logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Stereolab
Hooverphonic

The Decemberists

The Decemberists - What A Terrible World, What A Beautiful World

Geschreven door


15 jaar en 7 studio albums. Zolang heeft het geduurd vooraleer het uit Portland, Oregon afkomstige alt.countryfolk gezelschap The Decemberists eindelijk de podiumplanken van de AB heeft mogen kussen. Op zich al een kleine schande als je ziet hoe het jonge grut tegenwoordig aan amper een halve hapklare radiohit genoeg heeft om die zaal in een oogwenk te doen vollopen, maar nog groter was onze verwondering toen bleek dat frontman Colin Meloy en zijn gezellen in Brussel voor een halfvolle arena moesten aantreden.

Misschien heeft één en ander wel te maken met het wat ingewikkelde muzikale recept dat The Decemberists door de jaren heen hebben ontwikkeld en verfijnd, en waarin zowel ingrediënten uit pastorale folk, rootsy americana, lichtvoetige country en melodieuze indiepop verwerkt zitten. Hun jongste worp ‘What A Terrible World, What A Beautiful World’ is wat dat betreft niet enkel hun meest veelzijdige werkstuk, het is ook de eerste plaat van de groep waar cynisme zo duidelijk de boventoon voert.
In de epische opener “The Singer Addresses His Audience” kroop Meloy in de huid van de denkbeeldige popster die artistieke credibiliteit heeft ingeruild voor publieke adoratie, een scenario dat heel even niet eens ondenkbeeldig leek voor The Decemberists toen ze op de Grammy Awards in 2012 met “Down By The Water” nipt de duimen moesten leggen voor Foo Fighters als ‘best rock performance’. Deze potige countryrocker waar een groep als The Jayhawks een moord zou voor begaan en die op momenten zelfs naar early R.E.M. rook tekende ook in Brussel voor één van de vele hoogtepunten van de avond.
Aan de oppervlakte lijken The Decemberists een wat duf imago van foute country groep in foute donkere maatpakken te cultiveren, maar in werkelijkheid heeft de band met Colin Meloy een praatgrage entertainer in de rangen die lustig dolde met het Belgische publiek, en met de kleine schare Amerikaanse fans in het bijzonder. De man heeft klaarblijkelijk nooit kunnen kiezen tussen zijn drie grote liefdes: muziek, geschiedenis en literatuur.
Niet toevallig zijn verschillende van zijn songs dan ook geïnspireerd door historische gebeurtenissen of fictieve personages, en dat leverde in Brussel een paar tot de verbeelding sprekende songtitels op als “Grace Cathedral Hill”, “The Legionnaire’s Lament” of “16 Military Wives”.
Meloy is dan wel het gezicht én de spreekbuis van de band, toch etaleerden The Decemberists zich in de AB vooral als een hecht en vlekkeloos musicerend collectief. Toegegeven, de twee voor de gelegenheid meegetroonde achtergrondzangeressen lieten sommige nummers soms gevaarlijk dicht richting kleverige doo-wop afglijden en boden amper meerwaarde. Wel essentieel voor het theatrale geluid van de groep bleek de verbluffende virtuositeit van Meloy’s sidekick Jenny Conlee, die met sprekend gemak zowel keyboards, accordeon, melodica als xylofoon hanteerde. Aan zijn linkerzijde werd Meloy dan weer geflankeerd door gitarist Chris Funk die opgejaagd door de strakke ritmesectie voor de nodige rock’n’roll punch zorgde, maar even goed overweg kon met steel pedal of banjo.
Nogmaals, hoogtepunten legio in de AB, maar de strafste stoot die de zeven Amerikanen als collectief uit hun hoed toverden moet toch ‘
The Island: Come and See/The Landlord's Daughter/You'll Not Feel The Drowning” zijn. Met dit ruim 10 minuten durende epos uit het concept album ‘The Crane Wife’ (‘06) voerde de groep een ware tour de force op waarin pastorale folk en prog een al even onwaarschijnlijke als avontuurlijke flirt aangingen.
Tot twee keer toe stuurde Meloy zijn makkers richting backstage, wat telkens een beklijvend solo moment opleverde. Midden in de set stak het verstilde “Carolina Low”, een van onze persoonlijke favorieten uit de nieuwe plaat waar de uitdrukkelijke knipoog naar alt.country godfather Townes Van Zandt meer dan waarschijnlijk voor iets tussen zit. In de encores stond de frontman opnieuw alleen op de planken, dit keer om met “Wonder” het schuldgevoel wat te temperen omdat hij de verjaardag van zijn negenjarig zoontje vandaag moest missen. “A Beginning Song” sloot de avond af zoals ie begonnen was: episch en groots.

En de moraal van het verhaal hoor ik U vragen? Wel, op basis van hun zonder meer meeslepende prestatie in een schromelijk onderbemande AB zat die reeds fijntjes verborgen in de titel van het jongste Decemberists album: ‘What A Terrible World, What A Beautiful World’.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/serafina-steer-24-02-2015/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/the-decemberists-24-02-2015/
Organisatie: Live Nation ism Ancienne Belgique, Brussel

BRNS

Patine

Geschreven door

Brns – Brains,  om het u wat makkelijker te maken, is na het korte debuut ‘Wounded’ toe aan hun tweede plaat . De heren uit het Brusselse nemen een voornaam plaatsje in binnen de Belgische indiescene … Hun frisse, broeierige zelfs opwindende songs werden gekenmerkt door een strakke ritmesectie , pompende basslines, beheerste, avontuurlijke gitaarlijnen en een opzwepende drums , wat voor een aantrekkelijke, catchy , deels mysterieuze sound zorgde,  die een dansbare groove hebben , de spanning doen toenemen en explosieve momenten kennen. Ze zaten ergens tussen Battles , Tortoise en CYHSY in .
Op die tweede plaat ervaren we een even broeierige spanning , zijn er melodieuze als aparte afwijkende ritmes , en klinkt het in zijn totaliteit  meer zweverig , o.a. meebepaald door de knap uitgewerkte vocale harmonieën, die dan naar Alt-J neigen. Openers “Void” en “Slow heart” zijn al meteen twee fijne openers.
De multi-instrumentalisten gaan opnieuw gretig te werk, klinken alternatief en hebben dus een boeiend  staaltje afgeleverd met deze plaat, die zich per beluistering laat ontdekken!

The Asteroids Galaxy Tour

Bring us together

Geschreven door

De Deense The Asteroids Galaxys van Mette Lindberg en producer Lars Iversen maken er een vrolijke , leuke, ontspannende  en aangename boel van . Vijf jaar terug kwamen ze in de belangstelling met “Golden age” , een kleine reclamehit.
Net als de vorige platen brengt de derde cd een rits toegankelijke songs met een smiley als “Navigator” , “My club” , “Choke it” en “Hurricane”. Meer ‘galaxy’ sounds ervaren we op een “Zombies”.  Toeters en bellen , deze Asteroids Galaxys bieden een uiterst gezellig geluid.

Luke Sital-Singh

The fire inside

Geschreven door

De sing/songwriter Luke Sital-Singh is een opkomend talent en heeft al meteen met “The  greatest lovers” een goede hit op zak . We horen gevoeligheid en intensiteit terug in de sobere, sfeervolle en broeierige nummers . Na drie fijne EPs is eindelijk het debuut uit , ‘The fire inside’ en kreeg hij ook nog een nominatie voor de BBC’s Sound of 2014 . Hij dringt zich een plaatsje op naast George Ezra , en heeft met Damien Rice, Ben Howard , Tom Odell en Passenger goede voorbeelden achter zich.
Een afwisselend plaatje in het genre dus, waarbij enkele nummers gedragen worden door akoestische/elektrische gitaar en piano en zijn helder indringende stem (“Bottled up tight”, “Nearly morning” , “Fail for you”, “Cornerstone” en “Benediction”) ; die leiden in naar de emotionaliteit en weemoed. De andere zijn boeiend en intrigeren door de opbouw, “Nothing stays the same” , “Lilywhite” en “I have been a fire” of ze mogen lekker catchy klinken (“We don’t belong” en zijn doorbraaksingle) .
Kijk we hebben hier te maken met een doorleefd , eerlijk , oprecht, intiem album …

The Acid

Liminal

Geschreven door

The Acid is een gezelschapscombo van drie gasten uit drie verschillende landen , twee producers/techneuten van Engeland/Verenigde Staten , samen met de indiefolkzanger Ry Cuming (die we kennen van Ry x) . ‘Liminal’ zit in de sferen van James Blake, Jamie Woon  en Sohn .
Binnen die UK  trippop/postdubstep hebben we hier te maken met een  afwisselend plaatje van aangename groovende trips tot sfeervolle , dromerige , ingenomen; minimalistische spookachtige soundcapes , die gaan van een toegankelijke “Fame” , Tumbling lights”, “Basic instinct” , Clean” tot de slow trips van “Animal” , “Veda” of “Creeper”, gedragen door de fragiele stem op z’n Bon Ivers . Arty pop met lichte grooves dus.
De plaat blaast warm en koud, biedt donkerte en licht en gaat van dance tot een schemerzone. Een mooi subt!iel klanken- en kleurenpalet dus , dat speelt met sounds en slowe beats , een collectieve trance verwezenlijkt , er wat meer pit , dynamiek en een bijzonder sfeertje weet in te steken.

Tricky

Tricky – grillig, scherp, weerbarstig goed!

Geschreven door

Een aparte , eigenzinnige figuur die Tricky aka Adrian Thaws , die trouwens zijn laatste plaat naar zichzelf vernoemde…. Samen met Portishead en Massive Attack stond hij aan de wieg van de triphopscene en had hij met het debuut ‘Maxinquaye’ een bestseller uit , duister,  rauw én toch  toegankelijk.
Al twintig jaar is hij bezig … een ondoorgrondelijk muzikaal karakter hebben we op die eerste platen ‘Nearly God’ , ‘Pre-millennium tension’ en ‘Angels with dirty faces’, die een kronkelend, hobbelig parcours bewandelen binnen de scene met die dreigende geluidscollages en tegendraadse ritmes. En natuurlijk waren er al die verschillende gastvocalistes , waarvan we Martina Topley-Bird het sterkst onthouden en met wie hij een kind heeft.
Verder was z’n materiaal wisselend en hadden we persoonlijk laatst connectie met ‘Knowle west boy’ uit 2008; van de laatste platen , eerlijk gezegd , hebben we maar bitter weinig affiniteit,  maar OK onze ‘Tricky kid’ kan live nog altijd z’n duivels ontbinden …

… En vanavond was ‘t van dat … De songs werden pittig gekruid en klonken beduidend extravert . Sommige nummers kregen stevige rockinjecties door de hoekige gitaar en de felle drums en werden ondergedompeld in intrigerende , opbouwende, hitsende  jams , die soms explodeerden , wat ferm gesmaakt werd door het publiek.
De op voorhand geprogrammeerde elektronicasounds met die duistere, lome, relaxte vibes vulden aan .
Tricky zelf brabbelt , murmelt met z’n slepende zware stem de nummers aan elkaar, en heeft nu met K Bleax een vaste zangeres . Toegegeven , zij kan niet tippen aan de vorige zangeressen , haar stem is minder indringend, sensueel en dromerig.
Een clubconcert van Tricky is evenwichtiger dan op een festival , waar hij de mogelijkheid en de ruimte heeft zich volledig te laten gaan; ook zijn muzikanten krijgen de kans zich volledig te ontplooien . Hierdoor kwamen songs als “You don’t wanna”,  “Really real , “Nicotine live” en “Breeders” sterk uit de verf en brachten ze ons in dat unieke sfeertje . Tricky trekkebekt , maakt allerhande rare armbewegingen en trekt aan zijn shirt en pull , tussenin nipt hij aan een drankje en rookt hij z’n jointje of sigaretje op , terwijl Bleax vocaal zweeft over de nummers . Op “Why don’t you” neemt zij een prominente rol in. De paar overbekende oudjes “Overcome” en “Black steel” waren mooi verdeeld in de set en werden dan ook sterk onthaald.
Op deze nummers probeert het kwartet er wel een feestje van te maken . Af en toe zakte het wat , maar op het eind kreeg de Tricky sound nog meer een eigen smoel . Hij zelf trad meer op het voorplan en trekt fel , krachtig, verbeten van leer . Meer emotie en impact! “I wanna be your dog” was een heuse rocker , maar ook “Vent” en “By meself” waren strak , hard , overtuigden en werden net als de paar andere bisnummers in een jam ondergebracht .
Hier was Tricky onder stoom , zat iedereen op dezelfde golflengte en kon hij na bijna twee uur nog doorgaan . Met een pompende reprise van Stooges’ “I wanna be your dog” werd de lekkere, chaotische, gecontroleerde, opwindende en afwisselende set besloten.

Tja live altijd wel iets apart … een grillige persoonlijkheid , die zijn  muzikale triphopwereld in een rockconcept duwde , scherp en weerbarstig.

Organisatie: Agauchedelalune + Aéronef, Lille

Team Me

Team Me – Gezelligheid in de Noorse bossen

Geschreven door

Aanvankelijk was Team Me een solo-project van Marius Hagen. Dit werd snel opgedoekt, nu is Team Me een zestal. De Noren hielden gisteren halt in de Rotonde van Botanique. Hun recentste worp ‘Blind As Night’ kreeg eind januari een wereldwijde release.  Dit album kwamen ze dan ook voorstellen gepaard met enkele oude nummers. Dit nieuwe album geeft hun sound een meer elektronisch kantje. Hierdoor is hun geluid te omschrijven als een mix tussen Efterklang, MGMT in de beginperiode en I’m From Barcelona.  Deze opgetogen bende in een nagenoeg volle Rotonde kan niet missen.

Team Me begon met de opener van hun nieuw album “Riding My Bicycle (from Feddersensgate to Mollerveien)”. Dit nummer is de perfecte opener van een set, beginnen met rustige gitaar intro’s en geleidelijk opbouwen met meerdere instrumenten. Uiteindelijk volgt dan de apotheose en iedereen is meteen mee met het verhaal. Om dit begin wat extra sterkte bij te zetten wordt meteen single “F Is For Faker” gespeeld. Stilstaan is onmogelijk bij deze uptempo muziek. Live krijgt hun muziek wat extra gitaar wat een speciale touch geeft aan hun muziek. De solo’s zijn opwindender en klinken zwaarder door. Hun eigen enthousiasme zorgen ervoor dat de muziek nog beter klinkt dan op cd.
Na enkele nieuwe nummers te spelen gaat Team Me terug naar de basis. Nummers van de debuutplaat en zelfs debuut-EP worden gespeeld. “Me And The Mountain” toont de simpelheid van de band en hun folky achtergrond. Het is precies alsof de haard aanligt, je knus in de zetel ligt onder een deken en het buiten aan het sneeuwen is. Dit gevoel wordt versterkt tijdens de rustige intermezzo’s. Zoals bij “Steven” waar de enige vrouw in de groep een solo-momentje krijgt. Het gevoel van voldoening en gelukzaligheid is nooit ver weg. Bij “Blind As Night” wordt een leuk effectje toegepast door gloeilampen te laten schijnen op de toon van de muziek. Team Me is dus werkelijk het licht in de duisternis.
Dit licht schijnt het felst op het einde van de set. “Patrick Wolf & Daniel Johns” wordt ingezet waarna de zaal gezellig balanceert op te tonen van de muziek.  De eerste single van de band “Show Me” is meteen het einde van de set. Hierbij schreeuwt de volledige zaal nog eens mee met de band. Ze blijven schreeuwen tot ze uiteindelijk terugkomen om nog twee nummers te spelen. “With My Hands Covering Both Of My Eyes I Am Too Scared To Have A Look At You Now” is het hoogtepunt van de set en meteen ook het einde. De zanger staat op de rand van het podium, je voelt zijn speeksel op je lichaam wanneer hij zingt. De gitarist verdwijnt wel degelijk het publiek in waar iedereen gek wordt. De band stond nog nooit zo dicht bij het publiek. Hierdoor verdwijnt de barrière tussen band en publiek en lijkt het op een groep vrienden die samenkomen.

Iedereen springt nog een laatste keer samen in de lucht waarna de band het podium verlaat. Een gevoel van gezamenlijk geluk weergalmt door de zaal. T
eam Me heeft iedereen opgebeurd op de laatste dag van de week. De band is maar met zes, maar op het podium zijn ze met honderden. De samenhorigheid, de simpelheid en vooral de bescheidenheid van de jonge band maken van dit concert een unieke ervaring.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/two-kids-on-holiday-20-02-2015/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/team-me-20-02-2015/

Organisatie: Botanique, Brussel

Kitty, Daisy & Lewis

Kitty, Daisy & Lewis – Frisse, trippende, aangename set!

Geschreven door

De familie Durham wordt gerespecteerd met hun combinatie van rockabilly, rock’n’roll, rhythm & blues, country & western, ska en doowop blues uit de ‘50s/’60s, die ons doet denken aan het onvolprezen Red Devils van de early 90s en aanzetten  tot een heupwieg en een swing’n’boogie.
Zusjes Kitty en Daisy en broer Lewis , hebben moederlief (bas/contrabas) en vader neerzittend (slide)/gitaar) mee om er een gezellig onderonsje van te maken, samen met hun publiek als uitnodigende gast in een concertzaal .

Ze hebben een nieuwe plaat uit ‘The third’, die toegankelijk en eenduidiger klinkt in het genre en een fikse stap voorwaarts kan betekenen een breder publiek te bereiken .
Een paar jaar terug plaatsten ze zich in de spotlights op het r&b festival in Peer en sindsdien rolt de bal voor de muzikale familie. Toegankelijker betekent ook dat het allemaal een poppy groove kent, wat gepolijst en mooi klinkt, en dat de rauw in whisky doordrenkte blues wat op de  achtergrond is geduwd .
Geen nood , nog steeds hebben we een uiterst aangename, leuke set en zetten nummers aan tot een hillbilly/rockabilly party , zeker op het eind met die doorleefde, huppelende bluesy slide songs als “Going up the country”, het nieuwe “Developper’s disease”, “What quid” en “Mean sun of you” ; aan de  bar in de zaal werden nog meer pintjes en Belgische streekbieren getapt … Hier staan ze dicht tegen elkaar opgesteld aan 1 micro , wat de sfeer nog meer dampend, smachtend en gezelliger maakt!
Deze werden dus mooi bewaard op het eind , maar de 50 minuten ervoor genoten we van de unieke gedrevenheid van de drie met hun familie  uit Londen. Met een Jamaicaanse trompettist op leeftijd sijpelt de ska binnen , wordt de sound  kleurrijker , en is een saloon./bar sfeertje gecreëerd , wat de menigte ophitst (o.m. met een “Turskish delight” , “Whenever you see me” en “Good looking woman”).
Eerder konden we al proeven van hun kenmerkende stijl , door de pak songs van de nieuwe plaat , “Bitchin’ in the kitchen”, “Feeling of wonder” en de ingetogen single “Baby bye bye”, die de set openden. De mondharmonica werd niet vergeten, wat eerder het materiaal in een zompige blues onderdompelde.
Er wordt nogal veel van instrument gewisseld bij de drie, maar het enthousiasme , gretigheid, freakness , speelsheid, spontaniteit en kunde van het combo is en blijft ongenaakbaar. Ze zetten een “Never get back”, “No action” of “Whisky” op sobere wijze in , maar dan werd de ritmiek al gauw aangescherpt door de bredere omlijsting en de uptempo’s. Die intens spannende opbouw brengt de songs live op een hoger niveau .

En de set vloog snel voorbij op die manier .
Een Brian Setzer, Stray cats, Jon Spencer of Heavy trash hebben met de familie Durham een leuk speeltje erbij  . Ze staken voldoende variatie in hun spel, wat een uiterst boeiende, aangename, frisse, trippende, dansbare en ontspannende set opleverde …

Rock’n roll pur sang op z’n The Darkness kregen we met het andere Britse combo The Dash;
rechttoe-rechtaan, met een punky attitude zorgen ze voor een fucking crazy sfeertje, wat uiterst sterk werd onthaald door onze Franstalige vrienden . Een hoofdrol was weggelegd voor podiumbeest Marc Hayward , die dweepte met de voorste rijen . Fun & pleasure , met een knipoog naar The Clash , The Ramones en Iggy . Cheers mate!

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Briqueville

Briqueville - 6siss - De grondvesten daveren

Geschreven door

Openen doen we met een man alleen, 6SISS. Hij produceert soundscapes/drones. Hij draait hierbij toepasselijk een t-shirt van OM. Want daar neigt het naartoe. Zware, diepe, hevig in de oren slaande bassen die de trommelvliezen doen dansen. Het was ook wel het enigste dat danste. Want party-muziek is het gelukkig niet. Trancendale muziek die de middelmatigheid ver overstijgt. Hij schepte perfect de sfeer ter voorbereiding van Briqueville. Met mokerslagen die de zaal doen trillen en de vloer doet daveren. Vibraties die uit de aarde zelf lijken te komen …

Zonder pauze of waarschuwing worden we dan overgeleverd aan de lusten en geneugten van Briqueville . Voor de ene een overdreven hype, voor de andere nobele onbekenden. Maar voor mij zijn ze de toekomst van de Belgische muziek. Wie de bandleden zijn is het best bewaarde geheim in muziekgeschiedenis. Vast staat dat het geen groentjes zijn. Hun eerste , titelloze plaat  is uit sinds november 2014. Deze werd met de nodige originaliteit gepromoot. Enkele exemplaren werden overal in het land begraven en konden door de fans opgegraven worden. De plaat is ook nog steeds gewoon te koop en wordt vergezeld van een prachtige jutte zak.
Maar dan nu de muziek. Briqueville brengt post-metal, sludge, een beetje prog. Een gevaarlijke mix voor oren en gevoel. Want dit wordt zwaar blazen! Gehuld in gouden Venetiaanse maskers en zwarte capes betreden ze het strijdtoneel. Klaar om de zaal in de vernieling te spelen.
En dat lukt hen opnieuw moeiteloos. 5 man stern die samenspannen om de zaal minitieus aan flarden te scheuren. Maat per maat wordt de spanning opgebouwd,  wordt het klanktapijt gespreid over een publiek dat smacht om te mogen ontvangen. Een spektakel voor de oren en een aanslag op de trommelvliezen.
Een band die  de volledige show weten te boeien. Een concert om nog lang te onthouden. Een groep die nu al op u lijstje moet staan. Want deze jongens (wie ze ook zijn) zullen heel ver raken. Ze touren nog het hele land door. Kijk gerust eens op hun website om de lijst te bekijken en om eens de sfeer te snuiven die deze band wil en weet te creëren.
Info http://www.briqueville.com   

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/briqueville-20-02-2015/

Organisatie: Cactus Club, Brugge

Wallace Vanborn

Wallace Vanborn - Smerige stonerrock

Geschreven door

Afkomstig uit Beringen was support-act 30.000 Monkies die  als een totale verrassing op ons af kwam. Een keihard optredentje, nog veel heviger dan de hoofdact. Deze vier knapen wisten een stevig potje noiserock voor te schotelen in een mengeling van doom-, sludge- en postmetal.

Als we één ding zeker weten is het dat we trots mogen zijn op onze Vlaamse muziekindustrie. Het Gentse Wallace Vanborn heeft dit in Hasselt nog maar eens bewezen. Ze hebben al 2 dijken van Albums op hun naam staan en ook hun laatste nieuwe ‘The Orb We Absorb’ sloeg in als een bom.
Enkele dagen voor dit optreden werden we door hen al volledig van ons sokken geblazen op ‘We Are Open’ in Trix, Antwerpen. We keken dus vol ongeduld uit om Wallace een tweede keer te zien los gaan.
Het minste wat we over hun showke kunnen  zeggen is dat er een aantal ongeremde gitaren en een echte rock ‘n’ roll attitude aan te pas komt . Ze scoorden met “Beez in a Buzz”, “Supply and the Damned” en “Wizzard Cast Blizzard”, drie van de vele parels die te beluisteren zijn op ‘The Orb We Absorb’.
Ook enkele nummers van hun vorige platen ‘Free Blank Shots’ en ‘Lion’s Liars Guns and God’ werden met veel trots nog eens bovengehaald  Nadat de boxen bijna opgeblazen waren en onze oordoppen al lang geen nut meer hadden, begonnen ze aan hun laatste nummer “Cowboy Panda’s Revenge”,  de grootste parel van allemaal! We kregen smerige stonerrock op ons bord en het heeft zeker gesmaakt!

Organisatie: Muziekodroom, Hasselt

Pagina 548 van 966