Het Depot Leuven - concertinfo 2025 – 2026

Het Depot Leuven - concertinfo 2025 – 2026 events 01-12 Barru 02-12 Otto-Jan Ham & Gloria Monserez 04-12 Hannah Mae 05-12 What-U-On-About?!: DJ Hazard vs Ed Rush 08-12 Kaat Van Stralen 09-12 Isbells 10-12 ECHT! 12-12 NAFT 13-12 Sound Track finale 15-12 Harry…

logo_musiczine_nl

Trix, Antwerpen - events

Trix, Antwerpen - events - 03 dec: Danko Jones (ism Biebob) - 03 dec: Cafe Kelder: Winterblind, Meander, Clusterfuct - 03 dec: Nothing, nowhere - 04 dec: Emma Hessels - 04 dec: Def - 04 dec: Spoor series met Thomas Peeters & Wannes Cools - 05 dec: Aäron Koch…

Democrazy Gent - events

Democrazy Gent - events Concerten 2025 Arsenal, nieuw album ‘okan okunkun’, Vooruit, Gent…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (14987 Items)

TW Classic 2009: TW Classic meets Rock Werchter

Geschreven door

Traditioneel schiet de festivalzomer in Werchter op gang met de ‘Classic’ version van Rock Werchter. TW Classic vulde al voor de achtste keer de wei met zo’n 40000 muziekliefhebbers van ‘alle’ leeftijden. Elk beleeft het op z’n eigen manier. Als we de affiche erbij nemen stellen we vast dat de overgrote meerderheid van de artiesten al eens te gast waren bij de grote broer Rock Werchter. Meer dan andere jaren lijken beide festivals elkaar te vinden maar toch blijft het publiek een wereld van verschil. Een overzicht:

Motor
Terwijl de wei langzaam vulde, stond Motor klaar om de aanwezigen eens stevig wakker te schudden. Het Frans/Amerikaans duo kon al rekenen op heel wat airplay van grotere bands, want ze trokken op tournee met Kraftwerk en Depeche Mode, niet slecht voor een opkomend beloftevol bandje. Liefst worden ze vergeleken met T. Raumschmiere of Alter Ego. Oliver Grasset, de ene helft van Motor, staat niet weigerachtig om te verhuizen naar Berlijn, de bakermat van de hedendaagse techno. Pompende beats met stevige percussie, goed voor de echte fans maar te heavy voor de doorsnee bezoeker van TW Classic. Een band die beter tot z’n recht kwam op de ‘I Love Techno’ versions, zoals drie jaar terug. De elektrobeats pasten alvast beter binnen deze outfit.

Tom Helsen
Tom Helsen op z’n beurt, was de enige Belgische artiest van deze editie. Zijn catchy popsongs mogen dan voorspelbaar klinken, steeds krijgen ze een extra dimensie door de spanning en variatie. Hij kleurt z’n werk door boeiende samenwerkingen met Geike Arnaert en Regi. Swingende nummers zoals het openingsnummer “Sun in her eyes” en “Longface” worden mooi afgewisseld met de romantische pop van “Change yourself” en de eerste single “Slowly”. Een gezapige set van een man die een tweede keer op TW Classic te zien was.

Duffy
Vorig jaar stond deze dame nog in de tent van Rock Werchter. Ze maakte een zelfverzekerde indruk. De dame met de fluwelen stem overheerste de weide en overtuigde op jong en oud. Het is weinigen gegeven om op zo’n jonge leeftijd en op zo’n korte tijd haar stempel te drukken op de hedendaagse hitlijsten. De debuutplaat ‘Rockferry’(2008) behoort tot één van de ontdekkingen. Het optreden van deze Welse soulpopdiva was uiterst volwassen met songs als “Warwick Avenue” en haar eerste single “Mercy”.

Keane
Het Britse Keane onder Tom Chaplin heeft totnutoe drie albums uit en kende al heel wat ups en downs. Gelouterd uit de strijd staan ze er terug sinds vorig jaar. Het siert hen dat ze de eenvoud blijven bewaren. Chaplin en C° speelden vol overgave en enthousiasme. Keane heeft ondertussen al een aardige singlecollectie uit van “Everybody’s Changing” en “Somewhere only we know” van hun debuutplaat ‘Hopes and Fears’ en “Is it any wonder” en “Crystal Ball” van hun tweede album ‘Under the iron sea’. Je hoort op hun laatst verschenen plaat ‘Perfect Symmetry’ een breder concept met synthesizer en gitaar. Keane klonk fris en emotievol en was verantwoordelijk voor het eerste echte hoogtepunt van TW Classic met een verbluffende eenvoudige set.

Moby
Op 1 jaar tijd gaat ook Moby van Rock Werchter naar TW Classic… Moby heeft door de jaren heen een ijzersterke live reputatie opgebouwd en is overal een graag geziene gast. Het begon in de jaren ’90 allemaal met de wereldhit “Go”, wat meteen één van de hoogtepunten was van de ‘Best of’ set! Hij wisselde rustige momenten van “Why does my heart” af met de ‘real’ poprock van “ That’s when I reach for my revolver”. Een springende en dansende Moby herkenden we aan de songs met techno en house invloeden, aangevuld met percussie, drums en een prachtige zang van Joy Malcolm op “Lift me up” en “Feels so real”, die het festivalterrein deden daveren … Maar ook Moby zelf kon aardig zingen op “Raining Again”. Overtuigend als festivalact!

Depeche Mode
Headliner voor TW Classic 2009 was, net zoals drie jaar terug op Rock Werchter, weggelegd voor het trio uit Engeland, Depeche Mode. De laatste weken was er heel wat te doen rond zanger David Gahan die door ziekte een pak concerten van hun ‘Tour Of The Universe’ moest cancellen. Maar Gahan was goed hersteld en kon aantreden. Heel wat fans uit binnen- en buitenland die een eerder concert al misliepen, zakten massaal af naar Werchter wat duidelijk te merken was vóór en na het optreden. De mede grondleggers van de huidige elektropop kregen twee uur om hun nieuw werk af te wisselen met vroegere successen. Het tweede nummer was meteen raak, “Wrong” uit hun nieuwste album ‘Sounds of the universe’. Toch was het begin passief, wat voor de neutrale fan geen verhoopt succes was. Later ging het de goede richting uit met o.a. “Enjoy the silence” en “ Walking in my shoes”. Een dansende weide zoals bij Moby hebben we tijdens de set van Depeche Mode niet gezien. Een concert dat in zaal misschien nog meer tot z’n recht zal komen … op 23 januari meerbepaald, want dan is Depeche Mode te gast in het Antwerpse Sportpaleis.

Basement Jaxx
Het speeltje van Felix Buxton en Simon Ratcliffe is Basement Jaxx genaamd. Carnaval laat op het jaar omschrijven we het. Op tien jaar tijd heeft deze leuke band een reputatie opgebouwd van energieke, opzwepende, prettig gestoord gekte …Een terechte keuze dat zij nét TW Classic mochten afsluiten in partystemming. Door de jaren bracht het duo al heel wat gekende singles. De toch wel uitgedunde weide ging uit de bol op nummers als “Good luck”, “Oh my Gosh”, “Where’s your head at?” en “Red alert”. Een akoestische versie van “Romeo” was best te pruimen. Niet alleen eigen werk hoorden we, maar met plezier graaiden ze in hun platenbak, waaronder een herbewerking van “She’s a maniac” en werk van Gwen Stefani en Kings Of Leon (“Sex on fire”). Een uitmuntende live-band die overal en door iedereen geproefd en goed bevonden werd.

TW Classic 2009: een geslaagde editie met ongeveer 40.000 festivalgangers die verschillende leuke deuntjes als souvenir meenamen en een litertje bier konden verzetten …

Organisatie: Live Nation

TW Classic 2009: Round Up

Geschreven door

TW Classic 2009 was een fantastisch festival met 40.000 zeer feestende bezoekers. Zomerweer bleef uit. Fris voor de tijd van het jaar maar het was wel droog boven Werchter.
6250 festivalgangers kozen het openbaar vervoer om naar TW Classic af te zakken. De medische diensten verzorgden 250 personen. Zes van hen werden naar het ziekenhuis afgevoerd waaronder één kritiek zieke patiënt.

Gefundeerde review volgt …

Buju Banton

Uitzinnige ragga riddims van master Buju Banton

Geschreven door

Buju Banton (geboren als Mark Myrie, 1973-Kingston) heeft er reeds een lange carrière opzitten. Reeds op 16 jarige leeftijd debuteerde hij als DJ in de dancehall scène. Toen Shabba Ranks, de toonaangevende ragga DJ uit de eighties, een platencontract tekende voor Epic, concentreerde hij zich meer op de Westerse markt. Zijn plaats in Jamaica werd direct ingenomen door Buju Banton, die de toonaangevende stem werd van de jongeren uit de ghetto's.
Zijn eerste hits scoorde hij op het Penthouse label, zoals "Love Black Woman" en "Big it up". Een keerpunt in zijn carrière was de plotselinge dood van zijn vriend Pan Head, die neergekogeld werd (wat wel meer gebeurd met DJ’s uit de ghetto's van Jamaica). Hierover componeerde hij het nummer "Murderer". Langzaam aan bracht hij meer diversiteit in zijn muzikale output, en integreerde hij reggae elementen in zijn muziek. Hoogtepunten uit zijn carrière zijn ‘Til Shiloh’ uit 1995 en ‘Too Bad’ uit 2007, een dancehall meesterwerk.

In de Vooruit te Gent werd hij begeleid door de Shiloh Band, die onmiddellijk een paar Studio One riddims de zaal invlamden, zoals Stalag (origineel van The Techniques ) en Real Rock (origineel van The Soul Vendors). Dit gevolgd door een mix van dancehall, ragga, ska enzovoort. Het opvallende van deze Band was dat ze perfect 50 jaar reggae invloeden in hun stijl verwerkten. Daarna werden we verder opgewarmd door de achtergrondzangeressen die sensueel heupwiegend een selectie brachten van reggae classics zoals "I'm still in love with you" van Alton Ellis en "No No No" van Dawn Penn. Daarna brachten Delly Ranx en New Kidz ons definitief in the mood voor de hoofdact van de avond, Buju Banton.
Buju trok meteen fel van leer met "Me & Ounu”, “Your Night Tonight” en Nothing" uit zijn album ‘Too Bad’. Dit energiek optreden ging zo nog anderhalf uur verder, dit met een mélange van hits "Destiny”, “Murderer”, “Untold stories”, uitzinnige ragga riddims en enkele nummers uit zijn nieuwe cd ‘Rasta got soul’ (die overigens een waardige opvolger is van ‘Til Shiloh’).
Na ruim twee heftige uren kwaliteitsmuziek in zijn genre verlieten we net als de band en de zanger uitgeput en bezweet maar uiterst tevreden de Vooruit te Gent.

Interessante web sites: reggae-vibes. com, jamrid.com (riddims) en bujubanton.net

Organisatie: Democrazy, Gent

Eagles

Eagles strijken statig en harmonieus neer in het Sportpaleis

Geschreven door

Glenn Frey, Bernie Leadon, Randy Meisner en Don Henley fungeerden in 1971 even als begeleiders van Linda Ronstadt maar datzelfde jaar nog sloten ze met David Geffen een contract om onder zijn vleugels een plaat uit te brengen op zijn nog op te richten label Asylum Records. Als groepsnaam werd gekozen voor Eagles en wat daarna volgde, is muziekgeschiedenis. Miljoenen verkochte platen, diverse nummer 1 hits (waaronder een onvervalste klassieker als “Hotel California” uit het gelijknamige album), een opname in de Rock And Roll Hall Of Fame, 6 Grammy Awards en zo kunnen we nog een tijdje doorgaan, zorgden ervoor dat deze Amerikaanse rockgroep zonder twijfel een van de succesvolste bands ooit genoemd kan worden.

De ontelbare ups werden echter ook geregeld afgewisseld met heel wat downs, gaande van muzikale meningsverschillen, egotripperij tussen Henley en Frey tot - onvermijdelijk samengaand met succes – geldkwesties. Dit gaf aanleiding tot diverse personeelswissels. Bernie Leadon verliet zelf de groep in 1975 en werd vervangen door Joe Walsh (onder meer ex-James Gang), Randy Meisner deed hetzelfde in 1977 en zag op zijn beurt zijn plaats ingenomen worden door Timothy B. Smith (die Meisner overigens ook al verving bij Poco), terwijl de in 1974 ingelijfde Don Felder in 2001 via een ontslag gedwongen werd op te stappen.
De diverse strubbelingen werkten ook nefast in op de artistieke kwaliteiten en aldus werden de Eagles tussen 1980 en 1994 gewoonweg op hold gezet. Nadien volgden enkele reünietournees maar echt verbazen deden ze in 2007 door als een feniks uit de as te herrijzen en 28 jaar (!) na hun vorig plaat met een nieuw dubbelalbum op de proppen te komen: ‘Long Road Out of Eden’. Het resultaat was noch vernieuwend noch wereldschokkend maar het betrof wel een werkstuk dat gerust bijzonder degelijk genoemd mag worden en alleszins wederom genoeg inhoud had om zonder moeite de verkoopcijfers en de inkomsten duizelingwekkend te doen toenemen.
Ook de daaraan gekoppelde, gelijknamige wereldtournee volgde tot dusver duidelijk dit voorbeeld en in dat kader stonden afgelopen donderdag Frey, Henley, Walsh en B. Smith te musiceren in een volgeladen Antwerps Sportpaleis. Er werd vooraf aangekondigd dat behalve nummers uit ‘Long Road Out of Eden’ ook heel wat klassiekers de revue zouden passeren en het mag dan ook niet verbazen dat vooral plus veertigers en vijftigers massaal in de zaal vertegenwoordigd waren.

Iets voor 20u45 verschenen de groepsleden in keurig zwart maatpak, wit hemd en zwarte das op het podium en werd de set ingeleid met drie nummers uit het recentste album, meer bepaald “How Long”, geschreven door J.D. Souther (die voor de Eagles ook de hits “Best of My Love”, “Victim Of Love”, “Heartache Tonight” en “New Kid In Town” neerpende), “I Do Not Want To Hear Anymore” (hoofdvocalen Timothy B. Smith) en “Guilty Of The Crime” (met Joe Walsh die meteen een eerste keer de lont aan het vuur stak als zanger en vooral als snedig gitarist, terwijl Michael Thompson op keyboards aan de song extra sturing gaf).
Daarna was het moment aangebroken om terug te blikken op het verleden en op de hits. Als vierde nummer kwam namelijk meteen al de klepper “Hotel California” (uit het gelijknamige album uit 1976) ingeleid door een prachtig stukje trompet bespeeld door Bill Armstrong, aan bod. Op de achtergrond prijkte op het grote beeldscherm de zo kenmerkende cover van het album en de ‘Doubleneck’ gitaar bespeeld door Steuart Smith maakte het plaatje compleet. Of toch weer niet want misschien werd dit nummer iets te vroeg op de setlist geplaatst. Vaststelling was dat drummer/zanger Henley nog niet super op dreef was en duidelijk moeite had met de hoge tonen. Hij maakte dit evenwel helemaal goed met het countrygetinte “Peaceful Easy Feeling” en vooral met “Witchy Woman” (beiden uit ‘Eagles’, 1972). Frey voegde er hierbij aan toe dat dit al een erg oude song betrof, getuige het feit dat de tekst ervan werd geschreven toen de Dode Zee alleen nog maar ziek was, en vermeldde ook dat dit nummer dateerde uit de satanic country-rock fase van de groep (ingestudeerd grapjes die hij al meermaals vertelde overigens). Frey zong daaropvolgend zeer goed op “Lyin' Eyes” (‘One Of These Nights’, 1975), mooi en harmonieus aangevuld door de overige groepsleden.
Het wisselvallige album ‘The Long Run’ uit 1979 was in het eerste deel van het programma  vertegenwoordigd door drie nummers, het (te) zoetig door B. Smith gezongen “I Can Not Tell You Why” dat niet alleen op plaat maar nog meer live volledig in contradictie staat met het door Joe Walsh gezongen “In The City” waarvan deze versie donderdag werd voorzien van een stevige intro. Het vormde meteen een geschikt moment waarop Walsh zijn virtuositeit op gitaar kon demonstreren en hij kon daarbij rekenen op een strakke en soulvolle blazerssectie. Diezelfde blazers gaven ook “The Long Run”, gezongen door Henley, extra kracht. Ondertussen kregen we “The Boys Of Summer” voorgeschoteld, een solonummer van Henley dat door een sanering van teveel keyboardgeluid live nog beter voor de dag kwam dan op plaat.

Na een pauze van ongeveer twintig minuten was de zaal getuige van het feit dat er nog geen sleet zit op de zo kenmerkende vocale harmonieën van de Eagles. Frey, Henley, Walsh en B. Smith hadden plaatsgenomen op barstoelen en werden vooraan geflankeerd door Smith die op enkele meters afstand met gitaar in de aanslag opgesteld stond. Ze lieten het a capella gezongen “No More Walks In The Wood” naadloos overgaan in een erg mooi “Waiting In The Weeds” (mede door piano van Will Hollis en secure gitaarpartijen van steunpunt Stuart Smith). Samen met door Frey gezongen “No More Cloudy Days” (met de Nederlander Christian Mostert solo op sax) vormden ze een bijzonder fraai drieluk uit ‘Long Road Out of Eden’. Een staalkaartje van samenzang werd ook nog afgeleverd via het door B. Smith gezongen “Love Will Keep Us Alive” (uit ‘Hell Freeze Over’, 1994) en door middel van “Take It To The Limit” (uit ‘One Of These Nights’, 1975) waarbij Frey de hoofdvocalen voor zijn rekening nam.
Het dubbelalbum ‘Long Road Out of Eden’ werd nog eenmaal aangesneden via een minutenlange versie van het titelnummer dat mede door fraaie woestijnbeelden, een knappe intro, Walsh op een knalrode gitaar en een immer uitmuntende Smith tot een hoogtepunt van de avond mag gerekend worden. Het publiek zat op het puntje van de stoel (er waren geen staanplaatsen) en genoot. Een erg luid applaus was dan ook zijn plaats.
Walsh mocht zich - baserend op eigen werk – driemaal stevig rockend in de kijker spelen via “Walk Away” (uit het album ‘Thirds’ van James Gang uit 1971), een pompende “Funk # 49” (uit ‘James Gang Rides Again’ van James Gang uit 1970) en “Life's Been Good” (terug te vinden op ‘But Seriously Folks’ een soloplaat van Joe Walsh uit 1978). Hij werd telkens geruggensteund door de blazerssectie. Tijdens dit nummer dat door de grimassen trekkende Walsh werd aangekondigd als een oud nummer en mede door zijn eigen gezegende leeftijd daardoor als een goedwerkende combinatie te beschouwen is, droeg hij een petje met daarop een camera bevestigd zodat het publiek gefilmd kon worden. Het was meteen één van de entertainmomenten van de avond en het maakte ook duidelijk dat Frey en Henley voor vele fans de meest gerespecteerde leden van de Eagles zijn, maar Walsh wellicht de meest geliefde van het gezelschap is. Het spottende “Dirty Laundry” uit Henley’s soloalbum ‘I Can’t Stand Still’ uit 1982 en voorzien van bijzonder grappige, geprojecteerde beelden uit de sensatiepers en roddelbladen waarbij de bandleden een fictieve rol toebedeeld kregen, kon daar niks aan verhelpen.
We hoorden ook nog een mooie versie van het onverwoestbare “One Of These Nights” (‘One Of These Nights’, 1975) met die zo kenmerkende intro waarna uitvoerig de tijd genomen werd om alle groepsleden voor te stellen, een rockende “Heartache Tonight” (‘The Long Run’, 1979) en “Life in the Fast Lane” (‘Hotel California’, 1976) dat zo een ZZ Top nummer zou kunnen zijn en waarbij de blazerssectie opnieuw een groot deel van het laken naar zich toe trok en Walsh zijn gitaar lekker liet gieren.
De groep werd getrakteerd op een staande ovatie, verliet nadien het podium om enkele minuten terug te komen voor twee bisnummers: “Take It Easy” (Eagles, 1972) en een door Frey ingetogen gezongen “Desperado” (‘Desperado’, 1973) voorzien van een mooie piano intro.
De Eagles stonden ruim twee en een half uur te musiceren, brachten vakkundig en stijlvol 26 nummers waarmee ze aantoonden hun plaats op een podium nog meer dan waardig te zijn zonder daarbij een persiflage van zichzelf geworden te zijn.

Voor vernieuwingen, onverwachte wendingen en improvisaties is men als toeschouwer bij de Eagles aan het verkeerde adres: in tegenstelling tot artiesten als Bob Dylan of Bruce Springsteen waarbij de groepsleden worden verondersteld alle nummers instant en onverwacht te kunnen spelen, wordt tijdens de gehele wereldtournee van de Eagles van de setlist nauwelijks of zelfs gewoonweg niet afgeweken. Ook de bindteksten en dito grappen zijn steeds dezelfde en duidelijk voorgeprogrammeerd, terwijl het gehele gebeuren een toonbeeld is van vooraf ingestudeerde synchronie (denken we maar aan het gelijktijdig uittrekken van de kostuumjasjes). Is dit een minpunt? In dit geval niet want de fans verwachten al lang geen drastische omwentelingen meer van een groep die niks meer te bewijzen heeft en kan teren op de megasuccessen van zowat dertig jaar terug.
We wensen hen een behouden vlucht.

Setlist: How Long, I Don't Want To Hear Any More, Guilty Of The Crime, Hotel California, Peaceful Easy Feeling, I Can't Tell You Why, Witchy Woman, Lyin' Eyes, The Boys Of Summer, In The City, The Long Run
No More Walks In The Wood, Waiting In The Weeds, No More Cloudy Days, Love Will Keep Us Alive, Take It To The Limit, Long Road Out Of Eden, Walk Away, One Of These Nights, Life's Been Good, Dirty Laundry, Funk #49, Heartache Tonight, Life In The Fast Lane
Take It Easy, Desperado

Organisatie: Live Nation

 

Live Nation concert: Depeche Mode

Geschreven door

DEPECHE MODE
TOUR OF THE UNIVERSE 2009-2010
SPORTPALEIS, ANTWERPEN
ZATERDAG 23 JANUARI 2010 – 20u30
Het Britse trio Depeche Mode is de trotse eigenaar van een van de mooiste en merkwaardigste succesverhalen uit de muziekgeschiedenis. Een boysband met synthesizers groeit uit tot wegbereider en referentie. Depeche Mode is de eerste elektronische band die voetbalstadions weet te vullen en door rockfans wordt omarmd. Debuut “Speak & Spell” verschijnt in 1981. Single “Just Can’t Get Enough’ levert de doorbraak en een dikke hit op. Heel groot worden ze dankzij “Music for the Masses” (1987) en “Violator” (1990). Het “winning team” (Depeche Mode + Corbijn + topproducer Flood) maakt ook ‘Songs Of Faith And Devotion’ (1993). Het album komt overal in de wereld op 1 binnen. De tol van de roem is hoog. Alan Wilder verlaat de groep, Dave Gahan rekent af met verslavingen. De sobere en grimmige voltreffer ‘Ultra’ (1997) vertelt er uitgebreid over. Toch kampt de groep met een mindere periode. Met ‘Playing The Angel’ (2005) zwengelen ze de machine echter gezwind weer aan. Het 11de studioalbum van de groep is het eerste waarop Gahan als tekstschrijver staat vermeld. De daaropvolgende tournee brengt hen naar een pak nieuwe landen (Roemenië, Bulgarije,...) en oude bekenden (Rock Werchter).  Het nieuwe ‘Sounds Of The Universe’ (2009) gaat door op het elan van zijn voorganger. Volgens de groep is het hun strafste en meest diverse album in lange tijd.  Hun ‘Tour of the Universe’ brengt Depeche Mode vanavond naar TW Classic. En de toernee krijgt een vervolg! Op zaterdag 23 januari geven Gahan, Gore en Fletcher present in het Sportpaleis in Antwerpen. De voorverkoop start komende dinsdag!
Info & tickets :
Ticketprijs: 50 euro – 40 euro – 36 euro (excl. reserveringskosten)
De tickets kunnen vanaf dinsdag 23 juni om 8u gereserveerd worden via
Proximus Go For Music : 0900 2 60 60 – www.proximusgoformusic.be
Per persoon kunnen maximaal 6 tickets worden aangekocht.
Artistinfo :
Website: www.depechemode.com
Record Company: EMI
Album: “Sounds of the Universe”

Info: www.livenation.be

De Fanfaar

Zonder Compasse

Geschreven door

Volgens sommige bronnen is dit ‘Queens Of The Stone Age in het Brussels’. Komaan zeg, wat meer respect voor de Queens hé! Groot was mijn ontgoocheling want dit is de zoveelste dialect plaat uit arm Vlaanderen.
Volgens hun bio starten de gebroeders Jeroen en Sybren Camerlynk een zijproject. Ze wouden rustige liedjes schrijven die ze niet kwijt konden in hun toenmalige metalband. Er werd nog een drummer gezocht: Tom Ramboer en een extra gitarist: Sam Janssens (Toendra,Trezmil,..). Na drie maanden repeteren startten ze al met de Vlaamse podia af te schuimen. In 2005 waren ze zelfs geselecteerd voor de Nekkawedstrijd,waar ze verrassend de finale halen. Verder hebben ze verschillende Vlaamse rockers als Gorki,’t Hof van Commerce en Raymond verblijd met een voorprogramma. In 2007 verscheen dan hun eerste single “Adieu” (opgenomen in de MM studio, met producer ward Neirynck (Stash, Tom Helsen, …)). In 2008 wonnen ze ook de Nederpopprijs.
Wat mij betreft waren er maar twee nummers die konden bekoren, “Armand Pien” en de bonustrack en remix van hun single “Adieu”. Verder vind ik het album even ranzig als de fotomodellen op hun cd-hoes, maar de Vlaamse kleinkunst en rockwereldje zien het wel zitten met De Fanfaar …
Om te kunnen tippen aan Gorki, ‘t Hof van Commerce, Raymond, De Nieuwe Snaar of Hugo Matthijsen mankeren ze nog veel Ballen… Maar over smaak mag men niet redetwisten.

Meer info bij volgende links: http://www.defanfaar.be of http://www.myspace.com/defanfaar

Nomad

Cats and Babies

Geschreven door

Na zijn debuut ‘Lemon Tea’(Hue 2006) volgt een melodieuze opvolger ‘Cats and Babies’. Een tamelijk toegankelijk en onschuldig album! Het grote verschil met zijn debuut is dat de songs door een meer natuurlijke beat werden ondersteund ipv programming. Vooral de piano geeft een breekbaar geheel en zorgt voor een portie gevoeligheid. Zelf zegt Nomad, alias Ruben Kindermans, dat de teksten zeer persoonlijk zijn: “Op mijn 27ste wordt verondersteld dat mijn jeugd over is en ik nu volwassen moet worden…” aldus Kindermans.
De songs zijn inderdaad een nostalgische trip, een ode aan de kindertijd  en jeugd van de man. De sound mag worden gelinkt aan een jonge Neil Young, vooral dan “Little Man”, “Shaping The Clouds” en “The Lake”.
Het album vormt de ideale achtergrond om op een zomerse zondagavond met een lekker gekoeld drankje te mijmeren over vervlogen (gelukkiger) tijden.

Info op http://www.myspace.com/homesicknomad

Fucked Up

The chemistry of common life (2)

Geschreven door

Een jong Canadees zestal komt aandraven met stevig opgefokte hardcore, punk, stoner/rock ‘n’roll en psychedelica. We horen een resem explosieve songs onder de schreeuwerige vocals van zanger Pink Eyes (in de beste traditie van Sick of it All), evenzeer ondersteund door backing vocals van dezelfde leest, als op “Son of the father”, “Magic world” en “Days of the last”. Vaardige, snedige en stuwende riffs, opzwepende drums en bezwerende toetsen bepalen de song. Ook slagen ze erin de songs te laten aanzwellen door repetitief opbouwende en broeierige ritmes, “Crooked head”, “No Epiphany”, “Black albino bones” en de titelsong.
Het zijn allemaal aanwijzingen dat de band het genre naar een rijker niveau tilt. Een knipoog naar de oude stonerbands, Black Flag en Sonic Youth. En het Canadese gezelschap heeft al materiaal genoeg voor een volgend plaatje …

Loney, dear

Dear John

Geschreven door

Loney, dear biedt Scandinavische weemoed van dromerige, sfeervolle romantische indiepop, die lieflijk, ingetogen, hartverwarmend, uptempo en vrolijk klinkt. Deze sympathieke band onder de vriendelijke zanger/gitarist Emil Svanängen, is toe aan de derde cd, ‘Dear John’; de frisse rock en de zalvende elektronica komen meer op het voorplan, zonder in te boeten aan hun fijn opgebouwde, subtiele melodielijn. Songs als “Airport surrondings”, “Harsh words”, “Under a silent sea”, “Summers”, “Distant lights”, “Violent” en de titelsong passen mooi binnen dit kader, wat wil zeggen kwalitatieve schoonheid van aanzwellende partijen, toetsen, orkestraties, blazers en een prachtige samenzang (= hemels gevoelige, dromerige vocals). Een paar songs worden sober en intiem gehouden, “I got lost” en “Harm/slow”.
’Dear John’ is een uiterst genietbare plaat, die, toegegeven, toegankelijk en eenvormiger klinkt dan de twee vorige. Maar het is een plaat die zich een weg baant naar een breder publiek, die zich kan laten inpakken door de sprankelende, tedere pop.

Various Artists

War Child: Heroes

Geschreven door

’War Child Heroes – in support of the real heroes – children who live with the brutal effects of war …’.
’War Child: Heroes’ is een prestigieus goed doelproject, waar voor elk wat wils terug te vinden is, en waarbij de schrijvers van de gecoverde nummers zelf de artiesten mochten uitzoeken. We noteren toch een handvol uitschieters binnen het behoorlijke aanbod (van 15 songs): De glitterdisco van Scissor Sisters op Roxy Music’s “Do the strand”, “Straight to hell” van The Clash krijgt een frisse trippopduik door Lilly Allen ft Mick Jones, Elbow komt aandraven met een schitterende versie van U2’s “Running to stand still” (sober, ingetogen en opbouwend) en Hot Chip dompelt de dark wave van Joy Division’s “Transmission” onder in Caribische geluidjes. Tot slot overtuigen de versies van Bruce Springsteen’s “Atlantic City” door The Hold Steady en van de Yeah Yeah Yeah’s op The Ramones “Sheena is a punk rocker”, songs die deze bands op het lijf waren geschreven.
’War Child: Heroes’ is alvast een leuke collectoritem van bands die deze songs gerust op hun livegigs mogen spelen …

Placebo

Battle for the sun

Geschreven door

Placebo is al jaren een vaste waarde in de alternatieve muziekscène. Toch was het voortbestaan van de Britse band ernstig bedreigd. Er waren tal van onderlinge conflicten, waardoor er vrijwel geen communicatie meer was tussen de bandleden. Ze groeiden uit elkaar. Dat vertaalde zich ook naar het ietwat tegenvallende album 'Meds' uit 2006 en naar futloze concerten. De drummer Steve Hewitt verliet de band en Steve Forrest nam zijn plaats in. Ze huurden Dave Bottrill in, die vooral bekend is van Tool. Het trio besloot zelfstandig in te staan voor de plaat. Gelukkig zijn die veranderingen er gekomen, want met 'Battle for the Sun' leveren ze een klein meesterwerkje af en is misschien wel het beste album dat ze tot nog toe hebben uitgebracht. Elf snoeiharde rocknummers sieren het album, hier en daar wat opgesmukt met strijkers, blazers en synths. Zanger Brian Molko klinkt als vanouds, doch ietsje opgewekter dan anders. De beste liedjes zijn “Asthray Heart” (hun eerste bandname voor ze zichzelf omdoopten naar Placebo), “Happy You're Gone”, “Breathe Underwater” en de huidige single “For What It’s Worth”. Eigenlijk vallen er nergens mindere nummers te bespeuren, wat van ‘Battle for the sun ‘ een topplaat maakt …

ZZ Top

ZZ Top of ZZ Flop?

Geschreven door

In Vorst zullen ze het geweten hebben. Geen eendagsvlieg uit de hitlijsten. Maar een recht aan toe confrontatie van het legendarische Texaanse ZZ Top. Die al ettelijke decennia hun goed geoliede machine weten draaiende te houden met stevige rock en blues. Het publiek, een allegaartje van leeftijden, had zich van te voren kunnen opwarmen aan het sterke Hasseltse Drive Like Maria. En dat ging uiteraard gepaard met de nodige bekers gerstenat .

Gehuld in zwart pak, dito zonnebril en hoed braken de veteranen Billy Gibbons en Dusty Hill het ijs met “Got me under pressure”, voortstuwend op de strakke drumlijn van Frank Beard. De fans lusten er pap van. En meteen volgde de ene klassieker de andere op.. Een half uur later werd in het zwoele “Cheap Sunglasses” nog eens duidelijk waarom Gibbons een begenadigd gitarist is. Het nummer ging lekker, doch niet al te hard vooruit als bij een achttien wieler en schakelde bij momenten verontrustend hard in de bochten. Net daar bewees Gibbons met mooi solowerk terug zijn staat van dienst. In de laatste strofe jongleerde Dusty met wat tonica akkoorden. Waarop Gibbons zijn Miss Pearly Gates trachtte te temmen door haar snarenwerk te schrobben tegen zijn gitzwarte broek. Waarin hij ook slaagde.
Het gevaarte kwam zonder al te veel weerwerk mooi tot stilstand. En zo hoorde het ook.
Maar er lag nog veel asfalt en de manier waarop dat rubber aan flarden gereten moest worden, kon haast niet sneller gebeuren dan met de inzet van Muddy Waters’”Catfish Blues” en Jimmy Hendrix’ “Foxy Lady”. Beide songs werden vlekkeloos gecoverd. Maar de olie die het handeltje de weg ophield. Kwam wellicht uit die zelfde al 39jaar stuwende machine en kon naar mijn oordeel best wel eens vervangen worden. Want vooral in “Foxy Lady” miste het nummer de kracht en spontaniteit van het origineel. Hopelijk is dit slechts een klein opstakel in een adembenemende anderhalf uur durende rit.
Voorlopig nog geen nieuwe nummers te bespeuren. Voor hun doorbraakhit “Gimme all your lovin’” stuwden ze het stugge “I Got Paid” door de speakers. Waarin Gibbons zijn slidegitaar tot leven bracht Dusty letterlijk heel hard op zijn bas zat te rammen en Beard vanachter zijn indrukwekkende dubbele basdrumkit (met ellipsvormig rack) het tempo opdreef. Waardoor dit nummer terug leven in de brouwerij bracht. Het publiek hield ervan. Vervolgens speelden ze “Sharp Dressed Man”, “Legs” en “Tube snake Boogie”. Maar nog steeds geen verbrand rubber. De routine had zich meester gemaakt van de machine of toch vooral van Frank Beard. Want alleen een strak spel nodigt niet uit tot meer. Naar het einde toe nog werden nog steeds geen nieuwe nummers gespeeld. Wetende dat er een nieuwe plaat in zicht is. Maar niet getreurd. De Texanen gingen voort op hun elan en eindigden de show in schoonheid met alweer 2 grote kanjers “La Grange” en “Tusk”.

Kortom van niks te weinig. Maar ook van niks te veel ging ik met opgeheven hoofd en brede glimlach naar huis. Nice!

Review livegig van 12.06

Organisatie: Live Nation

Yo La Tengo

Yo La Tengo: Freewheeling Yo La Tengo

Geschreven door

Yo La Tengo heeft al twintig jaar een eigen unieke kijk op de gitaarpsychedelica, met groepen van toen: 11 th Dream Day, Seam, Flowerhead, The Wedding Present, Firehose, The Fall en Slint; een muzikaal verkenningspad van een poppy dromerig, sfeervol en loungy geluid tot een bedreven, noisy sound in een tapijt van fuzz en distortion. Avontuurlijk, boeiend en intrigerend.
Het drietal uit Hoboken, NYC, Ira Kaplan (gitaar), vrouwlief Georgia Hubley (drumster, knipoog naar Moe Tucker van V.U.) en Jamers McNew op bas hadden vanavond een speciale formule klaar: ze speelden een semi-akoestische set van hun oeuvre in een soort persconferentiestijl, waar het zittende publiek allerlei vragen kon stellen over hun rijkelijk gevulde carrière, samenwerkingen, ervaringen over filmsoundtracks (o.a. ‘The sounds of the sounds of science’), kennis van Belgische bands, ontmoetingen met andere artiesten (waaronder Rollins/Black Flag, Daniel Johnston) tot zelfs vragen over de Simpsons.

’Freewheeling’ Yo la Tengo staat voor een geheel aan shows van muzikaal entertainment, die ze in de VS regelmatig doen door hun songs spaarzaam te begeleiden. Het is ‘Talking - Enjoying – Playing’. Hierin zitten er geen requests, maar de ‘vraag- antwoord’ vorm werd telkens met een song getrakteerd. In september verschijnt het nieuwe werk; in het begin van de ruim anderhalf uur durende set kregen we enkele intens sfeervolle songs te horen. In het tweede deel van de set klonk de band krachtiger door een repetitief basspel, een ietwat fors klinkende drums en Ira, die eens kon loos gaan op z’n akoestische en elektrische gitaar, waarbij hij vanuit z’n stoel de pedaaleffects stevig kon indrukken of het geluid vervormde tegen z’n versterker!
We hoorden prachtversies van “Big day coming”, “Pass the hatchet, I think I’m good kind”, “What can I say”, “Sugarcube”, “Mr Tough” en “This is YLT”. De afwisselende zang en de samenzang sierden het geheel.
Ze breidden er nog een uitgebreide bis aan met een sober en elegant “Speeding motorcycle” - btw jarenlang geweerd in de setlist, maar … op verzoek nu toch wel gespeeld, Lou Reed’s “Best friend” en het intiem pakkende “I feel like going home”.

Een enthousiaste band en een nieuwsgierig publiek: een los ontspannende formule en interactie die niemand onberoerd liet, en een sterke respons opleverde.

Organisatie: Botanique, Brussel

ZZ Top

ZZ Top: zompig en onverwoestbaar

Geschreven door

De inmiddels al ietwat grijzere baarden van ZZ Top deden voor een uitverkocht en bijzonder enthousiast Vorst Nationaal wat van hen verwacht werd. De blues en boogie spelen, hard en zompig en zonder franjes. Billy Gibbons en Dusty Hill (beiden gans het optreden met zonnebril, zwart pak en Texas-hoed) hielden het showgedeelte beperkt tot enkele synchrone pasjes en een video wall met fijne projecties en clips. De heren zingen na al die jaren nog behoorlijk snedig en Gibbons’ gitaarspel blijft indrukwekkend, er zit hoegenaamd nog geen sleet op die immer bruisende en rokerige totaalsound.

De setlist kwam geheel uit de seventies en natuurlijk uit hun kanjer “Eliminator” uit ’83, zo speelden ze het ijzersterke trio “Gimme al your lovin’”, “Sharp dressed man” en “Legs” in één ruk na elkaar op het einde van de set, met de bijbehorende videoclips op de achtergrond, u weet wel, met die wulpse dames en de legendarische rode ZZ Top mobiel. Zelfs de witte wollen gitaren werden bovengehaald tijdens “Legs”.
Het optreden was al spetterend van start gegaan met een stuwend “Got me under pressure” en het even onvermijdelijke als wonderlijke duo “Waitin’ for the bus” en “Jesus just left Chicago”. Van dan kon het al niet meer stuk en de krasse knarren beukten op dit tempo verder gedurende anderhalf uur. Tussen de sterke seventies klassiekers door, waarvan een beestig “Just got paid” tot onze favoriet van de avond werd bekroond (die heerlijke slidegitaar !!), drenkte het trio zich verder in de blues via twee nieuwe songs (nou, nieuw, eentje ervan was een Muddy Waters cover) waardoor wij een vermoeden krijgen dat de nieuwe plaat (met Rick Rubin achter de knoppen!) wel eens een aardig stukje roots en retro zou kunnen worden. De Hendrix klassieker “Foxy Lady” kreeg een geweldige beurt en de absolute krakers werden netjes tot op het eind gehouden.

ZZ Top biste met de gemene boogie-lap “Tubesnake boogie” en ontplofte volledig met een lange versie van -uiteraard- “La Grange” (met een gloeiend stuk “Bar-B-Q” in verwerkt, nog zo een kraker van het eerste uur) en een wild “Tush” er onmiddellijk achteraan. Een bruisend einde van een geweldig avondje stomende hard-rock, boogie en blues.

Organisatie: Live Nation

New York Dolls

Cause I sez so

Geschreven door

Spreken we eigenlijk nog van de New York Dolls als er maar twee oorspronkelijke groepsleden meer in leven zijn, namelijk Sylvain Sylvain en David Johansen ? Waarom niet ? Bij Lynyrd Skynyrd zijn er inmiddels al dubbel zoveel doden als er effectieve groepsleden zijn (onlangs zijn er nog 2 naar de haaien vertrokken) en de band blijft hardnekkig optreden.
Voor NYD is dit al de tweede come-backplaat sinds de reünie na 30 jaar, dit na de bijzonder gesmaakte ‘One day it will please us to remember even this’, en het is alweer eentje die er zijn mag. Fans van het eerste uur zullen wel even schrikken, het geluid dat hier wordt verwekt kan op zijn minst verrassend genoemd worden voor deze band. De groep heeft met de nieuwe bandleden ook een andere sound gecreëerd, wat resulteert in een gevarieerde en verrassende plaat. De eerste twee songs, de bruisende rockers “Cause I sez so en “Muddy Bones” zijn nog wel vintage NYD, en de afsluitende gemene lap punkrock “Exorcism of despair” is eveneens kenmerkend, maar elders lijkt het soms wel of David Johansen zijn alter ego van een aantal jaren geleden, nl “Buster Poindexter”, terug van onder het mos gehaald heeft (“Tempation to exist” en “Nobody got no bizness”). Ijzersterk is de ronkende blues “This is ridiculous” waarin Johansen met lichte overacting de show steelt, ook weer geen typerende song voor the Dolls maar wel een dijk van een nummer. En dat de heren een loopje nemen met hun verleden benadrukken ze met een wel heel speciale remake van hun klassieker “Trash”, die hier een fris reggae jasje wordt aangemeten.
Door de veelzijdigheid is ‘Cause I sez so’ eigenlijk meer een David Johansen plaat dan een NYD plaat geworden, maar ons hoort u niet morren, want het is een goeie.

Jasper Erkens

The brighter story

Geschreven door

De jonge Jasper Erkens (nog maar 16 btw!) speelde zich met z’n akoestische gitaar letterlijk in de kijker toen hij vorig jaar de publieksprijs en de tweede plaats behaalde op Humo’s Rock Rally. Een bijzonder talent die gevat en sympathiek de verhalen van z’n dagboek (over prille liefdes) zingt, gedragen door z’n helder doorleefde stem op die leeftijd.
Erkens haalde de mosterd bij songwriters als Damien Rice en Jeff Buckley. Z’n sfeervolle, dromerige ‘on the road’ akoestische gitaarsongs, worden soms spaarzaam begeleid en krijgen kleur krijgen door piano, strijkers en percussie. Pop met een dramatische ondertoon. Elf songs die de moeite waard zijn en een handvol uitschieters, “Waiting like a dog”, “How could I know”, “Stay alive”, “Needed”en de weergaloze cover “Crazy” van Gnarls Barkley.
Deze jonge gast uit Diest raakt de gevoelige snaar. Eenmansband die zelfs in een breder concept met band overtuigt.

Empire of the sun

Walking on a dream

Geschreven door

Empire of the sun is een Australisch electroppopduo, Luke Steele – Mick Littlemore, die graag stoeien met elektronica, ‘70’s psychedelica en beats. Ze gieten het in een popmelodieuze structuur en brengen op die manier lekker in het gehoor liggende catchy electropop, waarin een vleugje experiment niet wordt geschuwd. Ook Steele’s karakteristieke stem, die hoog kan uithalen, draagt naast de dromerige, gezapige beats bij tot een zorgeloze droomwereld. Ze brengen flower power en futuristische spacey sounds dichter bij elkaar. “We are the people” en de titelsong komen er heel sterk uit op dit album. Ook de sfeervolle aanpak op “The word” en “Without you” valt mee , maar de experimentjes bieden soms maar een halfgoed resultaat zoals op “Delta bay”. De groep leunt nauw aan de sound van MGMT en kunnen niet omheen invloeden van David Bowie (“Tiger by my side”) en Prince (“Swordfish hotkiss night”). En een hoes die glamour, verleden en toekomst samenbrengt. Of het zorgt voor een grootse toekomst, is een andere zaak!

Overgrass

Hold time

Geschreven door

De Amerikaanse singer/songwriter M.Ward heeft al zes platen; ‘Hold time’ betekent de definitieve doorbraak naar Europa, waarbij hij z’n veelzijdigheid als muzikant onderstreept, een gevarieerd album dat moeiteloos dromerige rock, bluesy rock’n’roll, ballads en georkestreerde country’roots’pop naast elkaar plaatst; hij weet allerlei invloeden samen te voegen wat een leuke, afwisselende plaat van kwalitatief materiaal oplevert dat voortborduurt op de traditionele Amerikaanse wortels; ook schuwt hij jaren ’50 Buddy Holly en Don Gibson niet; luister maar eens naar zijn bewerking van “Rave on” en “Oh lonesome me”; hij deed beroep op Lucinda Williams en actrice Zooey Deschanel, met wie hij nog een cd’tje opnam onder She & Him.
Per beluistering winnen de songs aan zeggingskracht; het levert pareltjes van songs op, “Stars of Leo”, “To save me”, “Hundred million dollar”, “Fisher of men” en de titelsong.
’Hold time’ bevat tijdloze muziek en bevestigt de omschrijving van M. Ward als een ‘modern day troubadour’.

Röyksopp

Junior (2)

Geschreven door

Het Noorse duo Röyksopp uit Tronsö kwam in 2001 in de belangstelling met de cd ‘Melody AM’; de single “Eple” werd meteen het uitgangsbord van de band: beeldrijke elektronica van de poolvlaktes; op de tweede cd ‘The understanding’ combineerden ze pop, ‘80’s electro en trancegerichte dansbeats; drie jaar later is er van het duo Torbjorn Brundtland en Svein Berge de derde plaat ‘Junior’, waarbij ze gaan voor de gulden middenweg, met een keur aan gastzangeressen: Anneli Drecker (van Bel Canto), Karin Dreijer Andersson (The Knife/Fever Ray ), Lykke Li en Robyn.
”Happy up here” is een vervolg op “Eple”; “Silver cruiser” en “Royksöpp forever” laten de ijzige wind voelen en de dames spelen een hoofdrol op de popelektronica van “The girl and the robot”, “Vision one” en “You don’t have clue”; tot slot klinken op “Tricky tricky” diepe ‘80’s wavebeats door, wat de groep dichter bij het vervlogen Suicide brengt.
Röyksopp heeft een evenwichtige cd uit met lekker in het gehoor liggende, dromerige en fris tintelende groovende electropop.

Whitesnake

David Coverdale’s revanche

Geschreven door

Op verkiezingsdag zondag 7 juni stond één van mijn ‘all time favorite bands’ in de Brusselse AB: Whitesnake. De voorbije jaren had ik Whitesnake een aantal keren gezien op enkele festivals. De band met de charismatische frontman David Coverdale kon mij toen geen enkele keer overtuigen en dit vooral vanwege de tegenvallende, wispelturige vocalen van de grootmeester ‘himself’. Met wat ambivalente gevoelens begaf ik mij naar de uitverkochte AB en kwam naderhand aangenaam verrast thuis van een fantastisch concert vol hoogstaande melodieuze rock.

Whitesnake bestaat sinds 1977. David Coverdale richtte de band op nadat zijn avontuur bij Deep Purple was afgelopen. Doorheen de geschiedenis laste de band enkele lange pauzes in. Ondertussen is Whitesnake sinds 2004 terug goed op dreef in wat nu al de vijftiende line-up is. Vorig jaar verscheen dan ook nog eens het uitstekende nieuwe album ‘Good To Be Bad’, de opvolger van ‘Slip Of The Tongue’ uit 1989.

Support-act van de avond was het onbekende Electric Mary. De avond ervoor hadden we de heren al tegen het lijf gelopen bij het concert van John Waite in de Spirit Of 66, waar ze enkele dagen later ook een headline show zouden gaan spelen. Nu mochten ze openen voor Whitesnake, wat ongetwijfeld een hele eer was voor deze sympathieke Australiërs. Stevige ruwe ongepolijste rock-’n-roll, waarbij vooral de schorre, schreeuwerige vocalen van zanger Rusty Brown opvielen. Duidelijk een geroutineerde band, al mikt men nu pas met het vorig jaar verschenen album ‘Down To The Bone’ op internationaal succes. Er was echter één groot minpunt aan de set en dat was de foutieve geluidsbalans, die meer dan eens in het rood ging! Jammer, want om het wat dragelijker te maken zag ik menig doorwinterde hardrockfan de frontlinie verlaten om achteraan in de zaal te gaan luisteren.

Niet zo bij Whitesnake, die meteen de juiste sound neerzette. Na de “My Generation” introtape trapte de band af met “Good To Be Bad”, de openingstrack uit het nieuwe album. De sfeer zat er meteen goed in en het was duidelijk zichtbaar dat de band er erg veel zin in had. David Coverdale, die straks 58 wordt, zag er behoorlijk fris uit. Bovendien was hij deze keer erg goed bij stem, al kun je niet ontkennen dat Coverdale het uiterst moeilijk heeft om de hoge noten te halen. Gelukkig werd hij vakkundig geholpen door een zeer sterke begeleidingsband (die meermaals de vocalen van hem overnam) en kreeg hij ook technische hulp van de man achter de geluidstafel. Over de songs uit de setlist zijn de meningen sterk verdeeld. Er werden vooral songs gespeeld uit de periode na het titelloze album uit 1987. Enkele uitzonderingen hierop waren “Guilty Of Love” uit ‘Slide It In’, een album dat dit jaar zijn 25ste verjaardag mocht vieren. Hoogtepunt van de avond was het bluesy “Ain’t No Love In The Heart Of The City”, de cover uit Whitesnake’s ‘Snakebit EP’ van 1978. Luidkeels meegezongen door de volle AB…een magisch moment. Ook het kleine Deep Purple stukje “Mistreated”, na “Can You Hear The Wind Blow” sloeg erg aan. Verder zaten de nieuwe songs slim verweven tussen de oudere hits. Als ‘love band’ was er natuurlijk ook plaats voor veel ballads. Het sterke akoestisch gebrachte “The Deeper The Love” en “Is This Love” vormden een rustig middenstuk. Naast de hoogtepunten werd het fel uitgesponnen “Got What You Need” het dieptepunt van de avond. Een vrij saaie drumsolo werd voorafgegaan door een overbodig gitaarduel tussen Dough Aldrich en Reb Beach. Voor Coverdale tijd zat om op adem te komen en zijn nieuw ‘Rebel Spirit’ shirt aan te trekken. Want naast de muziek blijven ‘de looks’ voor Whitesnake natuurlijk erg belangrijk.
De finale was weinig verrassend maar daarom niet minder gewenst. “Still Of The Night” blijft natuurlijk het Whitesnake epos bij uitstek en met een grandioze versie van “Fool For Your Loving” werd iedereen voldaan huiswaarts gestuurd.

Anno 2009 blijft het legendarische Whitesnake nog steeds sterk overeind. Mede door een professionele begeleidingsband weet Coverdale de zwakkere momenten te overbruggen en zo kregen we een avond vol pure 80’s hardrock en emotie. De band speelde wel op veilig en persoonlijk had ik liever wat ouder werk gehoord.
Na enkele mindere Whitesnake optredens kan ik nu concluderen dat dit toch een beetje Coverdale’s revanche was en het zou dan ook volkomen fout zijn als we de efficiënte melodische rock van Whitesnake nu (al) zouden afschrijven!

Setlist: * Good To Be Bad *Bad Boys *Can You Hear
d The Wind Blow / Mistreated *Love Ain’t No Stranger *Guilty Of Love *Lay Down Your Love *The Deeper The Love *Is This Love *Got What You Need *Ain’t No Love In The Heart Of The City *All Your Love Tonight *Here I Go Again
*Still Of The Night *Fool For Your Loving

Organisatie: Live Nation

John Waite

De man achter de monsterhit “Missing You”, voor het eerst op een Belgisch podium.

Geschreven door

John Waite is bij het grote publiek vooral bekend van zijn wereldhit “Missing You”. Waite is echter veel meer dan die ene hit. Zo kennen sommigen Waite uit een ver verleden van zijn werk met The Babys of uit de recentere rockgeschiedenis als frontman van de melodic rockband Bad English. Deze gedistingeerde gentleman konden we al live aan het werk zien op het Arrow Rock Festival van 2006 waar hij toen een prima set speelde. De roodharige Brit woonde geruime tijd in New York maar verblijft nu onder de Californische zon. Eindelijk vond hij ook eens de tijd en het geld om naar het vaste continent te komen voor een allereerste Europese minitournee. De programmatie van deze tour verliep echter niet van een leien dakje, zodat helaas enkele shows werden afgelast. Voor het allereerste optreden van John Waite op Belgische bodem reden we tot in Verviers, waar in de oergezellige club Spirit Of 66, Mr. Wonderful een erg gesmaakt optreden weggaf.

Voor aanvang van het optreden had ik het genoegen om Wouter Kramer te ontmoeten. Deze sympathieke Nederlander (ja…ze bestaan toch!) is verantwoordelijk voor de Nederlandstalige John Waite fansite ‘John Waite The Greatest’. De man volgt Waite op de voet en is zo een beetje Waite’s PR man voor de lage landen.
Het concert begon pas na 21.30 en op dit late uur zat de Spirit behoorlijk vol. Wouter vertelde me dat enkele avonden ervoor in Duitsland slechts een veertig tal fans kwamen opdagen. Gelukkig was er hier toch meer interesse.
John Waite opende met “Best Of What I’ve Got” uit het platina bekroonde debuutalbum van Bad English uit 1989. In tegenstelling tot wat de titel deed vermoeden kregen we een erg zwakke start van het concert. Algemeen was het geluid in de zaal te steriel en veel te dof. De gitaarsound trok werkelijk nergens op, terwijl John’s stem wel onmiddellijk goed zat in de mix. Met deze openingssong werd ook duidelijk dat de band toch de aanwezigheid van een keyboardspeler mag ambiëren. Zowel Waite’s solowerk, alsook de songs die hij met Bad English maakte zouden zoveel rijker klinken met wat keys erbij. Een gemiste kans wat ons betreft maar dit belette ons niet om verder te genieten van de afwisselende set. Tijdens “Back On My Feet Again” liet Waite horen nog steeds over een fantastische stem te beschikken.
“Change” werd wat te vlak gespeeld maar met de Bad English hitsong “When I See You Smile” kreeg hij eindelijk de ganse club mee. Deze ‘number one hitsong’, geschreven door Diane Warren werd luidkeels meegezongen en werd veel beter en authentieker vertolkt dan de versie die we op Arrow 2006 hadden gehoord. Ondanks de geweldige respons bleef Waite zichtbaar gespannen en zeer gefocust. Bij “Whenever You Come Around” (uit ‘Figure In A Landscape’) nam John de akoestische gitaar ter hand. Na een korte onderbreking werd de song hernomen en mede door een prachtige slidegitaarsolo van klassegitarist Jimmy Leahey, werd de song één van de vele hoogtepunten van de avond. John Waite bracht ook enkele leuke covers, waaronder het alom gekende “Along The Watchtower” van Bob Dylan en “Rock ‘n’ Roll” van Led Zeppelin. Beide songs deden de ambiance in de club ferm toenemen.
In de finale werd een erg sterk “Missing You” door iedereen meegezongen, terwijl “Isn’t it Time” de kers op de taart was.

Na het optreden maakte John Waite zich vrij voor zijn fans. Een foto- en signeersessie bevestigde de terechte status als ‘Mr Wonderful’.
John Waite live was dik de moeite. Het werd echter zeker geen feilloos optreden, hiervoor was zijn begeleidingband te onervaren. Gelukkig bezorgde vooral de clubsfeer en de stem van Waite ons toch een memorabele rockavond!

Setlist:
* Best Of What I *Back On My Feet Again *Change *When I See You Smile  *In Dreams *Along The Watchtower *Whenever You Come Around *Bluebird Café *Mr. Wonderful *Time Stood Still  *Encircled *Everytime I Think Of You *Midnight Rendezvous *Head First
*Missing You *Isn’t It Time
*Rock ’n’ Roll

JOHN WAITE VIDEOS ON YOU TUBE
Part1
http://www.youtube.com/watch?v=mSiVdIK6DBA
Part2
http://www.youtube.com/watch?v=w3ZX8qRcIhs
Part3
http://www.youtube.com/watch?v=9KAS8X-Gqig
Part4
http://www.youtube.com/watch?v=N2v3okonNWI
Part5
http://www.youtube.com/watch?v=glYN30xnEZQ

PHOTO Slideshow
http://www.slide.com/r/VU9IjQLE5D-xqWbN300VWwLzSX8neNf7?previous_view=lt_embedded_url

Organisatie: Spirit Of 66, Verviers


Pagina 443 van 484