logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (14668 Items)

De Brassers

De Brassers en Wire: from Limburg to London 30 jaar coldwave en artpunk

Geschreven door

Ter gelegenheid van haar 20ste verjaardag trakteerde de 4AD zichzelf op een unieke dubbelaffiche waarop twee legendarische namen uit de punk/wave sector prijkten. Geen wonder dus dat op het krijtbord aan de ingang van deze immer sympathieke club ‘SOLD OUT’ stond te lezen.

De Brassers hebben er ondertussen 30 jaar dienst opzitten, en willen dat ook aan de mensheid kenbaar maken middels de eigenzinnige verzamelaar ‘Gesprokkeld en Bespoten - De Niet Definitieve Copulatie’. Wie dit album beluistert moet vast stellen dat deze Limburgse underground helden naast “En Toen Was Er Niets Meer” nog minstens een dozijn andere zwartgallige coldwave classics op hun conto hebben staan. De vraag was dus enkel of ze diezelfde sfeer ook live nog steeds konden creëren zonder gedateerd te klinken.
Met opener “Kontrole”, oorspronkelijk terug te vinden op Humo’s Rock Rally LP editie 1980, werd die vraag al snel beantwoord. De monotone synth intro en onheilspellend trage ritmesectie flitsten het publiek in één ruk terug naar het gitzwarte postpunk tijdperk waar de geest van Joy Division en The Sound nog steeds rondwaart. Hopeloos worstelend met zijn microfoonkabel ging frontman Marc Poukens meteen volledig op in zijn rol van hyperkinetische en getormenteerde vertolker van alles wat stinkt in de maatschappij. De muzikale dreiging werd nog verder opgevoerd met doorleefde versies van “Pijn” en “Living On The Edge” uit het mini come-back album ‘Slijk’ (‘05). De heerlijk knetterende KORG synth van Joachim Cohen zorgde voor een dreigende doematmosfeer tijdens het oudje “They Wanted Us Away” (’81), en in het afwisselend Nederlands/Engelse repertoire dook zowaar plots ook een Duits nummer op, “In Meine Seele”. Na een klein uurtje intense postpunk mocht de Limburgse trots bissen met twee wave klassiekers van eigen bodem, het onvermijdelijke “En Toen Was Er Niets Meer” en “Ik Wil Eruit”.

Zoals het echte underground helden betaamt dienden De Brassers eigenhandig hun instrumentarium in te pakken om plaats te ruimen voor hun Engelse generatiegenoten Wire. De muzikale carrière van dit Londens collectief beslaat ondertussen vier decennia, en gedurende deze periode evolueerde hun geluid van minimale artpunk over poppy new wave naar snoeiharde industrial pop. Het zijn echter vooral de eerste drie Wire albums, welke eind jaren ’70 verschenen in volle (post)punk gekte, die op verschillende muzikale generaties (van Big Black over Elastica tot Bloc Party) een onuitwisbare indruk hebben nagelaten. Afgelopen jaren verwierf de groep opnieuw faam met de hoogstaande ‘Read & Burn’ EP’s waarvan het derde deel eind vorig jaar verscheen, en welke duidelijk aangeven dat deze bende vijftigers nog niet aan het einde van hun latijn zijn.

Toen de drie overgebleven Wire leden op het 4AD podium verschenen konden we niet onmiddellijk vatten dat hier wel degelijk een heuse brok muziekgeschiedenis voor ons stond. De in zwart maatpak gehulde frontman Colin Newman kon immers gemakkelijk worden verward met een gezapige verzekeringsagent, terwijl de zeer relaxed ogende bassist Graham Lewis met een zonnebril door de haardos eerder een doordeweekse Britse dagjestourist leek. Enkel de graatmagere en uiterst geconcentreerde drummer Robert Gotobed vertoonde zichtbaar enige sporen van een zwaar muzikaal verleden. Zoals uit openers “Circumspect” en “Our Time” onmiddellijk bleek bepaald zijn retestrakke en minimale drumstijl nog steeds voor een groot deel de typische Wire sound. De groep dropte voor het eerst een bommetje met “Comet” uit de eerste ‘Read & Burn’ EP (’02), een nummer dat zo op hun legendarische debuut ‘Pink Flag’ (’77) had kunnen staan, maar dan luider en sneller! Voorin de set stak overigens ook werk uit de toenmalige opvolger ‘Chairs Missing’ (’78): met “Too late” en “Being Sucked In Again” werden de overjaarse en al dan niet aangeschoten punkrockers van het eerste uur rijkelijk op hun wenken bediend.
Newman is intussen de 50 vlotjes gepasseerd, dus wie kan iets inbrengen tegen het gebruik van enige visuele hulpmiddelen zoals een bril maar vooral een laptop met songteksten (en akkoorden?)?. De vervanging van het originele vierde bandlid Bruce Gilbert door de in Wire termen piepjonge Margaret Fiedler (ex-Moonshake, Laika en PJ Harvey) op gitaar zorgde echter ten gepaste tijde voor een extra noise injectie waardoor de groep nooit oubollig overkwam. In tegendeel, tijdens bepaalde nummers klonk de groep redelijk militant door de harmonieuze roepzang van Newman en Lewis. Fans van het recentere Wire werk kregen met “The Agfers of Kodack” en “I Don’t Understand”  twee uppercuts van formaat uit de ‘Read & Burn 01’ EP die meteen ook het eerste deel van de set na goed drie kwartier afsloten.
De prachtige cyaankleurige gitaar die gedurende het ganse optreden onaangeroerd achter Newman stond te fonkelen kreeg tijdens de eerste bisronde eindelijk een hoofdrol toebedeeld tijdens het mooi opbouwende “Boiling Boy”, één van de mooiste nummers die Wire tijdens de 80ies componeerden en origineel terug te vinden is op ‘A Bell Is A Cup Until It Is Struck’ (‘88). Fans van het eerste uur konden onmiddellijk daarna terug hun hartje ophalen met het oude “12 X U” uit ‘Pink Flag’. Ook tijdens een tweede bisronde bleef Wire naar hartelust citeren uit dit legendarische punkdebuut en serveerde met “Lowdown” en “160 Beats That” de match uit met een ace.

Na tweemaal 70 minuten coldwave en artpunk van de bovenste plank konden we niet anders dan tevreden en ietwat verstomd huiswaarts keren. De Brassers en Wire verstaan als geen ander de kunst om glorieus en in stijl ouder te worden zonder veel aan hun DIY jeugdidealen te wijzigen. Waarlijk een mooie inspiratiebron voor al wie nooit echt wil opgroeien…

Organisatie: 4AD, Diksmuide

Sebadoh

Sebadoh: not just another indie rock band

Geschreven door

Wie geld spendeert aan een ticket voor een optreden van Sebadoh doet dat doorgaans niet zonder enig risico. De live shows van deze intussen semi-legendarische Amerikaanse lo-fi indierockers bleken in het verleden immers uiterst wisselvallig: de ene keer slordig maar briljant, een andere keer futloos en onsamenhangend. De voortekenen voor de nieuwe reeks concerten van Sebadoh in originele line-up (Lou Barlow – Jason Loewenstein – Eric Gaffney) waren nochtans gunstig: de optredens van Lou Barlow’s ander muzikaal project, The (New) Folk Implosion, werden afgelopen jaren steevast bejubeld, en tijdens de reünietournees met Dinosaur Jr. lijkt Barlow warempel voor het eerst speelplezier uit te stralen. Aanleiding voor de voorlopig éénmalige rentree van Sebadoh in het live circuit is het 15-jarig jubileum van ‘Bubble and Scrape’, het doorbraakalbum dat het trio integraal beloofde voor te stellen in de Ha’.

Eerste vaststelling bij aanvang van de set: Barlow & co leken fris en monter het optreden aan te vatten, wie dit trio ooit in de AB gezien heeft weet dat dit geen evidentie is! Tweede vaststelling: de ontwapenende Barlow bleek bijzonder goed bij stem wat tijdens een uitgesponnen versie van ”Brand New Love” (’92) al meteen een eerste hoogtepunt opleverde. Anno 2008 blijkt Sebadoh meer dan ooit te zijn uitgegroeid tot een muzikale democratie. Naast Barlow namen ook Loewenstein en Gaffney een deel van de nummers voor hun vocale rekening. Er werd duchtig van instrumenten gewisseld, waardoor het trio spijtig genoeg zelden in hogere versnelling kon schakelen. Anderzijds bleek naast nummers uit ‘Bubble and Scrape’ ook ander moois uit de Sebadoh catalogus in de setlist te steken wat voor de nodige afwisseling zorgde.
In Sebadoh huizen drie duidelijk verschillende persoonlijkheden die elk hun eigen stempel drukken op het groepsgeluid. Barlow is een introverte melancholicus die tijdens “Cliche” en “Soul and Fire”, beiden uit het verjaardagsalbum ‘Bubble and Scrape’, uiterst doeltreffend de gevoelige (en zoals het hoort ietwat ontstemde) snaar wist te raken. Wanneer vervolgens Loewenstein aan het roer komt wordt het innemende Sebadoh eensklaps omgevormd tot een licht overstuurd powertrio. Loewenstein is een veelprater, houdt van contact met het publiek en katapulteerde ons o.a. terug naar het Sebadoh debuut ‘The Freed Man’ (’89) met het grappige “Mouldy Bread”. Gaffney tenslotte, lijkt de meest manische van de drie. Zijn schreeuwzang en jachtig gitaarspel verraden de punk en hardcore invloeden die begin jaren ’90 langzaam maar zeker in de Sebadoh sound binnenslopen. Gaffney’s meest memorabele moment van de avond was ongetwijfeld de indierock parel “Careful” uit ‘Bakesale’ (’94), meteen ook het laatste Sebadoh album waaraan hij meewerkte vooraleer de solo toer op te gaan.
Na een dik uur en een kwart schreeuwde de voor 2/3 gevulde zaal Barlow & co terug voor één enkele bisronde. Naast bovenvermeld “Careful” werd de kroon op het werk gezet met de prototype indierock classic “Gimme Indie Rock”. Bij zijn release in 1991 kreeg dit nummer in volle Nirvana gekte nauwelijks airplay, maar blijkt achteraf even relevant te zijn voor de doorbraak van de tweede generatie indie rock als “Smells Like Teen Spirit” was voor de grunge. Een passende afsluiter dus voor een geslaagd avondje rammelende lo-fi rock, waar het publiek voor één ticket eigenlijk drie optredens van éénzelfde groep te zien kreeg.

Het is bij deze dus bewezen: reünies in indierockland hebben duidelijk een bestaansreden. Afwachten dus wanneer de Pavements, Guided By Voices en Cells van deze wereld het voorbeeld van Sebadoh zullen volgen.

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

Kayak

Coming up for air

Geschreven door

Kayak viert zijn 35-jarig bestaan !  Niet met een 'Best Of', maar gelukkig met een full CD vol nieuwe nummers en een theatertour met ook een groot aandeel van 'Coming Up For Air'.  Maar hoe nieuw klinkt Kayak anno 2008 ?
Ten eerste in de bezetting :
-Bert Heerink (ex-Vandenberg) is verdwenen en Edward Reekers is voluit terug.
-Cindy Oudshoorn die al zijdelings betrokken was neemt een groter aandeel voor haar rekening.
Ten tweede is er de sound die iets bombastischer is en gaat het nu over losse nummers. Deze nieuwe plaat is dus geen concept CD, in tegenstelling tot vorige albums 'Merlin' en 'Nostradamus'.
Kayak blijft de band van Ton Scherpenzeel, maar vocaal wordt de plaat gedragen door Cindy en Edward (soms samen) en occasioneel door gitarist Rob Vunderink. Er staan maar liefst 15 compacte nummers op het uur durend schijfje en die vallen best mee, hoewel we niet kunnen spreken over klassiekers. De stevige nummers die gezongen worden door Cindy, leunen zelfs lichtjes aan bij bvb. Within Temptation. Anderzijds blijft Kayak zijn identiteit wel degelijk behouden. Er zijn geruchten dat ze op de Nederlandse Proms zullen te zien zijn. Laat ze er nog maar 35 jaar bij doen !

Work Of Art

Artwork

Geschreven door

Aan het begin van het nieuwe jaar leek het of Frontiers Records het A.O.R. genre ook de rug had toegekeerd. Er werd toen immers resoluut gekozen voor het zwaardere melodieuze metalwerk. Maar toen de debuutplaat van Work Of Art via Frontiers Records werd uitgebracht werd het ons duidelijk dat we ook in 2008 (in het A.O.R. genre) enkele kleppers mogen verwachten.
Work Of Art is een A.O.R. band bestaande uit Lars Säfsund (vocals & keys), Robert Säll (gitaar) en Herman Furin (drums). Op dit album werden ze ook nog bijgestaan door enkele gastmuzikanten. Net zoals Bad Habit, Arena Sweden, en Talk Of The Town komt ook deze band uit Zweden, het Mekka voor 80's A.O.R.!
'Artwork' is zoals de titel zelf zegt een meesterwerk. Alvast voor diegenen die het genre liefhebben want echt verrassend kan je deze debuutplaat niet noemen. Wel wordt er heel sterk gemusiceerd en is het opvallende keyboardwerk net zoals het melodieuze gitaarwerk om van te snoepen. Bovendien heeft zanger Lars Säfsund een erg leuke stem! De laidback westcoast A.O.R. van Work Of Art klinkt heel vaak zoals het beste A.O.R. werk van Toto (ten tijde van 'Isolation' en 'Fahrenheit'). Soms hoor je ook duidelijk Chicago invloeden. Maar het meest doet de band me nog denken aan Blanc Faces! De productie van het album klinkt kristalhelder en de plaat telt geen enkel zwak moment. Uitschieter is voor mij de song "When Ever U Sleep", maar ook de rest van dit album zal elke A.O.R. fan mateloos boeien.

Timesbold

Ill Seen Ill Sung

Geschreven door

Timesbold staat al vijf jaar garant voor verzorgde melancholische americanapop. Spil Jason Merritt spant samen met Bonnie ‘Prince’ Billy en Dave Eugene Edwards de kroon binnen deze muzikale stijl. Dit is intens broeierige muziek, kleur gegeven door een instrumentarium als akoestische gitaar, banjo, steel pedal, zingende zaag, piano, toetsen, strijkers, xylofoon en een softe percussie. Dertien songs, gedrenkt in weemoed. Ingetogen materiaal waarvan “Takeaway” “Mama”, “Recover ring” en het afsluitende “Far to strange”door de sobere aanpak beklijven. Tweemaal klinkt Timesbold iets krachtiger: “Any lethal storm” en “Fencepost”.
De plaat getuigt van een enorm bekwaam en groots singer/songschrijver, die Timesbold heeft als groep en Whip onderhoudt als soloproject. Overtuigend Duyster-voer!

Nick Cave

Dig, Lazarus, Dig !!!

Geschreven door

In 2004 kwam Cave aandraven met ‘Abattoir Blues / The lyre of Orpheus’, een dubbel meesterwerk, die een vruchtbare creatieve periode inluidde. De afwisselende plaat bevatte broeierig, gedreven als ingetogen en innemend songmateriaal. Die lijn zet hij met z’n Bad Seeds alvast door op ‘Dig, Lazarus, Dig!!!’. Tussendoor onderstreepte hij z’n songkwaliteit op Grinderman, die nauw aan de weirdo rauwe zompige psychorock’n’roll blues sound van z’n vroegere Birthday Party leunde.
De nieuwe plaat laat een goede, frisse indruk na van broeierige, aanstekelijke rocksongs, die mooi uitgewerkt zijn. Cave, in z’n declamerende praatzangstijl, creëert telkens een apart sfeertje, gepast en gevat ingenomen door z’n Bad Seeds.
”Albert goes West” en “Lie down here & be my girl” zijn de rockers op de plaat. En in “Today’s land”, “We call upon the author” en afsluiter “More news from nowhere” overheersen de toetsen. “Night of the lotus eaters” is de meest avontuurlijke song en kan meteen op de laatste plaat worden gezet van Blixa’s Einstürzende Neubauten. De groove zit “em in de titelsong en de overige nummers hebben een spannende opbouw, wat doet besluiten dat de aandacht behouden blijft op de elf songs.
Cave’s songwriterschap en de muzikale sterkte van z’n begeleidingsband worden optimaal onderstreept; nogmaals een bewijs dat Cave en z’n Cave-ianen op scherp staan en bijzonder relevant zijn voor de popmuziek.

Hooverphonic

The President of the LSD Golfclub

Geschreven door

Hooverphonic vierde vorig jaar z’n tienjarig bestaan met de ‘Electric Hoover tour’, en blikte terug naar het debuut ‘a new stereophonic sound spectacular’, toen onder  de naam Hoover uitgebracht. Het was de aanzet van het nieuwe album ‘The President of the LSD Golfclub, onder de spil Callier/Geerts. De plaat onderscheidt zich van de fijn uitgebalanceerde , soms rijkelijk georkestreerde trippop van de voorbije cd’s.
’60’s gitaarrock’n’roll, ‘70s psychedelicatoetsen, ‘80’s wave en een diepe bas staan voorop, gedragen door de hemels breekbare, ijle, betoverende doch soms ook onheilspellende en betoverende stem van Geike Arnaert.
De plaat heeft een poppy dromerige en een filmisch bevreemdende, dreigende sound.
Een sfeervolle, soms donkere aanpak is te horen op “Circles”, “The eclipse song”, “Billie” en “Strictly out of phase”. Op “50 watt” en “Gentle storm”  zingt Callier mee. “Expedition Impossible” en “Black marble tiles” klinken zijn regelrechte songs voor een soundtrack van een fatalistisch romantiek/suspensefilm. En opener “Stranger” en  afsluiter “Bohemian daughter” kruiden deze sound nog meer!
Hooverphonic vond zichzelf opnieuw uit, een nieuw geluid dat er terecht mag zijn.

Dirtmusic

Dirt Music: soundtrack bij een road movie

Geschreven door

Achter de Naam Dirt Music gaan drie veelzijdige, multi-instrumentale artiesten schuil die binnen de alternatieve muziekscène niet alleen onder eigen naam platen hebben uitgebracht maar ook deel hebben uitgemaakt van of een bijdrage hebben geleverd aan diverse groepen. Het betreft niemand minder dan Chris Eckman (The Walkabouts, Chris and Carla en meegewerkt aan platen van onder meer Willard Grant Conspiracy, Midnight Choir en Tosca), Hugo Race (wordt momenteel begeleid door True Spirit, heeft een aantal zijprojecten en was eerder ook gitarist bij The Bad Seeds) en Chris Brokaw (Come, Codeine en samengewerkt met bijvoorbeeld Evan Dando, Steve Wynn, Willard Grant Conspiracy en Karate).

Vorig jaar ontstond het idee om ook samen iets te doen. Aan de hand van enkele concerten in Centraal Europa werd het individueel bij elkaar geschreven songmateriaal uitgetest om dit vervolgens in november op te nemen in een analoge studio nabij Praag. Het resultaat was een gelijknamig album en dit kwamen ze nu afgelopen zondag voorstellen in de Gentse Handelsbeurs.
Op de plaat werd de muzikale omlijsting doelbewust zo karig mogelijk gehouden en de muziek tot de essentie herleid. Ook op het podium koos het drietal voor dezelfde aanpak. De urban folkblues zoals ze hun stijl zelf noemen, kreeg via een afwisselende instrumentatie een psychedelisch en bij momenten donker randje.
De set bestond – met uitzondering van het instrumentale “Erica Moody” - uit  afwisselend (samen)gezongen en drumloze, overwegend op elektrische gitaar gebrachte nummers die werden aangevuld met slide, banjo, melodica en orgel. Dit leidde tot erg mooie resultaten, zoals onder meer bij “The Other Side” (als The Gutter Twins zoveel – terechte – aandacht krijgen, waarom dit nummer dan niet?), “Sun City Casino” (duister als de nacht), “Still Running” (een nummer dat Terry Lee Hale of  Robbie Robertson vergeten zijn op te nemen), het ritmische en tekstueel rijkelijke “Ballad Of A Dream” en “Wasted On” (zou zo op een plaat van The Walkabouts passen).
Wat het laatstgenoemde nummer betreft, was het trouwens ook nog zo dat meteen daarna Hugo Race het publiek bedankte en het podium wou verlaten. Een kleine misrekening qua tijdsindeling want vooraleer twee toegiften te brengen, zou er nog een ander nummer gespeeld worden. Na een kleine terechtwijzing van de grappende  Chris Eckman, kon er genoten worden van een slepende en van aanzwellende outro voorziene versie van “Morning Dew” (oorspronkelijk van Bonnie Dobson).
Vanzelfsprekend werd geput uit het enige album maar omdat er vooral geschreven en geëxperimenteerd wordt tijdens de tournee, kregen we ook al een weergave van enkele nieuwe nummers, zoals – onder voorbehoud dat dit ook de definitieve titels worden – “New Caledonia” en “Ready For The Sun”.

Of het mooie weer er voor iets tussen zat, velen met een korte werkweek in gedachten al op vakantie vertrokken waren dan wel de naambekendheid van de groep op zich nog niet voldoende groot is, in ieder geval waren er slechts een gering aantal toeschouwers komen opdagen. Jammer voor de groep en de organisatie, maar anderzijds gaf dit het wél aanwezige, aandachtige publiek de mogelijkheid om gezellig zittend op een barkruk de ideale soundtrack bij een mogelijke road movie van erg nabij te beluisteren en te beleven. De beelden van weidse landschappen mocht men er naar vrije keuze zelf bij bedenken.

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

Arsenal

Try-out concert Arsenal: klaar voor de grootse podia!

Geschreven door
Arsenal onder het duo Hendrik Willemyns- John Roan, heeft drie jaar op zich laten wachten om de opvolger van ‘Outsides’ los te laten. Hun multi-culturele sound en hun opwindende live optredens deden ons met spanning uitkijken naar het try-out concert van de pas verschenen cd ‘Lotuk’. Al wekenlang werden we bestormd met die catchy groovy popsong, titelsong én uitgangsbord van de cd.
Voor de cd kwamen opnieuw een resem gasten, waaronder John Garcia (vroegere Kyuss, nu Hermano spil), Grant Hart (ex Husker Dü), Mike Ladds, Marino Vitalino Dos Santos, het jonge geweld Cortney Tidwell en Shawn Smith, aan wie ze “The day brings” (enkel op piano!) speelden in de bis, meteen ook het rustigste nummer van de avond. We hopen alvast enkele gastvocalisten te begroeten als Arsenal te zien zal zijn tijdens hun festivaltour.

Vanavond was Arsenal er met de vaste backing vocaliste Leonie Gysel, die erin slaagde de songs kleurrijker te maken.Tijdens deze try-out wou de groep goed gewapend zijn om als één van de trekpleisters te fungeren op de grootse podia! Gedurende een goed uur speelden ze een gevarieerde set, waarbij we van het ene naar het andere sfeertje werden gedropt; een smeltkroes van exotische, dansbare pop tot een meer strakke, directe aanpak. De nieuwe songs zaten mooi verdeeld binnen het gekende materiaal van de twee vorige cd’s ‘Oyebo Soul’ en ‘Outsides’.
De groep trok meteen de aandacht met twee nieuwe sterke songs “Turn me loose” en “Estupendo”, aanstekelijke zuiderse poprock, pulserende beats en een warme samenzang. “Switch” en “The coming” zetten aan tot heupwiegen, dansen of heen en weer gezwaai met de armen. De temperatuur steeg in de nokvolle Racing. Waarbij Arsenal van wal stak met “Lotuk”, “E gun” en “Either”, frisse, zomerse, zwoele, kleurrijke songs die de stemmenpracht Roan – Gysel ondersteunde. Een hoogtepunt! “Not a man” was de meeste directe rocksong binnen het Arsenal concept.
Het optreden ging naar een schitterende finale met “Personne ne bouge”, die duidelijk overeind bleef zonder de raps van Baloji, het nieuwe “Selvagem”, een in te lijsten dansbaar nummer en “Saudade”, in tussentijd een klassieker geworden.
Het sterke onthaal van het enthousiaste publiek gaf drie songs in de bis, nl. het opzwepende en ophitsende “Mr Doorman” en “A volta”, vooraf ingeleid door een intieme “The day brings”, hun Satchel/Smith eerbetoon.

Arsenal speelde een overtuigend concertje en bracht een eigen unieke zonnige cocktail om z’n publiek te boeien! Tot deze zomer!

Organisatie: VZW de Wanhoop, Gavere


Ozark Henry

Vertrouwd Ozark Henry

Geschreven door

We waren al van de partij toen Ozark Henry ‘The soft machine’ te Vorst en op Pukkelpop voorstelde, en we ontbraken niet tijdens de clubtournee, toen hij z’n songs op sobere wijze bracht.
Ozark Henry, onder multi-instrumentalist en singer/songwriter Piet Goddaer, is nu toe aan ‘A decade’, het overzicht van mans oeuvre van vijf platen. Net als op de laatste clubtournee speelden ze zonder gitarist. Een vakkundige aanpak door toetsen, elektronica, piano, bas en percussie.
Het kwartet stelde een mooie compilatie voor vanaf de doorbraakcd ‘Birthmarks’ (’01); het memorabel debuut ‘I’m seeking smth that has already found’, dat bol staat van elektronicagestoei, lieten ze volledig links; geen “Rosamund is dead”, “Dogs & dogsman” of “Hope is a dope”. We hoorden pareltjes van subtiele melodieuze songs, uiterst sfeervol, meeslepend en uitgebalanceerd; af en toe klonken ze iets krachtiger, gedragen door Piet’s lichthese, warme stem. De perfecte geluidskwaliteit was alvast een meerwaarde. Een decor van laaghangende takken zorgde voor de gezelligheid. Voor de eerste keer trad Goddaer in een witte outfit aan, in schril contrast van de zwarte kledij van de band …

Goddaer vatte aan op toetsen met de huidige single “Godspeed”. “Play politics”, “Inhaling” en de instrumental “Echo as metaphor” werden bepaald door ingenieuze elektronica, toetsen en piano. En dan kwam het grote werk, pop en elektronica, waarmee Ozark Henry het grote publiek bereikte: “Word up” (met twee op piano!), een ingetogen “Weekenders” en “Vespertine” (solo) en de poppy singles “Rescue me”, “Sweet instigator” en “Intersexual”. In het oude “Ocean” en het recente “Sun dance” staken ze meer groove, beats en was er een strakke percussie; ze klonken aanstekelijk en werkten in op de dansspieren. Tenslotte mocht een uitgesponnen “These days” overtuigend de set besluiten. Het warme onthaal bracht de band zelfs tweemaal terug: “La donna e mobile” dompelden ze onder in techno en trancegerichte beats, wat iedereen op de stoeltjes deed recht veren. Opmerkzaam was de naadloze overstap naar het sfeervolle karakter van het nummer. “At sea” en “Give yourself a chance” hadden een stevige noot en een pittig gedreven “Indian summer” beëindigde na goed anderhalf uur het ‘A decade’ concert.

Kortom, een sterk op elkaar ingespeelde band speelde een vertrouwde, afgewerkte set.

Organisatie: Live Nation

The Long Blondes

Aanstekelijk The Long Blondes

Geschreven door

Uit het Arctic Monkey landschap Sheffield komt het door vrouwen gedomineerde kwintet The Long Blondes. Ze debuteerden met frisse indie  postpunk ‘Someone to drive you home’, leunend aan andere vrouw-man groepen als The Subways, The Hot Puppies, Juliette & The Licks en niet te vergeten Blondie! Onlangs kwam de opvolger ‘Couples’ uit, waarbij de groep ‘80’s wave en retropop integreert in hun dynamische gitaarpop.

Ze speelden, voor een veel te weinige opkomst, een aanstekelijke, pittige set van wel zestien korte nummers in een klein uur, waaronder  toch enkele ups & downs te noteren waren door de matige songstructuur.
The Long Blondes zijn toch wel een apart bandje: er was de extraverte, kortgerokte zangeres Kate Jackson, die sensuele danspasjes maakte op het podium, de energieke drummer Screech Louder, een op en top geconcentreerde gitarist Dorian Cox en tenslotte de twee overige dames, bassiste Reenie Hollis straalde een pak-me-dan-maar-je-krijgt-me-niet attitude uit en toetseniste/gitariste Emma Chaplin gunde het publiek amper een blik en speelde maar de hoogst belangrijke noten.
De songs van de eerste plaat onderscheidden zich duidelijk van het breder concept van ‘Couples’, en kregen de sterkste erkenning. Opener “Round the hairpin” was een regelrechte tuimelperte naar de ‘80’s Human League; daartegenover een strak, springerig “Weekend without make-up”; de oudjes “Separated by motorways” en “You could have both” zaten mooi verborgen in enkele mindere nieuwe songs, “Erin O’Connor” en “Too clever by half”. Er was de aanstekelijke single “Century “ en het bezwerende “Here comes the serious bit” door de psychedelica toetsen. De groep stevende af op een sterk einde met het energieke “Once & never again”, het opbouwende “I’m going to hell” met enkele intrigerende pianopartijen en een broeierig gedreven “Giddy startospheres”. “Guilt” was een aangenaam rustpunt binnen de snedige, frisse aanpak. Het warme onthaal apprecieerden ze , wat een intrigerende “Lust in the movies” uit hun onvolprezen debuut opleverde.

De support, het Amsterdamse Hit Me TV wordt in eigen landje op handen gedragen. Het singletje van het kwarrtet “Maybe the dancefloor” wordt op 3FM plat gedraaid; voor de aanwezigen in de VK was het een nobel onbekende groovy popsong door fijne gitaarlicks, een pompende, diepe bas en opzwepende percussie. De groep linkt de huidige poprock aan ‘70’s retro- en hardrock. De vocals van Jaap Warrenhoven varieerde van hoog naar direct. Niet alle songs overtuigden, maar beide bands samen, bleek net een goed gemiddelde voor een geslaagd avondje.

Organisatie: VK, Sint-Jans Molenbeek

The Posies

The Posies: Harmonieuze vocalen in geschenkverpakking

Geschreven door

Als de dag van gisteren herinner ik me nog hoe in 1990 de kennismaking met The Posies verliep. “Mrs. Green” en de eerste single “Golden Blunders” uit het album ‘Dear 23’ waren heel sporadisch te horen in de nachtuitzendingen van onze nationale radiozenders en onder invloed van de mooie melodieën en gitaarstructuren werd overgaan tot de aanschaf van het volledige album. Dit betekende meteen het begin van een nog steeds durende muzikale appreciatie. Ook nadien vond het platenwerk van The Posies namelijk gemakkelijk een weg naar onze cd-speler.

Toen Jon Auer en Ken Stringfellow, de twee spilfiguren van de groep, een tijdje terug aankondigden dat ze naar aanleiding van het 20-jarige bestaan van hun debuutplaat, als duo en akoestisch zouden toeren, werd dan ook reikhalzend uitgekeken of ze ook ons land zouden aandoen. En we werden door enkele concertorganisatoren meer dan verwend want de afgelopen dagen waren ze niet minder dan driemaal te zien en te horen op een Belgisch podium, namelijk in Brussel, Oostende en Antwerpen. Musiczine zond meteen zijn recensenten uit: op elk van deze locaties was er wel één of meerdere redacteur te bespeuren (zie overzicht concertbesprekingen). Vreemd is dit niet te noemen, want ook bij de medewerkers zijn The Posies geregeld het voorwerp van gesprek.

Ondergetekende koos deze keer voor de Trix Club en net als de voorgaande twee data deed het – eveneens voor de gelegenheid als duo samengestelde - Utrechtse The Gasoline Brothers het voorprogramma. De beide groepen kennen elkaar al enkele jaren en tijdens het luikje van de tournee in de lage landen fungeren de Noorderburen niet alleen als chauffeur en opvang van Jon en Ken, maar ook als uitleners van apparatuur en kledij.
Hoewel erg sympathiek en potentieel hebbende, kregen wij de indruk dat afgelopen donderdag de motor bij
Roel Jorna en Mathijs Peeters sputterde. De songs die live werden ontdaan van hun elektrische franjes, klonken wat teveel hetzelfde en de zang was geregeld onvast. De semi-akoestische aanpak leek dan ook niet de geschikte formule.

Gelukkig was dit bij The Posies wél het geval. Hoewel er al onmiddellijk moet opgemerkt worden dat er van een écht akoestische avond geen sprake was. Meteen vanaf de opener “Definite Door” werden de elektrische gitaren ingeplugd en dit zou ook zo blijven tijdens het gehele concert.
Er werd nagenoeg integraal gegrossierd uit de drievuldigheid ‘Frosting On The Beater’ (1993), ‘Amazing Disgrace’ (1996) en ‘Success’ (1998). Enkel via “Compliment” (uit het debuut ‘Failure’, 1988), “Conversations” (‘Every Kind Of Light’, 2005) en “Apology” (‘Dear 23’, 1990) werd hiervan afgeweken.
Of Jon dan wel Ken de hoofdvocalen afwisselend voor hun rekening namen, hét kenmerkende en dé kracht blijft toch nog steeds de harmonieuze samenzang tussen beiden. Door de sobere aankleding van de melodieuze, veelal in powerpop gedrenkte songs werden hun vocale capaciteiten zelfs nog meer in de verf gezet. Dit kwam duidelijk tot uiting in nummers als “When Mute Tongues Can Speak”, het ingetogen “Earlier Than Expected”, het van subtiele gitaarklank voorziene “Flavor Of The Month”, het eerder vermelde “Conversations” en “You're The Beautiful One” dat opgeluisterd werd met enkele strofen a capella zang.
Het meest aangrijpende moment van de avond bevond zich ongetwijfeld halfweg de set in de vorm van “Burn & Shine”, niet alleen omwille van de wijze waarop het werd gebracht maar bovenal omdat Jon en Ken dit met oprecht respect en sympathie opdroegen aan een eerder dit jaar op véél te vroege leeftijd overleden dierbare vriend en tevens trouwe medewerker aan deze website.
Met “Coming Right Along” dat op het einde een lang uitgesponnen gitaardistortion meekreeg, werd een erg mooi concert afgesloten.

Toeval of niet, maar The Posies speelden deze avond exact twintig nummers. Als ze deze rekensom aanhouden, dan belooft dat voor hun 40-jarige bestaan!

Setlist:
Definite Door / Who To Blame / Throw Away / Please Return It / Daily Mutilation / Compliment? / World / When Mute Tongues Can Speak / Burn & Shine / Farewell Typewriter / Dream All Day / Earlier Than Expected / Flavor Of The Month / Ontario / Conversations / Solar Sister / Apology / Terrorized / You're The Beautiful One / Coming Right Along.

Organisatie: Trix,  Antwerpen

Frozen Rain

Frozen Rain

Geschreven door

Frozen Rain is een gloednieuw melodieus rockproject dat is opgestart door de Belgische componist en muzikant Kurt Vereecke.
Al van kleinsaf aan was Kurt geboeid door muziek. Toen hij de muziek ontdekte van bands als Toto, Foreigner, Survivor, Journey e.a. wist hij dat dit de muziek was die hij wilde spelen. Na vele jaren te hebben gespeeld in diverse bands vormde Kurt de band Rhyana in het jaar 1990. Met die band bracht hij de single “I have a dream” uit die geregeld te horen was op de nationale radiostations.
In 1994 kreeg Kurt een platencontract aangeboden door het Duitse platenlabel Long Island Records. Kort daarna ging het label echter overkop zodat Kurt zijn droom in rook zag opgaan. Daarop besloot Kurt zijn aandacht aan iets anders te wijden.
Als leraar had hij immers gemerkt dat er in de lagere school nood was aan nieuwe kinderliedjes.
Gedurende zes jaar werkte Kurt aan drie dubbel cd’s die onder de naam ‘Pluk een lied’ werden uitgebracht door de Standaard Uitgeverij. Daarnaast schreef hij ook nog eens drie muziekboeken voor de leerkrachten in de basisschool. Op dit moment wordt in een groot deel van de Vlaamse lagere scholen met ‘Pluk een lied’ gewerkt.
Maar Kurt had nog steeds die droom om een heuse melodieuze rockplaat te maken. In 2001 werd gestart met de allereerste voorbereidingen voor het album en schreef Kurt een aantal nieuwe songs met de Zweedse tekstschrijver Andy Flash. Met de allereerste opnames van de cd zelf werd gestart in 2002. Gedurende de opnames werden een heleboel binnen- en buitenlandse zangers en muzikanten bij het project betrokken. De meeste gitaarpartijen op de cd werden ingespeeld door de Zweedse topproducer en gitarist Tommy Denander. Tommy werkte al samen met mensen als Toto, Richard Marx, Eric Clapton, Kiss en vele anderen. Ook Ward Snauwert, gitarist bij Reborn, is van de partij. Andere gasten zijn o.a. Daniel Flores (Mind’s Eye), Ollie Oldenburg (ex-Zinatra), Jim Santos (Norway), Steve Newman (Newman) en vele anderen.
De opnames voor de Frozen Rain cd vonden plaats in België, Zweden, Amerika en Engeland. De cd is bestemd voor iedereen die houdt van pakkende melodieën, subliem gitaarwerk, sprankelende toetsen en krachtige stemmen. Bijkomende troef is het “vrolijke” gevoel dat Kurt in zijn songs weet te leggen.
Toen de opnames beëindigd waren vond Kurt algauw onderdak bij Avenue of Allies Music, een gloednieuw Duits platenlabel dat zich zal toeleggen op melodieuze rock.
Op 18 april is het eindelijk zover en wordt de Frozen Rain cd in eerste instantie uitgebracht in Duitsland en Scandinavië. Daarnaast zal de cd ook verkrijgbaar zijn in tal van gespecialiseerde online cd shops.

Verdere info, details en geluidsfragmenten van de  Frozen Rain cd zijn te vinden op
http://www.frozenrain.be/

The Posies

Emotionele akoestische cafégig van The Posies

Geschreven door

Ken Stringfellow en Jon Auer zijn de getalenteerde songschrijvers van  het onvolprezen The Posies die medio de jaren ’90 kwamen aandraven met drie puike platen, nl. ‘Frosting on the beater’ (’93), ‘Amazing disgrace’ (’96) en ‘Succes’ (’98). Ze slaagden in een ideale kruising van pop en grunge, wat resulteerde in sprankelende gitaarsongs, pittig, gedreven, meeslepend, intens en emotievol. De wegen van het duo scheidden zich na ‘98, maar in 2005 kwamen ze opnieuw bij elkaar, wat ‘Every kind of light’ opleverde, een eerder wat tegenvallende plaat. Er verscheen al eens een akoestische plaat van de heren, ‘In case you didn’t feel like pluggin‘ in’.
Het duo geniet al jaren onze sympathie: hun optredens en de los ontspannende babbels aan de toog of aan de merchandising stand staan in het geheugen gegrift en waren onderwerp van talrijke toffe herinneringen; terecht bestempelden ze ons als hun ‘ most craziest guys from Belgium’.

The Posies zijn twintig jaar actief; het songschrijversduo stipte voor deze gelegenheid drie locaties aan om een akoestische set te spelen. Die avond was het optreden in een kleine, donkere kroeg, ‘de Manuscript’, voor een 50tal mensen aan of rond de toog. Op een klein verhoog zagen we beide heren de elektrische gitaar omarmen voor een innemende set van een kleine twee uur. Ze grossierden in hun imponerende oeuvre en wisselden dit af met enkele songs van hun laatste worp. Emotioneel materiaal, ontdaan van enige franjes, en bepaald door een harmonieuze samenzang en een afwisselende fluisterzang.
Opener “Somehow everything” was een heerlijke krachtige opener. “I guess you’re right” en “fight if you want” klonken broos en kwetsbaar. En uitermate donker en melancholisch speelden ze “Hate song” en “Love comes” (zonder enige zangversterking!), een eerste hoogtepunt.
Vervolgens trakteerden ze het publiek op een best of met “Throwaway” en “Please return it”, die enkele onverwachtse wendingen hadden in het gitaarspel; klassieker van het eerste uur, het frisse, aanstekelijke “Dream all day” besloot.
Kippenvelmoment: de hymne to our close friend Jim op “Burn & shine”. Het intrigerend solipartijtje, het gebaar en hun knipoog aan Jim pakte ons emotioneel zwaar …
Het duo speelde een grootse finalereeks van broeierige gitaarpopsongs: “Flavor of the month”, “Ontario”, “Solar Sister” en het innemende “Conversations”. Tussenin smeet Stringfellow er een Beach Boys cover, “California Girls”, tegenaan en waren er talrijke anekdotes naar hun Nederlandse logies The Gasoline Brothers en ridder Arno.
In de bis hoorden we o.a. hun eerbetoon aan de powerpop van Husker Dü, “Grant Hart”, en een intieme, lang uitgesponnen “Coming right along”, afsluitende song van hun memorabele ‘Frosting on the beater’, die forser klonk naar het eind door feedbackgeraas en distortion, wat meteen ook hun akoestische set besloot.

The Posies stonden garant voor een emotionele cafégig; een sympathiek, in het hart te koesteren duo, waarop geen sleet of routine te bespeuren viel …en ‘somethere up’ was er het gevoel dat onze dierbaar overleden vriend meegenoot…

Organisatie: De Zwerver, Leffinge

KT Tunstall

KT Tunstall: zelfverzekerde babbelmadam

Geschreven door
De talentrijke singer/songschrijfster en jonge Schotse brunette KT Tunstall liet horen dat het al geleden was van het Londense worldfolkpop gezelschap Oi Va Voi dat ze in de AB had opgetreden. Ze heeft een succesvolle solocarrière opgestart, want haar twee platen ‘Eye to the telescope’ en ‘Drastic fantastic’ zijn op gejuich onthaald!

Ze putte afwisselend uit haar twee cd’s, ontpopte zich als een babbelmadam, stond in voor entertainment en betrok het publiek in de goed in het gehoor liggende, onschuldige, fijn uitgebouwde pop, intens, sfeervol, meeslepend en braafkes; af en toe klonk een song krachtiger. Ze werd ondersteund door een heuse band en beschikte over twee backing vocalistes, wat de sound voller maakte.
De vaart zat er meteen in bij openers “Little favours”, “Miniature disasters” en “Hold on”; ze bewoog haar publiek ertoe om ‘walk like an egyptian’ armbewegingen uit te voeren. Tof om te zien!
Moeiteloos stapte ze over naar enkele sfeervolle en kleurrijke songs, “Otherside of the world” en “Someday soon”, door de toetsenpartijen. Haar debuutsingle “Black horse & the cherry tree” werd sterk onthaald door handgeklap en de nodige ‘hoehoe’s’ tussendoor.
Intiemer klonk ze solo op piano; ze verried haar country invloeden niet op het semi-akoestische “Ashes”, waarbij de vijf leden op één rij stonden; een alt sax gaf intensiteit aan het nummer.
Na een afwisselend eerste deel, bouwde ze het tweede deel op met fijngevoelige gitaarpoprock, “Under the weather”, “Beauty of uncertainty”, “Another ace to fall” en “If only”. De singles “Saving my face” en “Suddenly I see” teerden op hitgevoeligheid en vormden een fijne apotheose.
Als een jonge dochter van folkgoeroe Melanie speelde ze tenslotte “The universe & you” , was er de clapping song “Stopping the love” en besloot ze rockend met “I don’t want you now”, na een kleine twee uur.

De zelfverzekerde dame speelde een zelfverzekerde set van aanstekelijke gitaarpop, gedragen door haar heldere, emotievolle vocals. Is de nieuwe Melissa Etheridge nu opgestaan…

Support act was Tom Braxton, uit Dallas, Texas, die samen met een percussionist z’n cd ‘Imagine this’ kwam voorstellen. Een handvol ontroerende akoestische gitaarsongs, onder z’n hese vocals, bereikte de eerste rijen. Tweede kans in een kleiner zaaltje?!

Organisatie: Live Nation


The Posies

The Posies: ongekroonde koningen van de powerpop worden 20

Geschreven door

Time flies when you’re having fun… Het is ongelofelijk dat Jon Auer & Ken Stringfellow, zeg maar de Kwik & Flupke van de melodieuze powerpop, dit jaar reeds de 20th Anniversary Tour van The Posies op gang trekken. Het lijkt immers bijlange geen eeuwigheid geleden dat The Posies in 1993 het voorprogramma van Teenage Fanclub verzorgden in de VK om hun onnavolgbare opus magnum ‘Frosting on the Beater’ op de wereld los te laten. Toeval (of niet), maar 15 jaar later staan Auer & Stringfellow dus opnieuw te blinken op de concertagenda van diezelfde VK voor wat vooraf werd aangekondigd als een akoestische set in het café van de voormalige brouwerij Belle Vue.

De term ‘acoustic’ bleek al snel wat ongelukkig gekozen toen beide wat gezapig ogende doch immer sympathieke heren gewapend met electrische gitaren olijk het amper 10 cm hoge cafépodium betraden. Jon en Ken Posey mogen dan al een dagje ouder worden, hun harmonieuze samenzang blijft nog steeds het onbetwistbare handelsmerk van elk Posies nummer. De ene keer krijgen de songs hierdoor een melancholisch randje zoals in opener “Throwaway” of “Every Bitter Drop”, terwijl de meer up-tempo nummers “Please Return It” en “Fall Apart With Me” eerder ontredderd of radeloos klinken. De sfeer bij een gemiddeld Posies optreden wordt echter nooit doodernstig, want daarvoor zijn Auer en Stringfellow te grote entertainers: de ruimte tussen de nummers wordt opgevuld door anekdotes vb. over hoe uniek het voor beiden is om uitgerekend in België in een voormalige brouwerij op te treden, of vragen ze zich luidop af waarom hun kortstondige reünie niet evenveel publiciteit krijgt als deze van Led Zeppelin?!
De zaal was gevuld met een 100-tal vooral die-hard Posies fans die moeiteloos de meeste nummers bij het juiste album kunnen plaatsen. Want we moeten eerlijk zijn: The Posies mogen dan al twee decennia bestaan, het zijn vooral de eerste 10 jaar die de meeste memorabele momenten hebben opgeleverd. In die periode werden naast ‘Frosting on the Beater’ (’93) ook ‘Amazing Disgrace’ (‘96) en ‘Success’ (’98) afgeleverd, allen albums die op uw dierbaar CD rek hun plaats naast het verzameld werk van Big Star niet hebben gestolen. Het fabelachtige openingstrio uit eerstgenoemd album, met name “Dream All Day”, “Solar Sister” en “Flavor of the Month” mocht hierbij uiteraard niet ontbreken. Tussenin zaten ook nummers uit hun major debuut ‘Dear 23’ (’90) en de single “Conversations” uit het mislukte laatste album “Every Kind of Light” (’05).
Na een dik uur baanden Auer en Stringfellow zich een weg door het publiek (de enige uitweg vanop het podium!) om even later de enige bisronde aan te vatten met twee van hun meest stevige nummers, “Daily Mutilation” en “Everybody is a Fucking Liar”. Posies fans van het eerste uur zijn echter veeleisend, en nemen pas genoegen met de setlist wanneer tenminste één van de epische classics “Burn & Shine” of “Coming Right Along” de revue passeren. Ondergetekende had door unieke herinneringen aan een overleden dierbare vriend ongetwijfeld een kippenvelmoment beleefd met het eerste nummer, maar “Coming Right Along” breide een even passend slot aan de avond.

Het blijft in de nabije toekomst uitkijken naar nieuw solo-werk van beide heren, maar zoals elke Lennon & McCartney kenner zal bevestigen, werd in hun eentje maar zelden of nooit het niveau bereikt van The Posies. Live blijkt het duo alvast nog niets van haar status te hebben ingeboet, en wie weet krijgt het laatste goede album ‘Success’ binnenkort wel een waardige opvolger?

Als dank voor gratis logies en drank mochten The Gasoline Brothers tijdens het Belgische en Nederlandse luik van de Posies tournee mee als voorprogramma. Bij nadere kennismaking achteraf blijken deze Nederlandse america rockers als even sympathiek als de hoofdact, en beschikken ze bovendien over genoeg goed in het gehoor liggende songs om zich meteen te meten met het betere werk van landgenoten The Blue Guitars en Johan. Mits de nodige promotionele ondersteuning moeten deze muzikale broers zeker kunnen profiteren van de hernieuwde internationale aandacht voor traditionele en melodieuze alt.country en americana dankzij groepen als Wilco, Band of Horses en My Morning Jacket.

Organisatie: VK, Sint-Jans Molenbeek

Black Mountain

In the future (2)

Geschreven door

De Canadese band was met hun debuut drie jaar terug aan ons voorbij gegaan, maar vorig jaar waren we sterk onder de indruk van hun optreden, die de tweede cd ‘In the future’ voorafging.
Black Mountain intrigeerde door die mixmax van retrorock, stoner, ’70’s psychedelica, americana en postrock, waarbij sprake is van begeesterende gitarsoli, een bezwerende, zweverige zang en bedwelmende toetsen.
De groep laveert ergens tussen Black Sabbath, Led Zeppelin, Pavlov’s Dog, Hawkwind en Pink Floyd.
Live klinkt de band adembenemend en overweldigend, op plaat gematigder. Het zijn net de lange, soms uitgesponnen, songs die overtuigen en al die verschillende stijlen samenpersen: “Tyrants”, “Wucan”, “Queens will play” en “Bright lights”; niet-van-deze-wereld muziek, dynamisch, slepend en opbouwend met onverwachtse wendingen.
De andere songs zitten melodieuzer in elkaar, waarbij de band de klemtoon legt op americana en stoner. De zang van Stephen McBean en Amber Webber past mooi in het plaatje van deze hippe alternatieve band.

Vampire Weekend

Vampire Weekend

Geschreven door

Uit de bio van het jong New Yorkse kwartet lezen we dat Talking Heads, Paul Simon en Peter Gabriel voorname inspiratie zijn. Inderdaad, het kwartet brengt op hun debuut aanstekelijke, groovy en zwierige poprock,  gelinkt aan Afrikaanse melodietjes, flamenco en klassiek (strijkers, toetsen en piano).
Hun debuut is een avontuurlijk toegankelijke, subtiele plaat geworden van elf puike, sprankelende  songs, die positivisme uitstralen: “A-punk”, “M79” en “Walcott vallen meteen op, maar onderschat de frisse songstructuur niet van “Oxford comma”, “Campus, “One blake’s got a new face” en “I stand corrected”.
Eenvoudigweg heeft Vampire Weekend een geweldig debuut uit.

The Presidents Of The United States Of America

These are the good times people

Geschreven door

Het Amerikaanse drietal The Presidents of the U.S.A, onder zanger/songschrijver en ‘positivo’ Chris Ballew, ontstonden in het postgrunge tijdperk en brachten frisse en opgewekte rauwe, melodieuze gitaarpopsongs. “Kitty”, “Lump”, “Peaches” en Volcano” uit de beginperiode waren maar een paar voorbeelden van deze vaardige muzikale aanpak. Na ‘Freaked out & small’ (’00) hield het trio een sabbat om dan doodleuk in 2005 met ‘Love everybody’ op hun vroeger elan verder te gaan van vrolijke rock.
De opvolger ‘These are the good times people’ klinkt als de titel van de cd: niks aan de hand liggende leuke muziek met opzwepende, groovy ritmes (“ Mixed up S.O.B.”, “Ladybug”, “French girl”, “Truckstop butterfly”, “Ghosts are everywhere” en “Rot in the sun”). Af en toe mindert de vaart,  “Sharpen up those fangs”, “More bad times” en “Loose balloon”, of is er soul te horen, luister maar naar het afsluitende “Deleter”, wat het geheel ten goede komt.
Het bandje klinkt na al die platen nog even vitaal en aanstekelijk.

The Black Crowes

Warpaint

Geschreven door

Zo’n 7 jaar na ‘Lions’ hebben de verloren gewaande Black Crowes nog eens een studio plaat gemaakt. De terug verenigde broertjes Robinson hebben op ‘Warpaint’ qua muzikale creativiteit mekaar opnieuw gevonden, een handvol geïnspireerde songs is het resultaat. Niet dat het geluid van The Black Crowes zoveel veranderd is - de songs zijn nog steeds gebouwd op Stones, Faces, Soul en Southern rock – maar de plaat klinkt terug fris en gedreven. Nieuwe gitarist Luther Dickinson, die even kwam overwaaien van The North Mississippi Allstars, zit daar voor een groot stuk tussen.
Als uitschieters houden we het op de felle bluesrocker  “Walk believer walk”, de gedreven “We who see the deep” die neigt naar het beste van The Faces, de scherpe sleper  “Movin’ on down the line”, de vuile rocker “Wounded bird”, de rock’n’roll stamper “God’s got it” (met vettige slide gitaar!) en de Dylanesque afsluiter “Whoa mule”.
Warpaint is een schaamteloos ouderwets klassiek rockalbum zoals er dezer dagen niet veel meer gemaakt worden (of ’t moest van The Raconteurs zijn). Noem het retro als je wil, dat mag voor ons part, want daar is niks mis mee. Feit is, The Black Crowes zijn terug, en te oordelen aan deze puike ‘Warpaint’ is dat alleen maar goed nieuws.

Gun Barrel

Outlaw Invasion

Geschreven door

Het Duitse Gun Barrel is met ‘Outlaw Invasion’ toe aan zijn 4e langspeler. Met telkens een twee jaar tussen elke release brengen de heren een mooie regelmaat. Dat ze zich niet overhaasten komt de muziek enkel ten goede. ‘Outlaw Invasion’ vervolgt namelijk de hoge kwaliteit van de vorige albums.
Met een mix van stevige hardrock en heavy metal, in combinatie met de unieke stem van Xavier Drexler, brengen deze heren sinds 1999 een aangename afwisseling in het Duitse metal landschap. Echt bekend zullen ze er wellicht niet mee worden, maar dit houdt hen absoluut niet tegen om zich met volle overgave op de muziek te gooien. Ook live konden we dit vorig jaar nog vaststellen in JC Den Ast, waar een kleine horde fans bijeen was gekomen om een geweldige live-prestatie van de band te zien.
Dat men vol overgave aan ‘Outlaw Invasion’ heeft gewerkt, is dan ook duidelijk te horen. Het album klopt op elk gebied en brengt een aangename afwisseling tussen melodieuze en mysterieus klinkende passages met stevige riffs. “Wanted Man” is hiervan een prachtig voorbeeld, waarbij vooral de stevige hardrock van hoog niveau blijkt te zijn. Het meezingbare refrein nestelt zich al snel in het hoofd, waardoor ik al snel een hele dag dit refrein onbewust zat te zingen.
“Cheap, Wild and Nasty” vormt een tweede hoogtepunt op het album. Dit nummer sluit muzikaal meer aan bij de heavy metal, zonder echt vernieuwend of ingewikkeld uit de hoek te komen. De aanstekelijke zangpartijen van Drexler creëren al snel een aangenaam gevoel, waardoor je al snel de neiging krijgt om in het nummer mee te gaan. Ook hier wordt naar het einde toe even heel kort wat gas terug genomen alvorens het refrein nogmaals door de boksen te jagen. Deze onverwachte wendingen in de nummers zorgen ervoor dat je aandachtig het album kunt volgen.
Met “Brother to Brother” krijgen we nog een stevige rock ‘n’ roll hymne voorgeschoteld, die zich ongetwijfeld zal ontpoppen tot het live nummer bij uitstek. De combinatie van een smerig taalgebruik, met een oppeppend ritme en teksten die het samenhorigheidsgevoel versterken, zal ongetwijfeld heel wat fans aanspreken. Ook “M.I.L.F.” bezit heel wat mogelijkheden om zich te ontpoppen tot een waar live-nummer.
Dat men ook de gevoelige snaar kan raken bewijzen de heren met “Tomorrow Never Comes”, waarbij het nummer heel emotioneel wordt ingezet en Drexler zich van een andere kant laat zien. Een kant die hij naar mijn mening wel meer aan bod zou mogen laten komen. Het nummer ontpopt zich tot een semi-ballade, waarbij vooral de zang van belang is, ook al is het nummer muzikaal zeker niet slecht opgebouwd. Vooral de melodieuze gitaarlijn naar het einde toe, sluit goed aan bij het gevoel dat Drexler teweegbrengt met zijn stem.
Met titeltrack “Outlaw Invasion” en outro “Parting Kiss” wordt een mooi einde gebreid aan een schitterende plaat, waarbij vooral de melodische kant van het Duitse combo deed verbazen. Indien je nog met enige twijfels zou zitten, kan ik u aanraden enkele nummers te beluisteren op hun myspace. Indien deze nummers je kunnen overtuigen, kun je gerust overgaan tot de aankoop van dit album!

Pagina 454 van 474