logo_musiczine_nl

Trix, Antwerpen - events

Trix, Antwerpen - events 2024 - 27 maart: Bill Rider-Jones - 28 maart: Tuff Guac - 28 maart: Hifive: Brad Stank - 29 maart: Zoë Tauran (ism FKP Scorpio) - 29 maart: Born of Osiris, Attila, Aviana, Crown Magnetar - 30 maart: Tommy Guerrero - 31 maart: Peter…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

De legendarische Frank Zappa hadden wij al twee keer in België meegemaakt, waarbij we van zijn laatste doortocht in Gent vooral onthouden hebben dat zijn eigenlijk schitterende concert jammerlijk genoeg bijna volledig wegzonk in de verschrikkelijke akoestiek van het Gentse Kuipke.

We waren nu dan ook geen klein beetje benieuwd hoe Dweezil Zappa het voor mekaar zou krijgen om het indrukwekkende repertoire van vader in te studeren en op een geloofwaardige manier voor een publiek te brengen. Want uiteraard bestond dat publiek helemaal uit Zappa-freaks, muziekliefhebbers pur sang , veertigers en vijftigers met een kritisch oor en een voorliefde voor, zeg maar, de betere muziek. Iedereen had zowat zijn eigen ingebeeld lijstje favoriete Zappa songs die men maar al te graag wou horen en enkele overenthousiaste fans konden het dan ook niet nalaten om luidkeels hun voorkeur uit te roepen, waarop Dweezil gevat antwoordde “You treat us like we’re a fucking jukebox”. Gelijk had ie, want hij had zelf voor een interessante en boeiende greep gekozen uit dat omvangrijke oeuvre van vader. De ware Zappa fan kwam hier ruimschoots aan zijn trekken en werd op zijn wenken bediend door Dweezil en zijn 7 kompanen, stuk voor stuk klassemuzikanten, want net als zijn veeleisende vader laat Dweezil zich alleen maar door de allerbeste omringen. Wie met een Zappa het podium opstapt zal maar best geen prutser zijn.
Al van bij het begin, met een perfect uitgevoerd “Peaches and regalia”, wisten we dat het goed zat. Hier waren klasbakken aan het werk die het geniale werk van de grootmeester uitvoerden met liefde, feeling, technisch vernuft en tonnen respect. Dweezil Zappa is een al even begenadigd gitarist als zijn vader en als bandleider kon hij het zich permitteren om uitvoerig te soleren. Lange soli als in “Willie the pimp” en “Cosmic debris” waren de perfecte gitaarpartijen die we van een Zappa willen horen, virtuoos en knap. Dweezil  mag dan misschien niet echt gezegend zijn met de humor en spitsvondigheid van zijn vader, de muzikale genialiteit is hem wel meegegeven. Zich bewust zijnde van zijn vocale beperkingen liet hij zijn gitaar meer spreken dan zijn stem, voor de rest was er een fantastische band en voor de sublieme songs had vader lang geleden al gezorgd. Via projectie op groot scherm mocht papa zelfs meespelen- en zingen op “Cosmik Debris”, een perfect samenspel tussen Frank Zappa rechtstreeks vanuit het hiernamaals en een schitterende band hier en nu op het podium. Bij het laatste nummer, een wervelend “Muffin man” werd de truc op het scherm nog eens overgedaan met een weergaloze solo van the man himself, perfect aansluitend op de band die de briljante song op een explosieve manier aanhief.
Zappa was echter niet de enige ster van de avond. Laten we ouwe getrouwe Ray White niet vergeten en dan vooral zijn fenomenale stem. Ray deed klassiekers als “San Ber’dino”, “City of tiny lights”, “Joe’s garage”, “Dorine” en “Carolina hardcore ecstacy” klinken zoals Frank het zelf zou gewild hebben, niet minder dan fantastisch dus.
De magistrale muzikanten, waaronder een uitmuntende saxofoniste, maakten van “Eat that question” een instrumentaal hoogtepunt van de avond, hier kwam de jazzfreak in Zappa terug naar boven. Ook de compleet maffe sixties periode werd niet overgelaten met  “Son of suzy creamcheese” en “Brown Shoes don’t make it”, waarin de geniale gekte van The Mothers of Invention herleefde.
Eén minputje maar, het te lange intermezzo waarbij ieder bandlid zijn eigen solo moment kreeg. Beetje overbodig, want toen wisten we al lang dat hier prachtige muzikanten op het podium stonden, ieder zijn solo om dit te bewijzen hoefde niet echt.

Liefst twee en een half uur hield Zappa ons in de ban, het was geen minuut te veel. Integendeel, van ons mocht het nog de hele nacht duren.
Tijdens de set vertelde Dweezil dat hij en zijn band nog heel wat huiswerk te doen hadden met het instuderen van nog pakken Zappa songs en dat zij hiervoor de komende jaren nog wel enkele keren naar België zouden terugkomen. Snel aan het werk, zouden wij zo zeggen, en de volgende keer zijn we zeker terug van de partij, want wij kunnen u hier zo nog een veertigtal prachtsongs opsommen die we maar al te graag in een concertzaal zouden willen meemaken.
Dit concert was absoluut de naam Zappa waardig en deze keer kregen we wel een perfecte akoestiek dankzij de Koningin Elisabethzaal, wat onze kater van zoveel jaren geleden een beetje verzacht.
Beste mensen, Zappa leeft !

Organisatie: Live Nation

woensdag 03 oktober 2007 02:00

Pull the pin

Dit is alweer de zesde cd van Stereophonics. Doch het zijn vooral de eerste twee die ons zijn bijgebleven wegens een geslaagde combinatie van melodie, sterke songs en een rauwe sound. Vanaf het derde album begonnen sporen van bloedarmoede op te treden. Op hun albums stonden nog wel een aantal boeiende songs, maar deze waren alsmaar moeilijker te vinden tussen het overwicht van slappe en stroperige ballads, slijmballen van songs die zodanig op onze zenuwen werkten dat we spontaan de neiging kregen om onze Stereophonics platen bij het grof huisvuil te zetten. Het slechte nieuws : dit soort songs staat hier weer op. Het goede nieuws : ze zijn in de minderheid. Finaal hebben we er maar drie geteld, de ongelukkige singlekeuze “It means nothing” (te plat en te goedkoop) en de melige draken “Daisy lane” en “Stone”.  Volgens de bijgeleverde bio zou “Daisy lane” een Nick Cave-achtig nummer zijn, maar geloof daar vooral niks van.
Tot zover de missers. Verder kunnen we u met plezier vertellen dat Stereophonics een stevige en gebalde rockplaat afgeleverd hebben. Het begint veelbelovend met een vlijmscherp “Soldiers make good targets”, een gemene rocksong die zowaar enkele Nirvana trekjes vertoont. Uiteindelijk blijkt dit wel de beste track van het album te zijn, maar ons hoort u niet klagen want de rest is ook bijzonder te pruimen, zoals een potig “Bank holiday monday” en een hevig rockend “I could lose ya”. Het prima “Ladyluck” is zo’n typische Stereophonics” song, een geslaagd huwelijk van melodie en stampende rock, net als “Drowning” en “My friends” waar de rauwe stem van Kelly Jones meermaals voor vonken zorgt.  Jones zingt meer dan hij zaagt, en dat is op de vorige drie platen wel eens anders geweest.  In “My friends” en “Crush” duikt zelfs een vleugje Oasis op, de betere momenten van Oasis weliswaar.
Deze ‘Pull the pin’ is dus wel degelijk het resultaat van een geslaagde reanimatie van de Stereophonics maar is vooralsnog geen ‘Performance and cocktails’, hun beste tot hiertoe. Dit nieuw album mag wel gerekend worden tot het betere werk van deze Welshmen. Hiermee vegen ze toch een beetje de zonden van hun vorige werk weg. 
Balans : 10 jaar bezig en een drie op zes. Dat kan nog net, maar bij de volgende is het alweer erop of eronder. Bij ons hebben ze alvast terug aan krediet gewonnen, gezien ‘Pull the pin’ ruimschoots onze verwachtingen overschrijdt.

woensdag 26 september 2007 02:00

Is Is (EP)

Opnieuw een geweldige EP als tussendoortje van dit fijne New Yorkse trio. De sound van sterke full cd’s als ‘Fever to tell’ en ‘Show your bones’ wordt hier verder gezet via vijf nieuwe vlijmscherpe songs met splijtende gitaarriffs en ferme vocale uithalen van de geweldige Karen O. Het zijn songs die al een tijdje lagen te rijpen en die om onbegrijpelijke redenen de voormelde cd’s niet gehaald hebben. Gelukkig hebben The Yeah Yeah Yeahs deze alsnog op plaat gezet want het zijn vijf wilde, rauwe en toch melodieuze prachtnummers. Fijn dat een band als The Yeah Yeah Yeahs het belang van de EP terug heeft uitgevonden, op zo’n plaatje staan tenminste nooit overbodige dingen, voor je ’t weet is het al afgelopen en denk je ‘wow, that’s it ‘ en dan zet je het plaatje gewoon nog een keer op.

woensdag 19 september 2007 02:00

Boxer

Net als Editors en Interpol hebben The National iets met de ‘80’s en zitten ze met een knoert van een Joy Division fixatie. Maar in tegenstelling tot voormelde generatiegenoten hoort The National met hun intiemere sound meer thuis in een nachtelijke kroeg dan op de grote podia van de zomerfestivals. Ze zijn ook niet binnengehaald als de nieuwste hype en hebben zonder de druk van opdringerige pers en media deze fijne plaat op de wereld kunnen loslaten. De songs zijn op het eerste zicht niet meteen zo spectaculair, ze moeten wat langer rijpen en komen iets trager uit hun schelp.
The National moet het eerder hebben van onderhuidse spanning en maakt daarbij nuttig gebruik van strijkers, piano, blazers en heel even zelfs een trekzak. De diepe stem van Matt Berninger versterkt het intieme karakter van de songs en zorgt er voor dat dit een warme plaat is geworden met songs die mooi open bloeien als “Green gloves” en “Slow show”. The National hangt hier ergens tussen een ingehouden Tragically Hip en Joy Division zonder zelfmoordneigingen.
Geen uitschieters en ook geen hits op deze ‘Boxer’, wel een verzameling mooie en verwarmende songs met karakter.

woensdag 19 september 2007 02:00

Lifeline

Ben Harper heeft wel meerdere muziekstijlen onder de knie zoals rock, blues, gospel en funk, maar deze keer heeft hij een echte soulplaat gemaakt. Zijn elektrische gitaar heeft hij in de koffer gelaten, dit is meer Otis Redding en Marvin Gaye dan Jimi Hendrix. Maar net als zijn voorganger, de dubbelaar ‘Both sides of the gun’ (1 goeie en 1 slappe kant),  is ‘Lifeline’ maar een half geslaagde plaat geworden. We zouden zelfs meer zeggen, ‘Lifeline’ is nog een stuk minder en klinkt bij momenten echt melig. Er staan nergens songs op die blijven plakken, ook al zijn ze vakkundig  verpakt door Harpers band The Innocent Criminals. De eerste drie nummers zijn zelfs gepasseerd zonder ook maar enkele luttele seconden onze aandacht te hebben aangewakkerd. Pas met “Needed you tonight”, een knappe weliswaar korte soulsong, komt er een beetje schot in de zaak. Daarna gaat het echter terug bergaf met een slap en lusteloos “Having wings”. In de swingende gospel-soul van “Say you will” wordt het tempo terug wat opgedreven maar lang duurt dat niet. Alleen de instrumental  “Paris sunrise 7” , Harpers interpretatie van Ry Cooder’s “Paris Texas” zeg maar, is nog de moeite waard al was het maar omdat we hier nog eens mogen horen wat een prachtige gitarist Harper eigenlijk is, en dat horen we nu net te weinig op deze ‘Lifeline’.
We hopen van harte dat we onze volgende cd recensie van Ben Harper eens mogen beginnen met “Ben Harper heeft nu eens een echte rockplaat gemaakt” want momenteel zitten we met een ondermaatse prestatie van een groot artiest. Foei, Ben!

dinsdag 11 september 2007 02:00

Panic Prevention

Nog zo een jonge gast uit de UK die met een eigenzinnige plaat komt aanzetten. Met Arctic Monkeys heeft hij het platte taaltje gemeen, met The Streets de arrogante raps, met Billy Bragg de prominent aanwezige vocals en met The Specials de opgehitste ritmes. Een talentrijke kerel dus met een neus voor frisse en originele songs zoals het lekker voortdenderende “Salvador”, het pittige “Brand new bass guitar” en het aanstekelijke en hitgevoelige “Calm down desert”. De band zorgt voor steeds verrassende baslijntjes, leuke synths en frisse orgeldeuntjes, maar de beste song is toch deze waar Jamie T. het helemaal in zijn eentje doet, namelijk het akoestische “Back in the game”. Het fijne “If you got the money” had van The Kooks kunnen zijn, afsluiter “Alicia Quays” neigt naar The Streets, een band waar deze Jamie T. wel vaker mee wordt vergeleken, onterecht menen wij want Jamie T. klinkt veel  meer geïnspireerd, een pak frisser en stuk minder vervelend dan The Streets. Kortom, hier schuilt talent in, daar waar The Streets al na 3 nummers eindeloos op de zenuwen beginnen te werken wegens een chronisch gebrek aan variatie op hun platen.

dinsdag 11 september 2007 02:00

Black Rain

We mogen niet vergeten dat Ozzy Osbourne met Black Sabbath een viertal essentiële platen heeft gemaakt, platen die de wereld echt nodig had.  Deze legendarische band waren pioniers maar zijn helaas door een hoop stompzinnige bands verkeerd begrepen. Sabbath introduceerde met name als eerste het occultisme en exorcisme in de rockmuziek maar dat is naderhand nogal uit de hand gelopen via een duizendtal death-metal, black-metal en weet ik veel wat voor metal-bands die het genre hebben uitvergroot tot ver boven de grenzen van het belachelijke. Ook Ozzy zelf is na zijn avontuur als zanger van Black Sabbath en na een aantal overbodige platen een karikatuur van zichzelf geworden, wat hij bovendien zelf nog wat sterker heeft in de verf gezet heeft door zijn vaak zielige optreden in de MTV reality-soap over hem en zijn familie.
Ozzy’s nieuwste cd ‘Black rain’, zijn eerste nieuwe werk in zes jaar, hangt aan elkaar van de hard-rock en metalclichés. Het is zo’n typische genreplaat waarvan er jaarlijks enkele honderden passeren om al even onopgemerkt terug in de vergetelheid te verdwijnen. Was een beginnend groepje met deze cd op de proppen gekomen, er had geen haan naar gekraaid, maar dit is nu eenmaal Ozzy en er mocht dus marketinggewijs al wat geld tegenaan gegooid worden om dit ding te promoten. Enkel het stevige gitaarwerk van woesteling Zakk Wylde houdt deze cd nog enigszins overeind want Ozzy zelf is al lang zijn geloofwaardigheid als (hard)rocker verloren, ook al staat hij hier niet slecht te zingen. De songs die hij op vandaag vervaardigt stijgen nergens boven de grijze middelmaat uit. Er zijn hier zelfs een paar pijnlijke dieptepunten te bespeuren zoals de tenenkrullende en stroperige ballads “Lay your world on me” en “Here for you”, je zou haast denken dat die poedelrockers van The Scorpions hier aan het werk zijn. Lichtpuntje op deze ‘Black rain’ is het venijnige “11 silver”, meteen ook het hardste nummer van de plaat. Ook opener “Not going away”, afsluiter “Trap door” en het titelnummer kunnen er nog net mee door maar de tijd dat Ozzy echte klassiekers schreef is al lang vervlogen.
We hopen voor hem, en we gunnen het hem echt, dat hij zelf nog plezier mag beleven aan het maken van deze muziek, maar voor ons hoeft het al lang niet meer.

donderdag 06 september 2007 11:05

Snakes & Arrows

Rush is in thuisland Canada en in de USA al sinds de jaren zeventig een grote naam, in Europa is de band al even lang totaal onhip. In onze contreien staat het niet echt om te dwepen met een band als Rush als je enige geloofwaardigheid aan je muzikale smaak wil geven. Bullshit, zo ook volgens Muse frontman Matthew Bellamy die dezer dagen overal gaat verkondigen dat Rush echt wel rockt. Waarom zouden wij dit dan ook niet mogen ? Bellamy heeft immers gelijk en voortgaande op de sound van Muse kunnen we niet anders dan vaststellen dat hij nog geen klein beetje heeft afgekeken van dit Canadese trio.
U zal Rush misschien kennen van ‘Moving pictures’, hun pièce de résistance uit de jaren tachtig die in tegenstelling tot hun andere platen ook in Europa wat potten heeft gebroken. De band krijgt al jaren het lelijke etiket ‘symfo-rock’ opgekleefd, een genre met een klef imago die aanbeden wordt in de States en in Canada maar in Europa enkel bij de Duitsers een beetje voet aan de grond krijgt (Duitse fans, het is niets om fier op te zijn, maar het is nu eenmaal zo).
Bij deze ‘Snakes & arrows” melden we u graag dat de symfo wat plaats heeft moeten ruimen voor de rock, dat de nummers niet meer struikelen over hun eigen ingewikkelde structuren en dat hier we geen ellenlange en uitgesponnen songs terugvinden (het langste nummer duurt amper een goeie 6 minuten, Rush heeft zelf nooit geweten dat ze dit ooit voor mekaar zouden krijgen).  Je moet nu ook gaan niet denken dat Rush regelrechte garage-rockers zijn geworden. De songs zijn steviger, compacter en directer dan wat we van hen gewoon zijn. Uiteraard staan deze drie gasten hier nog steeds virtuoos te spelen, het zijn daarvoor ook klassemuzikanten, maar het beoefenen van die virtuositeit klinkt nergens langdradig en staat de songs nooit in de weg.  Kortom, we bemerken nergens het “kijk eens mama, zonder handen” -syndroom die dergelijke bands wel eens parten kan spelen. Onze favorieten zijn de openingssong “Far city” en de geweldige instrumental “The main monkey business”, maar eigenlijk halen alle songs een hoog niveau en kunnen we hier spreken van de beste Rush plaat sinds jaren.

woensdag 05 september 2007 02:00

Black lives at the golden coast

The Icarus Line staan niet meteen garant voor de meest toegankelijke rockmuziek, dat weten we van twee vorige platen ‘Penance Soiree’ en het compleet overstuurde ‘Mono’.
Ook nu zijn ze weer heftig, geschift, uitgelaten en rommelig maar toch zit er wat meer structuur in hun nummers en zijn er zelfs hier en daar wat strijkers en blazers naar binnengeslopen. Op deze ‘Black lives at the golden coast’ gaat de band zo een beetje alle richtingen uit, van psychedelica tot shoegazer-rock tot felle punk, waardoor de eenheid in deze cd soms wel wat ver te zoeken is. Wij meenden achtereenvolgens Pil, Primal Scream, T-Rex, Sonic Youth, The Mars Volta, Jesus and The Mary Chain en The Stooges te horen, tussen dan nog een hele boel andere dingen die we niet meteen kunnen thuisbrengen. “Victory gardens” is zelfs een onvervalste ‘80’s song en afsluiter “Kingdom” is een geflipte jamsessie van acht minuten die bol staat van de experimenteerdrift. Maar die verscheidenheid tussen de songs is ook wel een troef en illustreert de boeiende evolutie die deze band doormaakt, waardoor we kunnen besluiten date deze ‘Black lives at the golden coast’ zeker de moeite waard is.

dinsdag 21 augustus 2007 02:00

The Scenery Of Farewell (EP)

Met  ‘What the toll tells’ hadden deze twee heren al voor één van de meest aangename verrassingen gezorgd van 2006. Amper een jaartje later komen ze aanzetten met dit interessant tussendoortje, een EP met 5 overwegend akoestische songs, 5 pareltjes als je ’t ons vraagt. Het zijn stuk voor stuk doorleefde songs die zichzelf zonder blozen een plaatsje mogen geven tussen het betere werk van Bob Dylan, Neil Young, Green On Red en The Drones. Alle nummers zijn van de hand van Adam Fontaine die voorzien is van een snijdende stem en die overigens ook de gitaar, harmonica en piano voor zijn rekening neemt. Hij wordt enkel bijgestaan door zijn buddy Hyde Edneud op drums en percussie. Fontaine’s songs ademen een rauwe schoonheid, het zijn onversneden en scherpe edelstenen die ons tot op het bot raken.  Afsluiter “Linger On” is het mooiste nummer van deze EP, een sublieme mijmerende ballad waarvan het haar op onze armen recht komt te staan.
Deze EP legt de lat wel erg hoog voor de Full CD die er zit aan te komen. We kunnen haast niet wachten.

Pagina 99 van 103