logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Stereolab
Hooverphonic

Iceage

Plowing into the field of love

Geschreven door

Iceage , het aparte bandje uit Koenhagen rond zanger Elias Bender Rønnenfelt , onderneemt na een paar gestripte en gestoorde rock’n rollende punkplaten ( hoor het als een smeltkroes van avantgarde,  hardcore, punk, en postpunk ) een forse koerswijziging. Hier kunnen we nog steeds niet omheen zijn valse praatzang . 
Een inventief klinkende Iceage hebben we dus,  die het harde , ruwe duidelijk heeft bijgeschaafd en het houdt tussen slordig en gestroomlijnd met gruizige , broeierige , sfeervolle, donkere songs , die ergens hangen tussen het Swans van de nineties , die de donkere romantiek bezongen met semi-akoestische  diepe gitaarriedels, en natuurlijk ook het oude Cave & The Bad Seeds .
Het is een afwisselend plaatje geworden dat gaat van  de intense “Oh my fingers” , “The lord’s favorite”, “How many” naar de uptempo’s van “Stay” , “Let it vanish” en dan kan tuimelen naar de gevoeligheid van “Forever” en de titelsong .
De verdoemenis wordt nog steeds ingeluid , maar dan op een meer aangename manier .

La Muerte

La Muerte - Testosteron in oude zakken

Geschreven door

In de prille jaren tachtig was ik een van de velen die nogal serieus om vergblazen werd door onze inlandse Stooges / The Jesus and Mary Chain / Birthday Party. Hun interpretatie van “Lucifer Sam” en “Wild Thing” werden grijs gedraaid  en ik meen mij nog flarden van een woest concert te herinneren in ons aller Bissegem. Een dikke twee decennia en twintig kilo later staan deze Brusselse outlaws weer op het podium en klinkt hun typische trash metal zo niet nog strakker dan ooit.

 Wat begon als een vriendendienst, eindigt in een heuse reünie. Destijds in ons land verguisd, daarbuiten de hemel in geprezen. Du Marais en Dee-J omringen zich met jonge(re) muzikanten, waaronder Tino De Martino van Channel Zero, en brengen naar eigen zeggen geen nieuw materiaal, maar wel een verfrist oud materiaal. Oude wijn in nieuwe zakken of testosteron in oude zakken. Vijftiger Dee-J heeft nog geen milligram aan coolness moeten inboeten en vuurt met helvetische precisie messcherpe riffs de zaal in. Zanger Du Marais heeft zich duidelijk laten inspireren door Id!ots door met een jutezak over het hoofd het podium te bestijgen. Gelukkig klonk hij nog steeds alsof hij uit zijn grafkelder zong en waren zijn teksten –nou ja- zo goed als onverstaanbaar. Zo ook vaak de nummers zelf.
Als een rollercoaster passeren onder andere “Fast Wild World”, “Lucifer Sam”, “Black God White Devil” en “Wild Fucker” de revue en na een klein uur zit alles er op. Als toemaatje krijgen we “KKK” en een heuse automotor (!) , waardoor tijdens “Wild Thing” de AB werd gevuld met benzinegeuren. Een beetje theater kan natuurlijk geen kwaad.

We zouden met plezier deze trefzekere gasten mogen ontvangen op de betere en alternatieve festivals. Zijn we gelukkig met hun comeback? Nee. Zijn we gelukkig met La Muerte/versie twee? Volmondig ja!

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/fifty-foot-combo-07-03-2015/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/la-muerte-07-03-2015/
Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

All We Are

All We Are – Psychedelic Boogie met extra Boogie

Geschreven door

All We Are is afkomstig uit Liverpool, maar heeft toch een heel internationaal karakter. Zo komt bassiste Guro Gikling uit Noorwegen, Gitarist Luís Santos uit Brazilië en drummer Rich O’Flynn uit Ierland. Hun debuut kwam een maand geleden uit, een perfecte reden om een tour rond Europa te doen. Hun muziek valt het best te vergelijken met de Bee Gees of met London Grammar waar ze vorig jaar nog het voorprogramma voor mochten doen. Zelf omschrijven ze hun muziek als ‘psychedelic boogie’ die zeer smooth klinkt. Redenen genoeg dus om donderdag naar de Ancienne Belgique af te zakken.

Wat meteen opvalt is dat deze band een verborgen schat is die nog wat aan naambekendheid moet werken. Veel volk is er dus niet in de zaal. Wanneer het concert begint is net iets meer dan een halve zaal gevuld. Beginnen doet All We Are met “I Wear You” gevolgd door “Feel Safe”. Meteen worden de eerste twee singles van het album gespeeld waardoor het publiek meteen mee is. Frappant is dat er een rechtstaande drummer is. Een stoeltje blijkt niet nodig, ook omdat hij veel beweegt en de nodige andere instrumenten bespeelt. De enige vrouw in het gezelschap van drie speelt op een grote basgitaar die mee het geluid bepaald. De zwoele baslijnen vormen een leidraad doorheen het volledige concert. Vooral bij de opener springt deze bas eruit.
Het drietal maakt doorheen hun set voortdurend gebruik van samenzang. De hoge stem van Rich met de fragiele vrouwenstem van Guro overgoten met een fragiele mannenstem van Luis zorgt voor een gerecht die perfect samengaat. De bassiste doet ook telkens bewegingen met haar hand waarin opvalt dat ze echt in de muziek opgaat. De band speelt met veel toewijding waardoor het opvalt dat de band echt houdt van de muziek die ze spelen. Caribou komt ook terug in het stuk, het nummer “Can’t Do Without You” wordt gecoverd door All We Are. Het klinkt minder elektronisch en krijgt een kokosnootgeluid erbij. Ook wordt het een meer funky nummer.
Gelijkaardige nummers volgen elkaar in sneltempo op waarna de band eindigt met het radiovriendelijke “Keep Me Alive”.
Er worden nog twee bisnummers gespeeld waarna de band na net geen uur te spelen het podium verlaat.

De mensen die erbij waren staan nog steeds te shaken op hun benen. De boogie geraakt er niet zo snel uit. Met nog iets meer variatie in de set heeft All We Are potentieel om volgende keer de grote zaal te vullen en misschien zelfs even grote hits te maken als hun grote voorbeeld The Bee Gees.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Wallace Vanborn

Wallace Vanborn - Een avond in your face rock’n roll

Geafficheerd als een avond in your face rock’n roll met een snoeiharde band als hoofdprogramma kwam half rockend Brugge naar de Magdalenazaal. Op het programma: Wallace Vanborn met in het voorprogramma het Brugse Soviet Grass.

Soviet Grass liet op 10 juli 2015 de EP ‘Plastic Fingers’ op ons los. Met het najaar bleef het even stil rond deze band, maar deze avond stonden ze er weer met een broek vol goesting en een publiek dat er duidelijk zin in had. Hoewel de stress in het begin voelbaar was, verdween deze als schuim op een slecht getapte pint doorheen de set. Ze konden ons bekoren met de reeds bekende nummers die ze steeds tot een hoger niveau weten te tillen. Denk hierbij aan het blues getinte “Shangri- La” wat zich op het podium ontpopte tot een waar rock nummer. De band, die ik al van in de beginjaren ken, is opmerkelijk gegroeid in podium performance en in hun muzikale arrangementen.
Gelukkig bleven de fans niet op hun honger zitten en kregen we ook een aantal nieuwe nummers te horen. “Waiting for your love” kon ons met een swingend en catchy riff zeker smaken. Ook het voorlopig titelloze tweede nummer had een smerige rock sound die de zaal hier en daar toch in beweging kreeg. We kunnen alleen maar uitkijken naar de evolutie van deze Brugse band.

Dan was het tijd voor het zwaardere werk. Wallace Vanborn, op het einde van hun tournee, hielden nog even halt in het prachtige Brugge om hier de boel te slopen. En dat deden ze, met sloophamers en kettingzagen. Hoewel de nieuwe cd ‘The orb we absorb’ een meer rock gehalte heeft dan de twee voorgaande cd’s, is hier live niets van te merken. De stoner is nog steeds écht diep geworteld in de band!
De opener “Supply And The Damned” zette de toon van de avond. Twee Duitsers en een aantal enthousiastelingen gingen meteen uit hun dak. Gevoed door dit enthousiasme deed de band welwillig mee. “Atom Juggler”, “Cougar”, “Welcome to The Wastelands” gooiden alvast olie op het vuur.
Graag nemen we hier ook even de tijd om de band te bedanken. Na een lange tournee nog zo’n prestatie vol passie en inleving te kunnen neerzetten van begin tot einde, amai!
De set wisselde doorheen de avond tussen de drie cd’s, maar het was vooral de laatste nieuwe die met alle aandacht ging lopen. Het slopende gitaarwerk echter, was een vaste constante.

Kapot, uitgezweet, schor gezongen ging deze 2 fans naar huis. Tot de volgende, zeer graag!

Setlist: Supply And The Damned -A Bee And A Buzz -Atom Juggler -Cougars -Welcome To The Wastelands -Wizzard Casts Blizzard -Found in L.A. -Wave Goodbye -Marching Sideways -Vampires (Big Drain) -When the Riders... -Revealers -Regenerating Mantra -We Are What We Hide -Cowboy Panda’s Revenge

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/soviet-grass-05-03-2015/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/wallace-vanborn-05-03-2015/
Organisatie: Cactus Club, Brugge

Pond

Pond – Pond deed de ruimte neerdalen in Opwijk

Geschreven door

‘Man It Feels Like Space Again’, de zesde plaat in zes jaar vormde de aanleiding voor een tour rond Europa. Op 4 maart hield Pond halt in Opwijk om daar hun nieuwste plaat voor te stellen. De psychedelische Australiërs hebben ook banden met landgenoot Tame Impala, zo speelde zanger Nick Allbrook tot 2013 bij de band en is drummer Jay Watson nog steeds lid bij de band. Het geluid van Tame Impala is dan ook opmerkelijk hoorbaar bij Pond, alleen klinkt Pond net dat ietsje steviger.

De zaal is aardig volgelopen en een uitgelaten publiek verwelkomt de band met de legendarische woorden: “Pond In Belgium”, wat nog verschillende keren zal herhaald worden. Beginnen doet Pond met een klein misverstandje waardoor de synthesizers niet meteen mee zijn. Daarna volgt een zeer psychedelisch nummer met zalige gitaaruitbarstingen en fantastische riffs. Na een tijdje neigt het nummer zelfs naar een popnummer. De band bestaat uit mannen met baarden, wat het stereotiepe beeld van Australiërs nogmaals bevestigd. Alleen de zanger heeft geen baard en ziet er uit als een tienjarige zoon van Angus Young. Dit bevestigt hij door met zijn gitaar te spelen alsof hij zijn hele leven nog niets anders gedaan heeft.
Daarna volgt een nummer van het nieuwe album: “Elvis Flamin’ Star”. Dat nummer laat de funky kant in Pond bovenkomen. Het klinkt ook wat rustiger dan voorgaand nummer. “You Broke My Cool” laat iedereen bewegen alsof ze net hun eerste joint hebben gerookt. Het is een classic rock nummer dat op het einde kan rekenen op een uitvoerige solo met Nick die uitvoerig met de gitaar beweegt. Uiteindelijk belandt hij op de grond om daar met zijn gitaar te spelen, letterlijk.
Naast de gitaar vormen ook de synthesizers een belangrijke meerwaarde. Dit valt het meest op bij “Sittin’ Upon Our Crane”, waar het instrument een centrale positie inneemt. Bij dat nummer krijgt Jay het woord waardoor nu zelfs de zang een Tame Impala invloed krijgt.
Een cover kan ook niet ontbreken in de set. “Baby’s on Fire” van Brian Eno krijgt een psychedelisch kantje met meer solo’s en  “Medicine Hat” doet de andere gitarist eens zingen. De volledige band heeft dus de vaardigheden om te zingen. Volgens de band zelf is het een ballad en zo klinkt het ook. “Giant Tortoise” wordt in het publiek aangevraagd en wordt daarna meteen gespeeld. Dit is een geweldig nummer. De intro is zeer psychedelisch gevolgd door geweldige uitbarstingen van zware gitaren om dan uiteindelijk te eindigen in een walm van bas met scherpe gitaar ertussen. Live klinkt het nog beter omdat de scherpe gitaar nog meer word geaccentueerd. Eindigen doet de band met een lang psychedelisch nummer die volledig instrumentaal is met soms eens een schreeuw tussen.

Na de gitaar wat te laten nazinderen komt Pond nog terug voor één nummer van maar liefst tien minuten. De titeltrack “Man It Feels Like Space Again” doet de band zowel funky als psychedelisch klinken. Het is de perfecte afsluiter van een set die iedereen wel kon smaken. De band kan gitaar spelen als de beste en de solo’s zijn fantastisch. Door steeds scherpe gitaar ertussen te spelen en met de synthesizers een psychedelisch geluid te creëren waanden we ons werkelijk “In Space”.

Organisatie: Nijdrop; Opwijk

Steve Harley

Steve Harley & Cockney Rebel - ‘Somebody called me Sebastian …

Geschreven door

Cockney Rebel was zowat de eerste rockgroep met viool en zonder elektrische gitaar. Bij de start begin jaren 70 trekt frontman Steve Harley de aandacht door het nichterige van David Bowie, het zeurderige van Bob Dylan en het artistiekerige van Bryan Ferry in één persoon te verenigingen. Dit levert een aantal wereldhits op met het debuut Sebastian, gevolgd door Judy Teen, Make Me Smile (Come up and see me) en de bewerking van de George Harrison klassieker “Here Comes The Sun”. Harley blijkt een intellectuele literatuurliefhebber te zijn die liever in het theater zit dan op het strand te liggen. Hij leunt meer aan bij Hemingway dan bij pakweg The Stones.

Steve Harley was vroeger bekend om een zekere arrogantie. Hij won in ‘75 de NME (New Musical Express) award voor rotzak van het jaar (sorry, Steve). Met het ouder worden, is hij gemilderd. Het sarcasme maakt plaats voor spitsvondige humor. Toen ik hem de laatste maal aan het werk zag in De Zwerver, deed hij na het derde nummer een fotograaf na. Foto nemen, schermpje kijken, en opnieuw, en opnieuw. Harley vroeg met een brede glimlach om het toestel in de lockers te leggen.

Niettemin, vóór het interview leen ik uit veiligheid een pamper – een verse - van een jonge moeder. Ik probeer onmiddellijk het ijs te breken.

Ik herinner me dat ik als veertienjarige voor het eerst het nummer Sebastian zag en hoorde op tv. Mijn ma was geshockt door de make-up en de extravagante kledij. ‘Ze nemen allemaal drugs,’ wist ze me te vertellen.
(Bingo, want hij lacht hartelijk). The drugs came later, my friend.

Steve Harley is niet je originele naam. Ben je een motorfan?
Nee, ik ben geen motard noch Harley-Davidson dweper. Het is gewoon een pseudoniem dat goed bekt.

Om nog eventjes bij de etymologie te blijven: vanwaar de naam Cockey Rebel?
Ik ben van Londen en kom uit een arbeidersmilieu. Een Cockney is een inwoner van Londen uit de arbeidersklasse. Het is ook de variant van het Engels die door Cockneys gesproken wordt. Op twintigjarige leeftijd bezocht ik folkclubs en schreef ik zelf gedichten. Mijn moeder vond mijn aantekenboekjes met mijn vroege probeersels. Haar oog was gevallen op de titel van een gedicht - weliswaar slechte poëzie - met de titel Cockney Rebel. Aardige naam, vandaar.

Je startte als muziekjournalist. Hoe is je relatie met de pers?
Dat ik muziekjournalist geweest ben, is een cowboyverhaal dat me blijft achtervolgen. Ik werkte als reporter, nieuwsverslaggever. Mijn verstandhouding met de muziekpers was soms gespannen. Dat had bijvoorbeeld te maken met de rivaliteit tussen twee bladen. Melody Maker hield onvoorwaardelijk van mij. NME daarentegen kwelde me opzettelijk.

Hoe dan ook, je was journalist. Welke vraag zou je stellen aan Steve Harley?
Hoe slaagde de jonge Steve erin om songs te schrijven? Met het ouder worden, is dit moeilijker geworden. Nochtans, thuis heb ik twee piano’s en een gitaar staan in drie verschillende kamers. Ik zet me aan het klavier en soms komt er niet veel bijzonders uit. Althans, het is zeer moeilijk om zelf over het resultaat tevreden te zijn. Iedere keer als ik het huis verlaat, heb ik een notitieboekje en balpen op zak. Ideeën zijn makkelijk maar ze omvormen tot een song is andere koek. Het stemt me tot grote tevredenheid dat mijn muziek heel wat impact gehad heeft, ook op collega-muzikanten. Zo vertelde Peter Hook van Joy Division en New Order, toch een heel ander genre, me dat Cockney Rebel van grote invloed geweest is. En Elbow startte met het coveren van Mr Soft.

Je maakte 15 albums. Welke is je persoonlijke favoriet?
Zeg vriend, dat is een moeilijke. Laat ons zeggen dat ik persoonlijk zeer te spreken ben over The Quality of Mercy uit 2005. Ik speel er live nog veel stukken uit.

Over naar je debuutsingle en hit: Sebastian. De betekenis van de naam is ‘de aanbedene’. Autobiografisch?
Sebastian werd bestempeld als een ‘ghotic love song’. Het is een zeer duister en mysterieus nummer. Autobiografisch? Ik verkies dat de mensen er zelf over nadenken bij het aanhoren. Gebruik je eigen verbeelding. Iedere maal als ik het nummer breng, is het iemand anders.
Sebastian sloeg onmiddellijk aan in Nederland en België. We stonden er twee weken op de eerste plaats. Waarvoor dank, folks. En we werden geboekt op Pinkpop.

Alan Parsons was geluidstechnicus bij de opnames van The Beatles en later een invloedrijk producer. Je werkte samen met Parsons voor de cd The Best Years of Our Lives, juist nadat hij Dark Side of The Moon ingeblikt had. Vertel.
Ik heb een immens respect voor Alan. We werkten samen voor de single Judy Teen (the queen of the scene …) en voor mijn tweede plaat The Psychomodo. Ook The Best Years of Our Lives, met de millionseller Make Me Smile, werd door hem geproduceerd. Hij laat me mijn verbeelding gebruiken, laat me mijn ding doen. Bij hem voel ik me artistiek vrij. Trouwens, ik zing op het nummer The Voice uit de I Robot cd van The Alan Parsons project. Een geniale bas-intro, nietwaar?

Klopt het dat je Make Me Smile (Come Up and See me) geschreven hebt nadat zowat de hele band ontslag nam?
Inderdaad, ik heb daaruit inspiratie geput. Een nuance, het gaat niet over hen maar over mij. Zij verlieten mij. Vergeet niet dat de naam Cockney Rebel bestond vooraleer de bezetting er was. Wist je dat Marc Bolan van T. Rex akoestische gitaar speelde op Make Me Smile? En Patricia Paay behoorde tot het achtergrondkoortje. De song sloeg wereldwijd aan. Er bestaan 120 coverversies van waaronder Duran Duran en Suzi Quatro. Het staat bovendien op sommige filmsoundtracks. Het werd zelfs gebruikt in een Carlsberg reclamespot. Het groepsontslag heeft me een aardige duit opgebracht.
Het lied leidt een leven. Ik nam onlangs in Rusland de taxi en Make Me Smile werd op de radio gedraaid. De chauffeur zong in gebrekkig Engels uit volle borst mee terwijl hij op het stuur het ritme aangaf. Hij wist niet dat het mijn compositie was. Héérlijk.

Ben je rijk geworden met de royalty’s van je hits? Er gingen bijvoorbeeld meer dan één miljoen exemplaren van Make Me Smile over de toonbank. Staat er een Maserati voor je deur?
Een Mase.., een Masiwhat… een Miserati? Iets als een Ferrari? (Lacht) Nee, ik rij met een degelijke BMW. Ik kan een goed leven leiden en ik kan doen wat ik wil. Mijn kinderen bezochten een goede school.

Zijn er artiesten waar je jaloers op bent?
Niet echt, ik ben tevreden met mezelf. Ik zou wel graag een groter publiek hebben en nog meer optredens.

Je verzorgde het voorprogramma van The Rolling Stones in 2007. Werden jullie vrienden?
We speelden tweemaal als opener op Palace Square in St.-Petersburg voor een massa volk. Schitterende locatie. Ik heb groot respect voor The Stones, maar ik ben niet zo bevriend met muzikanten. Musici, mezelf inbegrepen, zijn etters (lacht).

Je hebt een carrière van meer dan 40 jaar. Denk je soms om met pensioen te gaan of wil je als een echte op het podium sterven?
Ik raak mensen en besef hoe gelukkig ik daardoor ben. Dus, ik denk er niet aan om met pensioen te gaan. Ik hou ervan om te zingen, het is mijn leven. Luchthavens, tickets, het on the road zijn, soundchecks, het ontdekken … ik hou van deze levensstijl.
Ik verafgood België. We scoorden er het allereerst met onze debuutsingle Sebastian. Belgium has been good to me. Daarnaast hou ik van jullie keuken, de restaurants, noem maar op. Antwerpen heeft het excellente Wijnhuis, Brussel is schitterend om te ontdekken met paard en koets. Bovenal ben ik gek op Brugge. Zo charmant, zo mooi …
Bedank alvast op voorhand het Belgische publiek. They have been good to me, I’ll be good to them … Ik zal in Gistel de lange uitvoering in plaats van de single-versie van Sebastian brengen. Als het moet zelfs tweemaal. Beloofd.
Dat ziet er goed uit. Ik vertel hem nog dat de voorverkoop heel vlot verloopt. Wat een aangename boeiende man, die Steve Harley. Hij stelt voor om na het optreden samen een glas wijn te drinken. Zoiets sla ik nooit af. Hij vraagt wie ik ben en wat ik doe. Ik vertel hem dat ik naast journalist ook de promotor ben van het concert. ‘Dan moet je job vet betaald zijn,’ grinnikt hij.
Na het interview loop ik al fluitend naar het toilet om de droge luier uit te doen.

Steve Harley & Cockney Rebel

exclusief concert voor het vasteland – full band
zaterdag 18 april - 20 uur
cc Zomerloos Gistel
Toegang € 20

Various Artists

Song Reader - 20 songs by Beck

Geschreven door

Een overtuigend concept horen we hier op deze compilatie , die eerst eind 2012 uitsluitend in de vorm van een boek verscheen met ‘sheet music‘ , voorzien van fraai artwork.
Met ‘Song reader’ nodigde Beck muzikanten/artiesten uit om een kale blauwdruk  uit te voeren van zijn songs , zonder zijn eigen definitieve versie.
De songs werden samengebracht op deze compilatie , waarop twintig verschillende artiesten  de songs van het album uitvoeren . Bekende ( Jeff Tweedy, Jack White , London Wainwright III , Norah Jones , Jarvis Cocker, …) en minder bekende grootheden hielpen mee , tekenden en zorgden voor de eenvoud van de klassieke popsong die gaat van indie , rootspop, ballroom tot klassiek door de toegevoegde orkestraties.
Er zou wel tien jaar overgegaan zijn om de nummers uit te schrijven . Grossier maar even in de 20 aangename nummers. Zelf tekent Beck voor het fraaie “Heaven’s ladder” . 
Het is een mooi uniek werkstuk alvast dat je wegwijs maakt in Becks muzikaal gedachtengoed …

Hozier

Hozier

Geschreven door

Midden vorig jaar werden we bestormd door die single van de Ierse sing/songwriter Andrew Hozier-Byrne. “Take me to church” - de song handelt over de misstanden in de katholieke kerk , en er is een controversiële clip tegen homohaat verbonden aan het nummer -, ging het beloftevolle debuut vooraf en hij was ook al één van de revelaties op Pukkelpop , waar hij voor de eerste keer te zien was en waar we konden kennismaken met z’n werk.
Heel wat moois hebben we met zes bijhorende nummers op het album, emotionele radiopotentiële pop verweven van gospel , blues , folk , en meerstemmige zangpartijen.
De nummers steken goed in elkaar en krijgen een meerwaarde door z’n indringende vocals. We krijgen afwisselend broeierige ( en dat zijn er een pak o.m. “Angel of small death …”, “Jackie & Wilson”, “Someone new” in de beginfase al ) en een handvol ingetogen , breekbare songs (o.m. “In a week” (met Karen Cowley) , “Cherry wine” en “My love will never die”) te horen; hier hebben  we nog meer de kracht van zijn stem en verraadt hij een klassieke kooropleiding. “From Eden” is de volgende single.
Hozier overtuigt met de reeks spannend opbouwende nummers !

Thurston Moore

The best day

Geschreven door

Een heel interessante soloplaat is deze van de 56 jarige zanger/gitarist Thurston Moore . We hebben hier op zijn solo-album ‘The best day’ een reeks twinkelende, onversneden gitaarsongs bepaald door die rauwe, jengelende gitaar, zijn lichthese onvaste vocals en die spannende, beheerste, gestroomlijnde songstructuur .
De eerste twee “Speak to the wild” en “Forevermore” zijn al meteen twee sterke nummers in het genre die net zorgen voor dat kenmerkend Sonic Youth geluid … een soort ‘rewind’, waarbij de songs een eenvoudige melodielijn hebben, waarin van alles kan gebeuren , ze lichtjes door de bocht gaan , maar nergens ontsporen . Hij heeft o.m.  Steve Shelley , Debby Googe (My Bloody Valentine)  en James Sedwards bij zich.
“Detonation “ en de titelsong zijn diegenen die het meest rocken , “Vocabulairies” een muzikaal werkstuk is en “Grace lake” het leuke instrumentaaltje . Chelsea Light Moving was al fijn groepje van de man , maar dit is een Thurston Moore in even goede doen.
Live durft het nog meer te knetteren, staat men nog meer onder hoogspanning en brandt de kaars van ‘Daydream nation’ nog meer …
De acht songs zijn meer dan de moeite! Prachtplaatje.

Peace

Peace – Chaos vervangt vrede zowel op als naast het podium

Geschreven door


Peace bracht onlangs zijn nieuwe album ‘Happy People’ uit. Een tour om dat album te ondersteunen kon dan ook niet uitblijven. In Groot-Brittanië een grote naam, in België niet zo bekend. Hun typisch Brits geluid klinkt dan ook zoals veel andere bekende Britse bands. Foals, The Maccabees maar ook The Rolling Stones en Stereophonics. Een eigen geluid hebben ze dus niet gecreëerd maar vooral veel gekopieerd. Deze verschillen in geluid komen misschien live beter tot zijn recht.

De Rotonde is niet helemaal volgelopen voor Peace maar dit laten de ‘die hard’ fans zeker niet aan hun hart komen. Zo’n 20tal jonge meisjes en enkele jongens staan al van bij de opening van de zaal vooraan het podium om zo dicht mogelijk bij hun idool te staan. Wanneer de band uiteindelijk opkomt zijn er, zelfs in de Rotonde, gillende meisjes te horen. Beginnen doet Peace met “Follow Baby” een kleine hit van hun debuutalbum. Met wat extra bas klinkt het nummer dan ook stukken beter dan op de cd.
De volgende nummers zijn van hun nieuwste plaat: “Money”, “Gen Strange” en “Lost On Me”. Stuk voor stuk krijgen ze het publiek mee door hun funky sound. Zanger Harry Koisser draagt een bontmantel om zich te onderscheiden van de rest van de bandleden. Deze dragen zoals echte Britpoppers een jeansvest. “Float Forever”, een minder funky en rustig nummer, wordt gezellig meegezongen. Alleen theelichtjes ontbreken nog. Bij “Perfect Skin” krijgt zanger een stem net als Mick Jagger, maar het refrein klinkt dan weer als U2. De bandleden van Peace doen niet te moeilijk tijdens het optreden en spelen gewoon hun nummers.
Na deze rustige funky nummers volgt een middenstuk met enkel gitaarsolo’s en nagenoeg geen zang. Moest er gezegd worden dat Explosions In The Sky hier spelen zou, iedereen het geloven. De solo’s swingen de pan uit, maar na een tijdje begint het te vervelen. Het is van alles een beetje en deze kakafonie verward het publiek een beetje. De riffs zijn wel fantastisch en het valt op dat die van Peace echt wel gitaar kunnen spelen, alleen tonen ze het een beetje te veel. De solo’s worden beëindigd met “California Daze” een zeer rustig nummer die iedereen weer op hun positieven kan laten komen.
“I’m a Girl” zet het einde van de set in en alweer is dit een funky nummer die iedereen aan het dansen krijgt. Daarna keert de band terug om maar liefst vier bisnummers te spelen. Opvallend is dat “Lovesick” iedereen het meest bekoort. Het is zelfs zo dat bepaalde fans het podium bestormen. Dit getuigt van een gebrek aan respect voor de artiest in kwestie. Ook bij “Higher Than The Sun” doet een enkeling dit. Peace heeft dus een hechte fanbase die soms iets te enthousiast is.

“World Plessure” is het laatste nummer die de band speelt. Heel de wereld zal wel geen plezier beleven aan Peace, maar met zulke fans is het slechts een kleine stap om echt door te breken. De verschillende gezichten die Peace toont op cd vallen live nog meer op. Het is een spervuur van verschillende genres en vooral een lijn ontbreekt in het concert. Desondanks kan de muziek toch op veel bijval rekenen en is het vooral zeer funky en aangenaam om naar te luisteren.

Organisatie: Botanique, Brussel

Pagina 546 van 966