logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
Stereolab

Les Nuits Botanique 2014 - tUnE-yArDs - Van Afrika tot in Amerika, alle kleuren van de regenboog …

Geschreven door

Les Nuits Botanique 2014 - tUnE-yArDs - Van Afrika tot in Amerika, alle kleuren van de regenboog …
les Nuits Botanique 2014

Wie herinnert zich de clip niet van “In de Gloria” met Rita Weemaes, die in het kerkkoor wil zingen, maar afgewezen wordt door de koorleidster omdat het te luid en te veel is. Iemand die deze invalshoek heel hard genegen is, is Merrill Garbus, ofte tUnE-yArDs. Subtiliteit is zeker haar sterke punt niet, maar dit als een olifant in de porseleinkast springen en het breken van alle regels leidt wel tot een volstrekt origineel geluid dat toch heel aanstekelijk is. Haar doorbraak kwam er met ‘Whokill’, waar ze een volstrekt unieke mix van elektrisch versterkte ukulele, sax en Afrikaanse polyfone zang naar de urban jungle van de eenentwintigste eeuw vertaalde.

Haar derde plaat, ‘Nikki Nack’, is net uit en de single “Water Fountain” heeft zelfs de dagprogrammatie van Studio Brussel gehaald. Tegenover haar vorige passage in de Botanique, heeft ze haar live-band uitgebreid: naast haar man, Nate Brenner op bas en keyboards, had ze ook een percussioniste en twee achtergrondzangeressen meegenomen, maar een saxspeler had ze dan weer thuisgelaten, waar die op de vorige tournee nog een voorname rol speelde. Garbus stal de show, met groen geverfde, borstelige wenkbrauwen, en roze pluimen, geïnspireerd op Zuid-Amerikaanse carnavalkostuums. De uitgebreide bezetting gaf het geluid een rondere, meer op soul en gospel geinspireerde klank: de Afrikaanse invloeden kwamen door de achtergrondzangeressen die percussiestokken hanteerden nog meer naar voor, net als Zap Mama smokkelt tUnE-yArDs pygmee-gezangen in haar nummers, maar toch klonk het nooit als wereldmuziek, en past tUnE-yArDs zowel op Couleur Cafe, Dranouter, Pukkelpop of ‘Wurchter’, zoals ze zelf zei: “Hey if I can’t say it, at least I can play it”.
Op basis van de plaatbespreking hadden we veel elektronica verwacht, maar het was eigenlijk maar in een nummer dat de keyboards een vuile dansbeat uitspuwden, voor de rest heel veel percussie die als basis van de nieuwe nummers diende.
Live werkte de ruime bezetting heel goed, het had in een nummer zelfs iets van Amadou & Mariam, maar de scherpe kantjes ontbraken toch een beetje in de ruimere bezetting: de achtergrondzangeressen zingen veel beheerster dan Garbus zelf, als die haar eigen achtergrond sampelt in de trio set-up die ze vooral voor de nummers van ‘Whokill’ gebruikte. Die onverschrokkenheid van de badkamerzangeres, het ‘ het is te luid Rita’ met de bewuste valse starts en onderbrekingen, alsof een cassettebandje in de soep aan het draaien was, waarna alles weer op zijn pootjes viel, werd magistraal uitgevoerd in het hiphop anthem “Gangsta” met zijn vervormde politiesirene- zang, zijn vette beats, en Merril’s zangacrobatieën, die in een van de breaks van dit nummer op jammerlijk mislukte wijze geïmiteerd werden door iemand uit het publiek. Ook in “You yes you” viel je mond open als je zag hoe Garbus haar nummers opbouwde op basis van geloopte drum en zangpartijen, en gaf de metalige klank van de ukulele dat beetje peper dat het publiek nodig had om het op een dansen te zetten.  “The Bizness” , in volle bezetting, had de wilde frisheid van een Tahiti Douche, en herinnerde ons aan dat ander Afrikaans bastaardje van Belgische oorsprong, ‘Allez Allez’. Ook Sesamstraat mocht niet ontbreken, “Waterfountain” was het perfecte kinderrijmpje waarin het publiek “Woeha” mocht meebrullen.

Kinderlijke onbevangenheid, en het negeren van alle regels die er in de muziek zijn, het blijven de sterke punten van tUnE-yArDs. Het hoekige en totale experiment is er misschien een beetje uit op de nieuwe plaat, maar live werkt de set up met de extra zangeressen, en we zijn er zeker van dat Garbus moeiteloos een hele tent zal kunnen entertainen op zaterdag 5 juli iets na drieën.

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Botanique 2014)  

Les Nuits Botanique 2014 – BRNS op kruissnelheid …

Geschreven door

Les Nuits Botanique 2014 – BRNS op kruissnelheid …
Les Nuits Botanique 2014

BRNS (Brains om het u makkelijker te maken!)  is een klasseband uit het Brusselse . Het kwartet is en klinkt veelbelovend . De EP ‘Wounded’ dateert van 2013 en met de zomer zal de full cd ‘Patine’ verschijnen . De groep wenst tegen dan op kruissnelheid te staan. Een ideale aanzet gebeurde tijdens Les Nuits Bota in een lang op voorhand uitverkochte Rotonde.

De sympathicos zitten ergens tussen Clap Your Hands Say Yeah en Tortoise in met hun gespierde , opbouwende , frisse, broeierige, opwindende sound , waarbij ze fel van leer kunnen trekken en oog hebben voor subtiliteit en finesse. En strakke ritmesectie , pompende basslines, beheerste, avontuurlijke gitaarlijnen en een opzwepende drums zorgt voor een aantrekkelijke, catchy , deels mysterieuze songs die een dansbare groove hebben , de spanning doen toenemen en explosieve momenten kennen.
De multi –instrumentalisten hebben hét en deden de temperatuur in de Rotonde nog wat stijgen . En potentieel hebben ze hoor , naast de vroegere doorbraaksingle “Mexico” en “Here dead he lies” hadden we “Void , voorbode van de debuutCD binnen een paar maand.
De nieuwe nummers leggen nog wat meer de klemtoon op een sterk harmonieuze samenzang en in de stuwende baslijnen voelen we zelfs een dampend, funkend Prince ritme .
Tja , deze gretig spelende gasten hebben goed uitgewerkt materiaal , lieten ons kennismaken met het nieuwe werk en sloten af met het prachtige “Our lights” .

Ze zorgden voor een boeiend dynamisch setje . Dit jonge kwartet speelde eerder supports voor Suuns, Yeasayer , Django Django en Cloud Nothings , heeft live ervaring zat in het clubcircuit, staat op scherp nu en heeft een eigen muzikale identiteit van stevige, dansbare indierock van catchy hooks en tropische beats, gepresenteerd met een zekere spontaniteit en coolness .
Eenvoudigweg een ‘must-see’ band met héél wat sterke troeven . Hun zomer kan niet meer stuk!

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Botanique 2014)  

Les Nuits Botanique 2014 – James Holden - Misschien winnen de idioten niet meer

Geschreven door

Les Nuits Botanique 2014 – James Holden - Misschien winnen de idioten niet meer
Les Nuits Botanique 2014

James Holden, householdname voor liefhebbers van de betere elektronica , was nog eens naar België afgezakt en deze keer in het kader van de Fêtes de la Botanique, en dus niet in een zweterige club waar je hem eerder kan verwachten. Feit was dan wel dat het wel heel talrijke publiek zo op elkaar stond gedrumd dat de Orangerie in niets nog verschilde van een zweterige club, wat misschien niet zo aangenaam is, maar dan toch een passend kader schept voor ’s mans diepe sound.

Holden timmert intussen ook al tien jaar aan de weg, en sinds zijn vroeger zweverig werk dat sterk naar progressive ging, maar het toch niet was, heeft hij verschillende dingen geprobeerd en is er niet altijd in gelukt om te vermijden dat hij in herhaling viel.
‘The Idiots are Winning’ was zo’n wisselvallig geval, met uiteraard wel de beste titel voor een plaat in jaren. Geef hem maar eens ongelijk. Hetzelfde kan gezegd worden van ‘The Inheritors’ van vorig jaar, dat soms te veel doet denken aan minimal, maar waar hij nog voldoende zweverigheid doorheen weeft om old-time fans te plezieren.
Live doet hij tegenwoordig andere dingen en brengt hij dus blijkbaar een drummer mee. Best wel fijn, maar ik sta altijd een beetje huiverig tegenover zo’n dingen omdat de meeste bands die rock en dance proberen te combineren niet boven de grauwe middelmaat uitkomen.
In ieder geval waren die bedenkingen het publiek een zorg en onder wat al te regelmatige aanmoedigingen van ravers ging dhr. Holden loos met zijn eigen composities die nogal opgerekt werden, en ook door de begeleidende drums soms fel afweken van wat je op plaat hoort.
Geen oude classics van 10 jaar geleden, wel veel werk uit ‘The Inheritors’. Ik dacht …”a Circle inside a Circle inside”… te herkennen en ook “Blackpool late Eighties”, wat waarschijnlijk “a dreary place” was.

Lang uitgesponnen nummers onder veel lawaai van het publiek. Het was te kort, zo’n live set op dit soort festival, en dat zegt waarschijnlijk genoeg.

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Botanique 2014)   

The Chameleons (Vox)

The Chameleons Vox - Burgess vs Kompany

Geschreven door

Mark Burgess is een van de belangrijkste singer/songwriters/dichters in de rock-geschiedenis (en één van mijn 'helden'). Met zijn band, The Chameleons, bracht hij een reeks juweeltjes in de stijl psychedelische postpunk, zoals ‘Script of the Bridge’ of ‘Strange Times’in de jaren '80. Helaas ging de band uit elkaar na de dood van hun manager Tony Fletcher, in 1987.
Daarnaast probeerde Mark een aantal projecten, hetzij solo hetzij met andere muzikanten (The Sun And The Moon, Invincible, ...).  In 2000 besloot hij zijn oorspronkelijke band terug op poten te zetten onder de « Chameleons Vox », met de originele drummer John Lever en andere muzikanten.

Op het programma van het concert in het Depot in Leuven werd het eerste album van The Chameleons « Script of the Bridge » volledig gespeeld, hun beste LP weliswaar , die dateert uit 1983.
Over de middag, had ik de kans om Mark Burgess te interviewen. Hij is een zeer sympathieke en briljante man, met typisch Britse humor. Hij sprak over zijn jeugd in Manchester, de Beatles, T. Rex, de opname van ‘Script ...’ , zijn projecten, enz ... maar ook over zijn interesse in UFO's , bijna-doodservaringen en paranormale verschijnselen in het algemeen. Dit interview zal in de komende dagen gepubliceerd worden … Stay tuned !

Maar we focussen ons nu op het concert. Het Depot , in een 'box-configuratie' vanavond, gezien de Chameleons Vox geen grote menigte trekt , maar een publiek is van echte fans, veertigers, die opnieuw een uniek moment wensen te beleven.
Vanaf het eerste nummer, « Don't Fall », is de toon gezet. De band speelt het oorspronkelijke nummer  tot in de perfectie. Nu dat hij opnieuw bas op het podium speelt , heeft Burgess bijna 100% de looks die hij in de jaren '80 had. Wat ook opvalt is het uitstekende werk van de twee gitaristen, die evenzeer perfect slagen in die vroegere complexe gitaareffects, vol reverbs en echo. Ook het geluid is goed. De uitstekende geluidstechnicus Thomas ‘Mixmeister’ (Tnproductions) staat achter de knoppen en is hier verantwoordelijk voor !
Na "Here Today" komt "Monkeyland" al, een eerste hoogtepunt. Het begint zachtjes maar bij het refrein explodeert het en iedereen schreeuwt : "It's just a trick of the light !". Burgess gaat door met "Second Skin", een van mijn 10 favoriete songs. Zeven minuten puur genot. Je voelt Burgess’ inspiratie, met wortels uit de jaren '60 , zoals blijkt uit zijn verwijzing naar "Please, Please Me", van  The Beatles, in het midden van de song.
In het tweede meer psychedelische deel, worden we in een andere wereld gekatapulteerd, aan de grond genageld met gesloten ogen door de hypnotiserende schoonheid van de muziek.
De volgende nummers vormen een opeenvolging van tijdloze klassiekers, van de energetische « Up The Down Escalator » tot de zeer sociologische « A Person Isn't Safe Anywhere These Days ». "Paper Tigers" zorgt voor een temperatuursstijging en de band sluit de set af met het  schitterende "View From A Hill".
Terug op het podium voor de encores, zingt Mark Burgess a capella het liedje dat de fans van Manchester City, zijn favoriete club, ter ere van onze nationale Vincent Kompany zingen, op de melodie van Mrs Robinson : "And here's to you, Vincent Kompany..." : een knipoog die ten zeerste door de kenners gewaardeerd werd! Dan speelt de band "Looking Inwardly", uit de tweede elpee van Chameleons, ‘What does anything mean? Basically’.
En dan is er een nieuwe 'tour de force', met "Soul in Isolation". Deze zeer complexe compositie duurt wel 9 minuten en zoals gebruikelijk, geeft Burgess zich hier over aan 'song dropping' door het plaatsen van een paar fragmenten uit "The End" (The Doors) en "Eleanor Rigby" (The Beatles). "Singing Rule Britannia (While the Walls Close In)" wordt voorgesteld als een nummer ‘Made in Manchester’ en hier introduceert Burgess ook een muzikale toespeling, deze keer naar "Transmission" (Joy Division).
Na een tweede pauze komt Chameleons Vox terug op het podium voor de funky "Swamp Thing" en de solide "Return of the Roughnecks ».

Conclusie : Behalve het relatieve gebrek aan interactie tussen de musici op het podium, was het een perfect concert op alle niveau's. Het toonde het ongelofelijke spectrum  van The Chameleons aan: muziek die tegelijkertijd sterk en zeer verfijnd is, gekoppeld aan zeer poëtische, zelfs filosofische teksten, die een unieke kijk onthullen op onze gemeenschap en de menselijke interacties .
We kijken uit naar de nieuwe composities die Mark Burgess voorlopig aan het voorbereiden is en die op een nieuwe elpee doen hopen …

In het eerste deel kwam Reiziger, een band uit Leuven en Limburg, energieke power-rock met accenten van Sonic Youth / Fugazi / Girls Against Boys. Hun album 'Station Kodiak' werd recent door Berk & Bezem / [ PIAS ] uitgebracht.

Setlist : Don't Fall - Here Today – Monkeyland - Second Skin - Up the Down Escalator - Less Than Human - Pleasure and Pain - Thursday's Child - As High As You Can Go - A Person Isn't Safe Anywhere These Days - Paper Tigers - View From a Hill
Encore 1: Looking Inwardly - Soul in Isolation - Singing Rule Britannia (While the Walls Close In)
Encore 2: Swamp Thing - Return of the Roughnecks

Philippe Blackmarquis vertaling : Philippe Blackmarquis - Johan Meurisse

Organisatie: Het Depot, Leuven

Amatorski

From Clay To Figures

Geschreven door

Met het behalen van een finaleplaats in Humo’s Rockrally bereikte Amatorski in 2010 een ruimer publiek. Hoewel ze toen niet met een medaille naar huis gingen (School Is Cool mocht op het hoogste schavotje plaatsnemen), was meteen duidelijk dat dit een groepje was om te blijven volgen en dat mogelijks hoge ogen kon gooien. En inderdaad, met de tijdens hetzelfde jaar uitgebrachte EP ‘Same Stars We Shared’ was het al meteen raak, niet in het minst door de single « Come Home » die niet van de radio weg te denken was en die ook opdook in reclamefilmpjes.

Intussen zijn we vier jaar later en zopas werd met ‘From Clay To Figures’ hun tweede volwaardige album wereldkundig gemaakt. En het is een prachtig werkstukje geworden. 
De titel ‘From Clay To Figures’ blijkt om diverse redenen volledig de lading te dekken. Er wordt namelijk verwezen naar een overgang, een groei- en ontwikkelingsproces zonder dat de veranderingen materialistisch en de eindfase definieerbaar hoeven te zijn. Welnu, transformaties gingen de nieuwe plaat zeker en vast vooraf.

Zo is anno 2014 de kern van Amatorski eigenlijk herleid tot een duo, zijnde Inne Eysermans en Sebastiaan Van den Branden. Hilke Ros spitst zich voortaan toe op het management van de groep en houdt het podium voor bekeken terwijl Christophe Claeys live opnieuw de drummer wordt i.p.v. Laurens Van Bouwelen. 
Maar ook met het geluid werd op een sculpturale manier omgegaan. Reeds vanaf de eerste beluistering van ‘From Clay To Figures’ valt op hoe er werd gekneed, overtollige ballast weggegooid en sommige oneffenheden weggestreken zodat enkel het puurste en meest verfijnde werd overgehouden. Het eindresultaat getuigt van ambachtelijke vaardigheid en staat ver weg van massaproductie.


Deze plaat werd namelijk stukje bij stukje – en dat mag letterlijk genomen worden – opgebouwd. Na een intensieve periode van componeren van enkele soundtracks (zie de stille film ‘Impatience’, de documentairereeks ‘1 Op 10’ en de nog te verschijnen Nederlandse film ‘In Jouw Naam’) vond Inne Eysermans de tijd rijp om zich afzonderen en aldus opnieuw inspiratie op te doen. Vanuit New York, Denemarken, Hamburg en Amsterdam ging ze aan de slag met het schrijven en construeren van nieuwe nummers en stuurde de nog ruwe ideeën en concepten door naar Sebastiaan die het aangereikte materiaal thuis verder uitbouwde. Voor zover mogelijk kwam de groep zowat éénmaal per week samen om te experimenteren. Ook de fans werden interactief betrokken bij het productieproces. Via een unlock website kon men geluidsfragmentjes aanklikken en hoe meer er werd gedeeld, hoe meer het album zich openbaarde. Ook kon men via een basistool eigen versies van een nummers maken. Daarmee kreeg hun multimediaproject ‘Deleting Borders’ een vervolg.
De voor de groep nieuwe manier van werken heeft ervoor gezorgd dat – hoe summier soms ook – de inbreng van bepaalde extra instrumenten andere accenten legt binnen individuele  nummers en de gelaagdheid ervan doen toenemen. « Wild Birds » krijgt extra vleugeltjes  door toevoeging van belletjes op het einde, « Unknown » wordt weemoediger en donkerder door de injectie van blaasinstrumenten in de subtiele elektronica en bij « Fragment » slaagt een lome dubby basgitaar erin om het nummer geheel naar eigen hand te zetten. Anderzijds krijgt globaal bekeken het fragmentarische niet de bovenhand. De 13 songs vormen mede door de ervaring van het duo Eysermans - Van den Branden, één harmonieus geheel.
Ook qua muziekstijlen heeft Amatorski zich deze keer heruitgevonden waarmee ze nog maar eens aantonen nooit enige uitdaging uit de weg te gaan. Verdwenen zijn het nostalgische, lo-fi klinkende retrogeluid van de EP en de kille tot ijzige triphop van voorganger ‘TBC’. In de plaats is er heel wat warme elektronica gekomen die afgewisseld met piano of vintage orgel, veelal bijzonder organisch klinkt.

‘From Clay To Figures’ is dan ook een gevoelsmatige en persoonlijke plaat geworden. Dit wordt nog versterkt door de zang van Inne Eysermans. Waar haar vocalen op ‘TBC’ nog enigszins ingekapseld zaten binnen de instrumentatie, worden deze nu veel meer naar het voorplan gebracht. Haar stem klink meer zelfverzekerd maar tegelijk ook erg broos en delicaat omdat men deze bij het afmixen ietwat ruw en natuurlijk gehouden heeft. Hierdoor klinken de nummers directer en winnen ze aan impact. Duidelijke voorbeelden hiervan vormen « U-Turn » dat klinkt alsof het in één enkele opname live opgenomen is en « Tiny Bird » (reeds in 2012 in een andere versie op de compilatie ‘Te Gek!? 5’ terug te vinden) dat tekstueel en mede door de bijna fluisterende stem van Inne Eysermans, ook muzikaal van een dusdanige tederheid is dat het moeilijk is om bij het aanhoren geen krop in de keel te krijgen.   
Deze directe aanpak vormt een perfecte cohesie met het filmisch en dromerige karakter van de nummers. Want dat is ook nu weer overvloedig aan te treffen is en zelfs uitgebreid (hun zonet vermelde bijdragen aan films en documentaires zal daar niet vreemd aan zijn). Iedere song roept telkens nieuwe stemmingen of beelden op. Zo verwijzen « Hudson » « How Are You? » en « Warszawa » elk op hun eigen, al dan niet imaginaire manier naar landschappen en bij iedere beluistering kunnen er wisselende taferelen voor de geest gehaald worden. En dat is nu net één van de cruciale betrachtingen van Amatorksi: er nauwlettend op toezien dat hun muziek ruimte laat voor verbeeldingskracht.  

In menige interviews of gesprekken halen Inne Eysermans en Sebastiaan Van den Branden o.m. Bibio, Thom Yorke en vooral Damon Albarn als belangrijke inspiratiebron aan en zijn ze erg gecharmeerd geraakt door het Warp-label (wat zich o.m. vertaalt in het korte, instrumentale « +=+=+=+=+=+=+=+=+ »). 
Anderzijds mag ‘From Clay To Figures’ beschouwd worden als verplicht voer voor wie behept is met Scandinavische artiesten als Sigur Rós, Ólafur Arnalds, Efterklang en Múm. Ook kunnen er verwijzingen naar The xx gemaakt worden tijdens de samenzang tussen Inne Eysermans en Sebastiaan Van den Branden en met « She Became A Ballerina » blijft er ook ruimte voor postrock.

Maar bovenal bevat hun tweede album voldoende eigen(zinnig)heid om op zich te staan en onderstrepen Amatorski hiermee nogmaals dat de Belgische voedingsbodem de jongste jaren wel onuitputtelijk lijkt te zijn voor talentrijke muzikanten.
‘From Clay To Figures’ staat bol van de subtiliteit en is het meest volwassene dat de groep tot dusver heeft uitgebracht en hoewel ‘Amatorski’ in het Pools ‘amateurisme’ betekent, heeft de groep deze fase al ver achter zich gelaten. Het volledige plaatje klopt en over de teksten, de muziek, het artwork en video’s (mooi in beeld gebracht door het in Londen residerende duo Gus en Stella) werd in zijn totaliteit heel goed nagedacht. ‘From Clay To Figures’ ontleent zich het best tot luisterbeurten ’s nachts en is er eentje om te koesteren, te omhelzen en te aaien maar vooral om er veel naar te luisteren.

Nu maar hopen dat ook het buitenland dit oppikt. De Britse krant The Guardian deed alvast haar duit in het zakje doordat ze uitdrukkelijk aan de groep heeft gevraagd om de exclusieve première van de eerste singel « Hudson » te mogen doen. Laat dit het vertrekpunt zijn voor zoveel extra moois, temeer omdat deze groep het ook verdient. Want toen we het genoegen hadden hen in aanloop van de komende tournee tijdens een private showcase te spreken, viel opnieuw op hoe bescheiden het duo telkens blijft, ook al hebben ze een juweel van een plaat afgeleverd. Het siert hen nog meer.

Intergalactic Lovers

Little heavy burdens

Geschreven door

Intergalactic Lovers , rond de bevallige Lara Chadraoui (Libanese roots ) , debuteerden sterk met ‘Greetings & Salutations’ in 2011. Eerder wonnen ze nog het O-Vlaams rockconcours. We hebben charmante dromerige en fris aanstekelijke gitaarpoprock met een rauw randje dat dus hun debuut sierde en we hoorden een handvol songs, die een hitpotentie hadden als “She wolf”, “Delay”, “Bruises”  en “Fade away”.
Ook de opvolger staat op dezelfde hoogte . Intens sfeervol, broeierig materiaal , dat af en toe gekenmerkt wordt van een rauw rockend randje , gedragen door de sierlijke zanglijnen van Lara . We komen opnieuw uit op overtuigende songs als “Northers rd” en “Islands”, maar onderken de sterke impact niet van de broeierige “War” en “No regrets” . De gevoeligheid dringt meer door op “Distance”, “The fall” en “Lost message”.
We hebben hier opnieuw een mooie afwisseling in hun spannend intrigerend materiaal . Een geslaagde tweede plaat , waarbij zij in een paar songs vocaal de hulp kregen van Bjorn Awouters van Drive Like Maria . Tja , ook Lara hielp mee bij hun plaat. Zo zie je maar …

Blaudzun

Promises of no one’s land

Geschreven door

De Nederlander Blaudzun aka Johannes Sigmond heeft nog maar goed z’n doorbraak ‘Heavy flowers’ verwerkt of we krijgen al een vervolgverhaal . De sing/songschrijver heeft een voltallige band achter zich en wordt intussen al enorm gerespecteerd . “Flame in my head” en “Elephants” waren al twee overtuigende singles die Blaudzun brachten in de richting van 16 Horsepower, Grant Lee Buffalo en Arcade Fire .
Opnieuw krijgen we op ‘Promises of no one’s land’ een reeks knap gearrangeerde songs, waarbij “Hollow people” en de titelsong al meteen het uitgansbord vormen . Zijn songs zijn mooi uitgewerkt , bouwen op en krijgen een volle , rijkelijke en ‘een alles en nog wat’ instrumentatie .
Blaudzun heeft de kunst prachtige nummers te schrijven en zorgt voor stevige gefundeerde, beklijvende, bloedstollende pop die blijft hangen . Naar het einde toe , o.m. op “Halcyon “en “Wingbeat” komt de donkere toon wat meer bovendrijven .
Moeiteloos loodst hij ons opnieuw door de plaat heen met z’n gevoelige emotievolle zang. Sterk gewoonweg wat deze Johannes verwezenlijkt!

Aloe Blacc

Lift your spirit

Geschreven door

De immer sympathieke Aloe Blacc heeft een nieuwe plaat uit , ‘Lift your spirit’ . Hij haalt de mosterd bij artiesten als Sam Cooke, Bill Withers, Marvin Gaye, Stevie Wonder en Isaac Hayes . Binnen de retrosoulpop hebben we hier opnieuw materiaal met een zekere hitpotentie en wordt het samenhorigheidsgevoel aangewakkerd door de rits catchy , aanstekelijke , frisse,  ontspannende nummers, die een uitstapje richting folk, gospel en hiphop heel goed verdragen en een dampende, swingende groove hebben  . Luister maar eens naar het semi-akoestische folky “Wake me up” (nog gekender in een dance versie met de Zweedse DJ Avicii) , “The man”, “Here today” en “Can you do this?”.
Net als bij de vorige ‘Good things’ weet ook het ingetogener , sfeervoller werk te bekoren . Een fijne plaat die je een zorgeloze zomer kan bezorgen . Die spirit zit ‘em duidelijk in de vingers .

The Black Keys

Turn Blue

Geschreven door

Commercieel succes is nooit een vruchtbare voedingsbodem geweest voor creativiteit.  Het verhaal is gekend : Jonge beloftevolle band haalt met enkele puike plaatjes onverhoopt succes, groeit uit tot een mega groep en richt zich vervolgens op het maken van op miljoenenverkoop gerichte platen waaruit alle ziel is verdwenen. Zie U2, Kings Of Leon, Coldplay, Editors en wat ons betreft zelfs ook Arctic Monkeys (al krijgen die nog een even het voordeel van de twijfel). En lap, ’t is weer van dat, bij The Black Keys hebben ze het ook zitten.
Het begint nochtans goed met de classic rock van “Weight of Love”, knappe song, kon van Jonathan Wilson zijn, vloeiend en met heerlijke gitaren, maar het klinkt hoegenaamd niet Black Keys, eerder Pink Floyd. Ook “In Our Prime” is er zo eentje, aangenaam vertier voor in onze hangmat, maar waar zijn The Black Keys godverdomme naar toe ?
De rauwe bluesrock van ‘The Big come up’, ‘Thickfreakness’ en ‘Rubber Factory’ is heel ver te zoeken, zo niet helemaal verdwenen. De scherpe kantjes zijn er volledig afgevijld.
The Black Keys gaan op zoek naar de soul maar stuiten daarbij meermaals op slappe boter. Op ‘Brothers’ vonden ze die soul wel nog, geen idee wat hen nu overkomen is. Het hitje “Fever” mag dan al catchy zijn en aanzet geven tot enkele danspasjes, het is gebouwd op een eerder onnozel deuntje.  Op ‘El Camino’ waren alle elf songs even catchy, maar beter.
Producer Danger Mouse heeft The Black Keys het verkeerde serum ingespoten. Dan Auerbach heeft zanglessen gevolgd (zo helder mogelijk zingen, manneke, en vooral niet buiten de lijntjes kleuren!) en heeft zo te horen ook zijn gitaar in de veiligheidsmodus moeten zetten. Keyboards, synths en strijkers zijn in de plaats gekomen. Wij zijn hier weg.
Onze boodschap aan Auerbach en Carney : Gooi Danger Mouse buiten, ga als de bliksem terug naar Fat Possum, plug die gitaar terug in en kom ons daarna nog eens wakker maken. Ondertussen gaan we nog even ‘Thickfreakness’ opzetten om de kater weg te spoelen.
The Black Keys komen naar Rock Werchter, ’t is de eerste keer dat wij niet uitkijken naar een Black Keys concert.

Swans

To Be Kind

Geschreven door

Swans, het geesteskind van donkere ziel Michael Gira, is altijd actief geweest in de lugubere spelonken van de eighties en nineties underground. De band maakte een pak vervaarlijke albums die weinig daglicht konden verdragen maar die langs een kluwen van donkere steegjes hun weg vonden naar een schare trouwe fans, waar ze in de platenkast een bevoorrecht plaatsje kregen naast The Birthday Party, Psychic TV, Foetus, Joy Division, Einsturzende Neubauten en Throbbing Gristle.
Met als laatste wapenfeit ‘Soundtracks for the blind’ leek in 1996 het doek te zijn gevallen over Swans, tot de band na een winsterslaap van maar liefst 14 jaar plots terug uit het niets opdook met het almachtige ‘My father will guide me a rope to the sky’. Twee jaar later volgde een zowaar nog indrukwekkender opus, de huiveringwekkende dubbelaar ‘The Seer’, een monumentale brok onheil waar we nog altijd niet echt van bekomen zijn.
Amper twee jaar na het kolossale ‘The Seer’ heeft Michael Gira alweer een imminent werkstuk gemaakt.  ‘To Be Kind’, opnieuw een forse dubbelaar, is wederom twee uren beproeving, woede, razernij, onrust, hartzeer, claustrofobie, angst, bloed en smart.
Swans doen er lang genoeg over om hun beklemmende , bezwerende en verzwelgende sound volledig tot ontplooiing te laten komen, maar langdradig wordt het nergens. Integendeel, hoe langer het duurt, hoe meer beklijvend het wordt. Het repetitieve karakter, de duistere teneur, de langzaam sluimerende calvarietocht naar een climax, dat zijn de dingen die deze 10 songs zo intrigerend maken. De zwaarste brok “Bring the sun/ Toussaint l’ouverture”  duurt maar liefst 34 minuten en houdt ons gans die tijd in een onverstoorde wurggreep. Dit is geen song meer, dit is een griezelfilm zonder beelden, de apocalyps nabij.
‘To Be Kind’ is geen gemakkelijke of comfortabele plaat, het markante album vergt serieus wat inzet en toewijding van zijn luisteraars. De songs nemen hun tijd om hun slachtoffers langzaam op te slorpen. Die slachtoffers, dat zijn wij, en masochisten als we zijn, we laten ons maar al te graag kopje onder gaan in Michael Gira’s gitzwarte zwanenmeer. Het is geen plezierreisje, wel een unieke ervaring, een ijzingwekkend avontuur, beangstigend maar intens.
Dit imposante werkstuk dient niet bepaald om uw zomerse barbecue feestjes mee op te vrolijken, bij Swans slibt de hemel immers helemaal dicht met inktzwarte onweerswolken, maar het is misschien wel de ultieme soundtrack van het einde van de wereld.
Live kan u dit ondergaan op 25/09 in de AB. Laat uw fleurig hemdje maar in de kast liggen.

Pagina 583 van 966