logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Stereolab
dEUS - 19/03/20...

Get Your Gun

The worrying kind

Geschreven door

Get your gun is een debuterende band afkomstig uit Denemarken; in de zeven lange, goed opgebouwde  songs is een donkere, onderhuidse spanning aanwezig, door een grauw landschap omgeven van garagerock, country/punkblues , wave en psychedelica.
Referenties als 16 Horsepower, Wovenhand , Cave, The gun club en Crime & the city solution borrelen op door die logge galmrockende gitaarriedels en die knappe, indringende  zang . Een verrassend opmerkelijk debuut dus door die intrigerende constant ingehouden sound …

FKA Twigs

LP1

Geschreven door

Toch wel een aparte sound horen we bij FKA Twigs , die letterlijk draait rond de jonge frêle zangeres Tahliatt Barnett , deels Jamaicaans – deels Spaans/Engels; zij koppelt haar soul/r&b aan sobere sfeervolle , loodzware, traag slepende, lome elektronica, drum’n’bass , diepe grommende basstunes, tics, rateltjes en percussie , die dwars door je lichaam trillen. Hier versmelten verschillende stijlen samen in een minimalistisch complex geluid , een avontuurlijke ritmiek die verrassende , onverwachtse wendingen ondergaat en toch de dansspieren aanspreekt , gedragen door haar loepzuivere , heldere indringende , soms echoënde en hoog uithalende vocals .
Natuurlijk kan je niet omheen die donkere, dreigende ondertoon , beetje  mysterieus en paranoïde, maar tegelijkertijd toegankelijk groovy en dus ook wat aangenaam zalvend.
Nummers als “Lights on” en “Give up” dompelen ons al meteen in die muzikale leefwereld; de triphop van Tricky, Lamb , Portishead , verder de postdubstep van James Blake, het donker minimalisme (denk The xx) , de beats op z’n Breakbeat Era en de spannende tripsoul van Massive Attack borrelen hier op .
Een hobbelig muzikaal geluid waar kilte , donkerte, warmte en sensualiteit elkaar kruisen … Laat je gaan !

The Afghan Whigs

The Afghan Whigs - De heropstanding van gentleman Dulli

Geschreven door

De tijd dat albums van The Afghan Whigs steevast de weg vonden richting eindejaarslijstjes lijkt definitief voorbij. En dat is best wel jammer, want weinig iconische 90ies bands schudden na 16 jaar radiostilte immers nog een plaat uit hun mouw die hun beste werk benadert. Wie het jongste werkstuk ‘Do To The Beast’ voldoende luisterbeurten gunt krijgt vroeg of laat flashbacks naar ‘Black Love’ (‘96) of ‘1965’ (’98) als spontane beloning. Let wel, het ongenaakbare opus magnum ‘Gentlemen’ laten we in dit rijtje even buiten beschouwing. Dé plaat die de groep uit Cincinnati definitief op de kaart zette mocht vorig jaar trouwens 21 kaarsjes uitblazen en kreeg er meteen een wat overbodige deluxe reissue bovenop. Greg Dulli & co vertikken het echter om daar een rewind tour aan te koppelen, en dus staat hun huidige Europese zaaltournee vooral in het teken van de tweede adem die de band heeft gevonden.

In een uitverkocht Koninklijk Circus nam de groep een ongemeen verschroeiende start met “Parked Outside” en “Matamoros”, niet toevallig twee van de beste songs vanop ‘Do To The Beast’ die de heropstanding van The Afghan Whigs v2.0 onomstootbaar en definitief inluiden. Verschroeiend én loepzuiver, het zijn jammer genoeg echter zelden synoniemen in een live set. Het geluid dat Dulli en zijn kompanen aanvankelijk de speakers lieten uitknallen was niet enkel snoeihard maar vloog bij momenten ook een paar keer slordig uit de bocht of verzandde in een geluidsbrij. Eén en ander had misschien wel wat te maken met de bombastische allure van de nieuwe songs. Fans van het eerste uur zijn het immers niet meteen gewend om Greg Dulli geflankeerd te zien door instrumenten met een bescheiden rock’n’roll gehalte zoals viool en cello, maar naarmate de set vorderde leek dit niet meer dan koudwatervrees.

Uit de oorspronkelijk bezetting heeft naast Dulli enkel boezemvriend en de immer cool ogende bassist John Curley de volledige trip uitgezeten. Logisch dus dat deze laatste meer dan eens pretoogjes opzette toen snedige oudjes als “Fountain And Fairfax”, “Conjure Me”, “Gentlemen” of “My Enemy” aan een rotvaart naar alle uithoeken van het KC werden gekatapulteerd. De vier nieuwkomers in het gezelschap, her en der weggeplukt ten huize
Dulli’s eigen Twilight Singers en The Polyphonic Spree, leken er vooral op gebrand om de erfenis van de groep alle eer aan te doen maar een echt hecht collectief vormen deden ze niet. De drummer ging hierbij niet altijd even vrijuit, zeker niet toen hij een onfortuinlijke misser maakte te midden het iconische “Debonair” en prompt met een blik vol doodsverachting werd neergebliksemd door Dulli. Stress of groeipijnen, het publiek maalde er niet om en schreeuwde lustig mee: “Tonight I go to hell, For what I've done to you, This ain't about regret
Op zijn vijftigste heeft het grofkorrelige strot van Greg Dulli inmiddels genoeg eelt gekweekt om zijn kwaliteiten als hedonistische soulzanger optimaal te laten renderen. Zeker toen de groep wat gas terug nam leverde dat een paar van de meest intense momenten van de avond op. Het samen met spitsbroeder Mark Lanegan als The Gutter Twins ingeblikte “God’s Children” liet zich het best vergelijken met een grungy gospel die langzaam uitgroeide tot een meeslepende climax. Het ingetogen “Step Into The Light” klonk door de fraaie cello begeleiding dan weer zelden zo melodramatisch, het bleek een ideaal moment om de ogen even te sluiten en lijf en leden te laten doordringen van zoveel heerlijke somberheid. Tijdens de atypische maar erg knappe vooruitgeschoven single “Algiers” had Dulli zijn falset uit de studioversie ingeruild voor een rauwere crooner variant. Het nummer klonk hierdoor meteen een pak potiger, maar paste nog steeds in de imaginaire soundtrack van de betere spaghetti western.

The Afghan Whigs mogen dan al een back-catalogue hebben verzameld om U tegen te zeggen, om een paar covers meer of minder zitten ze live doorgaans nooit verlegen. Uniek hierbij is dat Dulli geregeld op frappante gelijkenissen stuit tussen eigen en andermans nummers, en de flarden van die songs vervolgens aan elkaar rijgt alsof het niets is. Zo bleek Jeff Buckley’s “Morning Theft” de ideale inleider tot “It Kills”, werd de broeierige sfeer in “Algiers” perfect gegangmaakt door de eerste tekstregels uit “The House Of The Rising Sun”, en mondde het op een strakke r&b beat drijvende “It Kills” ongemerkt uit in Fleetwood Mac’s “Tusk”. Uit de eerste volwaardige Whigs plaat ‘Up In It’ (’90) haalde Dulli voor het eerst sinds lang nog eens “Son Of The South” vanonder het stof, een averechtse bluesrocker die uiteindelijk naadloos over ging in een flard “Roadhouse Blues” van The Doors.

Ook tijdens de uitgebreide encores griste Dulli met veel enthousiasme andermaal in zijn persoonlijke platencollectie. Vanuit de coulissen dook hij bijna onopgemerkt op in het publiek met een biertje in de hand en schudde er en passant een weergaloze interpretatie van “Every Little Thing She Does Is Magic” uit de mouw. De finale triomftocht werd verder gezet met “Summer’s Kiss”, “Teenage Wristband” (van Dulli’s Twilight Singers) en “Somethin’ Hot”. Doorheen de set had de praatjesmaker in Dulli maar weinig van zich laten horen, tot de man helemaal op ’t eind bekende dat hij wat onzeker was over de goede afloop van de avond. Had de man een beginnend griepje te pakken of was ie de avond ervoor iets te lang blijven plakken in Brugge in het gezelschap van een paar Straffe Hendrikken of Dulle Teven, we hebben er het raden naar. Of misschien was dit wel een hedonistische pose ter inleiding van de epische afsluiter “Faded” waarin wijlen Bobby Womack met een citaat uit zijn “Across 110th Street” een passend eerbetoon kreeg.

Twee avonden op rij hebben Greg Dulli en zijn vijf kompanen de Belgische Whigs fans alweer een onvergetelijke trip kado gedaan. Muzikale herrijzenis, artistieke wederopstanding, geslaagde comeback, ... het zijn allemaal mogelijke titels voor de gazetten van morgen, en voor één keer hebben alle gazetten overschot van gelijk.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/the-afghan-whigs-07-02-2015/
Organisatie: Live Nation

Adrian Crowley

Adrian Crowley - Als een goede wijn

Geschreven door

Al 8 platen heeft Adrian Crowley uit, maar toch had op het vasteland nog niemand gehoord van deze Ierse singer/songwriter. Tot hij eind 2014 met het prachtige album ‘Some Blue Morning’ op de proppen kwam, lovende reacties alom waren zijn deel en vergelijkingen met grootheden als Leonard Cohen, Bill Callahan en Nick Cave waren plots overal aan de orde. Twaalf jaar na de eerste plaat was er dan eindelijk die welverdiende erkenning. Of toch niet? Blijkbaar waren in België al die lofbetuigingen nog niet zo goed doorgesijpeld want de op zich al bescheiden AB Club was niet eens volgelopen. Maar goed, wij waren er wel, en het is nu eenmaal onze taak om er bij u eens goed in te wrijven wat u nu weeral gemist heeft.

Op ‘Some Blue Morning’ hebben de fraaie songs een intieme omkadering meegekregen met hier en daar wat cello, keyboards en strijkers, maar op het podium deed Crowley het helemaal in zijn muzikale blootje. Enkel Katie Kim, die ook voor het voorprogramma had gezorgd, kwam sporadisch wat voorzichtige vocale steun leveren. Dat Crowley zijn songs zo nog meer uitkleedde, kwam de intimiteit alleen maar ten goede. Hij begeleidde zichzelf op elektrische gitaar en haalde daar wonderlijke mijmerende echo’s uit die wel eens naar David Lynch achtige taferelen refereerden. Samen met die zalvende bariton van hem zorgde dit voor heuse kippenvelmomenten.
U mocht gerust in katzwijm vallen bij de weidse sound van het onooglijk prachtige “The Hatchet Song” of het betoverende “The Hungry Grass”.
Adrian Crowley manifesteerde zich ook als een entertainende storyteller. Met een anekdote over een vervelende ekster die zijn vakantie in de Pyreneeën vergalde,  leidde hij het schitterende “The Magpie” in. Ook zijn verhaal  ter introductie van “Trouble”, over breeddenkende Nederlanders die het al vreemd vonden dat  hij te voet met zijn gitaar op de rug naar een optreden peddelde, wekte bij het  publiek een glimlach los. Zo nam Crowley met zijn verhalen zijn publiek mee binnenin zijn songs waar het aangenaam vertoeven was. Wij zaten tevergeefs nog te wachten op dat fabelachtige relaas over een wild zwijn in de prachtsong “The Wild Boar”, maar het mocht niet zijn, Crowley liet de song vanavond helaas in zijn valies zitten.
Als bis kregen we enkel de folksong “Golden Paleminos” waarvoor Crowley achter de piano ging zitten. Dat hoefde hij nu niet echt te doen, wij prefereren immers met voorsprong de albumversie van “Golden Paleminos” met dat zacht tokkelende akoestische gitaartje. Maar goed, wij waren al lang tevreden met wat deze fijne songteller vanavond gebracht had. Buiten was het ijzig koud, maar binnen was het hartverwarmend.

Met het oog op ons huiswerk hebben we ons nog eens verdiept in ‘Some Blue Morning’ en de plaat klinkt bij iedere beluistering mooier, eentje om te koesteren. Na acht platen is Adrian Crowley hiermee tot zijn voorlopige artistieke hoogtepunt gekomen, als een lekker wijntje die jaren heeft liggen rijpen.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Kiesza

Kiesza – Acrobatie en pop beats aan de top

Geschreven door

Wat hebben ballet, Noorwegen, de Canadese zeemacht en de Ancienne Belgique met elkaar gemeen? Een strikvraag, misschien, maar op een koude donderdag avond in februari was het antwoord: alles.

Het verhaal van de nieuwste Canadese popsensatie Kiesza loopt helemaal niet zoals je zou verwachten. Kiesza heeft roots in Noorwegen maar werd geboren in Calgary in Canada. Ze was al van jongs af aan geïnteresseerd in de showbizz. Naast meedoen aan de Young Canadians met een jazz en tap dans act, trainde ze ook in klassiek ballet tot haar 15de, wanneer een knieblessure een einde maakte aan een mogelijkse ballet carrière.
En hier neemt het levensverhaal van Kiesza een verrassende (en in de hedendaagse cultuur van gefabriceerde pop acts en talentshows à la X-Factor toch wel verfrissende) wending. Kiesza sloot zich namelijk aan bij de Canadese zeemacht. Onwaarschijnlijk genoeg leerde ze tijdens haar dienst gitaar spelen en zong ze liedjes om de tijd sneller te doen gaan. Haar talent werd opgemerkt en Kiesza besloot om opnieuw voor een showbizz carrière te gaan. Ze kreeg een beurs voor de prestigieuze Berklee College Of Music in Boston en de rest, zoals ze zeggen, is geschiedenis.

Geef het gerust toe, u hebt in de zomer van 2014 ook gewillig mee ge-ooh-ed en ge-ah-ed met Kiesza's tot op heden grootse hit, “Hideaway”. Het was een gigantische wereldhit en de video een viraal fenomeen, en terecht ook. Kiesza doet terugdenken aan de pop-house hits van de jaren negentig. De tijd van neon tops, gescheurde en gebleekte jeans en gigantische sneakers. De tijd van Haddaway, Robin S. en Crystal Waters, artiesten die Kiesza trouwens feilloos kan coveren.
Het was dan ook een beetje zonde dat de Ancienne Belgique donderdag avond niet volledig mee ging met de aanstekelijke beats die voorgeschoteld werden. Het concert was verre van slecht, maar de sfeer werd teniet gedaan door het blijvende geroezemoes tussen de songs door. Kiesza liet het niet aan haar hart komen en danste en zong lustig verder (een pluim voor de acrobatische dansers, trouwens) maar het was duidelijk dat het merendeel van het publiek hier gekomen was door de lokroep van “Hideaway” en zich door de andere liedjes niet echt liet bekoren.
Jammer, want nummers zoals “Giant In My Heart” en “No Enemiesz” zijn ongetwijfeld hits in wording. Kiesza slaagde er bovendien ook in om keer op keer de hoge noten perfect te toetsen, iets wat zeker geen sinecure is in een concert waar zoveel gedanst wordt. Ook de covers (o.m. Haddaway's “What Is Love” als een vertraagde ballad en Michael Jackson's “Billie Jean”) waren bewonderenswaardige momenten. En dan kwam er natuurlijk “Hideaway” als afsluiter, tot grote vreugde van alle aanwezigen.

In conclusie: een goed concert dat wat meer aandacht had moeten krijgen. Maar niet getreurd, Kiesza, want de zomerfestivals lonken en menig Belg zal je graag een tweede kans geven.

Organisatie: Live Nation ism Ancienne Belgique, Brussel

Ryan Adams

Ryan Adams

Geschreven door

Ryan Adams is een belangvol sing/songwriter en groots talent. Hij is geen man die steeds hetzelfde kunstje doet . Hij heeft nu wel niet steeds de perfecte plaat uit , maar we hebben altijd een handvol pareltjes, die mooi gearrangeerd en uitgewerkt zijn . Ook hier is het genieten van z’n toegankelijke nummers , die broeierig spannend als ingetogen , intiem kunnen zijn.
Op die manier stappen van van rockers “Gimme something good” , “Shadows”, “Feels like fire”, naar een sfeervoller “Kim” en “Am I safe” tot een innemend semi-akoestische “My wrecking ball” en “Let go” .
Hij toont na al die jaren dat hij niet is afgeschreven en binnen de rootspop gerespecteerd blijft. We hebben dus opnieuw een mooie bezielde plaat in het genre!

Aphex Twin

Syro

Geschreven door

Binnen de elektronische muziek is Richard D. James aka Aphex Twin een vreemde vogel. Hij viert z’n comeback met deze ruim uur durende plaat , waarbij zijn kenmerkende grillige sounds in een vrij toegankelijk geluidsdesign worden gebracht . De complexe, tegendraadse beats en de scary ritmes kunnen er deels nog zijn, maar zijn wat meer op het achterplan gedreven .
Dit betekent niet dat hij niet verrassend uit de hoek komt , integendeel, hier druipt de virtuositeit terug van af  met dansbare , driftige en opzwepende grooves , waarin minimal techno, drum’n’bass , jungle, breakcore en ambientsoundcapes zijn verweven .
Een nieuw Aphex Twin jaar dringt zich op met deze rits nummers , waar de bpms worden opgevoerd. Een trip die opvallend, opwindend en deze keer zelfs uiterst aangenaam klinkt.

Allah-Las

Worship the sun

Geschreven door

Allah –Las is een retrobandje pur sang . Inderdaad ze draaien de klok terug naar die westcoastpop  van de jaren 60 en voegen er aangename surfgitaartjes en psychedelica riedels aan toe .
Het zijn frisse, sprankelende songs met een heerlijk prikkelende melodie die misschien wat inwisselbaar kan klinken, maar zich weten te nestelen en zorgen voor een ontspannend , relaxt gevoel in stresserende periodes . Af en toe is de sound rauwer en  garagerockend , maar van  een directe vernieuwingsdrang is geen sprake , maar dat hoeft ook niet bij dit bandje uit L.A., die opnieuw een fijn plaatje uithebben van wel veertien nummers in 40 minuten …

A Place To Bury Strangers

Transfixiation

Geschreven door

Omdat we er toch weeral niet van onderuit kunnen gooien we het maar meteen op tafel : The Jesus And Marcy Chain. Voila, ’t is er uit. Zonder hen was A Place To Bury Strangers waarschijnlijk nooit geboren en het zal de band totterdood blijven achtervolgen.
We gaan niet flauw doen, de referenties zijn op songs als “What We Don’t See” en “Love High” weer onmiskenbaar aanwezig, maar wat is ‘Transfixiation’ toch wederom een geweldig verschroeiend album geworden.
Loden baslijnen die de diepste kuilen verkennen, verzengden gitaren die flirten met de pijngrens en onderkoelde vocals die het noodlot tarten.
A Place To Bury Strangers recycleert de eighties op een hoogst frisse manier op “Supermaster” en “Straight” en laat daarna de gitaren uit alle mogelijke bochten vliegen op de ontspoorde herrie van “Love High”. Het versmachtende “Deeper” is een moordsong die zijn naam alle eer aandoet, APTBS sleept zich hier zelfs richting doom-metal, bassen zoeken de donkerste draaikolken van de hel op, gitaren snijden dwars door onze aders heen en dreigende vocals echoën vanuit gure ondergrondse spelonken. “We’ve Come So Far” is  een razende klomp briljante gitaarherrie die flirt met krautrock.
Verzengende  songs als “I’m So Clean” en “Fill The Void” zijn doordrongen van ziedende shoegaze-punk die door merg en been gaat. De plaat eindigt met een gruizige streep distortion genaamd “I Will Die”, alsof de restanten van MC5 en The Stooges van onder een bulldozer hun laatste woorden er uit schreeuwen.
Een roodgloeiende plaat.
A Place To Bury Strangers zal onder een stortregen van stroboscoop-lichten een gerichte aanval op uw trommelvliezen plegen op 23/04 in De Kreun. See you there.

Alt-J

Alt-J overstijgt het clubcircuit …

Geschreven door

We waren natuurlijk benieuwd hoe het beloftevolle Alt-J uit Leeds de muzikale schoonheid en finesse van het debuut ‘An awesome wave’ en het vorig jaar verschenen ‘This is all yours’  in een Vorst konden brengen . En? Ze hebben duidelijk de overstap van het clubcircuit naar de grote zalen enorm goed verteerd .

De intussen tot een trio gereduceerde band ( één van de mede-oprichters verliet Alt-J, maar is intussen vervangen door een vierde man op de livegigs!)  wisselt tussen toegankelijkheid en avontuur , waar de muzikale assemblage indierock , folktronica, progrock en triphopachtige contouren gaat van subtiele schoonheidspop naar een strakker gemeten, extravert geluid en zelfs moeiteloos wordt omgebogen tot een sprookjesachtig science-fiction landschap , verwezenlijkt door donkere , felle spotlights en abstracte visuals.
Een vol Vorst droeg zijn helden op handen en sommige songs werden zelfs meegezongen. Het deed de band enorm veel deugd dat zij op zo’n drie jaar tijd met hun mooi melancholiek, mysterieus (en apart) geluid een breed publiek bereiken en uitgegroeid zijn tot een grootse band. 
Ze stonden op één lijn opgesteld en meteen was de aandacht er met een acapella ingezette “Hunger of the pine” , die al snel aanstekelijk en groovy klonk door  de  melodieuze en  bevreemdende, ingewikkelde ritmiek . De keys en de percussie drongen zich op , naast die dromerige gitaarriedels, diepe basstunes en  nasale zang van Joe Newman.
De eerste twintig minuten had Alt-J een verrassende, uitbundige aanpak.  Niet direct dromerig, maar goed uitgewerkt; een lijst met “Fitzpleasure”, “Something good” en een compact rockend “Left hand free”. We ervaarden een heerlijk genietbare trip op “Dissolve me” en droomden weg op het gekend innemende “Mathilde” , dat luidkeels werd meegezongen . We zweefden hier op de sobere tunes.
Eigenzinniger werd het tweede luik . Hier trad de indietronica en ambientfolk wat meer op het voorplan met die vindingrijke , sfeervolle geluidjes en een zang die nog wat (meer) zeurde . De rustige passages van o.m. “Bloodfloods (pt 1 & pt2)” en “Tessellate” brachten ons naar die prachtige single “Every other freckle” met z’n pittige , huppelende ,  twinkelende ritmes, ondersteund door een speelse, meerstemmige en aanvullende zangpartij. Prima om op die manier het hemelse “Taro” aan te vatten, en verder naar een climax te gaan met het aangename “Warm foothills”. Een meer grillig “The gospel of John Hurt” wuifde na een uur de uiterst evenwichtige set af .
Alt-J had nog wat in z’n mars . Ze overstijgen het aardse door een creatief aangepakte “Lovely day” (Bill Withers cover) ; de sierlijke “(Leaving) Nara’s” volgden en het afsluitende “Breezeblocks” werd gekenmerkt door een crescendo opbouw en frisse tintelingen .
Alt –J klopt met al hun muzikale trucjes meer en meer aan bij een Radiohead , verfijnd – toegankelijk – strak , maar even zeer organisch als complex , wat werd gerespecteerd en een staande ovatie opleverde!
Deze band laat zich opnieuw ontdekken!

We konden nog één van de supports meepikken Wolf Alice, die zich in de picture speelden , samen met Royal Blood op London Calling. De Britten lieten hun sound onderdompelen in een gruizige schoonheid ; het materiaal had een intens broeierige spanning , opbouw en kon deels exploderen;  de gitaren en percussie waren rauw , etherisch, en kregen een beheerste dosis shoegaze mee ; een ietwat hemelse stem zweefde over de nummers heen . Zeerzeker meer de moeite!

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/alt-j-03-02-2015/
Organisatie: Live Nation

Pagina 550 van 966