logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Zara Larsson 25...
frank_carter_an...
Filip Van der Linden

Filip Van der Linden

donderdag 05 juli 2018 02:00

Fist Leaf

De schuilnamen Kriss W. Wood en Alex McWood klinken heel Amerikaans, maar het zijn gewoon twee Fransen met een voorliefde voor de luide gitaren van de jaren ’90. Eén van de twee speelt bij  Harmonic Generator. Als Sendwood brachten ze eerder reeds een EP uit, maar nu is er het album ‘Fist Leaf’.

Het is allemaal heel basic bij Sendwood: een drum en een gitaar en ze wisselen elkaar af achter de microfoon. Ze trekken zich vooral weinig aan van wat hoort. Aan de grenzen van genres hebben ze al helemaal geen boodschap. De nummers twijfelen tussen rock, stoner, metal en grunge. De referenties voor ‘Fist Leaf’ komen duidelijk uit de jaren ’90: Rage Against The Machine, Soundgarden, Nirvana, Monster Magnet en Faith No More. Zelf zetten ze daar nog Royal Blood bij, maar behalve dat ze als duo luide muziek maken, zijn er niet zo veel overeenkomsten.

Er zijn momenteel wel meer Europese bands die de Amerikaanse grungemetalsound uit de nineties najagen, maar bij Sendwood lukt dat verbazend goed, ondanks de beperkingen van een duo en ondanks dat de productie nog een heel stuk vetter kon. Je hebt zeker niet het volle geluid van een Royal Blood of White Stripes en ook niet de uit vele laagjes opgebouwde ninties-sound. Wood en McWood houden hun band zo wel dicht bij de essentie: niet te veel poespas, maar gewoon gaan. Inzake teksten komen ze niet in de buurt van een Zach de la Rocha of Mike Patton, maar het is ook niet onverdienstelijk. Vooral de muziek en de vibe tellen, en dat doen ze heel goed.

De nummers op ‘Fist Leaf’ die helemaal raak zijn, zijn ‘Gotham’, ‘Leash’ en ‘Penny’.

 

donderdag 28 juni 2018 02:00

First Tracks

Ciska Dhaenens heeft zonet haar eerste tracks op Soundcloud gepost. Ciska is de dochter van Dirk Dhaenens van Derek & The Dirt. Ook Dirk’s zoon Vito is eerder reeds aan zijn muzikale loopbaan begonnen, maar zoon en dochter en dochter en vader liggen ver uit elkaar, muzikaal dan toch.

De intro van “This Love” heeft een paar gitaarakkoorden geleend van “Oh By The Way” van Derek & The Dirt, maar voor de rest van de track gaat Ciska eerder de weg op van Florence & The Machine, High Hi en This Mortal Coil. Ciska heeft niet enkel een stemgeluid dat aansluit op dat van Florence, ook in de sfeer gaat ze in die richting, maar dan minder bombastisch en minder rockend.

“Black Hole” klinkt dan weer eerder als SX, Fortress en Oscar & The Wolf. “Look At The Stars” is heerlijk zweverig, een beetje zoals Dido dat vroeger was. Op deze track krijgt rapper Dankmaster Frank een vrijgeleide, maar hij voegt weinig spannends toe aan het verhaal. Deze song zou zelfs sterker naar voren komen zonder het stukje rap.

“My Sun Went Down” en “Oh My” drijven op een pianoriedel die nu eens opgewekt, dan weer melancholisch klinkt. Toch is het Ciska’s heldere stem die je steeds weer vastgrijpt. Ze heeft het ook in zich om met haar stem heel verschillende klankkleuren en emoties op te roepen. Op “Oh My” staat ze schouder aan schouder met wijlen Dolores O’Riordan (van the Cranberries).

Als bonustrack is er nog de dance-versie van “This Love”.

Deze ‘First Tracks’ vormen een fijn debuut dat nog veel richtingen openlaat.

 

donderdag 28 juni 2018 02:00

Fight Back

D.O.A., de legendarische punkband uit Canada die eigenhandig het genre hardcore uitgevonden heeft, heeft een nieuw album uit voor hun veertigste verjaardag. ‘Fight Back’ is een stevige brok punkrock geworden. De leeftijd heeft weinig vat op zanger/gitarist Joe ‘Shithead’ Keithley.

Deze punkrockers stammen nog uit de periode dat punk per definitie politiek geladen was en op dit album nemen de Canadezen vooral de Verenigde Staten en hun president op de korrel. De lyrics van openingstrack “You Need An Ass Kickin’ Right Now”, “Killer Cops”, “The Cops Are Coming” en “Just Got Back From The USA” laten weinig aan de verbeelding over. De intro van “Time To Fight Back” had van hun generatiegenoot TV Smith kunnen zijn, al zou die misschien niet zo direct zijn en meer beeldspraak gebruiken.

Evengoed staan er een paar vullers op deze ‘Fight Back’, zoals “We Wont Drink This Piss” (over light-bier) en “The Last Beer”. Leuk, maar ze halen de angel uit de politieke agressie van het album als geheel. Die twee hadden ze beter cadeau gedaan aan de Cosmic Psychos.

“You Can’t Stop Me” (over Reggie Dunlop, een personage uit de ijshockeyfilm Slap Shot), “State Control” en “Gonna Set You Straight” laten de jonge generatie punkrockers horen hoe het moet: snel en snedig, een meebrulbaar refrein, een onderwerp dat ertoe doet en toch catchy. Het is soms wat rommelig en qua productie stelt dit allemaal niet veel voor, maar zo doen ze het bij D.O.A. al veertig jaar.

De verrassingen zitten helemaal op het einde van het album met een cover van Bob Dylan’s “Wanted Man” en het dan toch eens heel raak geproducete “World’s Been Turned Upside Down”, waarop D.O.A. een beetje klinkt als de venijnigste versie van New Model Army.

‘Fight Back’ maakt duidelijk dat D.O.A. nog lang niet uitgezongen is. Punk is niet dood, maar heeft al eens een middagslaapje nodig.

 

donderdag 14 juni 2018 02:00

True Rocker (single)

De Canadese rockband Monster Truck brengt de single "True Rocker" uit in de aanloop naar het gelijknamige album dat later dit jaar verschijnt. “True Rocker” is catchy en heel meezingbaar, maar ook een beetje doorsnee. Deze Canadezen maakten reeds betere singles, zoals “Don’t Tell Me How To Live” en “Old Train”. 

De muziek van Monster Truck is klassieke rock ’n roll in de stijl van The Darkness, Wolfmother, Airbourne en AC/DC, maar op deze single krijgt de band vocale bijstand van Dee Snider, de zanger van het in 2016 opgedoekte Twisted Sister. Zijn aanwezigheid op de single zal de populariteit van Monster Truck op het internet goed doen, maar een echt memorabele single wordt “True Rocker” daarom nog niet. Laten we hopen dat de band de rest van het album op eigen sterkte volspeelt.

Dee Snider kan je deze zomer aan het werk zien op Alcatraz in Kortrijk, voor Monster Truck moet je wachten tot november. Dan spelen ze als support van Black Stone Cherry in de Trix in Antwerpen.

 

donderdag 14 juni 2018 02:00

Vanished World (single)

Oi Va Voi is een band uit Londen met een Joodse oorsprong, opgericht in 2000. Hun muziek is een mengsel van klezmer, Oost-Europese muziek en dance. Ze brachten drie albums uit, die goed werden ontvangen bij pers en publiek, maar toen viel het plots allemaal stil.

Na die radiostilte van ruim negen jaar maakt Oi Va Voi nu een comeback. In november is er het nieuwe album ‘Memory Drop’ van deze Britse crossoverband die opnieuw een brug slaat tussen hun Joodse- en Oost Europese roots en een modern geluid. Als voorproefje is er de single “Vanished World”, een loungy, bijna triphop-achtge track die vooral de nieuwe zangeres Zohora in de spotlight zet.

Deze “Vanished World” is een beetje Massive Attack meets Christine And The Queens meets Hooverphonic. Lekker poppy, een beetje Orientaals en toch nog geschikt voor Radio 1.

 

 

donderdag 14 juni 2018 02:00

Deran

Vergeet Tinariwen, Tamikrest of Terakraft. De Afrikaanse desert blues heeft een nieuwe koning en die luistert naar de naam Bombino. Deze Nigeriaan is vaag geïnspireerd door de allergrootsten: Mark Knopfler, Carlos Santana, Jimi Hendrix en Bob Marley en dat hoor je toch wel een beetje in zijn muziek. Bombino heeft net zijn nieuwe album ‘Deran’ uit, waarbij hij die invloeden mixt met wereldmuziek.

Bombino moest in 1990 vluchten uit Niger vanwege een dreigende vervolging bij de opstand van de Toeareg. In Algerije en Libië begon hij als jongeling gitaar te spelen en kwam hij in de band van Toeareg-gitarist Haja Bebe. In 2007 kan hij terugkeren, maar enkele jaren later moet hij alweer vluchten als enkele van zijn bandleden vermoord worden omdat de regering gitaren beschouwden als symbolen van de Toeareg-revolutie. Nog een paar jaar later kan hij opnieuw terugkeren naar Niger. Intussen is Bombino’s muziek al internationaal opgepikt en wordt die een hit op de World Charts van iTunes.

Dat succes zorgt ervoor dat hij een Stones-cover mag opnemen met Keith Richards en Charlie Watts en dat Dan Auerbach van The Black Keys en David Longstreth van Dirty Projectors albums van Bombino gaan producen. Daar stapt de Nigeriaan helemaal van af voor het nieuwe album ‘Deran’. Die Amerikanen hebben zijn bekendheid misschien wel een boost gegeven en hebben vele deuren voor hem geopend bij labels, bij media en in het concert- en festivalcircuit, hij keert liever terug naar zijn roots.

Het nieuwe album werd daarom in Cassablanca opgenomen met de band die de Nigeriaan al langer begeleidt. Daarbij de Amerikaanse drummer Corey Wilhelm , de in ons land verblijvende bassist Youba Dia (Mauretanië), de Toeareg-gitarist Illias Mohammed, keyboardspeler Mohammed Araki uit Soedan en percussionist Hassan Krifa uit Marokko. Gastvocalen komen van Bombino’s neven Anana ag Haroun (zanger van de vanuit Brussel opererende Toeareg-band Kel Assouf) en Toulou Kiki.

Muzikaal en inhoudelijk keert Bombino op ‘Deran’ helemaal terug naar zijn roots. Hij mengt rootselementen met subtiele hints naar blues (Santana), rock, folk en reggae. Wie een beetje vertrouwd is met Ali Farka Touré, Habib Koité, Imarhan, Tinariwen of Tamikrest zal dit zeker weten te smaken. Het is zomers en het ademt warmte en een diep respect voor de tradities en waarden uit.

Deze zomer speelde Bombino reeds op het Ottertrotterfestival in Mechelen, maar in het najaar komt hij nog terug voor shows in o.m. Oud-Turnhout en Gent.  

 

donderdag 07 juni 2018 02:00

Tu

Als er dit jaar maar plaats is voor één nieuwe metalband op uw radar, dan kan u reeds de naam invullen: Alien Weaponry. Zij leveren het beste debuutalbum in de metal sinds jaren. Na de eerste luisterbeurt zal u snappen waarom dit geen overdreven grootspraak is.

Alien Weaponry bestaat uit drie Maori, de oorspronkelijke bewoners van Nieuw-Zeeland. Het zijn nog tieners, maar muzikaal en tekstueel klinken ze uitermate volwassen. Ze brengen complexe maar heel efficiënte thrash met invloeden van industrial (Fear Factory) en misschien een klein beetje uit de hardcore. O.a. door afwisselend in hun eigen taal en het Engels te zingen, door wat ‘tribal’-elementen toe te voegen en door hun afkomst en cultuur als centrale thema te kiezen, heeft hun eerste album veel weg van Roots van Sepultura, met o.m. de fantastische singles Roots Bloody Roots en Rattamahata. Met dat verschil dat Roots al het zesde album van de band van Max Cavalera was, terwijl dit uit het niets vanuit Nieuw-Zeeland op ons komt afgestormd. Als ze dit als trio kunnen op hun 15 jaar, wat mogen we dan van hen verwachten als ze muzikaal nog gaan groeien?

Het album werd ‘Tu’ gedoopt, naar de korte naam voor Tumatauenga, de oorlogsgod van de Maori. De roots van de band biedt genoeg onderwerpen waar ze zich boos over kunnen maken: de doden en de diefstal van hun land bij de kolonisering, de onderdrukking van hun taal en cultuur, de belabberde sociale situatie van de oorspronkelijke bevolking, … Behalve een dikke laag woede en agressie ademt het album ook een zekere trots uit. Fierheid over de identiteit en een geloof in eigen kunnen van de band en van de Maori.

Alle songs op dit album zijn sterk. Van “Kai Tangata” via “Ru Ana Te Whenua”  tot “Holding My Breath”.

Ook het platenlabel heeft begrepen dat ze met Alien Weaponry goud in handen hebben. De Nieuw-Zeelanders mogen deze zomer aantreden op de grootste metalfestivals: Wacken Open Air en Summerbreeze in Duitsland, Metal Days in Sloveniê, Bloodstock in de UK, … België staat voorlopig niet op de agenda. Jammer.  

 

donderdag 31 mei 2018 02:00

Footprints

Een band met Spanjaarden die vanuit Duitsland Ierse punkrock en speedfolk maken. Om de Europese gedachte compleet te maken hebben ze ook nog één track in het Frans, maar hebben we daar ook muzikaal iets aan?

Malasaners brengt de working class-pub-variant van Celtic punk. Niet zo fel punky als de Dropkick Murphys en niet zo mooi verhalend als Flogging Molly, maar nog steeds heel verdienstelijk. “Sell The Night” en “Workers On The Run” zijn mooi uptempo en hebben veel power, een beetje rauw en rebels. “But Not Today” begint een beetje mellow om alsnog een furieuze finale te krijgen. “Long Live The Glory” is een knappe meezinger. Titeltrack “Footprints” heeft een intro die van The Levellers had kunnen zijn. Op “To The Border” tonen deze Spanjaarden dat ze mee zijn met de actualiteit.

Die van Malasaners hebben hun zaakjes voor mekaar: je kan ze nauwelijks op fouten betrappen: het Ierse accent, de smoothe Celtic punk, … Het zijn echt heel kleine details in woordkeuze en zinsbouw die verraden dat dit geen volbloed-Ierse band is. Maar dat mag geen probleem zijn. Het is hetzelfde met “can white men sing the blues?”. Tuurlijk wel. Die details zullen ons worst wezen. En aanstekelijke Ierse punkrock kunnen we nooit genoeg hebben. In een rokerige kroeg of na een paar biertjes op een festival, er zijn genoeg plekken en momenten waarop deze muziek goed tot zijn recht komt.

Om het met de titel van de voorlaatste track (een muzikale knipoog naar Dexys Midnight Runners) te zeggen: “Fun Has Just Begun".

Spaanse synthwave uit de jaren ’80. We kunnen er ons weinig bij voorstellen. Uit die periode is me enkel de discohit “Vamos A La Playa” bijgebleven, maar dat blijkt een Spaanstalig nummer van het Italiaanse duo Righeira te zijn. Wel Spaans, met synths en in het juiste tijdvak is “Hijo De La Luna” van Mecano. Daarvan nochtans geen spoor op de tweede verzamelaar Interferencias, die ons een overzicht wil bieden van de Spaanse synthwave uit de jaren ’80.

Deze verzamelaar is best een interessant tijdsdocument. De economische crisis en de Koude Oorlog speelden misschien iets meer op de achtergrond, maar Spanje had vooral nog maar pas afgerekend met dictator Franco. De jeugd snakte naar een radicale vernieuwing. De synthesizer belichaamde alles wat jonge muzikanten verlangden: eindeloze nieuwe muzikale mogelijkheden en vooral een breuk met de oude populaire en andere muziek die hen deed denken aan het regime van Franco. Het voordeel was ook dat je met een slechts beperkte muzikale bagage (zonder notenleer) toch al aan de slag kon. De Spaanse synthwave werd zo een kanaal voor o.m. het openbloeiende politiek-linkse speelveld, wat zich vertaalt in openlijke sympathie voor het communisme en socialisme. Ook Mecano paste in dat plaatje, maar alle begrip ervoor dat de samensteller dat niet opgenomen heeft, ook niet op Vol. 1. Misschien kan Mecano met een ander nummer dan “Hijo De La Luna” alsnog op Vol. 3? 

Zuiver muzikaal bekeken is deze Spaanse synthwaveperiode best interessant. De muziek, van synthpop tot coldwave, komt in de buurt van wat er toen in België gebeurde met Front 242, Nacht Und Nebel, Struggler, 2 Belgen, Schiksal, Arbeid Adelt, Red Zebra, Schmutz, Telex, Definitivos, Neon Judgement en Siglo XX. Al was het totaalplaatje in Spanje misschien toch iets minder donker en dreigend dan bij ons. Er was wel net zo veel plaats voor experiment als bij ons en uit dat experiment kwam al eens bewust of onbewust een radiohit. Als je die radiohits weglaat, komt deze Spaanse verzamelaar in de buurt van wat bij ons Walhalla Records deed met de verzamelaar Whispering Trees.

Net als in ons land werd de inspiratie in Spanje in die periode vooral gevonden in Duitsland (Liaisons Dangereuses, Kraftwerk, DAF, Rosengarten, Tangerine Dream, …) en ook wel in Engeland (Anne Clark, Sisters of Mercy, Ultravox, Yazoo, Soft Cell, Tubeway Army, OMD, Human League, Brian Eno, …). Het Amerikaanse Suicide en tal van bands en artiesten uit andere Europese landen zullen eveneens mee het vuur aan de Spaanse lont gestoken hebben.

Het mag verwonderen dat maar zo weinig van deze Spaanse synthwave voorbij de grens geraakt is, maar de mogelijkheden waren natuurlijk beperkt in die tijd en de meeste bands hadden inhoudelijk (tekstueel) enkel een Spaans publiek voor ogen. Een paar uitzonderingen mikten toch verder door nummers in het Engels te brengen, maar dan kwamen ze natuurlijk op het speelveld van de commerciële popmuziek dat al ingenomen was door vooral de Britse muziekindustriemachines, die een veel langere traditie en grotere promobudgetten hadden. Ook Belgische synthwave uit die periode mocht al blij zijn dat ze tot in de buurlanden geraakten. Dat gold toen reeds als een internationale doorbraak.

Elk van de 20 tracks op ‘Interferencias Vol. 2’ bespreken zou ons te ver leiden, maar enkele interessante zijn de coldwave van TV Soviética (met “Oxido”) en van Flacidos Lunes (met “Francotirador”), het experimentele “Teatro sucio” van Orféon Gagarin en de pre-EBM van Esplendor Geométrico. “Teoria del contacto” van Logotipo is een vrouwelijke versie van 2 Belgen, terwijl “La espia que me amo” van Claustrofobia een Spaanse variant van Heaven 17 is. “Deja de lamentarte” van Fanzine heeft toch een beetje de donkere melancholie die toen in België en Duitsland wijd verspreid was. Flash Cero doet vaag denken aan onze Poésie Noire. Minuit Polonia komt in de buurt van Grauzone. “Déjame ahora dormir” van Q is een met italo-disco flirtend pareltje waar producers en remixers vandaag nog steeds een goudader aan hebben.  Al geldt dat voor wel meer tracks van deze verzamelaar.

Bij de CD krijg je een boekje met heel wat uitleg in het Engels (en het Spaans uiteraard) en enkele beelden. 

 

donderdag 24 mei 2018 02:00

Requiem

Grim is een Belgisch trio dat klassieke muziek ‘vertaalt’ naar filmische postrock. Over die door de band naar voor geschoven genre-aanduiding valt misschien wel te discussiëren, maar je hebt als luisteraar toch al een idee van de richting waar dit naartoe gaat. Grim brengt de nummers instrumentaal, met gitaar, drum en een Fender Rhodes (iets tussen een piano en een synthesizer).

In 2003 brachten ze hun eerste album uit, ‘Take Your Seat’, gewijd aan de Gymnopédies en Gnossiennes van Erik Satie. In 2006 volgde het album ‘White Light’ met bewerkingen van ‘Für Alina’ en ‘Spiegel im Spiegel’ van Arvo Pärts. Het derde album, ‘Requiem’, is gebaseerd op de ‘Préludes en Marche Funèbre’ (Dodenmars) van Frédéric Chopin.

Voor wie zijn Chopin-klassiekers kent: Grim neemt een aanloop naar de ‘Marche Funèbre’ met de ‘Preludes 3, 4 en 20’, elk samengevat in of eerder opgewerkt tot tracks van 4 tot 5 minuten. De van muzikale melancholie overlopende ‘Marche Funèbre’ is het mooist en breedst uitgewerkt, in bijna 8 minuten. Daarna volgen nog de opnieuw kortere ‘Preludes 7 en 9’.

Het helpt dat je de originelen kent, maar het hoeft absoluut niet om hiervan te kunnen genieten. De gekozen werken van Chopin zijn op zich meer toegankelijk voor de leek dan de misschien complexere stukken van Erik Satie of Arvo Pärts, maar de ‘vertaling’ naar cinematografische postrock door de drie bandleden zorgt voor  een soort van universele gelijkschakeling.

Grim creëert op ‘Requiem’ zijn eigen donkere, weemoedige en tussen postrock, blues en jazz laverende universum met Chopin’s werk als losse leidraad.

‘Requiem’ is knap uitgewerkt en minutieus opgenomen. Grim is van internationale klasse. Verplichte kost voor liefhebbers van instrumentale postrock en van filmmuziek.   

 

Pagina 92 van 98