logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (18 Items)

Bizkit Park

Bizkit Park - Een niet te stoppen ‘nu-metal’ sneltrein

Geschreven door

Bizkit Park - Een niet te stoppen ‘nu-metal’ sneltrein

Cover/tribute bands ze vliegen ons rond de oren. Meestal krijg je een doorslag van het origineel of … nét dat iets meer-minder. Maar sommige bands overstijgen zichzelf en voegen er nog wat aan toe. Bizkit Park is er zo eentje en behoort al ruim tien jaar tot de tweede  categorie. Wat zij doen is het ‘nu-metal’ genre opwaarderen, alsof zij die stijl hebben uitgevonden. En dat maakt hen een unieke muzikale parel om te koesteren.
We volgen hen al vanaf het prille begin en zagen een band die zijn publiek enthousiasmeert en zorgt voor de nodige ambiance.
Een compleet uitverkochte AB moest er nu aan geloven… Na tien jaar zijn ze nog steeds een niet te stoppen ‘nu-metal’ sneltrein.

Opwarmer was MANTAH (****) is sinds de release van hun prachtige schijf 'Evoke' in 2022 - aan een stevige opmars naar bezig en stonden o.a. op Alcatraz Fest .
Lees hier de cd review .
Een erg gemotiveerde band was hier bezig en na een rits drum mokerslagen vlogen ze er direct in! Ze zorgden voor een energieke sound en hadden het publiek mee in hun muzikaal verhaal. Een verdomd strakke live band was hier bezig, vuurballen werden afgeshotten en op de koop toe wist de spraakzame en beweeglijke zanger het publiek op te jutten. Sterk alvast! Het daverende applaus was terecht!

Goed opgewarmd dus voor Bizkit Park (*****), waar iedereen naar uitkeek … Al meteen hadden ze de handen op elkaar met de eerste klepper “My Generation”. Een ferme kopstoot dus! De dynamiek zetten ze verder op “Down With The Sickness” van Disturbed en “Got To Life” van Korn, met een moshpit tot gevolg. De security had hier zijn handen vol met crowdsurfers.
Bizkit Park had het publiek mee en drukte gretig,hongerig het gaspedaal nog meer in . Wat een energie , wat een set … Ze vuurden een rits ‘nu-metal’ hits in een razendsnel tempo af. We kregen een circle pit nu, tot ver naar achter, en zelfs een heuse Wall of Death. De band loodste ons op die manier naar een schitterende, wervelende finale.
Er volgde ook een mooi, emotionele, overtuigende ode aan Linkin Park, met “Papercut”, “Faint”  en “Numb”. Verder nog een bijdrage van Korn's “Here to stay”  en System of A Down met “Toxicity” en “Chop Suey”, afsluiter van de avond. Limp Bizkit verbleekte totaal, zeker als hun “My Way” werd ingezet. Bizkit Park speelde het nog beter, sterker, overtuigender.
Een optreden van Bizkit Park is een unieke totaalbeleving met hun ‘nu-metal’ sound. Ze weten moeiteloos mensen met elkaar te verbinden.

Deze 'cover' band (mogen we het woord cover uitspreken?!) overstijgt zichzelf. De adrenalinestoten voelden we letterlijk. Hierop stilstaan was onmogelijk. Dit was gewoonweg een niet te stoppen ‘nu-metal’ sneltrein optreden.

Setlist: My Generation (Limp Bizkit) //Down With the Sikness (Disturbed) //Got To Life (KoRn)//Faint (Linkin Park)//Psychosocial (Slipknot) //Last Resort (Papa Roach)//BOOM (P.O.D.) //Falling Away From Me (KoRn)//Ones Step Closer (Linkin Park) // Rollin' (limp Bizkit) // Toxicity (System of a Down) //Crawling (Linkin Park)//My Own Summer (Deftones)//My Way (Limp Bizkit) //Butterfly (Crazy town) // Blood Brothers (Papa Roach)// Alive (P.O.D.) // Papercut (Linkin Park)//Duality (Slipknot) //Here to Stay (KoRn) //BYOB (System of a Down) // Wait & Bleed (Slipknot) // In the End (Linkin Park) // Break Stuff (Limp Bizkit) // Prison song (System of A Down) // Limp Bizkit (Hot Dog) // Lords of the boards (Guano Apes) // Cry me a river (De Jaren nul)// Unwritten (de Jaren Nul) // Take A Look Around (Limp Bizkit) // Bodies (Drowing Pool) // Numb (Linkin Park)// Chop Suey (System of A Down)

Organisatie: Live Nation

The Fluffy Kitty Cats

Cuddles

Geschreven door

The Fluffy Kitty Cats is een leuk grindcore-projectje met een grappig thema. Op het album ‘Cuddles’ staan 25 nummers met leuke songtitels die elk verwijzen naar iets uit de wereld van de katten: “Chasing The Red Dot”, “A Present On The Doorstep”, “I Prefer The Box”, “Purrfect Annihilation”, “Whiskers Of Doom”, … Of het in de lyrics ook effectief over katten gaat, kan ik evenwel niet bevestigen.
Eén van de bedenkers van The Fluffy Kitty Cats is notoir kattenliefhebber en slam/brutal death-legende Roy Feyen (Klysma, Human Barbecue, Royal Infanticide, Defenestration, …) en blijkbaar heeft hij hulp gekregen van Cedric Hannecart (Human Vivisection, Crypt Ripper, …). Misschien is dit album opgenomen ter nagedachtenis van Sus? Het concept op zich doet mij wat denken aan de cybercore-release van Torpedo Tits.
Geen enkel nummer van ‘Cuddles’ haalt de grens van 1 minuut en de meeste nummers bestaan uit niet meer dan een intro en een schijnbaar vervormde, diep-guturale oerschreeuw. En toch. Ook als dit album maar voor de grap is, heeft iemand er toch best wel wat tijd en moeite in gestoken. En het lezen van de songtitels is waarschijnlijk al net zo leuk als het bedenken ervan moet geweest zijn. Bovendien is met deze release een nieuw genre geboren: kittie-core.

https://vivisectmerch.bandcamp.com/album/cuddles

Bizkit Park

Bizkit Park - Een wervelend nu-metal feest

Geschreven door

Bizkit Park - Een wervelend nu-metal feest

We keren even terug in de tijd, augustus 2019, Fonnefeesten in Lokeren … Een ware nu-metal tsunami ging zo wild tekeer in het Prinses Josephine Charlottepark. We schreven over Bizkit Park  toen ‘Op woensdag 7 augustus schreef Bizkit Park echter geschiedenis door net dat te doen wat we niet verwachten, het nu-metal genre heruitvinden op de Fonnefeesten. In een wervelende show van meer dan een uur werden alle registers open getrokken, en stond het park te daveren op zijn grondvesten.'
In De Casino mochten we hetzelfde wervelende feestje verwachten.

Opwarmer was Secondhand Saints (***1/2). Deze band ontstond een jaar geleden uit de asvan de pandemie. Ze brengen metalcore, die duidelijk aansloeg. De band speelde een thuismatch. Secondhand Saints bracht een emotioneel beladen set van een strakke, verschroeiende sound , krachtige, intense mokerslagen en pakkende, rauwe vocals  en screams. Wat een geluidsmuur.
Toegegeven , echt origineel was dat allemaal niet, maar dat hoefde niet. Iedereen onderging het en werd muzikaal murw geslagen.

Wat zo bijzonder is aan Bizkit Park (*****), ze doen het nu-metal genre niet alleen alle eer aan, met hun messcherpe covers van hun Muzikale Goden, ze verleggen de grens, en vinden het genre opnieuw uit. In sommige opzichten , doen ze het zelfs beter dan het origineel. Net omdat de band die covers niet zomaar routineus brengt, maar daar tonnen spelplezier aan beleeft. En dat was niet steeds het geval bij die andere …
De beweeglijke zanger zet zijn keelgat open en de muzikanten halen verschroeiend uit. De tweede stem is duidelijk een meerwaarde en biedt extra weerwerk. Een muzikale wervelstorm is het gevolg.
De frontman is een klasse entertainer die het publiek voortdurend aanport en aanspreekt. Bij elke song voel je de adrenalinestoten, eigen aan het nu-metal genre.
Hierop stil staan was dus onmogelijk. Deugddoend! Moshpits ontstaan, samen met een heel mooie wall of death, enkele crowdsurfers gaan de lucht in.
Bizkit Park drukt het gaspedaal met plezier in . De zaal stond te daveren. Gevolg iedereen tevreden! Missie geslaagd van deze tsunami.

Goe Vur In Den Otto (****) als DJ act besloot de leuke avond. Het imposante duo voelt perfect aan wat zijn publiek wil en biedt een mengelmoes aan metal-, punk-en rock songs aan die iedereen kent. Ze doen het op een speelse, energieke wijze.
De knoppendraaier en de beweeglijke brulboei krijgen de handen moeiteloos op elkaar. Een spervuur aan hits loeien uit de boxen.
Goe Vur In Den Otto brengt voldoende kwinkslagen en humor toe, waardoor je met een brede glimlach de zaal verlaat; wat een wervelende avond!

Organisatie: De Casino, Sint-Niklaas ism Zingende Zwaluw

First Aid Kit

Angel -single-

Geschreven door

De zusjes Söderberg van het Zweedse First Aid Kit zijn nog altijd op zoek naar een waardige opvolger voor hun wereldhit “Silver Lining”. Misschien wordt het wel deze “Angel”. Het is alvast een catchy tune met een orkestrale finale die epische proporties aangemeten krijgt. In de intro zit de knappe samenzang van de zusjes, het onontkoombare handelsmerk van First Aid Kit.
Niet iedereen was te vinden voor ‘Who By Fire’ hun gedurfde ode aan Leonard Cohen uit 2021. Geen idee of ze daar de mosterd gehaald hebben voor deze “Angel”, maar ik laat mij alvast met plezier op sleeptouw nemen.

https://www.youtube.com/watch?v=QYs6dqrAsn8

First Aid Kit

Who By Fire

Geschreven door

De Zweedse zusjes van First Aid Kit waren in 2014 heel even bijzonder populair in ons land. Hun single “Silver Lining” scoorde bij ons hoger dan in om het even welk ander land. Dat succes konden ze niet meer herhalen, maar “Silver Lining” haalt nog geregeld de radio. En terecht.
De band is niet vies van een cover. Dat ze bij First Aid Kit iets met Leonard Cohen hebben, doet dus niet meteen wenkbrauwen fronsen. Dat ze een volledig live album aan hem wijden, doet dat wel. Bovendien is Cohen voor heel wat fans untouchable. Eén cover wordt vaak nog oogluikend goedgekeurd, tributes zijn voor de echte fans een no-go. Het getuigt dan ook van flink wat lef van de Zweedse zusjes om aan de slag te gaan met de erfenis van zo’n monument.
Een paar valkuilen hebben ze alvast vermeden. Ze hebben van ‘Who By Fire’ geen greatest hits gemaakt, wat hen nochtans waarschijnlijk hogere verkoopcijfers had opgeleverd. Ze coveren dan wel “Suzanne” (hun persoonlijke favoriet uit Cohen’s repertoire), “Hallelujah” en “So Long, Marianne”, ze laten nog heel wat hits onaangeroerd. Ze putten ook uit zijn laatste album, uit zijn gedichten en brieven.
Een andere valkuil die ze vermijden is die van het plat naspelen van het origineel. Dat doen ze niet en ook van die nieuwe arrangementen en interpretaties zullen vast een aantal Cohen-fans steigeren. Alsof er aan Leonard Cohen nog iets te verbeteren valt. Kudo’s voor First Aid Kit om het alvast te proberen en om hun eigen stempel te drukken op die lange reeks meesterwerkjes. En dan brengen ze het ook nog eens uit als een live-album met orkest en koor en niet als een mooi opgesmukte studio-opname. Dat zijn wel heel veel risico’s in één release.
Gelukkig is er niet veel fout gegaan. De interpretaties zijn fris en niet radicaal anders dan de originelen. Door te spelen met de ritmes en arrangementen zetten ze spotlight op Leonard Cohen als tekstschrijver en minder als componist, zonder dat laatste helemaal overboord te gooien.
Dat Loney Dear en Jesper Lindell meedoen op enkele tracks zorgt voor een welgekomen afwisseling, maar ook zonder hen zou ‘Who By Fire’ nog zeker geen calvarie zijn om uit te zitten.
Zo warm en innemend als ten tijde van “Silver Lining” klinkt First Aid Kit niet op ‘Who By Fire’, toch gaat er een zekere magie uit van de interpretaties van de Zweden.
Als je de oogkleppen aflegt, vind je hier een fijne verzameling van interpretaties van Leonard Cohen-songs. Soms gedurfd, soms met veel respect, meestal met veel liefde voor de meester.

Charles in the kitchen

The Fifth Mechanism EP

Geschreven door

Na twee full albums en een split single vorig jaar heeft Charles in the kitchen nu een vijf songs tellende EP uit. Ook nu weer krijgen we powerpop en rockgetinte songs voorgeschoteld. Met melodieuze en vinnige refreintjes. Denk daarbij aan sound dat ergens tussen Fisher-Z en The Kids in ligt. “Slip Through Your Fingers” neigt eerder naar de kant van Fisher-Z of The Stranglers, terwijl “I Wanna Know” eerder naar de kant van The Kids of de Evil Superstars overhelt. De gitaarriff is een duidelijke knipoog naar AC/DC. Het is misschien allemaal al eens eerder gedaan, maar het is met het nodige enthousiasme en geheel pretentieloos gebracht, waardoor het toch aanstekelijk werkt. “Johnny My Kind” is een wat mindere track die hiertussen niet had gehoeven. Maar “The Boy & The Girl” doet hem met al zijn energie gelukkig snel vergeten. Afsluiter “You Never Talk” is een zes minuten durende bluesrocktrack die beelden van zware en bezopen nachten oproept. Precies zoals zo’n track moet klinken.
Charles In The Kitchen is geen band die vernieuwend is, maar wel degelijke songs maakt met de nodige inzet en fun. Een aardig EP-tje.

Kita Menari

Not Again (single)

Geschreven door

In Nederland is de bal al flink aan het rollen voor Kita Menari: de band mag opdraven in de beste tv-shows, haalt de nationale radiozenders, zit in de juiste Spotify-lijsten, is regelmatig live aan het werk, … En dat allemaal zonder de ruggensteun van een label.  Dan kan je jezelf goed verkopen of heb je een flinke dosis talent in huis.
Voor Kita Menari, de band van Micha De Jonge, geldt duidelijk het tweede. Afgaand op vorig werk van de band beschikt De Jonge over het talent om een vrolijke hit te componeren en hij heeft ook nog eens een fluwelen stemgeluid dat daar perfect bij past. Hij heeft ook een fijne band bij elkaar.
Het resultaat is degelijke pop met een beetje dance en een beetje rock door de aderen. Coldplay is een prima referentie voor de single “Not Again”. Licht dansbaar en zomers vrolijk. Catchy en energiek vooral, en nog ver weg van de navelstarende urban en zelfverheerlijkende rap die we maar al te vaak te horen krijgen in de pop. Kita Menari brengt nog songs volgens de aloude songsmeedkunst, maar dan zonder veel pretentie.
Je vindt “Not Again” en ander materiaal van Kita Menari makkelijk op Spotify.

Charles in the Kitchen & Them Stones

Stones in the Kitchen – A double-sided split single

Geschreven door

Pop/Rock
Stones in the Kitchen – A double-sided split single
Charles in the Kitchen & Them Stones
Division Records
2018-08-02
Wim Guillemyn

Twee Zwiterse bands uit Neuchatel sloegen de handen in elkaar voor deze split-single. Dat levert een single met twee tracks op.
Met “Arrogant Teenage Rag” krijgen we van Charles in the Kitchen een energieke rocksong. Neem de vibes van The Hives en de Queens of the Stone Age en je krijgt deze sympathieke rock and roller te horen. Dit vijftal heeft al enkele albums op hun conto staan sedert ze begonnen in 2011.
Them Stones levert met “Alone” een iets donkerder nummer op dat in de verte wat aan Alice in Chains en Soundgarden doet denken. Hier krijgen we rock met grunge invloeden. Them Stones bestaat sedert 2012 en heeft in 2015 een album uitgebracht. Oorspronkelijk zaten ze muzikaal eerder richting stoner rock terwijl ze nu meer jaren 90 grunge invloeden verwerken in hun muziek.

Beiden leveren, elk in hun eigen stijl, een prima song af waarmee ze aantonen over de nodige kwaliteiten te beschikken. Nog een ietsje pietsje meer eigenheid en ze komen zo boven de middelmaat uit.

Kitty, Daisy & Lewis

Kitty, Daisy & Lewis – Frisse, trippende, aangename set!

Geschreven door

De familie Durham wordt gerespecteerd met hun combinatie van rockabilly, rock’n’roll, rhythm & blues, country & western, ska en doowop blues uit de ‘50s/’60s, die ons doet denken aan het onvolprezen Red Devils van de early 90s en aanzetten  tot een heupwieg en een swing’n’boogie.
Zusjes Kitty en Daisy en broer Lewis , hebben moederlief (bas/contrabas) en vader neerzittend (slide)/gitaar) mee om er een gezellig onderonsje van te maken, samen met hun publiek als uitnodigende gast in een concertzaal .

Ze hebben een nieuwe plaat uit ‘The third’, die toegankelijk en eenduidiger klinkt in het genre en een fikse stap voorwaarts kan betekenen een breder publiek te bereiken .
Een paar jaar terug plaatsten ze zich in de spotlights op het r&b festival in Peer en sindsdien rolt de bal voor de muzikale familie. Toegankelijker betekent ook dat het allemaal een poppy groove kent, wat gepolijst en mooi klinkt, en dat de rauw in whisky doordrenkte blues wat op de  achtergrond is geduwd .
Geen nood , nog steeds hebben we een uiterst aangename, leuke set en zetten nummers aan tot een hillbilly/rockabilly party , zeker op het eind met die doorleefde, huppelende bluesy slide songs als “Going up the country”, het nieuwe “Developper’s disease”, “What quid” en “Mean sun of you” ; aan de  bar in de zaal werden nog meer pintjes en Belgische streekbieren getapt … Hier staan ze dicht tegen elkaar opgesteld aan 1 micro , wat de sfeer nog meer dampend, smachtend en gezelliger maakt!
Deze werden dus mooi bewaard op het eind , maar de 50 minuten ervoor genoten we van de unieke gedrevenheid van de drie met hun familie  uit Londen. Met een Jamaicaanse trompettist op leeftijd sijpelt de ska binnen , wordt de sound  kleurrijker , en is een saloon./bar sfeertje gecreëerd , wat de menigte ophitst (o.m. met een “Turskish delight” , “Whenever you see me” en “Good looking woman”).
Eerder konden we al proeven van hun kenmerkende stijl , door de pak songs van de nieuwe plaat , “Bitchin’ in the kitchen”, “Feeling of wonder” en de ingetogen single “Baby bye bye”, die de set openden. De mondharmonica werd niet vergeten, wat eerder het materiaal in een zompige blues onderdompelde.
Er wordt nogal veel van instrument gewisseld bij de drie, maar het enthousiasme , gretigheid, freakness , speelsheid, spontaniteit en kunde van het combo is en blijft ongenaakbaar. Ze zetten een “Never get back”, “No action” of “Whisky” op sobere wijze in , maar dan werd de ritmiek al gauw aangescherpt door de bredere omlijsting en de uptempo’s. Die intens spannende opbouw brengt de songs live op een hoger niveau .

En de set vloog snel voorbij op die manier .
Een Brian Setzer, Stray cats, Jon Spencer of Heavy trash hebben met de familie Durham een leuk speeltje erbij  . Ze staken voldoende variatie in hun spel, wat een uiterst boeiende, aangename, frisse, trippende, dansbare en ontspannende set opleverde …

Rock’n roll pur sang op z’n The Darkness kregen we met het andere Britse combo The Dash;
rechttoe-rechtaan, met een punky attitude zorgen ze voor een fucking crazy sfeertje, wat uiterst sterk werd onthaald door onze Franstalige vrienden . Een hoofdrol was weggelegd voor podiumbeest Marc Hayward , die dweepte met de voorste rijen . Fun & pleasure , met een knipoog naar The Clash , The Ramones en Iggy . Cheers mate!

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

First Aid Kit

Stay gold

Geschreven door

De lieftallige Zweedse zusjes Johanna en Klara Söderberg werden al onder de schouders genomen door Jack White en Conor Oberst . Ze zijn toe aan hun derde cd en nog steeds intrigeert hun dromerige , melancholische rootsfolkpop.
We worden maar al te graag meegesleept door fraaie, warme, romantische kleuren en de vocale harmonieën, die helder indringend zijn  . Een emotioneel ontwapende sound door een klankpalet van akoestische gitaar, piano, steelpedal  en drums.
De multi-instrumentalist van Bright Eyes (van Conor Oberst), Mike Mogis, vervult opnieuw een toonaangevende rol . De nummers klinken eenvoudig en zijn subtiel uitgekiend . Enthousiasmerend materiaal dat weet te beklijven en bitterzoet smaakt.  Al meteen worden we overspoeld door twee heerlijke songs “My silver lining” en “Master pretender” . Verder zijn de songs sfeervol en heerlijk genietbaar. “Heavens knows” wordt gekenmerkt door een huppelende ritmiek en “The bell”, “Waitress song” en “A long time ago” zorgen voor een breder spectrum. Op die manier gaan de zusjes overtuigend in het genre te werk .
Mooie plaat opnieuw dus!

A Clean Kitchen Is A Happy Kitchen / Silent Front

Split EP

Geschreven door

Split EP
A Clean Kitchen Is A Happy Kitchen / Silent Front
Jezus Factory
Twee bands – drie nummers … krachtvoer – 90’s referentie noisepop op z’n Shellac’s: rauw, metaalachtig , strakke ritmes – gortdroge drums – tempowisselingen .
De eerste amuseert zich in hun kunnen; we horen een acht minuten durende  instrumental met heerlijk chaotische ritmes . De band met Boots (Traktor, DAAU, Dóttir Slonza,…), Craig Ward (dEUS, The Love Substitutes, True Bypass,…) en nieuw lid Paul Lamont (ex Hitch) gaat zijn eigen weg binnen de noieserock , en brengt Shellac - Captain Beefheart en Butthole Surfers dichter bij elkaar.

Silent Front klinkt hard en strak en hun twee songs vragen naar meer . Intrigerend krachtvoer dus … Overtuigend.
http://cleankitchen.bandcamp.com
http://silentfront.bandcamp.com

Kitty Solaris

Golden Future Paris

Geschreven door

Wie houdt van eenvoudige, melancholische songs in combinatie met een zachte, dromerige stem zit met Kitty Solaris perfect!  Deze getalenteerde kunstenares uit Berlijn  is met ‘Golden Future Paris’ toe aan haar tweede full album.  
In navolging van grootheden als Velvet Underground en vooral Patti Smith ontwikkelde ze een eigen geluid dat je zou kunnen typeren als eenvoudige schoonheid. Op de meeste liedjes horen we enkel haar elektrische gitaar in combinatie met haar fraaie stem.  Je kunt het bestempelen als een soort lo fi of dromerige indiepop met de opmerkinge dat in  sommige nummers  wel wat muziekale  zijpaden bewandeld worden zoals in “Lost And Found” en in “Get Used To It” waar een paar fraaie soundscapes passeren.
Verder is er een vleugje hiphop te herkennen in “Five Minutes” en passeert er trompetgeluid in “Gitano” en “Golden Future Paris”. 
Toch klinkt alles zeer consistent, klinkt alles zeer ‘Kitty Solaris’!.  We zijn benieuwd wat deze Duitse dame nog allemaal in haar mars heeft.

First Aid Kit

The Lion’s Roar

Geschreven door

De Zweedse zusjes Johanna en Klara Söderberg werden tijdens hun Amerikaanse tournee een paar jaar terug  opgevist door Jack White en namen de Buffy Sainte-Marie klassieker “Universal soldier” op . Ook trokken ze de aandacht met de betoverende Fleet Foxes cover “Tiger Mountain Peasant Song” . Reden genoeg om na het uit ons handen geglipt debuut “The big black & the blue” stil te staan bij hun tweede cd .
De zusjes houden het midden tussen rootsmusic, country, bluegrass , folk en psychedelica en brengen de sound van Emmylou Harris, Bright Eyes en Angus & Julia Stone dichter bij elkaar op hun sfeervolle, emotievolle songs die een brede(re) omlijsting durven hebben, en gedragen worden door heldere, indringende vocals. Trouwens Conor Oberst van Bright Eyes was van de partij. “In the hearts of men”, “I found a way” , “King of the world” en de titelsong  klinken heel sterk , eenvoudig en subtiel uitgekiend , met een melancholische ondertoon. Niet voor niks vinden we onder het americana nummer “Emmylou” een eerbetoon aan …  Enthousiast materiaal dat weet te beklijven en bitterzoet smaakt … graag meer van dit !

Kitty, Daisy & Lewis

Kitty, Daisy & Lewis - Rockabilly Party in da House!

Geschreven door

Het deed deugd, meer dan deugd om in deze winterkoude te kijken, voelen, luisteren, genieten, dansen van de  hitsige, swingende, dampende en zompige songs van de twee zussen Kitty, Daisy en hun broer Lewis (tussen de 18 en 22 jaar) uit Londen. Klassieke rootsmuziek, een Retro Radio Modern, rockabilly, rock’n’roll, rhythm & blues, country & western, ska en doowop blues uit de ‘50s/’60s, die ons uitnodigen tot een heupwieg en een swing’n’boogie  danspasje met z’n twee.

Hier kon je niet stilstaan, heerlijk was het op zo’n barre winteravond … De ganse familie is hier meegereisd, want pa Graeme speelt gitaar , banjo en moeder Ingrid (Weiss) contrabas. En tot slot een Jamaicaanse trompettist Edward ‘Tan Tan’ Thornton kleurt en siert het gezelschap.
Ze zijn toe aan de tweede cd ‘Smoking in heaven ‘ , na het titelloze debuut van een pak opmerkzame covers . Na hun set op het R&B Fest in Peer en de daaropvolgende gig in de AB zijn ze uitgegroeid tot één van de hipste groepjes van het moment. De Handelsbeurs werd onmiddellijk omgetoverd tot een rokerige nachtkroeg … zonder rokers weliswaar…
Jeugdig enthousiasme, freakness, speelsheid, spontaniteit en kunde ! zijn de eerste woorden die opborrelden. Broer en zussen wisselden van instrument alsof het een fluitje van een cent was . Wat een energie, dynamiek, friste en gemotiveerde ingesteldheid! Ze gingen er letterlijk voor. Zus Kitty viel nog het meest op door met haar hele lijf ritmisch op de drumkit te meppen als de vrouwelijke Animal uit de Muppet show …Wat een “Wo-man” hoorde ik naast me. 
Natuurlijk kwam de recente plaat in de spotlight. De bluesy instrumental “Smoking in heaven”  was de ideale sfeermaker om het publiek op te warmen. Meteen kwamen er dan al een paar knallers als “I’m going back”  en “Will Iever” . Op “Tomorrow” zette de trompettist letterlijk eerst zijn keel open en blies er dan beheerst op los.
Het gezelschap tekende voor een ‘Rockabilly Party in da House!’, waarbij het poppy “Messing with my life , de publiekslieveling “Going up my country” en de classic “Hillbilly music “ niet ontbraken; we konden genieten van de  boogieswings “Baby don’t you know”  en “You’ll soon be here” , van de oubollige countryblues “I’m coming home”  en van een handvol instrumentals als “Paan man boogie”  en het lang uitgesponnen, groovende “What quid” in de bis. Iedereen liet hier zich eens  lekker gaan. En Lewis lijkt een jonge G. Love  als je hem bezig hoort op “Don’t make a fool out of me” .

De familie Durham hield het uitermate gezellig en zorgde voor voldoende variatie in hun spel, wat een boeiende, aangename, dansbare en ontspannende set opleverde … Een ideaal avondje uit om het weekend te besluiten … Af en toe speelden of sloegen ze er een maatje naast, maar wat wil je anders als je er totaal voor gaat … Van zulke traditionele band kijken een Brian Setzer, Stray cats, Jon Spencer , Heavy trash en Boss Hog op …

Gemma Ray opende met haar band en baadde ook al in die fifties country, sixties ballads, rockabilly en hillbilly mijmerend aan de  gitaarlicks van  Poison Ivy (The Cramps). Gemma geeft  er een eigen emotievolle sing/songwriting aan , aangevuld met doorleefde‘70s Hammond toetsen, en haar indringende heldere stem . De afwisseling van het frisse, trippende en ingetogen materiaal vormde het kader in een Saloon Bar van een Q. Tarentino film . Een best leuk muzikaal recept!

Organisatie: Democrazy (ism Handelsbeurs) Gent

Kitty, Daisy & Lewis

Smoking In Heaven

Geschreven door

De familie Durham, twee zussen Kitty, Daisy en broer Lewis  uit Londen, tussen de 18 en 22 jaar, plaatsen zich in de spotlights met de tweede cd ‘Smoking in heaven’ die een sfeervolle, broeierige, hitsende  en swingende mix bevat van jaren ’50 rock’n’roll , rhythm & blues, country & western, ska en blues .
Noteerden we op hun debuut een ganse reeks covers, dan heeft de muzikale familie het deze keer gezellig op eigen composities gehouden die overwegend nog dichtst bij G Love durven aanleunen . Doorleefde bluesrootsrock, stoffig beheerst met lekkere, voortkabbelende deuntjes; af en toen eens met weerhaken en zonder echt de bocht te missen.
Openers “Tomorrow” en “Will I ever” geven de toon aan; “Baby don’t you know” is er dan eentje met een repetitief Hammond orgeltje en het klinkt zonniger met “I’m so sorry”. En met moeder op contrabas en vader op toetsen worden  ze geruggensteund op hun arsenaal van piano, lapsteel, banjo, ukelele, accordeon en trombone . De rokerige stem van Daisy kleurt het geheel , soms aangevuld met zus Kitty en broer Lewis, die ook een paar songs voor z’n rekening neemt .
Een paar instrumentals (“Paan Man Boogie”, “What Quid” en “I’m coming home”) zitten mooi verdeeld in de dertien songs . Een heupwieg, een swing’n’boogie danspasje, een vingerknip en een meezingrefrein … Leuk allemaal … De Durhams zorgen ervoor!

Kitty In A Casket

Back To Thrill

Geschreven door

Een subgenre binnen de punkrockmuziek die hier nog niet vaak aan bod kwam, is de zogeheten Pscyho-Billy of Horror-Billy.  Het genre is muzikaal een mix van horror punk en rockabilly terwijl op  tekstueel vlak  seks en horror nooit ver weg zijn.  Net zoals veel andere  subgenres klinken de meeste bands enorm op elkaar en is het bijgevolg heel moeilijk om echt op te vallen, laat staan om een eigen smoel te hebben.  De zangers of zangeressen zijn onderling perfect inwisselbaar, het zijn steevast dezelfde thema’s die bezongen worden en de muziek is eigenlijk niks dat je nog niet gehoord hebt.  Ziehier het grote probleem waar een band als het  Duitse Kitty In A Casket voor staat.  
Na het horen van ‘Back To Thrill’, hun tweede album al trouwens, is het duidelijk dat ze het warm water niet uitvinden maar dat KIAC toch een meer dan verdienstelijk product heeft afgeleverd.  De meeste nummers klinken opmerkelijk fris en melodieus zonder al te poppy te zijn  en bij verschillende songs worden zijstapjes gezet naar andere genres . “Never Wanted” en “Run Run” zijn lekker rock-‘n-roll terwijl “Back To Thrill” een stevige en snelle punkrocksong is.  Andere tracks zoals “Prom Song” en “Jessie Girl” ademen dan weer ouderwetse rock uit van de midden jaren tachtig.  Het mixen van deze verschillende genres zal er voor zorgen dat Kitty In A Casket zeker opvalt tussen de vele andere horrorbilly-bands.  Topnummer op dit album is ongetwijfeld “Blutsauger” (volledig in het Duits ingezongen) wat op zijn beurt wel typisch binnen het genoemde genre te situeren is maar gewoon een heel sterke song is.  We vermelden nog de prima stem van zangeres Kitty die prima bij de muziek hoort.  ‘Back To Thrill’ is kortom een aanrader voor de liefhebbers van Pycho-Billy!

Bitkit

Logical

Geschreven door

Bitkit is het muzikaal project van Gunther Wyckmans, een jonge gast van in de twintig, die zich nestelde binnen het dancemilieu. ‘Logical’ is de samenvatting van z’n muzikale ervaringen als DJ en electronicafreak. In navolging van een Regi en Tiësto horen we acht pompende tracks van trancegerichte, broeierige, opzwepende technotracks en soundscapes. Het ideale voer om je zaterdagnacht in te zetten…

Info op  www.bitkit.be

David Kitt

Not fade away

Geschreven door
Twintig seconden van openingstrack ?One Clear Way? hadden wij nodig om overtuigd te zijn. `Not fade away', het derde album van de Ierse singer-songwriter David Kitt, blinkt opnieuw uit in gezelligheid.

Het concept is gekend: een betoverende melodie op beatbox waarrond Kitt zijn typische stemgeluid plooit. Enkele jaren geleden scoorde de man uit Dublin nog een bescheiden hit met het klaterende ?You know what I wanna know? uit zijn doorbraak `The Big Romance'.

En `Not fade away' biedt gewoon meer van hetzelfde. Opener ?One Clear Way? drijft op een droom van een melodie en brengt je moeiteloos in de perfecte stemming voor een klein uur muziek vanuit de buik. ?Grey Day? klinkt minder grijs dan de titel doet vermoeden en ?Up to you? maakt de droomhattrick compleet. Wat later volgt dan nog onze persoonlijke favoriet ?Nothing else?. De perfecte soundtrack om met de geliefde voor de open haard in slaap te vallen.

Maar Kitt wil op `Not Fade Away' ook buiten de lijntjes kleuren. ?Say no more? klinkt als een nummer van The Strokes en in ?Don't Fuck with Me? bijt Kitt wel heel fel van zich af. Enige mislukt experiment is ?I know the reason? dat ontspoort door een te zware bas en blijft doordrammen op hetzelfde thema.

Verwacht van `Not fade away' niet te veel verrassingen. Maar laat je inpakken door de koning van de gezelligheid. Want met `Not Fade Away' blijft David Kitt ons moeiteloos een heel album te boeien. En dat was alweer een tijdje geleden?