logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (14668 Items)

Alanis Morissette

Flavors Of Entanglement

Geschreven door

1995: de Canadese Alanis Morissette debuteert met ‘Jagged Little Pill’ en wordt gebombardeerd tot een grootse artieste. We hebben te maken met ingetogen, aangrijpende en stevige gitaarpop onder haar klaaglijke stem.
Tien jaar later …Alanis heeft een zware hectische periode achter de rug: ze brak met haar echtgenoot/producer en relativeerde haar Oosterse filologie van de tweede plaat ‘Supposed former infatuation junkie’.
Tot vóór ‘Flavors Of Entanglement’ bracht ze nog twee zwalpende cd’s uit. Ze staat, niet voor tijd trouwens, opnieuw sterk in haar schoenen, wat ervoor zorgt dat ze een evenwichtige plaat heeft uitgebracht, zonder dat haar vocals écht vervelen.
De popmelodie overheerst op “Underneath”, “In praise of the vulnerable man” en “Tapes”. “Not as we”, “Torch” en “Giggling again for no reason” klinken intiem en sfeervol. En Alanis zorgt voor kleur en afwisseling, met een Madonna’s ‘Ray Of Light’ gehalte van pulserende trancy beats en discotunes: “Citizen of the planet”, “Straitjacket”, “Versions of violence” en het afsluitende “Incomplete” hebben die muzikale aanpak. Voor niks is Madonna trouwens de platenbaas van Morissette.
Slotsom: een verdiende comeback en een aangename plaat!

Liars

De bizarre muzikale leefwereld van Liars

Geschreven door
Het New Yorkse kwartet Liars, onder de weirdo zanger Angus Andrew, staat garant voor avontuur en experiment in hun punk/emo/indie/postrock sound. Ze leunen aan het oude Swans, Cave’s Birthday Party, PIL’s ‘Metal Box’ en ‘Flowers Of Romance’, de indie van Yo La Tengo en de noisepsychedelica van Butthole Surfers. Een apocalyptische, filmische soundtrack door de repetitieve, bezwerende en opzwepende drumritmes, vervormde gitaarloops en elektronica, gedragen door de zoemende praatzang van Andrew. Dit geluid was vooral te horen op de vorige cd ‘Drum’s not dead’. De recente plaat, simpelweg ‘Liars’ genaamd, klinkt terug iets harder en directer.

De projecties van een knetterend haardvuur aan een muur, achteraan het podium, injecteerden het dreunende, dreigende geluid. Liars vloog er meteen in met de stevige “Leather prowles” en “Clear islands”, waarbij ze niet vies waren de pedaaleffecten in te drukken om een noisemuur te creëren . De songs van het vroegere werk klonken intrigerend en aanstekelijk door de repeterende opbouw en de verrassende wendingen. De verdwaalde gitaardwarrels, de diepe bas, de elektronica en de logge, bezwerende en opzwepende drumritmes maakten het geheel wat nerveuzer en gejaagder. Andrew ging als een bezetene tekeer; een podiumbeest wat deed denken aan Mauro en Cave in z’n jonge jaren.
Een catchy elfenpopnummer bracht het publiek en band wat op adem. Genadeloos werd besloten met het strakke “Plaster casts of everything”.
De groep kon rekenen op een sterke respons, wat nog twee pittige songs in de bis opleverde: een stevig “7” en een zweverig, door elektronica en drums gedragen, “Movie …”.

Liars nam z’n publiek op sleeptouw en loodste hen doorheen hun bizarre muzikale kronkels; ze riepen het beeld op van een stel psychotisch dansende heksen rond hun ketel!

Het Gentse Penguins Know Why kaapten vorig jaar al de hoofdprijs weg op het Oost-Vlaamse rockconcours ‘De Beloften’. Het jonge kwartet refereerde aan de rauwe rammelende rock van Pavement en voegden er een vleugje postrock en een gekruid ‘80’s The Sound aan toe. Een muzikale evenwichtsoefening tussen een catchy, traditionele songstructuur en een gewaagder aanpak. “Antfucker”, “Catchers”, “Xoyo” en “Nifty” waren alvast enkele opmerkelijke songs.

Organisatie: 4AD, Diksmuide


Bon Jovi

Bon Jovi staat voor onmogelijk opdracht om halfvol Koning Boudewijnstadion op te warmen

Geschreven door

Net zoals de meeste Belgische stadionconcerten van de voorbije jaren kreeg Bon Jovi het eveneens niet voor elkaar om het Koning Boudewijnstadion te doen vollopen. In tegenstelling tot Bruce Springsteen, waar na een tegenvallende voorverkoop beslist werd om het concert te verplaatsen naar het Antwerpse Sportpaleis, hield men hier halsstarrig vast aan het vooropgezette concept. Waarschijnlijk was er geen echt alternatief om deze grote productie te verplaatsen naar een kleinere locatie. Op de valreep probeerde men via het internet nog kaarten te verkopen aan een fel gereduceerde prijs. Dat het middenplein bovendien onderverdeeld was in 3 zones, waarvan slechts het eerste deel voor het podium (‘The Golden Circle’) aardig vol liep, heeft er ongetwijfeld toe bijgedragen dat het live gevoel in het verbrokkelde stadion nooit echt hevig toesloeg. Nochtans was het van 8 juni 2003 (Oostende – Bounce tour) geleden dat de band nog in België was geweest.
De geschreven pers telde toch zo’n 30.000 aanwezigen die kwamen opdagen voor deze stop van de ‘Lost Highway’ tour. Deze wereldwijde concerttour ter promotie van Bon Jovi’s tiende studioalbum ging van start eind oktober 2007 in de V.S. Momenteel is Europa & het Midden-Oosten aan de beurt.

Bon Jovi had de Belgische pretpunkrockband Nailpin gevraagd om ons op deze koude zomeravond wat op te warmen. Nailpin die we kennen van de Studio Brussel hitjes “Endless Conversations”, “Together” & “Movin’ On” mocht om 19u15 openen voor het grootste publiek waarvoor ze ooit optraden. Ook al was het voor een halfleeg Koning Boudewijn Stadion, het blijft natuurlijk leuk om dit aan je palmares te kunnen toevoegen. Jammer voor bassist Todts, want die kon er vanwege zijn huwelijk niet bij zijn. Veel jeugdig enthousiasme gezien maar muzikaal stelde het allemaal niet erg veel voor.

Om 20.30 gaf Bon Jovi het startschot met de titeltrack uit het recentste album. ‘Lost Highway’ haalde in de V.S. opnieuw de hoogste regionen in de hitlijsten en dat was toch al weer geleden van ‘New Jersey’ uit 1988. Over de plas trekt de band momenteel deels de Countryrock kaart, maar in Europa loopt het allemaal zo’n vaart niet. De setlist was dan ook een greep uit het volledige, rijke oeuvre van de band. Het werd dus eerder een soort van ‘Greatest Hits’ set, zoals het oorspronkelijk ook de bedoeling was. Die setlist werd in vergelijking met de avond ervoor in Amsterdam volledig aangepast.
Na een korte intro kwam de band (Jon Bon Jovi, Ritchie Sambora, Hugh McDonald, Tico Torres & David Bryan) onder enthousiast gejuich het podium op. Een extra gitarist (Bobby Bandiera) vervoegde dit vijftal. Vooral de start was fenomenaal sterk.
“Born To Be My Baby”, “You Give Love A Bad Name”, “Raise Your Hands” & “One Wild Night” raasden aan een erg hoog tempo voorbij.
Na deze sterke start meteen een pijnlijk dieptepunt. Want de mix van “Sleep When I’m Dead” met “Rockin’ All Over The World” & “Start Me Up” (The Rolling Stones) was voorspeelbaar, saai en erg overbodig. Gelukkig herpakte de band zich met een sterk middenstuk. “Have A Nice Day” & “It’s My Life” werden meegebruld uit volle borst maar het was duidelijk zichtbaar dat de band toen al door had dat dit geen memorabele avond zou gaan worden. Bij momenten was de teleurstelling op het gezicht van zanger Jon Bon Jovi echt af te lezen.
” Blaze Of Glory”, uit Jon Bon Jovi’s soloalbum ‘Young Guns II’, werd een van de beste vertolkingen van de avond. Ook Ritchie Sambora mocht zich terug in de kijker spelen en nam de song “Ill Be There For You” volledig voor zijn rekening. In tegenstelling tot Jon vertoont Ritchie’s stem toch wat meer tekenen van verval. Het publiek hielp hem echter door deze smartlap heen. Tijdens “Who Says You Can’t Go Home” (was dit een tip om nog meer mensen het stadion uit te jagen?) mocht ook Lorenza Ponce de sound verrijken met haar viool. Hierdoor werd het Countryrock gevoel eindelijk nog eens aangewakkerd.
“Livin’ On A Prayer” deed het stadion even zinderen en sloot na ruim twee uur de set af. Maar de band kwam nog terug voor enkele encores. “Living In Sin” uit ‘New Jersey’ was een absolute verrassing en erg sterk gebracht. Het album ‘New Jersey’ was opvallend uitdrukkelijk aanwezig in de setlist, in tegenstelling tot slechts twee songs uit het nieuwe artistiek sterke ‘Lost Highway’. Met “Bad Medicine” nam de band ongetwijfeld met ambivalente gevoelens afscheid van Brussel.

Conclusie: deze passage van Bon Jovi was pure nostalgie,….maar een formule waar toch wat sleet op zit. De setlist was erg sterk (met enkele echte verrassingen!) maar ik had toch meer songs verwacht uit het nieuwe album. De hitmachine oogde wel veel succes bij het publiek maar vanwege de geringe opkomst werd het nooit echt een feestje! Een stadion hoort vol te zitten! Zoniet is het bijna een onmogelijke opdracht om een echte live sfeer te creëren. De sound in het stadion was vrij goed en visueel was de show vrij leuk om zien maar nooit echt spectaculair. Het podium was vrij klassiek opgebouwd. Enkele videowalls en erg veel licht kleurden de stage.
Voor de rest hield men het erg sober.
Bon Jovi is nog steeds een echte liveband.
Helaas lieten de Belgische fans het deze keer wat afweten (of waren de prijzen te duur?). Hopelijk blijft Bon Jovi ook in de nabije toekomst ons landje opzoeken. Maar dan liefst in een aangepaste setting voor een uitzinnige meute Bon Jovi fans.

Setlist:
Lost Highway, Born To Be My Baby, You Give Love A Bad Name, Raise Your Hands, One Wild Night
I’ll Sleep When I’m Dead / Rockin' All Over The World & Start Me Up, In These Arms, Story Of My life, Any Other Day, Captain Crash & The Beauty Queen From Mars, Have A Nice Day, It's My Life, Keep The Faith, Blaze Of Glory, Blood On Blood, I'll Be There For You (Richie), Dry County, Last Man Standing, Who Says You Can't Go Home, Livin’ On A Prayer
Living In Sin /Going To The Chapel, Wanted Dead Or Alive, Bad Medicine / Shout

Organisatie: Lion Productions ism Q Music

Melt Banana

De muzikale oerknal van het Japanse Melt-Banana

Geschreven door

Het was een unieke kans om het Japanse Melt-Banana uit Tokyo aan het werk te zien in ons landje, want het kwartet toert maar om de 2 à 3 jaar eens door Europa. Ze hielden enkel halt in het kleine, donkere zaaltje van de Kreun. Melt -Banana heeft zes cd’s en maar liefst 23 EP’s uit; vorig jaar verscheen ‘Bambi’s Dilemma’, met een uitgebreide tournee tot gevolg!
Hun noiserock, gekenmerkt met metal en punk, kent onnavolgbare tempowisselingen en bengelt tussen melodie en aritmiek. Ze zijn verwant aan Steve Abini’s Shellac, Sonic Youth, Barkmarket en aan de Mike Patton -John Zorn projecten.

Een woest, beestig geluid en een muzikale ontlading, waarbij de gebalde, samengeperste energie uit hun tenger lichamen wordt gespeeld! Gitarist Ichirou Agata (met mondmasker!) haalde alles uit z’n kast en overspoelde het publiek met jachtige ritmes, noisesounds en pedaaleffecten; de bassiste Rika MM’ liet diep ronkende en snelle basriiffs horen en bracht in de beste Primusstijl de bassnaren onder een continue intense spanning. En tenslotte was er het retestrakke tempo door de opzwepende drums. In deze wall of sound zweefden daar ergens de gierende, gillende hysterische vocals van zangeres Yasuko Onuki.

Een 50 minuten keiharde, (on)toegankelijke unieke liveshow van ogenschijnlijke chaos, herrie en gepolijste broeierige melodieën van soms one-two minute songs, die diverse tempowisselingen en onverwachtse wendingen ondergingen. Ze raasden als een orkaan over ons heen. Een soort oerknal. “They were Melt-Banana from Tokyo, Japan” en we hebben het duidelijk geweten.

Het Gentse kwartet The Germans hebben hard gewerkt, wat hen een indrukwekkend debuut ‘Elf shot lame witch’ opleverde. Live kozen ze voor een rauwe, avontuurlijke aanpak in hun frisse aanstekelijke, mooi uitgewerkte noisepop, waarbij Ampe de songs aan elkaar zingt, schreeuwt en krijst. Hun speldenprikjes bezorgden een opgefokt, nerveus geluid. Muzikale gekte en schoonheid! Onderschatte band op hoog niveau!

Organisatie: De Kreun, Kortrijk

The Gutter Twins

Saturnalia

Geschreven door

Het is er uiteindelijk van gekomen dat Dulli en Lanegan eens samen een plaat gingen uitbrengen. Na talrijke los/vast uitwisselingen van Twilight Singers en Mark Lanegan Band, zijn beide Amerikaanse cultsterren van de alternatieve rock te horen onder The Gutter  Twins. Ze doopten hun cd ‘Saturnalia’, net als het Britse The Wedding Present, een kleine vijftien jaar terug.
Het is een eenvoudig op te splitsen plaatje geworden waarbij we het donker dreigende geluid van Lanegan horen en de sensueel prikkelende, dromerige, broeierige soulrock van Dulli. Je kunt duidelijk horen wie vocaal steeds het voortouw neemt.
Een snedig Afghan Whigs en Twilight Singers klinkt duidelijk door op “The stations”, “God’s children”, “Circles the fringes” en “Each to each”; het zijn stevige songs met een sterke groove en een vleugje bombast. Zelfs Lanegan rockt  … luister maar naar “All misery flowers” en “Idle hands”, waarbij hij nauw refereert aan het vroegere Swans.
Beide heren klinken sfeervoller op songs als “The body”, “ Who will lead us?”, “Bête noire” en de afsluitende track “Front street”.
’Saturnalia’ bevat overtuigend eenduidig songmateriaal van een sterk op elkaar ingespeeld duo. Wat een verbroedering! Interessant om weten is dat praktisch elke song in een andere bezetting werd gespeeld.

Milow

Coming Of Age (2)

Geschreven door

In 2004 was Jonathan Vandenbroeck uit Leuven finalist in Humo’s Rock Rally. Hij startte toen als een éénmansproject. Hij heeft intussentijd twee cd’s uit: ‘The bigger picture’ (’06) en de huidige cd ‘Coming Of Age’.
Hij behoudt z’n singer/songwriterschap in enkele sobere songs (“Out of my hands”, “Herald of free enterprise” en de titelsong). Hij wordt ook bijgestaan door een fantastische groep muzikanten die een voller geluid laten horen: gitarist Ruben Block van Triggerfinger, toetsenist Joris Caluwaerts van Zita Swoon en bassist Jasper Hautekiet (Rhythm Junks). Radiovriendelijk materiaal met een sfeervol, dromerige sound, verwant aan Tom Helsen, Venus In Flames en Sioen. Z’n wondermooi zalvende stem, ondersteund door deze van Nina Babet, die we kennen van bij Admiral Freebee, geven warmte en zeggingskracht.
Ze zitten goed in elkaar ,zijn innemend, intimistisch of luchtig en hebben een sterke opbouw. “The ride”, “The priest” en “Dreams & renegades” kunnen de man en z’n band een fijne toekomst bezorgen. En nog steeds scoort “You don’t know” van de vorige plaat hoge ogen.

Holy Fuck

LP

Geschreven door

Holy Fuck is een bandnaam die makkelijk in de mond ligt. Het duo uit Toronto verdiept zich in elektronicagefreak en wordt bijgestaan door een bassist en twee drummers . Ze creëren een broeierig, aanstekelijk en opwindend, energiek geluid. Hun muziek past in het rijtje van de grillige weirdo psychedelicarock van Battles en Trans Am, integreert de ‘90’s elektronica soundscapes van The Aloof en Sabres Of Paradise, verhoogt de trippende sound van Sigur Ros, en haalt een vleugje indie en drum’n’bass aan.
Hun quasi instrumentale sound klinkt groovy, dansbaar en doet ons bewegen in een ‘bevreemdende brave new world’. De negen songs op hun tweede plaat zijn allen even sterk, wat meteen een verdiende doorbraak mag betekenen!

Deerhunter

Deerhunter: gedoseerde noiserock met een ‘80’s gehalte

Geschreven door

De Kreun te Kortrijk programmeerde een alternatief tof dubbeloptreden, Deerhunter en High Places. Twee bands het ontdekken waard.

Het Amerikaanse kwintet Deerhunter is al zo’n zeven jaar bezig en heeft drie full cd’s uit. Ze debuteerden in 2005 met ‘Turn it up faggot’.Vorig jaar verscheen ‘Cryptograms’ en binnenkort is er de opvolger ‘Microcastle’. Van deze uit Georgia, Atlanta afkomstige band zijn de graatmagere gitarist Bradford Cox en percussionist Moses Archuleta de spil. Ze zijn nauw verwant aan Electrelane, Liars en Yeah Yeah Yeahs, wat betekent dat er sprake is van langgerekte en repetitief opbouwende gitaarlagen onder een bezwerende drums. Door de snedige en slepende ritmes creëerden ze een intens spannend sfeertje, gedragen door de nasale, dromerige zang van Cox. Een wall of sound die het publiek in z’n greep hield, maar door het feit dat Cox ziek aan het optreden begon, moest hij na twee songs noodgedwongen op een stoel neerzitten om te kunnen verder spelen.
Deerhunter hield het een kleine 50 minuten vol met hun aanstekelijk materiaal, waarbij ze vooral het nieuwe werk promoten. Live klonken ze direct en ongepolijst, was er ruimte voor de instrumenten en ondergingen de songs soms frisse en verrassende wendingen. Op plaat is er eerder sprake van een breder concept, door gitaarslides, accordeon, orgel en synthesizer. Gedoseerde noiserock, met een ‘80’s gehalte, die terecht gelinkt werd aan de indie van The Feelies, iets wat ze zelf omschrijven als ‘ambient punk’.

Het uit Brooklyn, NY afkomstige duo High Places bracht een niet alledaags geluid van Caribische en exotische elektronica, zalvende, freakende grooves, trancegerichte soundscapes, dwarrelsounds en drumbeats, onder zweverige vrouwelijke vocals en stemvervorming. Het geheel klonk vrij toegankelijk, leuk, dansbaar en fijngevoelig.

Organisatie: De Kreun, Kortrijk

TW Classic 2008: rockkleppers bevestigen

Geschreven door

Ruim 40.000 mensen, die de kaap van de gezegende leeftijd van 35 en ouder hadden bereikt , konden hun rockhartje ophalen met een schitterende TW Classic finale, The Police. Wie vorig jaar er niet in slaagde een kaartje te bemachtigen van hun concert in het Sportpaleis, kon nu op aangename wijze z’n favoriete‘80’s band aan het werk zien en kreeg er het podiumbeest Iggy en het poprockende The Scabs bovenop.
Het publiek maakte eerst kennis met Milow en Juanes, beloftevolle artiesten binnen de huidige pop, die al door de vroege aanwezigen warm werden onthaald. Maar het  rockminnende publiek kwam samen om de drie volgende kleppers aan het werk te zien:

The Scabs die, weliswaar geplaagd door een brok nervositeit, zorgden voor een aangename brok nostalgie en verblijdden de talrijke dertigers en veertigers met een portie welgemeende Belgenrock. Guy Swinnen had voor de gelegenheid nog eens zijn jacket en Clash T-shirt van 25 jaar geleden aangetrokken. Het was immers van toen geleden dat zij als jonge wolven op het Werchter podium de dag mochten in gang stampen. Het hitje van het eerste uur “Matchbox car” ging jammer genoeg een beetje de mist in wegens te nerveus afgehaspeld maar verder waren The Scabs een aangename belevenis, ook al mocht het van ons allemaal wel iets minder beleefd en vooral een beetje ruiger. Zij verdienden het echter wel  om hier te staan en nog eens voor zo een hoop volk te spelen.

The Stooges dan. Een brok geschiedenis, hier kan gewoon geen enkele zichzelf respecterende gitaargroep omheen. En ook al is Iggy misschien al lang een karikatuur van zichzelf geworden, voor ons is hij nog altijd het meest explosieve rock’n’roll beest dat in de laatste decennia ooit op een podium is opgemerkt. The Stooges spelen nog steeds de smerigste riffs ooit gehoord op deze planeet.
Klassiekers als “Loose”, “No fun”, “I wanna be your dog”, “Down on the street”, “Dirt” en “1969” waren als gewoonlijk een brok dynamiet en naar het slot van de set toe wisten Iggy en zijn magistrale Stooges ons nog te verrassen met de oerpunkers “Search and destroy” en “I got a right”, songs die bij hun vorige reünie optredens vermeden werden omdat de broertjes Asheton bij het maken ervan destijds al de laan waren uitgestuurd door een in die tijd compleet geschifte Iggy Pop. By the way, geschift is ie nog altijd, trouwens.
Uit de laatste Stooges plaat ‘The weirdness’ van een jaar terug, een miskleun als je ’t ons vraagt, werd gelukkig enkel “My idea of fun” gehaald, het enige nummer op die plaat die de moeite waard is. Maar vooral “Skull ring” en “Electric chair” uit de het Skull ring album van 2003 waren strak en wervelend en moesten geenszins onderdoen voor de klassiekers van meer dan dertig jaar geleden.
Om maar te zeggen, The Stooges waren nog maar eens verpletterend en Iggy blijft een rock’n’roll beest pur sang. De vips stonden er vanuit hun immense boulevard zo een beetje naar te kijken als een koe op een ruimteschip, zij begrepen er helemaal niks van.  Rock’n’roll is duidelijk niet aan hen besteed. Mogen zij de volgende keer naar Bryan Adams, Soulsister of Marco Borsato gaan kijken, maar bij Iggy blijven ze beter weg.

The Police, daar was het meeste volk voor gekomen, inclusief zij die na het afgelaste tweede Sportpaleis concert op hun honger bleven zitten. Wel, die mensen hun geduld werd meer dan beloond met wat werd aangekondigd als het laatste Police-concert op Belgische bodem ooit. The Police was echter veel meer op dreef dan ze ooit hadden kunnen zijn  in het Sportpaleis enkele maanden geleden. Sting had deze keer wel zijn stem meegebracht en Andy Summers en Stewart Copeland toonden zich als twee ongelooflijke rasmuzikanten die merkelijk plezier beleefden aan die laatste Belgische trip. De drive zat er in, dat deed het hem. De songs klonken nergens afgehaspeld of belegen, ook al hebben we ze al zo’n duizend keer gehoord. Een song als “De do do do” die anders een beetje banaal klinkt was hier zelfs een hoogtepunt . “Roxanne”, achterwege gelaten omwille van stemproblemen in het Sportpaleis, was nu wel als absolute knaller van de partij en “So Lonely” kende de gedrevenheid van de jonge dagen.  Verder was het smullen van “Walking on the moon”, “Message in a bottle” (waar mee begonnen werd, “met de deur in huis vallen” noemen ze dat), “King of pain” en “Don’t stand so close to me” en het hevige punky “Next to you”.
Eigenlijk speelde The Police een mooie compilatie uit hun vijf albums,  ze deden dat  met volle overgave en gaven nooit de indruk dat hier even snel wat geld moest verdiend worden. Ook al was het waarschijnlijk wel zo, maar ze konden het in ieder geval goed wegsteken.

Organisatie: Live Nation

Isobel Campbell & Mark Lanegan

De opmerkelijke countryblues van Isobel Campbell & Mark Lanegan

Geschreven door

Twee jaar terug noteerden we een opmerkelijk samenwerkingsproject tussen de Schotse Isobel Campbell, de vroegere celliste van Belle & Sebastian, en Mark Lanegan, ex Screaming Trees, een veel gevraagd gastvocalist bij talrijke bands als QOSA, Soulsavers Creature with the atom brain en Twilight Singers. En hij bracht samen met Greg Dulli, onder The Gutter Twins, ‘Saturnalia’ uit en trad onlangs in april op in het kader van het Dominofestival. Zijn eigen band staat momenteel op non actief.
’Ballad of the broken seas’ en ‘Sunday at the devil dirt’ zijn de twee worpen van het duo; ze worden door de media bestempeld als een ‘the beauty & the beast’ en ‘60’s icoontjes Nancy Sinatra en Lee Hazelwood.
Muzikaal is er sprake van een donker,dreigende en een dromerig sfeervolle sound bepaald door Lanegan’s diepe, grauwe, krakende stem en Campbell’s frêle, hemelse backing vocals en gefluit. Hun, in countryblues gedrenkte, intiem pakkende, broeierige luisterliedjes (by the way composities van Campbell!) zijn tekenend voor een soundtrack van Quentin Tarantino of een apocalyptische ‘Once upon a time’.

Ze waren spaarzaam begeleid door akoestisch gitaargetokkel, af en toe omlijst door piano, toetsen, cello en contrabas. Het duo speelde een ontwapende, innemende en beklijvende set. Het publiek bezorgde het kwintet telkens een warm onthaal, maar van interactie was er geen sprake. Lanegan stond vastgenageld aan z’n microfoonstaander, het hoofd half opzij, en dronk na elke song een klein teugje water; Campbell op haar beurt wendde haar blik van het publiek af. En tenslotte stond er een denkbeeldig ijzeren gordijn tussen de twee. Ergens middenin de set hoorden we een schuchtere dankjewel.
Een goed anderhalf uur wisselden ze af van tempo en ritme en plukten songs uit hun twee verschenen cd’s. Een sobere “Seafaring song” leidde in onder de grommende zegzang van Mark, ondersteund door het lieflijk hemels gezang van Isobel. “Deus ibi est” klonk indringend door een venijnig snedig gitaarspel. We zagen een oneindig desolaat landschap voor ogen op “Carry home”, “Who built the road” en “Back burner”. ”The false husband”, “Salvation”, “Keep me in mind, sweetheart” en het afsluitende “The circus is leaving town”, waren vaudeville countrykillers op z’n Michael Gira’s en Tom Waits.
“The flame that burns” en “Hony child what can I do” legden wat meer gemoedelijkheid aan de dag en leverden een perfecte samenzang op. Isobel Campbell kwam eventjes op het voorplan om de schitterende elfensong “Saturday’s gone” te zingen, en vulde mooi aan op “Free to walk”.
Heerlijk geslaagde variërende nummers, wat de melancholie en zwaarmoedigheid draaglijker maakte.
Ze trakteerden ons op een uitgebreide bis van vier songs: pareltjes waren “Come on over (turn me on)” en Hank Williams’ “Ramblin’ man”, aangevuld met een integere “Revolver” en het repetitief opbouwende “Wedding dress”, die door een krachtiger gitaarspel het overtuigende concert definitief besloot.

Als een verdwaalde ziel stuurden Campbelle & Lanegan ons de nacht in, maar al gauw werden we  wakker geschud op de boulevard door enthousiaste jonge EK feestvierders …

Organisatie: Live Nation

Tokyo Police Club

De rukwindenrock van Tokyo Police Club

Geschreven door

Tokyo Police Club is een jong beloftevol kwartet uit Toronto; ze kwamen vorig jaar in de spotlights met de EP ‘A lesson in crime’, die acht aanstekelijke, energieke twee minuten songs bevatte; kenmerkend zijn een diep ronkende bas, een scherp gitaarspel, kleurrijke toetsen en opzwepende drums onder een licht neurotische, zweverige nasale zang van David Monks (vocaal iets mee van Julian Casablancas van The Strokes!). Postpunk op z’n Futureheads, de dynamiek van Bloc Party, de frisse rock van Strange Death Of Liberal England en de retro van The Strokes; en tenslotte vullen ze aan op Pavement en Dinosaur Jr.

In een klein uur brachten ze speels, ongedwongen en rommelig bijna 20 vakkundige songs, die nogal snel op elkaar volgden; ze klonken strak, scherp en krachtig. De schreeuwerige backing vocals scherpten het jeugdig enthousiasme aan. Ze putten uit hun EP en de pas verschenen full cd ‘Elephant shell’. Ze staken voldoende afwisseling in die strakke sound: er waren de rauw springerige “In a cave”, “Sixties remake” en “Centennial” of de snedige rockers “If it works”, “Craves”, “Citizens of tomorrow”, “Tesselate”, “Shoulders & arms” en “Frames”. Intens broeierig en sfeervoller klonken opener “La ferrassie”, “Juno”, “Nursery academy” en “Nature of the experiment”.

De ‘rukwindenrock’ van Tokyo Police Club intrigeerde en raasde niet als een orkaan over je heen. Het hyperkinetische “Be good” besloot overtuigend de set. Zonder veel poeha speelden ze een kort, stevig gebald, ‘to the point’ concertje.

Het Amerikaanse The Mobius Band trad enkele maanden terug al op als support van Editors in de AB. Deze ‘lookalikes’ van Cake konden met hun broeierige indierock, elektronica geflirt en enkele avontuurlijke wendingen, maar matig boeien, ondanks het feit dat het trio er duidelijk zin in had. Het ontbrak hen doodgewoon aan aantrekkelijke songs …

Organisatie Botanique, Brussel

Cat Power

Jukebox

Geschreven door

Cat Power & Dirty Delta Blues

Chan Marshall, synoniem voor Cat Power, kwam tien jaar terug in de belangstelling door op een unieke manier op piano songs van Dylan, Nina Simone, Smog en Rolling Stones te bewerken. De songs werden ontdaan van enige franjes, kregen een warme, tedere aanpak en werden gedragen door haar hese, melancholische soms onvaste stem. Haar americanablues biedt een eerlijk, puur, oprecht en doorleefd geluid, een ‘straight from lived in bars’ geluid, kortom, ideale songs die de nacht besluiten in een donkere kroeg.
Sinds de vorige ‘The greatest’ cd beschikt ze over een meer vaste begeleidingsband, The Dirty Delta Blues.
‘Jukebox’ bevat tijdloze klassiekers van o.a. Hank Williams, James Brown, Bob Dylan, Jessie Mae Hamphill en  Billi Holliday, aangevuld met twee eigen remakes, die een eigen unieke wending krijgen. Doorleefde americana/soul/retrobluesrock, ergens tussen V.U., Black Crowes, G Love, Wilco, Joni Mitchell en Janis Joplin.
Sober en kwetsbaar klinken ”Silver stallion”, “Lord, help the poor & needy”, “Song to Bobby”, “Don’t explain”, “Woman left lonely”, “blue” en “Breathless”. Een voller geluid en een krachtiger aanpak hebben “New York”, “Rambling (wo)man”, “Metal heart” en “Aretha, sing one for me” .
’Jukebox’ is een rustige, intieme, kwetsbare als sfeervol broeierige plaat geworden en het is mooi hoe ze met haar band steeds opnieuw paden verkent om verrassende bewerkingen uit haar mouw te schudden.

Porcupine Tree

We lost the skyline

Geschreven door

Het is een beetje onduidelijk waarom een band als Porcupine Tree zonodig een nieuwe liveplaat op de markt moet brengen, dat terwijl ze in het verleden met ‘Coma Divine’ (1997), ‘Warszawa’ (2004) en de recente live DVD ‘Arriving Somewhere’ (2006) al sublieme documenten hadden afgeleverd. Maar Steve Wilson wil naast zijn talrijke nevenprojecten ook zijn moederband ‘in the picture’ houden. Dit jaar zullen er waarschijnlijk opnieuw enkele heruitgaven van Porcupine Tree albums verschijnen maar een nieuw album zit er, na het sublieme ‘Fear Of A Blank Planet’ (2007), dit jaar niet in. Dit live plaatje is er dan ook ééntje voor de fans. Een live document in zijn puurste vorm. Want alle songs worden volledig uitgekleed. Het is een beetje teleurstellend dat de akoestische songs enkel gebracht worden door Steve Wilson. Af en toe is er wat hulp van John Wesley, die dan nota bene nog steeds geen vast PT lid is! Mooier was een akoestisch setje geweest met de ganse band.
Maar goed ik heb me laten vertellen dat deze ‘We Lost The Skyline’ vooral mag dienen als introductie op de Amerikaanse markt, waar de band een korte overzeese toer mag volbrengen. De songs blijven subliem, de live uitvoering is hier en daar wat minder. Een stevige song zoals “Even Less” mist het gebalde arrangement en kampt zo met wat bloedarmoede. Enkel voor diehard Porcupine Tree fans want van een volwaardige release kunnen we hier niet spreken!


Isobel Campbell & Mark Lanegan

Sunday at the devil dirt

Geschreven door

Mark Lanegan beleeft drukke tijden, want hij is een veel gevraagd gastvocalist. Onder z’n eigen band is het van 2004 geleden dat hij nog werk kon uitbrengen. Lanegan was te horen bij QOSA, Soulsavers, Creature  with the atom brain en The Twilight Singers. Dit voorjaar leverde hij met Greg Dulli zelfs onder The Gutter Twins een prachtplaat af.
En met Isobel Campbell kwam het twee jaar terug tot een samenwerking op afstand, met ’The ballad of the broken seas’ als overtuigend resultaat. Ze werden bestempeld als de ‘60’s icoontjes Lee Hazelwood en Nancy Sinatra.
‘Sunday at the devil dirt’ is het vervolgverhaal, waarbij ze deze maal samen de studio introkken. De donker dreigende sound en het dromerig, sfeervol karakter blijven behouden. Lanegan neemt met z’n grauwe, diep krakende zegzang een prominente rol in (een tweede Johnny Cash/Michael Gira), en zangeres/componiste/celliste Campbell neemt genoegen om als achtergrondzangeres te fungeren. Enkel op “Shotgun blues” is ze leading vocaliste!
Het lijkt eerder op een solo-uitstap van Lanegan die de composities van de ex Belle& Sebastian Schotse songschrijfster zingt.
”The raven” en “Come on over (turn me on)” zijn de pareltjes op de plaat. Overwegend horen we spaarzaam begeleide songs, af en toe omlijst van sfeervolle strijkers, zoals op “Seafaring song” en “Who built the road”. De country killers “Something to believe” en “Keep me in mind, sweetheart” huiveren door het akoestisch gitaargetokkel en Lanegan’s gegrom. “Back burner” en “The flame that burns” laten een andere kant van het duo horen: lekker zwoel en zwierig.
Kortom, we houden er heerlijke variaties aan over op deze tweede samenwerking.

Zornik

Crosses

Geschreven door

Zornik neigde de voorbije jaren te verzanden in meligheid, wat aan eigenheid inboette en hen deed opslorpen binnen de Muse bombast.
’Crosses’ is een van energie barstende nieuwe plaat, die een frisse indruk nalaat door enkele aanstekelijke, snedige, rauwe poprocknummers als “Black hope shot down”, “The backseat”, “Sad she said” en “No”. Ze zijn ondertussen een kwartet, wat een voller geluid biedt en het geheel ten goede komt. “Go” is zelfs nog straffer door z’n strakke aanpak. Ademruimte krijgen we op de trage pianoslepers ‘Straight to the bone’ en ‘There she goes’, die mooi in elkaar overgaan. En Zornik hoeft zelfs z’n catchy rock niet te schuwen, “Lost & Found” is zo’n typische classical. De ‘80’s elektronica klinkt niet té nadrukkelijk.
Puik plaatje van Buyse en de zijnen en … nét op tijd om muzikaal te variëren.

Rage Against The Machine

Rage Rules!

Geschreven door

In de volle grunge van Pearl Jam en Nirvana en in de voetsporen van de crossover van Faith No More, Living Colour en Urban Dance Squad ontstond Rage Against The Machine.
Het kwartet uit L.A. bracht drie platen en een covercd uit, met een politiek establishment van linkse ideeën. Een in te lijsten titelloos debuut, een matige tweede plaat (‘Evil Empire’), een retestrakke ‘The battle of Los Angeles’ en tenslotte de eigenwijze aanpak van andermans nummers op ‘Renegades’. Hun sound: een heftig, magisch uniek noisegitaarspel, diepe, zware bastunes en een opzwepende percussie, bepaald door een spervuur aan verbeten raps. Guilty partners waren Zack de la Rocha, Tom Morello, T.tim.K en Brad Wilk.
Ze leverden enkele pure lijfliederen af en waren één van de opwindendste bands van de jaren ’90. Toen Rage het voor bekeken hield, kon de band (zonder Zack) onder Audioslave (met Chris Cornell van Soundgarden) de oude vlam slechts ten dele aanwakkeren.
Op het Coachella festival in de VS was er vorig jaar de nakende reünie. We lazen dat ze live nog niks aan dynamiek hadden ingeboet. Een pletwals! En lovende kritiek was er ook gisteren op Pinkpop.

De hoge verwachtingen werden meteen ingelost, want op de eerste noot van “Testify” was het hek al van de dam, gevolgd door “Bulls on parade”; de security had de handen vol om niet enkel jonge gasten, maar ook door het dolle heen dertig- en veertigers op te vangen.
De keuze kwam vooral op het gebalde, opzwepende materiaal van hun debuut en ‘The battle of Los Angeles’.
De power was te horen op “Bombtrack”, “Bullet in the head”, “Know your”, enemy, “Guerilla radio” en “Sleep now in the fire” (wat een tempowisselingen). Een meer slepend ritme hadden “People of the sun”, “Vietnam” en het afsluitende “War within a breath”, om het publiek wat op adem te laten komen. Dat ze ook mainstream konden klinken, hoorden we op “Working on a clampdown” van The Clash (dertig jaar oud!). Morello pijnigde z’n gitaar op “Ashes in the fall”, het hoogtepunt van z’n avontuurlijke gitaarkunstjes.
Rage was zowel energiek, strak, beukend als traag en meeslepend om dan ‘full force’ het gaspedaal in te drukken. Het zweet stroomde het enthousiaste kwartet af! Zack en Morello stonden geen enkel moment stil. De virtuositeit van de band verbaasde in de bis met de in elkaar overgaande “Township rebellion” en “Freedom”: de gitaargeluidjes, de stiltes, de explosies en de door merg en been gaande schreeuwvocals van Zack, waren gewoonweg schitterend! Tenslotte besloten ze en verve met de fuifklassieker “Killing in the name of”: springen, dansen, meebrullen en gebalde vuisten in de lucht. Het was puffen in die dampende kolk van het Sportpaleis! Zelden gezien dat iedereen zo uit z’n dak ging. Drijfnatte lichamen ondergingen de mokerslagen van het kwartet.

Het Sportpaleis daverde; hier is geschiedenis geschreven en werd het ambiancerecord van Faithless, al tien jaar terug, met gemak verpulverd. Ze zorgden, geschift en genadeloos, voor een groots feestje. Wat een memorabele return en reünie van het kwartet. Rage rules… Verbluffend optreden!

De politiek sociaal bewogen Serj Tankian doet het momenteel al een tijdje zonder z’n System of A Down. Een vijfenveertig minuten speelde Tankian een broeierige, spannende set. Als support werd hij met z’n band warm onthaald. Hij wist in de sound als vocaal voldoende variatie te brengen in het gestroomlijnd materiaal. Het waren vooral “Empty walls”, “The sky is over” en het avontuurlijke “Praise the lord”, boordevol onverwachtse wendingen, die zich onderscheiden. Deze Amerikaanse Armeniër maakte alvast een goede beurt en het is uitkijken naar z’n set op Pukkelpop.

Poeët/predikant Saul Williams bracht al interessant materiaal uit met de heren van de Roni Size feat Reprazent clan. Een Maxi Jazz in overdrive op het podium, militante, bedwelmende beats, elektronicagefreak, drum’n’bass en dub onder z’n fel verbeten raps zochten de juiste groove om te kunnen boeien. De declamerende voordrachten bleven achterwege. Saul Williams ging de mist in, ook al klonk hij toegankelijker. Het ontbrak net aan kwalitatief sterk materiaal.

Organisatie: Live Nation

Tim Vanhamel

Tim Vanhamel: until I found The Germans (again)

Geschreven door

Het was uitkijken naar hoe Tim Vanhamel zijn solodebuut ‘Welcome To The Blue House’ live zou brengen in de kleinere zalen van het Clubcircuit. Daar waar Vorst in februari - als support van Smashing Pumpkins - nog te groot leek, hoorden en lazen we wisselende commentaren over zijn optredens in Het Depot, Charlatan en Trix. We waren dus niet weinig benieuwd hoe Vanhamel en begeleidende band het er deze keer vanaf zouden brengen. We keken ook enorm uit naar het gitaargeweld van The Germans, de veelbelovende debuutplaat ‘Elf Shot Lame Witch’ knalde de afgelopen 2 maanden immers bijna onze speakers in de wagen aan flarden.

Hoewel het Millionaire-geweld op ‘Welcome To Te Blue House’ plaats moest maken voor melancholische en melodieuze pop werden we toch verrast door de enorme wall of sound die de groep rond Vanhamel optrok. Starten deed de band met “Red River”, een nummer met een schijnbaar eenvoudige songstructuur en melodieuze gitaarlijnen. “It’s Not The Drug”, op plaat één van de meer middelmatige nummers, ontplooide zich tot catchy garagerock met een zanglijn die in het hoofd blijft spoken. Het met hijgpartijen doorspekte “Which Of Us”, één van onze favorieten op de plaat, deed ergens een elfenbelletje rinkelen en het ietwat dreigende - en op plaat een rustpunt vormende – “Tell Me” klonk live toch behoorlijk stevig. Na het tragere, maar eveneens hard gespeelde, “Return To Love” was het de beurt aan “Until I Find You”. De vooruitgestuurde single van ‘Welcome To The Blue House’ zat middenin de set en blijkt ook live een ijzersterke song. Hierna was het de beurt aan het ietwat gejaagde, met hoge drums gezegende, “Sometimes I Wanna Run” en het meeslepende “Saviour”. Hoe kwetsbaar Vanhamel zich ook toont met zijn soloplaat, “Like A Fire” is ontegensprekelijk iets lichtvoetiger en minder negatief geladen. Met “Take Me Home” was het de beurt aan een met weerhaakjes voorziene ballade. Het is niet nieuw want met “Ballad Of Pure Thought” leverde Vanhamel als frontman van Millionaire ook al een breekbare, maar fantastische, ballade af. Besluiten deed de band met “Garden Of Weeds”.

Om eerlijk te zijn, we hadden de wall of sound bij het optreden van Vanhamel helemaal niet zien aankomen. Vanhamel had in interviews nochtans al aangekondigd de nummers van op ‘Welcome To The Blue House’ ‘een beetje in een rockkleedje te steken’.
Voor ons leek het alsof de subtiliteit van de plaat en de schoonheid van de nummers teniet werden gedaan door de - ietwat overdadige - geluidsmuur die Vanhamel en co optrokken. We zijn er de mensen niet naar om de prestatie van een man met een indrukwekkend CV als Vanhamel met de grond gelijk te maken maar moeten toegeven dat we meer verwacht hadden van deze liveprestatie. Al moeten we toegeven dat we wel nog meer uitkijken naar een nieuwe plaat van Millionaire dan we - hoe benieuwd we ook waren - uitkeken naar deze show. Dit gezegd zijnde: het doet voor ons niks af van de vocale en muzikale talenten die we toedichten aan Vanhamel, wel integendeel!

Geen band die we - sinds hun ontstaan in 2002 - meer aan het werk zagen als The Germans. De groep bracht dit jaar, in navolging van hun EP uit 2005, hun goed doordachte debuutplaat uit. ‘Elf Shot Lame Witch’ werd een beklijvend werkstuk dat hen o.a. in Vooruit, Nijdrop, 4AD, Botanique en - als support van The Kills - in de AB bracht. The Germans staken meteen van wal met “Witch”, een duivelse inslag waarbij de stem van Ampe zorgt voor een blitzkrieg van kippenvel. De schreeuwpartij in “Lalaliar” deed ons meteen denken aan Frank Black en de zijnen, terwijl we ons niet van de indruk konden ontdoen dat de drums en de bas van de gebroeders Jacobs een geheim verbond hadden gesloten. Na de zwaar overstuurde gitaren van “Your DNA” vuurden The Germans met “The Next Superstar” een nummer vanop hun EP af. Het onschuldig trage “Carolife Daisy”, dat sterk gelaagd is opgebouwd, krijgt na verloop een donker meedogenloos randje en “Lame” stort zich indrukwekkend in een chaos van noise door de krijsende zang, opgefokte gitaar en nerveuze drums. “Shot” op zijn beurt, met scherp gitaarwerk van Cauwels, had helemaal niet misstaan op de ‘Ghost Rock EP’ van Mauro & The Grooms. Het met ontelbare geluidseffecten volgestouwde “Waiting For The Band” is noiserock van het zuiverste water. Afsluiten deden The Germans met het indrukwekkende “Dog”, een nummer dat nooit lijkt te eindigen en ons ter plekke aan de grond nagelde.
The Germans zijn sterk gegroeid als band. De nummers zijn zeer sterk uitgewerkt en er is grondig nagedacht over een eigen geluid. Ergens hadden we het gevoel dat ze deze set nog beter (nog beter!) kunnen brengen. Voor The Germans is dit duidelijk geen eindpunt. De Standaard noemde hen de gevaarlijkste rockgroep van België… misschien moeten we daar ‘en de meest onderschatte’ aan toevoegen?!
Na het aanschouwen van dit optreden is de honger alvast groot om hen al opnieuw aan het werk te zien, graag als support van bands als Liars, Mauro & The Grooms of… Millionaire.

Gentlemen of Verona, een rauwe garageband, mocht de avond openen. De snijdende gitaren en de ruige drumritmes met invloeden van The Gossip en PJ Harvey vormden een aperitiefje (een droogje) dat ons nog meer deed uitkijken en smachten naar The Germans.

Organisatie: Petrolclub, Antwerpen

The Germans

Gevaarlijk en onderschat ...

Geschreven door

Geen band die we - sinds hun ontstaan in 2002 - meer aan het werk zagen als The Germans. De groep bracht dit jaar, in navolging van hun EP uit 2005, hun goed doordachte debuutplaat uit. ‘Elf Shot Lame Witch’ werd een beklijvend werkstuk dat hen o.a. in Vooruit, Nijdrop, 4AD, Botanique en - als support van The Kills - in de AB bracht. The Germans staken meteen van wal met “Witch”, een duivelse inslag waarbij de stem van Ampe zorgt voor een blitzkrieg van kippenvel. De schreeuwpartij in “Lalaliar” deed ons meteen denken aan Frank Black en de zijnen, terwijl we ons niet van de indruk konden ontdoen dat de drums en de bas van de gebroeders Jacobs een geheim verbond hadden gesloten. Na de zwaar overstuurde gitaren van “Your DNA” vuurden The Germans met “The Next Superstar” een nummer vanop hun EP af. Het onschuldig trage “Carolife Daisy”, dat sterk gelaagd is opgebouwd, krijgt na verloop een donker meedogenloos randje en “Lame” stort zich indrukwekkend in een chaos van noise door de krijsende zang, opgefokte gitaar en nerveuze drums. “Shot” op zijn beurt, met scherp gitaarwerk van Cauwels, had helemaal niet misstaan op de ‘Ghost Rock EP’ van Mauro & The Grooms. Het met ontelbare geluidseffecten volgestouwde “Waiting For The Band” is noiserock van het zuiverste water. Afsluiten deden The Germans met het indrukwekkende “Dog”, een nummer dat nooit lijkt te eindigen en ons ter plekke aan de grond nagelde.
The Germans zijn sterk gegroeid als band. De nummers zijn zeer sterk uitgewerkt en er is grondig nagedacht over een eigen geluid. Ergens hadden we het gevoel dat ze deze set nog beter (nog beter!) kunnen brengen. Voor The Germans is dit duidelijk geen eindpunt. De Standaard noemde hen de gevaarlijkste rockgroep van België… misschien moeten we daar ‘en de meest onderschatte’ aan toevoegen?!
Na het aanschouwen van dit optreden is de honger alvast groot om hen al opnieuw aan het werk te zien, graag als support van bands als Liars, Mauro & The Grooms of… Millionaire.

Het was uitkijken naar hoe Tim Vanhamel zijn solodebuut ‘Welcome To The Blue House’ live zou brengen in de kleinere zalen van het Clubcircuit. Daar waar Vorst in februari - als support van Smashing Pumpkins - nog te groot leek, hoorden en lazen we wisselende commentaren over zijn optredens in Het Depot, Charlatan en Trix. We waren dus niet weinig benieuwd hoe Vanhamel en begeleidende band het er deze keer vanaf zouden brengen. We keken ook enorm uit naar het gitaargeweld van The Germans, de veelbelovende debuutplaat ‘Elf Shot Lame Witch’ knalde de afgelopen 2 maanden immers bijna onze speakers in de wagen aan flarden.

Hoewel het Millionaire-geweld op ‘Welcome To Te Blue House’ plaats moest maken voor melancholische en melodieuze pop werden we toch verrast door de enorme wall of sound die de groep rond Vanhamel optrok. Starten deed de band met “Red River”, een nummer met een schijnbaar eenvoudige songstructuur en melodieuze gitaarlijnen. “It’s Not The Drug”, op plaat één van de meer middelmatige nummers, ontplooide zich tot catchy garagerock met een zanglijn die in het hoofd blijft spoken. Het met hijgpartijen doorspekte “Which Of Us”, één van onze favorieten op de plaat, deed ergens een elfenbelletje rinkelen en het ietwat dreigende - en op plaat een rustpunt vormende – “Tell Me” klonk live toch behoorlijk stevig. Na het tragere, maar eveneens hard gespeelde, “Return To Love” was het de beurt aan “Until I Find You”. De vooruitgestuurde single van ‘Welcome To The Blue House’ zat middenin de set en blijkt ook live een ijzersterke song. Hierna was het de beurt aan het ietwat gejaagde, met hoge drums gezegende, “Sometimes I Wanna Run” en het meeslepende “Saviour”. Hoe kwetsbaar Vanhamel zich ook toont met zijn soloplaat, “Like A Fire” is ontegensprekelijk iets lichtvoetiger en minder negatief geladen. Met “Take Me Home” was het de beurt aan een met weerhaakjes voorziene ballade. Het is niet nieuw want met “Ballad Of Pure Thought” leverde Vanhamel als frontman van Millionaire ook al een breekbare, maar fantastische, ballade af. Besluiten deed de band met “Garden Of Weeds”.

Om eerlijk te zijn, we hadden de wall of sound bij het optreden van Vanhamel helemaal niet zien aankomen. Vanhamel had in interviews nochtans al aangekondigd de nummers van op ‘Welcome To The Blue House’ ‘een beetje in een rockkleedje te steken’.
Voor ons leek het alsof de subtiliteit van de plaat en de schoonheid van de nummers teniet werden gedaan door de - ietwat overdadige - geluidsmuur die Vanhamel en co optrokken. We zijn er de mensen niet naar om de prestatie van een man met een indrukwekkend CV als Vanhamel met de grond gelijk te maken maar moeten toegeven dat we meer verwacht hadden van deze liveprestatie. Al moeten we toegeven dat we wel nog meer uitkijken naar een nieuwe plaat van Millionaire dan we - hoe benieuwd we ook waren - uitkeken naar deze show. Dit gezegd zijnde: het doet voor ons niks af van de vocale en muzikale talenten die we toedichten aan Vanhamel, wel integendeel!

Gentlemen of Verona, een rauwe garageband, mocht de avond openen. De snijdende gitaren en de ruige drumritmes met invloeden van The Gossip en PJ Harvey vormden een aperitiefje (een droogje) dat ons nog meer deed uitkijken en smachten naar The Germans.

Organisatie: Petrolclub, Antwerpen

Amenra

AmenRa: Welcome to the church of Ra

Geschreven door

AmenRa, kwintet uit Kortrijk, die zowat de Belgische vaandeldragers zijn van de postmetal/doom/sludge, genieten gedurende de laatste 2 à 3 jaar toch enige bekendheid in deze kring.
De jonge broertjes van Neurosis stonden live als een huis. We zagen een perfect op elkaar ingespeelde band met een loepzuiver en verpletterend geluid. Zanger Colin Vaneeckhout stond gedurende het hele optreden met zijn rug naar het publiek en wisselde zijn oerschreeuw soms af met cleane gezongen stukken. Af en toe werd er wat gas teruggenomen om daarna des te harder te exploderen. Op de achtergrond waren er visuals, projecties te zien, die de duistere en pikzwarte sfeer nog versterkten.
De tracks van hun net verschenen 'MassIV'-album werden strak en overtuigend in de zaal geslingerd, er was geen ontkomen aan. In vergelijking met hun vroegere werk kunnen we constateren dat er nog meer variatie en melodie zit in het gitaarwerk, dat er nog beter gewerkt wordt met dynamiek en vooral dat hun apocalyptische en immense sound er nog altijd staat. Muziek die het zonlicht weert …Much respect en châpeau!

Steak Number Eight uit het West-Vlaamse Wevelgem en de jongste winnaars ooit van Humo's Rock Rally openden en brachten een combinatie van postmetal, sludge en noise. Origineel en vernieuwend zijn zeniet, dat hoeft ook niet en is bijna onmogelijk tegenwoordig. De typische elementen van de postrock waren aanwezig: lange instrumentale passages, de hard-zacht wisselwerking, minimale en repetitieve riffs en drumpatronen ende donker, dreigende ritmes. Invloeden van Neurosis, Isis, Tool, Sonic Youth en Mogwai zijn herkenbaar. Live werden de songs gebracht van hun debuut 'When the candle dies out...' en verve gebracht. We onthouden vooral het machtige “The sea is dying”, het intense “Blood on your hands” en het pulserende en hypnotiserende “On the other side” en “My hero”.
De podiumpresentatie was nogal sober, maar daar kan nog aan gewerkt worden. In de gaten houden deze jonge wolven!

Organisatie: Nijdrop, Opwijk


Steak Number Eight

In de gaten te houden, deze jonge wolven!

Geschreven door

Steak Number Eight uit het West-Vlaamse Wevelgem en de jongste winnaars ooit van Humo's Rock Rally brachten een combinatie van postmetal, sludge en noise. Origineel en vernieuwend zijn zeniet, dat hoeft ook niet en is bijna onmogelijk tegenwoordig. De typische elementen van de postrock waren aanwezig: lange instrumentale passages, de hard-zacht wisselwerking, minimale en repetitieve riffs en drumpatronen ende donker, dreigende ritmes. Invloeden van Neurosis, Isis, Tool, Sonic Youth en Mogwai zijn herkenbaar. Live werden de songs gebracht van hun debuut 'When the candle dies out...' en verve gebracht. We onthouden vooral het machtige “The sea is dying”, het intense “Blood on your hands” en het pulserende en hypnotiserende “On the other side” en “My hero”.
De podiumpresentatie was nogal sober, maar daar kan nog aan gewerkt worden. In de gaten houden deze jonge wolven!

Daarna was het de beurt aan het AmenRa, kwintet uit Kortrijk, die zowat de Belgische vaandeldragers zijn van de postmetal/doom/sludge en die gedurende de laatste 2 à 3 jaar toch enige bekendheid genieten in deze kring.
De jonge broertjes van Neurosis stonden live als een huis. We zagen een perfect op elkaar ingespeelde band met een loepzuiver en verpletterend geluid. Zanger Colin Vaneeckhout stond gedurende het hele optreden met zijn rug naar het publiek en wisselde zijn oerschreeuw soms af met cleane gezongen stukken. Af en toe werd er wat gas teruggenomen om daarna des te harder te exploderen. Op de achtergrond waren er visuals, projecties te zien, die de duistere en pikzwarte sfeer nog versterkten.
De tracks van hun net verschenen 'MassIV'-album werden strak en overtuigend in de zaal geslingerd, er was geen ontkomen aan. In vergelijking met hun vroegere werk kunnen we constateren dat er nog meer variatie en melodie zit in het gitaarwerk, dat er nog beter gewerkt wordt met dynamiek en vooral dat hun apocalyptische en immense sound er nog altijd staat. Muziek die het zonlicht weert …Much respect en châpeau!

Organisatie: Nijdrop, Opwijk

Wishbone Ash

Duik naar de seventies met Wishbone Ash

Geschreven door

Wishbone Ash was weer in het land. En dat was al een hele poos geleden. De laatste keer dat ik ze zag was twee jaar geleden in Middelburg na een memorabele rit door een Zeelandse sneeuwstorm.
Sindsdien is enkel de drummer vervangen door Joe Crabtree. Hij zorgde voor een stevige basis en zijn vakmanschap toonde hij tijdens de obligate seventies-drumsolo. Van de oorspronkelijke groep is er geen enkele Turner meer overgebleven. Alleen zanger-gitarist Andy Powell maakte ooit deel uit van de oorspronkelijke bezetting. Maar toch is de bekende sound van de groep weinig veranderd.
Onder de fans van progressive rock in de seventies was Ash gekend als een progressieve hard rock gitaarband, met sterke invloeden van blues en folk. De thema’s van de songs kwamen recht uit de Fantasywereld van Tolkien en consoorten. Een rare mix, die een aantal mensen afschrikte, maar die aan de andere kant ook zorgde voor een schare zeer trouwe fans.
Zelf heb ik nooit begrepen waarom de groep nooit echt mainstream geworden is in die tijd. Ik heb altijd gedacht dat The Eagles met hun gitaarduetten voor een deel hun mosterd gehaald hebben bij Wishbone Ash. Wie zal het zeggen?

In Harelbeke bleek dat Andy Powell altijd heel belangrijk is geweest voor de groep: de voornaamste ingrediënten van hun muziek zijn immers gebleven. De meeste van hun nummers zijn gebaseerd op een heel sterke gitaarriff en dat maakt ze natuurlijk zeer herkenbaar. Muddy Manninen speelde fraaie duetten met Powell. Hij bracht een bluestoets in de groep: en dat misstaat helemaal niet in deze mengelmoes van stijlen. Zijn solo’s waren hard en schitterend.
Live klinkt de groep heel wat beter en heavier (en minder afgelikt) dan op plaat. Bob Skeat speelt schijnbaar moeiteloos bas. Er kan altijd een gekke bek of een flirtje bij, zelfs tijdens de moeilijkste baspartijen. Wat ik het meest miste waren de “stemmetjes”: de hoge zangpartijen die destijds door Martin Turner gezongen werden en die zo’n prachtige harmonieën opleverde met de zang van de andere bandleden. Als het te hoog wordt schakelt Powell over naar een lager octaaf, en dat is niet zo fraai. Jammer, maar zangpartijen verwaarlozen is een fout die veel bands maken.
Na een aantal megaconcerten met ongenaakbare popgoden was het een verademing om Andy Powell bezig te zien. Hij communiceert met zijn publiek waardoor de groep haast tussen het publiek staat. Je kon als je wou zo de voeten van de meester kussen.
De setlist? Uiteraard nogal voorspelbaar, maar dat kan ook moeilijk anders. Powell verwoordde dat mooi toen hij na de eerste vier nummers opmerkte: “And now we’re going back to the seventies, because I know that’s what you came here for”.

Setlist:
Real Guitars, Mountainside, Growing Up, Number Of The Brave....I think!,
The King Will Come, Throw Down the Sword, Sometime World, The Power, Way of The World, Vas Dis, In Crisis, Living proof, Blind Eye, Phoenix
Encore: Happiness, Blowing Free

En het publiek, met opvallend veel jonge mensen, genoot met volle teugen. En toen de bandleden zich na afloop tussen de fans begaven voor een praat- en signeersessie kon het geluk helemaal niet meer op.

Organisatie: Live Music, Harelbeke

Pagina 452 van 474