logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Kreator - 25/03...
Hooverphonic

Imelda May

Imelda May - Bruisende rockabilly, prachtige stem

Geschreven door

Imelda May - Deze Ierse burlesque dame met een gouden stem en een voorliefde voor rockabilly en de fifties, had onze aandacht al gewekt met haar voortreffelijke laatste album ‘Tribal’. In de UK wordt ze onder meer door Jools Holland op handen gedragen, bij ons is de talentvolle lady nog een vrij onbekende naam. Toch was de AB aardig volgelopen en werd het een meer dan geslaagd en dynamisch retro avondje.

Hoewel de rockabilly uitspattingen gerust nog een stuk smeriger mochten van ons, was dit een bruisend en levendig concert. Het unieke zangtalent van deze sympathieke Ierse dame kwam er vlotjes uit zonder overdreven opschepperij. Het meest begeesterende vocale kippenvelmoment was met voorsprong de naar de hemel gezongen jazz van “Gypsy in Me” waar Imelda May in de buurt kwam van de haast ongenaakbare Billie Holiday.
Verder werd er overwegend gerockt vanavond en zat er flink wat vaart in de set met een handvol stevige rockers en rockabilly spetters als “Wild Woman”, “Five Good Men”, “Psycho”, “Mayhem” en een absoluut denderend “Johnny’s Got A Boom Boom”, allemaal pittige songs die sterk knipoogden naar Stray Cats en Paladins.
Imelda May liet zich begeleiden door een knappe en uiterst viriele band. De wonderlijk klinkende schuiftrompet passages van Dave Priseman bevielen ons enorm in het atmosferische en jazzy “Wicked Way” en in de swingjazz van “Inside Out”. Mede hoofdrolspeler was gitarist Darrel Higham, tevens Imelda’s echtgenoot, die zich meermaals liet opvallen met een stel heerlijke solo’s en surfgitaartjes. Misschien hadden wij graag stiekem nog iets meer motorolie in zijn instrument gekieperd om de sound nog wat vettiger te doen klinken, maar toch was het voortdurend genieten van de vloeiende rock’n’roll die gans de avond door de lucht zweefde.
Imelda May betrok haar publiek mee in het rock’n’roll feestje en liet de zaal een aardig potje meezingen in het swingende “It’s good to be Alive”, de stemming zat er stevig in, Imelda May had de AB helemaal in haar binnenzak.
De deerne had ook een paar verrassende covers in petto, Willie Dixon’s “Spoonful” bracht als smeulende nachtelijke bluessleper het tempo op adembenemende wijze een paar stappen terug en op het eind kregen “Bang, Bang, My baby shot me down” (Sonny & Cher)” en “Dreamin’” (Blondie) een uitmuntende en bloedmooie akoestische versie mee. De fluwelen stem van Imelda May werd bij die twee pareltjes enkel begeleid door de sobere ukelele van haar teergeliefde echtgenoot.
De volledige band werd er nog een laatste keer bijgehaald voor de ultieme flitsende rockabilly klepper “Right Amount of Wrong” die de set op de meest zinderende wijze afsloot.

Een zeer vitale doch misschien ietwat te cleane performance (mierenneukers als wij hebben altijd wat detailkritiek in huis), maar met het rock’n’roll hart op de juiste plaats en een stem die het achtervolgende peloton op minuten achterstand zet.
Als ze haar song “Wild Woman” nog iets letterlijker zou nemen en tussendoor ook nog even een concertje meepikt van pakweg The Jim Jones Revue of Jon Spencer, dan kan het vuur nog heviger oplaaien en zou het hek pas helemaal van de dam zijn. Moet kunnen.

Organisatie: Live Nation + Ancienne Belgique, Brussel

Wiltman

Lo-Files III

Geschreven door

De Gentse sing-songwriter Wim Kesteloot brengt een reeks uiterst genietbare americana, in de geest van Ry Cooder, JJ Cale, Mark Lanegan en Fleetwood Mac . Die Lanegan horen we zeerzeker in die donkere grauwe “Small changes” en “Losers” . Hij creëert een intens broeierige spanning en klankkleur door z’n gitaarspel, verdwaald gitaargetokkel en subtiele soundscapes , die ergens Badalamenti en Lynch doen opborrelen . Zijn diepe fluisterzang beklemtoont het sobere, sombere decor. De handvol songs worden omgeven door een paar instrumentals . 
Een creatieve geest , die met beperkte middelen de sound prikkelt, intrigeert , ons meevoert en hierdoor een optimaal muzikaal resultaat boekt.
Het is al z’n derde na twee eerdere ‘Lo Files’ .Tja deze sing/songwriter verdient meer airplay en eist zijn plaatsje binnen het genre .
 
http://www.wiltman.com

Nele Needs A Holiday

It’s my party

Geschreven door

Een heel relaxte , aangename , vrolijke plaat hebben we van Nele Van Den Broeck . Zij geeft aan haar materiaal een duidelijke 60s swing, in een productie van Koen Gisen, wat haar ergens tussen Lady Linn en The Pipettes brengt . De songs nodigen uit tot een heupwieg en een danspasje . Jazzy loops zijn duidelijk verweven in dat geluid . De eerste songs “Drunk song”, “Do you remember …”,  “Ok girlfriend” en “Loser’s twist” grooven ; af en toe wordt het tempo wat teruggeschroefd in enkele sfeervolle songs als “I love you but I google other people” en “One fan in Japan”. 
Het party gevoel is terecht en er kunnen nogal wat grapjes vanaf .  Nele is een jonge spring-in-t-veld, die houdt van een long hot summer en onderkoelde cocktails . Cheers!

http://www.neleneedsaholiday.com

Francis International Airport

Great Deeds EP

Geschreven door

Francis International Airport - Uit Oostenrijk zijn ze afkomstig . Het kwintet is hier relatief onbekend , maar ze zijn al een goede tien jaar bezig. Als je de twee nummers “Great deeds” en “Backspace” van de derde cd ‘Cache’ op nahoudt , dan hebben we hier twee fijne, geraffineerde,  broeierig emotionele songs die ergens Elbow, The Blue Nile en de synthwave doen opborrelen door de keys , het gitaarspel , de drums en de toegevoegde blazers .
Heerlijk uitgewerkt , zalig catchy materiaal , die veel beloven van de plaat. Een zuurverdiende airplay mag wel . De band speelde zich eerder in de kijker op Eurosonic en GlimpsGent.
http://www.francisinternationalairport.com

Roger McGuinn

Roger McGuinn – Een halve eeuw verhalen en muziek

Geschreven door

Met Roger McGuinn mocht de Stadsschouwburg in Brugge afgelopen zondag één van de absolute muziekiconen uit de jaren ’60 verwelkomen.

De intussen 72-jarige McGuinn is ruim vijf decennia actief als muzikant, speelde in het begin van zijn carrière folk in diverse Amerikaanse koffiehuizen en trad op in de begeleidingsgroep van o.m. Judy Collins en Bobby Darin. Onder invloed van de zogenaamde Britse invasie halfweg de jaren ‘60, met The Beatles als protagonisten, liet McGuinn meer en meer rock door de folk sijpelen en dat bracht hem niet enkel in contact met Gene Clark en David Crosby maar leidde tevens tot de oprichting van The Byrds. En het is in de eerste plaats via deze groep dat hun frontman McGuinn in het collectieve geheugen van menig muziekliefhebber blijft zitten. Want hoewel de massahysterie - met gillende meisjes incluis - aan hen voorbij ging, hebben The Byrds zich onsterfelijk gemaakt met hits als « Mr. Tambourine Man » en « Turn! Turn! Turn! ». Bovendien stonden ze aan de wieg van wat men ‘folk rock’ en ‘country rock’ (intussen uitgemond in alt-country) zou gaan noemen.      

McGuinn weigert al geruime tijd om The Byrds te reïncarneren en houdt de boot af van een mogelijke reünie. Hij trekt liever sinds enkele jaren solo de wereld rond met een programma dat de titel draagt ‘An Evening With …’. Dit klinkt knus en gemoedelijk en dat bleek in Brugge ook wel degelijk het geval te zijn. Een sobere belichting, McGuinn getooid in zwartgrijze kleren met hoedje op het hoofd en meestal zittend op een bankje tegen de achtergrond van enkele  kamerplanten. Meer had de nog fris ogende levende legende niet nodig om hartverwarmend te zijn. En wanneer hij zijn bekende stem koppelde aan zijn onafscheidelijke medereizigers, zijn akoestische, gepersonaliseerde 7-snarige Martin HD-7 en natuurlijk zijn elektrische 12-snarige Rickenbacker, lag niks in de weg om er mooi avondje muziekgeschiedenisles van te maken en de toeschouwers getuige te laten zijn van zijn muzikale talenten.  
Dit werd nog maar eens onderstreept toen McGuinn achter de coulissen op zijn Rickenbacker de beginakkoorden van « My Back Pages » inzette. Voor wie er nog zou aan twijfelen, met dit instrument trekt hij zich nog steeds als geen ander uit de slag. Bovendien ligt de keuze om zijn optredens steevast met dit nummer aan te vatten eigenlijk voor de hand. Zo vat de titel perfect  het opzet van de concertreeks samen: bladeren doorheen het levensboek van McGuinn en dit extra inkleuren via de verhalen achter de diverse songs.
Telkens kreeg het publiek interessante  weetjes te horen over het ontstaan van de nummers die tijdens de anderhalf uur durende set aan bod kwamen en dit verrijkte de luisterervaring. Want zeg nu zelf, men mag nog zoveel naslagwerken over The Byrds of Roger McGuinn raadplegen, de diverse anekdotes rechtstreeks vernemen van de man die het zelf heeft beleefd, daar kan geen enkel boek of internetsite tegen op. Vooral ook omdat McGuinn dit goedgehumeurd, met een kwinkslag en steeds erg relativerend brengt. Zo liet hij meermaals doorschemeren dat – hiermee voorbijgaand aan eigen kunnen – een groot deel van zijn persoonlijk succes en dat van The Byrds, te danken is aan andere artiesten. Heel wat van zijn grote invloeden passeerden dan ook de revue.
Niet in het minst Bob Dylan natuurlijk. Zo werd het openingsnummer van de set, « My Back Pages » geschreven door Dylan maar bijzondere aandacht was er ook voor « Ballad Of The Easy Rider ». Zo vertelde McGuinn dat producent Peter Fonda polste bij Dylan om de titeltrack van de film ‘Easy Rider’ (1969) te schrijven. Dylan ging op het verzoek niet in maar pende wel enkele verzen neer op een servetje en vroeg om dit aan McGuinn te geven. McGuinn nam deze wat hij zelf de ‘Heilige graal’ noemt, dankbaar in ontvangst. Dylan hoefde zelfs geen auteursrechten. De film met als thematiek een ode aan de vrijheid zou uitgroeien tot een cultklassieker en geldt tot op vandaag voor menige motorrijder nog steeds als referentie in het genre.
McGuinn bracht met « Knockin’ On Heaven’s Door » ook een andere cover van Dylan die speciaal voor een film, meer bepaald ‘Pat Garrett & Billy The Kid’ (1973), geschreven en opgenomen werd.
Verder mocht vanzelfsprekend ook « Mr. Tambourine Man » niet ontbreken. McGuinn legde haarfijn uit hoe The Byrds er toe kwamen om nu net dát nummer van Dylan te gebruiken als eerste single en hoe het zo kenmerkende jingle jangle-geluid wellicht verantwoordelijk was voor hun nummer 1 notering. Hij verklaarde ook hoe een folk rock groep als The Byrds met de medewerking van o.m. Miles Davis onderdak vond bij het voor hen atypische, conservatieve label Columbia Records.
Nóg een nummer van Dylan kwam ook helemaal in het begin van de set aan bod, namelijk « You Ain’t Goin’ Nowhere » uit ‘Sweetheart Of The Rodeo’ (1968), hét country rock album bij uitstek van The Byrds. Uit dezelfde plaat bracht McGuinn tevens een schitterende versie van « Pretty Boyd Floyd » van Woody Guthrie, waarop hij zijn vingervlugheid bij het gitaarspelen volop kon etaleren.  
Met « St. James Infirmary » (oorspronkelijk « Gambler’s Blues ») bracht McGuinn  vervolgens eerbetoon aan Huddie William Ledbetter, beter bekend als Lead Belly, die vele jaren voordien al de 12-snarige gitaar speelde en McGuinn via o.m. Pete Seeger inspireerde om zich dat instrument eigen te maken.
Ook bracht McGuinn zijn vriendschap met Tom Petty onder de aandacht. Zo speelde hij eerst « So You Want To Be A Rock ‘n’ Roll Star » (ooit gecoverd door Petty en zo dicht leunend bij diens stijl dat latere generaties dachten dat het van Petty zelf was) en daarna coverde hij zelf Petty’s « American Girl » dat dan weer zo refereerde naar het geluid van The Byrds dat McGuinn het zelf op zijn soloalbum ‘Thunderbyrd’ (1977) plaatste. Om het rijtje van drie te vervolmaken, bracht McGuinn hierna een bijzonder fraaie akoestische versie van « King Of The Hill ». Een nummer dat werd meegeschreven en –gezongen door Petty na het lezen van John Phillip’s (The Mamas & the Papas) autobiografie en afkomstig is uit ‘Back From Rio’ (1991), het meer dan uitstekende comeback album van McGuinn. 
Vanzelfsprekend mocht ook de link met The Beatles niet achterwege blijven. Hun impact ging zelfs zo ver dat het volledige instrumentarium van The Byrds een kopie was van dit van The Fab Four en ook hun muziekstijl werd zoals reeds aangegeven, snel opgepikt door McGuinn die dit introduceerde in zijn eigen repertorium. Als voorbeeld speelde McGuinn « You Showed Me », zowat het eerste nummer dat Gene Clark en McGuinn in 1964 samen schreven en dat vijf jaar later een top 10 hit zou worden voor The Turtles.
Ook andere genres bleven niet onbenut. Met « Randy Dandy Oh » kwam zelfs een bewerkt oud zeemanslied voorbij terwijl via « Beach Ball » zowaar zelfs wat surfmuziek te horen viel. McGuinn lichtte toe dat nauwelijks enkele maanden nadat hij deel uitmaakte van de begeleidingsgroep van Bobby Darin, deze af te rekenen kreeg met stemproblemen. Darin richtte in afwachting van beterschap een eigen platenmaatschappij, T.M. Music (gehuisvest in het Brill Building te New York), op en McGuinn mocht er op bestelling liedjes schrijven. Met hoop op wat succes luisterde hij daarbij vooral naar wat toen op de radio populair was en dat waren de deuntjes van o.m. The Beach Boys en Jan & Dean. Maar « Beach Ball » uitgevoerd door de City Surfers sloeg echter geen gensters maar een Australische uitvoering van het nummer daarentegen werd down under wel een hit (met de harmonieuze vocalen van de Bee Gees overigens op de achtergrond).
Hoogtepunten in de set waren verder o.m. « Russian Hill » (uit ‘Thunderbyrd’) en eigenlijk elk nummer dat met de Rickenbacker werd gespeeld zoals het psychedelische « Eigh Miles High » (met daarbij een prachtig uitgevoerd klassiek stukje « Asturias (Leyneda) ») en het voor de toegiften gereserveerde « Turn! Turn! Turn! » dat eind de jaren ’50 door Pete Seeger geschreven werd, zich daarbij baserend op het bijbelboek Prediker.
Afsluiter van de avond was het door zijn vrouw Camilla geschreven « May The Road Rise To Meet You ».

Wie McGuinn enkele weken terug aan het werk zag in de Roma (Borgerhout) of er ook bij was op pakweg Blues Peer (2009) of in de Gentse Handelsbeurs (2011), zal ook nu nauwelijks nieuwigheden ontdekt hebben of het zou wat recenter werk moeten zijn als « The Grapes Of Wrath », een nieuwe song die hij schreef met zijn vrouw Camilla en gebaseerd is op de gelijknamige film uit 1951 met Henry Fonda.
Maar voor alle anderen zal het ongetwijfeld een erg aangename kennismaking met McGuinn en diens oeuvre geweest zijn. Hoewel zijn stem soms wat minder toonvast geworden is (zoals bleek tijdens « Mr. Spaceman ») bleek deze na een halve eeuw nauwelijks of geen averij te hebben opgelopen. Dit in combinatie met enkele wereldnummers en het fantastische gitaartalent van McGuinn, kon er teruggeblikt worden op een onderhoudende passage van een grootheid in een al even fraai en nostalgisch decor.

Organisatie: Cultuurcentrum Brugge

Notes and Beats 2014 - Koninklijke Harmonie Peer - Geen nood aan Johnny Depp

Geschreven door

Notes and Beats 2014
Harmoniezaal Peer
Peer

Het mag geweten zijn dat ik een sterke voorkeur heb voor muziek gemaakt met echte instrumenten, vergelijk het met Pepsi of Cola, ieder zijn eigen persoonlijke smaak. Doch ben ik tot op heden nooit tot op een symfonisch orkest geraakt. Noem het gemakkelijkheid halve onwetendheid. Harmonie doet denken aan “this one time at band camp” waardoor het vaak wordt vermeden.

Vandaag besluit ik toch mijn ideeën te laten varen en maak me op voor Notes & Beats, georganiseerd door de Koninklijke Harmonie. Bedoeling van deze avond: de Koninklijke Harmonie van Peer en het jeugdorkest van Peer kleuren buiten de lijntjes en gaan de battle aan met lokale DJ’s en muzikanten (o.a. gitarist P-J Decraene van Rhinos Are People Too). Enkele solisten helpen de DJ’s daarna een handje om feestend de nacht in te gaan!

De twee orkesten zijn zeker niet van de minsten, de Koninklijke Harmonie werd in 2013 kampioen op Vlamo, het jeugdorkest werd zelfs wereldkampioen 3e divisie in datzelfde jaar.

Daar ik geen idee wat te verwachten, laat ik alles over me heen komen. Meteen bij de eerste noot raak ik overdonderd door wat er zich hier afspeelt. Als meteen daarop de theme van The Rock wordt aangehaald, zie ik onmiddellijk Nicolas Cage op Alcatraz voor me opdoemen. Beelden zeggen duidelijk niet meer als muziek, dat is bij deze gebleken.

Hetzelfde geldt voor de theme van Pirates of the Caribbean. Wie heeft Johnny Depp nog nodig als blazers en percussie u van uw sokken weten te blazen?
Gitarist Pieter-Jan Decraene mag aan zijn solo beginnen, bijgestaan door het orkest. In mijn volle overtuiging dat er muziek van Two steps from hell of misschien zelfs Steve Stevens wordt gespeeld, ben ik wreed onder de nadruk. Als bij navraag blijkt dat PJ vooral improviseerde, is zijn bijdrage enkel nog indrukwekkend te noemen.

Tussen nummers in neemt een DJ het even over, waarna het orkest weer aansluit. Niet volledig volgens mijn verwachtingen, maar het is wat het is. Het contrast tussen de twee stijlen is te groot, waardoor het iets chaotisch en misschien zelfs vervelends krijgt. Het publiek moet ineens van A naar Z gaan, iets wat de hersenen en het gehoor moeilijk kunnen vatten. Slecht was het zeker niet, de overgang zou enkel subtieler mogen.
Als Deep Purple wordt gespeeld, kan ik niet anders als glimlachen. Dit is muziek zoals het oorspronkelijk bedoeld was en ik krijg nieuw respect voor de mensen uit de harmonie. American Pie had het mis, bandleden zijn altijd cool!

Na 40 minuten is het jammer genoeg al voorbij en begint de DJ set, oprecht jammer. Hier had ik gerust een hele avond naar kunnen luisteren. Al weet ik nu wel met absolute zekerheid dat ik vaker naar een orkest van de Koninklijke Harmonie zal gaan. Een nieuwe fan is bij deze gemaakt!

Saxofonist Toon Van Geyseghem toont zijn kunsten tijdens de set van DJ Prebn en voor het eerst deze avond doen de beats i.s.m de notes hun eer aan. Denk aan The man with the red face (Laurent Garnier) en u weet waar ik het over heb.

Om af te sluiten, de DJ’s hadden persoonlijk niet gemoeten, maar dat was nu eenmaal de opzet van de avond. Mijn voorkeur voor muziek gespeeld op echte instrumenten werd na vanavond enkel groter en ik kijk zelfs al uit naar een volgend orkest. Wie weet spelen ze wel iets John Williams en dat wil niemand missen, toch?

Organisatie: Harmonie Peer

My Brightest Diamond

My Brightest Diamond - Een roos met scherpe stekeltjes

Geschreven door

My Brighest Diamond leerden we voor het eerst kennen op de ‘Dark was the night’ - Aids benefiet compilatie uit de Red Hot reeks uit 2009. Die compil werd door de broertjes Dessner van The National geproduced, en Shara Worden, aka My Brightest Diamond, bracht er een mooie versie van de klassieker “ Feeling good” (It’s a new dawn, it’s a new day), die het meest gekend is in de versie van Nina Simone en die door Muse schabouwelijk mismeesterd werd.

Shara Worden zat een tijdje in de liveband van Sufjan Stevens, en haar eigen muziek komt in de buurt van die artiest. Net zoals Sohn en Son Lux, mengt ze klassieke muziek met pop en rock. Dwarsfluit, blazers en strijkinstrumenten kleuren haar songs. Voor rockfans klinkt dit soms te gekunsteld, maar voor avontuurlijke luisteraars valt er veel te ontdekken in het universum van My Brightest Diamond.
Shara Worden stelde haar nieuwe album ‘This is my hand’  voor in een uitverkochte Rotonde, één van haar favoriete concertzalen. Geen uitgebreide band, het budget liet het wellicht niet toe, enkel een bassist en een drummer om Shara’s keyboard of gitaar aan te vullen. Door die bezetting kregen we wel veel meer rock dan we verwacht hadden.
“Pressure”, de single van de nieuwe plaat, zette in met smerige electronica. “Bad guy” kon dan weer mooi naast het ruigste van PJ Harvey gaan staan, een rauwe lap rock in ons gezicht . Lekker. Worden heeft een groot stembereik, ze zingt zowel in een lage als hoge zangstem,  ze is soms theatraal, ook met de vele handgebaren, maar ze is nooit zo dramatisch als een Anna Calvi: de nummers zijn geraffineerd maar beheerst.
Voor “Be brave”, bond ze een armband met belletjes rond haar pols, en bouwde zo dit nummer in laagjes op, overschakelend van een lage stem op een hoge, een verleidelijke sirene die het publiek meelokte naar een andere wereld.  In “Lover killer” mocht het publiek meedoen: Shara toonde ons een handklap, en daarna namen wij het over. Variatie troef, het maatschappijkritische “High Low middle” riep een vaudeville-sfeer op, of zoals  de playlist het verwoordde ‘een 1920’ jazz feel’.  
Daarna ging het weer de stevige toer op, “Bronze head”, met Worden solo op gitaar, was een vuile, punky rocker met veel reverb, een gemene rif  met veel weerhaakjes. Intiem werd het dan weer in een verstilde ode aan haar zoontje, ”I have never loved”,  waarin Worden’s stemtimbre en de sfeer van dit nummer ons heel erg deden denken aan Beth Gibbon’s solouitstapje met Rustin’ Man. Als compliment kan dit tellen.
Tijd om te dansen was er ook, plaats iets minder in de overvolle Rotonde, dat lieten we wijselijk over aan de artieste, die al dansend een duimpiano of kalimba bespeelde en een Afrikaanse dans etaleerde waarvoor ze je dertig jaar geleden geleden nog naar Robbeneiland verbanden.
Bissen deed My Brightest Diamond met “Freak out”, dat zijn naam waar maakte met een soort rammelrock die we sinds Sloy’s “Pop” niet dikwijls meer horen passeren hebben en twee jazz standards: tijdens “Fever” (ja van Peggy Lee) dook Worden het publiek in, zwoel flirtend met jongens en meisjes, Jessica Rabbit was nooit ver weg en ook “Feeling good” in een bluesy gitaarversie was een geslaagde hommage aan Nina Simone. Eindelijk een versie die het affreus scharminkel van Muse doet vergeten.

My Brightest Diamond was veelzijdig en verrassend rockend in zijn kaalgestripte trio-versie.  Liefhebbers van Anna Calvi en PJ Harvey : de platen van deze dame zijn misschien iets te gekunsteld voor jullie, maar live heeft MBD genoeg weerhaakjes om ook jullie te overtuigen.

Setlist :
Pressure – Bad Guy – Before the words – Be brave – Lover Killer – High low middle – So easy – Bronze head – Resonance – I have never loved – Apparition – Apples – Inside a boy –
Bis: Freak out – French play back – Fever – Feeling good

Organisatie: Botanique, Brussel

Chuck Prophet

Chuck Prophet – Rock ’n’Roll Heart

Geschreven door

Chuck Prophet is een Amerikaanse singer-songwriter en gitarist. Hij werd als artiest voor het eerst bekend met de rock group Green on Red, waarmee hij in de jaren 1980 platen opnam en optrad. Allez, dat zegt Wikipedia toch.

Neen, Prophet is een van de meest bezielde,  gedreven en enthousiaste rockers die hier op deze aardkloot rondloopt. Chuck passeerde donderdag al voor de derde keer in de al even bezielde , gedreven en afgeladen volle Trap in Kortrijk. Welnu, ik heb al honderden optredens gezien, en deze mag er gerust met kop en schouders boven uitsteken. Prophet en de zijnen knalden het feest open met een door berg en been snijdende versie van ome Lou’s “Rock ’n’Roll Heart”. Het kon niet meer stuk. Het speelplezier druipt er zowat af en zelfs een dove hoort dat  Prophet and The Mission Express al samenspeelden voor de continenten uit elkaar begonnen te drijven.
Met zijn excentrieke gitaarspel en zijn indrukwekkende songschrijverscapaciteiten heeft Prophet altijd een groot aantal bewonderaars,  zo ook in Kortrijk. “Wish me luck” uit de laatste ‘ Night Surfer’ kan daarvan getuigen. 
Na pakweg twee uur onversneden rock’n’roll kan het dolenthousiaste publiek met opgeladen batterijen weer verder. En onze profeet was blijkbaar ook in de wolken, want wat hem betreft wordt Den Trap de enige officiële Europese fanclub….

Weet je, ergens doet hij mij denken aan Tom Petty en ik zou hem graag een beetje van diens succes toewensen, al is het maar een microgrammetje. Ook op Chuck blijkt de leeftijd geen vat te hebben. Houden zo!

Line up:  Chuck op Gitaar, Kevin White op bas, Vicente Rodriguez op drums and Stephanie Finch op de toetsen

Org: Muziekcentrum Track , Kortrijk

Caribou

Caribou - ‘Shiny happy sounds en people’

Caribou - ‘Shiny happy sounds en people’
Caribou en Jessy Lanza
Aéronef
Lille

Het Canadese Caribou van Dan Snaith , is al een tiental jaar bezig en  eigent zich de voorbije jaren een aardig plaatsje toe in het clubcircuit en in de alternatieve danceclubs , met songs als “Sun” , “Odessa” en de party anthem van deze zomer “Can’t do without you” . Loon naar werk voor iemand die nu gegeerd wordt voor de pas verschenen nieuwe plaat ‘Our love’ als elektronisch kunstenaar .
In ons landje wordt de band enorm gerespecteerd en was het concert in de Bota in een mum van tijd uitverkocht . Iets trager ging het in de Aéronef , Lille , maar waar uiteindelijk ook heel wat volk was opgedaagd om het elektronicagezelschap aan het werk te zien .

Op plaat klinkt het allemaal wat gewoontjes, die zonnige , groovende indie psychedelische popdance maar live krijgt het materiaal een leuke , frisse , bezwerende, aanstekelijke, opzwepende extraverte push. Je wordt gaandeweg ondergedompeld,  meegesleept en -gezogen in een dromerig sprookjesgeluid; hun
golvende elektronica wordt opgehitst door een zomers zwoele percussieve groove, stuwende baslijnen , chillende psychedelische soundscapes , bleeps en dancebeats, die tussenin maar al te graag ontploffen. Ook al heb je het gevoel van een jamsessie , elk geluidje klinkt subtiel en valt op z’n plaats.
Ze maken een link naar de 90s van Underworld , Orbital en ergens borrelt die dancepop van Inner City en Donna Summer op (hoorde ik daar niet ergens “Good life” en “I feel love” - tunes?!) . Bon soit, het klinkt uitermate heerlijk , genietbaar, ontspannend , relaxt , dansbaar . De lichteffects , stroboscoops injecteren dit gevoel nog meer.
Het nieuwe album kwam duidelijk in de spotlights en af en toe sijpelde een ouder nummer door. Meteen kwamen we in die unieke Caribou sfeer met “Our love” , “Silver” en “Mars” , die een eerste hoogtepunt vormde in de set , met z’n psychedelische loungy vibes en stekelige, rollende afroritmes, en inwerkte op de dansspieren . We zagen bewegende lichamen , die hier al duidelijk mee waren in hun unieke trip .
Met support Jessy Lanza - solo eerder te zien met haar muzikale elektronische schetsen in trippy, lome , dwarrelende beats , gedragen onder haar fragiele , hemelse , breekbare stem – werd de partystemming even omgebogen , konden we zweven en konden we ons lekker laten meedrijven op een wolkendek. 
Een enthousiasmerende band en een even enthousiast publiek, die de ‘time of their life’ beleefden  met dit aangenaam geweldig dansbaar klankenspectrum . “Odessa” , ook al zo’n insider en verder “Can’t do without you” en “Sun” - Caribou classics bij uitstek -, deden de temperatuur stijgen en brachten iedereen in optimale stemming door hun opbouwend hitsende ritmiek.

Caribou is live een ‘must see’  en versmelt ‘shiny happy sounds en people’ … Kortom , de ideale  ontstresser na een ‘hard working day’ en ‘fxx-off gevoel ‘!

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/caribou-22-10-2014/
Organisatie: Aéronef, Lille 

 

ArnoCorps

The Greatest Band Of All Time

Geschreven door

Alternative Tentacles, het label van Jello Biafra zorgt opnieuw voor  een opmerkelijke reissue! ‘The Greatest Band Of All Time’ is een plaat uit 2005 van de Amerikanen van ArnoCorps. 
Dit zestal uit San Francisco bestaat sinds 2000 en bracht naast dit full album al diverse EP’s uit.  De heren zijn duidelijk superfan van de Oostenrijker Arnold Schwarzenegger: niet alleen is er de bandnaam, de titels van alle songs op deze plaat verwijzen naar een van de actieprenten waarmee de acteur vooral in de vorige eeuw zo populair werd.  
Zelf noemen ze het genre dat ze spelen Action Adventure Hardcore Rock And Roll.  Wij houden het op een  eenvoudige, militarische mix van skate punkrock en heavy metal met poppy invloeden. 
Rammstein lijkt ons zeker een belangrijke invloed van de heren die  zich trouwens allemaal bedienen van een Duitstalige artiestennaam.  
Zeer karakteristiek voor de sound van ArnoCorps zijn verder  de vocalen van frontman Holzfeur die het midden houden tussen  James Hetfield en Muppet.  Het past wonderwel bij songs als “Running Man”, “Commando”, “End Of Days”  en “Total Recall” die vrij eenvoudig maar toch catchy en vlot in de oren klinken.  Leuke plaat!

Pagina 562 van 966