logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Concertreviews

Johan Verminnen

Johan Verminnen - De mooie dagen van het leven als een schaterlach en een tranendal

Geschreven door

Johan Verminnen - De mooie dagen van het leven als een schaterlach en een tranendal

Als jonge snaak kwam ik , op zoek naar mijn ultieme muzikale smaken, eveneens in aanraking met het Nederlandse lied. Of in de richting van chanson en  kleinkunst. De muziek van artiesten als Guido Belcanto, Miel Cools, Willem Vermandere, Boudewijn De Groot en Dimitri Van Toren passeerden regelmatig de revue tijdens de lange avonden op mijn kamertje, met mijn platendraaier als vertier.

Een ander artiest was Johan Verminnen (*****) . De eeuwige troubadour die met pakkende songs, uit het leven gegrepen, ook een idool werd. De man werd in 2021 zeventig en zou dat uitgebreid vieren met een tour en plaat 'Johan Verminnen - 70'. De plaat is er, maar de tour werd door de coronapandemie uitgesteld. Maar uitstel is geen afstel, in een goed gevuld AB theater , met een opvallend gevarieerd publiek, een ouder geworden en jonger (maar niet meer piepjong) publiek, bracht een uiterst breed klinkende set. Hij is een verhalenverteller, een man van emoties die tot tranen toe bedwingt, én de humorist die een lach tovert op je lippen. De dansmoves zitten er niet meer in, het overgrote deel van de set zit Johan op een verhoogde stoel, maar zijn charisma is hij nog niet kwijt. En ook blijkt hij nog steeds over die warme stem te beschikken waarmee hij ons in die jaren '80 wist te imponeren.

Alles begon een beetje gezapig, waarbij een huiskamersfeertje werd gecreëerd. Vooraleer het te gezapig zou gaan, en de saaiheid om de hoek loerde, gooide Johan Verminnen, bijgestaan door zijn  muzikanten en dochter Pauline, gelukkig het roer om .“Mooie Dagen'”  werd laaiend enthousiast onthaald; Pauline bewijst dat de appel niet ver van de boom valt, door deze song samen met haar vader te brengen. Niet alleen weet ze te bekoren met danspasjes, ze beschikt over een heldere stem waarmee ze iedereen ontroert. Johan Verminnen vertelt dan ook hoe de geboorte van Pauline is verlopen, en dat hij er een liedje heeft over geschreven , ook al 35 jaar geleden.
Er was ook een ode aan fenomeen Toots Thielemans; toen Johan vroeg om een postuum applaus , werd ook dat sterk onthaald door de aanwezigen. Johan Verminnen vertelde bovendien het verhaal hoe hij met Toots in contact is gekomen. Over Brussel of Kongo, over het leven van elke dag.
Kortom, er passeren zoveel anekdotes de revue, dat we ogen en oren tekort kwamen. Een artiest als Stef Bos vernoemt hem bij elk optreden als één van zijn inspiratie bronnen, nu weten we ook waarom. Johan Verminnen is en blijft een straffe verhalen verteller, die iedereen inpakt. Uiterst aangenaam en smaakvol.

Na de pauze werd de lat nog wat hoger gelegd, Johan plaatste de schijnwerper op zijn muzikanten (die hij voortdurend ophemelde trouwens), alsook op dochter Pauline, die twee nummers bracht, terwijl papa diep onder de indruk in een hoek zat mee te knikken. Ze steekt haar voorkeur voor het  Franse Chanson niet onder stoelen en banken; ze slaagt erin iedereen mee te krijgen met haar bijzondere stem en uitstraling.
Uiteraard werd voldoende gegraaid in de grabbelton van bekende songs van Johan Verminnen, alles kwam aan bod. Met een lach en een traan. Soms zong het publiek de teksten gewoon mee, of voegde Johan wederom een anekdote aan toe. Op “Laat me nu toch niet alleen” vloeide een traantje. Het werd een emotioneel beladen set doorheen het immense oeuvre van de man.
Een immens applaus volgde op wat Johan Verminnen en zijn band presteerde. Iedereen was diep geraakt. Hij mocht zelfs tot twee keer terug komen voor een bis. Dit verjaardagsfeest werd afgesloten met “In De Rue des Bouchers”, “Ik haat die song eigenlijk''  zei hij grappend ''maar zit nu toch toevallig in Brussel'' … De song werd door iedereen meegebruld. Het tekende voor een overweldigend verjaardagsfeest … We duimen verder voor een even emotioneel knallend feestje.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Gary Clark Jr.

Gary Clark Jr. - When soul meets blues

Geschreven door

Gary Clark Jr. is momenteel met Guns’n’Roses op tour, een paar vrije dagen in het schema lieten hem toe om er even tussenuit te glippen en een openstaande covid rekening in de AB te vereffenen.
Een grote naam in de states, maar in onze contreien heeft het voor dit rastalent nog zo geen vaart gelopen. Waarschijnlijk omdat hij op zijn albums net ietsje te glad, te clean en te ‘Amerikaans’ klinkt. En dat is ook zo, de producers hebben zijn platen te uitvoerig gewassen en gestreken.

Maar Gary Clark Jr. live, dat is iets anders ! Net als bij zijn eerdere passages in de AB werd het ook nu weer duidelijk dat zijn muziek pas echt tot zijn volle recht komt op een podium. Vooral Gary’s gitaar kreeg carte blanche, de solo’s waren veel uitvoeriger, feller en intenser dan de vaak ingekorte versies op de albums. Het is helemaal niet uit de lucht gegrepen dat deze stergitarist regelmatig vergeleken wordt met de ongenaakbare Jimi Hendrix.
Als Gary oversloeg in een stevige bluesrockmodus op de fenomenale klassiekers “Numb”, “Bright Lights” en “When My Train Pulls In” kwam de Hendrix in hem volledig naar boven. Ook zijn tweede gitarist mocht even loos gaan, en die bleek er ook wat van te kunnen. Op “Gotta Get Into Something” werd het gaspedaal nog iets meer ingetrapt, een korte snedige stoot pure rock’n’roll.
Garys’ fantastische stem was de tweede hoofdrolspeler in de set. Er huisde soul in, veel soul. Prince was meermaals in de buurt (“You Saved Me”, “Pearl Cadillac”), Curtis Mayfield loerde om de hoek in “Feed The Babies”. Vooral “Our Love” was zo een wondermooie retro soulsong die dan nog eens mocht uitmonden in de meest heerlijke gitaarsolo.

Zo liep de hele set wonderlijk over van soul naar blues naar pure rock, Gary Clark Jr blonk uit in veelzijdigheid. Een meesterlijke soulzanger, een authentieke bluesmuzikant en een briljant gitarist.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

The Jesus & Mary Chain

The Jesus & Mary Chain - Teren op het verleden, nog steeds met overtuiging

Geschreven door

The Jesus & Mary Chain - Teren op het verleden, nog steeds met overtuiging

Het legendarische The Jesus and Mary Chain blijven sinds hun reünie in 2007 teren op hun gloriemomenten uit de jaren 80’ en ‘90. Het is dan ook voornamelijk met hun opvolgplaat ‘Darklands’ (1987) dat ze naar Antwerpen zijn afgezakt om het publiek te bekoren.

In een doorleefd Schots accent maakte Jim Reid de intenties duidelijk: ‘Darklands back-to-back’ gevolgd door een allegaartje van ander werk. Weinig verrassingen dus voor de eerste helft maar die waren dan ook niet aan de broers Jim en William Reid besteed. “Darklands” was allesbehalve een opwarmertje waar Jim Reid zijn stem al liet uitspannen.
Ondanks de sombere teneur, liet de drummer zich gaan en zo ook het publiek met “Happy When It Rains”. Allesbehalve statig stond daar de backing band tijdens “Down on Me”.
“Nine Million Rainy Days” beroerde vervolgens met een heerlijke luid-stil-afwisseling opnieuw de gewenste duisternis.
Hoogtepunt “April Skies” mocht dan wel anders ingepakt zijn, toch sprongen heel wat concertgangers een gat in de lucht. Zonder al veel franjes raasden ze erdoor, bereikten ze nog even een climax met “Cherry Came Too” en legden ze het geheel neer met het rustige “About You”.
Heel even namen de anciens een korte theepauze om na een kleine 10 minuten opnieuw te verschijnen. Het snedige “Amputation” uit de laatste plaat ‘Damage and Joy’ (2017) diende meteen als breekpunt met het eerste deel. Dat duurde echter niet lang want het beukende “Between Planets” was opnieuw een sprong in het verre verleden. Dit maakte het publiek uitermate enthousiast. Er moet wel iets in die thee gezeten hebben want de band trok een sprint met een opgedreven “I Love Rock ‘N’ Roll”, een onheilspellend hoogtepunt in “Cracking Up” en een te gekke “Half Way to Crazy”. Heel even leek het effect te zijn uitgewerkt waardoor het noisy donkere “Snakedriver” de sfeer bekoelde.
Het publiek leek er maar niet genoeg van te krijgen. Een verzoek naar “Head On” werd door Jim kortweg afgewimpeld waarna ze ons het swingende “All Things Pass” serveerden. Een tweede vrij recent nummer dat zo zijn plaats verdiende in het rijke The Jesus and Mary Chain’s repertoire.
Na een serenade voor rock-'n-roll kon uiteraard een afgunst niet ontbreken met “I Hate Rock ‘N’ Roll” waar Jim - het hele concert door trouwens- geen krimp gaf.
Een serieuze toegift was er met “Just Like Honey” als eerste bis, duidelijk ook een publieksfavoriet. Niet minderwaardig was het sonisch oorverdovende “Never Understand” waarna ze hun dankbaarheid uitgebreid uitdrukten.

Ondanks een uitgebreide set van 22 stuks liet The Jesus and Mary Chain enkele kansen om het volledig af te maken. Toch slaagden ze naar goede gewoonte in om liefhebbers van het eerste uur tot de meest recente fans goed bezig te houden en te beroeren. Het is maar weinigen gegeven om nog zo hard te teren op een sterk verleden, zonder schroom en met bakken overtuiging.

Setlist
Darklands - Deep One Perfect Morning - Happy When It Rains - Down on Me - Nine Million Rainy Days - April Skies - Fall - Cherry Came Too - On the Wall - About You — Amputation - Between Planets - Something I Can't Have - I Love Rock 'n' Roll - Cracking Up - Halfway to Crazy - Snakedriver - Moe Tucker - All Things Pass - I Hate Rock 'n' Roll — Just Like Honey - Never Understand

Neem gerust een kijkje naar de pics @Wim Heirbaut
https://www.musiczine.net/nl/photos/category/2678-the-jesus-and-mary-chain-22-06-2022.html
https://www.musiczine.net/nl/photos/category/2677-partisan-22-06-2022.html

Organisatie: Trix, Antwerpen

Rolling Blackouts Coastal Fever

Rolling Blackouts Coastal Fever - Weinig verrassingen, veel kleine gelukjes

Geschreven door

Rolling Blackouts Coastal Fever - Weinig verrassingen, veel kleine gelukjes

Het nog steeds beloftevolle Rolling Blackouts Coastal Fever borduurt met derde langspeler Endless Room (2022) verder op met melancholie overgoten indie. Het Australische vijftal houdt het dus nog steeds op veilig maar blijft nagenoeg verrassend. Of dit ook zo overkwam tijdens een concert, moesten we nagaan in de Botanique.

Stella Donnelly is al lang geen onbekende meer in de indiepop scene. Haar opvolgplaat Floods is reeds ingeblikt maar zal pas over enkele maanden het levenslicht zien. Toch kwam ze al met heel wat nieuwe songs op de proppen om het publiek op te warmen. Zowel "Flood" als "How Was Your" waren bedrieglijk vederlicht maar in gekende Donnelly-stijl waren de lyrics net iets grauwer. Met full band klinkt ze heerlijk swingend waarvan "Lamps" het beste voorbeeld was. Als een echte guitige entertainer kreeg ze ons aan het zingen en danste ze een ludieke choreo tijdens "Die". Afsluiten met "Tricks" maakte het publiek geheel terecht zeer enthousiast. Stella  verdient haar eigen concertavond wat het geval zal zijn op 17 november opnieuw in de Botanique.

De main act liet na de welgekomen pauze even op zich wachten. Dit deerde het publiek niet, en de sfeer zat al goed in de goed gevulde en warme Orangerie. Ondanks wat “An Air Conditioned Man” als titel deed vermoeden, de vijf Australiërs vlogen er meteen in. Zeer bewegelijk zweepten ze het publiek al op. Het venijn viel wat weg in “She’s There” waarna het nog wat luchtiger en melancholischer aan toe ging in “Read My Mind”. Met eerste publieksfavoriet“Talking Straigh” gingen we opnieuw enkele versnellingen hoger. De uitermate gebalanceerde en heldere klankmix was een streling voor het oor. Jammer genoeg legde dit soms wat gemiste noten bloot in de zanglijnen in onder andere “Mainland”. Gelukkig was dit verder de avond in minder opvallend.
De nieuwe songs die dan de revue passeerden klonken betrekklijk poppy. Zo raakten het trage “Dive Deep” met originele melodie en “Echo” met strakke climax de melancholische snaar. “Blue Eyed Lake” werd door de swingende opbouw enorm gewaardeerd. Stella Donnelly kwam even opdraven om “Caught Low” en “Bounce Off The Bottom” net dat tikkeltje extra te bezorgen. En met succes!
De concertgangers leken niet altijd even mee met het verhaal met “Cars in Space” waren ze plots allemaal weer bij de les. Het licht elektronische “The Way It Shatters” sloot af met een flitsend einde die zo visueel “Falling Thunder” aankondigde.
Helaas was dat laatste nummer net met iets minder inspiratie gebracht. Het crewlid had al heel de avond heel wat om handen en dat deed hij dat met verve waardoor de band quasi onverstoord verder kon spelen. Zo kon het melancholische “Cameo” en het bedrukte “Fountain of Good Fortune” met strak einde probleemloos worden gebracht. Alleen leek daar opnieuw de focus van publiek en band wat weg te zakken.
Een uitgebreide en kletterende “French Press” kon uiteraard niet ontbreken en dit bisnummer maakte het uiteindelijk allemaal goed.
Zelf met nieuwe songs bleef Rolling Blackouts Coastal Fever wat zwoegen om voortdurend te boeien. Toch bleef er genoeg over om met een gelukzalig gevoel opgezadeld te zijn.

Setlist
An Air Conditioned Man - She's There - Read My Mind - Talking Straight - Mainland - Dive Deep - Blue Eye Lake - My Echo - Caught Low (with Stella Donnelly) - Bounce Off The Bottom (with Stella Donnelly) - Car in Space - The Way It Shatters - Falling Thunder - Cameo- Fountain of Good Fortune - French Press

Organisatie: Botanique, Brussel

Green Day

Green Day - Hella Mega Tour (Weezer, Fall Out Boy en Green Day) - Aan allen die gekomen zijn, proficiat!

Geschreven door

Green Day - Hella Mega Tour (Weezer, Fall Out Boy en Green Day) - Aan allen die gekomen zijn, proficiat!

Toen we een tweetal jaar terug voor de eerste keer de line up van de Hella Mega Tour zagen, moesten we ons toch even in de ogen wrijven: Weezer, Fall Out Boy en Green Day op één affiche! Verplichte kost voor elke (punk)rockliefhebber dus. Helaas stak de coronacrisis een serieuze stok in de wielen en ging het feest nu pas door. Nu ja, honger is de beste saus moeten velen gedacht hebben, het Sportpaleis zat dan ook afgeladen vol.

Amyl and the Sniffers
mocht het feest op gang trekken, maar moest dit wegens het vroege aanvangsuur voor een quasi lege zaal doen. Ook wij konden er niet op tijd geraken om de Australische punkrockers aan het werk te zien.

Omstreeks 18.20 uur hadden de meesten de weg richting Sportpaleis gevonden, juist op tijd om Weezer te verwelkomen op het podium. De Amerikanen brachten de avond stevig op gang met “Hash Pipe”, gevolgd door “Beverly Hills” en” My Name is Jonas”. Mooie openers die de lange trip down memory lane, die deze avond was, kleurig startten. Na een eerste zangstonde tijdens “Pork and Beans” nam frontman Rivers Cuomo het woord om het publiek te verwelkomen. Dat deed hij zowaar in het Nederlands én met de woorden van de burgemeester uit Samson & Gert: “Aan allen die gekomen zijn proficiat, aan allen die niet gekomen zijn…ook proficiat!” Het Verfremdungseffekt kon niet groter zijn, maar het publiek smulde. Vervolgens kregen we nog o.a. “All My Favorite Songs” en “Undone (The Sweater Song)” voorgeschoteld, maar echt losbarsten deed het feest nog niet in Merksem.
Tijd voor drastische actie moeten Cuomo en de zijnen waarschijnlijk gedacht hebben want in een kwartier tijd probeerden ze het vuur aan de lont te steken met twee integraal gespeelde covers, namelijk “Enter Sandman” (Metallica) en “Africa” (Toto). Dit zorgde wel voor opwellingen van ambiance maar echt branden bleef het vuur niet. Met “Say it Ain’t So” en “Buddy Holly” als afsluiter kreeg de alternatieve rockband toch een geslaagd rapport.

Na een decorwissel, waarbij o.a. Weezers metalen bliksemschichten vervangen werden door enkele dode bomen en de ingang van een grot, was het tijd aan Fall Out Boy om de feestcarrousel verder te laten draaien. Alvorens we een eerste noot hoorden, werd het publiek via de schermen aangesproken en duidelijk gemaakt dat we in een of ander spacey horrorverhaal terechtgekomen waren. 
Daarna verwelkomden de Amerikanen onder luid applaus de zaal en openden ze met “Phoenix”. Dat Fall Out Boy indruk wou maken is een understatement, want een zee van vlammen werd ingezet om het geheel te ondersteunen. Na hits als “Sugar”, “We’re Going Down” en “Uma Thurman” nam gitarist Pete Wentz het woord om ons te zeggen dat ze blij zijn dat ze alsnog konden optreden na de coronacrisis. Alsof dit niet klef genoeg klonk, werd er terwijl een vleugelpiano op het podium gerold. Onder begeleiding van een zee van lichtjes zette zanger Patrick Stump vervolgens “Save Rock and Roll” in op een piano die vuur vatte.
Zeggen dat de show van Fall Out Boy een heel hoog popgehalte had, is een open deur intrappen. Zo vond er nog een decorwissel plaats waarbij een groot tuinhuis dienst deed als verhoog voor het drumstel van Andy Hurley, werd de vuurkraan nog een paar keer volledig opengedraaid en paradeerde Wentz plots onverschillig met een jersey van ons Belgisch elftal over het podium.
Toch ontbrak het waw-gevoel waar men naar op zoek is tijdens een optreden. Het leek bij momenten alsof de energie ontbrak bij de bandleden om een zaal als het Sportpaleis in vervoering te brengen. Ook snapten we weinig van de verhaallijn die de band ons probeerde door de strot te rammen. Gelukkig kon het publiek zich optrekken aan hits als “This Ain’t a Scene, it’s an Arms Race”, “My Songs Know What You Did in the Dark (Light Em Up)” en “Thnks fr th Mmrs”.

En dan was het tijd voor de top of the bill: Green Day. Dat de meesten hiervoor de helse rit naar Antwerpen gemaakt hadden, was duidelijk te merken aan het enthousiasme en de gespannen sfeer die heerste in de muziektempel. Toen tijdens de tonen van “Blitzkrieg Bop” van The Ramones plots een dronken konijn op het podium strompelde, wisten de fans dat het lange wachten eindelijk voorbij was.
Niet veel later begroetten de punkrocklegendes enthousiast het publiek en dropten ze een eerste spreekwoordelijk bommetje met “American Idiot”, gevolgd door “Holiday”. Het publiek reageerde extatisch en zitten was geen optie meer als je nog iets van de rest van het concert wou zien. De ene hit na de andere werd afgevuurd en dat kan ook niet anders met zo’n opgebouwd repertoire doorheen de jaren. Vreemd was dan ook toen plots “Rock and Roll All Nite “van KISS ingezet werd. Het Sportpaleis was duidelijk niet voorbereid op deze vreemde eend in de bijt, maar vond gaandeweg opnieuw aansluiting.  Onder andere “When I Come Around “ en, hoe kan het ook anders, “Basket Cas”e zorgden ervoor dat de schaal van Richter plots hoge pieken vertoonde.
Net zoals bij de fans heerste een duidelijke knaldrang bij de punkrockers, het verschil met Fall Out Boy kon niet groter zijn. Dat zanger Billie Joe Armstrong een volksmenner is, is algemeen geweten, en ook nu weer slaagde hij erin om het ganse concert het publiek uit zijn hand te laten eten. Zo inviteerde hij tijdens “Know Your Enemy”, dat net zoals het gros van de hits luidkeels meegekweeld werd, een fan op het podium om die vervolgens te laten stagediven. Een andere fan werd dan weer verrast met een gitaar na het begeleiden van “Knowledge”. Ook drummer Tré Cool was duidelijk in zijn element want na quasi ieder lied vlogen de drumstokken vrolijk in het rond.
Na “Wake Me Up When September Ends” en het prachtige “Jesus of Suburbia” werd de set afgesloten met een ingetogen versie van “Good Riddance (Time of Your Life)”.

Het Sportpaleis kreeg na de coronadip een gezellig Weezer, lauw Fall Out Boy en dominerend Green Day te zien. The Hella Mega Tour zal voor velen ongetwijfeld nog even blijven nazinderen. En wij kunnen niet anders dan besluiten dat we de ‘time of our life’ hadden.

Neem gerust een kijkje naar de pics @Wim Heirbaut
https://www.musiczine.net/nl/photos/category/2676-green-day-21-06-2022.html

https://www.musiczine.net/nl/photos/category/2675-fall-out-boy-21-06-2022.html


Organisatie: Live Nation

Einstürzende Neubauten

Einstürzende Neubauten - Alles is Allem - Al met Al, na 40 jaar nog steeds een must see

Geschreven door

Einstürzende Neubauten - Alles is Allem - Al met Al, na 40 jaar nog steeds een must see

Het Duitse combo Einstürzende Neubauten kon na diverse postpones door de coronapandemie hun ‘Alles is allem’ tour , 2 jaar na verschijnen, live voorstellen. Twee avonden lang kregen we hun vertrouwde mix van geluidskunst en toegankelijkheid. De recente cd stond hoedanook centraal. Geen echte drops naar hun vroeger verleden , maar een link naar de laatste twintig jaar en het heden; hier telt droombeelden, weemoed, ontroering in fijne , zachte , krachtige, explosieve melodieën en klank experiment , verbonden aan Berlijn, waar het verhaal van Blixa Bargeld, Alexander Häcke en N.U. Unruh en C° ruim 40 jaar begon.

Ook al brengt het sextet maar af en toe een plaat uit in die laatste jaren, Einstürzende is en blijft een boeiend experiment , die geluid als kunst verheft . Ze waren spraakmakend binnen de avantgardepop en industrial door de staalpercussie die nu met finesse , zachtmoedigheid en hardheid wordt behandeld. In 2014 kregen we nog eens een piek met het pakkende oorlogsepos , ‘Lament’, een muziektheater/documentaire van de honderdjarige oorlog, WO I.

‘Alles in Allem’ grijpt terug naar hun Berlijn als bouwplaats van hun schroothoopgeluid, afbraak en wederopbouw, dreiging, onheil, somberheid, donkerte versus droom, werkelijkheid, melancholie en hoop. Het is een emotionele ontlading in een allegaartje van imposante zelf geconstrueerde instrumenten , percussie , staven , metalen, compressor, turbine, plastic pipes, … en traditionele instrumenten. De sound is rijkelijk gelaagd en het concept laat veel aan de verbeelding over.
Zoals we onderhands weten, Einstürzende intrigeert, het is een ‘must see’ voor oog en oor. Interessant dus.
Klemtoon kwam dus op het recente album, “Wedding” en “Möbliertes lied” openden de twee uur durende set, meeslepend materiaal, met een repetitieve opbouw , die zacht, ingetogen, sfeervol, extravert, explosief klinkt en de song een sterke onderhuidse spanning biedt. De geluidjes en de wisselende vocale voordracht, praat-en krijszang van Blixa geven intensiteit , dynamiek en kleur.
De combinatie van ‘echte instrumenten’, ‘metaalschraap’ en ‘allerhande materialen’ blijft iets unieks.
Herkenning met vroeger (zie het als het recente verleden!) wordt niet vergeten, maar dan niet verder terug dan 2000, met “Nagorny karabach” (‘Alles wieder off’), “Die befindlichkeit des landes”, “Sonnenbarke” (beiden uit ‘Silence is sexy’). Ze behoren steevast tot de setlist door hun jaren van optreden. Ze vormen hun uitgangsbord, ze worden mooi uitgediept en zuigen je mee; sterke songs die melo-dramatiek en realiteit met elkaar verbinden .
Op “Grazer damm” , werd de winkelkar uit hun plaatselijke shop meegenomen . Een wereldkar is het intussen geworden , want overal gaat het karretje mee . Subtiele sounds halen ze eruit met drumsticks en staven. Ook behandelt Blixa hier op twinkelende wijze metalstaafjes, die dan op de grond vallen . Of er is ergens het sissende geluid van de slang van een compressor, o.m. op “How did I die” . Of er is percussie op rubberen banden, die we op de verschillende nieuwe nummers horen. Het zijn maar enkele voorbeelden hoe inventief , creatief ze te werk gaan . De diepe bas van Häcke komt telkens onder spanning , de repeterende ritmes zijn intens, zalvend of krijgen een schop onder de kont om uit te barsten . Schitterend gewoonweg. “Zivilisatorischen missgeschick”, uit ‘Alles in allem’, puilt uit van klankexperiment en refereert naar hun 80-er begindagen (‘ Kollaps’).
Ademruimte is er voldoende , we genieten van die sfeervolle aanpak die hand in hand gaat met melodie en alternatief; “Seven screws” is er zo eentje, een Engelstalig nummer, of verder de titelsong “Alles in Allem” en “Ten grand goldie”, tot vier personen als percussionist .
“Sabrina” , “Susej” en “Redukt”, die in het tweede deel van de set zijn vervat , zijn classics geworden in hun latere encyclopedie; ingetogenheid versus extravertie door de diverse tempowissels. “Taschen” en “Tempelhof” op hun beurt zijn muzikaal ook veelomvattend en besluiten definitief het overtuigend optreden.

Hun muziek laat dus veel aan de verbeelding over, ontroert, is en blijft iets uniek, ongrijpbaar . Wat er ook te beleven viel, in dit concept vielen experiment , subtiliteit , finesse en schoonheid samen . Af en toe was er ademruimte voor een traditioneler instrumentarium .
De muzikale kunst van Einstürzende Neubauten houden we hoog in het vaandel . Ze zijn nog niet aan de zelfkant geraakt. Wie doet het hen na, na ruim 40 Y … 

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Jon Spencer & the HITmakers

Jon Spencer & The Hitmakers - Nog steeds springlevend

Geschreven door

Jon Spencer & The Hitmakers - Nog steeds springlevend

Het Antwerpse Tuff Guac is nog steeds het soloproject van ‘Belly Button Records’ baas, Rafael Valles Hilario, die je ook zou kunnen kennen van Jagged Frequency, Moar en Brorlab. ‘Green and Handsome’ uit 2020 knutselde hij helemaal in zijn eentje in elkaar maar op het podium laat hij zich begeleiden door drie uitstekende muzikanten zijnde bassist Jasper Suys, drummer Gert-Jan Van Damme (beiden ook actief bij Mogo) en multitalent Wim De Busser (alias King Dick en ook al aan de slag bij onder andere Zita Swoon en Helmut Lotti) op gitaar en minimale toetsen.
Tuff Guac wist me al aangenaam te verrassen als voorprogramma van The Black Lips, eind vorig jaar in Leffinge, en ook hier ontgoochelden ze niet. Integendeel zelfs, de groep leek aan maturiteit gewonnen te hebben en daar zal hun avontuur in Humo's Rock Rally, waarin ze het tot in de finale schopten, wellicht niet vreemd aan zijn.
Tuff Guac vergastte ons op een set heerlijk rammelende, lichtvoetige garagepop die duidelijk in de smaak viel bij het publiek. Ergens te situeren tussen The Growlers en The Abigails terwijl ik één keer een light versie van de vroege Oh Sees meende te horen. Hoewel ze er een paar hele sterke bij hadden , bleven de songs een beetje het pijnpunt maar dat werd handig verdoezeld door een smeuïge sound, gekruid met sprankelende gitaren en een uitmuntende samenzang tussen Valles en de onnavolgbare King Dick.
Dit keer hadden ze ook een covertje bij, resultaat van de verplichte oefening bij de Rock Rally. "Sitting on the dock of the bay" van Otis Redding werd enkele versnellingen hoger gespeeld en hevig door elkaar geschud terwijl King Dick er nog een neut Question Mark And The Mysterians ("96 Tears") bij goot. Zelfs het gefluit waarmee het origineel eindigt, ontbrak niet dankzij maar liefst twee hilarisch fluitende zangers.

Jon Spencer heeft een indrukwekkende staat van dienst. Dat is wel het minste wat je kan zeggen. In 1984 begonnen met The Honeymoon Killers, om via Pussy Galore uiteindelijk The Jon Spencer Blues Explosion op te richten waarmee hij één van de boegbeelden werd van de garagerock revival in de jaren '90.
Tussendoor vond hij nog tijd voor talloze nevenprojecten zoals Boss Hog, Heavy Trash en Spencer Dickinson en was hij ook actief bij Gibson Bros en Five Dollar Priest. Toch zal hij altijd het meest geassocieerd blijven met The Jon Spencer Blues Explosion, een groep die ik talloze keren aan het werk zag. Hun optreden in de toenmalige Democrazy aan de Reinaertstraat ten tijde van ‘Orange’ (1994) staat trouwens nog steeds in mijn top 10 van beste optredens ooit.
Het was dan ook even schrikken toen Jon Spencer in 2018 solo werd aangekondigd in De Kreun en bleek dat JSPX mede door gezondheidsproblemen van Judah Bauer ontbonden was.
De groep die hij toen bijhad waren waren ook al The HITmakers, in exact dezelfde samenstelling, maar hun naam werd toen niet vermeld op de affiche en ook niet op de plaat ‘Jon Spencer Sings The Hits’. Op de nieuwe, ‘Spencer gets it lit’, is dat nu wel het geval. Een plaat die ik trouwens absoluut geen onverdeeld succes vind. Vooral die regelmatig totaal over the top scheurende sound met helse Farfisaklanken stoort me en doet me af en toe zelfs denken aan de recente soloplaten van Jack White, die ik al helemaal niet te pruimen vind.
Maar dat mocht een goed concert niet in de weg staan. De platen van The Jon Spencer Blues Explosion waren verre van allemaal even sterk terwijl ze live, op een enkele uitzondering na, telkens uitzinnige feestjes wisten te bouwen. 
De bezetting bleek dezelfde als op de plaat met naast Spencer Bob Bert op trash, Sam Coomes op synths en M. Sord (echte naam Mike Gard) dus op drums in plaats van de aangekondigde Janet Weiss (gekend van Sleater-Kinney en partner van Sam Coomes in het duo Quasi).
Tijdens de Amerikaanse tour was ze er wel bij maar veel verschil zal dat wel niet uitgemaakt hebben maar zo hadden we wel nog maar eens een rock-'n-roll avond waar geen vrouw op het podium te bespeuren viel.
Jon Spencer hakte er meteen stevig in met "Get it right now", één van de betere nummers (zo staan er heus wel op, hoor) van ‘Spencer gets it lit’. Het overgrote deel van de songs kwam trouwens uit die laatste plaat, naast een handvol uit de vorige en zowaar ook ‘NYC 1999!’, een Pussy Galore song uit 1987.
Spencer oogde wat vermoeid en zijn typische sprongen in de lucht leken wat minder hoog en minder frequent, toch gaf hij zich weer volledig zoals we dat van hem gewoon zijn. Bewonderenswaardig ook dat hij zich op zijn zevenenvijftigste nog steeds smijt op nieuwe projecten terwijl de meesten op zijn leeftijd, als ze al gaan touren, er zich vanaf maken met een gemakkelijke best of. Hij is nog steeds één brok energie en dat kan hij nergens anders kwijt dan op een podium. En daar konden we in Diksmuide alleen maar gelukkig mee zijn, want ondanks mijn beperkte verwachtingen werd dit weer een zinderende set waar weinig op af te dingen viel. Diepe grooves vol pulserende fuzz waarboven Jon Spencer met zijn galmende megafoonstem als een baarlijke duivel te keer ging.
En hoewel die overdonderende sound tegen de noise aanschurkte bleef Spencer de ene na de andere gitaarlick met diepe wortels in de blues en rock-'n-roll de zaal in vuren.
De meeste nummers waren niet meer dan onafgewerkte schetsen waarin die weergaloze gitaar telkens kronkelend zijn weg zocht. En dan was er nog de inmiddels 67-jarige Bob Bert die met ijzeren buizen en hamers tekeer ging op een stel metalen vuilnisvaten en een benzinetank waarop een enorme veer gemonteerd was. Zijn werkhandschoenen waren echt geen overbodige luxe maar of al dat geweld ook echt iets bijbracht is nog maar de vraag. Maar het blijft natuurlijk heuglijk om deze legendarische figuur en auteur van het sympathieke boek ‘I'm just the drummer’, die zijn sporen verdiende bij Sonic Youth, Chrome Cranks, Bewitched, Action Swingers, Knoxville Girls, The Wolfmanhattan Project, Lydia Lunch' Retrovirus en Pussy Galore, aan het werk te zien.

Na een intense, zweterige set volgde nog een superbe bisronde, waarvan het laatste nummer in collagestijl verdacht veel naar de Blues Explosion zweemde, die alle twijfels, mochten die er nog geweest zijn, van tafel veegde.

Pics homepag @Henri Dumortier

Organisatie: 4AD, Diksmuide

SONS

Sons - Holy garden session - Hard rockende zonen staan als een huis

Geschreven door

Sons - Holy garden session - Hard rockende zomen staan als een huis

De rockers van Sons zijn toe aan hun tweede cd, ‘Sweet boy’, en stellen die met alle plezier voor in de clubs en op de festivals . Het pittoreske plaatsje, d’Oude Pastorie (ikv Holy garden sessions) daverde een goed uur op z’n grondvesten toen de sound werd versterkt. De pastoor zou de wenkbrauwen fronsen , indien hij er nog was … Messcherpe catchy gitaarsongs met explosieve , noisy uithalers in de achtertuin, vlogen om ons heen. Kortom, Sons is er klaar voor …

Sons is er klaar voor … Het zijn misschien ‘sweet boys’ , maar hun garagerockende nummers hebben een kop en een staart en bevatten een sterke melodielijn. Het debuut ‘Family dinner’ was een paar jaar terug al een groot succes met een handvol hits als “I need a gun” en “Ricochet”. De nummers op het nieuwe album hebben diezelfde vaart, intensiteit en energiebommetjes . Ontvlambaar dus . En af en toe snijdt het soms minder diep , maar wat een dynamiek horen we en zien we op het podium.
Het vuur werd aangewakkerd, meteen ging het luchtalarm ging af met het eerste nummer “Succeed”, openingssong van ‘Sweet boy’ en van de liveset nu; rechttoe-rechtaan, punky, stuiterend, die de melodie niet uit het oog verliest . Het is de basis van de ganse set van dit kwartet, vier gasten , die stilstaan niet in hun woordenboek hebben staan .
Het nieuwe werk krijgt voldoende aandacht met “I don’t want to” , een snelvaartsong en het intenser, broeierig klinkende “Another round” en “Bike”. Herkenning met het ouder werk volgt met “White city” en een van hun doorbraaknummers “I need a gun” . Het zit goed in elkaar, het rockt , klinkt stevig , de gitaarspartijen snijden , de bas intrigeert en de drumpartijen zwepen de boel op . Een strakke sound in het algemeen en toch er is ademruimte in sommige nummers voor gitaarsolo’s, die een psychedelische tune hebben . Millionaire is een voorname referentie .
De nummers volgen snel op elkaar . De vonken slaan over, het publiek geniet van het uptempowerk en de levendigheid van het kwartet . Ook zij vinden het hier een aangenaam plekje zo tussen de verwilderde struiken in . “Hot Friday”(toepasselijk met deze up 30°) , “Nothing” , “L.O.V.E.” volgen en er wordt uitgewuifd met een mooi en lang uitgediept “Ricochet” . Wat een groove.
Sons en zacht spelen horen niet direct bij elkaar . Enkele grunge Nirvana uithalen horen we op “Family dinner” en” Pixelated air” , die de tweede cd besluit en vanavond hier ook de set.

Sons zijn hard rockende zonen, staan live als een huis en zetten oude gebouwen als d’Oude Pastorie duidelijk onder spanning . Puike set van het kwartet!

Spijtig genoeg hebben we ILA , één van de winnaars van StuBru Nieuwe Lichting in dit fijne concept gemist , omdat het optreden hier al om 20u begon en wij het hier net een half uur later verwacht hadden … De sound die verwant is met PJ Harvey’s ‘Dry’ , beginjaren 90, met o.m. de single “Leave me dry” is alvast in ons geheugen geprent . Ze staan genoteerd als een ‘must see’ …

Organisatie: Skytiger + Holy garden sessions

Nick Mason

Nick Mason live - Dichter bij Pink Floyd kom je niet meer

Geschreven door

Nick Mason live - Dichter bij Pink Floyd kom je niet meer
Nick Mason’s Saucerful Of Secrets
Filip Van der Linden en Sam De Rijcke

Het festivalseizoen is al begonnen, maar in de clubs en zalen moet nog de corona-achterstand weggewerkt worden. Nick Mason kwam naar het Koninklijk Circus met zijn ‘Saucerful Of Secrets’ en daar hebben heel wat Pink Floyd-fans hard naar uitgekeken.  De band stelde niet teleur. Meer nog, dit was alles waar de fans op hoopten en nog meer.

Kort de voorgeschiedenis. Sinds de legendarische Britse band is gestopt met touren is Mason vooral de beheerder geweest van de heruitgaves van de albums. Gitarist Lee Harris (van Ian Dury and The Blockheads) port Nick Mason daarop aan om iets te gaan doen met het oudste materiaal van Pink Floyd, grofweg alles van voor ‘The Dark Side Of The Moon’. Op aangeven van Harris vormt Mason een band met bassist Guy Pratt. Die was geen officieel bandlid van Pink Floyd, maar wel de bassist op de laatste tournees van de band. Hij speelt bovendien mee op “Hey, Hey, Rise Up”, de single die Pink Floyd eerder dit jaar uitbracht als steun voor Oekraïne. En hij is blijkbaar ook nog eens de schoonzoon van Richard Wright, de inmiddels overleden keyboardspeler van Pink Floyd. Wright wordt in de Saucerful of Secrets vervangen door Dom Beken van The Orb. Pratt doet een deel van de leadzang, maar daarvoor trekt Mason Gary Kemp van Spandau Ballet aan. Over het aantrekken van Kemp zei Mason in Brussel. “Er waren wat misverstanden. Ik dacht dat we Tony Hadley binnenhaalden (de ‘echte’ leadzanger bij Spandau Ballet, nvdr) en hij dacht dat hij met Roger Waters mocht samenwerken.”
Sinds 2018 tourt Nick Mason met deze Saucerful of Secrets rond de wereld langs lang vooraf uitverkochte zalen. Die zijn dan misschien niet zo groot als de stadions waarin Pink Floyd stond, maar de inzake sfeer en beleving verkiezen de fans zeker dit boven bv. het Koning Boudewijnstadion.

België was in 1968 één van de eerste buitenlanden waar Pink Floyd kon optreden en dat weet Mason nog. “Wie was er bij in 1968 in de Cheetah Club in Brussel?” vraagt hij aan het begin van het concert. Als iemand daarop zijn hand opsteekt, heeft Mason al zijn antwoord klaar. “Ik denk het niet. Jij ziet er niet oud genoeg uit.” Mason is zelf 78 maar dat zou je hem niet aangeven als hij een concert van twee uur – met een pauze tussen- speelt alsof het niets is.
België was in 2018 één van de eerste landen buiten de UK waar Nick Mason halt hield met zijn Saucerful Of Secrets, toen in de Antwerpse stadsschouwburg. De setlist van toen kent uiteraard een grote overlap met die van het Koninklijk Circus dit jaar, want Mason’s favorieten zijn gebleven: “Arnold Layne”, “Obscured By Clouds”, “Interstellar Overdrive”, “Atom Heart Mother”, “See Emily Play”, …  Mason staat tussen de nummers al eens recht achter zijn drumkit om het publiek te verblijden met anekdotes en hulde aan de overleden bandleden Syd Barrett en Richard Wright. Over “Arnold Layne” vertelt hij dat het nummer indertijd van de radio gebannen werd, maar dat “jullie nu wel oud genoeg zijn om het nummer te mogen horen”. Over “Vegetable Man”, dat hij recent als single uitbracht voor de Record Store Day, zegt Mason dat het een volbloed Pink Floyd-song is. “Nochtans heeft EMI nooit de moeite genomen om het nummer deftig uit te brengen. David Gilmour en Roger Waters spelen het nooit in hun optredens en zelfs de beste tributebands als de Australian Pink Floyd en Brit Floyd laten het links liggen. Ik begrijp niet waarom.” Anders dan wat Gilmour en Waters vandaag doen, toont Mason geen greintje zelfverheerlijking. Hij heeft bv. één Pink Floyd-track volledig op zijn eentje geschreven (“The Grand Vizier’s Garden Party” uit ‘Ummagumma’), maar die heeft hij nog niet gespeeld met zijn Saucerful Of Secrets. Ook is er voorlopig geen spoor van “Scream Thy Last Scream” een nooit officieel uitgebrachte, maar wel vaak gebootlegde Pink Floyd-track van zijn hand.

Mason is 78 en dat steekt hij niet weg. Als hij in Brussel de rest van de band voorstelt aan het publiek, kondigt hij dat aan als een zware geheugentest. Als Guy Pratt bij de aankondiging van toetsenist Dom Beken aanvult met ‘ook verantwoordelijk voor sound design’, springt Mason daarop in met ‘ook verantwoordelijk voor barbecues, dubbele beglazing en salad dressing’. Als Pratt dan Nick Mason voorstelt, wordt hij bedankt met een minutenlange staande ovatie van het publiek.
Wie er in 2018 in Antwerpen al bij was, kreeg dit jaar in Brussel vijf nummers te horen die in Antwerpen niet in de set zaten. Daarvan stonden “Remember A Day” en “Childhood’s End” wel al op het live-album ‘Live At The Roundhouse’ van Mason en zijn Saucerful Of Secrets dat elke Pink Floyd-fan intussen al heeft aangeschaft.
Niet gehoord in Antwerpen en niet op het album zijn “Candy And A Currant Bun”, “Burning Bridges” en vooral “Echoes”. Mason heeft dit deel van zijn tournee de Echoes-tour gedoopt en dat is helemaal terecht. Met dit nummer in de set begint de gemiddelde Pink Floyd-fan meteen te likkebaarden want voor vele fans is dit het absolute meesterwerk van de band. “Echoes” was in 1971 de hele B-kant van het album ‘Meddle’ en het is zowat de definitie van het latere werk van de band. De versie van “Echoes” en bij uitbreiding van elke song die in Brussel gespeeld werden, zijn geen kopieën van de albumversies. “Na de opnames begonnen we die songs live te spelen en evolueerden die nummers nog. Wat we vandaag spelen, is hoe ik mij die nummers herinner in hun definitieve versie”, zegt Mason daarover in interviews. Al zijn het dan geen één-op-één-kopieën van de albumversies, het blijven magistrale versies waarin je meteen het genie van Pink Floyd herkent. Tijdens “Echoes” houdt zowat het hele Koninklijk Circus collectief de adem in om geen enkel detail te missen, en dat is een hele prestatie voor een  nummer dat bijna een half uur duurt.

Pink Floyd heeft een grote schare hondstrouwe, goed geïnformeerde en tegelijk bijzonder kritische fans. Nick Mason en zijn band speelden voor hen in Brussel een compleet foutloze set en de fans waanden zich voor een paar uur in de hemel op aarde, want veel dichter kan je niet meer komen bij de originele Pink Floyd. Dat er ooit nog een reünie komt, daar heeft Mason weinig hoop op. Waters en Gilmour doen hun ding met hun deel van Pink Floyd-erfenis, maar wat Nick Mason doet met het oudste werk van de grondleggers van psychedelische/progressive rock, is onbetaalbaar.
Laat ons hopen dat hij zijn Saucerful Of Secrets-setlist nog een paar keer aanpast en bij elke aanpassing nog eens ons land aandoet.

Review Sam De Rijcke
Pink Floyd op zijn hallucinogene best
Een briljant idee was het van Nick Mason en zijn vriendenclubje om met het oude materiaal van Pink Floyd de hort op te gaan. De Floyd drummer beroert met zijn band Saucerful Of Secrets de jaren ’67 tot ’72, een avontuurlijke periode waarin Pink Floyd nog niet de perfectie nastreefde, eerder een tijdperk waarin er nog mocht geëxperimenteerd worden en hun sound baadde in een marinade van LSD en allerhande paddo’s. De heren perfectionisten David Gilmour en Roger Waters blijven op vandaag liefst zo ver mogelijk uit de buurt van die tijd, het is dus een zegen dat Mason op die manier hulde brengt aan wat ons betreft de meest interessante, levendige en bezielde muziek van Pink Floyd.


En natuurlijk ook hulde aan Syd Barrett, hij die Pink Floyd destijds tot leven wekte met het onvolprezen debuutalbum ’The Piper At The Gates Of Dawn’, iets wat de techneuten Gilmour en Waters blijkbaar al lang vergeten zijn. Barrett’s geflipte psychedelische popsongs “Arnold Layne”, “See Emily Play” en “Bike”, maar ook de gekraakte experimentele rock van “Lucifer Sam” en een fantastisch “Astronomy Domine” werden vanavond enorm gesmaakt door de Floyd fans van het eerste uur. Mason eerde met “Candy and a current Bun” en “Vegetable Man” ook twee obscure songs die destijds nooit een relaese gekregen hebben, twee typische Barrett creaties zeg maar, met een serieuze hoek af. Bijzonder attent van Mason om de geniale Syd Barrett zo in de bloemetjes te zetten. Het op groot scherm geprojecteerde Floyd-icoon werd bovendien nog eens extra getrakteerd op een daverend postuum applaus. Eat this, Waters & Gilmour.
Mason’s band, die vooral een goedgemutst vriendenclubje is, wist zich perfect in te leven in de spacy sound van platen als ‘A Saucerful Of Secrets’, ‘Obscured By Couds’, ‘Atom Heart Mother’ en ‘More’. Wat niet zo evident is als je weet dat zanger/leadgitarist Gary Kemp gewoon de gitarist bleek te zijn van -hou u vast- Spandau Ballet. Dat iemand uit zo een plastieken eighties groepje ook fabelachtige rock kan spelen is op zijn minst verrassend en opmerkelijk te noemen. Hier liet Kemp zich echter met brio van zijn meest rockende kan bewonderen en was hij onder meer briljant in het fantastische “If” dat heerlijk verweven werd met “Atom Heart Mother” waarin hij van bloedmooie verstilde aktoestiche gitaar overschakelde naar overheerlijke elektrische Floyd-furie. Kemp mocht ook nog eens helemaal loos gaan in een storm van feedback middenin een wonderlijk “Set The Controls For The Heart Of The Sun”, een briljante song waarin ook een superbe Mason zijn drums geweldig liet roffelen in een walm van psychedelica. Met een woest “The Nile Song” werd nog een scherp tandje bijgestoken, Pink Floyd goes heavy metal.
Het uitmuntende album ‘Meddle’ (1971), één van onze all time Floyd favorieten, was hier tot ons groot genoegen prachtig vertegenwoordigd. In het begin kregen we de geweldige instrumentale opener “One Of These Days”, iets later gevolgd door een verrukkelijk “Fearless”, inclusief de voetbalhymne “You’ll Never Walk Alone”.

Maar het absolute hoogtepunt van de avond was een fenomenaal “Echoes” dat hier meer dan 20 minutenlang in zijn volle glorie mocht schitteren, een werkelijk adembenemende apotheose van een heerlijke nostalgische avond.
Als bis had men met “A Saucerful Of Secrets” nog zo een psychedelisch meesterwerkje in petto, Pink Floyd op zijn hallucinogene best. Uitermate fantastisch.

Gilmour en Waters mogen elkaar dan al met hun megashows constant naar de kroon steken om met de beste, imposantste en technisch meest perfecte Pink Floyd presentatie af te komen, Nick Mason is diegene die de meest avontuurlijke en begeesterende Floyd naar boven brengt. Qua bezieling wint hij het met voorsprong van de twee kemphanen.


Organisatie: Live Nation

Interpol

Interpol - Indierock van de allerhoogste plank

Geschreven door

Interpol - Indierock van de allerhoogste plank
Jasper Vanassche

Les één in het schrijven van recensies luidt dat je zo lang mogelijk moet wachten met je eindoordeel om zo een spanningsboog op te bouwen. Daar ga ik me deze keer niets van aantrekken: Interpol in de AB was voor mij persoonlijk het beste concert sedert die verduivelde 18 maart 2020, de dag waarop het coronavirus de concertcarrousel voor (extreem) lange tijd lamlegde.

Twintig jaar geleden baarden de heren uit New York de klassieker ‘Turn on the Bright Lights’, een fantastische debuutplaat die vaak – geheel terecht – in top 10-lijstjes voorkomt. Dit jaar presenteren ze hun zevende studioalbum, ‘The Other Side of Make-Believe’. Onnodig om te vermelden dat ik uiterst benieuwd was naar deze show, des te meer omdat het nieuwe album nog maar sinds woensdag in de platenzaken ligt en ik enkel kennismaakte met de twee naar voren geschoven singles.
Wat dat betreft blijf ik een beetje op mijn honger zitten. De setlist start met de gouwe ouwe “Untitled” en “Evil”, om daarna met “Fables” en “Toni” de twee nieuwste (en opvallend rustigere) hits te brengen. De piano werd tot op heden gemeden door Banks, Kessler en Fogarino, maar ik moet toegeven dat dit best voor een fris geluid zorgt. Helaas spelen ze verder geen nieuw materiaal, maar ik krijg alvast nog meer zin om de nieuwe cd te gaan ontdekken!
It is going in the right direction klinkt het tijdens “Toni”; en dat mag ook gezegd worden van dit concert. Waar “Take You on a Cruise” en “Narc” nogal aarzelend en apatisch gebracht worden, zorgt de superenergetische versie van “Obstacle 1” voor het summum van de show. Zanger Banks krijgt er zin in, de prachtnummers volgen elkaar in sneltempo op.
Hun set is evenwichtig net als hun albums. Kalmte en tempo wisselen elkaar af; en toch vormt alles een harmonieus geheel. Het publiek krijgt 12 nummers vanop de eerste twee platen voorgeschoteld (netjes verdeeld: 6 vanop ‘Turn on the Bright Lights’ en 6 vanop ‘Antics’). Daarnaast spelen ze telkens ook de hit vanop hun meer recente albums (“All the Rage Back Home” vanop ‘El Pintor’ en “The Rover” wat ‘Marauder’ betreft).
Hun derde plaat ‘Our Love to Admire’ wordt wat onderbelicht, al is de versie van “Rest My Chemistry” wel erg sterk. Hun vierde, self-titled album komt zelfs helemaal niet aan bod. Jammer, want dat is toch één van hun verborgen parels, al begrijp ik dat de band moet kiezen tussen een heleboel straffe nummers op al evenveel klasseplaten. “Leif Erikson”, “C’mere” en “The New” passeren de revue en maken duidelijk wat ik eigenlijk al wist: Interpol brengt indierock van de bovenste plank. Iconisch, een inspiratie voor vele andere groepen.
Als toetjes krijgen we nog “Not Even Jail” en het obligatoire “Slow Hands” als afsluiter.

Alles tesamen is dit concert uitmuntend maatwerk. Banks vertelde ooit in een interview dat hij na een concert in Brussel aangesproken werd door iemand die voor ‘het echte’ Interpol werkte en uit nieuwsgierigheid was komen kijken. Geen idee of deze persoon vanavond ook opnieuw aanwezig was, maar ik heb alvast enorm genoten…en ik kijk uit naar het ongetwijfeld knappe nieuwe album!

Neem gerust een kijkje naar de pics @Vincent Dufrane
https://www.musiczine.net/nl/photos/category/2653-interpol-16-06-22.html

Organisatie: Live Nation

Pagina 1 van 277