ontbreken. Door hun enthousiasme vergaten we zelfs af en toe even dat we naar een coverband stonden te kijken.

Ook voor Dog Eat Dog was het al de tweede keer dat ze op het festival speelden. Met de energie die zij uitstraalden is het moeilijk te geloven dat ze dit jaar hun 25ste verjaardag vierden. Vroeger was hun harde rock/punkstijl met rap en een blazer eroverheen waarschijnlijk ongehoord. En eerlijk gezegd, vandaag houdt dat nog steeds behoorlijk stand. Door de tand des tijds lijkt het allemaal wat softer, zeker qua show en lay-out. Geregeld werden mensen op het podium uitgenodigd, eenmaal kwam een bebaard bandlid zelfs met kind op de arm meezingen. Dog Eat Dog bewees dus meermaals ‘het’ nog te hebben. In het begin deed het dat met “If these are good Times”. Het refrein klonk trouwens redelijk melodieus. Ondertussen wist frontman John Connor zich nog eens te bewijzen als uitstekende entertainer. De drummer kwam ook nog even meerappen, er gebeurde dus meer dan genoeg op het goed gevulde podium. Vooral het nummer “Cannonball” straalde veel rock uit, enkele extra gitaren werden daarvoor uit de kast gehaald. “Pull My Finger” gaf een beetje datzelfde gevoel. En dan zijn er natuurlijk nog die songs zoals “Who’s the King” en “Rocky”. Een licht saxofoongeluidje eroverheen en iedereen die nog steeds de lyrics staat mee te brullen, allemaal zuiver gebracht ook. Moeilijk om daar niet van te genieten. Dat daarna nog “Expect the Unexpected” en vooral “No Fronts” nog volgden, meer konden we niet dromen. En dan kwamen de jongens van Black Box Revelation en Golden Earring nog aan de beurt.

Op de valreep kon de organisatie nog een topband met Belgische oorsprong strikken. De Black Box Revelation is terug van even weggeweest en stelde afgelopen zaterdag enkele nummers uit hun nieuwe album ‘Highway Cruiser’ voor. Het duo ging van start met “Do I know you” en “Where has all this mess begun”. Dan werd het al snel tijd voor hun eerste hit “I think I like you”. Het nummer blijft aanstekelijk.
Na “Madhouse” werd dan eindelijk een tipje van de sluier van het vierde album opgelicht “Wild Horse”. Een zangeres van The Gospel Queens vervoegt het tweetal om de bluesy sound te versterken. De nieuwe plaat werd goed onthaald, wat wel opviel was het iets tragere tempo. Tijdens “Gloria”, een eerste, zomerse single uit de langspeelplaat, zorgde de background zangeres voor de nodige shalalalala’s. “Never alone, always together” bracht ons vervolgens terug in de vertrouwde sfeer. Tijdens “Pounding”, een verse on-the-roadplaat werd Jan in de spotlight geplaatst.
‘My heart is pounding for your love so sweet’ weerklonk het in de tent. Het nummer sloot mooi aan bij het vorige.
Na “Two Young Boys” beseften we echter dat het duo de tent niet volledig meekreeg. Hoewel we grote fan zijn van de BBR moeten we toegeven dat ze die dag misschien wel wat futloos bleken. Nochtans leek Dries zich tijdens “High On A Wire” wel volop te vermaken. “Riverside” was de volgende vintage plaat waar we kennis mee mochten maken, gevolgd door de bekende nummers “Gravity Blues”, “My perception”, “Sealed with thorns” en “Set your head on fire”. En al leken ze zich nog steeds niet volledig te geven, het tweetal doet letterlijk Masters@Rock’  eer aan. Mooie vooruitzichten alleszins voor Jan en Dries, die bij de volgende tournee van Seasick Steve het voorprogramma mogen verzorgen.


Na het 25-jarige bestaan van Dog Eat Dog, gaan we nog een stapje verder. De alombekende Nederlandse band Golden Earring viert in december dit jaar zijn 50ste levensjaar. Wij mochten alvast meegenieten van hun spectaculaire liveshow. De aandacht van het publiek werd al onmiddellijk opgeëist met “Another 45 miles”. Het ontroerende refrein weerklonk doorheen de tent. Dan volgden “Twilight Zone” en “Still Got The Keys To My First Cadillac”.
Dat de band nog lang niet uitgeblust is, is duidelijk. “When The Lady Smiles” was wellicht een van de grootste klassiekers die de afgelopen twee dagen werd gespeeld. Het is een song die iedereen nog kent, de Nederlanders brachten hem ook zoals het moest. Met een sterke Barry Hay als frontzanger bulkt de band nog steeds van het charisma. Op een gegeven moment kwam een kranige oude saxofonist het podium op. Hij blies de pannen van het dak in enkele nummers van de set.
Na “When The Lady Smiles” kregen we nog “The Devil Made Me Do It” en “Going to the Run”.
Het was heerlijk om te zien hoe deze bandleden vol overgave gitaarsolo’s kunnen spelen. Dat werd nogmaals bewezen tijdens “Long Blond Animal”.
Tijdens “Radar Love” was de uitdrukking ‘old but gold’ wel van toepassing. Eerst dachten we dat de superhit van Golden Earring wel wat vroeg in de set was geslopen. Maar deze versie duurde maar liefst twintig minuten, inclusief mystieke intro met een dubbele basgitaar en een geniale solo van drummer Cesar Zuiderwijk dat van ongekend niveau was. Opbouwend maar zonder te vervelen kregen we uiteindelijk het refrein in stukjes in het nummer te horen. Fantastisch toch hoe Golden Earring een klassieker zo durfde om te vormen, met groot succes bovendien. Ook leuk voor de meeste mensen uit het publiek, die zo’n versie van “Radar Love” waarschijnlijk nog nooit hadden gehoord. “Jangalene” en “Holy Holy Life” waren prima afsluiters van een geweldig optreden.

Voor de echte doorzetters was er nog Dirk Stoops met een niet meteen ontvlammende DJ-set. Enkele nummers die we nog opvingen waren “Rhythm is a dancer”, “I love It”, “Scream & Shout”, “Hangover” en “I Like To Move It”. Maar eerlijk gezegd, het beste hadden we toen al even gehad.
We hebben ons stevig geamuseerd op Masters@Rock en hebben enkele schitterende bands aan het werk gezien.
Wij kijken alvast uit naar een zevende editie.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/masters-rock-2015/
Organisatie: Masters@Rock, Torhout

Pukkelpop 2015 thru the eyes & ears of Geert Huys

Geschreven door

Pukkelpop 2015 thru the eyes & ears of Geert Huys
Pukkelpop 2015
Festivalterrein
Hasselt-Kiewit
2015-08-30
Geert Huys

PUKKELPOP, Kiewit, 19-22 augustus 2015

Die Chokri toch. Dolenthousiast over de 30 lentes die Pukkelpop intussen achter de kiezen heeft besloot hij om ook al op woensdag schoon muzikaal volk -voornamelijk van eigen bodem- naar Kiewit te halen. Diezelfde 1+3 formule zou naar verluid ook gelden voor volgend jaar, waarmee Pukkelpop dus voorzichtig op weg lijkt om een vierdaagse te worden. Onze routeplanner stond pas op donderdag ingesteld, de neerslag van ons kritisch oor en gescherpt potlood lezen jullie hieronder.

dag 2 – donderdag 20 augustus 2015
CURTIS HARDING (Club, ***½)
Bio
: Met 35 lentes op de teller en een verleden als backing vocalist en songwriter bij Cee-Lo Green kan je deze in Atlanta, GA residerende soulman bezwaarlijk een groentje noemen. Toch duurde het tot vorig jaar vooraleer ‘Soul Power’ het levenslicht zag, ‘s mans debuutschijf waarop vintage Southern soul een ferme schop onder de black ass kreeg vanuit r&b (lees: rhythm-and-blues) en garagerock hoek.
On stage: Harding en zijn drie maats serveerden soul zoals we die bij voorkeur graag op ons bord krijgen: zonder kleverige koortjes, maar met een gitaar die al eens mag soleren, kortom meer Stax dan Motown. Op plaat horen daar ook blazers en een Hammond bij, maar die zijn Harding’s band inmiddels ontvlucht waardoor de songs zonder franjes tot hun essentie werden gereduceerd. Covers lijken ons altijd een goed idee om een festivalset wat bij te kruiden met herkenbaarheid. Hulde aan Harding dat hij in deze zonder kleerscheuren weg kwam met “Ain’t No Sunshine” (Bill Withers) en “California Dreamin’” (The Mamas & The Papas).
Highlights: “Freedom” // “Surf” // “Keep On Shining”

PISSED JEANS (Shelter, ***)
Bio
: Derde keer, goeie keer moeten deze vier Amerikaanse working-class heroes hebben gedacht toen ze na een veelbelovende start als The Gatecrashers en vervolgens Unrequited Hard-On uiteindelijk toch kozen om voortaan als Pissed Jeans door het leven te gaan. Sub Pop, hét Amerikaanse indie label bij uitstek, kan maar geen genoeg krijgen van hun averechtse grungepunk en verschaft de heren reeds een decennium lang onderdak.
On stage
: Pukkelpop zonder deftige headliners? Ja, dat kan. Pukkelpop zonder een portie nihilistische noise? Nee, dat is er vér over. De grootste eer die je Pissed Jeans nu eenmaal kan bewijzen is om hen uit te schelden als bastaardzonen van The Jesus Lizard en The Melvins. Een losgeslagen ritmesectie die je regelrechte stompen in de maag wil verkopen, een gitaar die het liefst zo vlug mogelijk van haar snaren af wil, en een brulboei met spastische tiks: nee, een gezondheidswandeling werd het niet daar in de Shelter. Frontman Matt Korvette, in het echte leven nota bene een voorbeeldige verzekeringsagent, wou maar niet begrijpen waarom zo veel volk zich nu precies kwam vergapen aan zijn band terwijl toch bijna elke andere groep op Pukkelpop over betere looks en sound beschikt. Wij Vlamingen weten nu eenmaal valse bescheidenheid te appreciëren, daarom.
Highlight: “Bathroom Laughter”

MEW (Club, ***½)
Bio
: Samen met Kashmir, The Raveonettes en Efterklang maakt Mew sinds begin deze eeuw deel uit van de crème de la crème van de Deense rockscene, maar daar houdt de vergelijking met voorgenoemde bands eigenlijk wel op. Hun ongrijpbare potpourri van progrock, indie en dreampop smaakte het best op de klassieke albums ‘Frengers’ (’03) en ‘And The Glass Handed Kites’ (’05) die hen in hun thuisland een karrevracht aan awards opleverden.
On stage
: Negen jaar geleden stonden onze favoriete Denen ook al in de Club van PP, maar deze keer kregen we geen huiveringwekkende versie van hun magnum opus “Comforting Sounds” als apotheose. Enigszins begrijpelijk, want de groep wou toch vooral in de verf zetten dat ze na jarenlange afwezigheid met ‘+-‘ eindelijk nog eens een nieuwe plaat uit hebben. Elk van de 8 nummers leek wel een mini-symfonie waarin bosnimf Jonas Bjerre zich vocaal moeiteloos kon meten met Jon ‘Yes’ Anderson en Jónsi. Etherische sprookjes met weerhaakjes, ook ruim voor bedtijd houden we er wel van.
Highlights: “Special” // “Am I Wry? No” // “156

CHARLES BRADLEY & HIS EXTRAORDINAIRES (Marquee, ****)
Bio
: 24 oktober 1962: wie stond er toen op de tippen van zijn tenen in het Apollo Theater tijdens de live registratie van James Brown’s legendarische live album? Juist, een 14-jarige Bradley wiens leven daarna nooit meer hetzelfde zou zijn. Een leven dat beroepsmatig voor een groot deel werd ingevuld als kok en impersonator van Mr. Brown, totdat hij op een avond de baas van het retrosoul label Daptone Records tegen het lijf liep. Met 63 lentes achter de kiezen was Bradley’s debuutschijf in 2011 eindelijk een feit, en de rest geschiedenis.
On stage
: We zijn er nog niet helemaal uit wie we na afloop nu eigenlijk de strafste vonden: Bradley of zijn Extraordinaries? Wie een net niet bleitende Bradley een opener als “Heartaches and Pain” hoort croonen, die weet meteen dat dit soort emoties gewoon niet te faken valt. The Screamin’ Eagle of Soul kneep zijn stembanden zodanig strak dicht alsof hij alle miserie en illusies van jaren life on the street in één keer uit zijn zwetende lijf wou persen. En wat dan te onthouden van His Extraordinaires, een bende jonge bleekscheten wiens retestrakke soulgroove nog meer zweet door de tent deed vloeien. Wie op de eerste rijen stond geposteerd kreeg er zoals gewoonlijk op ’t eind nog een groepsknuffel bovenop.
Highlights: “The World (Is Going Up In Flames) // “You Put The Flame On It // “Strictly Reserved For You

LIANNE LA HAVAS (Club, ***)
Bio
: Toegegeven, we zijn altijd extreem op onze hoede wanneer een zekere Prince zijn appreciatie voor een jonge collega laat blijken, maar in het geval van La Havas is er duidelijk meer aan de hand. Een jonge soulgriet die er niet alleen goed uit ziet maar ook nog eens haar eigen nummers pent én een stukje gitaar kan spelen? Kijk, dán heb je onze aandacht beet. Ook Chokri & co waren bij de les, want de Londense met Jamaicaans-Griekse roots mocht drie jaar na haar eerste doortocht opnieuw haar koffers pakken richting Kiewit.
On stage
: Na haar succesvol debuut heeft La Havas klaarblijkelijk alleen maar zelfvertrouwen bijgetankt. De Club tent liet zich dan ook moeiteloos opvrijen door de zwoele soulpop die de 26-jarige sympathieke chanteuse en haar vijf makkers in een strak geregiseerde set hadden gestopt. Een tikje te gepolijst naar onze smaak, dat wel, maar in het gezelschap van een vertrouwde Grimbergen Dobbel wordt een mens al snel wat verdraagzamer. Apropos, hoorden we daar tijdens de meeste funky momenten geen echo’s van Meshell Ndegeocello doorklinken? We kennen slechtere referenties voor een artieste die momenteel de Engelse album charts aanvoert.
Highlights: “Unstoppable” // “Grow” // “Is Your Love Big Enough”

INTERPOL (Marquee, ****)
Bio
: De postpunk revival die ons begin vorig decennium overspoelde mag dan wel een typisch Brits fenomeen zijn, toch werd de lont eerst aangestoken aan de andere kant van de grote plas door dit stel New Yorkse zwartkijkers. Op hun alom bejubelde debuutschijf ‘Turn On The Bright Lights’ (’02) slaagde Interpol er wonderwel in om tegelijkertijd retro (Joy Division, The Chameleons, The Smiths anyone?) én eigentijds te klinken. Het bleek een succesformule die op de daaropvolgende vier platen verder werd uitgediept, maar zelden of nooit meer de impact van de eersteling kon evenaren.
On stage
: De strak-in-het-zwart dresscode, een zuinig belicht podium en de starre blik op oneindig van opperhoofd Paul Banks: de verrassing qua stage act mag er dan al wel een poos vanaf zijn, toch blijft Interpol een band die live moeilijk te betrappen valt op een minder moment. In tegenstelling tot generatiegenoten Editors cultiveren de New Yorkers nog steeds een soort afstandige cool die de live beleving enkel maar versterkt. Ook met de setlist zat het wel snor, want op een handvol songs na werd enkel uit de eerste twee platen geciteerd. Interpol mag dan al de laatste jaren creatief wat ter plaatse zijn blijven trappelen, maar stilstaan is in deze vooral niet achteruit gaan.
Highlights: “The New” // “All The Rage Back Home” // “PDA”

THE GET UP KIDS (Shelter, ***)
Bio
: Echt kids kunnen ze zichzelf ondertussen al lang niet meer noemen als je weet dat deze bende emo/powerpoprockers uit Kansas inmiddels voor de vierde (!) keer op PP staan ter gelegenheid van hun 20th Anniversary Tour. In die tijd brachten ze ‘amper’ vijf platen uit die hen weinig grote roem hebben opgeleverd, maar achteraf gezien wel de template bleken te zijn voor het gladgeschoren wegwerpspul waar posterboy bandjes als Blink-182 vervolgens een ferme stuiver hebben aan verdiend.
On stage
: Op het moment dat het Amerikaanse vijftal zich de ziel uit het lijf aan het spelen was stond de huidige generatie kids zich te vergapen aan de pregefabriceerde kunstjes van ‘headliner’ Linkin Park voor de Main Stage. De Shelter bleef hierdoor akelig leeg, maar de groep liet dat niet echt aan haar hart komen en trakteerde de fans op een fraaie bloemlezing uit hun back-catalogue waar terecht veel songs vanop hun beste plaat ‘Something To Write Home About’ (’99) tussen staken. Met een gevatte cover van “Beer For Breakfast” bekenden de heren bovendien maar al te graag dat ze nu en dan eens de mosterd zijn gaan halen bij The Replacements. We zijn er echt het hart van in: nu wordt er eens een volledig nummer aan onze hoofdredacteur gewijd, en dan is de man in kwestie in geen velden of wegen te bekennen.
Highlights: “Holiday” // “Action And Action” // “Stay Gold, Ponyboy”

DJANGO DJANGO (Club, ****)
Bio
: Tijdens de dooie momenten tussen de lessen middeleeuwse literatuur en post-modernistisch beeldhouwen besloten deze vier voormalige studenten van het Edinburgh College of Art om in ’09 een indiebandje te beginnen. Uit hun titelloos debuut bleek een voorliefde voor o.a. Bo Diddley, The Beach Boys en The Beta Band, allemaal referenties die terug te vinden in de onwaarschijnlijke oorworm “Default”. Toen Chokri & co te horen kregen dat er afgelopen lente een tweede Django Django album zou verschijnen werd prompt een headliner slot in de Club gereserveerd.
On stage
: Dat ook art school studenten een feestje kunnen bouwen hadden we enkel van horen zeggen, maar nu weten we het zeker. De aanstekelijke mix van psychedelische pop, hippe electronica en okselfrisse indiefolk maakte van Beck eerder al een wereldster, en ook Django Django doen er nu meer dan ooit hun voordeel mee. Stilstaan was dan ook geen optie bij de uitgekiende combinatie van uber catchy songs en neo-psychedelische visuals. Een artistiek verantwoord feestje, dat was het.
Highlights: “First Light” // “Storm” // “Default” // “Waveforms”

dag 3 – vrijdag 21 augustus 2015
OSCAR (Main stage, *)
Bio
: PP houdt naar eigen zeggen de vinger aan de pols van nieuwe en nog te ontdekken muziek, dus kon een NME New Band of the Week uiteraard niet ontbreken op de affiche. Eén van de 13 in een dozijn bandjes die op die manier van over het kanaal is komen overwaaien is Oscar, de éénmansband van de 23-jarige Londenaar Oscar Scheller wiens eerste muzikale brouwsels het predikaat ‘infectious lo-fi bedroom-pop’ opgekleefd kregen.
On stage
: Een mens die vroeg uit de veren is om de eerste band van de dag op de Main Stage te spotten, het kan een primeur opleveren waar je achteraf flink mee kan opscheppen maar het kan evengoed al eens ferm tegenvallen. Neem nu Oscar, met de ‘O’ van onschuldig, ongevaarlijk en overbodig. Edoch, elk nadeel heb z’n voordeel, want nu kennen we tenminste de definitie van die fameuze ‘bedroom-pop’: slaapverwekkend geneuzel verpakt in futloze liedjes.
Highlight: Oscar die een akelige stilte als antwoord kreeg op de vraag waar ergens hij goeie chocolat kon kopen.

ALGIERS (Club, ****)
Bio
: Maatschappijkritische bandjes kan je tegenwoordig op één hand tellen, de jeugd van tegenwoordig wil tenslotte alleen maar chillen met “Drank en Drugs” on constant rotation. Wat kort door de bocht zegt U? Wel, wij vlogen zowaar uit de bocht toen het titelloze debuut van Algiers een paar maanden terug op onze draaitafel belandde. Voor dit experimentele trio dat opgroeide in het zuiden van de VS -Atlanta, GA om precies te zijn- kent het gedachtengoed van Malcolm X en M.L. King maar weinig geheimen meer, maar minstens even straf als de boodschap is de muzikale verpakking. Met hun eclectische en beklijvende mix van gospel, soul, post-punk en electro is Algiers immers één van de weinige bands op PP die het predikaat ‘vernieuwend’ écht verdienen.
On stage
: Hun zorgvuldig opgebouwde street credibility vertalen naar een soort rauw spiritualisme op het podium, dat bleek de voornaamste missie van Algiers. Aangevuld met het voormalige drumbeest van Bloc Party Matt Tong transformeerde het eigenzinnige trio zich tot een stel losgeslagen gospelpredikanten die de ene na de andere donderpreek de tent inspuwde. Toegegeven, dit was zware kost zo vroeg op de dag, maar wie bij de les bleef kwam echt wel ogen en oren tekort. De getormenteerde zwarte frontman Franklin James Fisher die samen met zijn blanke kompanen een vlammende negrospiritual inzette als intro van het toepasselijk getitelde “Black Eunuch”, een gitarist die zijn sixstring dissonant afranselde met een strijkstok, of een trits archieffragmenten uit historische toespraken die de pauzes tussen de nummers moesten opvullen: het zijn maar enkele impressies die de permanente staat van dreiging tijdens die 40 min durende confrontatie tussen band en publiek illustreren.
Highlights: “Black Eunuch” // “Blood” // “Irony.Utility.Pretext” // “Claudette”

BAD BRAINS (The Pukkelpop Album Sessions)
And now for something completely different.
Even ontsnappen aan het festivalgewoel op een cultureel verantwoorde manier? Het kon dit jaar in de oude pastorij van Kiewit waar voor het eerst tijdens PP het populaire Classic Album Sundays event werd georganiseerd. Het concept? Onder leiding van vinyl junkie Colleen ‘Cosmo’ Murphy werden per festivaldag vier classic albums integraal onder de naald gelegd op één van de beste en duurste installaties op deze aardkloot (voor de audiofreaks: een McIntosh C2500 preamplifier + Sonus Faber Lilium speakers). Alles werd telkens ingeleid door een PP act of vriend des huizes voor wie de plaat in kwestie inmiddels de status van desert island album heeft bereikt. Wij gingen resoluut voor ‘I Against I’ (’86) van Bad Brains, voor deze gelegenheid voorgesteld door de Amerikaanse Afropunkers van HO99O9. Dit album was aanvankelijk enkel een mijlpaal in de progressieve hardcore scene rond hun thuishaven Washington DC, maar achteraf beschouwd blijkt het kleinood de eerste geslaagde poging tot cross-over. Voor onze jonge lezers: cross-over medio eind jaren ’80 betekende in wezen een potpourri van metal en funk, maar Bad Brains ging nog wat verder en kruidde het geheel af met reggae, hardcore en prog. De integrale ‘I Against I’ draaibeurt was niet enkel een onvergetelijke luisterervaring (oprichtster Murphy gebruikt niet voor niets de term ‘sonic oasis’), ook werd nog maar eens duidelijk waar latere en veel succesvollere bands zoals Living Colour, de Peppers en Faith No More de mosterd hebben gehaald.

FRANK CARTER & THE RATTLESNAKES (Shelter, ***½)
Bio
: Tussen ’05 en ’11 fungeerde Frank Carter als brulboei in de Engelse hardcore punk band Gallows die met debuutschijf ‘Orchestra Of Wolves’ meteen een klassieker in het genre uitspuwde. Na zijn vrijwillige exit uit dat gezelschap leek de man even het spoor kwijt bij het vervolgproject Pure Love dat gevaarlijk dicht in de buurt kwam van tenenkrullende stadionrock. Het is hem allemaal vergeven, want Carter vond net op tijd de weg terug naar de spuwbak toen hij zich recentelijk omringde met The Rattlesnakes.
On stage
: Je hebt frontmannen met tattoos en verder niks, en je hebt Frank Carter. De Britse bonenstaak valt niet enkel op door zijn niets minder dan impressionante body art, maar we verdenken hem er ook van over een bovengemiddelde longinhoud te beschikken. Een andere verklaring voor de vocale furie waarmee hij zijn drie Rattlesnakes het vuur aan de schenen legde kunnen we immers niet verzinnen. Gallows evenaren wordt moeilijk, maar het nieuwe spul geplukt uit de debuutschijf ‘Blossom’ bewijst wel dat de termen ‘melodieus’ en ‘hardcore’ niet per definitie elkaars tegenpolen hoeven te zijn. Dat Carter zich daarbij graag
profileert als een alles en iedereen ophitsende driftkikker met Henry Rollins fixatie zien we bij deze graag door de vingers.
Highlights: “Juggernaut” // “Devil Inside Me” // “Fangs”

THE DISTRICTS (Club, ***½)
Bio
: Vier jonge snuiters die in hun heimat amper de legal drinking age hebben bereikt maar toch al sinds ’09 gelden als één van de meest opwindende rockjonkies in en rond thuisstaat Pennsylvania. Ondanks hun groeiende populariteit blijven The Districts halsstarrig weigeren om de ruwe randjes van hun epische garagerock bij te schaven. Het heeft hen intussen een onderdak opgeleverd bij het greasy bluesrock en indie label Fat Possum Records dat hun tweede album ‘A Flourish And A Spoil’ met man en macht probeert te promoten aan de andere kant van de grote plas.
On stage
: Toegegeven, The Districts maken weinig aanspraak op de prijs van meest originele indie bandje op PP. Op het hoogste toerental lonken ze naar de je m’en fous rammelrock waar The Libertines en The Strokes in hun begindagen nog écht het verschil konden maken, wanneer ze gas terug nemen komen My Morning Jacket en Band Of Horses in beeld. Anderzijds willen we niet gezegd hebben dat dit geen genietbaar setje was. Het was een plezier om eindelijk nog eens een bende jonge honden te zien die vol overgave een stomend potje rafelige indierock serveerde. Nu nog een beetje zelfgekweekte kruiden in dat recept verwerken, en we komen gegarandeerd terug voor het dessert.
Highlights: “Peaches” // “Young Blood” // “Chlorine”

GAZELLE TWIN (Wablief?!, ***½)
Bio: Als ze vanuit haar Engelse thuisbasis Brighton niet aan de slag is als producer of remixes in elkaar knutselt van o.a. John Foxx dan mag je er van op aan dat Elizabeth Bernholz zich aan het uitleven is met haar eigen studioproject Gazelle Twin. Als prominent lid van het ‘Anti Ghost Moon Ray Arts Collective’ liggen artpop en avant-garde haar nauw aan het hart, en zeker voor wie een zwak heeft voor weirde bliepjes is haar laatste worp ‘Unflesh’ een hebbeding.
On stage
: Naar aanleiding van de 30 kaarsjes die Chokri trots in de Pukkelpop verjaardagstaart mocht prikken kreeg ene Mauro carte blanche om op dag 2 een festivalprogramma in elkaar te boksen in de Wablief?! tent. In het geval van Mauro spreken we in feite beter over het samenstellen van een rariteitenkabinet, zo eentje waarin Twin Gazelle een schoolvoorbeeld van perfecte casting bleek te zijn. Op een in de hoek verscholen knoppendraaier na had Bernholz de stage voor zich alleen, en al snel bleek waarom. Verscholen achter een steriel masker leefde Bernholz zich uit in een soort avantgardistische balletoefening die mijn psychiater misschien zou interpreteren als schaduwgevechten met onzichtbare demonen, maar in muzikale kringen eerder performance art wordt genoemd. Het geheel werd voorzien van een claustrofobische soundtrack waar dubstep, EBM en kale soundscapes door de mangel werden gehaald. Fans van Laurie Anderson, The Knife, Fever Ray en de zotste capriolen van Björk hadden hier wellicht een vette kluif aan.
Highlights: “Anti Body” // “Belly Of The Beast” // “Guts”

OUGHT (Club, ****)
Bio
: In hun beginjaren had het uit Montreal, Quebec afkomstige viertal Ought veel weg van een communion band naar het voorbeeld van Andy Warhol’s The Factory. Niet alleen deelden de groepsleden dezelfde flat en waren ze wel eens party crashers op elkaars feestjes, ook hun respectievelijke muziekcollecties vertoonden opvallend veel overeenkomsten. Hun voortreffelijk debuut ‘More Than Any Other Day’ (‘14) is gemaakt op maat van college kids die van hun ouders straffe verhalen hebben gehoord over Talking Heads, Television en The Feelies, maar zelf toch liever dwepen met een fris jong DIY bandje als Ought.
On stage
: De vier Canadezen hadden aan de waanzinnig strakke intro van “Pleasant Heart” genoeg om de toon te zetten voor de rest van hun wervelende set. Ondanks Ought’s vrij korte staat van dienst is hun handelsmerk instant herkenbaar: een kregelige gitaar die zich via tal van tempowisselingen in allerhande U-bochten wringt, de aan Mark E. Smith refererende nasale stem van de flinterdunne frontman Tim Darcy én de subtiele keyboards van Matt May. Amper 7 nummers stonden er op het menu die elk vlotjes de kaap van de zes of zeven minuten overschreden, wat maakt dat Ought een allesbehalve typische indie band is. Officieel ziet hun tweede albumworp ‘Sun Coming Down’ pas ergens midden september het levenslicht, maar toch had het vooruitziende Canadese gezelschap al een try-out van drie  nieuwe nummers in petto. Meest in het oog springend daarbij was “Beautiful Blue Sky”: zo ongeveer moet het resultaat geklonken hebben na een nachtje in het repetitiehok met Television en The Fall.
“I’m no longer afraid to die, because that is all that I have left” sneerde Darcy telkens weer in dat nummer. Stoppen op het moment dat de weg naar eeuwige indie roem definitief open ligt? Ach meneer, een bevlieging die zo overwaait, meer is het niet.
Highlights: “Pleasant Heart” // “The Combo” // “Beautiful Blue Sky” // “Today, More Than Any Other Day”

THE GERMANS (Wablief?!, ***½)
Bio
: Een Belgisch vijftal dat experimentele pop en noise door de mangel haalt én dwars van alle trends absoluut niet geïnteresseerd lijkt in enige radio airplay? Ja, dát is natuurlijk koren op de molen van Mauro die deze vanuit Dikkelvenne naar Gent overgewaaide halve finalisten van Humo’s Rock Rally editie 2004 maar wat graag op zijn verlanglijstje aanvinkte als curator van de Wablief?!
On stage
: Wie The Germans ooit al op de planken zag staan kan getuigen dat improvisatie geen vaag begrip is bij deze Gentenaars, maar wat het onconventionele gezelschap in de Wablief?! tent neerzette durven we bestempelen als het absolute summum van hun kunnen. De voortekenen waren alleszins gunstig: het jongste Germans album ‘Are Animals Different’ huisvest één nummer dat afklokt op 39 min en 50 sec, en van Mauro kregen ze welgeteld 40 min om het publiek in de Wablief?! dé sonische trip van hun leven te bezorgen met dat ene fameuze nummer. Van sinistere psychedelica over kosmische ambient soundscapes, Oosterse percussie, averechtse dubstep en downtempo krautrock naar monotone mathrock als zinderend orgelpunt: thuis in je luie zetel haal je gegarandeerd de finale niet, maar in Kiewit voelde nagenoeg niemand de onweerstaanbare drang om de tent te verlaten en -ik zeg zo maar iets- Passenger uit te checken op de Main Stage. Oh ja, en dan hadden we bijna nog met geen woord gerept over de drie bodypaint kunstenaars op het podium wiens gladde witte lijven en suggestieve balletkunstjes de trip ook visueel aantrekkelijk maakte. Na afloop van deze trip naar het onderbewustzijn van The Germans hebben we de wetten van de fysica zelden zo hard gevoeld: what goes up, must come down.
Highlight: “Are Animals Different”

COURTNEY BARNETT (Club, ****)
Bio
: Opvallend veel mooi volk uit downunder kreeg dit jaar een uitnodiging in de bus van Chokri & co, en wat ons betreft is de 27 lentes tellende Courtney Barnett de meest klinkende naam in die delegatie Aussies. In haar jonge jaren kregen Barnett’s songschrijverstalent én gitaarspel ruim de tijd om te rijpen in allerhande weinig beduidende bandjes zoals het garage grunge gezelschap Rapid Transit en het psych/country combo Immigrant Union vooraleer ze besloot om in ’12 resoluut voor eigen rekening te gaan. Eén en ander resulteerde in de oprichting van haar eigen Milk! Records label, een aantal bejubelde indierock EPs en uiteindelijk een debuutschijf van formaat ‘Sometimes I Sit and Think, And Sometimes I Just Sit’ die gewoon geboren is om in elk zichzelf respecterend eindejaarslijstje op te duiken.
On stage
: De toestroom richting de Club tent loog er niet om. Barnett ligt goed in de markt bij zowel StuBru als Radio 1, en daar zullen de weinig verhullende referenties naar andere acts in de categorie gitaarspelende-vrouwen-met-nonchalante-aanblik-uit-de-90ies (zie ook o.a. Liz Phair en Juliana Hatfield) wellicht niet vreemd aan zijn. Dat haar muzikale aanpak dus niet écht vernieuwend kan worden genoemd, daar zijn we het over eens, maar wat van Barnett toch een regelrechte aanwinst maakt is de ongedwongen cool in haar zegzang stem, het verheffen van alledaagse observaties tot bescheiden levenslessen in haar lyrics, én haar rauwe gitaarspel. Al die puzzelstukken vielen het best op hun plaats in “Small Poppies”, dat ene nummer waarbij ze samen met haar ritmetandem de platgetreden paden van de catchy indierock voor één keer verliet richting psychotische bluesrock. Er zijn er steeds minder, maar Barnett is met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid wellicht één goede reden om volgend jaar toch naar Werchter af te zakken.
Highlights: “Pedestrian At Best” // “Small Poppies” // “An Illustration of Loneliness (Sleepless in New York)”

FFS (Marquee, ****½)
Bio
: Twee bands die (even) fusioneren tot één, het verkleint niet enkel (even) de ecologische voetafdruk van de muziekindustrie maar het zorgt bovendien ook voor wat extra zuurstof bij bands die even wat creatief uitgeblust zijn. Zo bleek de laatste worp van Franz Ferdinand maar een pluimgewicht vergeleken met het eerdere werk van de sympathieke Schotten, en hebben we in dit decennium ook maar weinig of niets van enig muzikaal belang meer vernomen van de Amerikaanse broers Ron en Russell Mael, oftewel Sparks. Het helpt bovendien dat beide groepen in kwestie zelfverklaarde fans zijn van elkaars back catalogue, dus bleek de mathematische samensmelting tot FFS enkel een kwestie van agenda’s op elkaar afstellen, in het geniep nummers uitwisselen, en tenslotte een erg fraaie debuutschijf uit de hoed toveren.
On stage
: Gelegenheidsprojecten en supergroepen, zo zijn er in het recente verleden wel een aantal gepasseerd in Kiewit. Them Crooked Vultures (Josh Homme + Dave Grohl + John Paul Jones), Radikal Slave (Mauro + Buscemi), Broken Bells (Danger Mouse + Shins frontman James Mercer): klinkende namen die samen allemaal wel iets boeiends deden, maar zelden met een onvergetelijk resultaat. Aan die ongeschreven wetmatigheid komt nu een eind met FFS die de Marquee tent in geen tijd omtoverden tot een pop-up danstempel waar je al Geert Bourgeois moest heten om stil te blijven staan. Theatrale artpop, campy disco en funky indierock, het werkte gewoon allemaal dankzij het aanstekelijke enthousiasme van de androgyne Russell Mael en de gekende bariton van Alex Kapranos. We trappen een open deur in door te stellen dat het speelplezier van het tentzeil droop, temeer er naast FFS nummers ook campy herwerkingen van Franz Ferdinand en Sparks evergreens in de set staken. FFS sloot de deuren van de keet met het nummer dat ze eigenlijk als 10 jaar in de kast hadden liggen en de relativiteit van hun succes perfect verwoord: “Piss Off”. De wishlist van Schueremans voor volgend jaar begint inmiddels al aardig aan te dikken.
Highlights: “The Man Without A Tan” // “Collaborations Don’t Work” // “Call Girl” // “Michael” //
“This Town Ain’t Big Enough For The Both Of Us”

THE GASLIGHT ANTHEM (Marquee, **)
Bio
: Jammer maar het is niet anders: sommige bands kunnen echt niet kiezen. We lezen in de bio van dit gezelschap dat ze een jaar of tien geleden geboren zijn in de punkscene van New Jersey, terwijl ze thuis heimelijk naar platen van Bruce Springsteen luisterden. Geen van beide inspiratiebronnen heeft uiteindelijk de bovenhand gehaald, maar dat bleek enig succes allerminst te hypothekeren. Een stuk of vijf albums in de running blijkt The Gaslight Anthem uitgegroeid tot een goed geoliede rockband die dankzij het afvijlen van de scherpe randjes ook in Europa middelgrote concerttempels vlotjes doet vollopen.
On stage
: Misschien kregen we één en ander toch wel verkeerd voorgespiegeld door FFS, en is het leven in de praktijk allerminst een pretje. Teddybeer-tegen-wil-en-dank Brian Fallon en zijn vier maats hebben dat maar al te goed begrepen, alleen, waar waren de songs die écht geloofwaardig getuigen over de dagdagelijkse miserie en overlevingsdrang in the American Heartland? In plaats daarvan kreeg het publiek een carriére overspannende selectie van steriele blue-collar rock voorgeschoteld die gemaakt is voor het soort stadions waar Foo Fighters sinds enige jaren kind aan huis zijn. Zijn we rouwig omdat de groep inmiddels heeft aangekondigd om voor onbepaalde tijd de gitaren aan de wilgen te hangen? Beluister hun (we wikken onze woorden) ‘interpretatie’ van
“The House Of The Rising Sun”  die ze zonodig ook in Kiewit moesten ophoesten, en oordeel zelf.
Highlights: “45” // “The ’59 Sound”

GOAT (Wablief?!, ****)
Bio
: Het leven van een recensent is soms bedrieglijk eenvoudig. Neem nu het Zweedse gezelschap Goat, waarvan we verder enkel kunnen melden dat de eerste reïncarnatie van de groep 30 tot 40 jaar geleden ontstond in het voornamelijk door voodoo worshippers bevolkte dorpje Korpilombolo. Namen en gezichten van bandleden blijven verhuld in een waas van mysterie, en hetzelfde kan worden gezegd over hun epische cocktail van wereldmuziek en West Coast psychedelica. Vreemde geit in de bijt of niet, het Amerikaanse SubPop label bleek voldoende gecharmeerd om het jongste Goat werkstuk ‘Commune’ wereldkundig te maken.
On stage
: Na de doortocht van The Germans bleek onze laatste afspraak met het experimentele discours van Mauro in de Wablief?! qua muzikale trip de alles overtreffende trap. Louter en alleen al visueel was dit een sterk geregisseerd totaalspektakel waarbij de voodoo maskerade van de zeven groepsleden, de kwistig geprojecteerde vloeistofdia’s en de traditionele danspasjes van de twee zangeressen als stukken van een veelkleurige puzzel perfect op hun plaats vielen. En het uitzinnige publiek, wel dat wou koste wat kost het einde halen van deze door hypnotiserende percussie en acid rock aangedreven tribal gathering. Enig minpuntje was dat een wild overstag gaande Mauro nergens te bekennen was, maar ach, de man had toen mogelijks al de handen vol om zijn collega Evil Superstars nog tot zaterdagnamiddag in het gareel te houden.
Highlights: “Words” // “Goatman” // “Gathering Of Ancient Tribes”

dag 4 – zaterdag 22 augustus 2015
POND (Club, ****)
Bio
: Oudere PP gangers opgelet, het betreft hier niet de creatieve heropstanding van het gelijknamige Amerikaanse fuzzrock trio dat in de 90ies een beetje furore maakte tijdens de nadagen van grunge gekte. Nee, deze Pond komt overgevlogen vanuit Perth, Western Australia en huisvest met gitarist Nick Allbrook en drummer Jay Watson twee (voormalige) leden van de meest gepushte band van 2015, Tame Impala. En meteen komt elke beetje muziekkenner er moeiteloos achter dat de ‘P’ in Pond staat voor ‘psychedelica’ en ‘pop’.
On stage
: Pond lijkt één van die zeldzame groepen die op het moment dat de doordeweekse ambtenaar aan zijn klokvaste lunchbreak toe is al met ongelooflijk veel goesting en branie op het podium staan. Bovendien bestaat het frivole viertal uit stuk voor stuk virtuoze muzikanten die op ingenieuze manier flarden dreampop, progrock en spacefunk integreren in hun neo-psychedelische basisformule alsof het niets is. De titel van de song in kwestie ontglipt ons even, maar er was zelfs een moment in de set waarop we in een kortstondig auditief visioen pakweg King Crimson, MGMT en Beach House hoorden rommelen in elkaars repetitiehok. En wat hebben we vandaag geleerd Chokri? Wel euh, dat het preventieve drugsbeleid op PP publiekelijk heeft gefaald, met oprechte dank aan Pond.
Highlights: “Waiting Around For Grace” // “Don't Look At The Sun Or You'll Go Blind”

TOXIC SHOCK (Wablief?!, ***½)
Bio
: Antwerpse thrashmetal bands en integere politici: je veronderstelt ergens wel dat ze bestaan, maar er in 1-2-3 een naam op kleven is een uitdaging. Voor alle duidelijkheid, Toxic Shock behoort tot de eerste groep en hun ster is rijzende. Wally, PC, DK, White en Wotte voor de vrienden verzekerden zich o.a. door een split 7’’ release met hun Amerikaanse genregenoten Iron Reagan intussen van behoorlijk wat buitenlandse aandacht, én kleurden dit jaar de affiche van Groezrock.
On stage
: Wat Mauro deed op vrijdag mocht Meuris nog eens overdoen op zaterdag: een ganse festivaldag lang zijn eigenzinnige goesting programmeren in de Wablief?! tent. We verdenken de hyperkinetische Limburger van veel goed en kwaad, maar niet dat hij The Dead Kennedys, Black Flag, Suicidal Tendencies en D.R.I. thuis of onderweg regelmatig heeft opstaan. Want ja, zó klonk dit vijftal uit ’t Stad wel. Het hielp alvast dat wij bovengenoemde bands regelmatig eens een draaibeurt gunnen om van dit oerdegelijke portie oldskool-hardcore-met-een-scheut-thrash te genieten, zeker als er eensklaps een Bad Brains cover (daar zijn ze weer) uit de losse pols wordt geschud en in “PMA” (Police Malfunction Attitude) de politiezone Hazodi te kakken wordt gezet. Besluiten doen we graag door ons welgemeend respect te betuigen aan de duchtig heen en weer marcherende frontman Wouter 'Wally' Verhaegen: de man kreeg vorig jaar nog een kanker diagnose te verwerken, maar zette in Kiewit toch maar mooi de beste cameo van een jonge Henry Rollins neer die we in jaren hebben gezien. Het opschrift ‘Not Afraid’ op zijn shirt mag dan wat vrijpostig ogen, in dit geval was de waarheid nooit dichterbij.
Highlights: “PMA” // “Monday Is Cancelled”

BENJAMIN BOOKER (Club, ***)
Bio
: Hoezo, de jeugd kent haar klassiekers niet meer? Deze 26-jarige zwarte bluesjongen alleszins wel, getuige het feit dat T. Rex, The Gun Club en Blind Willie Johnson regelmatig terugkerende antwoorden zijn wanneer in interviews naar diens inspiratiebronnen wordt gepeild. Het is bovendien allesbehalve een handicap dat de vanuit New Orleans opererende Booker goede maatjes is met Jack White, wat o.a. heeft geresulteerd in een paar redelijk straffe gezamenlijke jamsessies én een live plaat (vinyl only uiteraard) uitgegeven door White’s befaamde Third Man Records.
On stage
: Net als White is Booker geen spraakwaterval op het podium, maar waar zijn buddy dat doorgaans ruimschoots weet te compenseren door een breed muzikaal spectrum af te tasten viel Booker door zijn eenzijdige aanpak aanvankelijk wel wat door de mand. Geruggesteund door een powerhouse ritmesectie werkte de Amerikaanse belofte zich in een ijl tempo door een resem rauwe punky rockabilly en garageblues songs die net iets te snel inwisselbaar begonnen te klinken. Maar kijk, toen Booker overschakelde op een doorleefde interpretatie van de ruim één eeuw oude jazz/folk/bluegrass standard “Li'l Liza Jane” werden we al wat milder in ons oordeel. De jeugd kan niet zonder klassiekers, quod erat demonstrandum.
Highlights: “Violent Shiver” // “Li’l Liza Jane”

VIET CONG (Club, ****½)
Bio
: Achteraf is het makkelijk praten, maar deze vier Canadezen zijn de eerste om toe te geven dat ze iets meer subtiliteit aan de dag hadden kunnen leggen bij het verzinnen van een band naam. Soit, geen kat kon voorspellen dat de nieuwe groep die verrees uit de as van het gevierde indie gezelschap Women in no time zou uitgroeien tot één van de meest gehypte bands van 2015. We weten al langer dat hypes in muziekland verdacht veel gemeen hebben met verkiezingsbeloftes, maar gun de titelloze debuutschijf van dit artrock kwartet toch maar een paar luisterbeurten om nadien vast te stellen dat een eindejaarslijstje zonder Viet Cong niets minder dan een schromelijke vergissing zou zijn.
On stage
: Was Viet Cong dit voorjaar reeds outstanding in De Kreun, dan dient hun doortocht in Kiewit als gewoonweg verbluffend te worden bestempeld. Merkwaardig toch, dat de zeven songs die het talrijk aanwezige publiek in de Club voor de kiezen kreeg -waarvan net geen half dozijn uit die fameuze debuutplaat- makkelijk afkomstig konden zijn van evenveel verschillende bands. Terwijl de eerste splinterbom “Silhouettes” het beste van Joy Division en Bloc Party liet opborrelen ging “Bunker Buster” eerder grasduinen in de erfenis van Shellac en Bauhaus. Viet Cong’s ‘arty’ gehalte bereikte een hoogtepunt in “March Of Progress” waar achtereenvolgens een flard uit de Warp catalogus, The Beach Boys en The Shins met de nodige branie aan elkaar werden genaaid. Piéce de resistance was ook nu weer de ijzingwekkende afsluiter “Death”, een epische brok nowave noiserock die als een langzaam tot eruptie komende vulkaan na een kwartier afklokte. Zoveel artistieke vrijheid bleef natuurlijk niet zonder gevolgen. Een deel van het publiek trok voortijdig naar de toog, met of zonder het besef dat ze in de persoon van Mike Wallace hier net de beste drummer van PP15 aan het werk hadden gezien.
Highlights: “Silhouettes” // ”March Of Progress” // “Bunker Buster” // “Continental Shelf” // “Death”

CONDOR GRUPPE (Wablief?!, ***½)
Bio
: Stijn Meuris heeft de reputatie om een veeleisende frontman te zijn, maar tegelijkertijd biedt het ook zo voordelen als je op de loonlijst van diens groep prijkt. Neem nu Kris Delacourt, een erg getalenteerde muzikant die niet enkel op  commando van de Limburgse wereldburger gitaar & toetsen verzorgt, maar ook zijn ding doet bij Condor Gruppe. Dat Meuris de touwtjes in handen had om de Wablief?! een ganse dag lang te vullen met talent van eigen bodem was dan ook niets minder dan een mooie opportuniteit voor dit exotisch klinkende gezelschap uit Antwerpen om in het jaar van hun bescheiden doorbraak één van ’s lands grootste festivals aan hun erelijst toe te kunnen voegen.
On stage
: Met zeven man was het podium aardig gevuld, en ja, die bleken echt wel allemaal nodig om de weelderig aangeklede nummers van Condor Gruppe ook live aan de man te brengen. Van enige muzikale navelstaarderij kon je dit Antwerps gezelschap overigens moeilijk beschuldigen: met spaghetti westernmuziek à la Morricone, John Barry soundtracks, surf, worldbeat, psychedelische jams en krautrock kwamen ingrediënten vanuit een trits verschillende genres aangewaaid. Let wel, hier stond geen inderhaast bijeengeraapt filmorkestje die de videoprojecties met fragmenten uit obscure B-films ter plaatse van een soundtrack kwamen voorzien. Neen, Condor Gruppe bleek live een ferm uit de kluiten gewassen retrorockband met beide voeten in het nu.
Highlights: “Ondt Blood” // “Dusty Fingers”

THE WAR ON DRUGS (Main stage, *****)
Bio
: Na de ellenlange tour ter promotie van het tweede War On Drugs album ‘Slave Ambient’ (’11) zat frontman Adam Granduciel met een langdurige post-adrenalin homecoming blues opgescheept. De Amerikaan besloot om niet gewoon thuis te zitten kniezen maar schreef in vier verschillende steden ‘Lost In The Dream’ bij elkaar, een plaat waarvan al snel duidelijk werd dat ie een modern classic zou worden. Check de end-of-year lijstjes van vorig jaar en probeer het tegendeel te bewijzen.
On stage
: Weinig bands slagen erin om binnen de 12 maanden te promoveren van de bescheiden Club naar de Main stage op PP, én dan en passant nog eens het beste optreden van de volledige driedaagse te serveren. Waarom deze doortocht van Granduciel & co nog meer vonkte dan vorig jaar hoor ik U vragen? Wel, omdat ‘Lost In The Dream’ zich best laat vergelijken met een cuvee die na een jaartje on the road inmiddels volledig uitgerijpt is. De epische grandeur van de songs, de zelfzekere Dylan-on-speed personificatie van Granduciel, en de ongelooflijk hechte groep met de trefzekere motorik krautrock beat van drummer Charlie Hall als kloppend hart: kortom, geen enkele andere band op PP15 kwam zo akelig dicht bij de perfectie.
Highlights: “Under The Pressure” // “An Ocean In Between The Waves” // “Burning” // “Red Eyes” // “Disappearing”

EVIL SUPERSTARS (Marquee, ****)
Bio
: Luc Nilis, Regi, én Evil Superstars: allen hebben ze Heusden-Zolder ooit op de wereldkaart gezet wegens bepaalde verdiensten waarover de meningen nogal uiteen liggen. Over één zaak betreffende de Superstars zijn de meeste van onze bronnen het echter wel eens: dit zijn met voorsprong de meest weirde winnaars ooit van Humo’s Rock Rally (editie ’94 alweer), die bovendien met Mauro Pawlowski en Tim Vanhamel twee van de kleurrijkste muziekambassadeurs van ons landje hebben gebaard. Erg uiteenlopende figuren, dat wel, maar samen 30 PP kaarsjes komen uitblazen op een boogscheut van hun heimat, kijk dat vonden ze nu eens wel een leuke uitdaging.
On stage
: Intussen weten we al beter (zie o.a. de uitstekende affiche van Sonic City), maar de doortocht van Evil Superstars in de meest ‘succesvolle’ bezetting (Pawlowski - Vanhamel - Vandebroek - Requilé - Schroyen) werd door velen geanticipeerd als dé eenmalige reunie van het jaar. Eén en ander leverde de grootste media aandacht op waarvan Mauro & co ooit hebben mogen proeven, ja zelfs Marcel Vanthilt werd uit zijn Villa opgetrommeld om het vijftal met laaiend enthousiasme aan te kondigen. Nagenoeg niemand was zo naïef om een soort ‘best of’ van de Limburgers te verwachten, maar tussen alle gekte in kregen we toch de intro van “Satan Is In My Ass” en een witheet “B.A.B.Y.” als herkenningspunten geserveerd. En voor de rest? Een eigenzinnige selectie outtakes, B-kantjes en albumtracks waarbij de rauwe avant-blues van Captain Beefheart en een opgefokte Queens Of The Stone Age in overdrive al snel de overhand kregen. Alsof dat nog niet weird genoeg was kregen we video animaties met o.a. acrobatisch bewegende vrouwenbenen en doodshoofden, twee items die je ook wel eens op planeet Evil aantreft. Wacht, zei daar iemand ‘planeet’ zoals in “It’s A Sad Sad Planet”? Juist, die gedroomde afsluiter zorgde in de Marquee voor een uniek sing-along moment waar de generale repetitie van het Nationaal Zangfeest alleen maar kan van dromen.
Highlights: “1.000.000 Demons Can’t Be Wrong” // “Good News For Women” // “Darkagedisco” // “It’s A Sad Sad Planet”

TIGA (Dance Hall, ***½)
Bio
: De meningen liggen wat uiteen over de rol van Tiga James Sontag in de geschiedenis van de dance. De één vindt hem een ordinaire copycat, terwijl de ander hem als niets minder dan een pionier bestempeld. Dan maar terug naar de feiten, die leren ons dat de Canadees begin jaren ‘90 zowat eigenhandig de acid house in zijn thuisland importeerde, er de allereerste rave parties organiseerde én één van de eerste lokale techno platenzaken opende. Intussen kennen chillers aller landen Tiga als DJ, remixer, producer, vriend van de Dewaele Bros. én trotse maker van vette electrohouse schijven als ‘Sexor’ (’06) en ‘Ciao!’ (’09).
On stage
: Erg ‘Hot in Here’ was het toch niet in de bijna lege Dance Hall toen Tiga en zijn collega knopjesdraaier de eerste beats afvuurden. Maar wat wil je, het imago van de stijlvol gecoiffeerde Canadees in maatpak refereert dan ook sterk naar Gary Numan en John Foxx, twee onvervalste 80ies electropop iconen die hun beste werk afleverden in een periode toen van de gemiddelde Dance Hall bezoeker op PP nog geen DNA spoor te bekennen was. Ook qua sound knipoogt Tiga nog steeds erg nadrukkelijk naar dat decennium, dus kan je beslist van een uitdaging spreken wanneer je als prille veertiger tussen jong geweld als Gorgon City en Wilkinson staat geprogrammeerd. Geen nood, de tent liep geleidelijk aan toch redelijk vol toen bleek dat je ook op de tonen van campy en afgeborstelde electrohouse zoals het onlangs samen met Boys Noize ingeblikte “100” een feestje kan bouwen. Grappig trouwens om te zien hoe een deel van het jonge volkje plotseling een aha-erlebnis ervaring kreeg toen “Sunglasses At Night” (’01) weerklonk. Amai, is die gast al zó oud?
Highlights: “Bugati” // “100” // “Shoes”

TAME IMPALA (Marquee, ***)
Bio
: Net als Pond is Tame Impala van Australische makelij en worden ze gemakkelijkheidshalve in de neo-psychedelische hoek gestopt. In tegenstelling tot eerstgenoemde band is Tame Impala eerder een eenmans-studioproject, ontsproten aan het brein van de bangelijk perfectionistische Kevin Parker. Debuut ‘Innerspeaker’ (’00) zorgde dankzij de spacy mixkunsten van David Fridmann (ex-Mercury Rev) meteen voor een wereldwijd auditief orgasme, en alhoewel de gitaren intussen wat op de achtergrond waren geraakt kaapte ook opvolger ‘Lonerism’ (’12) vlotjes een aantal prijzen mee. Behalve indien U deze zomer op planeet Mars heeft doorgebracht is het genoegzaam bekend dat Parker intussen ook het bestaan van aalgladde disco heeft ontdekt, dat Tame Impala’s nieuwste worp ‘Currents’ heet en dat iedere hipster dit dé plaat van het jaar hoort te vinden.
On stage
: U merkt het al, met enige reservaties trokken we de tjokvolle Marquee tent in, maar middels de pompeuze opener “Intro” werden we toch al onmiddellijk op ons gemak gesteld. “Intro” is niet echt een nummer vanop ‘Currents’, maar in een uitgesponnen versie die status wel waardig én vooral één van de zeldzame keren dat Parker effectief de gitaar beroerde om de door synths opgetrokken wall of sound met wat extra punch te behangen. Ook de selectie uit de eerste twee platen was best genietbaar, ook al staken ze in een nieuwe outfit waarvan alle uitgerafelde draadjes netjes waren weggeknipt. Wanneer materiaal uit ‘Currents’ werd opgedist duurde het echter niet lang vooraleer Parker en zijn vier metgezellen vervelden tot een popgroep die disco, r&b en synthpop tot kunst probeerden te verheffen. Een zeldzame keer lukte dat aardig, zoals tijdens “Let It Happen”, maar meestal gleed de fusie tussen disco en psychedelica pijnlijk uit over zijn eigen oppervlakkigheid. De Darwin in ons voorspelt dat een Aepyceros melampus die meer bokkesprongen maakt dan goed voor hem is geen schijn van kans maakt in de evolutie, maar laat dat een boodschap zonder enig belang zijn voor de hipsters die begin volgend jaar Vorst Nationaal gewoon vlotjes doen vollopen voor Parker & co.
Highlights: “Intro” // “Let It Happen” // “Elephant”

ALT-J (Main stage, ****)
Bio
: Over de Mercury Prize editie 2012, zowat de meest prestigieuze muzikale onderscheiding aan de andere kant van het kanaal, werd langer dan normaal gepalaverd. Tot eenieders verrassing ging de beker toen niet naar de radiovriendelijke pop van Ben Howard, Michael Kiwanuka of Lianne la Havas maar wel naar het debuut ‘An Awesome Wave’ van het studentikoze kwartet Alt-J uit Leeds. Dat hun arty mix van folktronica en indiepop in weinig of niets lijkt op wat andere bands eerder hebben gedaan is in deze een compliment dat kan tellen. De band overleefde intussen de vrijwillige exit van bassist Gwil Sainsbury, getuige de evenwaardige opvolger ‘This Is All Yours’ die nog geen zichtbare sporen van creatieve bloedarmoede vertoont.
On stage
: Eerlijk waar, het heeft een beetje geduld gekost om te wennen aan de neuzelzang van frontman Joe Newman, maar eens voorbij dat punt blijkt Alt-J een groep die hun promotie van de Castello tent (PP12) naar de Main stage dit jaar dubbel en dik heeft verdiend. Netjes op een rijtje gepositioneerd en dicht tegen elkaar aan schurkend slaagde het vierkoppige gezelschap er wonderwel in om de intimiteit van een huiskamer te benaderen, maar voor alle zekerheid had de groep toch een extra lading stuiterende beats meegebracht om ook de laatste rijen van de goedgevulde weide gedwee te laten meewiegen. Voor een groep zonder uitgesproken imago die zich bovendien amper bezondigd aan gratuite oneliners wist Alt-J het publiek overigens vlotjes aan zich te binden. Meerwaardezoekers kunnen gerust zijn: artfolk for the masses, yes they can.
Highlights: “Fitzpleasure” // “Taro” // “Nara” // “Every Other Freckle”

RIDE (Club, ****½)
Bio
: Chokri & co hebben iets met reünies van legendarische shoegazers. Na My Bloody Valentine (PP09) en Slowdive (PP14) was het dit jaar de beurt aan Oxford’s finest Ride. Na vier platen, waaronder het lichtjes fenomenale ‘Nowhere’ (’90) en de puike opvolger ‘Going Blank Again’ (’92), konden spilfiguren Andy Bell en Mark Gardener niet langer door één en dezelfde deur. Bell stelde vervolgens zijn pensioenfonds veilig als bassist bij Oasis en Beady Eye, maar na de voortijdige euthanasie van die laatste groep had de veteraan plots de handen vrij om de jarenlange speculaties rond de wedergeboorte van Ride samen met zijn drie voormalige spitsbroeders in de praktijk om te zetten.
On stage
: Na 2min15sec, oftewel de precieze tijdsduur die de epische intro van “Leave Them All Behind” in beslag neemt, wisten we al dat de tweede doortocht van Ride op PP een memorable trip down memory lane zou worden. Ook de vrij kwiek ogende Bell herinnerde zich trouwens nog de editie van ’91 waar de toenmalige jonkies de affiche deelden met bandjes als Nirvana, Sonic Youth, The Pogues en Ramones. De trommelvlies strelende wall of sound, de vocal harmonies van Bell en Gardener en de kurkdroge ritmesectie: alle ingrediënten die Ride tot missing link maakte tussen My Bloody Valentine en de daaropvolgende Britpop generatie bleken een kwarteeuw na datum hun houdbaarheidsdatum amper te hebben overschreden. De groep ging bovendien wel erg diep in de plooien van de tijd gaan grasduinen en disselde daar maar liefst vijf nummers uit hun allereerste EPs op, en laat dat nu net de periode zijn waar wij het liefst worden aan herinnerd. Ride kwam, zag en overwon middels een begeesterende demonstratie van hun kunnen. Laat daar maar vlug nieuwe plaat van komen, denken we dan.
Highlights: “Leave Them All Behind” // “Polar Bear” // “Seagull” // “Drive Blind” // “Chelsea Girl”

UNDERWORLD (Dance Hall, ****)
Bio
: Invloedrijkste danceproject van de jongste twee decennia? Check! Is “Born Slippy” de populairste rave track ever? Check!
Stond Underworld in ’94 in de eerste (inderhaast geïmproviseerde) dance tent ooit op een Belgisch festival? Check! Verdienden deze Britten om 30 jaar PP met enige artistiek verantwoorde luister af te sluiten op de Main stage? Euh, ja natuurlijk check, maaaaaaaaaaar ‘Wat moeten we dan antwoorden aan de manager van Netsky?’ moeten Chokri & co zich toch enigszins vertwijfeld hebben afgevraagd. Ah, weet je, PP is er in de eerste plaats voor de jonge hipsters met beperkt muzikaal geheugen, dus dan boeken we toch gewoon de Dance Hall voor die ouwe jongens?
On stage
: No regrets, want net ver weg genoeg verwijderd van het volstrekt onschuldige Netsky circus stonden Karl Hyde en Rick Smith (naar we vermoeden vergezeld door Darren Price als tweede knopjesdraaier) geschiedenisles te doceren voor een bende niet altijd even frisse dertigers en veertigers. Fris en monter, dat was wel het minste wat je kon zeggen over de 58-jarige Hyde die, als ie even zijn maatje Smith niet aan het knuffelen was, met zijn donkere gedweeë stem moeiteloos het weinige stof van de Underworld legacy blies. Alle anthems in de set, die vooral uit ‘Dubnobasswithmyheadman’ (’93) werden geplukt, kregen bijna onhoorbaar een eigentijds randje mee waardoor een ‘golden years’ effect netjes uitbleef. Aan dit bpm tempo hadden de heren in tegenstelling tot hun jongere collega’s trouwens weinig of geen nood aan flashy visuals. De songtitels werden gewoon netjes geprojecteerd op een groot scherm, vooral handig als je memorie na 20 jaar en 3 dagen PP enige moeheid begint te vertonen.

Mea culpa, Chokri & co, vergeet het bovenstaande. Uit de bol gaan in een tent die gevuld is met leeftijdsgenoten op muziek die -naar analogie met classic rock- we zonder schroom kunnen bestempelen als ‘classic dance’, ja dát was nu eens een verjaardagskado dat kon tellen. Tot PP16 dus, en hopelijk staat die handtekening onder dat contract met Tool dan eindelijk in onuitwisbare inkt.
Highlights: “King Of Snake” // “Pearl’s Girl” // “Dirty Epic” // “Cowgirl” // “Rez”

Neem gerust een kijkje naar de pics van Lowlands 2015
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/lowlands-2015/
Organisatie: Pukkelpop, Hasselt-Kiewit

Cuz

Cuz - Hoog bezoek!

Geschreven door

Cuz
café de Zwerver
Leffinge

Hoog bezoek in café De Zwerver! Mike Watt, vooral bekend als bassist van de legendarische bands The Minutemen en fIREHOSE, kwam er zijn nieuwste project voorstellen. De lijst collaboraties van de man is schier eindeloos (Sonic Youth, The Stooges, J. Mascis om er maar de bekendste uit te pikken).

Dit keer vond hij een partner in Sam Dook, gitarist van de indie-pop band The Go! Team. Gezien het leeftijdsverschil en de verschillende muzikale achtergronden niet meteen voor de hand liggend. En dat is hun muziek ook niet. De titel van de plaat alleen al : ‘Tamatebako’ wat een origami-ontwerp van een kubusje, gebruikt in een Japanse legende, zou zijn. En er zitten nog meer Oosterse invloeden in, vandaar misschien de keuze voor E-da Kazuhisa (ex-Boredoms, Drum Eyes) als (voortreffelijk!) drummer.
Het internationale gezelschap (USA, UK, Japan) beperkte zich tot het spelen van nummers uit die ene plaat en de nieuwe single. Geen oudjes dus of het zou de bis, die me net iets bekender in de oren klonk, moeten geweest zijn. Niet alles was even geslaagd : de spielereien op elektronica en de zoetgevooisde stem van Sam Dook (op gitaar kwam hij wat beter uit de verf) konden me gestolen worden.
Maar zelfs in die zwakke momenten bleef het nog steeds genieten van het onimiteerbare basspel van een erg sympathieke en spraakzame Mike Watt. De nummers waarin hijzelf het voortouw nam mochten er wel zijn. Een paar keer kwam hij in de buurt van Pere Ubu om een andere keer richting jazz af te slaan.

Wellicht stond nog niet alles op punt -dit was pas het tweede CUZ optreden ooit- toch viel er voldoende moois te horen om de afwezigen ongelijk te geven.

Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge 

Baroness

Baroness - Sloop die muren met een fluwelen hamer

Geschreven door

Baroness - Sloop die muren met een fluwelen hamer
Baroness
Grand Mix
Tourcoing
2018-08-27
Sam De Rijcke

Tussen de zomerfestivals door (Pukkelpop en Dynamo zijn er geweest, Leeds en Reading zitten er aan te komen) neemt Baroness ook graag nog eens een cluboptreden mee, daarin zijn ze immers niet aan een strakke tijdstabel gebonden en kunnen ze een volwaardige set spelen voor een publiek dat volledig dat van hen is (dit is trouwens in een notendop de reden waarom wij zaaloptredens altijd zullen prefereren boven de festivals).

Het is overduidelijk dat een begeesterd Baroness vanavond met volle teugen geniet van deze clubset en ze smijten zich helemaal, wat van het publiek trouwens ook kan gezegd worden. We herinneren ons nog levendig hun wervelende passage in dezelfde zaal zo een twee jaar geleden, toen ter gelegenheid van het schitterende dubbelalbum ‘Yellow & Green’. U mag er gerust onze review van oktober 2013 terug bij halen, een copy paste is hier verantwoord. We komen tot identieke bevindingen :  zelfde gedrevenheid, beestige power afgewisseld met finesse, gitaren die melodie en brute stoomkracht in evenwicht houden en een massieve sound met subtiele ademruimtes.
Kortom, dynamische metal met ballen, brains én gevoel. Als geen ander kan Baroness zalvende intro’s laten overvloeien in granieten metalsongs die staan als een bunker. Het zijn mokerslagen van songs, maar dan toegediend met een fluwelen hamer, check onder meer “Eula”, “The Line Between”, “Isak” , “The Gnashing” en “Take My Bones Away”. Dit is nog zo een zeldzame metalband waar de songs even belangrijk zijn als de decibels die ze veroorzaken.

De setlist is in grote lijnen dezelfde als bij hun vorige Grand Mix doortocht met alweer een flinke hap uit dat fantastische ‘Yellow & Green’ album. De band zit nochtans op een nieuwe plaat te broeden (zou voor het najaar moeten zijn) maar laat het nieuwe materiaal zo goed als links liggen. Dat is het enige jammere aan de avond, we zijn uiteraard zeer benieuwd naar vers gerief en blijven wat dat betreft op onze honger zitten.
De band kondigt echter aan zo snel als mogelijk hier met een nieuwe tournee terug te komen, ons ticket is bij deze al gereserveerd.

Organisatie: Grand Mix , Tourcoing

Tout Va Bien

Kepler Star

Geschreven door

Tout Va Bien , rond Jan Wouter Van Gestel – één van de winnaars van de Nieuwe Lichting een paar jaar terug , hebben nu een mooi sferisch debuut uit . Ze zijn niet  zomaar in een muzikaal hokje te stoppen . We hebben hier een erg creatieve band die pop, elektronica , krautrock , postrock , barok , bombast, gospel aan elkaar rijgt in z’n set . Er valt voldoende afwisseling te noteren in de ingenieus in elkaar gestoken songs . Met “Old love”,  “This fight” en “Sometimes in life” hebben we drie subtiele , aanstekelijke, toegankelijke nummers.  Het intieme “If you go away”, waarmee de band doorbrak , geleest op J Brels “Ne me quitte pas”, staat hier niet op . In z’n tenorzang haalt hij het niveau van een Jeff Buckley , Anthony Hegarty en Rufus Wainwright . In die hemelse stemmenpracht varieert hij voldoende , waardoor het niet volledig richting bombast gaat . ‘Kepler star’ is een mooi meeslepend , breekbaar album.

Pagina 522 van 966