logo_musiczine_nl

Wilde Westen, Kortrijk - events

Wilde Westen, Kortrijk - events Concerten 2026 03-01 Black Saturday XIII, alt NYE 16 + 17-01 De grote Crate Records Muziekquiz 18-01 Marc Matthys & friends 23-01 Hairbaby, Fulco 24-01 Vincent Coomans ‘dark dog’ @Concertstudio 25-01 Jazz cats: Mobilhome @Hof…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15018 Items)

Them Crooked Vultures

Them Crooked Vultures

Geschreven door

Drie heren met een roemrijk rockverleden die samen een plaatje maken, dat doet algauw de term supergroep oplaaien. Vooral als het gaat om Josh Homme, John Paul Jones en Dave Grohl. Volgens ons is dit echter vooral Josh Homme’s album. Want, lets face it, de creatieve breinen in Led Zeppelin waren Page en Plant, en niet John Paul Jones. En in Dave Grohl herkennen we vooral een fenomenaal drummer en niet echt een begenadigd songschrijver (de echt goede songs van Foo Fighters kunnen wij op één hand tellen, en we hebben dan nog een vinger verloren bij ons laatste ontmoeting met de cirkelzaag).
Them Crooked Vultures is dus des te meer Homme’s project met een sound die je vooral in de buurt van zijn Queens Of The Stone Age moet gaan zoeken, inclusief vlijmscherpe riffs en potige (hard-) rocksongs zoals een kokend heet “New fang” of een stomend “Dead end friends”. Homme’s werk van de laatste maanden is ook nog vlotjes aanwezig, zo is “Elephants” een fantastisch gelaagde song waarin duidelijk nog wat overblijfselen van zijn avontuurtje met Arctic Monkeys te bespeuren zijn.
Het grote geschiedenisboek der rockgrootheden is eveneens niet dichtgelaten. De psychedelische inslag en het hoge stemmetje dat Homme er in opvoert doen het knappe “Scumbag blues” neigen naar Cream in hun beste periode. Het dichtst in de beurt van Led Zeppelin komt het trio bij “Reptiles”, maar voor de rest horen we weinig invloeden van bassist Jones’ voormalig bandje.
Bij “Bandoliers” zou je gaan zweren dat Homme in het spoor is gaan treden van zijn maatje Mark Lanegan ten tijde van diens Screaming Trees en de lome riff van “Warsaw of the first breath you take” grijpt terug naar het onvolprezen Kyuss, Homme’s formidabele eerste groep.
Homme heeft er dus wel duidelijk een gediversifieerd album van gemaakt, doch eentje naar zijn normen, een rockplaat pur sang met hier en daar een fijn zijstapje, net als bij QOTSA dus.
Met een andere drummer en bassist had alles volgens ons niet echt gek veel anders geklonken, wij hebben zo de indruk dat Dave Grohl en John Paul Jones immers niet zo erg hun stempel gedrukt hebben op dit plaatje. Maar dat ze dat live des te meer zullen doen, daar zijn we dan wel zeker van, want Grohl op drums is een werkelijke belevenis. We hebben hem al eerder fabuleus aan het werk gezien bij, jawel, Queens Of The Stone Age. Niet toevallig, zeker ? Helaas hebben we de man nooit zien uitfreaken bij het geweldige Nirvana, een trauma voor de rest van ons leven.
Them Crooked Vultures wordt dus ongetwijfeld een veel gevraagde band voor het komende festivalseizoen en met die ene plaat kunnen ze een duivelse pot rock’n’roll serveren.
Conclusie, Queens Of The Stone Age … euh sorry, Them Crooked Vultures hebben een ferme rockplaat gemaakt die zich op een podium ongetwijfeld nog veel vetter zal tonen.

Mumford & Sons

Swoon

Geschreven door

Het uit LA afkomstige Silversun Pickups debuteerde drie jaar met de cd ‘Carnavas’ en de singles “Lazy eye” en “Common reactor”. Ze fristen het oude Smashing Pumpkins van het memorabele ‘Gish’ op. Een broeierig, spannend geluid door de snedige gitaarrockende partijen vs gevoelige popmelodie, een diepe bas en bezwerende, opzwepende drums. De aanzwellende riffs gaven kracht en dynamiek.
De opvolger ‘Swoon’ ligt in dezelfde lijn, en boeit door de repeterende en opbouwende ritmes en de dromerige melodieën. De pedaaleffects en fuzz klinken af en toe wat door en de strijkers vullen een sfeervolle toets aan het geheel. De aparte, onvaste en melancholische zang van Brian Auberts en de emotievolle backing vocals van Nikki Monniger passen binnen het plaatje van de grauwe pakkende pop.
De eerste songs “There’s no secrets this year”, “The royal we” en “Growing old is getting old” hebben een spannende opbouw, bevatten voldoende tempowisselingen en gaan naar een climax. De single “Panic switch” vormt hierin een hoogtepunt. Ze omzeilen de éénvormig- en éénduidigheid door de sfeervolle toetsen op “Draining” en “Sort of”, wat de sound breder maakt en zorgt voor variatie. “Catch & release” is door de orkestratie de melige song op de plaat. Op het afsluitende “Surronded of spiralling” herpakt de band zich en klinken ze als vanouds.
Het mooie is alvast dat ze binnen die broeierige intensiteit de gevoelige shoegaze van My Bloody Valentine en BRMC laten horen. Ondanks de sterkte van hun tweede plaat, verdienen ze meer belangstelling …

Archive

Controlling Crowds pt IV

Geschreven door

Archive brengt in een jaar tijd twee platen uit. ‘Controlling Crowds’, die begin het jaar verscheen, heeft een vervolg onder ‘Part IV’. Na beluistering van de nieuwe en een herbeluisteren van de vorige cd, blijkt dat de vorige indrukwekkender klinkt en iets meer bij het nekvel grijpt. De muzikale formule van Archive is nagenoeg hetzelfde. De uit Londen afkomstige band, gecentraliseerd rond het duo Darius Keeler en Danny Griffith, hebben een geheel unieke sound van ritmisch, slepende melodieën, huiveringwekkende, sferische soundscapes, trippop, industriële beats, ‘70’s psychedelica en indierock. Een bezwerende trip en een spannen broeierig geluid door de repeterende, opbouwende lagen gitaar, toetsen en percussie onder een rapzang en een aparte zang die soms hemels is en hoog kan uithalen. Archive komt hier het dichtst in de buurt van Massive Attack, Spacemen 3, Sigur Ros en Pink Floyd.
’Part IV’ is een episch avontuurlijk werkstuk van bombast en emotionele uitspattingen. De eerste songs boeien het meest, “Pils”, “The empty bottle” en de ijzig dromerige “Remove” en “Come on get high”, dan zijn er de psychedelische hip/trippende “Lines” en “Thought conditions”. Vanaf “The feeling of losing everything” gaan de vijf songs in elkaar over tot het afsluitende “Lunar bender”. Ze zijn sfeervoller en meliger en doen ietwat de spanning en intensiteit dalen, maar behouden Archive’s unieke subtiliteit. Ondanks dit minpunt houden we van hun doordachte muzikale trips, die over een brede horde fans beschikt; een band die een minimum aan singles uitbrengt en er op nahoudt weinig gedraaid te worden op de radio!

Creature With The Atom Brain

Transsylvania

Geschreven door

Na ‘I am the golden gate bridge’ vuurt Creature with the atom brain een twee retrorockende plaat op ons af. CWTAB begon als de one-man band van Aldo Struyf van Millionaire, maar werd gauw een vaste band met een tweede Millionaire lid Dave Schroyen; Jan Wygers van Mauro & The Grooms en drummer Michiel van Cleuvenbergen vulden aan. Het kwartet trok naar de VS, konden beroep doen op Chris Goss van de Masters, die instond voor de productie, kregen het gezelschap van Mark Lanegan en trokken Pascal Deweze van Sukilove aan om alles zo goed mogelijk te op te nemen.
We hebben tien afgewerkte songs, waarvan het overgrote deel per beluistering intrigeert. Ze klinken eigentijds met snedige, bezwerende en donkere retro- en stonertrips op de eerste songs van de cd, “I rise the moon”, “The color of sundown”, “Smth is wrong” en de titelsong. Het tij keert op “Darker than a dungeon” en de ietwat vervelende afsluitende tracks als de ‘60’s ‘70’s psychedelica dito zweverigheid de overhand heeft. Maar verder overtuigen “Sound of confusion” en “Spinning the black hole”, wat ervoor zorgt dat de balans al bij al positief overhelt.

Jarvis Cocker

Further Complications

Geschreven door

Britpop en Pulp zijn de eerste gedachten als het over muzikale duizendpoot Jarvis Cocker gaat. Een man van vele gezichten, die z’n rijkdom aan ideeën en stijlvarianten plaatst binnen uitbundige, aanstekelijke, broeierige en intieme songs . Momenteel staat Pulp op non-actief en hoorden we hem in enkele gastrolletjes op platen van o.a. Air en Marianne Faithfull. Opmerkelijk is de samenwerking met Steve Albini die de Cocker sound compacter en directer maakt. Eenvoudige, doeltreffende pop dus.
Hij brengt stomende en dynamische Britpopgekte in “Angela”, “Richard” en de titelsong, maar koppelt het aan enkele ingetogen  nummers als “Leftovers” en “Hold still”. Of je hoort een dromerige crooner “I never said I was deep”. Op het afsluitende uitgesponnen “You’re in my eyes” stort hij zich in de ‘70’s soul/disco, die de sfeer ademt van Rose Royce en Marvin Gaye. Het onderstreept mans veelzijdigheid op het tweede solo –album, drie jaar na ‘Jarvis’.

Rachel Unthank & The Winterset

The Bairns

Geschreven door

De zusjes Rachel & Becky Unthank hebben al een paar platen uit , maar kunnen met ‘The bairns’ meer respons verkrijgen. De uit Newcastle afkomstige zusjes zijn te situeren binnen de Britse folksfeer van de folkie songwriters Maddy Prior, June Tabor en Eliza Carthy. ‘The Bairns’ is een lange zit. Het eerste deel van de cd zit complexer in elkaar en vergt diverse luisterbeurten. Het tweede deel geeft de kans wat meer uit te kunnen blazen en bevat sober, ingehouden, toegankelijke folkpop met enkele kippenvelmomenten. De zusjes met hun sprookjesachtige vocals worden aangevuld met Belinda O’Hooley en Niopha Keegan. De songs spreken tot de verbeelding en stellen piano, toetsen en viool centraal. Dromerig materiaal, die het verdient een breder publiek te bereiken. Intussen doen de zusjes nu verder onder The Unthanks …

The Bollock Brothers

Last will and testament

Geschreven door

Na meer dan 15 jaar hebben The Bollock Brothers, de band rond Jock McDonald een nieuwe plaat uit. Ze maakten voral furore in de jaren ’80 met talrijke EP’s, o.a. “The bunker” en “Horror movies” en een paar opzienbarende platen, ‘The last supper”, “Live performances”, “4 Horses of the Apocalyps” en een aparte versie van de Sex Pistols’ ‘Never mind the bollocks’. Ze waren de vaandeldragers van de Britse wavepunk en hadden zo eigen wave tune ontwikkeld. The Bollocks tellen momenteel ook twee Belgische groepsleden, nl. Jode Husentruyt en Patrick Pattyn (van het vroegere Nacht und Nebel). De sound op deze plaat heeft iets mee van Vive la Fete. Niet verwonderlijk, want ook Danny Mommens werkte mee aan een song, “Queen & Country”. Op de nieuwe plaat horen we enkele geremixte songs als “Harley david son of a bitch” en “The bunker” en worden enkele classics door de mallemolen gehaald, waaronder “Passion” en “My generation”. Leuk allemaal om het nog eens te horen, maar niet meer dan dat …

Slaraffenland

We’re on your side.

Geschreven door

In de voetsporen van het Scandinavische Sigur Ros en Björk treedt Slaraffenland; ze zijn al toe aan hun derde cd en hebben een hechte band met Efterklang. Een klankenwereld opent zich binnen de popfolk en beeldrijke indietronica. ‘We’re on your side’ is de meest toegankelijke plaat totnutoe en kan een doorbraak naar een breder publiek forceren. We horen harmonisch, aanstekelijke melodieën door de verschillende gitaarlagen, knisperende, zalvende elektronica, aangevuld met blazers, orkestraties en een dromerige zang. Het zijn tien fascinerende songs, die een energieke schoonheid uitstralen en onderhuids refereren aan de schone kwaliteit van Arcade Fire.

Peaches

Peaches vermakelijke, ludieke electroclashende bitchpunk

Geschreven door

Wat een guur winterweer moesten we trotseren om een avondje electroclashende bitchpunk van Peaches aka de Canadese Merrill Nisker te kunnen bijwonen. Twee supports had ze mee om op te warmen en onze gedachten op iets anders te zetten dan de toe gesneeuwde wegen …
Ze had het alvast door en wist anderhalf uur lang een ludieke geilshow op te zetten …

De inmiddels 40 jarige bitchqueen kwam in de belangstelling met de cd ‘Fatherfucker’ en haar duet met Iggy Pop “Kick it”. De electropunk werd breder op ‘Impeach my bushes’ door uitstapjes naar de wave, hiphop, r&b en trancy, opzwepende en pompende dansbeats. De sound werd toegankelijker en liet zelfs een meer emotievolle, kwetsbare kant horen op de laatst verschenen sfeervolle cd ‘I feel cream’. Peaches deed beroep op de electro – en knoppenfreaks Digitalism, Simian Mobile Disco en Soulwax en gaf de indruk ouder en wijzer te zijn op plaat.
Live is het nog steeds andere koek. Ze bleef van zich afbijten … afgeilen met een pittige, gedreven, seksueel prikkelende, fantasierijke show. Vettige basses, pompende synthbeats en aanstekelijke, vunzige refreintjes van ‘tits’, ‘dicks’ ‘fucks’, … vlogen om de oren. De spectaculaire show werd op poten gezet met lasereffects, rookgordijnen, de outfits en verkleedpartijen die een ‘Moulin Rouge’ voor ogen hielden, tot de verbeelding sprekende, uitdagende bewegingen, sensuele danspassen en tot slot lichtsabel - achtige instrumenten die het geheel kleur gaven. Het kwartet werd soms aangevuld met enkele schaars geklede danseressen.
Gehuld in een rookgordijn kwam ze op de catwalk … podium gewandeld in een speciaal kostuum, wat deed denken aan de kostuums van Fever Ray en Grace Jones. Op de eerste niet evidente dreigende donkere “Blade runner” en “Mud” werd ze al op handen gedragen; in de daaropvolgende nummers “Talk to me” en “Fxx like a billionaire” voegde ze de daad bij het woord, want ze stapte al wankelend letterlijk op haar publiek. Wat een nummertje voerde ze hier op! Samen met de tweede dame op synths en haar danseressen shakete ze haar ‘tits’ op “Shake your …”. Naast de show en electrobeats hoorden we een steeds krachtiger wordende gitaar en opzwepende drums. Ze deelde wespensteken uit, prikkelde en varieerde haar sound; ze stapte van de aanstekelijke electropop over naar de traag, slepende beats en van wave doordrenkte “I U She”, “Tombstone” en “More”, die een kruising waren van het oude Suicide, Fad Gadget en de Star Wars tunes. Na “Slippery dick”, waarbij ze showde met een levensgrote fluorescerende ‘dick’, kwam in het tweede deel van de set de rockbitch op het voorplan: eerst waren er “Boys wanna be her” en “You love it”; in de bis ontspoorde het in regelrechte electropunk dito attitude van korte, krachtige en snedige songs, “Rock it”, “Rock’n’roll” en “Set it off”, waarbij ze de eerste rijen vroeg hun t-shirts uit te doen of te zwieren met de beha’s. Intussen hadden we ook een paar lekker groovende songs gehoord als “Lose you” en de singles “I feel cream” en “Fuck the pain away”. Tot slot waren we onder de indruk van de lasers en die lightsabel instrumenten op de dreunende trance van “Operate” en “Take you on”. Dankjewel Peaches voor deze goed gevonden act!

De ophitsende uitgekiende show van de dame is alvast met de eindejaarsperiode in ons geheugen gegrift!

We werden voldoende opgewarmd door het Belgische Vermin Twins, een dj project van Lotte Vanhamel (zus van …) en Micha Volders (El Guapa Stuntteam). Geflipte electro/funk/industrial/hiphop ergens tussen Aphex Twin, Prince, Stijn en Leftfield. Zij zong en krijste, bewoog als een spook met een wit tafellaken, huppelde en danste als een bezetene over het podium. Hij leefde zich uit op z’n mengtafel, laptop en knoppen en vervormde z’n vocals. Een tweede MC kwam af en toe een handje toesteken. Ze verwerkten een tweetal covers, Michael Jackson/George Michael, in hun weirde elektronische sound, die op het eind uitmondde in een wild losgeslagen geluid.
We konden even op adem komen op Hawney Troof, een hyperkinetisch Amerikaans duracell konijn die een leuke one man show bracht in een naar Consolidated en Beastie Boys neigende sound. Allemaal om het publiek op te zwepen naar de closing final van Peaches.

Organisatie: Trix Antwerpen

Masters Of Reality

Pine / Cross Dover

Geschreven door

De laatst verschenen plaat van de ‘Godfathers of Stoner’, van de inmiddels 50 jarige Amerikaanse gitarist/songschrijver en producer Chris Goss, dateert al van vijf jaar terug. ‘Give Us Barabas’ was nu niet meteen een sterke plaat gezien het feit dat ze aanmodderde binnen de akoestische folk. Goss slaat met vaste kompaan/drummer John Leamy bikkelhard terug met de nieuwe ‘Pine + Cross Dover’. Inderdaad, we horen hier intrigerende, repetitief opbouwende doeltreffende riffs, bezwerende en opzwepende drums en fijn gearrangeerde zanglijnen, die een trip zijn naar de ‘70’s retro van Cream en Led Zeppelin, vasthouden aan de subtiele melodie van The Beatles en soms stoeien met psychedelica.
De cd is in twee stukken ‘Pine’ en ‘Cross Dover’. “King Richard tlh” en “Absinthe Jim and Me” doen het woestijnstof lekker opwaaien. “Worm in the silk” is de vreemde eend in de bijt en klinkt bevreemdend en onheilspellend in het eerste luik, en toont nogmaals de diversiteit aan van de Masters. “Johnny’s dream” is de psychedelische piano-instrumental (ode aan Johnny McLaughlin) en vormt de overgangssong. Deel twee laat meer ruimte voor de instrumenten. We horen intens broeierige, slepende songs die tot slot uitmonden in een langgerekte instrumentale trip “Alfalfa”. Vooraf aan het nummer kon een samenwerking met Unkle vriend James Lavelle niet uitblijven, “Testify to love”. Compositorisch minder boeiend, maar het onderstreept de dynamiek en puurheid van hun stonerrock!
Kijk, in twintig jaar Masters Of Reality weet Goss als geen ander de sound het best te laten klinken. Bijgevolg, een uitermate sterke zesde plaat dus.

Port O’Brien

Threadbare

Geschreven door

Een niet te onderschatten band is Port O’Brien uit Bay Area, Californië, gecentraliseerd rond het folkduo Van Pierszalowski en Cambria Goodwin. Zomers ging hij in Alaska zalm vangen op de vissersboot van z’n pa, zij voorzag de vissers van brood in de koude havenplaats en ’s avonds gingen ze samen liedjes maken. De zeelucht en de visvangst vormen de muzikale inspiratie, die passen binnen de folk/indiepop. Het debuut ‘All we could do was sing’ verscheen eind vorig jaar en bevatte sfeervolle, ingetogen, dromerige en soms krachtige rocksongs.
Nog geen jaar later is er de opvolger klaar. De akoestische gitaar, de banjo en de viool en de meerstemmige zang staan centraal en geven kleur aan het materiaal. We horen invloeden van Bon Iver’s/Bonnie Prince Billy’s americana en de indie van Arcade Fire en hun resem opvolgers. Ze zijn niet vies van een krachtiger worden rocktune, wat hen naar Pavement doet overhellen. Het plotse overlijden van de jongere broer van Cambria Goodwin was de aanzet van enkele broze ,ingehouden lofi composities, “Darkness invisible” en de titelsong van de cd. Ze staan tegenover het rockende “Sour milk/salt water”, “Leep year” en “Love me through”.
Port O’Brien brengt knappe, aanstekelijke bitterzoete songs. Toegankelijke droompop met een rauw randje. Ondanks het puike materiaal klinken ze minder verrassend. Binnen deze invalshoek en stijl mogen ze gerust eens de tijd nemen om nieuwe impulsen te voorzien.

HEALTH

Get color

Geschreven door

Het uit LA afkomstige jonge Health laat diverse lagen pop, noise, shoegaze, psychedelica en hardcore in elkaar vloeien. Hun rockende overwaaiende indiesound bevat onderhuids knappe melodielijnen. Een aparte sound die nog wordt geïnjecteerd door hemelse vocals.
De groep verwijst naar de energie van Naked City, een NYse avant garde band en beweegt zich ergens tussen Fugazi en Liars. De negen songs zijn op het scherpst van de snede klinken en staan tussen melodie en creativiteit. Door de korte tijdsduur lijken sommige nummers eerder brouwsels, die eigenlijk met enkele andere kunnen gebundeld worden, maar net dit vormt de trefkracht binnen hun concept. “Die slow”, “Death +”; “Severin” en “Eat flesh” springen er uit, maar het afsluitende en mooi uitgesponnen “In violet” biedt het gepaste evenwicht van een intense, broeierige opbouw en de zin voor avontuur, die ze op de volgende derde plaat kunnen uitwerken …

Yann Tiersen

Yann Tiersen toont zijn kunnen

Geschreven door

Multi-instrumentalist Yann Tiersen verwierf vooral bekendheid dankzij de knappe soundtracks bij het sprookjesachtige ‘Le Fabuleux Destin d’Amélie Poulain’ (2001) en het (n)ostalgische ‘Good bye, Lenin!’ (2003).


Bij zijn opkomst in de Botanique stootte Tiersen nogal knullig zijn hoofd aan de microfoon, dit slapstick-moment konden we na afloop bestempelen als de eerste en tevens laatste valse noot van het concert. Een uitverkochte Orangerie werd de eerste minuten ondergedompeld in sfeervolle muziek die ons het gevoel gaf dat we relaxed van een filmpje aan het genieten waren. Plotsklaps viel zijn vierkoppige band echter stevig in en van dan af aan was het duidelijk dat Yann Tiersen gekomen was om zijn publiek te overtuigen van zijn veelzijdigheid. Soms leunde de muziek sterk aan bij de atmosferische postrock die we kennen van Explosions in the Sky, op andere momenten kregen de quasi psychedelische synthesizers een prominente rol en meer dan eens leek het alsof we op een door Emir Kusturica geregiseerd zigeurnerfeestje beland waren. Vaak meenden we een ontketende Warren Ellis te horen maar in tegenstelling tot deze laatste maakte Yann Tiersen er een erezaak van om te etaleren dat zijn vioolspel, ondanks zijn supersnelle vinnigheid, niks aan zuiverheid moet inboeten (daar waar Grinderman Ellis het bij het ontbinden van zijn duivels met opzet ongepolijst houdt). Het staat dus buiten kijf dat jonge Yann goed opgelet heeft in de vioolles die hij als jonge snaak volgde. Ook de gitaar, de piano, het orgel en de xylofoon bespeelt hij moeiteloos.
We konden dinsdagavond dus met eigen oren vaststellen dat Tiersens intensieve muziekopleiding zijn vruchten afgeworpen heeft. Enkel vocaal scheerde hij weinig hoge toppen want een mooie stem werd hem door zijn schepper blijkbaar niet gegund. Aangezien de stembanden in ‘s mans œuvre weinig werk krijgen, werd dit minpuntje nooit ergerlijk en dit mede dankzij het feit dat de schaarse zangmomenten vaak harmonieus opgefleurd werden door de bandleden. Het concert werd bijvoorbeeld afgesloten met een betoverende hymne die een mooi orgelpunt breidde aan 75 minuten schoonheid. Ook in het kwartiertje bisnummers tapte Tiersen uit het vaatje van uiterst sfeervolle muziek.

Na afloop hoorden we het opvallend diverse publiek (zowel jong als oud, man als vrouw, chique als sjofel, blank als zwart, Frans- als Nederlands- als anderstalig,…) gemengd reageren. Terwijl de ene partij de afwisselende arrangementen loofde, merkte een andere op dat er gedurende het volledige optreden eigenlijk slechts één langgerekte toon aangehouden werd. Elk van beide partijen had een punt maar we scharen onszelf toch eerder bij het eerste kamp (dat van ‘de ene’ dus).
Yann Tiersen had, net als enkele van zijn bandleden, immers overtuigend zijn virtuositeit gedemonstreerd waarbij de vele instrumenten - en tempowissels verveling eigenlijk onmogelijk maakten. Ter tegemoetkoming aan ‘de andere’ beamen we dat veel songs inderdaad repetitief opgebouwd werden maar ze klonken – onder andere dankzij hun rijke arrangementen - nimmer al te monotoon. Het feit dat de muziek tussen de songs door zo goed als nooit stilviel (Tiersen laste immers zonder onderbreking bruggen tussen de nummers), wakkerde misschien het gevoel aan dat het concert één langgerekte variatie op hetzelfde thema was maar deze ingreep - die trouwens vele klassieke soundtracks kenmerkt - vonden wijzelf best geslaagd, al was het maar omdat het optreden aldus - ondanks de reeds voldoende vermelde variatie – niet verwaterde tot een met haken en ogen aan elkaar hangende warboel waar maar weinig lijn in te trekken valt. In plaats van een fragmentarische aaneenschakeling van ‘stukjes’ kreeg men dus een mooi coherent geheel. Het feit dat er weinig interactie was met het publiek weze hem vergeven want gebabbel tussen de liedjes zou afbreuk gedaan hebben aan die ene lange trip waarop Yann Tiersen ons die koude winteravond meenam.

Organisatie: Botanique, Brussel + Live Nation

Gabriel Rios

Gabriel Rios en Isbells: flikkerlichtjespop!

Geschreven door

Noteer het maar: Onze Gentse Puertoricaan Gabriel Rios brengt een nieuwe plaat uit in 2010. Eerder hadden we al succesvolle platen ‘Ghostboy’ en ‘Angelhead’ en viel de samenwerking van ingetogener werk met jazzpianist Jef De Neve en percussionist Kobe Proesmans in goede aarde. In afwachting van wat 2010 zal te bieden hebben, nam Rios in deze winterperiode de kans zich in te duffelen met enkele intieme soloconcerten. Enkel Kobe Proesmans treedt in het tweede deel van de set bij, met enkele summiere drumroffels.
De fijnzinnige en kleurrijke mix van pop, latino, salsa, soul en hiphop die we kennen van Rios’ songmateriaal zette hij tijdens deze solo optredens uiterst sober om: hij speelde ze ingetogen, puur, naakt en kaal op z’n akoestische gitaar, liet ze aanstekelijker klinken door de vingertics en zweepte ze af en toe ietwat op, gedragen door z’n warme stem.
Er was heel wat vrouwvolk opgedaagd om deze charismatische singer/songwriter aan het werk te zien. In het begin voelde hij zich nog wat onwennig op het podium. We kregen een vol uur belangvolle oudere songs te horen waaronder “Stay”, “Broad daylight”, “Angelhead”, “Natural disaster” en de zuiderse “El raton” en “Tu no me quiros”; hij speelde breekbare versies van “Voodoo chile” (Jimi Hendrickx) en “Baltimore” van Randy Newman en lichtte een tipje van de sluier van de nieuwe plaat, die trouwens volledig Engelstalig zal zijn, waaronder “Gulliver” en een song over het sterrenbeeld “Orion”. In de bis durfde het duo iets krachtiger en steviger te gaan.

We hoorden een overtuigend intieme set van deze publiekslieveling; hij bekoorde het hartje van de dames met z’n geraffineerd materiaal. Opvallend was wel dat hij het Gentse publiek in het Engels toesprak.

Isbells uit het Leuvense hadden zich op een rij naast elkaar neergevleid op stoeltjes; hun stemmige muziek is te situeren ergens tussen Bon Iver, Iron & Wine, Kings of Convienence, Band Of Horses en Fleet Foxes. De single “As long as it takes wordt momenteel gek gedraaid en is de ideale droom-, kerst-, haard- of kampvuursong. Isbells is het project van Gaëtan Vandewoude, die als gitarist deel uitmaakt van het relatief onbekende Soon, en won één van de selecties van de vi.be on air. Het kwartet brengt de Amerikaanse alt.country/americana, folk en sing/songwriting binnen ons muzikaal landschap. Naast het instrumentarium van akoestisch ingehouden gitaren, een licht en sobere elektrische gitaar, steelpedal en toetsen, gaat de aandacht naar het stemgenre en –timbre door de meerstemmige hemelse zang en de veelvuldige ‘oohoohs’ en ‘hoohoos’. Zelf dwarrelen ze graag in de muzikale leefwereld van Elliott Smith, Nick Drake en José Gonzalez; het dromerig, beklijvende materiaal van hun titelloos debuut klinkt uiterst gevoelig: pareltjes van songs die ze in een herfstig klankpalet opentrokken: “As long as it takes” trok meteen de aandacht, “Tim’s ticking”, “Reunite” en “I’m coming home” volgden, aangevuld met de broze “My Apologies” en een Frans/Engels gezongen “B.B Chevelle”. Naima Joris en Bart Borremans staan Gaëtan bij en live vult een vierde man aan.

Kortom, eenvoudig, doeltreffend en treffend straffe songs en heerlijke zanglijnen. Een puur, oprecht, eerlijk, spannend en broeierig geluid. Verdiende doorbraak … Vlaamse band met Grootse toekomst …hun flikkerlichtjes pop is te koesteren!

Organisatie: Democrazy, Gent

Isbells

Isbells en Gabriel Rios: flikkerlichtjespop!

Geschreven door

Noteer het maar: Onze Gentse Puertoricaan Gabriel Rios brengt een nieuwe plaat uit in 2010. Eerder hadden we al succesvolle platen ‘Ghostboy’ en ‘Angelhead’ en viel de samenwerking van ingetogener werk met jazzpianist Jef De Neve en percussionist Kobe Proesmans in goede aarde. In afwachting van wat 2010 zal te bieden hebben, nam Rios in deze winterperiode de kans zich in te duffelen met enkele intieme soloconcerten. Enkel Kobe Proesmans treedt in het tweede deel van de set bij, met enkele summiere drumroffels.
De fijnzinnige en kleurrijke mix van pop, latino, salsa, soul en hiphop die we kennen van Rios’ songmateriaal zette hij tijdens deze solo optredens uiterst sober om: hij speelde ze ingetogen, puur, naakt en kaal op z’n akoestische gitaar, liet ze aanstekelijker klinken door de vingertics en zweepte ze af en toe ietwat op, gedragen door z’n warme stem.
Er was heel wat vrouwvolk opgedaagd om deze charismatische singer/songwriter aan het werk te zien. In het begin voelde hij zich nog wat onwennig op het podium. We kregen een vol uur belangvolle oudere songs te horen waaronder “Stay”, “Broad daylight”, “Angelhead”, “Natural disaster” en de zuiderse “El raton” en “Tu no me quiros”; hij speelde breekbare versies van “Voodoo chile” (Jimi Hendrickx) en “Baltimore” van Randy Newman en lichtte een tipje van de sluier van de nieuwe plaat, die trouwens volledig Engelstalig zal zijn, waaronder “Gulliver” en een song over het sterrenbeeld “Orion”. In de bis durfde het duo iets krachtiger en steviger te gaan.

We hoorden een overtuigend intieme set van deze publiekslieveling; hij bekoorde het hartje van de dames met z’n geraffineerd materiaal. Opvallend was wel dat hij het Gentse publiek in het Engels toesprak.

Isbells uit het Leuvense hadden zich op een rij naast elkaar neergevleid op stoeltjes; hun stemmige muziek is te situeren ergens tussen Bon Iver, Iron & Wine, Kings of Convienence, Band Of Horses en Fleet Foxes. De single “As long as it takes wordt momenteel gek gedraaid en is de ideale droom-, kerst-, haard- of kampvuursong. Isbells is het project van Gaëtan Vandewoude, die als gitarist deel uitmaakt van het relatief onbekende Soon, en won één van de selecties van de vi.be on air. Het kwartet brengt de Amerikaanse alt.country/americana, folk en sing/songwriting binnen ons muzikaal landschap. Naast het instrumentarium van akoestisch ingehouden gitaren, een licht en sobere elektrische gitaar, steelpedal en toetsen, gaat de aandacht naar het stemgenre en –timbre door de meerstemmige hemelse zang en de veelvuldige ‘oohoohs’ en ‘hoohoos’. Zelf dwarrelen ze graag in de muzikale leefwereld van Elliott Smith, Nick Drake en José Gonzalez; het dromerig, beklijvende materiaal van hun titelloos debuut klinkt uiterst gevoelig: pareltjes van songs die ze in een herfstig klankpalet opentrokken: “As long as it takes” trok meteen de aandacht, “Tim’s ticking”, “Reunite” en “I’m coming home” volgden, aangevuld met de broze “My Apologies” en een Frans/Engels gezongen “B.B Chevelle”. Naima Joris en Bart Borremans staan Gaëtan bij en live vult een vierde man aan.

Kortom, eenvoudig, doeltreffend en treffend straffe songs en heerlijke zanglijnen. Een puur, oprecht, eerlijk, spannend en broeierig geluid. Verdiende doorbraak … Vlaamse band met Grootse toekomst …hun flikkerlichtjes pop is te koesteren!

Organisatie: Democrazy, Gent

The Raveonettes

The Raveonettes: Magie in de lucht

Geschreven door

Met ‘In And Out Of Control’ levert het oorspronkelijk Deens, intussen naar New York uitgeweken duo Sharin Foo en Sune Rose Wagner al voor de vierde keer op rij een prima plaat af. Voeg hierbij het feit dat The Raveonettes de voorbije jaren amper op een Belgisch podium te zien waren en de uitstekende casting van het iets wat aftandse concertzaaltje van Het Depot dat hun door de jaren ’50 en ‘60 geïnspireerde rock and roll nummers als gegoten zit. Dan hing bij het begin van dit optreden een zekere magie in de lucht nog vóór we begonnen aan de Stella Pils.

De sterke opener “Gone Forever”, met een in gitaar fuzz gedrenkte kristalheldere melodie die knipoogde naar het ‘Isn’t Anything’ album van My Bloody Valentine, zette meteen de toon van een concert dat al vlug een aaneenschakeling van hoogtepunten bleek te zijn.
Bijna anderhalf uur lang schiepen The Raveonettes, voor de gelegenheid aangevuld met een drummer en bassist, er in Leuven een duivels genoegen in om hun nummers over verderf, geweld, drugs en seks feestelijk te verpakken in afwisselend mierzoete melodieën en breed uitwaaiende geluidsorkanen. In de eerste categorie: “Boys Who Rape”, waarin zangeres Sharin Foo met een kindstemmetje opriep om alle verkrachters te vermoorden. Of het solo gebrachte slaapliedje “Little Animal”, waarin Sune Wagner weg mijmert over zijn oversekste vriendin. Niet meteen de normen en waarden waarop de lokale Leuvense burgervader zijn socialistisch paradijs zou bouwen.
Tijdens het onheilspellende “Dead Sound”, het lang uitgesponnen  “Aly, Walk With Me” en “Break Up Girls!” werden werkelijk alle gitaar registers opengetrokken en werd je als toeschouwer bedolven onder een lawine van noise en stroboscoop licht.
Even naar adem happen kon je enkel tijdens de nieuwe nummers “Oh, I Buried You Today” en “Wine” die Het Depot in een droomachtige Twin Peaks sfeertje deden baden waarin het aangenaam vertoeven was.
Op het moment dat Sharin Foo vervolgens tijdens “The Beat Dies” Moe Tucker gewijs zelf het drumstel bewerkte, had menig Leuvens student in de zaal er ongetwijfeld al zijn onderscheidingen voor over om met deze sensuele frontvrouw… pinten te gaan drinken op de Oude Markt. Tijdens de nieuwe single “Bang!” en het nog steeds onweerstaanbare “Love in A Trashcan” zette het merendeel van de zaal zelfs een bescheiden dansje in als bevonden we ons op een goede, ouderwetse T-dansant.
Het sprankelende refrein van “Last Dance” nodigde tijdens de bisnummers nog eens volop uit tot meezingen en de vaart waarmee het slotnummer en classic “That Great Love Sound” voort denderde, moet de NMBS tegenwoordig wel erg doen blozen.

En zo trakteerden The Raveonettes ons in extremis nog op één van de beste concerten van het voorbije 2009. Moge 2010 even sterk starten!

Organisatie: Depot, Leuven

The Melvins

The Melvins: nog lang niet afgeschreven

Geschreven door

De legendarische en onvoorspelbare meesters van de oergrunge hoeven weinig of geen introductie meer. Het instituut rond Buzz Osborne (zanger/gitarist) en drumgod Dale Crover doen inmiddels al 25 jaar hun eigen ding. Met hun unieke kruisbestuiving van alternatieve metal, sludge, stoner, punk, noise en experiment/avontuur hebben ze hun eigen weerbarstige universum geschapen. We waren benieuwd wat ze vanavond voor ons in petto hadden.

Maar voor het zover was, kregen we eerst nog Porn (de band welteverstaan), voorgeschoteld. Het kwartet uit San Franciso rond gitarist/producer Billy Anderson (oa. Neurosis, Sleep, Fantomas, Eyehategod) serveerde ons een loodzware instrumentale set van sludge, stoner, noise en metal. De twee drummers (waaronder Dale Crover) zorgden voor een aparte beleving met hun perfect synchroon drumwerk. Echte songs waren er nauwelijks te ontwaren. Het had meer weg van één lange jamsessie van dertig minuten. De slepende en heavy riffs en creepy distortion en feedback waren enkel voor de die hard noise en sludge freaks onder ons weggelegd. Een degelijke opwarmer voor wat komen zou.

Een uitverkochte Kreun (zo'n 500 aanwezigen) was getuige van een sterke performance van deze veteranen, The Melvins. Net zoals vorig jaar bij hun welgesmaakte passage in de Vooruit stond hun double drums-concept centraal. Meesterdrummer Dale Crover en Coady Willis (Big Business-slagwerker) mepten er aardig op los en zorgde voor de nodige drive en een adembenemend duel. Zanger/gitarist King Buzzo, met exuberante haardos, zorgde voor het loeiharde maar loepzuiver riffwerk en zijn herkenbare vocalen. Het eerste deel van de set was vooral gereserveerd voor materiaal van hun laatste twee langspelers 'Nude with boots' en 'A senile animal'. We herkenden knappe en weergaloze nummers als het lome en trage "Civilised worm", het snedige "Rat faced granny", het overdonderende "A history of bad men", het hortende "Blood witch" en het korte en krachtige "The kicking machine". Het was een vrij toegankelijke en hard rockende eerste deel.

Na een kleine pauze werd er stevig afgetrapt met de verslavende brok lawaai "Nightgoat" (van meesterwerk 'Houdini'). Roadie Gareth werd eventjes op het podium geroepen, hij vierde zijn vijftigste verjaardag in Kortrijk. Hij werd luid en enthousiast toegezongen door het publiek. Zijn favoriete Melvins-song "Anaconda" kreeg hij als verjaardagstoetje. Met "Revolve " (van 'Stoner witch') en het immer imposante "Hooch" (van 'Houdini') blies het viertal de pannen van het dak. Het absolute kookpunt werd bereikt met de beukklassieker "The bit" (van 'Stag') die de hele zaal aan het headbangen bracht  Wat is deed toch een moordend nummer!!

Spijtig genoeg was het toen plots gedaan en wuifde bassist Jared Warren ons uit met een ons onbekende acapella song. Bisnummers waren niet aan de orde. Het viertal had ons inmiddels al twee sets gebracht van vijfitg minuten. We konden dus tevreden en voldaan huiswaarts keren. Dit was van grote klasse. Op naar de volgende 25 jaar?

Organisatie: de Kreun, Kortrijk

(The) Nits

35 jaar The Nits: artistieke kamerpop van deze doorwinterde Nederlanders!

Geschreven door

Menig muziekliefhebber fronst de wenkbrauwen als we zeggen dat de Nederlandse Nits al 35 jaar bezig zijn en al aan twintig cd’s toe zijn (voorheen The Nits). Deze Amsterdammers vonden elkaar terug in de bezetting van zanger/gitarist Henk Hofstede (stond al in voor heel wat projecten en bracht onlangs nog de Nederpop samen met Frank Boeijen en Henny Vrienten), drummer Rob Kloet en toetsenist Robert-Jan Stips. The Nits kennen het clubcircuit door en door, maar waren de laatste jaren meer te zien in de Culturele Centra.
Midden de jaren ‘80 brak deze charismatische band door met songs als “Nescio”, “Sketches of pain”, “In the dutch mountains”, “Adieu sweet bahnhof”, “The train” en “JOS days”. In hun sfeervolle, weemoedige pop horen we luchtigheid en eenvoud; hun bijdrages zijn elk op hun manier, Hofstede door z’n subtiel gitaarspel, Kloet met z’n variërende drumspel en Robert-Jan op toetsen en piano, die er behoorlijk wat geluidseffects aan toevoegt. De mooi uitgewerkte, fijnzinnige semi-akoestische composities hebben notie van durf en avontuur en zorgen voor een pastelkleurige herfst.

Hofstede zingt niet alleen, hij praat de avond aan elkaar en vertelt hoe sommige nummers tot stand zijn gekomen. Andere kondigt hij dan aan met een vleugje humor. In kader van de pas verschenen ‘Strawberry wood’ trok het trio terug op tournee. De Bota was maar een goede driekwart vol, en kreeg Nederlandstalige fans van middelbare leeftijd en een handvol Franstalige vrienden over de vloer. Gedurende de twee uur durende set kwam de klemtoon op de recentste plaat en blikten ze (even) terug op enkele belangvolle nummers van hun rijkelijk gevulde carrière. Ingehouden, met oog voor detail klonken de nieuwe “Havelka”, “Distance” en “The hours”. Een onvoorwaardelijk respect uitten ze voor Yasmine, die afgelopen zomer zich abrupt van het leven onttrok. Het eerste écht herkenbare nummer na een klein half uur, was het snedig opbouwende “Cars”. Het melancholisch klinkende nieuwe materiaal zat goed verdeeld binnen de set . een sober “Departure” en een ingetogen “Now” door Robert-Jan gezongen, gingen over in de verhaallijn van de vermoorde Theo Van Gogh in “The key shop”. “Nescio” bracht ons naar de psychedelische ’60’s en Nick Drake mocht een weekendje inspiratie opdoen in het huis van John Lennon in “Nick in the house of John”. Een forser klinkende country gaf charme aan de song.
Op die manier was het allemaal wel leuk en ontspannend en klonk de melancholie door: een dromerige “Jisp”, waarvan je de sneeuwvlokken letterlijk zag en voelde, en het aan Dylan / Cohen gelinkte “Tannenbaum” werden afgewisseld met de popgroove van “JOS days”, “Bad dreams” en “Flowers”. Na deze variatie kwam het trio even dichterbij op de rand van het podium, met een beperkt instrumentarium van gitaar/accordeon/handgeroffel en zonder versterking. “La petite robe noir”, die een mondje Frans had, - net als het zwierige “Adieu sweet bahnhof” in de bis, - en een stevig “No man’s land” besloten overtuigend de set. In de bis gingen ze van het innemende “Two times”, naar een meer krachtige en luchtige “In the dutch moutains” en “Adieu sweet bahnhof”, die beiden niet mochten ontbreken in de setlist!

Het was jaren geleden dat we zelf de Nits nog eens aan het werk zagen. Ze speelden beeldrijke songs via hun indrukken en teksten, brachten gevatte bindteksten en behielden dat relaxt gevoel van hun sound. Kortom, we hoorden artistieke kamerpop van deze doorwinterde Nederlanders!

Organisatie: Botanique, Brussel

Zita Swoon

15 jaar Zita Swoon gebundeld in ‘To Play, To Dream, To Drift – An Anthology

Geschreven door

Zita Swoon was al goed opgewarmd door de  twee concerten voorafgaand aan hun driedaagse halte in de AB. Zo was er de tryout in de Kreun en traden ze op in Parijs waar Miossec hen kwam vervoegen. De drie concerten stonden in het teken van de vijftien ZS jaren, die het retrospectief tweeluik, ‘An anthology - 2cd - To Play To Dream To Drift’ bevatten. Hierin zit een ‘best of’ voor wie de groep beter wenst te leren kennen, enkele bijzondere tracks van live performances, zoals van de intieme ‘Abandinabox’ concerten, en een verzameling van nooit eerder gereleased materiaal, nummers van vóór er sprake was van dEUS, Moondog Jr. en Zita Swoon. Maw de ‘Anthology’ is een dubbel cd, die probeert het parcours samen te ballen van de frontman Stef Camil Carlens en als toetje nog enkele speciallekes biedt. Vanaf volgend jaar komt de band op non-actief, worden er nog paar voorstellingen gedaan van de theater/dansproductie ‘Dancing with the sound hobbyist’ en plant Stef Camil een muzikale ontdekkingstocht door Burkino Faso en Mali, waar een project zal worden uitgewerkt met Afrikaanse stemmen. En het kan een nieuwe wenk naar de toekomst zijn zich eens te verwijderen van de tekst en enkel de muziek te laten spreken, zoals we dat al deels kenden van de muziek bij de stomme film ‘Sunrise’.

Zita Swoon heeft door de jaren een broeierige mix van pop, soul, funk, jazz, latingroove, Balkan en cabaret. Net zoals in de tryout groef Stef Camil in de wortels van de blues. Samen met z’n band kon hij moeiteloos van een warme, intieme en sfeervolle aanpak overstappen naar een swingend kader om tot slot volledig los te breken en hun duivels te ontbinden met een stomende partycocktail. Hun muzikale kijk, scherpte en creativiteit zetten ze om in oor- en oogstrelend entertainment. Stef Camil onderstreepte z’n aanstekelijk materiaal met de reeds trouwe zinsnede “Love love love, happy happy happy”.
Aarich Jespers is nog het enige originele lid van de band. Een paar jaar terug strandde de tandem met Tom Pintens, bewandelde gitarist Bjorn Eriksson andere paden en eerder nog stortte Thomas De Smet zich in het Think Of One avontuur. Al enkele jaren maakt Bart Van Lierde, bas/contrabas, en Amel Serra Garcia, tweede man op percussie, deel uit van de ZS bende. Op deze afsluitende tournee misten we toch wel de toetsvirtuositeit van Caluwaerts, maar de bevallige vocalistes, de zusjes Kapinga en Eva Gysel vingen dit zo goed mogelijk op. De songs kregen een kleurrijke tint door saxofonist/fluitist Hugo Boogaerts.
Voor deze (uitverkochte) concerten had Stef Camil een paar gasten mee nl. gitarist / producer John Parish, Arno en Tom Barman, als welverdiende schouderklop; ook in de zaal waren de ZS muzikanten van het eerste uur aanwezig. We zagen een geëmotioneerde Stef Camil van al die steun.

In hun al bijzondere muziekstijl hoorden we sfeerscheppingen, ritmes en tempowisselingen. De gemoedelijkheid van de tryout was ook tijdens de twee uur durende set terug te vinden. In de bijna gelijklopende songkeuze was de instrumentatie breder en met de gasten erbij, was er sprake van nét dat tikkeltje meer om voorlopig een volwaardige punt te zetten achter hun carrière. En die eerste gast was al meteen te zien op het podium. John Parish gaf met Stef Camil “Selfish girl” en “Jo’s Wine song” een portie gevoeligheid mee. Een ingehouden breekbare bluesy “The longing stays inside”, onder z’n lichthese, warme stem volgde, sober en in een beperkte instrumentatie met Bart en de backing vocalistes, de zusjes Kapinga en Eva Gysel. “A lonely place” (uit de ‘Rosas - dancing with the hobbyist’) was ook te vatten binnen deze sfeer.
Op “Hey watshayoudoin’” was de band voltallig te zien. Op aanstekelijke, frisse en broeierige wijze lieten ze de groove in de songs doorklinken, waaronder een uptempo versie van “Intrigue”, mede door Boogaerts blazerspartij en flute, in een ander kleedje gestopt, de krachtige nieuwe “Leave the town” en “Wake up for the trees” en een opbouwende “Alive in the city”. In deze songs zagen we een goed op dreef gekomen band, die erin slaagde het publiek te doen bewegen. Daarna hoorden we terug de andere Zita Swoon, die een sfeervol ingetogen ‘Big City’ gevoel bracht met “l’Opaque paradis” en het oude “Hello Melinda”. Een prominente rol was weggelegd voor Boogaerts. Het tempo verhoogde langzaam op “Je range” en het zwoele, sensuele en zuchtende “Maridadi”, door één van de dames gezongen; deze songs kwamen hier sterk uit de verf door de volle instrumentatie.
Tweede gast was Arno. Een bluesy hommage van twee knarsende, rauwe, doorleefde en slepende songs, “Love, truth & confidence” en “You got to move”, hoorden we in de beste traditie van een RL Burnside en Charles & Les Lulus stijl! Ze hadden een eigen identiteit enkel en alleen al door Monsieur Arno’s grauwe backing zang, mondharmonica, z’n pose en bekkentrekken. Vervolgens ging de band finaal op z’n doel af van aangename, lekkere funkende partyswingers als “Moondance”, “Hot, hotter, hottest” en My bond with you …Disko”. Een op stoom gekomen band haalde er Barman bij. Hij gaf de twee songs “Great americain nude” (klassesong uit de ‘Zea’ EP van dEUS, en nu ook op de pas remasterde cd te vinden!) en “Temptation inside your head” (Velvet Underground song), de juiste dEUS touch: het ene mag zeker eens in de set van dEUS worden opgenomen, en kon gelinkt worden aan “Fell off the floor man” door de repeterende, opbouwende en opzwepende partijen, Barmans overgemoduleerde zegzang en de hese backing vocals van Stef Camil. Een dEUS als vanouds?!; het tweede rockte en John Parish tokkelde een partijtje mee. Ondanks de sterke zang van Barman kon ik me niet van de indruk ontdoen dat z’n alterego niet van de ZS orde is. Maar dit terzijde, het was de aanzet naar een schitterende finale waar de feestneus kon worden opgezet; ze speelden stuwende, goed uitgebouwde en opzwepende soulfunkers in een James Brown outfit met “Everything’s not the same” en “Stamina”. Trouwens, door de jaren is dit nummer niet meer van de setlist te branden, een ‘mishmash’ van funk, soul, hippop en gospel, die elan kreeg door de samenzang van de zusjes Gysel en Stef Camil. Terecht een traditionele afsluiter binnen hun gigs!
Na de bedanking besloot een ingenomen, het aan Blacks “Wonderful Life” gelinkte “Moving through life as prey” de ruim twee uur durende trip…

De afwisselende, gevarieerde set van de drie grootse concerten in de AB zetten voorlopig een dikke punt achter de ZS carrière. We zijn benieuwd na de verdiende break wat Stef Camil en de zijnen in hun mars zullen hebben …

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Live Nation + AB

Titus Andronicus

The airing of grievances

Geschreven door

Vernoemd naar een een niet zo gekend stuk van William Shakespeare scherpt deze band uit New Jersey onze aandacht met hun debuut. De band haalt invloeden uit ‘70s Stooges en Clash punk, de stadionrock van Bruce, de lofi pop van Violent Femmes en Guided By Voices en kruidt hun gruizige rock’n’roll punk met een sausje folk. Ze zijn in één adem op te noemen met The Gaslight Anthem en Thursday. De eerste songs, “Fear & loathing” en “My time outside the womb” klinken snedig, broeierig en grauw. “Joset of nazareth’s blues” is lofi punk en hun “Titis Andronicus” song de meest rauwe punksong op de plaat. Het kwintet heft een sterke closing final met de opbouwende en mooi uitgesponnen “No future pt 1 & 2” en “Albert Camus”.
Kijk, Titus Andronicus is een beloftevolle band die overtuigt met hun groezelig en schurend materiaal, onder de krijsende zang van Patrick Stickles. 

Woodpigeon

Treasury Library Canada

Geschreven door

Het muzikale landschap wordt altijd wel mooi gekleurd als het over Canadese bands gaat. Een leuke ontdekking die naar Europa komt overgewaaid is Woodpigeon, de band rond Mark Hamilton, zanger/liedschrijver van deze collectie houtduiven. De groep heeft na enkele EP’s al twee volwaardige cd’s uit, waaronder ‘Songbook’ en deze ‘Treasure Library Canada’, soms toegevoegd van de EP ‘C/W Houndstooth’.
De band beweegt ergens tussen Arcade Fire, Belle & Sebastian en Sufjan Stevens en draagt de ‘60’s Beatles, Beach Boys en Crosby, Stills & Nash in het hart. Hun hartverwarmende, dromerige songs hebben een melodieus eenvoudige opbouw, klinken soms broos of worden door de bredere orkestratie kleurrijker; naast het intense gitaarspel en de spaarzame percussie dragen instrumenten als viool, cello, piano, toetsen, blazers en de harmonieuze samenzang bij tot de freaky en emotievolle folkpop. Ook refereren ze aan het singer/songwriterschap van Tim Hardin en Buckley.
Geniet van hun veertien aangename songs die als één trip kunnen beluisterd worden, … door “Knock knock”, “Piano pieces for adult beginners” en “In the battle of sun ..” trekken ze de aandacht en is het allemaal mooi toongezet voor de rest; ze deinen uit met de sfeervolle tintelingen van “Emma & Hampus”, “Now you like me how” en “Bad news brown”. De muzikale droomwereld in een bos wordt met het bezwerende “Tic Tac Toe, Woolen endings” overtuigend besloten.

Pagina 433 van 485