logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Lode Vanassche

Lode Vanassche

maandag 02 maart 2015 00:00

Id!ots - Stevige portie waanzin

Het is alweer van 2012 geleden dat Id!ots vriend en vijand kon verbazen met topkwaliteit waar alle John Spencers, Triggerfingers en Beefhearts duimen en vingers van aflikken. De betere pers was en is unaniem lovend en intussen hebben Luc en co een live reputatie opgebouwd om u tegen te zeggen.

Dit kwamen ze even demonstreren in ‘Bevergem’.  Al van bij de opener “Killing” de geniale waanzin van ugly papa Dufo als het ware ingetoomd door een al even geniaal waanzinnige gitarist Wouter. Wat een gitarist! De ritmesectie houdt alles stevig en retestrak in handen. Tom en Dick vallen dan ook op geen enkele fout te betrappen. Je wordt meteen vakkundig naar de strot gegrepen om gedurende de rest van set niet meer losgelaten te worden. Je hebt constant het gevoel op een vulkaan te zitten die op het punt staat serieus uit te barsten en je hoort meteen wat voor klassemuzikanten aan het werk zijn.
Ernst wordt afgewisseld met de onweerstaanbare zever van Luc. Het in het begin ietwat tamme Zwevegemse publiek zou en moest overstag gaan. Daar is met verve in geslaagd. “C2H5OH” doet me denken aan het betere Claw boys Claw, maar dat zou Id!ots oneer aandoen.
De lezer zal al begrijpen dat dit zootje ongeregeld moeilijk in een vakje te stoppen valt, en dat hoeft helemaal ook niet. Het zou zelfs idioot zijn om dat te doen. Alle nummers blijven favorieten (“Mosquito”, de heerlijk vettige blues op “Hangman”, de octaver op “The Bill”, “C2H50H” , “60Miles”), en ze vallen op geen enkel zwak moment of minder nummer te betrappen. Het nieuwe werk moet absoluut niet onderdoen en smaakt naar meer. Alles wordt gedragen door de locomotieven Dick en Tom, het gitaarwerk is perfect explosief en mocht het woord podiumbeest nog niet bestaan, het zou Luc Dufourmont geheten hebben.

Het wordt verdomme eens hoog tijd dat dit verdomde klotelandje en omstreken ID!OTS naar de juiste waarde schat. Die gasten hebben gewoon geen concurrenten.

De prettig gestoorde en licht legendarische voorman van wijlen Giant Sand, Howe Gelb, en de minzame en niet minder legendarische voorman van Grant Lee Buffalo, Grant Lee Phillips, zijn beste vrienden en gaan al een poos samen de hort op. De combinatie van deze twee breinen resulteert dus in een heus avontuur voor de fans van twisted Americana. En zo geschiedde in de fantastisch mooie zaal Harmonie te Oudenaarde. Een schare uitgelezen fans kon met volle teugen genieten van de peetvader en crooner van alt country Gelb en singer songwriter Grant. Kippenvel wanneer ze elk alleen spelen, vonken wanneer de partners in crime samen op het podium staan.

Howe Gelb schuwt de humor niet en slaat de toetsen aan met een welgemeende ‘Leave your face on’ (geen nummer). Zijn warme stem brengt schwung afgewisseld met stiltes en vooral rakende teksten met allerlei knipogen naar andere nummers. Zo sluipt stiekem “House of the rising sun”  binnen in een eigenzinnige interpretatie van “Summertime”. Gevolgd door een sarcastische visie op “What a wonderfull world”. Op het zesde nummer neemt hij de zessnaar ter hand, pulkt Ravi Shankargewijs enkele noten uit om te groeien naar een heerlijke warme stampende blues. Welcome in ‘his’ world. Zelf relativerende humor troef en een fantastische communicatie met het publiek.

Na een klein uur wordt Grant aangekondigd voor wat zij een mash up noemen, en wat ik ongetwijfeld een climax betitel.  Na een absoluut kipversie van Lou’s  “Pale blue eyes”  begint Grant er dus alleen aan. Pure akoestiek met zijn wereldhitje “Fuzzy” en nog een resem sterke songs slaan het publiek met verstomming. Grant Lee teert op zijn voormalig Buffalo-succes en Gelb teert op zijn extraverte eigenzinnigheid.

Een gezamenlijke bisronde is er ‘to penetrate your dreams’ en Howe’s diepe croonerstem brengt onder  andere “King of the road”. De absolute eer wordt aan Grant gelaten met een heuse honkey tonk. Neen, niet Stones, maar Elvis. Ei zo na moesten ze Gelb het podium afsleuren, figuurlijk dan. Ze vonden achteraf ook heel snel de weg naar de toog. Puike heren, die legendes.

Pics homepag Pieter Verhaeghe (Motherlovemusic)

Organisatie: Harmonie, Oudenaarde

GoneWest 2014 - John Cale -- De Kerstbestanden - Experimenteren met de Eerste Wereldoorlog
concerttent Peace Village Mesen
Mesen
2014-12-20
Lode Vanassche

GoneWest
haalde om een of andere reden  de grote John Cale naar het kleinste dorp in Vlaanderen. Het zou iets met een verbroedering te maken hebben tijdens den oorlog, maar Cale zelf pikte daar niet op in. Hij hield zich wel aan de afspraak om een twintigtal minuten met nieuw werk een eerbetoon aan de soldaten te brengen.

… En dat deed hij met de nodige eigenzinnigheid en verve. Conceptman slaat toe met “Time stands still” en schept  met een lange intro een sfeer van soundscapes die het oorlogsleed moeten vertolken. Even wennen dus. ‘They where young en they were proud’, zingt Cale met een uitgebreide bezetting van zangeressen, blazers en strijkers. “Young, proud and dead” bracht ons een stevige portie electronica en industriële noise. Pas bij “A refusal to mourn the dead” komt er een vleugje schwung waarin de onschuld wordt bekeken. Helemaal sterk intrigerend op voorwaarde dat je zich laat meeslepen in de gecreëerde sfeer. En daar is Cale de onbetwiste meester in.
Met zijn typische Welsche coolness en flegmatiek weet hij de volle tent te beroeren. Met pure vakmanschap wordt alles gelaagd en gedurfd opgebouwd. Met “Caligula” kondigt de backing vocaliste als een heuse sirene de dood aan. Deel één vond ik wel degelijk voorbereid en eigenzinnig. Cale zal wachten tot deel twee om met zijn publiek te communiceren.

Deel twee brengt ons een gearrangeerde en herbekeken integrale versie van het met poëzie en literatuur doorspekte meesterwerk ‘Paris 1919’. Zijn warme stem en charisma heeft nog geen gram moeten inboeten.  Tijdens “A child’s christmas” in Wales werd de gitaar industrieel gegeseld zodat ontsnappen onmogelijk werd. Zijne Velvet laat zich weer bijstaan door een dertiental vocalisten, strijkers en blazers , met als resultaat een haast onherkenbare maar even beklijvende versie van het oorspronkelijk zeer barokke “Paris 1919”. Deed me zelfs ergens denken aan ‘the kronos quartet’ uit ‘requiem for a dream’. Wat is het toch heerlijk spelen met dissonanten.

Onze ouwe vos heeft zijn streken bijlange nog niet verleerd en blijft dus pertinent weigeren om tussen de lijntjes te kleuren. En ook de keel van Cale is nog heel. “Mcbeth” evolueert subtiel maar zeker tot een heuse gospel van een dikke tien minuten met het repetitieve “Somebody knows for sure”.  Op de bis een final “Wake up” van je welste.
Een ‘Dammerik’ knielde gefascineerd neder voor onze godfather van het alternatief.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/john-cale-20-12-2014/


Meer info van de events  www.gonewest.be

Organisatie: GoneWest

Avatar
Avatar – interview + liveset
Naar het schijnt zijn Scandinaviërs goed in metal. Een van deze exponenten blijkt Avatar te heten. Niets te maken met een of andere oosterse godsdienst, wel met wat je denkt. In 2001 gestart als een eerder klassieke melodische metal band, zijn Johannes en co intussen geëvolueerd tot een heuse melodische technische death ’n roll ensemble met de nodige show en parfums. Ik mocht zanger en bezieler Johannes Eckerström interviewen. Tijdens het interview een ietwat frêle sympathieke knul, om later met een heus alter ego het podium te bestijgen. Johannes kon netjes in het Zweeds vertaalde vragen uitpikken. Je zal maar eens familie hebben die in hetzelfde dorp woont.

Hoe komt heavy metal in het landelijke Lindome? (Nabi j Göteborg)
Omdat metal nu eenmaal landelijk is! Niet dat we geen keuze hadden, maar van alle jeugdculturen en subculturen leek metal het meest voor de hand liggende. Zeg maar rebellie tegen die eeuwig durende Hillbilly cultuur in Zweden. Het is moeilijker om in pakweg Berlijn te starten met een metal band dan in het landelijke Lindome.  In  het nabije Kungsbacka, waar je schoonbroer woont, valt er nog minder te beleven. Je kan niet anders dan naar Göteborg trekken om iets op te snuiven. Ik heb daar als jonge snaak ooit eens AC/DC mogen zien.

Hoe schrijf je jouw songs? Start je met een tekst, een idee, of als een gitarist – je startte met een Mexican Fender Telecaster – met een rif?
Eigenlijk was ik als snaak een piano en een trombonespeler, redelijk klassiek dus. De puberteit vroeg achter een gitaar. Nu start ik eerder met een tekst, maar  ook in samenspraak met de anderen een mix van alles. Trouwens, ik verkocht ooit die gitaar en nu wil ik dat verdomde ding terug.

Is het schrijven van nummers van anderen en van elkaar stelen, of is er een ‘Big Brain’ die alles beslist?
Zoals ik al zopas vertelde, zijn we geïnspireerd door elkaar. Er komt iemand aanzetten met iets, en als iedereen er van houdt, pikken we dit op. Vandaar de eeuwige angst dat, als we iets hebben, het al eens ergens zou kunnen bestaan. We doen liever aan het betere jatwerk, zoals bijvoorbeeld een reggae basslijn transponeren naar een heuse metalriff. Een beetje creativiteit kan geen kwaad. Ik zou eerder iets van Bach of Bob Marley stelen dan van Judas Priest. Je kan moeilijk Breaking the Law herschrijven in een gelijkaardig  genre.

Waarom ‘ something in the way ‘?
Was gestart als B-kantje. We hadden even studiotijd over en the Ramones moesten het afleggen tegenover Nirvana. Niet voor Cobain hoor, we zijn enorm gefascineerd door Dave Grohl. Daarbij, iedere metalband covert een metalnummer, vaak met wat ironie. Wij deden iets anders en dan nog eens serieus.

Als iggy Pop naar de bank gaat, is hij duidelijk James Osterberg. Enkel op het podium is hij zijn alter ego Iggy. Kan dit een verklaring zijn waarom je op het podium make up en een outfit draagt?
Je doet me denken aan Alice Cooper. Je bent op het  podium iemand anders, maar toch dezelfde. Denk aan The Dice Man. Iedereen sprokkelt ikjes, maar je blijkft dezelfde. Nu ben je ander ikje als je mij interviewt. Vanavond ben je een ander ikje als je tegen je vrouw praat. Niets fake dus.

Ben je religieus?
Je lijkt op een leraar godsdienst! Ik ben ook leerkracht geweest. Zweden is wat moeilijk. Als je religieus bent, moet je overdrijven.  Next!

Hoe belangrijk zijn jullie clips? Ze zijn gewoonweg briljant en zeer goed geproduced!
Zie het als een totaalconcept. Ik streef ernaar om de muziek, het imago, een clip als allemaal onderdelen die van het geheel meer maken dan de som van die delen. Pure Gestalt dus.

Geef eens advies aan Steak Number 8.  
Goeie band. Veelbelovend. Leg de lat hoog en neem je vak ernstig. Zoek een eigen identiteit is plaats van anderen te willen nadoen. Vergelijk je dus niet met een andere band. Repeteer tot vervelens toe en zorg dat je net iets beter bent. En vooral, wees eerlijk, ook met jezelf. Identiteit en eerlijkheid zullen altijd overleven. We zijn niet Mili Vanilly, hé.

En je spreekt zo zacht, en nochtans heb je een misthoorn van een stem!
Je speelt ook wat gitaar, jij, hé? Je kan maar spelen als je oefent, constan oefent. Dit is wat ik doe met mijn keelgat, jong.
Nu worden we wel onderbroken zeker! De sympa zal zich direct transformeren in een eerder clowneske podiumgig en toch zichzelf blijven.

Even later stalkt Johannes het podium met een geschminkte kop, een hooghoed, lederen handschoentjes en een heuse stok. Hij verkent het podium en dirigeert zowaar het publiek. Gitarist Tim Öhrström en Jonas Jarlsby , samen met  bassist Henrik Sandelin, openen de show, want dit is het wel, door unisono hun afro en andere kapsels cirkelgewijs rond te draaien terwijl drummer John Alfredsson in een waas van rook gehuld zat.  
We krijgen dus een portie metal in ons strot geramd met de nodige bombast en theatraliteit. Clown Eckerström nam even zijn hoed af en zette  “Torn Apart”in.
Intussen hitste hij het volk verder op met zijn staf, dronk uit een vreemde beker en bracht zijn metalcircus naar een climax. Een resem fans stonden mee te springen alsof hun leven ervan afhing. Drie kwart van het vrouwelijke gedeelte gingen volledig mee, terwijl hun mannen de zekerheid van den toog verkozen, bij wijze van spreken dus.
“Dying to see you dead” mokerde het best. Het publiek bleef geduldig en enthousiast wachten en meeschudden tot de clown zijn zogezegd persoonlijke en eigenzinnige show afgewerkt had.

Ideale show, maar niet bijster origineel. Toch wel succesvol, ophitsend en redelijk fantastisch, ideaal voer voor de kenners en fans. “Something in the way” werd achterwege gelaten.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/avatar-10-12-2014/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/the-defiled-10-12-2014/

Organisatie: Alcatraz ism Kreun , Kortrijk

Avatar
Avatar – interview + liveset
Naar het schijnt zijn Scandinaviërs goed in metal. Een van deze exponenten blijkt Avatar te heten. Niets te maken met een of andere oosterse godsdienst, wel met wat je denkt. In 2001 gestart als een eerder klassieke melodische metal band, zijn Johannes en co intussen geëvolueerd tot een heuse melodische technische death ’n roll ensemble met de nodige show en parfums. Ik mocht zanger en bezieler Johannes Eckerström interviewen. Tijdens het interview een ietwat frêle sympathieke knul, om later met een heus alter ego het podium te bestijgen. Johannes kon netjes in het Zweeds vertaalde vragen uitpikken. Je zal maar eens familie hebben die in hetzelfde dorp woont.

Hoe komt heavy metal in het landelijke Lindome? (Nabi j Göteborg)
Omdat metal nu eenmaal landelijk is! Niet dat we geen keuze hadden, maar van alle jeugdculturen en subculturen leek metal het meest voor de hand liggende. Zeg maar rebellie tegen die eeuwig durende Hillbilly cultuur in Zweden. Het is moeilijker om in pakweg Berlijn te starten met een metal band dan in het landelijke Lindome.  In  het nabije Kungsbacka, waar je schoonbroer woont, valt er nog minder te beleven. Je kan niet anders dan naar Göteborg trekken om iets op te snuiven. Ik heb daar als jonge snaak ooit eens AC/DC mogen zien.

Hoe schrijf je jouw songs? Start je met een tekst, een idee, of als een gitarist – je startte met een Mexican Fender Telecaster – met een rif?
Eigenlijk was ik als snaak een piano en een trombonespeler, redelijk klassiek dus. De puberteit vroeg achter een gitaar. Nu start ik eerder met een tekst, maar  ook in samenspraak met de anderen een mix van alles. Trouwens, ik verkocht ooit die gitaar en nu wil ik dat verdomde ding terug.

Is het schrijven van nummers van anderen en van elkaar stelen, of is er een ‘Big Brain’ die alles beslist?
Zoals ik al zopas vertelde, zijn we geïnspireerd door elkaar. Er komt iemand aanzetten met iets, en als iedereen er van houdt, pikken we dit op. Vandaar de eeuwige angst dat, als we iets hebben, het al eens ergens zou kunnen bestaan. We doen liever aan het betere jatwerk, zoals bijvoorbeeld een reggae basslijn transponeren naar een heuse metalriff. Een beetje creativiteit kan geen kwaad. Ik zou eerder iets van Bach of Bob Marley stelen dan van Judas Priest. Je kan moeilijk Breaking the Law herschrijven in een gelijkaardig  genre.

Waarom ‘ something in the way ‘?
Was gestart als B-kantje. We hadden even studiotijd over en the Ramones moesten het afleggen tegenover Nirvana. Niet voor Cobain hoor, we zijn enorm gefascineerd door Dave Grohl. Daarbij, iedere metalband covert een metalnummer, vaak met wat ironie. Wij deden iets anders en dan nog eens serieus.

Als iggy Pop naar de bank gaat, is hij duidelijk James Osterberg. Enkel op het podium is hij zijn alter ego Iggy. Kan dit een verklaring zijn waarom je op het podium make up en een outfit draagt?
Je doet me denken aan Alice Cooper. Je bent op het  podium iemand anders, maar toch dezelfde. Denk aan The Dice Man. Iedereen sprokkelt ikjes, maar je blijkft dezelfde. Nu ben je ander ikje als je mij interviewt. Vanavond ben je een ander ikje als je tegen je vrouw praat. Niets fake dus.

Ben je religieus?
Je lijkt op een leraar godsdienst! Ik ben ook leerkracht geweest. Zweden is wat moeilijk. Als je religieus bent, moet je overdrijven.  Next!

Hoe belangrijk zijn jullie clips? Ze zijn gewoonweg briljant en zeer goed geproduced!
Zie het als een totaalconcept. Ik streef ernaar om de muziek, het imago, een clip als allemaal onderdelen die van het geheel meer maken dan de som van die delen. Pure Gestalt dus.

Geef eens advies aan Steak Number 8.  
Goeie band. Veelbelovend. Leg de lat hoog en neem je vak ernstig. Zoek een eigen identiteit is plaats van anderen te willen nadoen. Vergelijk je dus niet met een andere band. Repeteer tot vervelens toe en zorg dat je net iets beter bent. En vooral, wees eerlijk, ook met jezelf. Identiteit en eerlijkheid zullen altijd overleven. We zijn niet Mili Vanilly, hé.

En je spreekt zo zacht, en nochtans heb je een misthoorn van een stem!
Je speelt ook wat gitaar, jij, hé? Je kan maar spelen als je oefent, constan oefent. Dit is wat ik doe met mijn keelgat, jong.
Nu worden we wel onderbroken zeker! De sympa zal zich direct transformeren in een eerder clowneske podiumgig en toch zichzelf blijven.

Even later stalkt Johannes het podium met een geschminkte kop, een hooghoed, lederen handschoentjes en een heuse stok. Hij verkent het podium en dirigeert zowaar het publiek. Gitarist Tim Öhrström en Jonas Jarlsby , samen met  bassist Henrik Sandelin, openen de show, want dit is het wel, door unisono hun afro en andere kapsels cirkelgewijs rond te draaien terwijl drummer John Alfredsson in een waas van rook gehuld zat.  
We krijgen dus een portie metal in ons strot geramd met de nodige bombast en theatraliteit. Clown Eckerström nam even zijn hoed af en zette  “Torn Apart”in.
Intussen hitste hij het volk verder op met zijn staf, dronk uit een vreemde beker en bracht zijn metalcircus naar een climax. Een resem fans stonden mee te springen alsof hun leven ervan afhing. Drie kwart van het vrouwelijke gedeelte gingen volledig mee, terwijl hun mannen de zekerheid van den toog verkozen, bij wijze van spreken dus.
“Dying to see you dead” mokerde het best. Het publiek bleef geduldig en enthousiast wachten en meeschudden tot de clown zijn zogezegd persoonlijke en eigenzinnige show afgewerkt had.

Ideale show, maar niet bijster origineel. Toch wel succesvol, ophitsend en redelijk fantastisch, ideaal voer voor de kenners en fans. “Something in the way” werd achterwege gelaten.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/avatar-10-12-2014/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/the-defiled-10-12-2014/

Organisatie: Alcatraz ism Kreun , Kortrijk

Tom en co  van De Kreun hebben het programmeren héél goed onder de knie. Nu lieten ze Girls in Hawaii hun ‘Hello Strange’ in de Schouwburg voorstellen. Onze Brussels Waalse indierockband is terug en hoe! De dood van drummer Wielemans is goed verwerkt. Na drie jaar stilte kwamen ze in vernieuwde bezetting met ‘Everest’ onder de arm  Pukkelpopgewijs door de grote poort terug binnen.  ‘Een verzameling van 11 liedjes, 11 variaties op eenzelfde thema: afwezigheid, het gemis, het onherstelbare, het onbestemd, de levenskracht en het verlangen om tot rust te komen.’ (DM).  En dan nu het even beklijvende ‘Hello Strange’

Wat mij betreft was het arty farty voorprogramma TBC totaal overbodig. Eén man op het podium tracht nogmaals het warm water uit te vinden met elektronisch gestuurde klanktapijtjes: Ideaal als soundtrack bij de wondere wereld van de wetenschap door Chriet Titulaer. Ook zijn voice over was er over en men had enige moeite om dit drie kwartier te moeten aanhoren. De onverlaat dierf zelfs van songs te spreken!

En dan de real stuff. Girls in Hawaii. Zes echte muzikanten op het podium brengen semi-akoestisch minimalistische harmonieën met geen noot te veel en geen noot te weinig. Opener “From Where” was meteen raak en het publiek wist al direct wat hen te wachten stond. Een loepzuiver concert. “This Farm” is mooi gevarieerd. Samen met de voortreffelijke sound en belichting deed dit ondergetekende met verstomming slaan. Met Léonard – neen niet dat bishoofd- hebben ze een heuse multi-instrumentalist onder hun gelederen. “Catwalk” doet even aan de betere Absynthe Minded denken en het nieuwe “Creek” krijgt met de Fender Rhodes een heuse Manzarekaanse outro.
Thom Yorke  komt tijdens “Mallory” even piepen, zodat we met plezier kunnen stellen dat onze Waalse vrienden hun eigen ‘paranoid android’ hebben, en het mocht er best wel wezen. Invloeden legio. Can you escape? Nee dus. Vervolgens wordt een kinderlied een circusnummer, “Head on” ruikt een beetje naar ome Lou’s Perfect Day en met Rorscharch en vloeistofdia’s wordt even Syd Barret herdacht. Ze doen ook de moeite om contact te houden met hun publiek.

Verschillende invloeden uit verschillende genres worden vakkundig gelegeerd tot een unieke en eigen sound. Talent komt altijd bovendrijven. Een kippenvel versie van “Heart of Gold” dient een heuse mokerslag toe. Drie nummers later sluiten Girls af met het ludieke “Organeum”. Zoals The Lady zei: ‘Het is af.’ En ze had het over de muziek.

Playlist: From where/this farm/bees&butterflies/catwalk/creek/Mallory/misses/couples on tv/head on/rorscharch/leviathan/the fog/heart of gold/the spring/Switzerland/build a devil//organeum.

Organisatie. Kreun ism De Schouwburg Kortrijk

Jock McDonald is al een dikke dertig jaar de bezieler en frontman van het licht legendarische newwave-punk-cultbandje The Bollock Brothers. Iedereen kent wellicht nummers als “The last supper”, “The bunker” en “Harley davidson of a bitch”. Destijds vielen ze vooral op door het album van de Sex Pistols volledig te coveren in een electro-versie. Zodus, dertig jaar en evenveel kilo’s later gaat de immer sympathieke nog steeds de hort op met zijn Brothers, zij het in wisselende bezettingen. Meest opvallende figuur daarbij is Pat, die ooit nog de vellen bediende bij het ter ziele gegane Nacht und Nebel.

The Bollock Brothers kwamen , zagen en overwonnen zoals gewoonlijk. Voor de verandering werd geopend met “Faith Healer”. Het viel meteen op dat het geluid zeer goed zat en dat de nieuwe bassist schreeuwde om aandacht en dacht dat hij bij pakweg The Stones speelde. “The Bunker” zette meteen het overigens briljante publiek in vuur en vlam en het publiek droeg el sympathico meteen zo goed als letterlijk op handen. De band stond, dankzij een retestrakke ietwat funky ritmesectie op scherp en op rood. Pat is bij deze onmisbaar geworden.  Onze eigenste Luciente van Definitivos  kwam een nummer meezingen in een of andere net niet juiste toonaard  en zorgde voor het nodige kippenvel. Met “Harley Davidson” hoorde je haast Gainsbourg himself zingen.
Hoogtepunten werden afgewisseld door nummers die zouden moeten doorgaan voor voetbalhymnes. 

Conclusie: een ware reünie van long time no see friends, en een heuse kater …

Organisatie: Harmonie, Oudenaarde

Marianne Faithfull - Heerlijk ondeugend besje met virtuoze band
Marianne Faithfull
PvsK
Brussel
2014-11-19
Lode Vanassche

Marianne Faithfull - Toen hét boegbeeld van de sixties het podium kwam op geschuifeld was het even schrikken. Ze vleide zich met wandelstok neer op een troonachtige stoel, met leesbrilletje in aanslag, als was het dat ze een of ander saai vak wou doceren. Bleek dat The Lady zware rugproblemen euh… achter de rug had en ze nog even moest revalideren, na de nodige dosissen morfine. Toen Madame Mars haar schuren keelgat open trok en de band inzette, kregen we een lel van jewelste.

Met een meer dan voortreffelijk overzicht van haar reeds vijftig jarige carrière kregen we een concert om nooit meer te vergeten. Ze speelde niet op veilig door gewoonweg een chronologisch best of aan te bieden maar doorspekte haar concert met ‘rareties’, anekdotes en een ongelofelijke no nonsense zelf relativerende humor. 
‘ I’m not a young girl anymore, although I still act like one.’ Na “Witches” speelde ze, omringd door indrukwekkende muzikanten als Ed Harcourt en Rob Ellis, een naar de strot grijpende versie van “The Price Of Love” van Phil Everly. “Eat your heart out”, Roxy Music. Met de nodige vreugde kondigde aan dat Daniel Lanois in een vlaag van verliefdheid op Emilou Harris een song schreef: ‘I got the song, he’s got Emilou’. “As tears goes by” bezorgde ons het nodige kippenvel. Het besje probeerde ons dan te vervelen met een heuse passage uit junglebook om dan met het eigen “Mother Wolf” Nick Cave met Pink Floyd te laten kennismaken. ‘The junk part ot the show’ begon met een versie van Sister Morphine om U tegen te zeggen.

En zo werden pareltjes aaneengeregen. Het Koperen Keelgat kon uiteraard niet anders of “The Ballad Of Lucy Jordan” als dessert presenteren, gevolgd door alweer een zeldzaamheidje dat ze ooit in hogere sferen met Damien Albarn had opgenomen, toevallig “The Last Song”.

… Wijven met kloten, ze bestaan!

Organisatie: Live Nation

John Garcia verdiende zijn steenharde rockstrepen in de jaren 90 bij Kyuss. Hij kan gezien worden als één van de belangrijkste aanstekers van het desert- en stonerrock genre. Zijn laatste plaat met Vista Chino, de nieuwe naam voor Kyuss Lives! na een gerechtelijk geschil met oude vriend Josh Homme, dateert van vorig jaar en mag zeker gehoord worden. Nu doet Garcia het alleen en om zijn eerste soloplaat (zie review) op te nemen nodigde hij schoon volk uit. Robbie Krieger (The Doors) werd opgetrommeld en Danko Jones schreef een nummer.  Het werd in de Trix nogmaals duidelijk dat een oude woestijnvos zijn stonerstreken niet verleerd is. 

Om de boel vooraf op te leuken was Steak meegekomen. Het viertal uit Londen bracht enkele maanden geleden Slab City (zie review) uit, een zeer degelijk en veelbelovend debuut. Ook live werden er stevige lappen uitgedeeld. Onze zintuigen werden op scherp gezet met snedig snaarspel en een fris ogende frontman die veel meehad van Jon Snow uit ‘Game of Thrones’, maar we wijken af. Er werd simpelweg een ijzersterke set naar voor gebracht. Songs als “Coma”, “Liquid Gold” en “Roadhead” gingen er bij de liefhebbers van het genre in als gegrilde stonersteak. Spek voor onze bek en nu maar hopen dat er in de toekomst bevestiging komt. 

Daarna was het tijd voor de man of the evening om het beste van zichzelf te geven. Garcia bewees wederom dat hij niets meer hoeft te bewijzen. Het optreden kwam strak op tijd als een zware dieselmotor op gang. De frontman van menig desertrockband zag er een beetje moe uit en had waarschijnlijk wat last van toursleur. Nieuwe nummers zoals “My Mind” en “Rolling Stoned” werden prima ten berde gebracht door de ervaren achterhoede die meegekomen was en gaandeweg raakte den John in form. “Pilot Of The Dune” uit zijn periode bij Slo Burn en het snelle “Saddleback” werden licht headbangend en met een brede smile op het gezicht door de fans in ontvangst genomen.
Garcia zong zich op den duur bijna te pletter en met een doorweekt hemd ging de vertoning gestaag naar zijn hoogtepunt.
Na een oorverdovend applaus kwam het viertal terug voor een ronkende bisronde die wel heel Belgisch getint was. Garcia riep met twinkelende oogjes zijn goeie vriend Bruno Fevery (Arsenal, Kyuss Lives, Vista Chino) op het podium en met een extra gitaar erbij was het feestje compleet. “Supa Scoopa And Mighty Scoop”, die al een prijs verdient als origineelste songtitel, en “The Green Machine”, die min of meer gezien kan worden als the international stoneranthem bij uitstek, grepen ons vastberaden naar de keel en de Trix Club werd vakkundig ingepakt.

Door al het moois dat we mochten aanhoren waren we zelfs vergeten dat we niet gegeten hadden voor avond en dat is een hele prestatie, geloof me. We reden gelukkig en voldaan huiswaarts want we hebben onze portie rock met heel veel goesting en graagte naar binnen gespeeld!

Organisatie: Trix Antwerpen ism Heartbreaktunes

zaterdag 25 oktober 2014 01:00

Chuck Prophet – Rock ’n’Roll Heart

Chuck Prophet is een Amerikaanse singer-songwriter en gitarist. Hij werd als artiest voor het eerst bekend met de rock group Green on Red, waarmee hij in de jaren 1980 platen opnam en optrad. Allez, dat zegt Wikipedia toch.

Neen, Prophet is een van de meest bezielde,  gedreven en enthousiaste rockers die hier op deze aardkloot rondloopt. Chuck passeerde donderdag al voor de derde keer in de al even bezielde , gedreven en afgeladen volle Trap in Kortrijk. Welnu, ik heb al honderden optredens gezien, en deze mag er gerust met kop en schouders boven uitsteken. Prophet en de zijnen knalden het feest open met een door berg en been snijdende versie van ome Lou’s “Rock ’n’Roll Heart”. Het kon niet meer stuk. Het speelplezier druipt er zowat af en zelfs een dove hoort dat  Prophet and The Mission Express al samenspeelden voor de continenten uit elkaar begonnen te drijven.
Met zijn excentrieke gitaarspel en zijn indrukwekkende songschrijverscapaciteiten heeft Prophet altijd een groot aantal bewonderaars,  zo ook in Kortrijk. “Wish me luck” uit de laatste ‘ Night Surfer’ kan daarvan getuigen. 
Na pakweg twee uur onversneden rock’n’roll kan het dolenthousiaste publiek met opgeladen batterijen weer verder. En onze profeet was blijkbaar ook in de wolken, want wat hem betreft wordt Den Trap de enige officiële Europese fanclub….

Weet je, ergens doet hij mij denken aan Tom Petty en ik zou hem graag een beetje van diens succes toewensen, al is het maar een microgrammetje. Ook op Chuck blijkt de leeftijd geen vat te hebben. Houden zo!

Line up:  Chuck op Gitaar, Kevin White op bas, Vicente Rodriguez op drums and Stephanie Finch op de toetsen

Org: Muziekcentrum Track , Kortrijk

Pagina 9 van 16