Greenhouse Talent, Gent - volgende concertreeks Concerten - Ibrahim Maalouf op Gent Jazz 2022 + extra concerten 2023 - Stef Kamil Carlens & The Gates of Eden, eerbetoon aan Bob Dylan, De Roma, Antwerpen op 22 september 2022 + maart 2023 - Rex Rebel, van 30…

logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

vrijdag 23 november 2018 13:09

Kadavar - Geweldige retro heavy psych-rock

Het Zweedse Monolord mag de Kreun een eerste keer op sleeptouw te nemen. En dat slepen mag je letterlijk nemen, want Monolord doet het met trage extreem heavy sludge-metal met loodzware bassen, scheurende gitaarintermezzo's en monsterlijke hompen van songs die niet zelden de 10 minuten-grens overschrijden. Het heeft een verslavende werking op het publiek dat hier gewillig in meegezogen wordt en zich aan een potje slowmotion-headbangen waagt.
Monolord, die met het ronkende ‘Rust’ een knoert van een laatste album heeft uitgebracht, is dan ook niet zomaar een snel bij elkaar gebokste support act. Dit is immers een band die met hardvochtige doomrock de Kreun vanavond al meteen drie kwartier op zijn grondvesten doet daveren.

Het Duitse powertrio Kadavar is een band die onbeschaamd enkele decennia terug gaat in de tijd maar nooit oubollig klinkt. Zowel hun looks, hun neanderthaler-baarden als hun sound zitten diep geworteld in de vroege jaren zeventig, een tijd waarin bands als Black Sabbath, Led Zeppelin, Ten Years After en Humble Pie hoogdagen beleefden. De valkuilen uit die tijd omzeilt Kadavar echter met glans, je zal de band niet betrappen op songs van een half uur of eindeloze drumsolo’s. Het had gekund, want Kadavar heeft een verdomd ijverige en geweldige drummer in hun rangen, naar alle waarschijnlijkheid de bastaardzoon van Ginger Baker en halfbroer van onze favoriete Muppet Animal. Die kerel is een attractie op zich, hij mept zich de pleuris maar bezondigt zich nergens aan egotripperij.

Kadavar haalt het beste uit Sabbath en Hawkwind en laat dat gretig rondspartelen in een woelig bad van kolkende stoner-rock. Stevige hardrockstampers als “Skeleton Blues”, “Vampires”, “Tribulation Nation” en “Into The Wormhole”, uit die alweer steengoede laatste plaat ‘Rough Times’, harken en stampen dat het een lust is. De songs laten blijken dat Kadavar op dat laatste album misschien iets minder retro-minded is en wat meer inzet op een robuust en heavy geluid. In ieder geval klinkt het hard, gemeen en fantastisch en is het gelukkig ook volledig gevrijwaard van de alom gevreesde rockballads. Kadavar mag dan al een Duits combo zijn, ze blijven mijlenver uit de buurt van The Scorpions. En ook van de coiffeur.
Het is echter een oudje die zich als eerste absolute hoogtepunt aanbiedt, met name “Living In Your Head”, een stomende retro rocker uit hun eerste plaat. De song krijgt een lange en superbe live uitvoering waarmee Kadavar alle registers opentrekt. En op dat elan gaan ze gretig door, splijtende riffs, gierende solo’s en uitgelaten wah-wah pedalen vliegen in het rond. Het mag dan al retro klinken als de pest, hier zit flink wat vaart en power in.
Kadavar kan, Hawkwind indachtig, ook als de besten een space-rock feestje organiseren. Zo is de klassieker “Purple Sage” wederom een indrukwekkende en dreinende lange psychedelische trip die laat vermoeden dat de heren geregeld met zijn allen zwaar aan de paddo’s zitten.
Met reeds vier ijzersterke albums op hun actief kan Kadavar inmiddels al putten uit een rijke back catalogue. En daarin hebben zich mettertijd ook al een paar onsterfelijke klassiekers ontwikkeld, zoals een geweldig stomend “Doomsday Machine” dat steevast een gegeerd orgelpunt is op een Kadavar concert.
Mogen we daar ook gerust aan toevoegen : onsterfelijke vintage seventies rockers als “Black Sun” en “All Our Thoughts”. En na vanavond weten we ook dat het nieuwe “Die Baby Die”, hier als wervelende bis opgevoerd, een heuse publiekslieveling is geworden. Snedig, denderend en dodelijk heavy.

Kadavar, geweldige band die nog onbeschaamd durft rocken met de haren in de wind !

Neem gerust een kijkje naar de pics
Monolord
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/view-album/104
Kadavar
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/view-album/105

Kadavar + Monolord
Kreun
Kortrijk

Organisatie: Wilde Westen

Uncle Acid and The Deadbeats wordt nogal snel bestempeld als een metal band. Een beetje kort door de bocht is dat, vooral voor een band die net iets te graag zelf uit die bocht vliegt. Laat ons aannemen dat het hier gaat over een soort metal die bij voor voorkeur in een gammele schuur is opgenomen in plaats van in een peperdure studio. Metal ontdaan van alle bombast, kapsones, spierballen of lachwekkende haardossen. Uncle Acid houdt het liever rauw en smerig en dompelt de versterkers maar al te graag in een bad van steengruis alvorens ze volledig in het rood te laten gaan. Denk aan Black Sabbath en Blue Oyster Cult die in een vochtige kelder zijn opgesloten, of aan Ty Segall die Kyuss door een versleten vleesmolen draait.

Geen band die de lo-fi metal beter beheerst dan Uncle Acid & The Deadbeats (of het moet Fuzz zijn, niet toevallig weer een hobbyclubje van Ty Segall), getuige de vijf albums die ze inmiddels al bij mekaar gesmeed hebben. ‘Wasteland’ is daarvan de laatste en het is wederom een ferm staaltje grofkorrelige garage-metal. Daaruit zijn de gejaagde en snedige gruisrockers “I See Trough You” en “Shockwave City” blijkbaar al tot publiekslievelingen uitgegroeid, en met het slepende monstertje “No Return” wordt Black Sabbath door een toxisch bad van modder en salpeterzuur gesleurd.
Verder graait Uncle Acid ook nog flink uit hun back catalogue. Krakers als “I’ll Cut You Down”, “Mt Abraxas”, “Waiting For Blood” en een verschroeiend “Death’s Door” doen de stoom uit alle schouwen tegelijk blazen. Het klink ronduit geweldig, sneert als een heuse orkaan door de AB en laat daarbij heel wat vunzige rock’n’roll-smurrie achter.
Live weet Uncle Acid immers dat rauw en gemeen geluid nog een extra dimensie te geven. De onverstaanbare vocals klinken alsof ze uit een ondergronds buizenstelsel komen, maar ze zitten de ongepolijste powersound als gegoten. Zo ook de gitaarsolo’s, dit zijn hoegenaamd geen spreidstand-ego-trips met guitar-hero allures, ze staan daarentegen volledig in dienst van de scheurende songs. Uncle Acid creëert daarmee een sfeertje waarin het publiek wordt opgezogen in een bad van giftige stoner-rock en smerige proto-metal. De voltallige AB Ballroom laat zich er vanavond gewillig in onderdompelen.

Als dit al metal zijn, dan is Uncle Acid & The Deadbeats tenminste een band die de rock’n’roll terug in het genre heeft gebracht. En dat is meer dan welkom.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Terwijl elders in het land het mainstream bandje Foo Fighters een voorspelbaar blik greatest hits opentrekt en de Rode Duivels een stel Costa-Ricanen in de pan hakken, is de meeste geweldige belevenis van de avond ongetwijfeld de passage van het fantastische All Them Witches in de AB.

De band tourt momenteel in Europa voor een stel festivals, maar tussendoor is een zaalconcert natuurlijk lekker meegenomen, en al zeker als dat concert er eentje is in de AB. Hun vorige doortocht, in de sympathieke AB Club weliswaar, werd immers door AB geregistreerd en die opnames bleken de band zo goed te bevallen dat ze de hele zwik als live album hebben uitgebracht, een bijzonder sterke live plaat trouwens, als je ’t ons vraagt.

In een volgelopen AB Box blijkt dat All Them Witches zowaar nog progressie hebben gemaakt. De bedreven flow die hun sound zo kenmerkt blijft behouden maar de songs klinken precies nog strakker en intenser. Bovendien hebben ze een paar kersverse tracks meegebracht en die zijn nergens minder dan wonderlijk.

Ook al lijken ze soms te jammen in de richting van de seventies, bij All Them Witches valt alles steevast in de juiste plooi. Het is retro zonder oubollig te zijn, psychedelisch zonder de verdwalen in een veld vol verdachte paddenstoelen en heavy zonder te verdrinken in een zee van lawaai. Soms voelt het als Jim Morrison die wordt geruggesteund door Kyuss, elders als een soort avontuurlijke Black Sabbath, en tussendoor komt ook even Pink Floyd lonken. En laten we de Jimi Hendrix van Electric Ladyland niet vergeten. Jawel, gitarist Ben Mc Leod verdient echt zo veel lof, zo verheft hij de bloedmooie blues “The Marriage Of Coyote Woman” tot iets buitenaards. Iets later in de set kom All Them Witches in een nieuwe song nog een keertje met een bloedstollende blues opzetten, alle haartjes op onze armen komen recht te staan, dit is kippenvel bij de lopende meter.

De band vindt een harmonieus evenwicht tussen doom, stoner, psychedelica en blues, en steeds klinkt het alsof ze die vloeiende sound ter plaatse uitvinden. Altijd voel je dat een song zomaar kan gaan openbarsten, maar All Them Witches zijn meesters in het ophouden, ze dreigen en laten de songs opborrelen tot die knal er uiteindelijk komt. Soms komt die zelfs niet, zoals in het prachtige “Am I Going Up” dat constant blijft smeulen en gloeien. De song contrasteert perfect met de gloeiende stoner-knalpot “When God Comes Back”, die al headbangend de AB Box in de fik zet. Nog zo een briljant monster is “Swallowed By The Sea”, dat zich in verstilde modus op gang trekt en vervolgens de doom-metal wereld intrekt en uiteindelijk ergens met een noise-palet in de buurt van Swans terechtkomt. Ook dat kunnen ze, lawaai maken en dan net niet in overdrive gaan.

De schitterende bisronde is er eentje om in te lijsten, met een driftig “Mountain” en  een stomend “Charles William”. Maar vooral de afsluiter “Blood and Sand / Milk and Endless Waters” is een kwartier lang fenomenaal. Een bijzonder lange track waarbij de rillingen minutenlang over onze rug lopen, constant dreigend, met de gitaar die als een ratelslang constant doorheen de song sluimert en een basgitaar die tot diep in onze darmen dreunt.

Van AB Club tot AB Box tot AB Zaal, mogen we aannemen. Voor volgend jaar misschien, beste AB programmator ? En och ja, als er ook vanavond toevallig opnames zouden zijn gemaakt dan mag daar gerust terug een live plaatje van komen. Heel graag zelfs, want dit was een 18 karaats concert.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

 

Supertalent is een term die soms al te gauw in de mond wordt genomen. Akkoord, de nog piepjonge Marcus King kan een verdomd potje gitaar spelen en hij is gezegend met een zeer soulvolle stem die niet aan iedereen gegeven is. Tot zover de factor talent.

Van songschrijven heeft hij echter minder kaas gegeten. Tussen alle virtuoze passages van Marcus King en zijn bandleden bespeuren wij niet echt onvergetelijke songs.

We zien eerder een band die meermaals vervalt in de clichés van het genre. Dit is immers een mengeling van zeer Amerikaans getinte bluesrock met soul-, jazz- en funkinvloeden. Een sound in het verlengde van bands als Blues Traveller, Gov’t Mule of Dereck Trucks Band, allemaal groepen die zweren bij rockmuziek met uitgesponnen songs en wel zeer lange instrumentale passages, alsof de seventies nooit zijn weggeweest. Dergelijke bands zijn dan ook groot in Amerika, maar in Europa laten ze de zalen niet met duizenden vollopen, waarschijnlijk omdat men bij ons nog efficiëntie verkiest boven muzikaal vakmanschap. Een halfvolle Zwerver lijkt hier het hoogst haalbare.

Zo komen we ook meteen bij het grootste probleem van deze band. Er moet zo nodig worden aangetoond dat alle de groepsleden meer dan aardig overweg kunnen met hun instrumenten. Uiteraard is dat zo, de blazers zijn uitmuntend, de keyboards fantastisch en het gitaarvernuft van Marcus King is van buitengewone aard. Alleen de drummer valt wat uit de toon, we zijn sowieso al niet tuk op drumsolo’s (voor ons doorgaans het ideale moment voor een sanitaire pauze), maar deze die we vanavond krijgen voorgeschoteld is één van de meest lamlendige die we ooit hebben mogen meemaken.

Maar goed, op zijn best doet dit bedreven gezelschap ons denken aan Janis Joplin, Frank Zappa, Santana, Allman Brothers Band of Ten Years After, en dat zijn natuurlijk niet van de minsten. Geregeld komt ons ook SIMO voor de geest, een band die vorig jaar nog een geweldig concert verzorgde in de AB Club.

Hoezeer Marcus King ook zijn teamgenoten in de picture zet, hij is natuurlijk nog altijd zelf de ster van de avond. En dat weet hij, zijn soulstem schittert meermaals doorheen de set en zijn gitaarsolo’s vliegen per lopende meter door de zaal. Die zijn steeds genietbaar, maar wij missen in zijn gitaarspel toch wat rauwheid of hier en daar een smerige riff die de set zou kunnen openrijten.

Marcus King lijdt ook een beetje aan het Bonnamassa-syndroom, hoewel het eigenlijk nog net draaglijk blijft. Bij Bonnamassa kan je immers in een tijdspanne van één gitaarsolo achtereenvolgens de lunch nuttigen, een siësta doen en vervolgens nog gauw even de hond uitlaten. Bij Marcus King valt het dus nog best wel mee, hij streelt en omhelst zijn gitaar, maar hij neukt ze niet. Bovendien heeft hij ook niet dat gigantische ego van Joe -kijk eens wat ik allemaal kan- Bonnamassa. Toch best in de gaten houden, want het overkill-beestje lonkt.

Ondanks de soms te uitgebreide solomomentjes weet deze band ons toch meer dan anderhalf uur te entertainen met hun uiterst vaardige en soulvolle rockmuziek. Een beetje te veel van het goede, dat wel, maar dat is natuurlijk eigen aan het genre. En als we het wat bondiger willen, zetten we bij thuiskomst toch gewoon iets van The Ramones op.

Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge

 

Hidden Trails + Colour Haze - Freaky psychedelica en ongeremde gitaren
Hidden Trails + Colour Haze
Muziekodroom
Hasselt
2018-05-25
Sam De Rijcke

Hidden Trails is een beetje een buitenbeentje in de Belgische rockmuziek, ze zijn mijlenver verwijderd van de populaire elektro-kitsch à la Oscar en andere wolven, en ze springen ook niet op de trein van rechttoe rechtaan luide gitaarbandjes als Sons, Equal Idiots of Teen Creeps.
Hidden Trails begeeft zich immers in een door lsd aangetast straatje van psychedelische rock, een plaats waar songs niet hoeven in een keurslijf van maximum vier minuten gewrongen te worden en waar gitaarsolo’s een vrijgeleide krijgen. Daarom is deze band, die ontstaan is uit de restanten van Hypnos 69, steeds een goed bewaard geheim gebleven. Ze spelen een soort muziek die helemaal niet past in de playlists van StuBru, het strookt niet met de jingles, de reclameblokken en het oeverloos gelul van de presentatoren. Bij Radio 1 zit men dan weer te weinig aan de paddenstoelen om dergelijke bands een kans te geven.
De passage in de Muziekodroom is pas onze eerste kennismaking is met Hidden Trails, vergeef het ons. We zijn in ieder geval sterk onder de indruk van de freaky songs met een prog-randje, een hallucinogene Pink Floyd toets en een hoop schitterende en zweverige gitaarsolo’s. Wij lusten hier wel pap van, wij houden met name ook van Weedpecker, Motorpsycho en Crippled Black Phoenix.
Hidden Trails krijgt een uur lang de mogelijkheid om hun kunsten te tonen, en daar maken ze gretig gebruik van. Enig minpuntje vanavond is dat de vocals er maar wat flauwtjes doorkomen, voor zover dit belangrijk is in dit genre. Daardoor komt de nadruk nog meer op de fantastisch gitaaruithalen van Jo Neyskens te liggen, en die zijn om van te smullen. Heerlijke gitarist, heerlijke band, wij gaan ons verdiepen in hun album ‘Instant Momentary Bliss’ en hopen van u hetzelfde.

Al even onhip bij populaire radiozenders is Colour Haze, een Duitse band die de door Kyuss ontworpen stonerrock hoog in het vaandel draagt en die live nog een stuk uitvergroot via minutenlange gitaarsolo’s, splijtende riffs en glooiende rustige passages. Met bovendien een heus kleurenspectrum op de achtergrond en wat heerlijk gerstenat binnen handbereik vertoeven wij zo algauw in een trance-modus. Denk bij Colour Haze qua sound gerust in de richting van Motorpsycho of Causa Sui, wij doen het ook. Maar denk vooral aan een jam-interpretatie van Kyuss ten tijde van ‘Welcome To Sky Valley’ (en vraag u tegelijkertijd eens af waarom een geniaal gitarist als Josh Homme nu zo zit te klooien op die laatste drol van QOTSA terwijl hij destijds de meeste geniale stonerrock uit zijn gitaar toverde).
Op de laatste Colour Haze plaat ‘In Her Garden’ zijn er wat strijkers en blazers binnengeslopen en die staan daar trouwens mooi op hun plaats, maar live gaat het er in de aloude bezetting gitaar-drums-keyboards-bass wat steviger en rauwer aan toe. De ritmesectie zorgt voor een solide groovy onderbouw en de keyboards creëren een knoert van een seventies sound, maar natuurlijk is het de gitaar die hoofdrol wegkaapt. Virtuoos van dienst is Stefan Koglek, een freak die geregeld de Jimi Hendrix in zich loslaat en die vervolgens inlijft bij Black Sabbath en Hawkwind. Live zijn de gitaarpartijen nog iets meer freaky, de riffs nog een stuk vetter en de songs nog een pak langer dan op de albums. En dat wil wat zeggen, want hun platen lopen zo ook al over van ontspoorde vette psychedelica en uitgesponnen stoner-songs met hoog acid-gehalte. Kun je nagaan.
Colour Haze, geen spek voor ieders bek. Wel voor de onze.

In Duitsland vind je wel vaker dit soort uitfreakende psychedelische rock, een band als Samsara Blues Experiment bijvoorbeeld mag je gerust in één adem noemen met Colour Haze. Meteen onze tip voor het najaar : Samsara Blues Experiment staat op 17/11 in Le Magasin 4. U mag eens raden wie de support act verzorgt. Yep.

Organisatie: Muziekodroom, Hasselt

De immer bedrijvige Ty Segall wordt wel eens de wonderboy van de garage-rock genoemd. Met die wonderboy gaan we volledig akkoord, maar garage-rock is een veel te eng begrip voor dit veelzijdige talent. Segall waagt zich immers evenzeer met de vingers in de neus aan hard-rock, psychrock, stoner of zelfs Beatlesque pop, en telkens komt er magie uit. De bands waarin hij de laatste tien jaren speelde , zijn veel te talrijk om op te noemen, en dan zwijgen we nog over zijn werk als producer. Ty is een genie, maar bovenal een muzikant die overloopt van de goesting en altijd en overal de pannen van het dak wil spelen. Eigenschappen die steevast terugkomen bij al zijn bands zijn spontaniteit, onbezonnenheid en tonnen speelplezier.

Een knap staaltje daarvan kregen we in l’Aeronef, waar Ty Segall en zijn opgehitste Freedom Band voor een werkelijk waanzinnig concert zorgden. Eentje waar we nog niet helemaal van bekomen zijn. Dit was uitzinnig, wild, chaotisch, luid, smerig, noisy, onstuimig, punky, uitgelaten, ruig en heavy. Kortom, fantastisch !

In het laatste album zit er behoorlijk wat variatie en zijn er zelfs pure poppareltjes te bespeuren, maar op het podium vertaalde dat zich toch naar een heuse wervelstorm met uit de bocht vliegende gitaren, uitfreakende keyboards, heavy baslijnen en ontspoorde drums. Ty Segall gaf zijn songs een dubbele adrenaline-injectie en zette er nog eens extra 1000 Volt op. The Freedom Band ging vaak helemaal loos en volgde hun frontman in vaak luide jams en improvisaties. Het was wel duidelijk dat dit een band is die je er niet zal op betrappen dat ze iedere dag dezelfde show brengen. De muzikanten wisten soms nog niet bij de aanvang van een song waar die uiteindelijk zou uitkomen. Extatische songs als “Warm Hands” en de moordende Groundhogs cover “Cherry Red” mondden uit in lange snoeiharde noise-explosies waarin de gitaren in volle razernij tegen elkaar op soleerden. Het kwam de spontaniteit van het concert alleen maar ten goede, dit was bij momenten zeer chaotisch, maar wel altijd verdomd spannend.

Na al dat onstuimig geweld mocht het toch even iets rustiger, zoals in het Beatlesque “Goodby Bread” of “My Lady’s On Fire”, maar ook aan deze songs zat een ruig en onbesuisd kantje. Ook “Alta” begon nog als een zuivere popsong maar groeide algauw uit tot een heetgebakerde hardrocker die uit al zijn voegen tegelijkertijd barste. En met de pokkenluide afsluiters “Love Fuzz” en “Girlfriend” kwam het gezelschap als een dolgedraaide punkband de boel nog eens keertje volledig op zijn kop zetten. Er kwam stoom uit.

Het enige zweempje van kritiek waarop u ons kan op betrappen is dat Ty Segall onze twee absolute favorieten uit die laatste plaat achterwege liet, met name “She” en “And Goodnight”. Doorgaans speelt hij die twee wonderlijke krakers wel. Hadden wij even pech.

Organisatie: Aéronef, Lille

 

Monster Magnet is nog zo een goeie ouwe band waarbij de rock’n’roll uit alle poriën spat. Ze hebben na al die jaren nog steeds de looks, de attitude én de strakke sound, en ze geven van jetje als een bende jonge wolven die gulzig aan de spacecake hebben gezeten. Bovendien trekken ze zich niks aan van de huidige muzikale trends, er is met name op de nieuwe plaat ‘Mindfucker’ weinig of niks veranderd aan de simpele maar uiterst efficiënte retro-rock formule. Waarom zouden ze, er zit hoegenaamd nog geen sleet op. Op ‘Mindfucker’ stuift Monster Magnet immer stevig door met een portie vuile stoner-, garage- en hardrock met hier en daar een psychedelisch randje.

Dat zet zich ook over op het podium. In de Vooruit bolt Monster Magnet op zijn doel af als een goed geoliede F1 bolide met een hevig ronkende motor en een op hol geslagen knalpot. Van een opwarmingsronde is er geen sprake, al vanaf minuut nummer één ligt het gevaarte met de klassieker ‘Dopes To Infinty’ op kruissnelheid. Daarna raast Monster Magnet door met een snerend trio uit die nieuwste plaat. “Rocket Freak”, “Soul” en “Mindfucker” zijn stuk voor stuk hete lavabrokken die de kenmerkende power, de gedrevenheid en de tomeloze energie van dit zwaar rockende gezelschap meer dan ooit uitstralen.

Er zit serieus wat vaart in de set, er worden nauwelijks pauzes genomen tussen de songs, de trein dendert stevig door en ballads zijn even ver te zoeken als goudvissen in de Nevada woestijn. De loden riffs waarop het geweldige oudje “Look To Your Orb For The Warning” voortdrijft brengen de heavyness enkele graden naar boven, en het monster graaft zelfs nog wat dieper in het verleden met een smerig “Dinosaur Vacume” uit ‘Superjudge’, een album dat onlangs 25 kaarsjes mocht uitflikkeren.

De slopende jaren lijken trouwens al bij al nog niet zo een vat te hebben gehad op de band. David Wyndorf heeft al een zwaar leven achter de rug, met onder meer overmatig drankgebruik en een gebeurlijke overdosis medicijnen, maar op zijn zestigste ziet de charismatische frontman er nog bijzonder rock’n’roll uit en lijkt hij de tijd van zijn leven te hebben. Wat trouwens ook geldt voor de voltallige band, die gasten hebben er echt goesting in.

Nog zo een klepper uit de nieuwe plaat is het wilde “When The Hammer Comes Down” dat de ideale springplank is naar de onsterfelijke beestjes als “Negasonic Teenage Warhead” en de publiekslieveling en ondertussen Monster Magnet’s ultieme lijfsong “Space Lord”, waarin de motherfuckers met honderden tegelijk de lucht invliegen.

Een bisronde kan niet uitblijven, en ook deze is uitmuntend, ruig en wild. Het nieuwe “Ejection” vliegt er snel en hard tegenaan en klinkt een stuk feller dan op plaat. Wat volgt is een verbluffend en majestueus “End Of Time”, niet meteen Monster Magnet’s bekendste song, maar wel een formidabele retro hardrocker die zich manifesteert tot één van de hoogtepunten van de avond. Als ultieme toetje mag het publiek op de tonen van een vlammend  “Powertrip” een laatste keer uit de bol gaan.

De Vooruit kan een zoveelste legendarische concertje in de boeken registreren.

Organisatie: Democrazy, Gent

 

donderdag 17 mei 2018 02:00

Eat The Elephant

Het is nu al jaren dat wij vol ongeduld zitten te wachten op nieuw werk van het weergaloze Tool. Op heden is de band op tournee door de USA, ze leven dus nog, maar wij moeten het hier voorlopig stellen met vage of valse geruchten. Of, zoals recent nog, met enkele stuiptrekkingen van frontman Maynard James Keenan, meer bepaald diens hobbyclubje Puscifer, het elektro uitstapje waar wij onze pap echt niet kunnen mee koelen.
Nu tracht men ons te paaien met nieuw werk van A Perfect Circle, dat andere zijprojectje van Keenan dat ondertussen ook al 15 jaar in de diepvries heeft gezeten. Het is alweer een doekje tegen het bloeden.
Destijds werd A Perfect Circle in het leven geroepen als een soort spin-off van Tool, het was het nieuwe speeltje van Maynard James Keenan en Billy Howerdel. De platen ‘Mer de Noms’ en ‘Thirteenth Step’ hadden ongetwijfeld hun sterktes, maar toch hadden wij altijd de indruk dat A Perfect Circle een soort Tool-light was, het kleine en brave broertje dat altijd in veiligheid gebracht werd éénmaal de grote jongens echt het gevaar gingen opzoeken.
Ook met ‘Eat The Elephant’ stoten we op een netjes geproducete plaat met fraaie prog-rock en enkele knappe songs, maar we missen de kwaadheid, het hellevuur en de brute kracht van de grote broer.
Maynard James Keenan houdt zijn demonen te sterk onder controle en staat overal vrij clean te zingen. Hij wordt nergens echt kwaad, en dat is jammer. Ook de band (met o.a. voormalig Smashing Pumpkins gitartist James Iha in de rangen) speelt hier meer dan voortreffelijk maar doet dat overal wel heel keurig binnen de lijntjes. We onthouden desondanks toch een stel fijne songs die het bestaansrecht van A Perfect Circle in ere houden, zoals “Disillusioned”, “The Doomed” en “Hourglass”, maar we zijn niet overdonderd.

Als er één ding is die deze ‘Eat The Elephant’ bij ons teweegbrengt, dan is het dat onze honger naar een nieuwe Tool terug wat meer is aangewakkerd, en het was al niet meer te houden.
A Perfect Circle staat trouwens op Graspop en in december zelfs in de Lotto Arena. Van Tool geen spoor.

donderdag 17 mei 2018 02:00

Tranquility Base Hotel & Casino

Alex Turner heeft vanuit zijn nieuwe stekje in het zonnige LA een soloplaat gemaakt. Voor alle zekerheid heeft hij er toch maar de groepsnaam Arctic Monkeys onder gezet. Verkoopt beter.
Bent u liefhebber van de extatische en opwindende indierock van die eerste twee Monkeys platen ? Sorry, U bent er helemaal aan voor de moeite.
Houdt van Turners zijprojectje The Last Shadow Puppets ? Dan kan u hier misschien wel iets mee aanvangen, hoewel er in dat hobbyclubje van Turner en Miles Kane toch heel wat meer dynamiek zat.
Turner slaat nu aan het croonen, zit met zijn kop in dromenland en waant zich regelmatig in de cinema. Referenties zijn deze keer Barry Adamson, Richard Hawley, Curtis Mayfield, Burt Bacharach en David Bowie. Op zich allemaal indrukwekkende namen, daar niet van, het probleem is echter dat Turner in de meeste gevallen niet tot aan hun enkels reikt. Zijn band redt het ook niet, die zijn trouwens gedegradeerd tot sessiemuzikanten die alles braafjes mogen inspelen. Als schoothondjes volgen ze blindelings hun baasje richting nieuwe bestemmingen, en dat zijn heel dikwijls doodlopende straatjes. Heel de plaat kabbelt zo verder op Turners luilekkertempo zonder dat er ook maar iets spannends gebeurt, het lijkt wel hangmatmuziek. De titel is in ieder geval goed gekozen, dit is muziek bestemd voor de hotellounge, rock’n’roll gehalte 0%.
Wij waren ook al geen fan van het zwaar overschatte ‘AM’, maar daarop stonden tenminste nog een paar tracks waarin enige opwinding sluimerde. Deze keer is elke vorm van commotie volledig in de kiem gesmoord.
Laat ons hopen dat de plaat niet al te zeer in de spotlights komt te staan op de aanstormende zomerconcerten. De songs van ‘Tranquility Base Hotel & Casino’ zal u op Rock Werchter of op Best Kept Secret makkelijk van de rest kunnen onderscheiden, het zijn deze die telkenmale de vaart uit de set halen.

Wijsneuzen noemen dit album een verrassende en moedige stap, andere betweters vinden het een fantastische zet van een band die evolueert en vernieuwt. Voorlopig durft bijna niemand het aan om dit een ronduit zwak en futloos album te noemen. Want ja, dit zijn immers de ongenaakbare Arctic Monkeys, dit kan toch niet anders dan goed zijn ?
Wat in dergelijke dubieuze gevallen ook altijd een dooddoener is : ’t is een groeiplaat.
My ass, groeiplaat. In ons biotoop zal dit onding nooit groeien. Stof vergaren, dat wel.
Kutplaat.

donderdag 17 mei 2018 02:00

Birthmarks

Op ‘Birthmarks’ graaft Teen Creeps zichzelf een weg tussen de felle nineties gitaarrock van Dinosaur Jr, Superchunk, Sonic Youth en de hedendaagse gruizige klanken van Traams en vooral Cloud Nothings. Met zo een referenties mag je best wel buitenkomen, me dunkt.
Teen Creeps doet het bovendien met een stel gedreven en opgejaagde songs waarbij de gitaren al eens lekker mogen doorscheuren. De voornaamste kleppers zitten vooraan. Met “Sidenote”, “Hindsight” en “Mercury” heeft Teen Creeps een stel potige songs in huis die lekker doorrazen en uitnodigen tot meerdere bedieningen van de repeat toets. Het gaat meestal recht vooruit, enkel op “Good Intentions” wordt een beetje gas teruggenomen. Onze gedachten dwalen hier terug af richting nineties, meer bepaald tot bij die fijne gitaarrock-ballads van Buffalo Tom.
Voor de rest rammen de jongens naarstig door en met amper 9 songs hebben ze zich wijselijk ook niet bezondigd aan overdaad. Dit is met name een beloftevolle gitaarband die gedurende een dikke 35 minuten op scherp staat te spelen. Moet ook live vonken geven.

Pagina 9 van 100