logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

donderdag 09 december 2021 13:11

Bloodmoon: I

De hardcore-metal van Converge is doorgaans een lawaaierige en schreeuwerige pot herrie waarmee je een heel leger kan op stang jagen. Hun platen zijn stuk voor stuk bikkelharde noten om te kraken, maar wie volhoudt ontdekt dat er toch regelmatig wel enige nuance tussen de striemende heibel sluipt, al is die soms wel ver te zoeken.
Na al die jaren lijkt Converge op ‘Bloodmoon: I’ het perfecte evenwicht te hebben gevonden tussen meedogenloos geraas en een soort donkere en meeslepende schoonheid, en dat is niet in het minst te danken aan de duistere deerne Chelsea Wolfe. Ook Cave In zanger Steve Brodsky zorgt voor extra animo en diversiteit op dit album. Hier hebben we dus te maken met een bijzondere en uiterst geslaagde samenwerking die even heftig en beklijvend als verrassend is. Dat zoiets kan werken werd recent nog aangetoond door die andere godin van de nacht, Emma Ruth Rundle, die met de sinistere black-metal creeps van Thou het bloedstollende album ‘May Our Chambers Be Full’ inblikte.
De mysterieuze Chelsea Wolfe houdt wel van zulke uitdagingen, op haar platen waart er trouwens altijd gestaag een flinke hap doom-metal of een walm van onheilspellende noise rond, en ook met haar zijprojectje Mrs Piss briest en knalt ze dat geen naam heeft.
Chelsea Wolfe weet het lawaai van Converge in de juiste banen te lijden. Ze slaagt erin om Converge intenser dan ooit te doen klinken, ook al is de razernij soms een flink stuk ingetoomd. Converge komt op terreinen waar ze nog nooit geweest zijn maar waar er wel chemie in de lucht hangt.
Opener “Blood Moon” is een loodzware sluipmoordenaar die baadt in een giftig wijnvat, de duistere stem van Chelsea Wolfe duelleert met de oerschreeuw van Converge zanger Jacob Bennan, een vocale tweestrijd die vonken veroorzaakt. “Viscera Of Men” is epische metal die naar de sterren reikt en “Coil” is gothic-rock, maar dan aan de goede kant van de balans (aan de andere kant zitten hemeltergende gedrochten als Within Temtation of Nightwish). “Flower Moon” is zowaar een grunge-song die op de betere platen van Alice In Chains had kunnen staan. “Scorpion’s Sting” is een welkom melancholisch rustpunt die gedragen wordt door de zweverige stem van Chelsea Wolfe. Ook het fraaie “Crimson Stone” bevindt zich in die schemerzone tussen pracht en geweld en afsluiter “Blood Dawn” laat zich beluisteren als de ultieme offerdienst die de demonen terug tot rust moet brengen.
Fenomenale plaat!

 
donderdag 25 november 2021 10:47

Turning To Crime

Deep Purple kent iedereen natuurlijk van “Child In Time” of “Smoke On The Water”, zogenaamde onsterfelijke classic-rocksongs die al decennialang genadeloos door onze strot geramd worden tot we er indigestie van krijgen. Deep Purple is echter ook verantwoordelijk voor pareltjes als “Lazy”, “Highway Star”, “Mistreated, “Hard Lovin Man”, “Flight Of The Rat”, “Burn” of “Fireball”, stuk voor stuk songs die rauwer, intenser en potiger klinken dan die belegen klassiekers. Dat is natuurlijk allemaal al lang geleden, want Deep Purple is in feite al jarenlang dood maar ze weten het zelf nog niet. De dood is met name ingetreden bij het definitieve vertrek van de geniale maar helaas ook onhandelbare Ritchie Blackmore. De enige vermeldenswaardige stuiptrekking die Purple zonder Blackmore nadien nog heeft ingeblikt is ‘Bananas’ (2003).
De koppigaards houden zichzelf tot op vandaag nog kunstmatig in leven -het zijn volhouders, dat moeten we hen dan wel toegeven- met als vervanger Steve Morse, een dertien-in-een-dozijn gitarist die telkenmale meent een rits overbodige guitar-hero-clichés uit de kast te moeten halen terwijl niemand daar om gevraagd heeft.
Dead Purple (nee, geen drukfout) vindt nu dat de tijd rijp is om een hoop all time classic-rock songs te gaan coveren. Alsof daar iemand zit op te wachten. Wie kan er nu in hemelsnaam iets aanvangen met de zoveelste versie van “White Room”, ook weer zo een song die we net een keertje te veel gehoord hebben. Bovendien is de abominabele Purple versie dan ook nog eens een regelrechte blamage voor Cream. Ook aan Peter Green’s “Oh Well” voegen ze niets toe, of het moet een lepel smakeloze stroop zijn. En zo gaat dat de hele plaat door. Als afsluiter komt Dead Purple dan nog eens af met “Caught In Te Act”, een zogeheten rockmedley, ook iets wat dateert uit de prehistorie en nooit meer opgegraven had mogen worden. Onder meer Led Zeppelin, Spencer Davis Group en Booker T & The MG’s worden hier schaamteloos verkracht.
Grootste pijnpunt op dit covervehikel is echter zanger Ian Gillan, ooit een gedreven hard-rock giller die alle toonaarden aankon, nu een eentonige brompot wiens stem elke vorm van animo is kwijtgeraakt. Een mens zou haast compassie krijgen met de arme man, zeker nadat we nog eens ‘Machine Head’, ‘Made In Japan’ of ‘In Rock’ achter de kiezen hebben gedraaid.
De oudjes zullen hiermee waarschijnlijk wel de tijd van leven hebben gehad, maar konden ze dit echt niet gewoon binnen de muren van de studio houden?
Dit is de meest tenenkrommende plaat van het jaar.

 
donderdag 25 november 2021 00:20

Osees - Het gaat vooruit in de Vooruit

Osees - Het gaat vooruit in de Vooruit

Er zijn zo van die bands waar een mens niet genoeg kan van krijgen. Wie een roodgloeiende band als Osees al eens eerder aan het werk gezien heeft , is er gegarandeerd de volgende keer terug bij, want dit is een rollercoaster waar je steeds terug in wil zitten.
De band heeft ondertussen al een omvangrijke backcatalogue bij mekaar geschreven, dus is er heel wat voorraad om uit te putten, en wat we vanavond op ons bord krijgen is om van te smullen en compleet uit de bol te gaan.
Met een weerzinwekkend tempo jagen onze geliefkoosde garage-rockers zowat 22 kolkende songs door de Vooruit. Psychedelische waanzin, striemende punk of briesende trashmetal, bij Osees kan het allemaal. En dit voortgestuwd door twee ontketende drummers en de immer driftige frontman John Dwyer.
Een hoop klassiekers zijn natuurlijk van de partij, zoals een weergaloos “The Dream”, een stomend “Toe Cutter/Thumb Buster”, een uiterst heavy “Withered Hand”, een riffmonster “Ticklish Warrior” of de lange jam “Sticky Hulks”, een zogeheten -nou ja- rustpunt.
Het gaat waanzinnig snel en bij momenten loeiend hard, check geflipte songs als “Terminal Jape”, “Electric War”, “Scramble Suit II” en “Animated Violence”, regelrechte trashmetal met een hoek af. Of “Dreary Nonsense”, “The Fizz” en “Heartworm”, gewoon pure punk in speedmodus.

Explosiviteit is een handelsmerk, een niet aflatende rotvaart is het middel, een losgeslagen en overenthousiast publiek is het resultaat.
Osees is een wervelwind die zijn gelijke niet kent.

Organisatie: Democrazy, Gent

donderdag 18 november 2021 10:31

Crawler

Al vanaf de eerste tonen van het razende debuutalbum ‘Brutalism’ hadden we door dat Idles een buitengewoon punkbandje was dat zou uitgroeien tot één van de meest opwindende Britse rockgroepen van het moment. Ze hebben ook niet bepaald stilgezeten, na 4 jaar zijn ze al aan hun vierde album toe.
Wat je op zijn minst kan zeggen is dat hun sound al serieus geëvolueerd is. De furie van de eerste plaat heeft plaats geruimd voor meer diversiteit en avontuur. Idles heeft zijn horizonten verbreed, heet dat dan. Of dit nu goed nieuws is laten we aan u over. We hebben de neiging om te stellen dat de band ‘volwassener’ is geworden. Maar bij wilde groepjes waar spontaniteit en razernij doorgaand de grootste troeven zijn is volwassen worden eerder een vloek dan een zegen.
Laat het ons dan maar houden op ‘anders’, want de nieuwe weg die Idles hier ingaat is op zijn minst even energiek en dynamisch. De band experimenteert al eens met wat elektronica (“Progress”) en laat geregeld het tempo zakken, maar het blijft wel steeds spannend. Frontman Joe Talbot is nog altijd kwaad maar dat hoeft zich deze keer niet persé te manifesteren in roodgloeiende punksongs. Maar geen nood, De explosiviteit van de begindagen komt hier en daar nog wel wat deuren intrappen, zoals op “The Wheel” en “Crawl !”, twee stormrammetjes die het niet slecht zullen doen op de komende moshpitfeestjes. Zoals bijvoorbeeld in de AB op 26/02.

 

Thurston Moore Group - Masterclass in ontspoorde gitaren

In de post- Sonic Youth periode, die toch al meer dan 10 jaar aan de gang is, mogen we nu wel zeker stellen dat Thurston Moore het meeste van dat unieke Sonic Youth DNA in de genen heeft. Kim Gordon is immers alsmaar verder in de avant-garde en quasi ontoegankelijke underground verzeild geraakt en Lee Ranaldo verdiepte zich onverstoord in al dan niet experimentele poprock die mijlenver verwijderd is van de originele SY-sound. Het is hen van harte gegund, maar wij halen nog altijd het liefst een goeie ouwe krakende en scheurende Sonic Youth plaat uit het rek, dus zijn wij maar al te blij dat Thurston Moore grotendeels trouw gebleven is aan die unieke sound die hij voor een groot stuk zelf heeft uitgevonden, met uiteraard als belangrijkste inspiratiebronnen The Velvet Underground en de onvolprezen Glenn Branca. Vanavond bleek dat vooral die laatste meer en meer zijn stempel heeft gedrukt op de composities en songs van Moore, alsof Thurston hem sinds zijn dood in 2018 steeds meer wil eren. Check even Glenn Branca’s avant-garde meesterwerk ‘The Ascension’ uit 1981 en u zal weten waarover we het hebben.

De laatste plaat ‘By The Fire’, wederom een bijzonder sterk album met alle gekende ingrediënten, is de reden waarom Thurston Moore met zijn gevolg eindelijk nog eens de oversteek mocht maken. De hoofdmoot van de setlist kwam vanavond uit dat imponerende album, inclusief een paar ferme lappen van die o zo herkenbare noise met overstuurde gitaren die zonder pardon in de cirkelzaag-modus werden gezet. Zo ging het al meteen minutenlang van start scheuren in de intro van opener “Locomotives” en werd aan het einde van de set de noise-hendel nog eens volledig opengedraaid in een verstikkend “Venus”. Een ouwe vos verleert zijn kuren niet, Thurston Moore kleurt nog altijd het liefst buiten de lijntjes want daar ligt zijn universum.
Met “Cantaloupe” en “Hashish” mocht het iets bondiger, twee solide rockers die zowaar al eens een ‘cleane’ gitaarsolo in de aanbieding hadden. Hiervoor verantwoordelijk was de geweldige James Sedwards die samen met Moore een al even indrukwekkende gitaartandem vormt als destijds Moore-Ranaldo. “Siren” ontpopte zich als de ultieme Thurston Moore -of als u wil Sonic Youth- song met repetitieve gitaren die optrokken, gas gaven, terug afremden, piepten, kraakten, ontspoorden en vervolgens met horten en stoten terug op de rails belandden, een Sonic Youth masterclass zeg maar. Dat Thurston zijn klassiekers kent bleek uit de verrassende adaptatie van de VU song “Temptation Inside Your Heart” die hij sterk naar zijn hand zette zonder het respect voor het origineel te verliezen, met Lou Reeds’ songs wordt er immers niet geklooid.
Uit ‘The Best Day’ plukte Thurston Moore het voor zijn doen eerder afgelijnde maar wel fantastische “Speak To The Wild” en helemaal op het einde “Forevermore” dat, een beetje jammer misschien, een ferm ingekorte bewerking kreeg omdat de tijd er nagenoeg opzat.  

Dit was anderhalf uur Thurston Moore zoals we hem het liefst hebben, knarsend, scheurend, bijtend, experimenteel, nonchalant, noisy en steeds met een gezonde hoek af. Iets anders hadden we ook niet verwacht, of we waren teleurgesteld afgedropen.
Op 15 november in de AB, Brussel (ism les Ateliers Claus)

Organisatie: Aéronef, Lille

donderdag 30 september 2021 13:16

Pilgrimage Of The Soul

Dit elfde studio-album is er eentje waarop MONO in al zijn kleuren en dimensies te bewonderen is. Instrumentale pracht, gelaagde elektronica, bijtende noise, neo-klassieke composities en een bij momenten filmische sound om bij weg te dromen.
Wij hebben deze Japanse keizers van de postrock trouwens nog nooit op een minder album kunnen betrappen, en ook nu zijn we terug onder de indruk van hoe fris en inventief ze weten om te springen met een genre dat ondertussen te veel werd platgetreden.
MONO is samen met Godspeed You Black Emperor één van de ongenaakbare toppers van de postrock en met dit nieuwe album houden ze glansrijk alle copycats op een ruime achterstand. Bij Mono gaat het steeds om sfeerschepping, maar niet van het kleffe soort, wel een sfeer die richting universum soms met abrupte stoorzenders te maken krijgt. Er kan zich al eens een plotse ontploffing voordoen in de dampkring.
In de epische opener “Riptide” is dat al meteen het geval. Elders komt Mono dan weer in een ijle bijna geruisloze atmosfeer terecht, “Heaven In A Wild Flower” is zo een stil stukje minimalistische pracht, net als de fijngevoelige afsluiter “And Eternity in an Hour” waarin een eenzame piano als laatste de kamer verlaat. In het 12 minuten lange “Hold Infinity In The Palm Off Your Hand” is het pas na 8 heerlijk golvende minuten dat een vulkaan uitbarst en de hete lava vervolgens gul naar beneden vloeit.
En of dat het allemaal herkenbaar en vertrouwd in de oren klinkt, maar er zit geenszins sleet op, ‘The Pilgrimage Of The Soul’ is met name het zoveelste indrukwekkende hoogstandje in het oeuvre van Mono.

 
donderdag 30 september 2021 13:11

Comfort To Me

Na de geweldige kopstoot ‘Amyl And The Sniffers’ uit 2019 is dit alweer een stomend potje Australische punkrock. De stormachtige frontdame Amy Taylor steelt hier grotendeels de show, een stel energieke wildebrassen zorgt in haar rug voor een gloeiende sound met de meest puntige riffs. Dit is punkrock zoals punkrock hoort te klinken, simpel, snel, heetgebakerd en voorzien van een paar gure kloten.
 Amyl And The Sniffers brengen hun felle songs ook nog eens met een knipoog naar de Australische nationale helden van AC/DC, er mag met name al eens een vettige hardrock gitaarsolo door de punkmuur scheuren, het maakt er de sound alleen maar vuriger op.
‘Comfort To Me’ is een album dat hunkert naar een dolgedraaide moshpit. Moge dat niet te lang meer duren.

 
donderdag 05 augustus 2021 14:14

Gotta Have The Rumble

Zowat 40 jaar na het eerste Stray Cats album blijft Brian Setzer nog altijd trouw aan die gouwe ouwe rockabillysound die geschapen werd door swingende rockers als Eddie Cochran, Gene Vincent, Carl Perkins en Johny Burnette, stuk voor stuk pioniers die al tientallen jaren onder de zoden van het rockabilly kerkhof liggen. Ook de hoes liegt er niet om, Setzer stuurt zijn retro-moto rechtstreeks richting fifties en komt aan in een ballroom-blitz van dansende meiden gehuld in opwaaiende jurkjes en stoere vetkuiven gehesen in leather jackets met de meest coole rechtopstaande kragen.
‘Gotta Have The Rumble’ is dus vertrouwde kost die gebracht wordt door een ervaren rot, een klasbak die zijn gitaar lekker laat rollen.
We kunnen misschien wat morren dat het allemaal een beetje te clean klinkt, een iets rauwere sound had best wel gemogen, maar toch is dit wederom dikke fun. Echt wel het soort plaatje dat we van Brian Setzer mochten verwachten. Niet meer, maar zeker ook niet minder.
En als u ons nu wil excuseren, we gaan op zoek naar de haargel.

donderdag 22 juli 2021 10:42

Hologram EP

Onze favoriete noise-shoegazers hebben 3 jaar na hun laatste album “Pinned” terug een teken van leven gegeven, en dat mocht onderhand wel.
Zou er iets veranderd zijn aan hun sound? Misschien wel, “End Of The Night” lijkt immers in te zetten met een dansbare drumbeat. Het duurt tot de gitaren als sloophamers alle deuren tegelijk komen inbeuken, het moment waarop A Place To Bury Strangers weer volledig zijn eigenste zelve is. Er zit weer flink wat ruis, echo en distortion op.
Een onvervalste Nirvana riff wordt vervolgens met slijpschijven bewerkt op het razende “I Might Have”, de ramen gaan aan diggelen. Op het lichtvoetige “Playing The Part” komt dan heel even een zonnetje tevoorschijn, de decibelmeter mag een tukje doen en een luchtig surfgitaartje komt het mooie weer maken. “In My Hive” gaat ook nog enigszins voorzichtig van start maar wordt met de minuut gevaarlijker en schiet zijn pijlen alsmaar genadelozer af richting trommelvliezen. De gruizige dreampop van “I Need You” mag de deur zachtjes dicht doen. Nou ja, zachtjes, dit is A Place To Bury Strangers.
Knap tussendoortje.

donderdag 10 juni 2021 12:21

Butterfly 3000

Het moest er ooit wel eens van komen dat King Gizzard & The Lizard Wizard in al hun productiviteit toch een minder plaatje zouden maken. Hun 18 e studioalbum in amper 9 jaar is inderdaad een buitenbeentje, een danspopplaatje waarmee ze zich een eind buiten hun comfortzone begeven. Het getuigt dus wel van durf, maar daarom is dat nog geen goed nieuws.
De heren hebben tijdens de pandemie nieuwe speeltjes ontdekt. Nou ja, nieuwe, het gaat hier eigenlijk om modulaire synthesizers, het soort speelgoedjes waar menig jaren tachtig elektropop-bandje zich met verdeeld succes aan heeft vergrepen. De heren lijken zich wel te amuseren met die dingetjes, ze halen er terug wat van die typische oosterse geluidjes en gekke deuntjes uit, maar de songs zijn niet sterk genoeg om te blijven hangen. De synth-riedeltjes klinken best wel leuk, maar helaas ook een beetje simpel en kinderlijk waardoor het op den duur gaat vervelen. Het is een trucje dat ze deze keer iets te lang rekken.
We hoeven echter niet te vrezen dat deze vrolijke bende het noorden is kwijtgeraakt, dit is gewoon een minder geslaagd tussendoortje, geen schande in coronatijden.
King Gizzard & The Lizard Wizard blijft nog altijd één van de meest frisse, originele en energieke bands van het moment, iets wat vooral op een podium vonken geeft.

Pagina 4 van 100