logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15055 Items)

Cafeneon

Cafeneon

Geschreven door

Het Brusselse kwintet Cafeneon haalt de mosterd uit de pop, electro, disco, dub, pyschedelica en Franse chanson. De afwisselende zang of samenzang van Rudolphe Coster (rauw) en Cathérine Brevers (zweverig, dromerig) zorgen ervoor dat de band zich ontpopt als een jonge Gainsbourg/Birkin.Ze brengen uiterst smaakvolle songs met een ‘80’s wave, die een broeierig, dreigende spanning hebben, of die traag, slepend klinken. Afwisselend intrigerend, toegankelijk materiaal met wortels van Joy Division/New Order. Met songs als “Patiné”, “Yssandon”, “Snoopy” en “La voix” als absolute uitschieters van dit relatief kort debuut.
Info op http://www.myspace.com/cafeneon

Asian Dub Foundation

Punkara

Geschreven door

De Londens Pakastani Asian Dub Foundation grijpt met deze recente cd terug naar hun onvolprezen debuut ‘Facts & Fiction’ (’95). De percussie en de Indiase beats klinken, naast de stevige, directe en militante rockaanpak terug meer door. Hun crossover van rock, hiphop, electro, dub, jungle, ragga en etno klinkt aanstekelijk , groovy, dansbaar en opwindend. Ze houden een vinger aan de wonde van anti racisme, mensenrechten en de oorlog in Irak.
De combinatie bewustwording – muziek blijft iets unieks van dit gezelschap, dat al ruim dertien jaar bezig is. We horen een mooie afwisseling met strakke nummers als “Target practise”, “Burning fence”, “Ease up Caesar” en “Living under the radar”, die soms voorzien zijn van een krachtiger en gierende gitaarloop. Kleur krijgt de plaat door de zalvende Indiase etno beats en percussie op “Speed of light”, “Stop the bleeding” en de instrumentals “Soca” en de “Bride of Punkara”. Enkele de reprise van Iggy ’s “No Fun” is de misser van deze ‘Community’ band, die met ‘Punkara’ tekent voor een erg gevarieerde, kleurrijke plaat.

Beck

Modern Guilt

Geschreven door

Beck Hansen brengt op het eerste zicht misschien geen wereldplaten meer uit als in het begin (‘Mellow gold’, ‘Odelay’, ‘Midnite vultures’), toch weet hij ons telkens te raken , ook al werden de twee vorige cd’s ‘Guero’ en ‘The information’ grotendeels links gelaten door het brede publiek.
Hij is en blijft een begenadigd songschrijver en performer. Vakmanschap en kunde! Het recente ‘Modern Guilt’ is een frisse, leuke ontwapende plaat, klinkt gevarieerd en staat garant voor popsongs, die een rauw tintje kunnen hebben ( “Soul of a man” en “Profanity prayers”) of hij combineert ze met folk, funk, soul, hiphop, dance en psychedelica. Luister maar eens “Orphans”, “Gamma ray”, “Walls” en de titelsong. “Replica” is de meest avontuurlijke song. Brian Burton aka Danger Mouse (van Gnarls Barley ) zorgde voor die formule toegankelijkheid vs heerlijke experimentjes. Overtuigende plaat.

Phoebe Killdeer

Weather’s coming

Geschreven door

Phoebe Killdeer was één van de twee zangeresjes van het Franse Nouvelle Vague. Op haar debuut, die btw werd geproduced door het meesterbrein van Nouvelle Vague, Marc Collin; weet de Australische zangeres/componiste met haar gevoelige stem te raken. Van eigenwijze covers van new wave klassiekers is er op haar debuut geen sprake. De songs zijn een mix van pop, jazz, blues en film noir soundscapes. Ze benadert ergens Waits, Cave, Feist, Joan As Police Woman en Twin Peaks in haar geluid en stem.
De songs klinken broeierig en dreigend (verraderlijk vrolijk!) op “Paranoia” (wat een huiveringwekkende opener), “He’s gone”, “Never tell a lie” en “Looking for a man”. Iets sfeervoller en dromerig zijn “Jack” en “Lilorice skies”. De donkere songs “Stuck inside” en “He’s late” worden bepaald door toetsen, cello, xylo en soundscapes. “How far” is de meest poppy song van de plaat. En op het eind horen we Killdeer op haar best, met een acapella “Somebody”.
Het zuchtende , kreunende meisje op de platen van Nouvelle Vague onderstreepte dat ze meer in haar mars had en ze deed dat met een geslaagde debuutplaat die qua songstructuur en stemkwaliteit hoog scoort.

The Moody Blues

Na lang wachten terug in het land: The Moody Blues

Geschreven door

Het gaf een merkwaardig gevoel: een publiek van overwegend vijftigers en zestigers, comfortabel weggezonken in de fauteuils van het Casino Kursaal van Oostende, en dat voor een popconcert. Ik was echt benieuwd of de Moody Blues er in zouden slagen de handen op elkaar te krijgen en de zaal te bewegen tot iets anders dan rustig genieten.

De zaal was goed gevuld, althans het parterre. Het balkon was gesloten wegens iets te weinig belangstelling. Dit deed mij even fronsen, vooral als je dan hoort dat ze in Nederland twee keer voor een uitverkochte zaal optraden en zeker na een gesprekje met een koppel echte fans, die voor de vierde keer een optreden van deze najaarstournee meemaakten en daarvoor speciaal uit Engeland kwamen.
Nochtans hebben de Moodies, die uit Birmingham komen, de eerste stappen op het podium gezet terwijl ze een drietal maanden in België verbleven. Dat was in Moeskroen. Best een gezellig stadje, maar het stond in de sixties toch niet bekend als het swingend hart van de popmuziek.
Van de succesvolle samenstelling uit de seventies blijven alleen Justin Hayward (gitaar, zang), John Lodge (bas, zang) en Graeme Edge (drums) over.
Maar dat zijn natuurlijk wel diegenen die zorgen voor de prachtigste zangpartijen.
In totaal stonden er nog vier andere muzikanten op het podium: twee keyboardplayers, een fluitiste en een extra drummer die het fysiek belastende werk voor zijn rekening nam. Edge is er immers ook al 67!
Het voorspelbare openingsnummer was “Lovely To See You”. Meteen daarna vuurden ze “Tuesday Afternoon” op het publiek af, één van hun mooiste nummers. Al vond ik dat wel iets te vroeg. Ik denk dat ik niet de enige ben die wat tijd nodig heeft om in de juiste stemming te komen om volop te kunnen genieten. De rest van de nummers voor de pauze waren iets minder bekend en zorgden nog niet echt voor vuurwerk. Maar “The Story In Your Eyes” als laatste nummer bracht er stilaan de sfeer in.
Het was echter wachten tot na de pauze vooraleer er echt beweging in de zaal kwam: aanvankelijk werd er wat aarzelend meegeklapt, maar naar het einde toe stond bijna iedereen mee te dansen. “I’m Just A Singer In A Rock And Roll Band” zorgde voor een eerste grote golf van enthousiasme. Toen kwam het moment waar iedereen op wachtte: “Nights In White Satin” was hemels, met een fluitiste die niet alleen mooi was om naar te luisteren, maar ook om naar te kijken. “Question” en “Ride My See-Saw” waren mooie afsluiters, die ons naar meer deden verlangen.
De zaal van het Casino Kursaal is aangenaam, ruim én zorgt voor een goede akoestiek. Het was rustig genieten van de perfecte klank en de prachtige stemmen. Om nog maar te zwijgen over die mellotron! Hayward zingt nog steeds hemels, ook in de hoge registers. Voor mij heeft hij, naast Colin Blunstone, één van de mooiste stemmen voor het zingen van ballads.
Toch waren er ook enkele minpunten: de playlist van hun optredens is al jaren ongeveer dezelfde, dus zeer voorspelbaar. Niemand verwacht echter nog echt vernieuwende dingen van de Moody Blues, want ze hebben reeds bewezen wat ze kunnen. Alleen luisteren en genieten is genoeg. We blijven ook luisteren naar Mozart, hoewel die ook al een hele poos geen nieuwe composities meer uitbrengt.

Ik miste een aantal nummers zoals “Voices in the Sky”, “Melancholy Man”, “For My Lady”, “Had To Fall In Love” en “Boulevard De La Madeleine”,  maar het is pas als je die begint op te schrijven dat je beseft hoe groot de keuzemogelijkheden zijn uit hun prachtige oeuvre. En waarom geen solo-uitstapje van Hayward met “Forever Autumn”? Maar uiteindelijk is dat detailkritiek, zeker als je achteraf de zalige glimlach zag op de meeste gezichten.

Tot slot nog de setlist: Lovely To See You, Tuesday Afternoon, Lean On Me (Tonight),  Never Comes The Day, Steppin’ In A Slide Zone, The Voice, One More Time To Live, I Know You’re Out There Somewhere, The Story In Your Eyes, Your Wildest Dreams, Isn’t Life Strange?, The Other Side Of Life, December Snow, Higher And Higher, Are You Sitting Comfortably? (Yes!), I’m Just A Singer (In A Rock And Roll Band), Nights In White Satin, Question, Ride My See-Saw.

Organisatie: Kursaal Oostende, Oostende

Keane

Keane: warm onthaald en geslaagde comeback

Geschreven door

Het Engelse Keane uit Kent beet na een troosteloze periode terug sterk van zich af met een hartverwarmende set, de steun van het publiek en een boodschap van hoop, liefde en vertrouwen. Ze waren onder de indruk van de respons. Een geslaagde comeback en aftrap van hun wereldtournee!

Als trio braken ze door met het debuut ‘Hopes & Fears’, melodieuze poprock met aanstekelijke refreinen, te situeren binnen de muzikale noemer van Coldplay, Travis, Semisonic, Snow Partrol en Starsailor. De sound wordt bepaald door het intense en bedreven pianospel van Tim Rice-Oxley en de helder melancholische stem van Tom Chaplin. Met hun ontroerend en dromerig materiaal verkregen ze meteen een wereldstatus. Maar na het tweede meeslepende ‘Under the iron sea’ stond de band bijna op springen door de wisselende gigs, deels veroorzaakt door de porto- en cocaïneverslaving van zanger Chaplin. De frisse, bezielde optredens en het sympathieke imago verdwenen als sneeuw in de zon.
Op de onlangs verschenen derde cd ‘Perfect symmetry’ horen we een herboren band en zanger. De band zwoer de pianoballads deels af en naast Rice-Oxley, Hughes en Chaplin, beschikt Keane over een vierde vaste lid, bassist Jesse Quin. Hun subtiele pop kreeg een breder concept door een krachtiger rocklijn, en soms zijn ze eerder een synthband door het geflirt met elektronica, psychedelica en bleeps. Een louterende, zalvende plaat, ook al zijn niet alle songs even boeiend en toegankelijk door de mindere opbouw.
Keane zorgde voor een overtuigende performance door de (betere) nieuwe songs mooi in te passen in de gekende romantische songs. De gevarieerde aanpak had impact op het van alle leeftijden publiek. Maar meer fans zullen ze wel niet winnen!
Onze verbazing was groot toen Chaplin meteen de gitaar omarde, en met “The lovers are losing in” het concert op gang trok; op het rockende “Again & again” en “Pretending that you’re alone” namen de bassist en hijzelf een prominente rol in. Hoogtepunt vormde “Bend & break” hierin, die Chaplin alleen aanvatte op akoestische gitaar en werd gedragen door z’n rakende stem. Trouwens, het viel op hoe sterk Chaplin bij stem was en wat voor een uitstekend zanger hij wel kan zijn. De dramatische tics van vroeger liet hij achterwege.
De respons was groot op het emotievolle materiaal van de twee vorige cd’s: de hapklare pop van het dromerige en broeierige “Everybody’s changing”, “Nothing in my way”, “Somewhere only we know , “This is the last time” en “Crystal ball” stemden ze perfect af op de titelsong van “Perfect symmetry” en de  ‘woohwooh’ meezinger “Spiralling”. Zelfs het avontuurlijke op ‘80’s synthi gebaseerde “You haven’t told me anything” (bepaald door elektronica, beats, bleeps en een trom) bleef overeind en klonk gestoffeerd en bevallig.
Ze voorzagen net als bij Coldplay een ‘unplugged’ moment, waaronder een sobere “Try again”. Het intieme “Love is the end” kon na anderhalf uur de set besluiten. Een pakkend sfeervolle “Atlantic” vatte de bis aan, het opbouwende “Isn’t it any wonder” klonk verschroeiend en tenslotte stuurde de emotievolle ballad “Bedshaped” ons tevreden richting huiswaarts!

Het Gentse Barbie Bangkok, rond zanger Tom Goethals en drummer Laurens Smagghe, mocht op de laatste knip de avond openen. In 2004 haalden ze de finale van Humo’s Rock Rally (toen The Van Jets wonnen btw!). Na de EP ‘Oh My God’ verscheen onlangs hun debuut ‘People & Geometry’. Hun catchy popsongs klonken snedig en de single “New Delhi” ondersteunde de frisse, relaxte aanpak!

Organisatie: Live Nation

The Bronx

Lekker outfreaken met drie stevige bands: The Hickey Underworld, The Rones en The Bronx

Geschreven door

Een avondje stevige Minnemeers te Gent, lekker gitaargeweld van drie fris dynamisch klinkende bands, waarvan twee van eigen bodem, die hun debuut voorstelden, en de derde die ons trakteerde op een potje strakke hardcore/punk.

Het Antwerpse The Hickey Underworld won als underdog twee jaar terug de Humo’s Rock Rally. Ze speelden een paar opmerkelijke supports, interessant om podiumervaring op te doen en om hun noiserock verder te exploreren. Ze namen de tijd voor hun onlangs verschenen full cd. De band speelde in de zomer op Dour en Pukkelpop en doen nu uitgebreid het clubcircuit aan.
De groep zweert aan de ‘90’s noiserock, goochelt met bands als The Pixies en Mudhoney, haalt de gebalde sound aan van The Cult en Quiksand en weet het pittig te kruiden met de stoner van QOSA. Ook het strakke, avontuurlijke van Millionaire en Mauro en de retro van The Van Jets hoorden we. Maar so what, het kwartet speelde met lef en in een hels moordend tempo een stevige, rauwe set met songs als “Sick of boys”, “Zero hour”, “Blonde fire”, “Future words “ en de toegankelijke single “Mystery bruize”. Het enthousiasme droop van het kwartet! Wat een muzikale stroomstoot! De grauwe, onvaste  en schreeuwerige vocals stoorden totaal niet, integendeel zelfs, het paste mooi binnen hun muzikaal concept!

Het Amerikaanse The Bronx, genoemd naar één van de vijf wijken in NY, is merkwaardig genoeg afkomstig uit Los Angeles. The Bronx is toe aan hun derde (titelloze) cd. Dit kwintet is al een kleine zes jaar bezig en krijgt gaandeweg meer armslag binnen de hardcore/punk scene. De energieke band deed denken aan Sick of it All, New Bom Turks en Rocket from the Crypt. Een krachtige, strakke, rechttoe-rechtaan aanpak. Zanger Caughthran was een publieksmenner eerste klas en hield zich niet in om het alle-leeftijden-publiek op te hitsen en aan te manen tot skydiven. De groeiende fanshare ging op de eerste rijen totaal uit z’n dak.

Openingsact waren de jonge Limburgse twintigers The Rones, die deze kans optimaal benutten om hun debuut ‘Sinner songs’ (waaraan Luuk Cox van Shameboy en Aaron Perrino (van Sheila Divine /Dear Leader) meewerkten nota bene!) voor te stellen;. Muzikaal was het kwintet nauw verwant aan The QOSA, zelfs de zanger was een Josh Homme lookalike. Ze dompelden hun intense stonerrock onder in stevige, gierende gitaren, op zoek naar een eigen identiteit…

Organisatie: Democrazy, Gent

Girls In Hawaii

Girls in Hawaii: schaamteloos genegeerd maar in absolute topvorm

Geschreven door

Girls in Hawaii behoort tot het selecte clubje van 'de beste (live)groepen van België'. Het is onbegrijpelijk dat de radiomakers deze band, die met 'Plan Your Escape' voor een fantastische opvolger van het bejubelde 'From Here To There' zorgden, compleet en schaamteloos blijven negeren (enkel de vooruitgeschoven single "This Farm Will End Up In Fire" haalde bijvoorbeeld een beperkte rotatie op Stubru). Ook het Vlaamse publiek blijkt de weg naar hoogstaande kwaliteit van over de taalgrens maar niet te vinden. Getuige: de magere opkomst in Nijdrop te Opwijk afgelopen vrijdag. Alle pluimen op de hoed van de organisator echter die de programmatie van kwaliteit - gelukkig - hoog in het vaandel blijft dragen. Live bewijzen 'les Girls' telkens weer dat ze het brengen van gelaagde, intelligente rock als geen ander beheersen.

Starten deed Girls in Hawaii met "The Fog" en het uitdijende en dromerige "Bored". "Time To Forgive The Winter", met melodieuze zanglijnen en het grote contrast tussen strofen en refrein, zorgde samen met Girlsklassieker "Found In The Ground" en "Short Song For A Short Mind" voor een drieluikje vanop hun debuutplaat. Het psychedelische "Road To Luna" dreef het tempo en volume de hoogte in en "Bees & Butterflies" werd ook nu aan een hoger tempo door de molen gedraaid dan op de debuutplaat te horen is. Het ietwat vreemde en volks aandoende "Couples On TV", bezongen door bassist Offermann, richtte de invulling van de verdere set volledig op nummers vanop 'Plan Your Escape'. "Colors", een nummer die zowel dromerig zacht is en tegelijkertijd beklijft, werd gevolgd door het sterk gelaagde "This Farm Will End Up In Fire" waarbij de drums de melodie ingenieus aandrijft. Na het energieke en catchy "Grasshopper" was het tijd voor het absolute hoogtepunt van de set: het uptempo en kloppende "Birthday Call" en het heerlijk en hallucinerend slepende "Fields Of Gold".
Girls In Hawaii werkte op deze manier heel erg sterk toe naar het einde van de reguliere set. Bij wijze van toegift trakteerde zanger Antoine Wielemans met "Plan Your Escape" nog op een ijzersterke en prachtige ballad. Met het waanzinnige “Flavor” zond de band ons de natte herfstnacht in.

Austin Lace, ook al van over de taalgrens, stelde in Nijdrop zijn nieuwe album 'The Motherman' voor. We hoorden hier en daar een beetje funk maar ook goedgemutste melodieuze deuntjes voor aangename herfstdagen.

Organisatie: Nijdrop, Opwijk

Amanda Palmer

Overtuigende en indrukwekkende performance van Amanda Palmer

Geschreven door

Dresden Dolls zangeres en pianiste Amanda Palmer kwam in het prachtige en sfeervolle decor van de Gentse Handelsbeurs haar solodebuut ‘Who killed Amanda Palmer?’ voorstellen. Het album, geproduceerd door singer/songwriter Ben Folds in Nashville, USA, ligt in het verlengde van The Dresden Dolls, grootste verschil is dat haar wederhelft en drummer Brian Viglione niet van de partij is. Voorlopig neemt het punkcabaretduo een pauze.Benieuwd of het hierbij zal blijven.

Ondanks enkele technische problemen met haar keyboard tijdens het begin van de show, weet ze toch haar mannetje te staan en het publiek voor zich te winnen. Live werd ze bijgestaan door violist Lyndon Chester en het vierkoppige Australische theatergezelschap 'The Danger Ensemble' die het visuele aspect van de songs versterkten middels passende en dramatische acteerprestaties. Een leuk en knap spektakel om te aanschouwen.

Er werd geopend met enkele nummers van haar solo-album: "Astronaut", "Ampersand" en "Blake says" (handelend over moorden op enkele Amerikaanse scholen). Daarna passeerden "Bad habit" en "Mrs. O" van The Dresden Dolls de revue. Sterke vertolkingen van "Runs in the family", "Strenthg through music" en het felle en energieke "Guitar hero" waren daarna aan de beurt. Publieksfavorieten "Coin-operated boy", "Girl anachronism" en "Half Jack" deden de temperatuur nog wat stijgen en werden fel gesmaakt. Er werd afgesloten met enkele uitbundige en stomende covers: Wat dacht je van "Umbrella" van Rihanna, het melacholische "Amsterdam" van Jacques Brel, Bon Jovi's meezinger "Living on a prayer" en de Radiohead-classic "Creep"?. Een memorabel optreden van deze getalenteerde en unieke dame. En achterna in de foyer beloofde ze ons bij het volgend optreden in België een nummer te spelen van AC DC, een verplichte toegift voor het Australische theatergezelschap …

De bij ons totaal onbekende Jason Webbley uit Seattle, USA, mocht de 200 aanwezigen opwarmen met zijn onemanshow. Basisinstrumenten van de troubadour/zwerver waren de accordeon en de akoestische gitaar. Echo's van Gogol Bordello, The Pogues, Tom Waits, O' Death, Seasick Steve, en (oude) Nick Cave schemerden door in zijn 'zeemansliederen' of zoals hij ze treffend omschreef 'happy songs about death'. Toch was er sprake van een redelijk eigen geluid, daarvoor waren zijn songs krachtig en persoonlijk genoeg. Tijdens "While the sky crashes down" verdeelde hij de aanwezigen in twee groepen: de ‘violins’ en de ‘trombones’ en liet hij hen uit volle borst meezingen. Ook liet hij hen enkele rondjes draaien rond hun eigen as, hiermee zorgde hij voor een uitbundig en gezellig sfeertje en bewees hij een rasentertainer te zijn. Een opzwepend en dampend concertje van deze piraat, die net van het ‘Festival l’Accordeon’ kwam te Roubaix.

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

The Godfathers

The Godfathers, strak in het pak en in de rock’n’roll

Geschreven door

Het moet niet altijd bij de groten zijn dat de reünies het mooie weer maken. Ook de minder bekende bands komen graag nog eens bijeen, en hier heeft het veel meer met speelplezier te maken dan met het grote geld, want het valt maar zeer te betwijfelen of een band als The Godfathers rijk zal worden met deze herrijzenis. De opkomst in Gent was trouwens ook heel bescheiden maar het waren wel echte fans die naar de Handelsbeurs waren afgezakt.
De meest succesvolle periode van deze band situeerde zich ronde eind jaren tachtig met drie kleppers van platen als ‘Hit by hit’, ‘Birth school work death’ en ‘More songs about love and hate’, daarna maakten ze nog een tweetal mindere platen en een live album en dan was het liedje al uit.

De set van deze avond was helemaal gevuld met songs uit deze drie eerste albums en het was om van te smullen. Net als hun songs zaten de bandleden strak in het pak. Het deed verschrikkelijk deugd om die knallende songs van weleer nog even levendig en puntig voor de dag te zien komen. Er werd al meteen begonnen met het prijsbeest “Birth school work death”, zo van ‘dit hebben we gehad, laat ons nu maar bewijzen dat de rest van de songs evenveel knallen als deze oerklassieker’. En dat was ook zo, er zat geen sleet op de formule, de songs kwamen krachtig op ons af, de psychedelische uitstapjes “Strangest Boy”, “When am I coming down” en “Those days are over” tussen de krachtige punky stroomstoten “Obsession”, “She gives me love” en “Cause I said so” en rockers als “STB”, “Can’t leave her alone” en de geweldige ode aan de Johnny Cash “Walking talking Johnny Cash blues”, hier bijzonder fel gespeeld. Een wervelend “Cold Turkey” was de uitzinnige afsluiter van een voortreffelijk optreden van deze immer sympathieke Britten.

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

Various Artists

Elliott Smith Tribute Show: een ‘Nice Try’ van de artiesten

Geschreven door

Elliott Smith - Steven Paul Smith – geboren 6 aug 1969, gestorven 21 oktober 2003 in Californië. Deze Amerikaanse singer/songwriter viel op met de singles “Miss Misery” (uit de film ‘Good Will Hunting’) en “Waltz 2”. Medio de jaren ’90 bracht hij puik platenwerk uit met ‘Either/Or’, ‘X/O’ en ‘Figure 8’. Z’n muzikale stijl: weemoedige songs met een ’60’s gehalte die subtiel gearrangeerd zijn met full band of intiem, pakkend klinken door gitaar en z’n dromerige, warme stem. Maar vijf jaar terug maakte hij een eind aan zijn leven.
Tim Vanhamel, artist in residence’ in de Trix dit jaar, fungeerde als ‘host’ voor een hommage aan Elliott Smith. Naast de songs die hij met z’n band bracht, had hij enkele vrienden - muzikanten (Pascal Deweze, Bert Ostyn , Elkie Vanstiphout en Yannick van Pornbloopers) uit Antwerpen en Gent uitgenodigd om een ode te brengen aan het oeuvre van Smith.
Het was alvast geen makkelijke klus om het sentiment en de gedachtekronkels van deze kwetsbare songwriter voor de fans te spelen. Een ‘nice try’ was de conclusie van de avond, niet meer dan dat.
Vóór de start zagen we eerst een korte documentaire, ‘a day in the life of’ Elliott Smith. We zagen Vanhamel & artists een goed aan uur aan het werk. De artiesten hadden zich duidelijk verdiept in Smith’s werk en probeerden de juiste stemming van het intens gevoelige gitaarspel en mans emotievolle stem zo sterk mogelijk te benaderen. Ze speelden een afwisselende, gevarieerde set van poprock en sober ingehouden materiaal.
De solomomenten van Pascal Deweze en Bert Ostyn creëerden de beste sfeer, met songs als “Angel in the snow” en “Needle in the hay”. Deweze speelde zelfs een eigen compositie om Smith’s dwarrelende leefwereld te weerspiegelen, wat een intense spanningsboog verwezenlijkte tussen artiest en publiek. Yannick van Pornbloopers ondernam een moedige poging om “Stupidity tries” en “Baby Britain” (twee ingenieuze nummers van opbouw en intensiteit!) te spelen.
Tim stopte met z’n band “Sweet Adeline”, “Bottle up & explode” en “Amity” in een krachtiger en strakker jasje: Maar Tim is spijtig genoeg niet de beste zanger; z’n stem was soms te onvast om composities als “Waltz 2”, “Between the bars” en “No name” te kunnen dragen. Op z’n gitaar kon hij er een eigen swing aan geven.

Maar de passie voor muziek van deze bekende artiesten aan het adres van Elliott Smith leverde de ‘tribute show’ een verdiende pluim op!

Organisatie: Trix, Antwerpen

Oceans Of Sadness

The Arrogance Of Ignorance

Geschreven door

Het gebeurt heel zelden dat er in België een album wordt uitgebracht dat origineel en dan nog eens supergoed is ook. Zo’n momenten moeten we koesteren. Want Oceans Of Sadness, die al jaren aan de top van de Belgische Metalscene staat, heeft onlangs zo’n album uitgebracht. Dit met de titel ‘The Arrogance Of Ignorance’. Eenzijdige zielen hoeven al niet verder te lezen, want dit is een album met inhoud en diepgang.
Opener “Roulette” maakt ons meteen al duidelijk dat dit geen basic Metalplaat is. Na een jazz organ intro gaan we over van rust naar… tjah, Metal natuurlijk! Naast de gebruikelijke tempowisselingen krijgen we ook weer voldoende meezingelementen. ”Self-Fulfilling Prophecy” is zo’n nummer dat wat moet groeien. Maar na enkele luisterbeurten weet het me toch vast te grijpen met o.a. het refrein en enkele experimentele riffs die hand in hand gaan met het keyboard. “Subconscious” kan door gaan als de ‘single’ van het album(moest die er geweest zijn). Deze blijft lekker hangen. Ook hier krijgen we de eerste guest appearance op dit album, namelijk die van Annlouice Loegdlund, wiens passage voor een leuke aanvulling zorgt. Haar tweede zangstuk doet me zelf wat denken aan het oude werk van Nightwish.
”Some Things Seem So Easy” is een nummer van een heel ander kaliber. Dit is het meest complexe en afwisselende nummer van de plaat, wat toch al iets wil zeggen. Het is een sfeervolle reis doorheen zacht en hard, agressie en emotie. En zanger Tijs Vanneste bewijst dat hij het lang niet slecht zou doen als zanger van een Black Sabbath/Ozzy Osbourne coverband. Dit kan gerust tot één van de beste Oceans Of Sadness nummers gerekend worden. “The Weakest Link” is dan weer voor het grootste deel lekker up-tempo en tot mijn verbazing zitten er enkele polka invloeden in. Maar verwacht daarom nog geen Finntroll toestanden. Het is en blijft Oceans Of Sadness, dat doorheen de jaren toch een eigen sound en stijl heeft weten te verwerven. ”Between The Lines” start met een riff die me wat doet denken aan een nummer op Therion’s laatste album, “Gothic Kabbalah”. Ook komen er enkele Oosters klinkende lead guitar stukjes voorbij de revue. Volgende nummer is “In The End”. Wat een riff! Dit is gewoon een catchy nummer dat ook een gastbijdrage bevat van niemand minder dan Johan Liiva. Met “From Then On” komen we aan bij het zwakste, euh… ik bedoel minst goede nummer van de plaat. Allemaal wel heel sfeervol en zo, maar dit nummer is toch wat minder als je het vergelijkt met de andere nummers. Maar misschien is dit gewoon een nummer dat nog wat langer moet rijpen. “Failure” is een heavy nummer met o.a. roepkoorzang(ik weet niet hoe ik dit anders moet beschrijven) en een gezonde dosis Oceans Of Sadness om ons nog eens duidelijk te maken dat dit album gerust in de cd-speler mag blijven zitten. Helaas zijn we met “Hope” aan het einde gekomen van deze trektocht door het muzikale kunnen van Oceans Of Sadness. Een sfeervol pianostukje dat ideaal is als outtro vertelt ons dat het tijd is om weer naar nr. 1 te gaan.
Is er dan werkelijk geen punt van kritiek te bespeuren op dit album? Ik ben van mening dat dit hier niet het geval is. Met ‘Arrogance Of Ignorance’ heeft Oceans Of Sadness werkelijk zijn hoogtepunt bereikt. Het is in ieder geval al uitkijken naar de volgende plaat, laat ons hopen dat dit hoge niveau behouden zal blijven…

Wovenhand

Ten Stones

Geschreven door

Al een hele poos zei de domineeszoon en religieus predikant Dave Eugene Edwards 16 Horsepower vaarwel en kwam voor de dag met het (nog meer) mystieke en mysterieuze Woven Hand, die een geheel brengt van americana, gospel, kerkmuziek, gothic en pop. De vorige cd klonk huiveringwekkend door de begeesterende gitaartokkels, de diepe bas, de bezwerende percussie, banjo, accordeon en toetsen. Een duistere sound, dat bij ‘Ten Stones’ iets minder het geval is.
Woven Hand rockt als 16 Horsepower van vroeger. De songs zijn directer, ondanks dat de onderhuidse spanning en de verbijsterende vocale voordrachten van Edwards behouden blijven; hij verloochent die gospelachtige kerkmuziek niet. ‘Ten Stones’ bevat dreigende rock met een beklemmende melodie, iets minder subtiel en donker dan vroeger. Het blijft een adembenemende en unieke overrompelende luisterervaring: “The beautiful axe”, “Not one stone”, “Cohawkin road” en “Kicking bird”. Variatie is er met het dromerige “Quiet nights of quiet stars” en het sfeervolle “Iron feather”. Edwards geeft op “White knuckle grip” een zwierige tint. De donkere soundscapes op “Kingdom of ice” en de huiveringwekkende outtro hebben dan terug iets apocalyptisch.
Hemel, aarde, hel en verdoemenis, je hebt ze allemaal samen op de zondagsmis van deze songschrijver Dave Eugene Edwards. Verbijsterend plaatje!

The Streets

Everything is borrowed

Geschreven door

Het Britse The Streets, onder Mike Skinner, is er na twee jaar opnieuw bij met een erg sfeervolle plaat. Skinner is het voorbije jaar in de boeken gedoken, las enkele grootse filosofen en hop, weg zijn z’n wildste verhalen en dagdagelijks gezeur over zaken. De mengelmoes van stijlen van pop, hiphop, r&b, (dub)reggae en 2 step zijn in een lager tempo en klinken lichter en toegankelijker. Er zijn minder orkestraties en neurotische beats. Enkele songs zijn uitmuntend (“Heaven for the weather”, “The way of the dodo”, “Never give in”, “The strongest person” en de titelsong), maar anderen, waaronder “The sherry end” missen nu écht de bocht om boeiend te kunnen klinken. Ideeënarmoede schuilt om de hoek. Het wordt maar best dat Skinner nog één plaat zal uitbrengen, vooraleer de muzikale kaars volledig uitgedoofd is.

Tricky

Knowle West Boy

Geschreven door

De laatste cd van de grillige Tricky dateert al van 2003 ‘Vulnerable’, dat duister, beklemmend en broeierig klonk en waaraan de Italiaanse muze Constanza Francavila meewerkte. Tricky maakte in de jaren ’90 al furore onder Massive Attack en debuteerde in ‘95 met ‘Maxinquaye’. Samen met bands als Portishead stond hij aan de wieg van de triphopscene en gaf er eigen swing aan door donkere , dreigende geluidscollages, duistere elektronica en tegendraadse ritmes, in een ondoorgrondelijke mix van pop, blues, hiphop, r&b en drum’n’ bass, onder z’n half brabbelende rapstijl.
Met de jaren klinkt de sound wat lichter, luchtiger en directer. Het recente werkstuk ‘Knowle West Boy’ behoudt de link met z’n wonderbaarlijk debuut: “Puppy toy”, “Bacative”, “Joseph” en “Veronika”. Er zijn enkele sfeervolle songs - vooral op de tweede helft van de cd -, als “Past mistake”, “Cross to bear”, “Baligaga”, “Far away” en “School gates” en tenslotte horen we een tweetal snedige rockers: “C’mon baby” en “Slow”. “Council estate” is het meest avontuurlijke nummer, met een vleugje experiment en psychedelica.
Hij kon terug beroep doen op verschillende zangeressen, waaronder Veronika Coassolo, die er een verleidelijk tintje geven aan deze grimmige trippop. Producer was Bernard Butler trouwens.
’Knowle West Boy’ is een lekker klinkende, gevarieerde plaat, en misschien de welgemeende terugkeer binnen het popfront.

The Last Shadow Puppets

Een magistraal The Last Shadow Puppets

Geschreven door

We waren al onder de indruk van de samenwerking tussen de twee muzikale jeugdvrienden Miles Kane (The Rascals) en Alex Turner (Arctic Monkeys), onder The Last Shadow Puppets
Er is er totaal geen sprake van postpunk, want we horen zwierige en subtiel uitgewerkte georkestreerde ‘60’s pop. The Walker Brothers en The Beatles waren invloedrijk voor hun debuut ‘The age of the understatement’.
Een al lang op voorhand uitverkocht Koninklijk Circus was dan ook het uitgekozen plekje om het kwintet aan het werk te zien. Achter een flinterdun zwart gordijn stond een symfonisch orkest opgesteld; de dirigent maande z’n orkestleden aan in een rood/blauwe gloed. De ingenieus gevarieerde, dromerige popcomposities kregen kleur, warmte en diepte. Songs die het zang –en compositorisch talent van het duo onderstreepten en pasten in een nieuwe ‘007’-film of in een moderne spaghetti western van onder het stof zittende cowboys, huppelende paarden, whiskey en ‘red beans’.

Van een ‘fxx British Oasis mentality’ was er geen sprake, ze drukten de eerste rijen jonge meisjes aan het hart, wat het gegil nog deed toenemen. Als een volleerd McCartney- Harrison duo trokken Turner –Kane meteen de aandacht met “In my room” en  hun eerste impressionante single en titelsong van de cd “The age of the understatement”. Het semi-akoestische gitaarspel, de toetsen en de bezwerende soms krachtige drums waren in harmonie enerzijds met de strijker- en blazersectie, anderzijds met de afwisselende vocals of de perfect op elkaar afgestemde zang. De blazers leidden “Calm like you” in en door de zalvende strijkers kreeg het nummer duidelijk een bombastisch tintje; “Black plant” klonk binnen deze muzikale noemer wat gewaagder.
We zagen een lachbekkende Kane en een nonchalante Turner, die weliswaar in een wansmakelijk Engels dialect hun stijlvolle, flitsende songs aan elkaar praatten. Anderhalf uur lang intrigeerde dit grappende duo het publiek. In een wervelwind speelden ze een poppy “Only the truth”, een steviger klinkend “Separate & ever deadly” en een sfeervol bombastisch “My mistakes were made for you”; wat ze mooi afwisselden met enkele opmerkelijke covers: het sensueel zwoele “Paris Summer” (van Nancy Sinatra /Lee Hazelwood) met de zangeres van de support Ipso Facto, een rauw gespeelde “She’s so heavy” van The Beatles’ “Abbey Road” en Leonard Cohen’s “Memories” (die net dezelfde avond voor een tweede concert optrad in Vorst Nationaal!) in de bis. En de dreigende b- kantjes “Gas danse” en “Hang the cyst” bevestigden het talent van het duo.
De magistraal ongedwongen speelsheid besloten ze overtuigend met een handvol fijnzinnige songs: “The heat of the morning”, “Time has come again” en “The meeting place”, die telkens een zwierige flirt meekregen. En tenslotte kreeg het afsluitende “Standing next to me” krachtige “oohs” en “aahs” mee.

The Last Shadow Puppets liet de festivalzomer in ons landje totaal links, maar sloegen met verstomming door een bikkelhard in te lijsten clubconcert.

Het vrouwelijke kwartet Ipso Facto had veel mee van Ladytron door hun ‘80’s sound, de zwart gehulde avondkledij en koele image. Hun bezwerende rockende wavetrip had een donker dreigende ondertoon, maar klonk achterhaald en kon maar matig boeien!

Organisatie: Live Nation

Motorpsycho

Een stomende trip van twee en een half uur van het Noorse Motorpsycho

Geschreven door

Motorpsycho gaat al mee van begin jaren negentig en heeft qua stijl al menige watertjes doorzwommen, van psychedelische hippie muziek tot de meest extreme Sonic Youth erupties. Op vandaag zit de band terug midden in de wereld van de uitfreakende gitaren. Hard, ruig, psychedelisch en lekker freaky zijn op heden de trefwoorden.

De band trok live de lijn door van de laatste twee platen ‘Black hole – black canvas’ en ‘Little lucid moments’, alhoewel ze van deze laatste niets speelden. Om het plaatje helemaal te doen passen hebben de heren ook hun haren en baarden laten groeien. Ze zien er uit als noeste neanderthalers en klinken ook zo. Lang uitgesponnen nummers, soms heel ver verwijderd van de albumversie, waar alle toeters en bellen uit gewist zijn en vervangen door felle gitaarklanken.
Om u maar een idee te geven, Motorpsycho speelde een set van 13 nummers in zo twee en een half uur. Wie een beetje kan rekenen weet al gauw hoelang een gemiddelde song duurt, zei daar iemand ‘70’s? Een unieke sound toch wel, als we een en ander een beetje proberen te situeren dan komen we ergens uit tussen Kyuss, The Doors, Sonic Youth, Black Mountain, Hawkwind en Blue Cheer. Elke song baande zichzelf een weg naar de apocalyps langsheen scheurende gitaren en een bloedstollende ritmesectie. Amper drie muzikanten zorgden voor deze fantastische sound.
Het deed deugd om nog eens een band te horen die er zich niets van aantrok dat lange gitaarsolo’s onhip zouden zijn. De heren van Motorpsycho maakten van hun optreden één lange trip die nog extra versterkt werd door de psychedelische kleurrijke visuals die op groot scherm achter de groep werden geprojecteerd, alsof ze in Andy Warhol’s factory stonden te spelen. En dat de heren niet echt voorzien waren van een begenadigde stem, daar stoorden we ons niet aan, de gitaar was hier de baas. Een werkelijk fenomenale kanjer van een optreden.

Organisatie: Het Depot, Leuven

Don Caballero

It’s all about the drums (link The Ting Tings) voor Don Caballero

Geschreven door

De Antwerpse ring zat weer eens vol op vrijdagavond: De Kreuners en Regi traden namelijk op in de Lotto Arena en het Sportpaleis. Daarvoor waren we echter niet naar Antwerpen gekomen. Nee, de bestemming was Scheld’apen, een nieuwe club, net naast de Petrol, met de allure van een alternatief jeugdhuis. Veel alternatief volk, een oude tegelvloer in de café, banken gemaakt uit zetels van autobussen, zware alternatieve punk waarvan het van de Radio Scorpio fuiven in Leuven geleden was dat ik dat nog gehoord had, en naar het schijnt een goeie keuken. Ideaal dus voor een vrijdagavondje alternatieve rock.

Kazuamsumaki zijn een viertal uit Mol, (het is de laatste keer dat ik die groepsnaam uitschrijf!), en brengen instrumentale punkrock waar de groove centraal staat. De drummer had duidelijk de tics van Ben Crabbé overgenomen, maar het geluid stond als een huis: Fugazi & Shellac zijn duidelijk referenties zodat we ons terug in de eind jaren tachtig, begin jaren negentig waanden. Overtuigende set van K!

Don Caballero heeft ook een frontman op drums (en wat een knoert van een drumstel!), maar bij dit drietal zijn gitaar en een tweede gitaarklinkende bas minstens even belangrijk in hun complexe composities. Don Caballero bestaat al 15 jaar, was een aantal jaren gesplit, ligt aan de basis van de math-rock (zie Battles, en in mindere mate Foals) en bracht dit jaar een nieuw album uit met ‘Punkgasm’, dat maar matig beoordeeld wordt. In tegenstelling tot het concert in ‘t STUK de avond voordien, zat hier alles goed. Er volgde een uitgebreide set, waarbij soms van instrumenten gewisseld werd en het publiek ging een heel eind mee in de groove. Na ruim anderhalf uur werd Don Caballero dan ook door het publiek teruggeroepen voor een bisrondje. Sterke revanche voor de misser in ‘t STUK de avond daarvoor in een nieuw alternatief zaaltje waar we zeker nog sterke club optredens zullen meemaken.

Playlist Don Caballero
Shop, Dick, Bulk, Shit kids, Groove, Acting, Wicked, Palm, Dirty, Gasm, DC3/Afro, Jive Skip
Bis: Slaugh, Barges, Puddin

Organisatie: Scheld’Apen, Antwerpen

Port O’Brien

Port O’Brien en Son Of Dave: samen goed voor een boeiende performance

Geschreven door

Muzikale indrukken
Ben Darvill
mocht het feest in gang schieten in de 4AD. Dat deed hij met behulp van zijn knotsgekke, voetenstampende zelve als ‘Son of Dave’. Samen met een koffertje mondharmonica’s, rammelaars, een delaypedaal en…het publiek waarvan hij dacht dat ze net ‘from church’ kwamen. Na enig aandringen kreeg hij toch een tweetal op het podium, waarvoor hij prompt een tafeltje met een glaasje neerzette, in ruil voor wederdiensten op enkele carnavalstoeters. Maar naast een boeiende performance zat hij er muzikaal ook niet naast. Hij gaf al beatboxend een nieuwe interpretatie aan de blues, en hij mengde daar zowel funk, soul en rock’n’roll doorheen; in de 4AD werd zijn act dik gesmaakt.

Port O’Brien dan. Zij hadden Diksmuide blijkbaar verkend en staken hun bewondering voor de Westmalle en de plaatselijke chocolatier niet onder stoelen of banken. Ook zij hadden er zin in. Gitarist Zebedee mocht openen met “Lonesome Boulevard. Daarna voegde de rest van de band zich bij hem en zetten “Don’t take my advice in van het debuut ‘All we could do was sing’. Muzikaal hanteert Port O’Brien een folky aanpak. Melancholische indieballads en nummers met stevigere riffs wisselden elkaar mooi af, maar dan zonder de strijkers die op het album toch een belangrijke plaats innemen.
Live kunnen ze nog wat ervaring gebruiken, maar dat mocht in de 4AD de pret niet deren. Op het eind voegde zelfs Son of Dave zich bij de band en onderstreepte met een vreugdedansje de intens broeierige set van het gezelschap.

Fotoshoots: zie live foto's

Organisatie: 4AD, Diksmuide

Don Caballero

Don Caballero lost hoge verwachtingen niet in

Geschreven door

Maps & Atlases is een kwartet uit Chicago dat zich uitstekend toeleende om deze avond het podium met hun voorbeeld helden te delen. Ze pasten dan ook naadloos in het straatje van de experimentele mathrock en zouden tijdens hun buurtfeest gemakkelijk met bands als Don Caballero, Hella en Battles de boel in vuur en vlam kunnen steken. Na hun debuut EP 'Tree, Swallows, Houses' uit 2006 teerden ze ook uit hun recentste EP 'You And Me And The Mountain'. Ondanks het nog weinige uitgegeven werk bekoorde Maps & Atlases als een volleerde band en namen ze, zoals hun naam omschrijft, het publiek mee in een reis doorheen een landschap van dynamische gebergten, gelaagde stromingen van wijdse rivieren, exotische en melodieuze nachtgeluiden van een nog uit te vinden fauna, en dit aan tempowissels waar Superman alleen maar jaloers kon van zijn. Niet enkel het polyritmische drum-percussie-en (op kousen!) voetenwerk van Chris Hainey maakte indruk, ook de kunst om dit muzikale avontuur in de structuur van een vier minuten popsong te steken, geflankeerd door de catchy zangpartijen van Dave Davison, die met zijn honkvaste stem klonk als Nick Drake in de reïncarnatie van brilsmurf, maakten van deze vijftig minuten durende show een hoogstaand samenhangend geheel. Mits wat extra groeischeuten uit Popeye's groentenblik kon Maps & Atlases deze avond gerust van plaats in de line-up wisselen. Een band om in de gaten te houden.

Het Amerikaanse Don Caballero uit Pittsburg rond Damon Che dat in 1991 het levenslicht zag en de term mathrock aan de wereld introduceerde stelde in de kleine en gezellige Labozaal van het STUK te Leuven hun recentste langspeler 'Punkgasm' voor. Buiten de toevoeging van zang bij enkele songs als “Celestial Dusty Groove” bleef Don Caballero met deze meest rustige plaat van hun oeuvre trouw aan hun vaste formule en klonk het werk als een logisch vervolg op 'World Class Listening Problem' uit 2006, zonder het vermoeden van grote staatshervormingen te wekken. Niets was echter minder waar. Jason Jouver ruilde voor deze live set zijn eclectische basvingers in voor een plectrum en gitaar. Ik hoor uw hersenen al pruttelen, en met een simpele math-telling komt u nu uit op de berekening dat Damon zich bij deze show liet omringen door twee puzzelende gitaristen. Live boette de band soundgewijs hier absoluut niet in door een kleine ingenieuze ingreep waarbij Jason met behulp van een disto en octaver effect zijn gitaar als een noisy bas deed klinken. Dat Damon als frontman even sociaal en vlotjes overkomt als de schildpad van uw buurmeisje is algemeen wereldbekend, en met deze kwalificaties kan men dan ook nooit voorspellen wat een DC show brengen zal.
Zo ook deze avond. De sfeer in het STUK zat al ietwat raar van in het begin door de, jammer genoeg, magere opkomst van een kleine honderd man, waarvan het merendeel vóór de show op de grond ging zitten al was het een klein Woodstock voor de Leuvense studentenverenigingen. De konten liften zich op bij de inzet van “Who's a Pupy Cat” als intro-sample. Op de set stonden voornamelijk werk uit het recente 'Punkgasm' en voorganger 'WCLP'. Ook de sfeer op het podium zat wat vreemd door onder andere een Damon Che, in ontbloot Cola-papperig bovenlijf en knalrode short, die na het eerste “Awe Man That's Jive Skip” prompt van het podium stapte om zijn oordoppen in te pluggen en zich bij te tanken met Vodka Cola, alsof er geen publiek was om mee rekening te houden. Met een droog “Thank you for coming, you won't regret it” volgden “Bulk Eye”, “Skit Kids Galore”, ”Celestial Dusty Groove” en “Hmm Acting [...]” elkaar probleemloos op. Bij “I Agree ... No! ... I Disagree” liep het echter volledig mis als Gene Doyle met zijn gitaar loops zodanig in de knoop raakte, en hierdoor het nummer opnieuw ingezet werd. Zowel “Acting” als “I Agree”
klonken door de twee gitaren bezetting stukken ruwer en steviger dan het originele met bas. Verder werden onder meer “Wicked”, “Punkgasm” en het fantastische “Loudest Shop Vac In The World” door de speakers geblazen en klonk Don Cab bij momenten echt geniaal, terwijl de totale set een nogal rommelige indruk naliet. Wanneer Damon plots door zijn microfoon “How many minutes do we have to play??” riep, en zeer geïrriteerd raakte als niemand hem een deftig antwoord gaf, besloot hij na amper vijfenveertig minuten met een “No, I'm fucking serious! How many minutes do we have??” te eindigen met “Okey, this is our last song!”.

Was het de magere opkomst en weinige respons, een vergeten drum micro of het slordig spelen dat de meester zodanig irriteerde? We hadden er alleen het raden naar. Wat we wel met zekerheid konden besluiten was dat Don Cab in het sfeervolle STUK jammerlijk teleurstelde en de hoge verwachting van een vlekkeloos en virtuoos ritmefeest NIET kon inlossen.

Organisatie: STUK, Leuven

The Cranes

Hartverwarmende The Cranes

Geschreven door

Het Britse The Cranes, uit Portsmouth, onder Alison en Jim Shaw, debuteerde twintig jaar terug met de EP ‘Inescapable’ en de daaropvolgende cd ‘Wings of joy’. In de beginjaren ‘90 scoorden ze hoog met hun pakkende, melancholische en ontroerende, hartverwarmende zweverige wave gothicpop die een plaatsje kreeg binnen The Cocteau Twins en The Swans (onder de Gira -Jarboe periode). Bepalend in hun geluid zijn de piano/synthi toets, het semi-akoestische gitaargetokkel, de diepe bas en de bezwerende percussie, gedragen door de broze, ijle, hemelse stem van Alison. Ze debuteerden op een Belgisch podium tijdens het toen fel gesmaakte Futuramafestival in de Brielpoort te Deinze. Een mooie toekomst was hen weggelegd, want ze speelden voor uitverkochte clubs met de platen ‘Forever’ en ‘Loved’, medio de jaren ‘90. De sound klonk breder en krachtiger, maar behield de donker spannende dreiging, nét door het karakteristieke samenspel van instrument en stem.. Na ‘Population’ uit ‘97 verloren we deze onwennig aanvoelende broer –zus band wat uit het oog.

Onlangs verscheen hun titelloze nieuwe plaat, waarbij het sprookjesachtige geluid niet verloren ging, maar wat achterhaald en minder beklijvend klonk. En toch zagen we anderhalf uur lang een goed spelende band, die in de eerste vijf nummers werd geconfronteerd met technische problemen: de bas dreunde en de stem van Alison ging totaal de mist in. Een teneur voor songs als de dromerige waverockers  “Clear” en “Jewel”, en de sfeervolle - met elektronica soundscapes nota bene - “Vanishing point” en “Future song”. Vanaf “Worlds” zat alles goed; de lieflijke intens broeierige nummers “Wires”, “High & low” en “Sunrise” kwamen goed uit de verf.
Broer/zus Shaw en hun band genoten van de respons. De bassist en de gitarist hadden het duidelijk ook naar hun zin en zochten het gepaste evenwicht met de elektronica en het subtiele of het meer uptempo werk: van het intieme “Far away”/ “Collecting stones” (stem –pianotune) tot het snedige “Adrift”, wat hoogtepunten waren in de set.
Ze trakteerden ons op een uitgebreide bis: van het ingetogen, sober gehouden “Here comes the snow” naar de lome , slepende beats van “Flute song” tot het rockende “Everywhere” (doorbraak van de groep in ’93 trouwens!) en het repetitief opbouwende “Paris & Rome”. In het akoestisch toongezette “Tangled Up” werd de elfjeszang van Alison onderstreept en in een golf van een galmende gitaarsound besloten ze en verve.

Geen verbazingwekkende set, maar voor wie wou weten waar de huidige Nightwish-ers en Within Temptations de mosterd vandaan haalden, waren The Cranes geen onaardige band waar het zaadje ontkiemde…

Support was Cecilia: Eyes, die ons onderdompelden in een hallucinerende postrock trip: boeiend, fris en aanstekelijk door de opbouw en de tempowisselingen, van traag, slepend naar een meer krachtige aanpak en distortion. Beloftevol bandje die geestesgenoten naar de kroon stak …

Organisatie: VK, Sint-Jans Molenbeek

Pagina 458 van 486