logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

giaa_kavka_zapp...
avatar_ab_02

Spiral Shades

Hypnosis Sessions

Geschreven door

Wat is Ozzy hier toch geweldig op dreef ! En wat een vlijmscherpe en gortige riffs schudt Tony Iommi  uit zijn mouw ! Black Sabbath is scherper dan ooit !
Alleen, dit is Sabbath niet, maar Spiral Shades, een Noors-Indisch duo die zich heeft ingegraven in de doom metal van de prille jaren 70.
Tot onze grote verbazing vernemen we dat deze plaat eigenlijk  een specailleke is, want beide heren hebben geen minuut samen met elkaar in de studio doorgebracht. Ze hebben hun bronstige gitaar-, drum en baspartijen via internet en het nodige é mail verkeer in elkaar geknutseld.  Dergelijk virtuele platen zijn schering en inslag in de wereld van de elektronische muziek, maar voor de metalwereld is dit toch wel uniek. We weten zelf niet echt wat we daar moeten van denken maar we moeten alleszins kwijt dat het album heel organisch, consistent en vooral fantastisch klinkt. Het is er dus hoegenaamd niet aan te horen dat dit met computers aan elkaar is gelast, integendeel.
Dit is de beste Black Sabbath plaat die niet door Black Sabbath gemaakt werd, de gelijkenissen (die stem ! die riffs !) zijn zo treffend dat je bezwaarlijk van een nieuw geluid kunt spreken, maar de songs zijn zo monsterlijk goed dat je hier absoluut niet omheen kan.
Virtuele metal, het kan.

Robert Plant

Lullaby and… The Ceaseless Roar

Geschreven door

Wanneer gaan al die critici en recensenten eens ophouden met het bejubelen van Robert Plant zijn solowerk ? Als men diens platen blijft de hemel in prijzen, dan zal ie waarschijnlijk nooit meer Led Zeppelin terug in het leven roepen, waarom zou hij ?
Het is al langer dan vandaag gekend dat Plant een voorliefde heeft voor folkdeuntjes, Keltische tonen en Afrikaanse ritmes, een mens wil al eens wat verandering. Maar het is nu al sedert ‘Dreamland’ uit 2002 dat hij met al die invloeden zit te klooien, en hij blijft maar koppig volhouden. De wereld blijkt dit dan nog fantastisch te vinden ook. Wij niet.
Wij kregen terug een sprankeltje hoop toen Plant in 2005 op ‘Mighty Rearranger’ terug aan het rocken sloeg, maar dat was helaas maar tijdelijk. Daarna dook hij op ‘Raising Sand’ samen Alison Krauss in de country stroop en trad hij op ‘Band Of Joy’ terug het folk circus binnen, wederom werd hij bedolven onder de lovende recensies, wij maakten ons daarentegen snel uit de voeten.
Ook nu weer wordt ‘Lullaby and… The Ceaseless Roar’ alle lof toebedeeld. Wij snappen er niks meer van, we horen brave vocals, softe pianoriedeltjes, ongevaarlijke afro ritmes (voor de gevaarlijke moet je bij Goat zijn), belegen Irish Pub folk, geblondeerde exotische instrumenten en afgestofte banjo’s. Allemaal fijn om gezellige theekransjes mee op te fleuren op het Engelse platteland, maar wat is er in hemelsnaam met de rocker in Robert Plant gebeurd ? Deze is alweer in geen mijlen te bespeuren op dit album. Het is niet omdat Plant koppig blijft weigeren om naar de coiffeur te gaan, dat hij daarom zijn wilde haren niet kan kwijt zijn. Met deze verzameling brave songs begint hij trouwens meer  en meer op beertje Paddington te gelijken.
Naar het schijnt heeft Robert Plant een weergaloos en bijzonder krachtig concert neergezet op de laatste Rock Werchter editie. Het verbaast ons dan ook niet dat hij daar nauwelijks iets gespeeld heeft uit deze nieuwe plaat, maar wel onder andere een zestal onvervalste Zep klassiekers. Er is dus nog hoop.

Jack Oblivian

Jack Oblivian & The Sheiks - Als vanouds

Geschreven door

Jack Oblivian & The Sheiks
Pit’s
Kortrijk
2014-09-15
Ollie Nollet

Het concept van Jack Oblivian kennen we intussen al. Vóór hij op tour vertrekt plukt hij een bandje uit de straten van Memphis, laat ze het voorprogramma verzorgen terwijl ze tevens als zijn begeleidingsband aan de bak kunnen. Een eigen band om mee te touren zit er op zijn leeftijd niet meer in want dan zit je steevast opgezadeld met een drummer die in acht verschillende groepen speelt en geraak je de deur niet meer uit, aldus Jack Oblivian.
Nu weet hij wel zijn groepen te kiezen en ook dit keer was het raak met The Sheiks. Mooie naam trouwens, al was het maar omdat hij me steeds doet denken aan de legendarische countrybluesband uit de jaren ‘30, de Mississippi Sheiks, bekend van o.m. “Sitting on top of the world”.
The Sheiks grossieren naar eigen zeggen in low down rock-‘n-roll. Vettige garagerock waar ze in Memphis een patent op hebben. Met zijn drieën : Keith Cooper en Frank McLallen op gitaren en Graham Winchester op drums terwijl die laatste twee de lead vocals voor hun rekening namen. Niet alle nummers waren even sterk maar de sound maakte veel, zo niet alles, goed en van de elkaar soms jennende gitaren kon ik maar niet genoeg krijgen. Mooi.

In tegenstelling tot drie jaar geleden was de Pit’s dit keer wel mooi volgelopen en ondanks een lichte irritatie wegens een niet naar behoren werkende micro kwam ook Jack zelf een stuk beter voor de dag. Nochtans was er niet zo heel veel verschil met de setlist van toen. Er werd slechts één song uit de nieuwe plaat, die trouwens niet op tijd geperst raakte, gespeeld. De vertrouwde Jack Oblivian-songs dus maar met genoeg vuur gebracht, niet in het minst door de erg gretige Sheiks waarin McLallen zijn gitaar voor een bas had geruild. Niets nieuws onder de zon dus : de obligate Oblivians-stomper “Strong come on” dat stilaan zijn lijflied wordt en zelfs de Clyde McPhatter-cover “Lover please”, dat sindsdien niet meer uit mijn hoofd is weg te branden, hadden we al eerder gehoord. En toch was het een verademing om die tijdloze in country en soul gedrenkte garagerock nog eens terug te horen. De paar nummers waarin de bas aan de kant werd geschoven en ze met zijn drieën op gitaar ramden liet de zo al tropische temperatuur nog een paar graden stijgen.

Wie deze Jack Oblivian reeds had afgeschreven zal zijn mening toch dringend moeten herzien. Benieuwd wat de nieuwe plaat zal opleveren want daar hebben we het na dit fijne optreden nog steeds het gissen naar. Ohja, nog te zien op 27 september in Het Bos in Antwerpen

Organisatie: Pit’s , Kortrijk

Beck

Beck - Muzikale kameleon met zotskap vergaloppeert zich maar struikelt niet

Geschreven door

We zijn ze intussen al een paar jaar gewend, de resem aan reünies en heropstandingen van bands en artiesten wiens gloriedagen definitief begraven liggen in de 90ies. Het overgrote deel komt doorgaans terug tot leven omwille van financiële en/of nostalgische redenen, maar kijk, gelukkig is er ook een kleine minderheid die daar bovenop ook nog altijd relevante platen blijft afleveren. En wat ons betreft hoort de schijnbaar onuitputtelijk veelzijdige Beck, wiens laatste wapenfeit al dateerde van 2008, helemaal bovenaan dat weliswaar pijnlijk korte lijstje.

Met het nieuwe liedjesalbum ‘Morning Phase’ onder de arm, algemeen beschouwd als een erg geslaagd vervolg op de magistrale breakup plaat ‘Sea Change’ (‘04), kon de 44-jarige Amerikaan tijdens zijn eerste Belgische passage in zes jaar eigenlijk maar twee kanten uit. De introverte lijn van voorgenoemde platen doortrekken aangevuld met uitgeklede herwerkingen van oude krakers, óf toch maar voluit gaan voor de muzikale potpourri waarmee het grote publiek hem toch vooral associeert. 
Een blik op het indrukwekkende instrumentarium dat op de planken van de Vorst Nationaal Club stond opgesteld verraadde eigenlijk al vooraf dat het tweede scenario het draaiboek van de avond zou uitmaken, waarvan de eerste pagina er echter één met flink wat ezelsoren was. De onstuimige opener “Devils Haircut” getuigde dan wel van immens veel goesting, toch ging deze publiekslieveling al meteen kopje onder in een ongeziene slordigheid en een teveel aan decibels. Even leek het er zelfs op alsof Beck en zijn zes muzikale makkers elk een ander nummer op de setlist hadden staan.
De gemiste start bleek gelukkig geen voorbode van meer onheil. Tijdens “Black Tambourine” kregen groep en geluidsman prompt wat meer vat op de adrenaline boost die zich in ijl tempo van alles en iedereen in de zaal meester had gemaakt. De vernuftig in elkaar gedraaide collagepop van “Loser” en “The New Pollution” flitsten ons vervolgens twee decennia terug naar de tijd toen MTV hits nog konden getuigen van enige artistieke kwaliteit.

Zo te oordelen naar de gemiddelde leeftijd van het publiek heeft Beck na het verstrijken van zijn eclectische 90ies periode maar weinig nieuwe zieltjes bijgewonnen. De jongste weken werd er bovendien zowat overal met gratis tickets gegooid om de tot ‘club’ verkleinde zaal toch vol te krijgen. Het waren dus vooral de ouwe en trouwe fans die op post waren en duidelijk ook nummers uit diens latere platen wisten te appreciëren, ook al waren ze voor de gelegenheid hier en daar aardig vermomd. “Gamma Ray”, een nummer dat Beck op zijn voorlaatste plaat inblikte met de hulp van Danger Mouse en toen nog heerlijk naar 60ies psychedelica rook, kreeg een hippe electropop injectie toegediend met een knipoog naar de piepjonge Depeche Mode. Of wat te denken van “Think I’m In Love” wiens onweerstaanbaar funky baslijntje bijna ongemerkt leentjebuur ging spelen bij Giorgio Moroder. Een en ander resulteerde uiteindelijk in een leuke mash-up met het door Donna Summer onsterfelijk gemaakte “I Feel Love”, en illustreerde vooral dat Beck zijn fascinatie voor cut & paste pop nog niet verleerd is.
Of en hoe een duidelijk in party modus verkerende Beck zijn meer intimistische liedjes aan de man zou brengen was ons een raadsel. De eerste pogingen in die richting liepen alvast redelijk faliekant af en tekenden voor zowat de zwakste momenten van de avond. Verstopt tussen wat springerige nummers werden de introverte wereldsongs “Blue Moon” en “Lost Cause” gestript van alle kippenvel en vlug afgehaspeld als betrof het obligate stadionballads die voor de tienduizendste keer op de setlist stonden.
Even later volgde dan toch een rechtzetting waar alle bezitters van
‘Morning Phase’ recht op hadden. Bijna verontschuldigend kondigde Beck een paar nummers uit die nieuwe plaat aan: “First a couple of songs from the new record, and then we go loco”, alsof de man bang was dat iedereen vervolgens een plaspauze zou inlassen. Niets was minder waar, want met het atmosferische “Unforgiven”, de puike nieuwe single “Heart Is A Drum”, het desolate hoogtepunt van de avond “Wave” en het langzaam openbloeiende “Waking Light” werd een ronduit indrukwekkend vierluik geserveerd dat Vorst eensklaps omtoverde van danstempel tot bezinningsoord. Bijna naadloos zocht Beck vervolgens het andere uiterste van zijn muzikaal spectrum door het speelse “Girl” uit de jukebox te laten knallen. Met de heerlijke luchtgitaar pastiche “E-Pro” werd de reguliere speeltijd loeihard beëindigd. In de meesterlijke chaos verzegelde de altijd voor een grapje te vinden Amerikaan letterlijk het podium met een geel ‘do not cross’ lint. De eeuwig blonde duivel-doet-al gaf hiermee misschien ongewild toe dat er hier en daar wel wat scherven moesten worden opgeruimd om verdere ontsporingen te voorkomen.
Beck had zowat ganse avond de fel gesmaakte rol van crowdpleaser op zich genomen, en de pretoogjes verscholen onder zijn brede zwarte hoed verraden dat ook de encores wat dat betreft weinig zouden onderdoen. Met de banjo disco van “Sexx Laws” en de door Prince moeilijk te evenaren -laat staan verbeteren- withete bigband soul van “Debra” ging Beck tot tweemaal toe grasduinen in zijn zowat enige verguisde plaat ‘Midnite Vultures’, maar dat leek het publiek zich overigens geheel terecht nog amper meer te herinneren. Het afsluitende laid-back party anthem “Where It’s At” kreeg een fel gesmaakte makeover die zelfs het zittend publiek uiteindelijk ook deed rechtveren. Medley gewijs passeerden flarden “Running With The Devil”, “Miss You” en “Do Ya Think I’m Sexy” terwijl elk van de virtuoze bandleden welverdiend even uit de schaduw van hun alle aandacht opeisende broodheer konden treden

Om zijn uiteenlopende back catalogue geen oneer aan te doen moest Beck wel uit verschillende vaatjes tappen. In Vorst werd soms wat pijnlijk duidelijk dat ook een kameleon met zotskap zich hierbij kan vergalopperen, maar ach, een kwajongen van 44 met dergelijk talent en artistieke uitstraling moet je bij begin van het schooljaar zoiets kunnen vergeven.

Organisatie: Live Nation

Guilty As Charged

Leap of faith

Geschreven door

Na hun debuut EP getiteld ‘Boxed In’ uit 2009 is er nu een 5-tal jaar later een nieuwe stap gezet door de heavy/thrash metal band Guilty As Charged met de release van hun eerste volwaardig studio album die de naam ‘Leap of Faith’ heeft meegekregen.  Wat eerst en vooral opvalt is het fraaie artwork op de cover van dit album door Vitaly S. Alexius. Een engel die de verwoeste wereld achter zich laat om zich te vervoegen in het aards paradijs.  Een  fantastische illustratie die een echte eyecatcher is.
Op muzikaal gebied is er een enorme kwaliteitsinjectie hoorbaar en lijkt het mij dat dit viertal een meer thrashy pad heeft gekozen bij het maken van deze schijf.
Opener “Preach to the Masses” kent een opzwepende start met de drums die mooi invallen gevolgd door een semi-grunt van zanger Jan De Vuyssere. De drums blijven doorbeuken en er is een spetterende riff hoorbaar die als ondertoon in het nummer hoorbaar blijft. Dit nummer is redelijk uptempo maar kent ook een rustig middenstuk waarin een stukje uit de speech ‘Time For Choosing’ van Ronald Reagan in verwerkt zit. De opbouw van dit nummer is van hoog niveau want zonder moeite krijgen de mannen het voor elkaar om opnieuw gitaarriffs de boel te laten openbreken en er het vuur in te steken.
“Last Chance” is een aanstekelijk nummer waarbij het refrein tegelijkertijd melodisch als energiek klinkt. De riff die in het midden van het nummer uit de boxen blaast slaat opnieuw de nagel op de kop en is duidelijk headbang materiaal! Het drumwerk is perfect uitgebalanceerd met de gitaarpartijen en de backing vocals die in dit nummer weerklinken geven dit nummer een extra boost.
Het titelnummer “Leap of Faith” zet aan met een frivole basintro van Hannes De Caluwé en het stemgeluid van de zanger klinkt anders op dit nummer in vergelijking met de voorgaande. Er is plaats voor een twin solo van de gitaristen (Dempsey Derous en zanger Jan) die perfect uitgevoerd worden en opnieuw is dit een technisch sterk opgebouwd nummer. De drumsalvos van Matthew Vandenberghe blazen en beuken en zullen ongetwijfeld voor de nodige beschadiging aan de nekspieren zorgen. Het einde van dit nummer zit vol lang uitgesponnen zanglijnen die probleemloos uit de strot van de zanger komen en die bewijst dat hij van verschillende markten thuis is.
Metallica invloeden zijn onmisbaar bij deze band en dit wordt opnieuw duidelijk wanneer het agressieve nummer “I’ll Never” je bij je nekvel grijpt! Dit nummer is een stamper van formaat waarbij de zelfzekerheid en woede ervan af druipt. Live zal dit nummer ongetwijfeld de nodige vuisten in de lucht krijgen en de venijnige stem en het drumgeweld zorgen dat dit nummer een mogelijke uitlaatklep kan zijn wanneer je een mindere dag hebt of iemand je bloed laat koken.
“Lone Wolf” bevat bepaalde tegendraadse riffs en heeft een melodieuze ondertoon. In mijn opinie klinkt de stem minder goed door tussen de instrumenten, maar de snelheid waarbij dit nummer gebracht wordt zorgt ervoor dat circlepits een reden van bestaan hebben. Duidelijk wordt ook dat er een fan van Testament tussen deze bandleden vertoeft want de gitaarlijnen op het einde zijn gemaakt op de wijze zoals enkel Chuck Billy en co een nummer kan afsluiten.
Eventjes pauzeren moeten ze gedacht hebben want het instrumentale “Elysium” zorgt voor een moment van rust. Het nummer op zich is niet slecht gebracht, maar persoonlijk vind ik dit meer een nummer dat moet gebruikt worden als intro of outro omdat het helaas zorgt dat het enthousiasme vervaagt en de aandacht afgeleid wordt. Alsook een directe overschakeling op het volgende nummer mis ik hard en doet mij toch de wenkbrauwen fronsen…nee, niet het beste idee mannen.
Het mogelijk langste nummer op dit album “Lack of Control” bevat een sublieme riff die mij de vraagtekens over het instrumentale nummer direct doet vergeten. Opnieuw is veel agressiviteit hoorbaar, klinkt de drum vet, is er wederom een fantastische samenwerking tussen bassist en gitaristen voelbaar en de zangpartijen zijn een mix van innerlijke agressie en energie waardoor dit nummer in zijn geheel als één van de betere op deze plaat is. Het mid tempo stuk (met de tekst: ‘Why Oh Why’) klinkt mij heel bekend in de oren, maar gelukkig voor hen kan ik er geen band op plakken vanwaar dit zou kunnen gejat zijn dus kan ik enkel maar concluderen dat ze dit handig gebruikt hebben 
Afsluiten doen ze in stijl met de kraker “Down” die het tempo aanhoudt, waarbij opnieuw tegendraadse instrumentpartijen hoorbaar zijn en waar een prachtige uitbarsting van gitaar en drum de fik erin steekt. Er is gekozen om wat meer melodie in het nummer te plaatsen en de zang heeft bij momenten opnieuw een kuur ondergaan in de mix die vlot mijn oren binnendringen en mij met een glimlach dit album laat afsluiten.
Na enkele luisterbeurten ben ik van mening dat Guilty As Charged het onderste uit de kan hebben gehaald om hun kunnen aan de wereld hoorbaar te maken, iets waarin ze met verve zijn geslaagd! De heldere productie, mix en mastering zijn duidelijk uitgevoerd door een man met kennis van zaken, nl. Dan Swäno gekend van zijn eerder productiewerk bij bands als Opeth & Bloodbath. Hopelijk reikt deze plaat een breed publiek aan waardoor labels de aandacht van deze band niet over zich heen kunnen laten gaan, want het moge duidelijk zijn dat deze heavy thrashers meer dan het potentieel hebben om tot de top te behoren in de toekomst! Puik werk mannen!!

Mazes

Better ghosts

Geschreven door

Mazes - Opkomend talent uit Manchester die regelrecht put uit de Amerikaanse indiescene, en de klok terugdraait naar bands als Pavement , Sebadoh en Guided By Voices . We horen een reeks gevoelige ,  dromerige , rammelende lofi gitaarsongs , die intrigeren door de repetitieve, opbouwende ritmiek .
Toegegeven , de laatste reeks lijkt wat inwisselbaar door de aanhoudende dezelfde melodie , maar door de beste leuke , relaxte aanpak banen de songs zich wel een weg in je hoofd. “Hayfever wristband” zet de toon na de intro , “Donovan” en “Notes between F& E” boeien door de variatie aan en de drieling “Organ harvest” , “Ephemera en” Sand grown” wuiven deze frisse 90s sound uit …

tUnE-yArDs

Nikki Nack

Geschreven door

‘Nikki Nack’ heeft iets speels , onschuldig , onbevangen, jeugdig en kleurrijk om zich, wat ongetwijfeld te horen is in de ritmiek van haar ‘knutsel’ pop .  Hoewel …,  de collage aan stijlen (= zeg maar lofiworld, waarbij ze stoeit met allerlei geluiden, samples en stijlen waarin folk, jazzy grooves, dampende funk, r&b, afro, hiphop en drumloops te vinden zijn ),  is op de derde cd minder prominent aanwezig; we hebben eerder een toegankelijke mix van haar sound , die aanstekelijk, fris , sfeervol klinkt , gekenmerkt van lichte grooves door de  hiphopachtige beats .
Tune- Yards experimenteert minder , de tempowisselingen zijn minder fors , dus doenbaarder en ze leunt nauwer aan de pop dan voorheen. Ze balanceert tussen een dansbare groove door de basstunes , keys en percussie en een intens sfeervol,  broeierige sound .
Het tintelt wel bij nummers als “Find a new way”, de singles “Water fountain”, “Hey life” en de afsluitende reeks “Rocking chair” en “Manchild”; ze worden afgewisseld met “Time of dark” , “Real thing” en “Wait for a minute”.
In het concept slaagt Tune-Yards er nog steeds in te verrassen in haar materiaal dat oprecht heerlijk is ; gedragen door haar bedwelmende krachtige zang.
Op die manier is en blijft ze talentrijke entertainende dame …

Black Cassette

Circo

Geschreven door

Black Cassette – apartje band toch wel uit ons Belgenlandje, die aan hun tweede cd toe is en eigenlijk de ‘harde ‘ gitaren wat meer ‘onhold’ plaatste en ruimte liet voor keys. Dit bandje onder do-it-all Sjoerd Bruil, staat samen met Jeroen Stevens (drums) , Pascal Deweze (bas) en Micha Volders - die instond voor de productie -,  garant voor een reeks driftige , grillige, sfeervolle songs .
De songs houden van onverwachtse wendingen , tempowisselingen en experimentjes. De invloed van een Mauro is onmiskenbaar aan hun sound.
Het is een gevarieerde plaat geworden waar je op songs als “Distant  call” , “When I’m busy”, “Down below” en “Don’t want you to go” even op adem moet komen . Ze hebben meer luisterbeurten nodig en doen zich ontdekken . Ze worden goed omgeven door broeierig, sfeervol materiaal als “Under the blossom tree”, “The strangest thing” , “At dawn” en “Nevermind” , waardoor het wat gemoedelijker mag zijn .
We horen een band die veelzijdig klinkt en creatief omgaat met rock’n’roll/eighties synths. Apart bandje binnen onze scene dus!

The Sixxis

Hollow Shrine

Geschreven door

Begin September tourde The Sixxis doorheen Europa  met Spock’s Beard. De band zal de modale Vlaamse rockliefhebber voorlopig niet veel zeggen maar daar komt misschien wel verandering in. 
De band  is al sinds   2006 actief en bestaat uit vijf onderlegde muzikanten. Met ‘Hollow Shrine’ zijn ze nu pas toe aan hun debuutplaat.  The Sixxis brengt progressieve rock die enorm afwisselend is door de jazz, metal, en grunge-invloeden.
Zelf noemen zij Muse, Rush, Soundgarden, Alice In Chains, Rush, System Of A Down en Kings X  hun grootste invloeden.  Wat ons betreft gaat die vlieger zeker  op voor Alice In Chains.  Luister maar naar de songs  “Weeping Willow Three” en “Long Ago” die zo uit de koker van Layne Staley en Jerry Cantrell lijken te komen. 
De volledige plaat ademt trouwens de jaren negentig uit want ook een band als Living Colour passeert de revue met het funky “Nowhere Close”.  Opvallend zijn de vocale capaciteiten van frontman Vladdy die een duidelijke meerwaarde aan de gevarieerde composities geven. We vermelden nog  dat David Bottrill aan de knopjes zat, de man verdiende zijn sporen bij Tool, Peter Gabriel, Silverchair en Stone Sour... 
Deze Amerikaanse band kun je gemakkelijk zelf ontdekken via deze link  http://www.thesixxis.com/ .

Benjamin Booker

Violent Shiver

Geschreven door

Benjamin Booker, een jonge snaak uit New Orleans, heeft  de rauwe rock’n’roll lucht al eens mogen opsnuiven in het voorprogramma van Jack White. Een postje waar hij zich maar al te zeer in zijn sas voelde, want de man heeft net als Jack White een voorkeur voor ruige, onopgesmukte blues en rauwe soul. Zelf haalt hij als invloeden The Gun Club, Blind Willie Johnson en T Rex aan. Daar is duidelijk iets van aan, maar wij zien er ook een halfbroertje in van Black Joe Lewis of een bastaardneefje van Gary Clark Jr.
Op dit veelbelovende debuut floreert Benjamin Booker  van felle, gruizige rock (“Violent Shiver”, “Have you seen my son”) naar diepgewortelde soul (“Slow Coming”) en integere blues (“By the evening”).  Van elke song gaan er ettelijke liters bezieling uit en Booker  stort er zijn hele hebben en houden in.
Een veelbelovend debuut van een talent waar de ruwe kantjes nog niet zijn van afgevijld. Houden zo.

Pagina 567 van 966