Greenhouse Talent, Gent - volgende concertreeks Concerten - Ibrahim Maalouf op Gent Jazz 2022 + extra concerten 2023 - Stef Kamil Carlens & The Gates of Eden, eerbetoon aan Bob Dylan, De Roma, Antwerpen op 22 september 2022 + maart 2023 - Rex Rebel, van 30…

logo_musiczine_nl

Cactus Club - MaZ Brugge - concerts 2023 25-01 Duke Garwood, Jen 26-01 Music is my medicine: Catherine Graindorge, Pauwel @Oud Sint-Janshospitaal 10-02 Dr Lektroluv, Ed & Kim, Jaegher 14-02 High vis 17-02 Close encounters: Togo all stars 09-03 Ghost woman,…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

donderdag 10 juni 2021 18:01

Cavalcade

Met debuutplaat ‘Schlagenheim’ had Black Midi al meteen een eigen sound gecreëerd die met niets of niemand te vergelijken viel. De band kwam met iets uniek, apart en eigenzinnig. Het prikkelde en stuiterde langs alle kanten, een soort free jazz in een rockkleedje.
Het nieuwe album gaat nog een stapje verder, het kompas wijst in alle windrichtingen terwijl de band nergens het noorden verliest.
‘Cavalcade’ liet zich al veelbelovend voorafgaan door het hotsende en botsende “John L”, een flipperkast van een song die werd voorzien van een geschifte doch geniale videclip. Hier hadden we al meteen door dat dit alweer een onnavolgbaar en dwarsliggend werkstukje zou worden dat uitblinkt in lef en verscheidenheid.
De vitaliteit en experimenteerdrift gutsen uit alle lichaamsgaten, de instrumenten zetten het vaak op een spookrijden en de stem van frontman Geordie Greep wurmt zich in alle bochten. Zijn vocale prestaties bevinden zich ergens tussen Dave Thoams (Pere Ubu), Les Claypool (Primus), Captain Beefheart en een snipverkouden boomkikker. Op zijn meest melodramatische momenten lijkt het zelfs haast Scott Walker (“Marlene Dietrich” en “Ascending Forth”).
De vaak tegendraadse songs neigen wel eens naar de averechtse composities van Frank Zappa en de genuanceerde sound heeft iets van King Crimson. Dit maar om te zeggen dat de piepjonge muzikanten hier niet zomaar wat staan aan te modderen. Dit is fijntjes georkestreerde chaos die nerveus, hyperkinetisch en weerspannig klinkt.
Coldplay fans zullen meer dan één dafalganneke moeten slikken om hier heelhuids doorheen te komen, wij vinden het geweldig.

donderdag 10 juni 2021 17:59

Hardware

‘Hardware’ mag dan al een soloplaat zijn van Billy Gibbons, dit is net als zijn vorige album ‘The Big Bad Blues’ (2018) vintage ZZ TOP. En wel ZZ Top op zijn scherpst met een zompige sound, die eeuwige grol-voice van Gibbons, de gitaar die laveert tussen stomende riffs en snedige solo’s, en songs die hebben liggen rijpen in een ouderwets bluesvat. Op zijn 72 ste klinkt Gibbons vitaler dan ooit, hij gromt als een jonge snaak en laat zijn gitaar naarstig jongleren doorheen een set kloeke rockers. Tussendoor tovert Gibbons ook nog een tex mex stiftertje (“Hey Baby, Que Paso”) en een onvervalste ballad (“Vagabond Man”) uit zijn hoed. Eindigen doet hij met een heerlijk relaxe talkin’ blues “Desert High” waarin hij zijn bariton richting wijlen Leonard Cohen stuurt terwijl de gitaar zachtjes glooit op de achtergrond.
Fijn plaatje, Billy Gibbons ten voeten uit.

donderdag 10 juni 2021 17:57

Intruder

Gary Numan was ooit toonaangevend en vernieuwend in de wereld van de electro-rock. Helemaal op het einde van de jaren 70 kwam hij, toen nog onder de groepsnaam Tubeway Army, aanzetten met de vooruitstrevende platen ‘Tubeway Army’ en ‘Replicas’. Kort daarna kwam onder zijn eigen naam het al even knappe ‘The Pleasure Principle’ uit. Het waren drie essentiële albums die mee bepalend waren voor de evolutie van het elektrogenre.
Helaas was al snel het vet van de soep en kwam Numan in de drie decennia daarna niet verder dan het brouwen van slappe plaatjes met daarop verwaarloosbare synthpop die gemaakt leek als achtergrondmuziek voor de supermarkt. Tot hij in 2011 met ‘Dead Son Rising’ zijn eigen muziek plots nieuw leven inblies. Het leek alsof hij plots Nine Inch Nails had ontdekt en tot de constatatie kwam dat elektro-rock ook gevaarlijk, krachtig, urgent en dreigend kon zijn. Daarna volgden ‘Splinter’ (2013) en ‘Savage’ (2017), twee albums die hem weer volledig op de wereldkaart zetten met een frontale en diep kervende elektrorock-sound die het bloed terug Nine-Inch-Nails-gewijs door de aderen joeg.
Het nieuwe ‘Intruder’ is misschien niet zo fel als ‘Savage’ en niet zo donker als ‘Splinter’, maar het album mag zonder blozen dat aardige rijtje vervoegen. De nieuwe inspiratiebron lijkt nog steeds niet te zijn leeggelopen. Numan vindt een evenwicht tussen de nieuwe sound en het iconische geluid van de eerste drie platen van meer dan dertig jaar geleden. Had de ijzersterke titelsong op pakweg ‘The Pleasure Principle’ gestaan, het was een hit. Maar omdat Numan nu niet meer zo hip is als toen, zal het gewoon bij een goede song blijven. Ook “I Am Screaming” flirt met de prille jaren tachtig en met de betere platen van Peter Gabriel uit die tijd. De Arabische toetsen die ook al floreerden op ‘Savage’ mogen nog eens terugkomen op het vervaarlijke “The Gift”. De onvermijdelijke Trent Reznor invloed heerst onder meer op “The Chosen” en “Now and Forever”, bezielde songs die een sluimerende filmische ondertoon hebben.
Gary Numan is helemaal terug onder de levenden met muziek die niet langer gedoemd is om de lokale Carrefour op te fleuren, maar wel om een verduisterde concertzaal in beroering te brengen.

donderdag 27 mei 2021 20:14

Eye To Eye

The Datsuns waren in 2002 heel even hip toen hun debuutplaat met daarop flitsende en smerige gitaarrock tonnen aandacht kreeg in vooral de Britse pers. The Datsuns werden in één adem genoemd met hippe soortgenoten als The Strokes, The White Stripes, The Vines en The Hives. Maar al even snel werden ze door diezelfde pers alweer aan de kant geschoven om plaats te maken voor een nieuwe resem bandjes die dan iets later ook weer in de prullenmand mochten belanden.
The Datsuns lieten het niet aan hun hart komen en gingen gewoon door met plaatjes maken die grossierden in stomende garagerock en oersimpele rechttoe-rechtaan hard-rock.
‘Eye To Eye’ is de volgende in de rij maar het zal niet echt een hoogvlieger worden. Het begint nog stevig met het aardig rockende “Dehumanise” maar daarna kiezen The Datsuns voor een soort popgerichte rock die al wel eens neigt naar The Hoodoo Gurus, maar dan niet in hun beste doen. De retro hardrocker “Brain To Brain” en de felle kopstoot “Bite My Tongue” mogen er nog wel wezen maar de rest klinkt toch wel een beetje gedateerd, vrij inspiratieloos en vooral te braaf.
De goesting is er nog, maar de angel is eruit.

donderdag 20 mei 2021 13:31

Fortitude

De Franse metaltrots Gojira heeft met de vorige plaat ‘Magma’ de lat wel heel hoog gelegd, maar ‘Fortitude’ moet niet onderdoen, en dat is al een huzarenstukje op zich.
Gojira kan snoeihard uit de hoek komen maar tegelijkertijd ook heel genuanceerd. En dat is iets wat bij veel metalbands wel eens een probleempje vormt. Luid is één ding, genuanceerd een ander. De combinatie van de twee lijkt geen evidentie maar Gojira weet er wel raad mee. Dat zorgt er trouwens voor dat de Fransen stilaan ook buiten de grenzen van de metal voet aan wal krijgen, een tournee door de states dit najaar als support act van Deftones zal hen dan ook geen windeieren leggen.
Frontman Joe Duplantier vermijdt fijntjes de typische death-metal grol (check al die metal zangers die grommen alsof een joekel van een raap in hun keel is bljven steken), hoewel hij verdomd hard kan brullen. Hij neigt al eens naar een kwade Jaz Coleman, en dat wil wat zeggen. Zo kan “Amazonia” zich gerust meten met het gemeenste en hardste van Killing Joke.
Hoe hard ze ook soms mogen rammen, Gojira schuwt de melodie niet, zie “Another World”, een song die alles in zich heeft om een internationale klassieker te worden dankzij een aanstekelijke riff en een refrein dat niet uit ons brein is weg te branden. Een hit, als dat al bestaat in die kringen. Ook het meeslepende “The Chant” zou wel eens tot zo een anthem kunnen uitgroeien. Gojira zit er immers niet om verlegen om hier en daar wat harmonieuze samenzang te droppen tussen de drilboordrums en de terreurgitaren, check ook de vette en gelaagde opener “Born For One Thing” en het snerende “Into The Storm”.
‘Fortitude’ is een sterk, divers en gevarieerd metalalbum dat ontsnapt aan de valkuilen van het genre. Een ferme stap verder in de evolutie van Gojira, een band die zich inmiddels een grote speler mag gaan noemen op de internationale metalmarkt. Weer een plaatsje hoger op Graspop of Hellfest. Als die festivals nog eens mochten doorgaan, tenminste.

donderdag 20 mei 2021 13:27

Tonic Immobility

Duizendpoot Mike Patton heeft nog maar net een geslaagde Mr Bungle rëunie achter de rug met de hardcore splinterbom ‘The Raging Rat Of Easter Bunny’, en hij haalt alweer één van zijn andere bands van stal, Tomahawk, en dat was ook al weer geleden van 2013. Duane Denison (The Jesus Lizard), John Stanier (Helmet) en Trevor Dunn (Melvins, Mr Bungle) zijn ook terug van de partij en de lijm tussen al die straffe muzikale achtergronden plakt nog altijd even fel. De furie en het venijn zijn geenszins verdwenen, de tomahawk is vers geslepen en staat terug vlijmscherp.
‘Tonic Immobility’ is, naar goeie Tomahawk gewoonte, strakke metal met een hoek af. Een geschift papje van schreeuwerige vocals, abrupte tempobreaks en dwarsliggende gitaren. Alles verpakt in een set potige korte kopstoten van songs waarin het DNA van de groepsleden stevig genesteld zit.
De invloeden van Mr Bungle, Melvins en The Jesus Lizard zijn met name sterk voelbaar, en dat zorgt voor alweer een pittig en energiek schijfje.  

donderdag 20 mei 2021 13:24

Dirty Honey

Hou u vast aan de takken van de bomen, er komt nieuw zogenaamd ‘classic rock’ talent overgewaaid uit Los Angeles. Ze heten Dirty Honey, het zijn imago-rockers en onbeschaamde Aerosmith- en Led Zeppelin-copycats. Alsof de wereld nog niet genoeg heeft aan één Greta Van Fleet.
Ze kopiëren klakkeloos de sound van hun voorbeelden, maar vergeten er degelijke songs bij te schrijven. De looks zijn belangrijker, weet je wel. Gevolg, een debuutplaat die bol staat van de hard-rock cliché’s met dertien-in-een-dozijn-riffs, onbeduidende gitaarsolo’s en irritante hoge vocale uithalen. Dit is op maat gesneden van de Amerikaanse markt, en het zal daar gegarandeerd wel aanslaan zoals dat ook het geval was met die potsierlijke aanstellers van Greta Van Fleet, maar onze kouwe kleren raakt het niet. Voor dit soort muziek moeten ze de schuilkelders terug openstellen.   

donderdag 20 mei 2021 13:19

Ding Dong. You’re Dead

Als je deze band tracht uit te pluizen dan zal je algauw op de term jazz-rock botsen. What’s in a name ? Als jazz-rock betekent dat dit geen alledaagse maar eerder moeilijk doordringbare muziek is, dan heeft men ergens een punt. Maar het heeft niks te maken met het soort arty farty shit die enkel door omhooggevallen jazzpuristen gesmaakt wordt.

Wij volgen de Noorse geweldige gitariste Hedvig Mollestad nu al een tijdje en hebben op elke plaat al die zogenaamde jazz-rock gevonden, maar al evenzeer striemende stoner-rock, hypnotiserende post-rock, subtiele hard-rock, bevreemdende psychedelica of tegendraadse avant garde.
Hedvig Mollestad doet immers niet aan hokjesdenken, ze speelt gewoon gitaar op een onnavolgbare wijze en laat zich daarbij begeleiden door een stel doorwinterde rasmuzikanten. Op de vorige plaat ‘Ekhidna’ was Mollestad even afgestapt van de trio-formule en breidde ze haar muzikale spectrum uit met keyboards en blazers. Dit zorgde voor een ietwat breder kleurenpallet, maar de gitaar stond nog altijd even centraal.
De terugkeer naar de basic begeleiding met Ellen Brekken op bass en Ivar Joe Bjornstad op drums is dus niet echt een koerswijziging. Het gaat er even avontuurlijk aan toe, ook al doen ze het maar zijn drieën.
‘Ding Dong. You’re Dead’ is wederom een volledig instrumentale plaat die hoofdzakelijk gefocust is op de gitaar van Mollestad, en deze laat zich van alle kanten bewonderen, bij momenten melodieus en subtiel, elders dan weer striemend en explosief. Invloeden gaan van Robert Fripp tot Buckethead, van Jeff Beck tot Dick Dale, van Zappa tot Marc Ribot. Niet de minsten, horen wij u denken. Klopt, Hedvig Mollestad is dan ook een gitaarvirtuoze die haar instrument zowat alle hoeken van de kamer laat zien, zonder dat ze daarbij persé de guitar-hero moet uithangen. Laat dat maar over aan Slash en consoorten.

Ding Dong. You’re Dead
Hedvig Mollestad Trio
 

donderdag 13 mei 2021 10:19

Bright Green Field

Nieuw, fris, dwars, spannend, avontuurlijk, energiek, spits, bijzonder en uniek. Mogen wij u voorstellen: Squid, jonge Britse creatieve geesten die in het kielzog van andere eigenzinnige bands als Black Midi en Black Country New Road de Britse rock compleet binnenstebuiten keren. Bij momenten is dit dansbaar als de pest, elders dan weer zo tegendraads dat een mens er haast gek van wordt, maar steeds is het opwindend en zuigt het al onze aandacht op.
Hier valt geen genre op te plakken. Doe vooral geen moeite, Squid omzeilt met verve alle hokjes. Dit klinkt eigenwijs en vooral onvoorspelbaar. Nerveuze gitaartjes landen plots in een poel van noise (“2010”), prikkelbare postpunk slaat halverwege om in een verwarde sonische geluidseruptie (“Boy Racer”), punk-funk à la LCD Soundsystem wordt door een Sonic Youth molen gedraaid (“Peel St”) en een streep gekraakte jazz snijdt doorheen een dreigend “Global Groove”. Hoogtepunten “Narrator” en “Pamphlets” zijn zowat de meest opwindende dingen die we de laatste maanden gehoord hebben, bruisend, prettig gestoord en bijzonder aanstekelijk.
‘Bright Green Field’ is sowieso één van de meest vernieuwende en spannende albums van het jaar.
Squid speelt, als tante Corona het belieft, op 08/10 in de Brusselse Botanique. Eentje om absoluut bij te zijn.

donderdag 13 mei 2021 17:34

Delta Kream

Na de belegen mainstream-rock van hun laatste twee albums ‘Turn Blue’ en ‘Let’s Rock’ hadden wij The Black Keys al bijna bij het grof huisvuil gezet, maar de heren Dan Auerbach en Patrick Carney roepen ons prompt terug met het verrassend frisse ‘Delta Kream’, een plaat waarmee ze teruggrijpen naar hun eerste liefde, de blues.
Met de albums ‘The Big Come Up’ (2002) en onze favoriet ‘Thickfreakness’ (2003) stak het duo destijds de neus aan het venster met de meeste vettige en compromisloze bluesrock die enkel zijn gelijke vond in de eerste platen van The White Stripes. Het is met dit soort blues dat The Black Keys nu terug het mooie weer maken, niet meer zo venijnig en vettig als toen, wel meer relaxed en groovy. Geen eigen werk deze keer, The Black Keys graven in delta-blues originals van John Lee Hooker, RL Burnside en hun all time favorite Junior Kimbrough, die ze ook al prezen met het geweldige ‘Chulahoma’ uit 2006.
John Lee Hooker’s “Crawling King Snake” mag dan al ettelijke keren gecoverd zijn, de Black Keys versie mag er toch maar best wezen met dat heerlijke slide gitaartje die doorheen de song rolt. Een ander prijsbeest is “Going Down South” (van RL Burnside) die bediend wordt van dat hoge soulstemmetje die The Black Keys zich na al die jaren hebben toegeëigend. “Come On And Go With Me” van Junior Kimbrough is ook zo’n soulvolle laidback-blues waarbij wij ons maar al te graag laten doorzakken, whiskeytje binnen bereik.
Niet zelden doen The Black Keys ons denken aan The North Mississippi Allstars, ook al toegewijde bluesadepten uit de entourage van RL Burnside die de blues van een frisse wind voorzien.

Voor Carney en Auerbach, die zich hier trouwens ook laten begeleiden door een stel rasmuzikanten die de stiel rechtstreeks hebben geleerd bij RL Burnside en Junior Kimbrough, is ‘Delta Kream’ maar een corona-tussendoortje. Het heeft hen echter meer dan goed gedaan om even opzij te stappen van hun mega-groep allures, want ze hebben in tijden zo fris en puur niet meer geklonken.
Laat ons hopen dat ze die herwonnen fleur en energie kunnen overzetten op het nieuwe werk dat er nog zit aan te komen.  

Pagina 5 van 100