Botanique, Brussel - concertenreeks

Botanique, Brussel - concertenreeks 2024 Girl ultra, maandag 27 mei 2024, Rotonde, 20h (uitgesteld) Crumb, Zzzahara, dinsdag 28 mei 2024, Orangerie, 20h Faux real, dinsdag 28 mei 2024, Witloof Bar, 20h Babe rainbow, woensdag 29 mei 2024, Rotonde, 20h Food…

logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (14668 Items)

3Tri State Corner

Ela Na This

Geschreven door

Whoehaa, Bouzouki Metal! Dat was de eerste gedachte die in me opkwam toen ik begon aan alweer een nieuwe muziekervaring. Want 3tri State Corner heeft met ‘Ela Na This’ een album afgeleverd vol moderne, toegankelijke Metal doorsprenkt met bouzoukisolo’s. Mij hoor je alleszins niet klagen. Ik ben namelijk dol op zo’n muzikale avontuurtjes!
Na sterke opener “Back Home” en een bouzoukiloos “My Saviour” komen we bij het titelnummer en tevens één van de hoogtepunten van de plaat. Nadeel aan dit nummer is het hoge Eurosongfestival gehalte. Nummers als “Out Of Sight” en “Welcome To My Paradise” bewijzen dat 3tri State Corner het niet nodig vond om de bouzouki in elk nummer te laten meespelen. Jammer, want de nummers met bouzouki maken dit album juist zo speciaal. Anders zou het een gewoon inwisselbaar Metalalbum geworden zijn dat verder geen aandacht verdient.
Het valt me wel op dat de drums wel erg simpel zijn, terwijl de gitaarriffs blijk geven van wat meer ervaring. De zang kan er nog mee door, maar gaat snel vervelen. Dit album is leuk als achtergrondmuziek, maar het zijn alleen maar de bouzoukisolo’s die het geheel de moeite waard maken.

The Stray Cats

Fun, ervaring en enthousiasme

Geschreven door

Reünies, vaak gaan ze gepaard met schaamteloos geldbejag (iemand The Police of The Sex Pistols gezien?) maar al even vaak krijgen we een bende te zien die het stomende bloed van weleer hebben teruggevonden en er terug invliegen als in de prille dagen. The Stay Cats vallen gelukkig in deze tweede categorie, hun enthousiasme op het podium werkte in Brussel zeer aanstekelijk en sloeg over op het publiek die het trio bedankte met een uitgelaten respons. Brian Setzer manifesteerde zich als een briljant gitarist (voor wie daar nog aan twijfelde), maar het waren vooral Slim Jim Phantom en Lee Rocker die zich het meest amuseerden, de eerste al staande knallend op zijn sober drumstelletje en de tweede versmolten met zijn contrabas alsof het een bijzonder schoon vrouwmens was. Van bij de eerste tonen van “Rumble in Brighton” zat het snor en bewees het trio dat ze met heel hun lijf en brein in de rock’n’roll gedrenkt zijn.
Ervaring zat, alsook talent, maar ook overtuiging, fun en energie,dat maakt dat The Stray Cats anno 2008 nog steeds voor een vettig potje rockabilly kunnen zorgen. En zoals het een goede reünie betaamt, werden er geen nieuwe dingen uitgeprobeerd maar werden gewoon de oude classics uit de kast gehaald en gespeeld met een enthousiasme van “hop, stop maar een staaf dynamiet in ons hol en steek die lont aan”. In bijna twee uren passeerden gloeiende stampers als “Runaway boys”, “Gene and Eddie”, “Rock this town”, “Stray cat strut” en een sterk en fel “Fishnet Stockings”.
Twee uur compromisloze rockabilly en rock’n’roll, meer moet dat niet zijn. Des te jammer dat het nu wel de allerlaatste Stray Cats tournee was, het ding heet dan ook ‘The Farewell tour’. De heren vonden het zelf ook een beetje spijtig, want de gemeende en uitbundige reactie van een uiterst dankbaar publiek deed hen toch duidelijk iets. Dank u wel, Stray Cats!

Organisatie: Live Nation

Crammerock 2008: zaterdag 6 september 2008

Geschreven door

De organisatoren van Crammerock treden jaar na jaar meer op het voorplan en bieden een mooie afwisseling van internationale bands, een keur aan Belgische Vaandeldragers en ambiancemakers. Dit jaar waren er op vrijdag o.a. De Mens, Arid, Triggerfinger en The Human League en op zaterdag presenteerden ze het neusje van de zalm met Janez Detd., Gorki, The Scene, Zornik en Pennywise.
De organisatie bood een unieke formule: de rockbands in één grote lange tent, aan iedere kant een podium, wat resulteerde in afwisselend onafgebroken optredens, en een aparte clubtent waar de clubDJ’s en jong dansminnend gepeupel zich kon uitleven.
Deze verslaggever was op post op zaterdag met de grote tent als mijn domein.

Ter plaatse zagen we eerst de Black Box Revelation. Eerder zagen we het duo al overtuigen in het voorprogramma van dEUS in de MaZ te Brugge en op de Mainstage te Werchter. Ze zijn de festivalopener bij uitstek. Opnieuw verveelden ze geen seconde met hun fel klinkende rauwe rock’n’roll. De drummer mepte er op los, alsof zijn leven er van af hing en de gitarist speelde wel op twee gitaren tegelijkertijd. Een steengoed, veelbelovend duo!

Na vijf minuten aan de andere kant, de 5 in zwart gehulde mannen van Headphone. Ze speelden een meer uitgesponnen rustige, sfeervolle set. Hoogtepunten: “Ghostwriter” en PJ Harvey’s “Down by the water”. Ze sloten af met een beklijvende ”Moneylender”. Als ze dit niveau aanhouden, staat hen een erg mooie toekomst te wachten.

Daarna was het de beurt aan de pretpunkband Janez Detd. Ook zij ontgoochelden niet. Een uurtje muziek- en dansplezier, refreinmeezingers en zwetende lichamen; dik ambiance van een band met een bedreven ingesteldheid en een frontman die het publiek perfect bespeelde. Stagediven en crowdsurfen werd alom gedaan, wat de waarheidsgetrouwe woorden van zanger Nikolas ontlokte: “In de Schuur zijn tent zou dit niet mogen”! Nikolas en de zijnen blijven top in dit genre in België.

Tim Vanhamel (Millionaire frontman) kreeg de moeilijke taak om op het andere podium een vervolg aan het muziekfeest te breien. En dat lukte maar matig. Een lauwe belangstelling en verkeerd gekozen tussenteksten konden de tent weinig bekoren. Zelfs met wilder en harder te spelen kregen de muzikanten het publiek niet op hun hand. Duidelijk was dat ze nog te weinig bekende nummers hadden bij de toeschouwers. Het ga je goed Tom en Co.

Op Gorki, onder leiding van frontbeest Luk De Vos, zit er nog steeds geen sleet. Voor de gelegenheid had Luc zich een hanenkam laten scheren, wat op gejuich werd onthaald. Ze brachten een soort ‘Best of’ ten berde. Gevolg: een feestje van jewelste. “Joeri”, “Anja”, “Lieve kleine Pirana” en nog vele andere werden uit volle borst meegezongen. Het was de eerste (maar nog niet de laatste keer) dat de tent werkelijk op z’n kop stond. Met daarbij nog de grappige intermezzo’s van Dhr. De Vos was dit toch één van de hoogtepunten van Crammerock. Orgelpunt van het optreden was een beklijvende versie van het afsluitende “Mia”. Nee, deze groep vertoont nog geen ouderdomskwalen.

The Scene was altijd al één van mijn favoriete Nederlanders geweest. De groep, onder zanger/gitarist The Lau en de lieve bassiste Emilie Blom-Van Assendelft, speelde een gedreven setje met hun alom bekende meezingers. Wat in het begin maar op een matige belangstelling kon rekenen (niet meer bekend bij het overwegend jonge publiek?), groeide uit tot een groots concert met als afsluiter “Iedereen is van de wereld”, die minutenlang werd meegezongen. The Lau voelde het aan alsof hij in de Piramide Tent stond te Werchter. Wat toch genoeg zei, hoe het er daar in Stekene aan toe ging.

In een ander muzikaal hokje was er het Britse Kosheen. Hun op drum’n’bass gedrenkte nummers en passende gitaren, toverden de rocktent in één grote dansvloer om. De in zwart gehulde frontvrouw was een echte publieksmenner en kreeg moeiteloos de handen op elkaar. Er werd stevig gedanst. Het optreden ging naar een climax met nummers als “Hungry”, “Suicide”, “Hide U” en het uit volle borst meegezongen “Catch”. Ze ontgoochelden niet en hielden zich prima staande tussen al het rockgeweld.

Hoofdact van de avond was Pennywise. Ze stonden op scherp en speelden een verpletterend motchafxx goed optreden. De majestueuze gitarist (minstens 120kg!) gaf de toon aan. Een uurtje keiharde ambiance! En we hebben het geweten, want er werd zelf op de palen van de tent gekropen en naar beneden gedoken.
“Fuck authority” en “Bro-hymm” waren natuurlijk de hoogtepunten maar ook hun cover van de Ramones “Biltzkrieg Bop” en Nirvana’s “Territorial Pissings” werden ferm gesmaakt. De fans waren uitgeput! Dit concertje had hen veel energie gekost …

Zornik mocht de avond besluiten. De technische problemen aan de PA (tot twee keer toe geluid en licht weg!) brak telkens de goed opgebouwde nummers, wardoor Koen Buyse zelf geïrriteerd raakte en iedereen uitnodigde om in de backstage de kwakkelende technieker van antwoord te dienen. Goede nummers zoals “Scare of yourself”, “Hey girl” en “Goodbye” verloren aan kracht door deze mankementen. Een tegenvaller.
Muzikaal deed deze band teveel hun best om een tweede Muse te zijn. Volgende keer beter?

Ondergetekende was een tevreden man op Crammerock 2008: een uniek concept met twee podia in één tent, die het kruim van de Belgische rock op deze podia kreeg, aangevuld met een gevarieerd aanbod van internationale (ambiance) publiekstrekkers en dé danssensaties van het moment. In Stekene kregen ze het voor elkaar voor een zeer democratische prijs. Een dikke pluim op de hoed van Crammerock. Het eerste weekend van september is in met rood aangestipt in mijn festivalagenda.

Organisatie: Crammerock, Stekene

Conor Oberst

Een nieuwe Green On Red is geboren onder Conor Oberst

Geschreven door

De jonge Dylanesque singer/songschrijver Conor Oberst stond met z’n muzikaal project Bright Eyes en de plaat ‘Casadaga’ van vorig jaar op het punt definitief door te breken. Maar dit muzikaal talent liet het voor wat het was en bracht onlangs een eerste plaat uit onder z’n eigen naam; hij nam ze op met enkele vrienden onder The Mystic Valley Band. We hebben te maken met ‘70’s retrorock en americana/countrypop in de beste traditie van Green On Red, het oude Wilco, Will Johnson (South San Gabriel/Centro-Matic) en Bob Dylan natuurlijk. Het zijn emotievolle, dromerige ‘on the road’/kampvuursongs, waarin het gitaarspel en de Hammond toetsen een prominente rol krijgen. Fris, zwierig, meeslepend, ingetogen en sober!

Anderhalf uur liet Oberst de bijna uitverkochte Orangerie proeven van het nieuw gevarieerd materiaal, waarbij de Bright Eyes songs werden geweerd. Als dirigent van de band liet hij ruimte voor z’n vrienden om af en toe een eigen ‘rarity’ nummer of een cover te zingen.Maar deze songs, “Central city”, “I gotta reason pt 2” en “Sundown” lagen mijlenver van Oberst’s beklijvende emotionaliteit en intensiteit.
In een folky ontmoeting serveerde een gretig spelende Oberst gejaagd de snedig rockende “Moab”, “Sausalito” en “Get well cards”. Hij wisselde de uitgebalanceerde retrojuweeltjes af met sfeervoller en intiemer - in melancholie gedrenkt – werk als de huiveringwekkende “Milk thistle” en “Lenders in the temple”, die net als “Eagle on a pole”, en “Cape canaveral” een sobere begeleiding hadden, gedragen door Oberst schelle (praat)zang; soms spuugde hij letterlijk z’n woorden uit! De broeierig poppy songs “Danny Callaghan”, I gotta reason pt 1”, “ Souled out” en het kort krachtige “NYC” vulden mooi aan. Eenvoudigweg subliem wat er daar op het podium gebeurde.
Oberst en de zijnen apprecieerden de sterke respons, wat een uitgebreide bis opleverde, waaronder Harry Nillson’s “Everybody’s talking” en Dylans bluesy “Corina Corina”. Een stomend, uptempo rocker “I don’t want to die in a hospital” en het ingetogen, dreigende “Brezzy” besloten definitief een prachtig, in te lijsten concert, die de zondige uitstapjes van z’n begeleidingsband zalfden.

Het uit Leeds afkomstige trio Sky Larkin onderscheidde zich met hun dynamisch slepende indierock; in de zang van Katie Harkin hoorden we restantjes Breeders/Magnapop. Voor wie hen miste , is er in november afspraak met het beloftevolle Los Campesinos uit Wales.Te noteren!

Organisatie: Botanique, Brussel

The Faint

De ADHD van The Faint

Geschreven door

Een betere start van de najaarsprogrammering kon de Botanique zich niet voorstellen met de electrorock van het Amerikaanse kwintet The Faint uit Nebraska. Ze zijn al van ‘95 actief en bewegen zich binnen de electronic body wave, postpunk en punkfunk.. Hun sound klinkt rauw, dansbaar, energiek en opzwepend.

Live hoorden we lekker vettige, ronkende en gierende gitaren, een diepe bas, dreunende synthi en aanstekelijke, springerige en hoekige ritmes. We zagen een weirdo hyperkinetische zanger (Todd Fink) in doktersjas en oude vliegeniersbril die heen en weer hotste op het kleine podium. In een arty punky attitude gingen ze als bezetenen tekeer , deden hun instrumenten afzien en haalden muzikale beelden aan van Devo, John Fox, Radio 4 en Hot Hot Heat.
In een hels tempo speelden ze een spannende set van ruim vijftien songs, die vervaarlijk op elkaar geleken. Ze grossierden in hun oeuvre van vijf platen; ze trokken het feestje op gang met de snedige “Agenda suicide” en Dropkick the punks”. De aandacht behielden ze met overtuigende versies van “Take me to the hospital”, Worked up so sexual” en “Posed to death”. Een ‘Best of’ keuze, die de party in de Rotonde maar feestelijker kon maken. De sterke songs van de nieuwe cd ‘Fasciination’ zaten vooral in het tweede deel van de set: “Get seduced”, “I treat you wrong”, “Machine in the ghost” en “Mirror error”.
Het publiek kon uitzinnig beginnen dansen op het bruisende, groovende en pompende “Paranoiattack” en “I disappear”; in de bis was er het bekende “Glass danse” (uit ‘danse macabre’)  en de huidige single “The geeks were right”.

Kortom, we hoorden een in overdrive zwierig The Faint, die het débâcle op Dour, zo’n drie jaar terug, volledig had goedgemaakt.

Onze Franstalige Brusselse vrienden Cafeneon stelden hun debuutplaat voor en verbaasden al op ‘Les nuits bota’ samen met Tunng.: ze halen de mosterd uit de electro/wave van Joy Division/The Cure, Clashdub , psychedelica (Stereolab) en de ‘wahwah/ shoegaze’ van My Bloody Valentine en Swervedriver, onder de meerstemmige rauwe zang van Rudolphe Coster en de zweverige ‘ Birkin’ zang van Catherine Brevers. De groep bewees (nog maar eens) heel wat in petto te hebben met hun goed opgebouwd, broeierig materiaal; het rommelig tikkeltje namen we er maar al te gaarne bij! Band met potentieel, die gaat voor z’n publiek! Goed gedaan!

Organisatie: Botanique, Brussel

Don Caballero

Punkgasm

Geschreven door

Het Amerikaanse Don Cabellero is al van ‘93 bezig, maar onderging een ‘tabula rasa’ na 2000, waarbij enkel de virtuoze drummer Damon Che overbleef; hij hield de touwtjes in handen. De andere spil, gitarist Ian Williams, maakt momenteel het mooie weer bij Battles.
De groep klonk toen innoverend met hun ‘mathrock’, gegroeid uit bands als Slint, van hoekige, complexe of aanstekelijke, groovende en subtiel in elkaar gestoken ritmes; de goed op elkaar ingespeelde band bracht instrumentale songs, die diverse tempowisselingen en onverwachtse wendingen ondergingen.
Don Caballero kronkelde tussen een Jane’s Addiction, Barkmarket, Tool, Porno for Pyros, Battles en oudjes The Fall en PIL.
De groep heeft onder de vernieuwde bezetting een tweede cd uit, ‘Punkgasm’ die regelmatig refereert aan het oude werk, (waaronder de sterke opener “Loudest shop vac in the world” die overgaat in “The irrespective dick area”, “Bulk eye”, “Pour you into the rug” en “Who’s a puppy cat”).
Er is sprake van een rustiger en meer licht verteerbaar geluid, waarbij de songs hun rauwe toon en donkere inslag behouden binnen een postrock landschap (“Slaughbaughs’ ought not own dog data”, “Awe man that’s jive skip” en “Why is the couch always wet?”).
Op een paar songs werkt Don Caballero zelfs met stemmen: “Celestial dusty groove”, “Dirty looks” en de titelsong, wat een half geslaagd resultaat oplevert.
De groep onderscheidt zich nog steeds in z’n instrumentale avantgarde sound, maar klinkt braver. En … ze zijn nog steeds geniaal in het vinden van songtitels.

Lonely Drifter Karen

Grass is singing

Geschreven door

’Grass is singing’ is een tof plaatje om een ‘hard working day’ te beëindigen. De sfeervolle, dromerige semi-akoestische songs van deze Oostenrijkse Tanja Frinta geven een frisse, vrolijke, relaxte indruk. Haar inspiratie haalt ze als ze aan de afwas begint of gaan fietsen is. Na talrijke Europese omzwervingen streek deze beloftevolle singer/songschrijfster neer te Barcelona, en vormde daar een band met pianist Marc Meloa Sobrevias en drummer Giorgio Menossi..
Haar romantische pop is gedrenkt in ‘50’s vaudeville, musical en cabaret; luister maar naar “This world is crazy”, “Salvation” en “The angels sigh”, waarop Balkan te horen is. Ze houdt het sober en intiem op “Casablanca” en “Giselle”. Ze fietst letterlijk naar een droomwereld (met talrijke tierlantijntjes en fluitjes) op “Climb” en “Professor Dragon” en tenslotte scoort ze met “Passengers of the night” de grootste hitpotentie. Lichtvoetig, vrolijk en ontspannend plaatje.

Cry For Silence

The Glorious Dead

Geschreven door

Met ‘The Glorious Dead’ levert het Britse Cry For Silence zijn langverwachte debuut. Want na twee EP’s kreeg de band de nodige aandacht en interesse van muziekliefhebbers.
What the fuck? Dat was de eerste gedachte die bij me opkwam toen ik “Nightmare”, het eerste nummer beluisterde. Adam Pettit schreeuwt namelijk zijn longen uit elkaar tijdens de verse van dit nummer. Maar dan komt het plotseling heel melodisch en krijgen we zelf een soort van dramatisch refrein. Zoveel variatie, en dit in slechts één nummer. Dit kon wel eens een heel interessante plaat gaan worden…
Cry For Silence lijkt voortdurend over te stappen van brute hardcore naar melodische Heavy Metal met harmonic lead passages die de muziek toch iets extra’s meegeven. Het thema van oorlog en conflicten keert voortdurend terug op dit album, vooral in nummers als titeltrack “The Glorious Dead”, wat een prachtig nummer is vol epische passages, agressie en veel melodische solo’s. De lead guitar op dit album doet me soms zelf denken aan groepen als Iced Earth.
Ik zal hier niet elk nummer apart beginnen te bespreken, daarvoor is dit album te complex.
Cry For Silence heeft met ‘The Glorious Dead’ een prima debuutalbum afgeleverd dat zo afwisselend is dat zowel hardorefans als fans van melodische Metal hier aan hun trekken zullen komen.
Doe zo verder Cry For Silence!

The Legacy

Beyond Hurt, Beyond Hell

Geschreven door

The Legacy is een Brits gezelschap wiens doel het is snelle, intense harcore te maken met een wat melodie en passie er doorheen. Na de goed onthaalde mini-cd ‘Solitude’ is het tijd voor een volwaardig album, getiteld ‘Beyond Hurt, Beyond Hell’.
’Beyond Hurt, Beyond Hell’ start met “Alpha”, een soort van melodische intro. Maar na melodie volgt agressie, moet men gedacht hebben. Want “Ill Fated” is werkelijk topvoer voor een moshpit.
Na enkele wat langere nummers wordt het me duidelijk dat The Legacy meer in huis heeft dan gewoon agressie en bruutheid. In de nummers is er duidelijk plaats voor melodie en een dramatische sfeer waar je nou niet direct vrolijk van wordt.
Kijk, ik ben geen liefhebber van hardcore, maar met dit soort muziek heb ik geen problemen.
Hier zit duidelijk wat diepgang in de nummers, er is over nagedacht. Er is ook voor voldoende afwisseling gezorgd. Waar het ene nummer wat meer de nadruk legt op agressie, legt het ander meer de nadruk op melodie en sfeer. Soms zijn er zelf enkele momenten die doen denken aan het laatste werk van Primordial. Vooral het nummer “Ashes To Ashes” geeft die trieste dramatiek goed weer. Net als deze plaat ingeleid werd met “Alpha”, wordt ze logischer wijs afgesloten met “Omega”.
Hier vallen niet veel woorden meer aan vuil te maken. Met ‘Beyond Hurt, Beyond Hell’ heeft The Legacy prima werk geleverd waarmee ze ongetwijfeld veel nieuwe zieltjes zullen winnen.

Conor Oberst

Conor Oberst

Geschreven door

Een talentrijk songwriter is Conor Oberst uit Nebraska. De man is al van z’n vijftiende bezig en heeft een paar sterke platen onder het pseudoniem Bright Eyes weten uit te brengen. Met de laatste cd ‘Casadaga’ bereikte hij een breder publiek en stond hij op het punt door te breken. Maar hij nam samen met enkele vrienden onder The Mystic Valley Band een ‘on the road/kampvuur’ plaat op van emotievolle, dromerige ‘70’s retrorock, americana/countrypop. De Hammond toetsen en Oberst’s gitaarspel nemen een prominente rol in op deze titelloze plaat, wat refereert aan het oude Green On Red (met Chris Cacavas), het oude Wilco en het songwriterschap van een Dylan en Will Johnson (South San Gabriel/Centro-Matic).
Een gevarieerd plaatje dat fris, zwierig, meespelend ingetogen en sober klinkt, én waarbij Oberst de andere groepsleden de kans biedt in de spotlights te staan. “Sausolito”, “Get-well-cards”, “Lenders in the temple”, “Danny Callaghan”, “Moab” en “Souled out” zijn het toonbeeld van deze overtuigende plaat; met “I don’t want to die in a hospital” kan Oberst een grootse hit op zak hebben, wat hem gegund zou zijn. Volgend project graag!

Mogwai

De filmische melancholie en uitspattingen van het Schotse Mogwai

Was het Belgische weertje in de zomer (alweer) niet te vet, het avondje superieure postrock van Motek en Mogwai in combinatie met de charmante locatie in het Openluchttheater Rivierenhof te Deurne was de perfecte afsluiter van een zomervakantie.

Het Vlaamse Motek opende de avond met “Combi Collina” uit hun nieuwe ‘Port Sunshine’ album. Al vlug werd het duidelijk waar Motek voor stond: dromerige, zwevende en rustige nummers nu en dan afgewisseld met turbulerende gitaaruitbarstingen, pittig gekruid met feedback, delay en stereosounds.
We hoorden dat Motek een audio-visuele groep kan zijn. Wel deze keer was hun set van voornamelijk nieuwe songs, sterk genoeg om het publiek te vervoeren zonder de visuele steun. Alles telde om het publiek te doen dromen en ze namen er hun tijd voor: “Risist”, “Epoxy”, “Another seamans song
“, “Tryer” en “Immer Blei” volgden.
Rustige, opbouwende lange nummer, intensiteit creëren om dan later uit te spatten, of net weer niet. Motek’s zoektocht tijdens de set om emoties om te zetten in muziek was positief. Als afsluiter brachten ze uit hun vorige plaat het weemoedige, sentimentele “I am your son”.
De atmosferische vibe die Motek bracht, werd geaccentueerd door de locatie in open lucht, waar het publiek omringd was door de bomen van het park Rivierenhof en de zitplaatsen van het
Colosseum-achtige Openluchttheater. Indrukwekkend rustgevend. Iedereen tevreden … en opgewarmd voor Mogwai.

Na 13 jaar is en blijft Mogwai één van de boegbeelden van het postrock genre. Van Mogwai krijgen we nooit genoeg; hun laatste optreden dateert al van het Cactusfestival vorig jaar … Een kanjer van een setlist (14 (lange) nummers) nam ons mee doorheen de eenvoudige, maar toch verfijnde denkwereld van het Schotse vijftal.
Uit het binnenkort te verschijnen ‘Hawk is Howling’ trokken ze met “The Precipice” het anderhalf uur durend gitarengordijn (3 gitaren, bas en drum) open; wij werden spontaan uitgenodigd om mee te zweven. Reden voor velen om de zitplaats te ruilen voor een staanplaats om zo dicht mogelijk de postrock pioneers te bewonderen; dan pas werd het duidelijk dat het concert uitverkocht was. Een terecht nokvol Openluchttheater!

Per nummer veranderde er wel iets aan de bezetting: de gitaar werd ingeruild voor keyboard of omgekeerd en gitarist en bassist ruilden af en toe van plaats. Een kwestie om de klankkleur zoveel mogelijk schakeringen te geven, vermoeden we. Drum en bas zorgden voor een constante “steady beat” die als maagdelijke witte canvas diende, waardoor gitaren en keyboard doorspekt met effecten rijkelijk over de ritmesectie heen schilderden.
Na een goeie tien minuten in de set liep het even fout met de gitarist die plots zijn klank kwijt was. De gitaarroadie rende een halve marathon om alle kabels en verbindingen te checken, maar het probleem kon echter maar verholpen worden bij aanvang van het volgende nummer. Bij vele bands zou zulk een voorval een nummer ten gronde kunnen brengen, maar niet bij Mogwai. Het nummer bleef overeind door een perfecte volume afregeling; een pluim voor de roadie en de PA man trouwens, perfecte volumeafregeling.
Vijf nummers uit het nieuwe ‘Hawk is Howling’ verspreidden ze over de set (“The Precipice”, “Scotland’s Shame”, “I’m Jim Morrisson”, “Batcat” en “Space Expert”), afgewisseld met nummers uit het vroegere repertoire: “Friend of the night” en “We are no here” uit ‘Mr Beast’ van 2006, en oud werk, waaronder “Like Harod”, “Cody”, “2 Rights Make One Wrong” en “Helicon”. Trouwens, ze besloten met een magnifiek uitgesponnen “We’re No Here”, overstelpt van feedbackgeraas, noise, delays en andere effecten.

Mooie set dus van filmische melancholie, ergens tussen ingehouden emoties en oncontroleerbare uitspattingen en soms monotoon repetitief. Niet echt iets nieuws, tenzij dat er af en toe met cleane brave stem werd gezongen.
Mogwai zocht naar sfeerschepping en verwezenlijkte het als geen ander. De nieuwe nummers zijn een stuk rustiger dan de zwaardere oudere, die soms apocalyptische uitspattingen bevatten. Maar de naadloze overgangen tussen oud en nieuw zorgde voor een boeiend Mogwai avontuur! … Een geslaagd postrock zomeravondje.

Organisatie: OLT, Deurne ism Arenberg, Antwerpen

Fleet Foxes

Fleet Foxes

Geschreven door

Band voor de toekomst is het vijfkoppige Fleet Foxes uit Seattle . Met de deur in huis vallen heet zoiets. De band combineert dromerige indiepop, psychedelica americana, folk en ‘60’s pop onder een meerstemmige zang: fijne gitaarakkoorden, psychedelicatoetsen en een zalvende percussie, bepaald door de warme, hemelse vocale pracht van songschrijver van Robin Pecknold.
Na de EP ‘Sun Giant’ onderscheidt de band zich met de naar hun vernoemde plaat.
”White Winter Hymnal”, “Ragged Woods”, “Tiger Mountain Peasant Song”, “Your protector” en “Blue Rige Mountains” zijn subtiel uitgewerkte songs, die tekenen voor een prachtig zorgeloos ‘laidback’ weekendgevoel. Knipoog naar bands als The Shins, My Morning Jacket, Band of Horses, Belle & Sebastian en Beach Boys.

Tindersticks

The Hungry Saw

Geschreven door

Het Britse Tindersticks stond vijf jaar op non actief. De solo uitstap ‘Leaving Songs’ van zanger/songschrijver Stuart Staples met leden Neil Fraser en David Boulter was een half geslaagd succes. Een reünie met deze twee kon niet uitblijven.
Resultaat is een homogene plaat van heerlijke, adembenemende romantische pop, in smachtende soul en retro gedrenkt, onder die typische ‘crooner’ zang (grauwe baritonzang) van Staples. De luisteraar wordt ondergedompeld in die zalvende melancholie van fijnzinnig en zorgvuldig uitgekiend materiaal, als ”Yesterdays tomorrow”, “The other side of the world” en “The turns we took”, ondersteund door toetsen, blazers en strijkers. De plaat heeft drie instrumentale tussendoortjes (“Introduction”, “E-Type” en “The organist entertains”).
”Boobar come back to me” en de titelsong hebben de sterkste hitpotentie en behoren tot het sterkste wat Tindersticks maar kon uitbrengen. ‘The Hungry Saw’ was het wachten waard.

The Fall

Imperial Wax Solvent

Geschreven door

Het Britse The Fall uit Manchester is al zo’n 32 jaar bezig en heeft al een reeks platen uit die niet meer bij te houden zijn. De band van Mark E Smith, in wisselende bezetting, heeft een briljante nieuwe cd uit; het zijn overwegend repetitief opbouwende, slepende en dreunende avontuurlijke (indie)popsongs, die onverwachtse wendingen ondergaan en gedragen worden door de (herkenbare) neurotische praatzang van Smith. Luister maar naar “I’ ve been duped”, “Strange town”, “Tommy shooter” en “Latch key kid”.
Ook zijn er een paar heerlijke retrorockers terug te vinden: “Wolf kidult man” en de afsluitende “Senior twilight stock replacer” en “Exploding chimney”. Op “Is this new” lijkt Meatloaf herboren. Tenslotte is het elf minuten durende autobiografische “50 year old man” het hoogtepunt van de cd. Wat een muzikale samenvatting van Smiths leven en sound …
’Imperial Wax Solvent’ bevat kwalitatief sterk materiaal waarbij de groep balanceert tussen de ‘alternative’ bands als David Thomas’ Pere Ubu, Alan Vega’s Suicide, de ‘70’s rock van Iggy en Meatloaf en de huidige rits indie. The Fall’s liedje is verre van uitgeschreven. Pluim voor deze grillige band!

Judas Priest

Nostradamus

Geschreven door

Maar liefst drie jaar heeft Judas Priest zitten broeden op hun nieuwe album, een conceptalbum rond Nostradamus. En door deze dubbelaar is Judas Priest erg in mijn achting gestegen. Want ze hebben bewezen dat ze ook nog iets anders kunnen  dan simpele ‘gay metal’. Zelf Rob Halford zingt beter dan ooit. Ik erger me zelf bijna niet meer aan zijn anders zo ééndimensionele stem.

Na de intro krijgen we een heavy riff te horen die het begin inluidt van wat mij betreft het beste nummer van de eerste cd. “Prophecy” is niet gewoon een lekker nummer in de typische Priest traditie, maar toch net iets meer dan dat. I am Nostradamus, do you believe?
Revelations” laat ons voor het eerst kennis maken met de leuke combinatie van Heavy Metal riffs en een strijkersorkest. Alleen de zang kan me niet helemaal overtuigen in dit nummer.
Met “War” beginnen we aan het vierluik rond de vier ruiters, waar er overigens een prachtig stukje artwork van gemaakt werd. Het nummer begint kalm als een soort stilte voor de storm. Na de gezongen inleiding mogen we genieten van een orkestraal stukje dat plots overslaat in pure dreiging. Je ziet als het ware de vier ruiters rijden door een brandend landschap waar ze dood en verderf zaaien.
”Pestilence & Plague” is alweer een topper die vooral blijft hangen dankzij zijn Italiaans refrein.
”Death” is wat kalmer, duisterder en dreigender. Je voelt de kilte van de dood hangen. Hier laat Rob Halford door enkele hoge uithalen horen dat hij het hoge zingen nog niet verleerd is.
Op cd toch niet, tenminste. Het vierluik wordt afgesloten door “Conquest”, een nummer dat begint met een veelbelovende intro. Alweer een lekker nummer dat blijft hangen. Priest is goed bezig!
Na het rustige “Lost Love” worden we nog getrakteerd op een lekkere Heavy Metal song in de vorm van “Persecution. Under the hand of persecution. Defy the institution”. Dit wordt een klassieker!

De tweede cd vind ik persoonlijk wat minder dan de eerste cd. Het gaat er ook allemaal een stuk kalmer aan toe. Oké, het is allemaal wel sfeervol en er is voldoende diepgang.
Het tweede deel van dit conceptalbum begint met een sombere toon. Het ietwat melancholische “Exiled” vertelt over de verbanning van Nostradamus. Normaal dat het geen vrolijke rocker is.
”Alone” begint met een akoestische intro die later in het lied nog terugkeert. Dit is toch wel één van de hoogtepunten van de plaat. Het refrein is er één die duidelijk blijft hangen. En zo hebben we het graag natuurlijk.
Na “Visions” en “New Beginnings” krijgen we hét hoogtepunt van Nostradamus, namelijk het titelnummer. Na de bombastische opera intro krijgen we een heerlijk nummer dat wat doet denken aan Painkiller. Nostradamus is avenged! “Future Of Mankind” vind ik een overbodig nummer, of op zijn minst een nummer dat niet op het einde van het album gestaan mocht hebben.
Tot zo ver het meesterwerk van Judas Priest. Ik was diep onder de indruk, want dit werkje dit mijn metalen hart  sneller kloppen. Voor de mensen die niet genoeg hebben aan muziek alleen, kan ik gerust de luxe-edition aanraden. Het is een boekje met harde kaft en een verzameling aan artwork om je vingers bij af te likken. Hier is duidelijk over nagedacht!

Eisbrecher

Sünde

Geschreven door

Oké, welke grapjas heeft er mij dit gelapt? Toen ik deze cd liet afspelen met Windows Media Player bleken er in plaats van 13 nummers 91 op te staan, met een wel héél korte speelduur. Maar toen ik verder ben beginnen denken, zag ik in dat dit was om het illegaal downloaden tegen te gaan.
Want de reden dat sommige cd’s al weken voor de releasedate op het net staan  kun je vinden bij sommige reviewers, maar van een volledig ander soort dan ik dan. Maar goed, laten we even een kijkje gaan nemen naar de muziek.
Het ijs wordt veelbelovend gebroken(heb je hem, Eisbrecher?) met “Kann Denn Liebe Sünde Sein”, de eerste single van het album. Onmiddellijk werd mij duidelijk dat we hier te maken hebben met een soort kloon van Rammstein. Nou ja, een kloon is het nu ook niet. Maar de muziek vertoont toch veel kenmerken die me doen denken aan Rammstein. Duitstalige, zwaardere zang en een kruising van elektronische geluidjes en bruut gitaargeweld.
Na het middelmatige “Alkohol” komt “Komm Süsser Tod”, een donkere song met hoog meezinggehalte.
Dit nummer doet wat denken aan de vroegere dagen van Rammstein, toen ze nog echte Industrial Metal maakten. Bij “Heilig” worden de gitaren wat meer naar de achtergrond verschoven, waardoor het wat toegankelijker wordt. “Verdammt Sind” is een raar stukje elektronica dat moet dienen als intro voor “Die Durch Die Hölle Gehen”, een lekker nummer dat begint met bruut gitaargeweld. Zo hebben we het graag!
”Herzdieb” doet het wat kalmer aan, dat mag ook wel eens. “1000 Flammen” begint met een riff die me verdomd veel doet denken aan “Of Wolf And Man” van Metallica. Ik durf dit gerust één van de beste dreigende nummers van de plaat  noemen. “This Is Deutsch” neigt wat naar het belachelijke, toch zeker qua lyrics, “Wir Sind Deutsche Robotter?”
In tegenstelling tot Rammstein heeft Eisbrecher ook veel aandacht voor het Electronic/Dance publiek. Na het wat onopvallende, maar niet onaardige “Zu Sterben” en “Mehr Licht” komen we aan bij “Kuss”, het laatste nummer van het album(als je de Remix van “This Is Deutsch” buiten bespreking laat). “Kuss” is een saai instrumentaaltje waar de gitaren niet mogen meedoen. Wat mij betreft mocht ‘Sünde’ gerust geëindigd zijn met “Mehr Licht”.
Al bij al zijn de heren van Eisbrecher er in geslaagd mij ongeveer 55 minuten te boeien met hun Electronic Trip Rock. Voor liefhebbers van Rammstein is dit zeker een aanrader, of gewoon voor mensen die eens iets nieuws willen proberen. Want daar gaat het toch om in ons korte mensenleven?

Moony

Holy clowns in a post-carnival town (EP)

Geschreven door

Er zijn van die bands die het op dezelfde achternaam houden; na The Datsuns en The Ramones zijn er de vier Moony’s. Het kwartet met roots uit West en Oost-Vlaanderen tappen muzikaal uit een totaal ander vaatje. Ze spelen broeierige, dromerige gitaarpop en halen de mosterd uit singer/songwriting, ‘70’s retro, americana en psychedelica. Elementjes Young en PinkFfloyd horen we, maar ook bands als Tragically Hip en The Jayhawks zijn hier op hun plaats.
Veelzeggende, beeldrijke songtitels en talentrijk songschrijverschap geven aan dat er over de nummers is nagedacht: subtiel uitgewerkt, een goede opbouw en herfstig, melancholisch. De Hammond partijen en het gitaargetokkel nemen een prominente rol in en sturen ons naar een mistig muzikaal decor, zoals “Misty trip” en “The paradise project”. “The All-Time High” is een beestige rocker, die ons wakker schudt. Vocaal is er voldoende afwisseling in de stem van Bram, die op het intieme “Where have you been” ongelofelijk sterk is. Puik EP’tje van deze mannen.

Info op http://www.moony.be

Soul Designer

Evolutionism

Geschreven door

Charleroi resident DJ, technomuzikant en producer Fabrice Lig komt aandraven met een fijne plaat. Op ‘Evolutionism’ horen we een gevarieerd aanbod binnen deze stijl, van trancy elektronica soundscapes tot meer techno met een funky randje.
Hij kreeg de hulp van de Japanse geluidstovenaar Ken Ishii, wat de plaat in z’n totaliteit zeker ten goede komt, want de diverse avontuurlijke geluidsexperimentjes en de dansbare grooves zorgden voor een aanstekelijk plaatje. “Children of Galapagos”, “DDNA”, “Australian P-Tek Funk”, “The power of the city” (met zangeres Cleo), en Herbie Hancock’s “Rockit” mogen voor het uitstalraam van deze knoppenfreak geplaatst worden!

Info op http://www.fabricelig.com en http://www.third-ear.net

FeestinhetPark 2008: zondag 24 augustus 2008

Het rockende geweld van het Gentse The Germans , de potige, zompige garage rock’n’roll van Triggerfinger en de onschuldige, snedige melodieuze rock van Tim Vanhamel openden gemoedelijk de afsluitende dag vóór de George Clintons/Parliament craziest freaky funk show en de Oostendse nachtburgemeester Arno.

Maar eerst Beenie Man, de man komt uit het verre Jamaica en was daar voor ons part beter gebleven. De man en zijn band spelen dancehall-ragga, een genre speciaal uitgevonden voor hyperkinetische bavianen die aan de prozac zitten. Er bleek in Oudenaarde toch een publiek te bestaan die vatbaar is voor deze opgefokte pokkeherrrie, maar wij kregen er barstende koppijn van. Beenie Man heeft maar één song , speelde die tot vervelens toe dan ook nog 15 keer en het werkte al van de eerste minuten danig op onze zenuwen. Dit is het soort artiest die ervoor zorgt dat Dafalgan en Aspro eeuwig zullen blijven bestaan.

Levende legende George Clinton, peetvader van de P-Funk, had een vrolijke bende meegebracht. Vier gitaristen waarvan er eentje in een pamper was gehuld, backing vocals waaronder een bevallige deerne op rollerskates, een rapper, een geschifte atletische neger die zich meermaals dubbel plooide en een stel blazers waarvan de dikste ruim de 150 kilo overschreed. Ze moeten daar zowat met zijn zestienen op dat podium gestaan hebben en met z’n allen maakten ze er een knettergek kolkend funk-feestje van. Vette funk beats wisselden af met verbluffende gitaarsolo’s. Ouwe knar Clinton zelf betrad het podium pas nadat zijn band met een drietal nummers de tent op stoom had gebracht, ondermeer met een lekker vet “Cosmic slop”.
Het optreden was één lange geweldige funky-jam van een stel prettig gestoorde klassemuzikanten met de zotte Clinton als opperhoofd. In de gloeiende stoofpot die het bonte gezelschap brouwde herkenden we ouwe kleppers als “Free your mind and your ass will follow” (beste songtitel ooit als je ’t ons vraagt), “I got a thing” en “Get off your ass and jam”, zelfs een flard “I am the slime” van die andere geniale weirdo Zappa was in de set geslopen (paste perfect in deze gekte).
Clinton staat er voor gekend dat ie eindeloos kan doorgaan eenmaal hij goed op dreef is, hier hadden we niet anders gewild, maar het strenge uurschema bracht helaas veel te vroeg een einde aan dit bruisend funkpotje.

Arno heeft al iets te veel op de podia van de Belgische festivals gestaan om het Vlaamse volkje nog echt te verrassen, maar toch weet hij nog steeds een uur lang te boeien, ook al is zijn set zeer voorspelbaar geworden (“Oh la la la” en “Les filles du bord de mer” netjes op het einde, vanwege tijdsgebrek kon “Putain putain” er deze keer niet meer bij). Het concert van Arno was lekker strak en stevig en de vervanger van Geoffrey Burton op gitaar doet zijn voorganger helemaal vergeten, en dat wil wat zeggen. Arno heeft een neus voor goeie muzikanten, zijn nieuwe gitarist bracht nog wat meer dynamiet in Arno’s sound en dat zorgde ervoor dat deze set alweer een aardig brokje onvervalste rock’n’roll was en dat Arno zijn liedje nog lang niet is uitgezongen.


Organisatie: FihP, Oudenaarde

FeestinhetPark 2008: zaterdag 23 augustus 2008

The Black Box Revelation (Grand Mix) leken wel de vaste opener van de zomerfestivals. Zonder afbreuk aan wie ook, hebben we hen nu een beetje teveel gezien. Ze tekenden voor een nerveuze bedreven rock’n’roll show. Het siert hen te spelen met steeds dezelfde energie en dynamiek.

Ons eigen Headphone (Bar Bizar) uit Gent mogen we komende maanden goed in het oog houden. Hun subtiel uitgewerkte dromerige songs hadden een zalvend ritme en een zweverige melodie. Ze kregen kleur door toetsen en flirtten met Notwist en Radiohead. “Ghostwriter”, “Moneylender” en “She’s electric”konden rekenen op herkenningsapplaus en met PJ Harvey’s “Down by the water” leverden ze een originele cover af.

De rauw rammelende gitaarrock/bluesrock van het Engelse Archie Bronson Outfit kwam niet helemaal tot zijn recht in de Grand Mix, daarvoor was de tent iets te groot. Het fel rockende trio trok het zich niet aan en serveerde bezwerende en rudimentaire songs van hun albums 'Fur' (04) en 'Derdang derdang' ('06). Daarbij zorgden "Cherry lips", "Dart for my sweetheart" en "Dead funny" voor een bescheiden applausje. Spijtig van de matige opkomst. Echo's van The Gun Club, 16 Horsepower, Jon Spencer, Captain Beefheart en Kings of Leon zaten verweven in hun totaalgeluid.
Toch een dikke voldoende voor deze energieke en opzwepende garagerockers! De afwezigen hadden ongelijk!

Motek (Bar Bizar) plaatste de postrock op ‘Port Sunshine” in een breder concept door hemelse melodieën , aanzwellende partijen en de Mogwai/65daysofstatic geluidsstormen op het eind. Hun klanklandschap was mooi, heel mooi en gevarieerd, met “Immerblei” en “Tryer” als hoogtepunten: van slepend, dromerig tot rauw, direct en snedig.

Het Deense dance rock gezelschap WhoMadeWho (Grand Mix) kon ook al op weinig interesse rekenen. Toch was hun speelse en springerige mix van beats en rock het beluisteren en bekijken waard. Hun eclectische nummers bevatte elementen van dance/disco, funk, (post)punk en rock.
De drie heren uitgedost in een spannende zwart/wit outfit hadden maar één doel voor ogen: hun toeschouwers doen dansen. Daar slaagden ze grotendeels in. Het was moeilijk om stil te staan op hun funky en frivole songs van hun gelijknamige debuut ('06): "Space for rent", "Happy girl", Johnny lucky", "Hello, empty room" en de hilarische cover van de dancehit "Satisfaction"('02) van Benny Benassi. Voornaamste referenties waren Frank Zappa (zanger/gitarist Tomas Hoefling leek wel zijn dubbelganger), The Sparks, Devo, Primus, Gang of Four en P.I.L., niet van de minsten dus. Toch was er sprake van een eigen sound, daarvoor waren hun nummers inventief en origineel genoeg. WhoMadeWho entertainde en bracht een leuke show! Nu nog wat meer publiek a.u.b.!

De organisatie strikte het alternatieve, rockende hiphopcollectief The Roots uit Philadelphia, USA, (Grand Mix)voor een éénmalig festivalconcert. Ze bewezen op FihP waarom ze tot de beste en meest gerespecteerde live-acts horen.
Hun set was één lange jamsessie waarin elementen van rap, rock, soul, funk en jazz zaten. Hier dus niet enkel één of twee MC's en een DJ, maar een hele live-band: een gitarist, bassist, keyboardspeler, drummer, percussionist, een trombone-/trompetspeler en natuurlijk MC Black Thought die met zijn politieke, sociale en maatschappelijke lyrics/thema's bewijst dat het anders en origineel kan.
"Rising up" (van hun laatste worp ‘Rising down’) opende hun show, gevolgd door het uptempo "Star" en het donkere "Long time". Bij deze songs was het nog een beetje zoeken naar een evenwichtig geluid. Het oudje "Mellow my man" en het hevige "Criminal" volgden. Bij doorbraaksingle "You got me" ('99) begon het feest pas echt. Deze klepper werd verlengd tot een heuse medley met fragmenten van "Sweet child of mine" (Guns n' Roses), "Loverman" (Shabba Ranks), "Bad to the bone" (George Thorogood) en "Who do you love?" (The Doors). Gitarist Kirk Douglas (niet die van Star Trek) speelde zichzelf in de kijker met zijn opzwepende en intense solo's Ook de andere muzikanten mochten een staaltje van hun kunnen demonstreren. Allemaal zeer knap en indrukwekkend!
Het laatste deel was gereserveerd voor het 'echte' hiphop werk middels het funky "Get busy", het rhymefest "The next movement" en hun meest gekende track "The seed" (met een stukje "Men @ work").
The Roots leverden een kolkende en intense prestatie. Een hoogtepunt voor velen!

Afsluiter in de Grand Mix op zaterdag was Hooverphonic. De band rond bassist Alex Callier, gitarist Raymond Geerts en zangeres Geike Arnaeret serveerden een mooie en afwisselende dwarsdoorsnede van hun oeuvre. Live werden ze bijgestaan door een extra keyboard- en mellotronspeler en drummer Steven van Havere (Arid). De sobere setting en ingenieuze lichtshow maakten het plaatje compleet.
Ze begonnen met enkele songs van hun laatste fullength 'The president of the LSD golf club'. We hoorden de donkere opener "Stranger", het psychedelische "50 Watt", het rockende "Expedition impossible", het poppy "Circles" en de meezinger "Gentle storm". De intieme cover van "Cry" (Godley and Creme) zetten knappe vertolkingen van een ‘Best of’ op getouw: het happy "Club Montepulciano", het snedige "No more sweet music" en de reeks singles "The magnificent tree", "Jackie Kane", "The world is mine" en het prachtige "Eden"(met een scherp, krachtig gitaarspel en distortion!).
In de uitgebreide bisronde hoorden we strakker gespeelde versies van "Eclipse", het nog steeds fantastische "Mad about you", het dramatische "Vinegar and salt" en het happy "Sometimes" (gelinkt aan de “Imagine” tune van John Lennon!).
Toch had het enthousiaste publiek er nog niet genoeg van en verscheen de groep nog eens ten tonele voor het onheilsspellende en dreigende "Bohemian laughter".
Een overtuigende en uitgekiende set. Geike Arnaert stal de show met haar hemelse vocals: ze nam afstand van haar coole uitstraling en ontpopte zich als een sensuele popdiva op het podium . Echt top!

En in de Bar Bizar konden we intussen genieten van de pompende beats, trance en dancehall van The Subs en Dada Life; hun instant club klassiekers “Kiss my trance” en “Funfunfun” gingen erin als zoetenbroodjes voor het dansminnende publiek!

Organisatie: FihP, Oudenaarde

FeestinhetPark 2008 : vrijdag 22 augustus 2008

De dertiende editie van Feest in het Park aan de oevers van de Oudenaardse Donkvijvers zijn een groot succes geworden. Met ruim 32.000 bezoekers over de 3 dagen (zeker 10000 meer dan vorig jaar nota bene!) stevende FihP af op een record. Dit was vooral te danken aan het sterke en gevarieerde programma: pop, alternatieve rock, reggae/ragga, postrock, funk, hiphop, drum 'n' bass en de huidige dancetrendsetters.
Grootste kleppers van dienst waren George Clinton (feat Parliament), The Roots, Front 242, Hooverphonic, Goose, Shameboy en Arno.
De muzikale smeltkroes, het sfeerrijke decor, de partysfeer, de ontspannen vibe en de herschikking van het terrein (gezelliger en compacter!) en (al bij al ) het goede weer waren de troeven van deze succesvolste editie. Niks anders dan lachende gezichten van de uiterst tevreden organisatie, die er probleemloos nog een tandje konden bijsteken. Verdiend!

dag1: vrijdag 22 augustus 2008

Het Antwerpse rockcollectief A Brand (Grand Mix) kwam hun nieuwe, derde album 'Judas' voorstellen op FihP. Ze konden op redelijk wat belangstelling rekenen. De vijf heren die keurig in een wit glanzend maatpak waren gestoken, openden met hun grootste hit "Hammerhead". De sfeer zat er meteen in. "Time", de nieuwe single en Afrekeningshit, volgde. Daarna nam de vaart wat af en was er plaats voor het ingetogen, sfeervolle "Where's your heart?", het groovy "Beauty booty killer queen" en het opzwepende "Judas". Het speelse "Lesser God" bevatte inventieve gitaarpartijen. De heavy cover/medley van "Block rockin' beats"(The Chemical Brothers) en "Poison"(The Prodigy) werd net als het frivole "Mad love, sweet love" fel gesmaakt..Afgesloten werd er met de leuke uitgelaten AC/DC-cover "Thunderstruck". Een sterke en overtuigende set van een kwintet dat opvalt met een meerstemmige zang en een variërende sound.

Het Franse Peuple de l’Herbe (Bar Bizar) vermaakten met hun melt van rock, hiphop, dub, reggae en electro. Ze hitsten het publiek op met hun snedige raps. Knappe dance , dreunende beats en een boeiende show.

De golf van electro, trance, techno en breakbeats onder pulserende pompende beats van het Antwerpse Shameboy (Grand Mix) wordt sterk ontvangen door de jonge (techno) danslustigen. Ondanks de maatstaaf van een ‘oohooh’ meezinggehalte en crowdsurf is hun ‘Heartcore’ tour wel een beetje teveel van hetzelfde geworden. “Sunday Punk” , “Monofour”, “Timeskipper”, “Splendit”, “Heartcore” en de traditionals “Rechoque” en “Strobot” zorgden voor een dampend feestje.


De 'Electronic Body Music'-pioniers Front 242 (Grand Mix) beklommen daarna het podium. De invloedrijke en baanbrekende band, opgericht in '81(!), in Brussel, zijn één van de voorlopers van de huidige dance-, electro/techno- en wave/industrialscene. De vier heren, allemaal in zwarte, futuristische (combat) outfit konden rekenen op hun trouwe fanschare, die grotendeels bestonden uit dertig en veertigers. De band bestaande uit Jean-Luc De Meyer (vocals), Richard 23 (vocals, keyboards), Patrick Codenys (keyboards/programming/mixing) en Tim Kroken (live drums) bewezen dat ze nog altijd een act zijn om rekening mee te houden en dat ze nog maar weinig van hun goede live reputatie verloren hebben.
Na de intro "98", ging men van start met het duistere "Together", het pompende "Take one" en het militante "In rhythmus bleiben". Daarna volgden het luid meegezongen "Welcome to paradise", het dreigende "Loud" en het rustige "Until death". Vervolgens werd het tempo terug opgeschroefd met "Funkhadafi" en "Moldavia".Het dak ging er bijna af met het gekende materiaal: een stuwende "Religion" en "Headhunter" en het vette' "Punish your machine".
Een degelijk uitgebalanceerd concert dus, maar jammer dat er een paar klassiekers als “no shuffle”, “body to body”, “commando (mix)” en “quiet unusual” in de koelkast bleven en dat het iets jongere publiek maar weinig interesse toonde voor de verrichtingen van deze 'veteranen'! Het waren de oude wave liefhebbers die genoten of pogoë-den op deze electronic’ trance’ body music.

De Kortrijkse electro-rockers van Goose (Grand Mix) waren duidelijk de publieksfavorieten op deze eerste festivaldag. Hun energieke mix van dance/electro en rock werkte zeer aanstekelijk op de dansspieren. Hun set bestond uit songs van het inmiddels twee jaar oude 'Bring it on'; we herkenden de singles "British mode", "Black gloves" en "Low mode". Het overige songmateriaal hoefde daar zeker niet voor onder te doen, getuige daarvan de uitstekende intense nummers "Audience", "Human resource", "Girl", "Everybody" en "Modern times".
De mannen van Goose verkeerden in topvorm en zorgden voor een feestje met hun opzwepende synths, pompende beats, vette gitaren en strakke drums! Een goed geoliede machine en absolute topper!

De Bar Bizar bleek veel te klein voor Andy C., de drum 'n' bass-grootmeester en 'zwaargewicht' van het eerste uur. Deze Engelse DJ die al sinds '92 actief is, bevestigde moeiteloos zijn status als beste jungle-DJ ter wereld met zijn snoeiharde, maar sfeervolle, zalvende en dansbare drum 'n' bass die ook elementen bevatte van soul, reggae/ragga, hiphop en zelfs jazz. Originaliteit troef dus!
Live werd hij bijgestaan door een MC/volksmenner die het al uitzinnige publiek ophitste met zijn militante kreten en oneliners. Stilstaan was dan ook onmogelijk. Andy C. demonstreerde een knap staaltje van zijn kunnen! Indrukwekkend!

Afsluiter in de Grand Mix was Discobar Galaxie. Hun recept van dance/beats, hiphop, rock en popnummers in een grappig en speels jasje was dan ook bekend. Jammer genoeg konden ze op weinig bijval rekenen en was de tent dan ook maar voor de helft gevuld. Toch lieten DJ Lars Capaldi, DJ Bobby Ewing en MC Loveboat het niet aan hun hartje komen en maakten ze er het beste van. Tevergeefs zo bleek, de Grand Mix bleef matig gevuld.
Misschien lag het aan de moegefeeste jongeren of aan het feit dat hun trukendoos bij de meesten bekend was. Ook het feit dat dit hun zoveelste passage was op FihP had er waarschijnlijk wel iets mee te maken. Een lichte teleurstelling!

Organisatie: FihP, Oudenaarde

Pagina 448 van 474