logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (14752 Items)

Duffy

Rockferry

Geschreven door

Duffy maakt deel uit van de damesrevolte Estelle, Adele en Amy Winehouse. Ze refereert aan de Motown sound, Dusty Springfield en Petula Clark. Melodieus sensuele, zwoele soulpop, met jazzy loops en orkestraties (die rijkelijk of spaarzaam de songs begeleiden). Haar blanke nachtegalen/soulstem geeft diepte en zeggingskracht aan de nummers, en doen menig persoon van het andere geslacht wegdromen.
’Rockferry’ biedt een gevarieerd geluid. “No mercy”, “Warwick avenue”, “Stepping stone” en de titelsong hebben meer groove en vaart, “Changing on too long”, “Delayed devotion” en “I’m scared” klinken emotievol en ingetogen, en “Distant dreamer” tenslotte besluit in schoonheid met bredere arrangementen. Avondlijke muziek van tijdloze kwaliteit.

Burial

Untrue

Geschreven door

De Londenaar Burial creëert een speciale sound op z’n platen. ‘Untrue’ volgt het titelloze debuut op en ligt ergens in de lijn van Massive, Tricky en Goldie. Een smeltkroes van triphop, rave, hardcore, drum’n’bass en dub. Diepe basses, dreigende beats, ambiente soundscapes en een onderhuidse spanning, traag, slepend, donker en broeierig. Zoals Burial het zelf omschrijft, de ideale sound bij nachtelijke trips als je verslaafd bent aan drank, drugs en decibellen …een spookachtig geheel, wat we ook terugzien op de cd hoes. Dubstep is de algemene noemer van wat Burial voortbrengt. “Ghost hardware”, “Homeless”, “Dog shelter”, “Near dark”, “Archangel” en “Shell of light” zijn alvast de meest intrigerende songs van de plaat.

Magnum

Wings of heaven blue (live)

Geschreven door

Een leuke live plaat is ‘Wings Of Heaven Live’ van Magnum. Een album dat opgebouwd werd rond het gelijknamige Magnum (het succesvolste uit hun carrière) album uit 1988. Twintig jaar na datum wou men dit met de fans vieren en zo werd tijdens de voorbije ‘Princess Alice & The Broken Arrow’ tour het volledige ‘Wings Of Heaven’ album opgevoerd. Dit is dan ook een dubbele cd-release met op Cd1: het beste Magnum werk waaronder enkele klassiekers (“Back Street Kid”, “Vigilante”, “Kingdom Of Madness”) en enkele nieuwe songs (“Out Of The Shadows”, “Like Brothers We Stand”). Op Cd 2 staat het volledige ‘Wings Of Heaven’ album en de toegift ‘Sacred Hour’.
Catley, Clarkin & co bewijzen op deze plaat dat ze anno 2008 nog steeds hun authentieke sound weten neer te zetten. Vooral Bob Catley maakt indruk. Want na al die jaren heeft de mans stem nog niet erg veel aan kwaliteit moeten inboeten. Een schitterend live document, al halen enkele fade-outs aan het einde van de songs het live gevoel wel drastisch naar beneden.

Rock Werchter 2008: zaterdag 5 juli

Geschreven door

Het jonge trio uit Athens, Georgia (btw hometown van R.E.M.!) The Whigs (Mainstage) openden. Het trio kwam langzaam op dreef met hun opbouwende, broeierige soms bedreven americana/Britpop. Inderdaad, het trio bundelde groepen als The Verve, Oasis en Stone Roses samen met The Band Of Horses en My Morning Jacket tot een boeiend geheel, waarvan de single “Violet furs” op herkenning kon rekenen.

Een bizar beloftevol bandje uit New Orleans zagen we met Galactic (Pyramid Marquee), die twee stijlen muziek lanceerden: er was de frisse, energieke, stuwende en groovende funkrock met soul, jazz en hiphop, onder een opzwepende rap (Boots Riley?) en sax die ‘90’s bands als Fun Lovin’ Criminals, Digable Planets, Beastie Boys en Living Colour samenbracht. “My favourite munity”, “Gunsmoke”, “5 million ways to kill” en “CEO” overtuigden.
In het tweede deel hoorden we ‘real old school’ hiphop (met Lyrics Born ?), wat minder boeide en al te veel gehoord was; oude trucjes haalde hij naar boven om het publiek te doen meezingen. Een half geslaagd Galactic dus.

In afwachting van MGMT konden we een klein half uur de set van het Amerikaanse kwartet uit Portland The Gossip (Mainstage) meepikken. Het gezelschap staat bekend voor hun opwindende clubconcerten, want hun  rauwe melodieuze rock’n’roll heeft een dance injectie, waarvan “Standing in the way of control” totnutoe de meeste waardering kreeg.
De uiterst sympathieke vlezige dame Beth Ditto huppelde met haar kilo’s op het podium en gaf de songs zeggingskracht door haar heldere stem. In de opener “Listen up” hoorden we Talking Heads “Psycho Killer” en in “Jealousy girls” flirtte ze met “Crazy” van Gnarls Barkley. De groep speelde sfeervolle en rauwe rock’n’roll, maar kwam on the mainstage niet écht op dreef …

Het New Yorkse Management ‘MGMT’ (Pyramid Marquee) haalt voor hun dromerige, psychedelische dancetrips Hawkwind, Pink Floyd, Polyphonic Spree, Flaming Lips en Black Mountain aan; Indiase sounds voegen ze eraan toe.
Geestesverruimende muziek en een op elkaar afgestemde zang en zegrap, die door de fleurige kledij van de heren nog wat kracht werd bijgezet. Hun poppsychedelica klonk kleurrijk en werkte in op de dansspieren; “Electric feel”, “Time to pretend “en “Kids” waren absolute toppers.

Band Of Horses (Pyramid Marquee)uit Seattle, onder multi-instrumentalist Ben Bridwell, brak definitief door naar een breder publiek met de tweede plaat ‘Cease to begin’. Doch de klemtoon viel live vooral op het debuut ‘Everything all the time’, aangevuld met enkele nieuwe warme, intens meeslepende, dromerige americanapop, onder die melancholische bedwelmende stem van Bridwell.
My Morning Jacket, Wilco en Arcade Fire zijn de band in het geheugen gegrift, maar ook ‘80’s Triffids, Green On Red en The Long Ryders zijn te horen.
De band kreeg een duwtje in de rug door de talrijke ‘woohwoohs’, wat de  paarden écht van stal bracht om een boeiend, gevarieerd en tof concert af te leveren: rockende versies van “Is there a ghost”, “Too soon” en “For free”, en sfeervol, broeierig materiaal als “The great salt laken”, “The weed party”, “The funeral” en “Detlef schremph”. De goed in het gehoor liggende songs werden smaakvol ontvangen, wat de band uiterst tevreden stemde.

Vorig jaar brak het Britse Editors (Mainstage) definitief door met het ijzersterke ‘An end has a start’; hun optredens op een goed jaar tijd (Pukkelpop en vier zaal optredens) kregen steeds goede recensies.Editors kon het niet beter lukken, want het 1000e optreden tijdens het rockfestival was op hun naam. En opnieuw speelden ze een krachtige set ‘80’s Britwave; een sprankelend, snedig gitaarspel, een strakke opzwepende drums en een diepe bas, onder de helder zang van Tom Smith, uitgegroeid tot een groots podiumbeest: “All sparks”, “Blood”, “Bullets”, “Munich”, “Fingers in the factories” en “Smokers outside the hospital doors”. Op geen moment boetten ze in aan dynamiek en speelplezier. ”Bones”, “Racing rats”, “Escape the nest” en “An end has a start” laten een bredere sound horen en met “Weight of the world” en het nieuwe, eerder flauwe “No sound in the wind” zorgden ze voor twee rustpunten binnen hun frisse set.

De jonge Britse Kate Nash (Pyramid Marquee) werd net 21jaar en is op een goed jaar tijd een grootse artieste geworden. Een nokvolle tent om een klein uurtje lang haar feelgood flower/bubblegumpop te ondergaan. Een set van leuke, luchtige en innemende songs, onder haar praktisch onnavolgbare miauw praatzang (met een knipoog naar Ani Difranco).
Het was niet steeds even boeiend wat ze bracht, maar ze werd op handen gedragen door een uitzinnig publiek, die haar koste wat kost een hug (knuffel) wou geven. “Pumpkin soup” en “Shit song” hadden vaart door haar bedreven pianospel; een eerder smaakloze “We get on” en “Birds” counterde de dynamiek. Haar tienerfrustraties zong ze van zich af met vrolijk swingende songs als “Mouthwash”, “Mariella” en “Skeleton song”. “Model Behaviour” behield z’n punkdoorslagje. Al bij de eerste toets van “Foundations” kon het gegil en gekir niet op. Om tenslotte met “Merry happy” lieftallig te eindigen.

Vrouwenpop boven in de Pyramid Marquee want na Kate Nash was het de beurt aan de Schotse KT Tunstall, die ook al kon rekenen op heel wat belangstelling van haar onschuldige, prettig in het gehoor liggende, sfeervolle gitaarpop, die iets mee had van Melissa Etheridge. Van de lichtvoetige en hitgevoelige “Hold on”, “Black horse & the cherry tree (solo ingezet!)”, “Another place to fall”, “Saving my face” en “Suddenly I see” was ze onder de indruk van de talloze woohwoohs en handclapping.
Zelfverzekerde dame die alvast een sterkere set neerpootte dan dit voorjaar in de AB.

Een gewaagde, doch geslaagde keuze maakte de organisatie voor de topacts Sigur Ros en Radiohead op het hoofdpodium. Het deed me terugdenken toen beide bands acht jaar terug te zien waren in een speciale tent op het festivalterrein.
Het IJslandse Sigur Ros (Mainstage) is in die tussentijd een grote, respectabele band geworden en heeft na drie uitgebalanceerde, elegante schoonheidsbombast, hun meest radiovriendelijke poppy plaat uit ‘Med sud I eyrum vid spilum endalaust’. Hun indringende, melancholische, soms niet te doorgronden (grensverleggende) sound, onder de onverstaanbare zang van Jon Por Birgisson, kreeg kleur in een decor van lichtballen, confetti en een fijn uitgedoste gekostumeerde band, blazersectie en het Amiina string kwartet. Het leek wel een Adam & The Ants bal en een Flaming Lips concert samen.
Het aparte, unieke van hun sprookjesachtige doch mysterieuze en carnavaleske sound kon rekenen op heel wat belangstellenden. Het gezelschap speelde aanzwellende partijen, orkestraties en geselde gitaarsnaren met strijkstok op oudjes als “Svegn-g-englar”, “Glosoli” en “Saeglopur”. Ze klonken directer op “Inni mer syngur” of haalden een vleugje experiment en zalvende beats aan van Einstürzende Neubauten. De huidige single “Gobbledigook” toonde een fanfare aan in een speelgoeddoosje.

Een pracht van een playlist werd samengesteld door Radiohead (Mainstage) die vernuftig materiaal bracht met elektronica, bleeps, neurotische beats, gitaareffectbejag en pop. Ze dompelden het geheel onder in onverwachtse wendingen, grillige tempowisselingen, experiment en subtiele melodieën. De groep grossierde in hun indrukwekkende oeuvre van ‘OK Computer’, ‘Kid A’, ‘Amnesiac’ en het recente (gratis te downloaden trouwens) ‘In rainbows’.
Meer dan anderhalf uur lang maakten we kennis met Yorke’s /Greenwoods muzikale ideeënrijkdom, gaande van “Weird fishes/Arpeggi”, “National anthem”, “Nude”, “How to disappear …”, “Reckoner”, “Idiotheque” en het fors rockende “Bodysnatchers”. Met de poppy songs “Lucky” en “Just” tuimelden we in Radioheads roemrijke verleden.
Ze hadden er duidelijk zin in en speelden maar liefst vijf songs in de bis, wat respect afdwong. Ook al was Yorke niet veel van zeg, telkens kon er een glimlach vanaf en kregen we af en toe eens een schuchtere ‘thank you very much’ te horen. “Paranoid android” en “Everything’s in it’s right place” besloten en verve Radioheads concert .

Organisatie: Live Nation

Rock Werchter 2008: vrijdag 4 juli

Geschreven door

Een paar jaar terug kregen ze al een verdiende ereplaats op Humo’s Rock Rally. Het duo The Black Box Revelation (Mainstage) doen knallers als The Kills, The White Stripes en The Black Keys verbleken en stelden zich meteen naast een Blood Red Shoes. Op een losse, ontspannende wijze speelden ze fris en ongedwongen hun rauwe, vettige en retestrakke garage rock’n’roll blues: “Gravity blues”, “I think I like you” en een schitterend gespeelde “Set your heart on fire” wisselden ze moeiteloos af met een beklijvend “Never alone/always together”. Het jonge duo ging intens en vakkundig te werk op het hoofdpodium. En het leek er op alsof ze daar met twee gitaristen en drummers waren. Wat een puike prestatie!

The Cool Kids (Pyramid Marquee) hitsten het publiek op met hun ‘old school’ hiphop, een mixmax van Cypress Hill, Beastie Boys, Eric B & Rakim, gelinkt aan de funk van Snoop Dogg en enkele ‘80’s klassiekers; van heftiger beats en grooves naar een meer softere aanpak. Niks nieuws , maar goed als opener in de Marquee.

En strak bezielde en een goed geoliede Monza (Mainstage), onder Stijn Meuris, toonde aan dat de Nederlandstalige rock staande bleef op het hoofdpodium. Een snedige aanpak, wat fuzz en een knipoog naar de ‘80’s Belgenpop, met songs als “Tanken in Luxemburg”, “Attica” en “Schuld van de deejay”. “Van God Los” klonk meeslepend, en de meezingers op dit vroege uur waren “Gigant” (één van de Noordkaap klassiekers) en “Wie danst er nog?”.

Met ‘Close to Paradise’ kreeg de Canadese songwriter Patrick Watson (Pyramid Marquee) menig recensent achter zich. Hij schrijft grillige, gesofistikeerde en subtiele verfijnde droomsongs, die onverwachtse wendingen kunnen ondergaan, zonder in te boeten aan intensiteit en gekruid zijn met een vleugje jazz en freefolk.
Het jeugdige enthousiasme van de band bracht hen niet van hun voetstuk. Zelfs niet toen een stroomspanne hen velde en de eerste harde tonen van Slayer op het hoofdpodium te horen waren. Nee, Watson begaf zich onder z’n publiek, en net als tijdens de clubconcerten, jamde hij zonder versterking met enkele bandleden er rustig op los, wat ontwapenend mooi was! Respect! Kippenvelmomenten waren “Weight of the world”, “Luscious life” en de titelsong van z’n plaat. Ergens tussen Buckley, Waits, Devandra Banhart en Radiohead en The Residents te situeren.

Op de duivelse thrashmetal van Slayer (Mainstage) is er na al die jaren nog geen sleet (al van ’82 actief nota bene!). We hoorden een ‘wall of sound’ van het kwartet (wat een versterkers!), die de eer aan zichzelf hielden met een Slayer t-shirt, kettingen en tatoeages. Hun praktisch niet te evenaren gitaarsoli en drumpartijen dwongen respect af. In schril contrast met hun muziek en teksten van satanisme, chaos en terreur kon er bij zanger Tom Araya na elk nummer een verlegen glimlach vanaf, over schouwde hij z’n publiek met z’n indringende blik en gaf  op het einde doodleuk de gouden tip mee “Celebrate life”. Ze haalden enkele klassiekers aan: “Chemical warface”, “Ghosts of war”, “War ensemble”, “Mandatory suicide” en “Angel of death”. Een professioneel coole en beheerste aanpak, wat weinigen hen maar kunnen nadoen.

We bliezen even uit op de vermakelijke, speelse, vrolijke pop van Ben Folds (Pyramid Marquee). Folds ging gretig tekeer en kon praktisch niet stilzitten op zijn piano. De broeierige pianopop kreeg live een forse injectie. Hij kon rekenen op een sterke respons. Zijn Folds Five behoren tot het verleden, maar met z’n huidige band leverde hij een stomend, opzwepende setje af.

Ondertussen verraste op het hoofdpodium Air Traffic (Mainstage) een tweede keer, ter vervanging van Pete Doherty’s Babyshambles.

Het nodige spelplezier beleefde het Amerikaanse My Morning Jacket in de Pyramid Marquee. Deze indie/americana band geeft de laatste jaren hun songs een stevige, krachtige prik mee en laat ze dikwijls ontsporen. Ze onderscheiden zich als een jonge Neil Young & Crazy Horse.
De band, onder zanger/gitarist Jim James, speelde een boeiende set, waarbij ze in eerste instantie fel en hard klonken met “Magheeta”, “Off the record” en “Gideon”, vaart afnamen met sfeervoller werk als “Way he sings”, “Smokin from shooting” en “Evil urges”, titelsong van de nieuwe cd, gedragen door de zalvende, hemelse en melancholische stem van James. My Morning Jacket tekende voor een pittig, bedreven setje.

Duffy ( Pyramid Marquee) maakt deel ut van de damesrevolte Estelle, Adele en Amy Winehouse en refereert aan ‘60’s Dusty Springfield en Petula Clark. Melodieus sensuele soulpop met jazzy loops van een jonge, aantrekkelijke blonde zangeres, - kortgerokt, hoge hakken en verleidelijke blik -, uit Wales, die over een nachtegalenstem beschikte, en menig mannenhartje sneller deed slaan in de komende midzomernachten. “Syrup & honey” en “Rockferry” waren de groovy openers, “Serious” en “Breaking my own heart” het sfeervolle middendeel en “No mercy “en “Distant dreamer” het zwoele slotstuk.

De comeback van The Verve (Mainstage), onder Richard Ashcroft, is er eentje van gemengde gevoelens. De songs kwamen niet echt uit en de groep kon maar schitteren in het tweede deel van de set toen ze enkele klassiekers speelden: “The drugs don’t work”, “Lucky man” en de instant klassieker “Bittersweet symphony”, samen met de huidige single “Love is noise”. Te pas en te onpas straalt Ashcroft een Gallagher mentaliteit uit. Ok, ook “Sonnet” en het nieuwe “Sit & wonder” overtuigden door hun sterke opbouw.
Het ontbrak The Verve aan elan en uitstraling (hoewel Ashcroft een knalgele t- shirt aanhad!). Kortom, een goede, doch weinig spraakmakende set.

Onder de slogan ‘rock’n’roll will never die’ rekenen we twee muziekiconen van de ‘60’s, nl Iggy Pop (die er al was op TW Classic) en Neil Young. Neil Young (Mainstage) was onlangs nog te zien voor een twee uur intense set ifv z’n ‘Continental Tour’; op z’n gezegende leeftijd van 62 jaar boette hij nog niks in van z’n begeesterende, verschroeiende gitaarsoli en doorleefde zang. Voor wie geen (duur en duurzaam) ticket kon bemachtigen tijdens deze clubtournee, was het nu een uitgelezen kans om onze veteraan met vrouwlief Pegi aan het werk te zien. Hij speelde met een tweede generatie Crazy Horse leden een zorgvuldige, uitgekiende en bezielde set, waarbij een pak songs werden gespeeld uit de ‘Harvest’ plaat (’72), waaronder het ingetogen materiaal “Needle & damage done”, “Heart of gold” “Old man” en “Words”. Hij beet van zich af met rockende windvlagen op “Love & only love” en “Hey hey, my my” en varieerde met sfeervoller werk als “Everybody knows this is nowhere” en het recente “Spirit road”. Hij nam de draad opnieuw op met “Fuckin’ up” en Dylans “All along the watchtower”. Ook z’n country roots verloochende hij niet, want hij selecteerde “Get back to the country”. Hij trakteerde, samen met z’n goed op elkaar ingespeelde band, op twintig minuten spelplezier van “No hidden path” uit het recente ‘Chrome Dreams II’.
En verve besloot hij met een unieke Beatles klassieker “A day in the life”, een gierend gitaarspel, waarbij de gaspedaal stevig ingedrukt bleef…
Een grootse prestatie, een levende legende en een rocker met grote R voor jong & oud …

Het Britse kwintet Hot Chip (Pyramid Marquee), onder de tandem Taylor/Goddard, trok de kaart van aanstekelijke popelektronicadeuntjes, bleeps en beats. De soms vreemde wendingen, onverwachtse melodielijnen en dwarrelende sounds van op plaat werden opgeborgen. Ze kozen voor ambiance: heupwiegende en springende dancepop, groovende ritmes en funky loops op songs als “Shake a fist”, “Over & over again”, “And I was a boy from school” en “Ready for the floor”. Hot Chip deinde de party uit met een origineel aangepakte “Nothings compares to U”, die hun andere, eerder zalvende aanpak onderstreepte. Fijne set.

Waar the Chemical Brothers niet in slaagden, was wel weggelegd voor Moby (Mainstage). Hij toverde de wei om in een discotheek! en zorgde voor een dansfeestje om de tweede nacht te besluiten. Vooraf aangekondigd werden z’n hits geremixt en bepaald door keyboards, drums en beats , waarover de gelaagde soulzang zweefde van Joy Malcolm, af en toe geruggensteund door de onvaste stem van Moby, die met het nodige effectbejag het geheel aanscherpte.
Anderhalf uur lang, zonder rust en adempauze, stelden ze er in snelvaarttempo z’n ‘very best of’ voor: “Honey”, “In my heart”, “In this world”, “Go”, “Porcelain”, “Natural blues”, een ophitsende “Lift me up”, “We are all made of stars” en “Why does my heart feel so bad”. Enkele nieuwe songs waaronder “Disco lies” (wel geen “I live to move in here”?) zaten mooi verweven tussen de hits. Te bewonderen waren de drumster en een hyperkinetische Moby (liep als een bezetene over het podium), die het strakke tempo aanhielden. “Bodyrock” (scherpe gitaren ) en “feelin’ so real” werden luidkeels meegezongen. Zegetocht voor hitmachine Moby!

Organisatie: Live Nation

Counting Crows

Counting Crows sterker dan verwacht!

Geschreven door

Counting Crows zorgden in de jaren negentig voor een van de beste debuutalbums aller tijden. ‘August And Everything After’ sloeg in als een bom en kreeg vooral veel airplay mede door de aanstekelijke wereldhit “Mr.Jones”. Het was erg lang stil rond Adam Duritz en de zijnen, tot begin dit jaar hun nieuw album ‘Saturday Nights & Sunday Mornings’ verscheen. Deze Californische band is erg geliefd in onze lage landen. Vooral bij onze noorderburen is hun populariteit immens. Het Belgische publiek heeft een wat gereserveerdere kijk op dit Amerikaanse folkrock ensemble. Dit vooral omdat de meeste optredens van de Crows in het verleden niet altijd even vlekkeloos verliepen. Counting Crows kunnen echter bij ons ook nog steeds op heel wat interesse rekenen want dit AB concert was al een tijdje helemaal uitverkocht.

Vanaf 19.30 werden we opgewarmd door Headphone. Een jonge band uit het Gentse die reeds gekend is bij het Studio Brussel volkje, vanwege enkele hitsingles in de Afrekening lijst. Hun aanstekelijke lofi poprock werd goed ontvangen. Vooral de subtiele invloed van wat elektronica geeft de band extra glans. Met zanger Ian Marien (die soms klonk als een niet zeurende Tom Yorke (Radiohead) heeft de band ook de nodige klasse in huis om internationaal iets te gaan betekenen. “Ghostwriter”, “Lidocaine” en “She Is Electric” zijn de momenten die mij zijn bijgebleven.

Counting Crows is een band die je het liefst zou zien in je eigen woonkamer. Daarom was de intieme en volle Ancienne Belgique dan ook de droomlocatie om de band nog een live mee te maken. Niettegenstaande het nieuwe album ietsje tegenvalt, wist de band mij live deze keer voor de volle 100 procent te overtuigen. Sterke setlist (met een bloemlezing uit het volledige oeuvre), kristalhelder geluid en erg veel ambiance…kortom de Counting Crows waren sterker dan verwacht.
Op de tonen van Bill Withers “Lean On Me” kwam de zevenkoppige band vrolijk het podium op. “When I Dream Of Michelangelo” was als intieme, rustige song een verrassende opener. Duritz had er duidelijk zin in en dat positieve signaal werd in de dampende, zwoele AB met evenveel overtuiging teruggestuurd . Mister Duritz, nog steeds voorzien van een weelderige bos dreadlocks, is als frontman ongeëvenaard. Zijn interactie met het publiek is uniek. Zoals tijdens het wondermooie, poëtische “Anna Begins”. Bijzonder grappig was de lange aankondiging voor “Good Time” (over zijn vermeende relatie met een topactrice -Jennifer Aniston?), maar verder liet Adam ons vooral luisteren naar zijn goddelijke stem. Het subtiele “High Life” uit ‘This Desert Life’ was een van de vele hoogtepunten van de avond. De hitsingle “Mr. Jones” zat opvallend vroeg in de set en deed bij iedereen de herkenning toeslaan. Al bracht de band niet zo’n al te beste versie van deze monsterhit! Behoorlijk scherp en stevig rockend was “1492”, gevolgd door het zeer intense en melancholische “Black And Blue”. Een groter contrast kan je haast niet bedenken.
Later in de set kregen we een geweldige intense versie van “Round Here”. Subliem opgebouwd met in het midden stukken uit Springsteen’s “Mary Queen Of Arkansas”. Een betere live song is er niet. Een onvervalst kippenvelmoment! Voor “A Long December” werd de accordeon nog eens boven gehaald, waarna met het zwakke “Hanginaround” de band een eerste maal de bühne verliet.
Het aan Joni Mitchell geleende “Big Yellow Taxi” was de eerste encore. Zelden live gespeeld en goed voor ‘Academy Award’ nominatie volgde “Accidentally In Love” (het Love thema uit Shrek 2), terug een toppunt. Tot slot kregen we met “Holiday In Spain” Counting Crows’ grootste hit van de laatste jaren. Met dank aan de vrienden van de Nederlandse popgroep Blof die Adam dan ook uitgebreid bedankte.
Natuurlijk miste ik nog enkele persoonlijke favorieten zoals “Colorblind”, “Miami” en “Goodnight L.A.”, maar de uitstekende set zorgde voor het beste Counting Crows optreden waarvan ik reeds getuige mocht zijn.

Een Counting Crows concert valt of staat echter met de performance van boegbeeld Adam Duritz. We hadden geluk vandaag, de man was in topvorm. Hij sprong als een jonge puber over het podium, balanceerde eindeloos als een echt rockbeest over de monitors en raakte ons vooral diep in onze ziel met zijn uitstekende songs en zijn bovenaards stemgeluid. Counting Crows blijft een adembenemende band, zeker in een intieme setting!

Setlist: *When I Dream Of Michelangelo, *Angels Of The Silences, *Anna Begins, *M
rs. Potter's Lullaby, *Good Time, *High Life , *Mr. Jones , *Monkey , *All My Love (Richard Manuel Is Dead) , *Sundays , *1492 , *Black And Blue , *Have You Seen Me Lately?, *Round Here , *Hard Candy , *A long December , *Hanginaround
Bis: *Big Yellow Taxi , *Accidentally In Love , *Holiday in Spain

Organisatie: Live Nation

Rock Werchter 2008: donderdag 3 juli

Geschreven door

Het vierdaagse festival Rock Werchter had een sterke, gevarieerde affiche klaargestoomd en kon rekenen op een massale belangstelling van telkens 80.000 muziekfans. De headliners buiten The Chemical Brothers bevestigden, wat de  twee plensbuien al gauw deden vergeten.
Een divers publiek - jong en oud - genoten, de cameraman op de wei zorgde voor animatie van het publiek zelf, er waren de free hugs en …Rock Werchter heeft internationale uitstraling want de buitenlandse aanwezigheid was groot (Britten, Scandinaviërs en Australiërs).
Een tevreden publiek, een tevreden organisatie en een tevreden reporter. Mooi toch …

dag 1: donderdag 3 juli 2008

Vorig jaar al ontpopte het sympathieke Britse Air Traffic (Mainstage) zich als een aangename ontdekking op Rock Werchter. De jonge spruit van bands als Starsailor, Muse en Coldplay is in tussentijd uitgegroeid tot één van de ‘coming bands’. Ze waren onverwachts drie keer te gast op Werchter: als openingsact, op de camping en op dag 2 vervingen ze Pete Doherty’s Babyshambles, die al ettelijke malen verstek liet. Na een overtuigend cluboptreden dit voorjaar, bevestigde dit jonge kwartet opnieuw. Ze behielden hun jeugdig enthousiasme en stonden dicht bij hun fans. De songs van het ijzersterke debuut ‘Fractured life’ stonden als een huis. Chris Wall zong de longen uit zijn lijf, stapte moeiteloos over van gitaar naar piano en speelde met de andere bandleden krachtige en emotievolle pop. Van “Charlotte”, “Just abuse me”, ”Time goes by” tot “No more running away” en “Shooting stars”, wat al meteen gillende keelgaten en meezingrefreinen opleverde. Eens te meer een mooi afgewerkt concert van deze kereltjes uit Bournemouth, Zuid-Engeland.

Het NewYorkse jonge gezelschap Vampire Weekend (Pyramid Marquee) nodigde uit op een versmelting van Rock Werchter met Couleur Café. Inderdaad, hun melodieus, creatief aanstekelijke gitaarpop , met swingende, exotische ritmes, Afrikaanse deuntjes, flamenco en klassiek gaf de indruk dat ze met meer dan vier op het podium stonden. Fris sprankelend songmateriaal in een gevarieerde, uiterst genietbare set: “Campus”, “Cape Cod Kwassa Kwassa”, “M79”, “Oxford Comma” en “Walcott. Deze nummers met een positive vibe werden mooi afgewisseld met de sfeervolle psychedelica van “Mansard roof” en “I stand corrected”. Origineel en sterk!

Het was eventjes wennen aan de zachtere aanpak van Counting Crows (Mainstage). De band, onder charismatische zanger met dreadlocks Adam Duritz, speelde overwegend een sfeervolle set met songs uit de recentste cd ‘Saturday nights & sunday mornings’, die ze gepast varieerden met enkele paraltjes als “Mr Jones”, “Round here”, “Big yellow taxi” van Joni Mitchell, “A long december” en “Hangingaround”. Maar de Mainstage was wel wat te hoog gegrepen, want we hoorden te weinig straf spul om de aandacht te behouden.

Mika (Mainstage) op z’n beurt was het zonnetje in de plensbuien. Vorig jaar cancellede de 23 jarige Libanese/Britse popartiest z’n optreden op Werchter. Z’n Basement Jaxx getinte carnaval en speelse, vrolijke kitsch van discopop werkten in op de dansspieren en boden aangenaam vertier. Er viel veel te beleven met een bloemetjesgordijn, dansende Rio dames, vlezige soulzangeressen en een heen en weer hotsende Mika. Eenvoudige feelgood pop met een meezinggehalte: “Relax, take it easy”, “Big girl, you’re beautiful”, Depeche Mode’s “I just can’t get enough”, “Happy ending” en een uitgesponnen “Love today” (met Mika aka Fred Astaire “I’m singing in the rain”). Het sprookjesachtige “Lollipop” mocht de set besluiten.

Shameboy (Pyramid Marquee) maakt deel uit van de vernieuwende trends in techno en elektro landschap. Ze waren vanavond de aanzet voor een avondje clubdance en rave met een Soulwax /2 Many DJ’s concept. De tweede plaat ‘Heartcore’ komt vervaarlijk in de lijn van de kanonnen Justice, Alter Ego en Digitalism. De knoppenfreaks Luuk Cox en DJ Bobby Ewing deden de Marquee daveren met hun beukende en stampende beats, trance, vettige en schurende basses, chemical breakbeats en elektronicableeps op “Stumble”, “Sunday punk”, “Slaxx”, “Monofour” en “Heartcore”; hartverwarmend waren de massale ‘woowoos’ op de funkende synthloops van “Rechoque”, “Strobot” en “Splend it”.

’It’s time for a love revolution’ is de comeback plaat voor Lenny Kravitz (Mainstage). Weg zijn de tierlantijntjes van orkestraties, gospel, oeverloos soleren en gekostumeerde pakken. In leren jekker leverden Kravitz en de zijnen een goed strak concert af. Enkel in “I’ll be waiting” en “Let love rule” verloor hij zichzelf even. Een retrorock’n’roll hart spreekt de man opnieuw aan: “Bring it on”, “Always on the run”, “Dig in”, “Fields of joy” en “Dancin’ till dawn”; wat hij afwisselde met ingetogen, sfeervoller werk: “It ain’t over till it’s over”, “Stillness of heart” en “I’ll be waiting”. Kravitz breidde een energieke finale met de Guess Who klassieker “American Woman” en “Fly away”; “Are you gonna go my way “ en een massaal meegezongen (en uitgesponnen) “Let love rule”, waarbij Kravitz z’n fans handjes schudde zette het rockfeestje verder in de bis. Kortom, hij bracht het ‘Mama said’ album samen met songs van de recentste cd.

In Soulwax (Nite Versions) (Pyramid Marquee) hebben de broertjes Stephen en David Dewaele de gitaren aan de haak gehouden en resoluut de kaart gekozen van elektronica, elektro, breakbeats, neurotische trance en vervormde vocals, opgezweept door een diepe bas en drums, waarin herkenbare tunes en samples te horen waren (waaronder Kraftwerk, Robbie Williams, Klaxons en Justice).
Een herhaling van hun Xmas feestje weliswaar, onder hun motto ‘Part of the weekend never dies’, wat de logische aanzet was van hun 2 Many DJ set.

R.E.M. (Mainstage) heeft een nieuwe plaat uit ‘Accelerate’, die een directer en strakker aanpak heeft dan hun platen van kortweg de laatste tien jaar. Een wildcard voor Werchter 2008 hadden ze meteen op zak. Het trio Stipe – Mills - Buck & band traden voor de zevende keer aan en konden putten uit hun al indrukwekkende oeuvre. Ze speelden een gevarieerde rockset; ze namen af en toe wat vaart af, doch behielden de aandacht net op tijd door sterke oudjes “Orange crush”, “What’s the frequency Kenneth”, “Bad day”, “The one I love”, “Begin the begin” en “Fall on me” af te wisselen met sfeervol, dromerig werk als “Drive”, “Imitation of life” en “Electrolyte” (wat een wonderbaarlijke pianotoets!) en een handworp nieuwe rocksongs: “Living well is the best revenge”, “Man sized wreath” en de singles “Hollow man” en “Supernatural superserious” , wat het mindere materiaal deed vergeten.
In de bis werd door de herkenbare mandolinetune “Losing my religion” ingezet en het refrein luidkeels meegezongen; de set besloten ze traditioneel met “Man on the moon”.

The Chemical Brothers (Mainstage) zetten de nacht in, maar het écht late uur speelde Rowlands/Simons parten, want de geluidstovenaars legden de klemtoon op een meer chillende trancegerichte aanpak en lange overgangen, wat de uitbundigheid en vuurwerk ontnam. Minder dansbare, pompende beats, wat deels door hun lasers, flashlights en projecties werd gecompenseerd. Een ‘push the button’- injectie hoorden we nog met “Galvanize”, “Do it again/get yourself high”, “Hey boy hey girl”, “Out of control”, “Believe” en “We are the night”.
Tijdens de set waren al vele (vermoeide ) bezoekers richting tent. De Britten besloten zelf moeizaam met “The golden path” en “Chemical beats”.
Een feestje bleef uit, ook al werden we mooi bedankt door onze Chemische Broeders.

Organisatie: Live Nation

Motorpsycho

Little Lucid Moments

Geschreven door

Het Noorse Motorpsycho, onder het perfect op elkaar ingespeelde duo Saether/Magnus Ryan benadert op de huidige cd ‘Little Lucid Moments’ het live gevoel van de laatste paar jaar. De plaat volgt de onvolprezen dubbelaar ‘Black Hole/Blank Canvas’ op en bevat vier tracks die een uurtje psychedelische jamrock inhoudt.
Ze zijn in verschillende hoofdstukken verdeeld, zijn lang uitgesponnen en hebben een hard-zacht aanpak. Ze brengen voldoende variaties aan in de songs. Maw het is een aangenaam luisteren naar de soli van gitaren, bas en drums.
Motorpsycho grijpt terug naar hun beginperiode, onderstreept met deze plaat hun huidige aanpak en blijkt definitief vaarwel te zeggen aan de melodieuze pop van ‘Let them eat cake’ en ‘Phanerothyme’.

Guillemots

Red

Geschreven door

Guillemots, de band rond Fyfe Dangerfield, heeft de opvolger klaar op ‘Through the windowpane’. Meteen kan al worden gezegd dat Guillemots dit sterke debuut niet kan evenaren op deze ‘Red’ plaat. Doch de plaat bevat rijkelijk geschakeerde elektronicageluidjes, toetsen en pop, in het verlengde van ‘80’s freak Scritti Politti.
De Britse band zweert trouw aan een arty sound. Er is de bombastische symfo opener “Kriss Kross” onder Fyfe’s unieke stemgeluid, dat ergens leunt aan Jeff Buckley, Damon Gough van Badly Drawn Boy en Robert Smith. De orkestraties zijn strelend op “Falling out of reach” en “Cockateels”, dat zelfs een vleugje world bevat. “Big Dog” bevat een mix aan stijlen met ‘80’s referentie. Guillemots schuwt een freaky dance geluid niet want “Get over it” en “Last kiss” hebben een pompend beatje; en op “Don’t look down” goochelt Fyfe met drum’n’bass. We horen sfeervolle, dromerige, relaxte pop in het tweede deel van de cd met “Words” als hoogtepunt. Af en toe slaat de band de bal mis, zoals op “Clarion”.
Kortom, ‘Red’ is een avontuurlijk gevarieerd, boeiend plaatje met enkele mindere songstructuren.

Steve Lukather

Ever changing times

Geschreven door

Nu bekend geraakte dat Steve Lukather inmiddels Toto heeft verlaten (en dus Toto als band er mee kapt – want geen Toto zonder Steve Lukather!) hoeft de titel van Lukather’s nieuwste soloalbum nog weinig verduidelijking. ‘Ever Changing Times’ is zijn vierde soloalbum, nadat hij eerder ook nog albums uitbracht met de vrienden van El Grupo & Los Lobotomys. In het verleden durfde Lukather op zijn soloalbums nogal wat experimenteren. Vaak kregen we een mengeling van rock, pop, blues, fusion en jazz, waarbij dan vooral zijn vakbekwaamheid als gitarist in de verf werd gezet.
Niet zo op dit album! Natuurlijk laat Lukather nog steeds horen dat hij één van de allerbeste gitaristen is van deze aardkloot maar daarnaast is dit album vooral een songalbum. Met echte liedjes die niet te lijden hebben onder te nadrukkelijke experimentele gitaarhoogstandjes. Persoonlijk heb ik altijd erg gehouden van Lukather’s stem. De Toto albums ‘Kingdom Of Desire’ en ‘Tambu’ waarop Lukather de meeste leadvocalen zingt, heb ik altijd tot mijn favorieten gerekend.
‘Ever Changing Times’ telt 11 songs. Opener “Ever Changing Tmes” is een dreigende, stevige melodic rocksong met een erg doordringend refrein. Daarna krijgen we met “The Letting Go”, een mooie ballade met een echte Toto-feel! Ook “New World” had zeker niet misstaan op Toto’s recentste schijf ‘Falling In Between’. Wat alternatiever is het groovy “Ice Bound” en het à la Steely Dan “Stab In The Back”. Variatie troef op deze Cd! Het filmische instrumentale slotstuk “The Truth” is dromerig en begeesterend.
Kortom, Steve Lukather heeft een plaat gemaakt die erg gevarieerd klinkt maar toch zeer toegankelijk blijft voor Toto fans. Steve kreeg familiale hulp van zoon Trevor (die voor twee songs tekende) en dochter Tina die even te horen is op zang. Joseph Williams (ex-Toto) en Bill Champlin staan in Lukather’s achtergrondkoortje.
Dit vierde soloalbum is een sterk Westcoast-A.O.R.-Melodic Rock album. Safe en toegankelijker dat we van de man gewoon zijn en een must voor bedroefde Toto fans. Toto is dood….Leve Steve Lukather!

dEUS

dEUS: internationale uitstraling

Geschreven door

dEUS,  de charismatische oppergod van de Belgische rock scene, streek zaterdagavond in Noord Frankrijk neer, op een sfeervolle openlucht locatie te Maubeuge.

Met “When she comes down” en “Sun ra”, zette Tom Barman en de zijnen onmiddellijk de toon van een krachtig en gevarieerd optreden. Na de eerste figuurlijke donderslag die de eerste twee nummers ons bezorgden, greep de frontman even naar zijn semi-akoestische gitaar voor de zacht, intieme start van “Instant street”.
Hierna bouwde de muziek zich opzwepend, vol klasse en eenvoud op tot het sublieme “Theme from Thurnpike” en het ons nu al vertrouwde “The Architect”, dit met stevige, brekende en voortstuwende ritmes die de toeschouwers van het spektakel in beweging brachten.
Na deze opbouwbeweging bleef de groep in het tweede gedeelte op onderhoudende wijze, stevig en strak rockmateriaal brengen, gekruid met electro momenten en donker mijmerende fases. Dit alles, met ruimte voor de harmonieuze melodie zoals in “Nothing really ends”.
Het duo Barman en Mauro, geruggensteund door de trefzekere bassectie en percussie, charmeerden terecht het Franse publiek en gaven een staaltje van intense muzikale interactie en samenspel, zowel instrumentaal als vocaal. Hun gitaren werden door hen op bepaalde ogenblikken gehanteerd als partners in een meeslepende, wilde dans. Doch zelfs in staat van volle overgave en extase verloor het duo noch de klasse, noch de beheersing. Coolness op en top! Een deugd om te horen en te zien. Ook dEUS - man van het eerste uur, Klaas Janszoons, gaf met viool en keyboards, het geheel een extra dimensie.
Het thematische accent lag tijdens deze performance op huidig werk uit de cd “Vantage Point”. Regelmatig greep dEUS ook naar klassiekers uit hun ondertussen brede oeuvre.
Als apotheose, keerde dEUS, in zijn bisnummers, terug naar zijn roots en sloot even energiek af als het begon, met ondermeer “Roses” en “Suds & Soda”. Het publiek wou meer…  doch de God was reeds terug ten hemel gerezen.

We zagen een nieuwe en volwassen geworden groep die blaakt van inspiratie, muzikaliteit en energie. Kortom het nieuwe dEUS, met internationale uitstraling, stond er…  en hoe!

Het Britse beloftevolle Air Traffic boeide met hun melodieus opgebouwde poprock, onder een uitgelaten pianspel van zanger/componist Chris Wall. De jonge talentrijke band teistert al maanden onze Afrekening, maar ligt ook in Noord-Frankrijk goed in de markt. In hun jeugdig enthousiasme slaagde de groep er moeiteloos en overtuigend in sfeervol als dynamisch, felle uptempo materiaal te spelen, met de huidige single “No more running away” als absoluut hoogtepunt, die trouwens beide muzikale invalshoeken aan elkaar breidde. Een intens pakkende “empty space” besloot de korte set.
Air Traffic onderscheidde zich als een jonge spruit van Coldplay en Muse en bewees deze avond dat zij hun kopmannen achterna gaan.

Organisatie: Le Manège, Maubeuge

Squadra Bossa ft Buscemi

Squadra Bossa ft Buscemi zet de festivalsfeer in …

Geschreven door

Exit clubconcerten in de Nijdrop! Een feestje kon worden ingezet met Dirk Swartenbroeckx en z’n Squadra Bossa Nova, om de intense clubconcerten en de examenstress door te spoelen in een afgeladen Nijdrop. Een groovende, dansbare mix van zwoele samba/bossanova (latino/Brazil) en Balkanbeats onder trancegerichte, pulserende en ophitsende beats, aangevuld met  dubreggae, ragga, jazz, hiphop, drum’n’bass en junglefever.
Huidige Maxx favorieten van StuBru liet hij moeiteloos overgaan in enkele eigen songs als “Seaside”, “Hollywood swing king” en “Sahib Balkan”. Af en toe laste hij een korte rustpauze in met lounge en zalvende beats.
Een twee uur durende dampende DJ set, onder luid gejoel en die aanstekelijk inwerkte op de dansspieren. Buscemi nodigde alvast uit voor een hete festivalzomer…

Organisatie: Nijdrop, Opwijk

Monster Magnet

Monster Magnet: ‘Spacelord MFers from hell lekker op dreef’

Geschreven door

Aan de vooravond van ‘s lands grootste metal meeting kregen de liefhebbers van het hardere genre met de doortocht van Monster Magnet in de AB een voorproefje van formaat voorgeschoteld. Samen met het intussen legendarische Kyuss behoort dit Amerikaanse gezelschap tot één van de belangrijkste aanstokers van de stonerrock scene die begin jaren ’90 in de schaduw van de grunge een kleine muzikale aardverschuiving veroorzaakte. Na een rits klassieke albums en evenveel slopende wereldtournees werd de kenmerkende mix van slepende Black Sabbath riffs en kosmische Hawkwind psychedelica op de jongste albums echter langzaam maar zeker ingeruild voor een meer rechttoe-rechtaan aanpak, waardoor de groep de laatste jaren wat op de terugweg leek. Het mag tevens een medisch wonder heten dat de imposante frontman en notoir liefhebber van geestverruimende rook- en spuitwaren Dave Wyndorf het tijdelijke inmiddels niet heeft ingeruild voor het eeuwige. Het publiek kon afgelopen woensdag in een net niet tot de nok gevulde AB met eigen ogen aanschouwen dat het Monster Magnet opperhoofd ondanks meerdere powertrips monter en wel op het podium stond en zijn groep feilloos doorheen een meeslepende set loodste.

Monster Magnet’s kleinschalige Europese zomertournee telt slechts een zevental optredens en dient ter promotie van het eind vorig jaar zonder veel pooha verschenen ‘4-Way Diablo’. Voorwaar geen onaardig album, maar qua muzikale impact toch flink wat lichtjaren verwijderd van de sonische meesterwerken ‘Dopes to Infinity’ (’95) en ‘Powertrip’ (’98). De groep koos voor een risicoloze start door met het epische “Dopes to Infinity” en het opzwepende “Crop Circle”, de respectievelijke openingsnummers uit voorgenoemde opussen, het publiek meteen op haar hand te krijgen. Al vroeg in de set werd het kookpunt bereikt bij het inzetten van “Powertrip”, hét Monster Magnet live anthem bij uitstek. Ook ondergetekende, nochtans geen begenadigd brulbeest, kon niet laten om Wyndorf vocaal bij te staan tijdens “I’m not ever gonna work another day in my life! The Gods told me to relax, they say I’m gonna get fixed up right!”. Met de benen in spreidstand en de bezwete gitzwarte haren frontaal wapperend in de ventilatorwind genoot de spacelord zichtbaar van de publieksrespons en bedankte met de obligate “Its’ good to be back” groet. Ter inleiding van “Third Alternative”, een massieve brok stoner psychedelica vanop ‘Dopes to Infinity’ die live gemakkelijk op 10 minuten afklokt, definieerde Wyndorf het begrip ‘cosmic sex’ vanuit zijn persoonlijke leefwereld waarin de oneindigheid van de kosmos en euh.. oneindige sex de man danig blijken te intrigeren. Het publiek knikte alweer goedkeurend en onderging ook deze powertrip met genoegen.
Wie gekomen was om wat nieuwe nummers uit ‘4-Way Diablo’ live te checken kwam echter bedrogen uit. Net zoals het onderschatte ‘God Says No’ (’01) viel ook het jongste album nergens te bespeuren in de setlist, ten voordele van obscuur ouder werk zoals “Zodiac Lung” uit het debuut ‘Spine of God’ (’92) of de minder gekende tracks “The Right Stuff” en “Radiation Day” vanop ‘Monolithic Baby!’ (’04). Gitarist Ed Mundell, naast Wyndorf het enige vaste groepslid, blijkt live keer op keer de muzikale sterkhouder van de band en camoufleerde de soms onvaste vocalen van zijn drug buddy vakkundig met strakke intros en compacte soli. Het grootste deel van het publiek had intussen al lang begrepen dat Monster Magnet gekomen was voor een eigenzinnige ‘best of’ set, dus was het enkel maar een kwestie van geduld vooraleer de sonische gitaargolven van “Negasonic Teenage Warhead” of het groovy ritme van “Spacelord” werden ingezet. Tijdens dit laatste nummer vroeg en kreeg Wyndorf, nonchalant poserend met een joint binnen handbereik, publieksassistentie en werd de frontman herhaaldelijk en tot diens eigen genot uitgescholden voor de onvermijdelijke motherfucker.
De belangrijkste meebrulhits waren na het eerste deel van de set grotendeels opgesoupeerd. Wyndorf & co doken tijdens de enige bisronde in hun eigen donkere verleden en trokken hierbij resoluut de kaart van de lang uitgesponnen psychedelische nummers, vloeistofdia’s en schedelprojecties incluis. Uit de onvolprezen stonerrock classic ‘Superjudge’ (’93) werd naast het titelnummer ook het bezwerende “Cage Around the Sun” opgedoken. Na het stomende “Tractor” werd de set tot genoegen van de fans van het eerste uur besloten met “Spine of God” waarin Wyndorf de AB zowaar eventjes tot ‘centre of the universe’ omtoverde.

Net zoals de grunge beweging lijkt ook de stonerrock langzaam maar zeker op weg om een voorbijgestreefd genre te worden. Gedateerd kan je de live exploten van Monster Magnet echter bezwaarlijk noemen, want daarvoor stralen Wyndorf & co teveel duivelse bezetenheid uit. Hopelijk blijft die ene ‘bad trip’ voor Wyndorf nog een tijdje uit, en beperken de dagelijkse activiteiten van dit rockbeest zich tot het inademen van onschuldige genotsmiddelen en het uitademen van kosmische vibes.

Organisatie: Live Nation

Freaky Age

Every morning breaks out

Geschreven door

Het jonge kwartet uit Ternat heeft een gevatte cd titel voor hun frisse, sprankelende gitaarrock. Inderdaad , dit is muziek om er meteen een fijne dag van te maken Hun uptempo songs hebben een freaky, catchy melodie.
Ze zijn pas zestien jaar oud en vielen al twee jaar geleden op, toen ze verdiend een finaleplaats op Humo’s Rock Rally bereikten. Snedige, subtiele rock met een positive vibe.
’Every morning breaks out’ plaatst zich in de schijnwerpers met elf puike songs, waarbij de singles “Time is over” en “Where do we go now” zich duidelijk weten te onderscheiden . Af en toe nemen ze vaart vaart terug . Enkel op “Weekend” en “Little mistakes” heeft het beloftevolle jonge gezelschap wat te veel pijlen verschoten…

Info op www.myspace.com/freakyage

General Mindy

Delusions of Grandeur

Geschreven door

Als we het woord Mindy horen of uitspreken, wordt al onvoorwaardelijk aan de Mega Mindy explosie gedacht. Foei! En als we General ergens zien staan, dan denken we aan Admiral Freebee, wat alvast een betere link is voor deze beloftevolle Antwerpse band.
De groep onder Johan Verckist heeft een brede muzikale smaak op deze door Pascal Deweze geproducete debuutplaat. Snedige, potige, doorleefde rock’n’roll, met bluesy/countryuitstapjes (luister maar naar “Max Harris”, “Frequently obscene” en “Abusive fire”) en dromerige indiepop, waarin zelfs een vleugje Absynthe Minded en Das Pop terug horen is, zoals op “Superfuck fried big bang, “Cruise control” en “Bad rumours”.
Kortom, General Mindy is een groep die van alle markten thuis is en op die manier een erg afwisselend plaatje uit heeft gebracht, waarvan de single “Prozac Candy” als uitgangsbord fungeert. Het geheel klinkt fris, luchtig, groovy, aanstekelijk en sfeervol!

Info op http://www.generalmindy.be

Gentlemen Of Verona

Gentlemen Of Verona

Geschreven door

Meer en meer garage rock’n’roll bands stellen een zangeres voorop; bij Gentlemen Of Verona  horen we Debby Termonia, die vocaal leunt aan Polly Harvey en Beth Ditto van The Gossip. Een rauw, ruw, soms smerig geluid dat rockt en pit heeft door de heldere stem van Debby. Overwegend horen we opwindende, energieke songs: “Blackguard”, “High heels”, “Ugly Tina, “Blowsy face” en “Call me on my mobile”. Op een paar songs neemt het gezelschap wat vaart terug én houden ze het op een aanstekelijk, broeierig geluid: “Better & more”, “Rock gorilla”, “Bang bang” en afsluiter “Wanna have it” hebben een spannende opbouw,  vervelen niet en zijn een aangename afwisseling binnen het stevige materiaal. “If” is de meest sfeervolle song van dit overtuigend debuut, die zweert aan het rauwe The Kills en The Yeah Yeah Yeah en het oude onvolprezen L7 en Babes In Toyland verwerkt.

Info http://www.gentlemenofverona.com

Elbow

Elegante schoonheid van Elbow

Geschreven door

De muziek van Elbow is er ééntje van ontdekkend beluisteren, want per luisterbeurt overtuigt hun weemoedige sound van fraai gearrangeerd en subtiel uitgewerkt materiaal; het geheel klinkt zowel sfeervol, grillig, somber als zwierig en poppy. Op hun eigen unieke manier gaan ze om met dromerige pop, gedragen door de hese, melancholische, warme stem van Guy Garvey. Ontroerende, stijlvolle en heerlijke prachtsongs leveren ze af, die passen in het rijtje van Coldplay en Radiohead.

In een uitverkochte Botanique dompelden ze ons ruim anderhalf uur lang onder in elegante schoonheid, waarbij de band , aangevuld met twee violistes, door het van-alle-leeftijden publiek werd geapprecieerd. Een enthousiast gemotiveerde band, die het nodige spelplezier beleefde en genoot van de sterke respons. Garvey kaderde vele songs in en sloeg spontaan een praatje met de eerste rijen.
”Starlings” opende indrukwekkend met trompetgeschal en orkestratie. Het was de aanzet van een afwisselende set van ingetogen,ingenomen nummers, door de violistes kleur gegeven, als “Bones of you”, “Great expectations”en “Mirrorball”, en van intense rocksongs als “Grounds for divorce”, “Mexican standoff” en de titelsong van de vorige cd.
De klemtoon kwam op de recente cd’s ‘The seldom seen kid’, vernoemd naar een bevriend songwriter, en het drie jaar oude ‘Leaders of the free world’.
De stap naar fijngevoeligheid zetten ze met het sprookjesachtige, deels klassiek geschoolde, “The loneliness of a tower crane bridge” en “The stops”. Elfenpop, waarbij Garvey vocaal een Jim James van My Morning Jacket sterk benaderde.
Vakkundig ging Elbow met hun sfeerrijke sound naar een hoogtepunt: een uitgesponnen, rijkelijk gearrangeerde “New born” en “One day like this”, door de koorzang een meezingmoment.
Elbow groef in het verleden met “Switching off”, bepaald door toetsen en Garveys emotievolle stem, een krachtig opgebouwde “Station approach” en een ingetogen afsluiter “Scattered black & whites”.

Elbow is een te koesteren band, waarbij de uitgekiende sound en de hard-zachte aanpak intrigeerde.

Organisatie: Botanique, Brussel

Kate Nash

Made of bricks

Geschreven door

Kate Nash is een jonge Londense songschrijfster die al met twee singles “Foundations” en “Mouthwash” meteen naam maakte. Haar songs zijn geënt op haar pianospel en akoestische gitaar en worden gedragen door haar onschuldig kinderstemmetje en zegzang.
Haar songs hebben een eenvoudig goede melodieljn, klinken fris, vrolijk aanstekelijk , groovy en ingetogen. Een lach en een traan dus, die de songs nog intenser en emotievoller maken. Een pak nummers hebben een hitpotentie: “We get on”, “Pumpkin soup”, “Skeleton song”, “Mariella” en “Shit song”. Feelgood flowerpop!
’Made of bricks’ is een leuk plaatje van ontspannend, luchtig en innemend materiaal

Adele

19

Geschreven door

’19’ is het debuut van deze jonge Londense zangeres. Met haar souljazzypop vult ze de damesrevolte aan van Amy Winehouse, Duffy en Estelle.
Indringend emotievol songmateriaal wordt gebracht met een sober gehouden instrumentatie (akoestische gitaar, viool of piano), luister maar naar  “Daydreamer”, “Crazy for you” en “Make you feel my love”. Het zijn intieme, ingetogen liefdesliedjes. Adele wisselt ze af met meeslepende songs die voller en georkestreerd klinken: “Melt my heart to stone” en de singles “Chasing pavements” en “Cold shoulder”. Een collectie gevoelig materiaal dat mooi in het gehoor ligt. Verder is “First love” een wiegeliedje pur sang en en verve sluit ze haar tof debuut af met “Hometown glory”.

The Ting Tings

We started nothing

Geschreven door

Het Britse duo Jules de Marino (drums, vocals) en Katie White (gitaar /vocals) klinken minder rauw dan die andere man/vrouw duo’s The Kills en Blood Red Shoes. Ze laten een verfrissende wind horen van sprankelende, springerige en speelse gitaarpoprocksongs, die levensvreugde en optimisme uitstralen. De mosterd wordt eerder gehaald uit de bubblegumpop van The B 52’s, Fairground Attraction en PJ Harvey.
De sound: een melodieus sterke opbouw, meezingbare refreinen, meeslepend, opzwepend en een positive vibe. De songs gaan in een snelvaarttempo aan je vorbij. “That’s not my name”, “Fruit machine”, “Be the one” en “We walk” worden afgewisseld met “Great DJ”,  “Shut up and let me go” en “Keep your head”, die een pompend ritme hebben. “Traffic light” is een aangenaam rustpunt op deze cd van het jeugdig enthousiaste duo. Overtuigend sluiten ze af met een uitgesponnen aanstekelijke, frisse titelsong, die zich meester maakt van je dansspieren. Heerlijke goede poprock !

Khymera

The Greatest Wonder

Geschreven door

Khymera was oorspronkelijk een eenmalig project tussen Steve Walsh (Kansas) & multi-instrumentalist Daniele Liverani (Genius). Deze ‘The Greatest Wonder’ is echter al een derde plaat onder de Khymera vlag en het tweede album met zanger Dennis Ward (Pink Cream ’69). Verder vinden we naast Ward en Liverani, Tommy Ermolli (gitaar) en Dario Ciccioni (drums) in de bezetting terug. Er zou zelfs sprake zijn om met Khymera ook live op toer te gaan.
Het debuut was sterk, het daaropvolgende ‘A New Promise’ bevestigde en deze ‘The Greatest Wonder’ is het beste album van de drie. Nochtans kent het album met het nietszeggende intro “Ablaze” (een instrumental die je eerder op een melodieuze metalplaat verwacht) een valse start. Maar vanaf “Beautiful Life” tot slotstuk “The Other Side” is het genieten van onvervalste A.O.R. (à la Rio, Giuffria) De ene sterke song volgt de andere in sneltempo op. De grootste kwaliteit van dit album is dan ook de aanvoer van knappe songs, terwijl er muzikaal misschien iets te veel werd gekozen voor veilige keyboardminnende A.O.R.. Soms had het geheel iets steviger mogen zijn en had het gitaargeluid wat manifester in de mix mogen zitten. Nu is dit vooral een vocale plaat geworden.
Natuurlijk heb ik mijn persoonlijke favoriete songs (“Beautiful Life”, “Burn Out”, “The Greatest Wonder”, “If I Can’t Be”) maar misschien pikken jullie er net andere songs uit want het niveau is constant en echte uitschieters zijn er niet. De productie is kristalhelder (Dennis Ward is dan ook een topproducer in het genre!) maar ook hier iets te risicoloos.
Maar laat dit de pret niet drukken want ‘The Greatest Wonder’ is top A.O.R. en zal zonder twijfel erg hoog eindigen in onze jaarlijstjes!

Pagina 453 van 476