logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

30 Seconds To M...
Jane's Addictio...
Concertreviews

Kevin Morby

Kevin Morby – Less is Morby

Geschreven door
Kevin Morby – Less is Morby

Kevin Morby + Meg Baird + Nap Eyes
Botanique (Rotonde)
Brussel
2016-11-10
Jasper Verfaillie

Een avondje snel, traag en zowat alles daartussen. Zo kon je nog het best het concert van Kevin Morby in de Botanique samenvatten. Tel daar ook de voorprogramma’s bij op en je kreeg een mooie showcase van muziek in al zijn verschillende versnellingen. Van snelle gierende gitaarsolo’s of gemoedelijk fingerpicking gitaar tot slome slackerrock.

Door een speling van het lot (en ook wel een mindere ticketverkoop) werd de Canadese band Nap Eyes nog aan het programma toegevoegd. Oorspronkelijk stonden ze in de Witloof Bar, maar nu mochten ze de halflege/halfvolle Rotonde openen. Eerder dit jaar speelden ze al in het voorprogramma van Julien Baker en ondertussen hebben ze wat spierballen bij gekweekt. Aan hun muziek veranderde even wel niets, ze spelen nog steeds onderuitgezakte rock met een vlieg in hun oog.

Als je Meg Baird hoort en ziet spelen, zou je nooit vermoeden dat ze uit het zonnige San Francisco komt. Met haar lange haren, hoge stem en gitaargetokkel lijkt ze rechtstreeks uit een Ierse pub geplukt. Helemaal alleen en enkel gewapend met haar stem en een gitaar krijgt ze de Rotonde stil. Al valt het wel te betwijfelen of het publiek nu aandachtig luisterde of in slaap dommelde. Niet dat haar muziek slaapverwekkend was, integendeel, maar haar zachte stem en rustgevend gitaarspel werkte zo relaxerend dat het publiek er massaal van ging neerzitten.

Uit voorzorg sprong het publiek recht net voor Kevin Morby het podium betrad, maar hij was niet van plan om ze meteen wakker te schudden. Het rustige “Cut Me Down” was echter een schijnbeweging want meteen daarna schudde de Kev al een eerste keer de benen los op “Dorothy”. Met hun eenvoudige opstelling slaagde de band van Morby er in om moeiteloos van stijl te wisselen. Van laidback rock naar blues over rock’n’roll tot surf en terug. Veel doen met weinig middelen, heet dat dan.
Het was ook meteen duidelijk dat er heel wat fans in de zaal zaten, want “Harlem River” en “All of my Life” werden onthaald op herkenningsapplaus. Helemaal terecht overigens. Die eerste was een hypnotische brok jazzrock die meer dan acht minuten lang bleef begeesteren. Op die tweede toonde Morby voor de eerste keer zijn romantische kant. Strak in het pak leek hij wel een openingsdans te spelen op een trouwfeest. Dat het nummer nu niet meteen een happy end kent, zal het echtpaar worst wezen.
Morby wisselde uptempo nummers af met rustige nummers en deed af en toe eens een rake observatie. Dat er rare dingen gebeuren in Amerika, was daar één van. En dat hij al eens vijf jaar geleden (toen op zijn 23ste) al eens in de Botanique stond en sindsdien altijd graag terug komt. Het applaus dat daarop volgde, betekende dat hij nog wel vaker mag terug keren. Met een furieus “I Have Been To The Mountain” zette hij dat argument kracht bij. Pas toen viel op dat gitariste Meg Duffy haast de evenknie was van Morby op gitaar. Ze legde exact de juiste accenten en spijsde de nummers op tijd en stond bij met een heerlijke gitaarlick of riff. Vooral in het epische “Singing Saw” bewees Duffy haar onmisbare kracht en stuwde ze samen met Morby het nummer naar een hoger niveau.
Net voor het einde van het concert stuurde Morby zijn band vroegtijdig naar de coulissen. De laatste twee nummers nam hij solo en akoestisch voor zijn rekening. Blijkt dat hij met nog minder middelen even begeesterend kan klinken. Twee kleine nummers over een veiligere wapenwetgeving (“Beautiful People”) en een Townes Van Zandt cover zorgden voor en mooie en ingetogen afsluiter. Het publiek hing nog een laatste keer aan zijn lippen en plots was de romantiek helemaal terug.

De bissen gingen verder op dat elan en met de afsluiter “The Ballad of Arlo Jones” kwam zelfs surfrock om de hoek gluren. Een swingend orgelpunt na een lange avond zoeken naar de juiste versnelling. Kevin Morby had die gevonden en zo werd het lekker cruisen langs de snelweg van de Botanique.

Setlist: Cut Me Down/Dorothy/Harlem River/All of My Life/Destroyer/I Have Been to the Mountain/Tiny Fires/Miles, Miles, Miles/Singing Saw/Black Flowers/Beautiful Strangers/No Place to Fall//Parade/The Ballad of Arlo Jones//

Met dank aan Dansende Beren http://www.dansendeberen.be/2016/11/12/kevin-morby-meg-baird-nap-eyes-botanique-less-is-morby/
Organisatie: Botanique, Brussel

Steve Gunn

Steve Gunn - In de gitaarhemel met Steve Gunn

Geschreven door


We staken nog eens het water over voor een concert in Het Bos. Daar kwam Steve Gunn zijn nieuwe album, ‘Eyes on the lines’ voorstellen, dat we met volle overtuiging in de top drie van beste albums van 2016 plaatsen. Een objectief verslag mag je dus niet verwachten, ja we geven het toe, we zijn fan.

De drummer van Steve’s band, is Jonathan Bowles, en die mocht het voorprogramma doen met zijn nieuwe plaat ‘Whole and cloven’. Bowles woont in de bergen van Virginia, en dat is er aan te horen, toch als hij zingt, want dan klinkt het accent van ‘The Dukes of Hazzard’ door. Bowles, zuiderling, was niettemin geen Trump fan, en was dus redelijk down door de recente verkiezingsuitslag. Hij speelde banjo, Appalachian folk, maar met een twist, de banjo was bij momenten oosters gestemd. Bowles was een lome introductie voor Steve Gunn, waar hij dus de drums voor zijn rekening nam.

Steve Gunn is een man zonder capsones, die in zijn doordeweekse plunje op het podium staat, en met zijn lodderogen wat lijkt op Mark Sandman. Wat hij mist aan charisma, compenseert hij voor meer dan de volle honderd procent met zijn gitaartechniek die werkelijk verbluffend is. We moeten trouwens ook zijn gitarist vermelden, die hier in Het Bos een prachtig dialoog aanging met het gitaarspel van Gunn. We zagen Gunn in 2015 in de Botanique, en toen trad hij op als trio, maar dit was nog een stuk sterker dan toen.  Het optreden begon met het titelnummer uit de vorige plaat, “Way out weather”, waarbij de gitarist een dulcimer bespeelde, maar voor de rest werden tot aan de bis enkel nummers uit ‘Eyes on the lines’ gespeeld, en hoe. Gunn voerde ons naar de gitaarhemel, en sleurde ons mee in zijn rijke universum, gebaseerd op classic rock met een vleugje country.
Tot aan de bis was het optreden volledig electrisch, waar dit vorig jaar nog netjes verdeeld werd tussen elektrische en akoestische gitaar. Dit optreden had zoveel sfeer, Gunn en co, lieten de nummers ademen en leven, zodat maar één conclusie mogelijk was: niet alleen top drie van de beste platen dit jaar, maar ook top drie van de beste optredens van 2016. Fans van The War on Drugs, ontdek Steve Gunn, je zal er veel plezier aan beleven.

Setlist: Way Out Weather - Conditions Wild - Ancient Jules - Night Wander - Full Moon Tide - Ark - Park Bench Smile
Bis: Wildwood -Old Strange

Organisatie: Het Bos, Antwerpen

Nao

Nao - Een talent vol soul, funk en energie

Nao - Een talent vol soul, funk en energie
Nao
Botanique (Orangerie)
Brussel
2016-11-09
Niels Bruwier en Johan Meurisse

Een duracellkonijntje zonder houdbaarheidsdatum en met een even zachte vacht, zo valt Neo Jessica Joshua het best te omschrijven. Op het podium gaat ze door het leven als kortweg Nao en brengt ze eighties funk terug tot leven. Een verademing voor de liefhebbers van het genre, een aangename verrassing voor de nieuwsgierigen. Nao verkocht met haar show de Orangerie uit en wij vermoeden dat niemand met een leeg gevoel naar huis ging. Boordevol pit en vitaliteit knalde ze in de Botanique met sexy moves en indrukwekkende zang.

Eind juli bracht Nao haar debuutplaat ‘For All We Know’ uit. De derde plaats die ze begin dit jaar kreeg op BBC Sound of 2016, legde haar alvast geen windeieren. Op Pukkelpop speelde ze de tent plat en verschillende van haar songs stonden op volle rotatie bij alle radiozenders. Geen wonder dus dat Botanique het bordje uitverkocht nog eens kon bovenhalen.

Het voorprogramma Kllo lijkt nog wel een rustige avond te worden. Een beperkt publiek pikt de band mee en ziet hierbij een elektronisch pop duo uit Australië. Met behulp van veel loops en frêle zang, ontstaat een dansbare sfeer die soms wat aan Caribou doet denken. Mooie ontdekking voor de vroege vogels.

Dan maar Nao, die het podium opkomt als een echte koningin. Met donkere beats en felle lichten ontstaat meteen een mysterieuze sfeer. Na een, opgenomen, intro verschijnt Nao met een weelderige bos haar, een onthullend topje en een harembroek. De opgewektheid kruipt meteen in de set, wat ook niet moeilijk is met een titel als “Happy”. De vierkoppige band zorgt voor de funky klanken terwijl Nao van bij het begin haar vocalen in de strijd gooit. Op een erg unieke, fijne manier kan haar stembereik , hoog of laag, overal heen. Het schattige effect hierbij is dat de dame ook een erg hoog piepstemmetje heeft als ze tegen het publiek praat. Het lijkt zo een verlegen en tenger dametje maar dat is ze allesbehalve.

Nao heeft niet enkel de stem, ook haar moves zijn buitenaards. Bij “Inhale Exhale” haalt ze haar zwoelste moves boven, met zo’n bassen kan dat niet anders, en beweegt ze over het podium alsof alles van haar is. Ze is niet schuw om heel haar lichaam in de strijd te gooien en zo het oog ook wat te geven. Terwijl ze deze danspasjes voor elkaar krijgt, slaagt ze er ook nog in om telkens toonvast te blijven, straf! Natuurlijk houdt ze zoiets niet het hele concert vol en volgt er na enkele energieke songs altijd een kalmer nummer .
Een puntje van kritiek voor Nao dan is dat ze haar band nogal links laat liggen. De spots zijn vooral op haar gericht, wat op zich wel terecht is, maar de band doet hier nochtans ook zijn duit in het zakje. We krijgen geen voorstelling van de mannen en we moeten al erg goed kijken om te zien wie er allemaal achter haar staat, het is precies één donker gat. Jammer, want door af en toe een leuke gitaarsolo zoals bij “So Good” of “DYWM” geven de instrumenten de set wat meer body. Daarnaast zouden we in de toekomst toch een klein koortje (twee of drie vrouwen) bij Nao op het podium zetten. Die opgenomen tape is toch iets waar veel mensen op den duur zullen over struikelen.
Naast de band zorgt ook de fenomenale belichting voor de uitstekende sfeer in de zaal. Deze staat perfect afgestemd op alles wat Nao doet. Als ze een ballad rustig inzet, krijg je een spot op haar. Als de instrumenten samenkomen tot een uitbarsting zoals bij “Girlfriend” dan zien we licht explosies. Zo krijgt Nao het publiek met gemak mee.
Die toeschouwers zijn razend enthousiast op wat Nao op het podium uitsteekt. Bij iedere zwoele move krijgen we gegil uit de zaal en bij iedere indrukwekkende noot handgeklap. De zangeres speelt hier in het begin niet direct op in maar naar het einde toe weet ze toch het publiek bij de set te betrekken. Eerst door bescheiden handgeklap en vervolgens door alles mee te zingen bij “Fool To Love” en “Trophy”. Naast de interactie zorgt het publiek ook zelf voor de nodige sfeer want van begin tot eind staat iedereen, echt iedereen, te dansen en te springen.
P-Funk, soul , r&b, pop gaan hand in hand met elektronica, drum’n’bass , dubstep en diepe basstunes. Prince, Chic, Chaka Khan , Erykah Badu, FKA Twigs en Burial borrelen op .
Met de trilogie “Zillionaire”, “Firefly” (waar normaal gezien Mura Masa ook bij helpt) en bisnummer “Bad Blood” weet Nao het beste voor het laatst te bewaren. Nog een laatste keer perst ze alle energie die ze in zich heeft uit dat tengere lijf van haar en geeft ze ons de meest sexy danspasjes van de avond. Niets lijkt voor Nao te veel en dat is net de sterkte van deze set. Ze brengt muziek op haar eigen manier en geeft het zo de nodige punch om te blijven boeien..

Nao staat binnenkort niet meer in de Botanique, nee een nieuwe funky popster is geboren.

Setlist: 1. Intro (Like Velvet) 2. Happy 3. Inhale Exhale 4. Get to Know Ya 5. Adore You 6. In The Morning 7. We Don’t Give A 8. So Good 9. Girlfriend 10. Apple Cherry 11. Fool to Love 12. DYWM 13. Trophy 14. Blue Wine 15. Zillionaire 16. Firefly (Mura Masa Cover) Bis 17. Bad Blood

Met dank ook aan Dansende Beren

Organisatie: Botanique, Brussel

Swans

Swans - Meegezogen worden in de draaikolk van het giftige zwanenmeer

Geschreven door

Al sinds hun comeback in 2010 zijn wij verknocht aan de onheilspellende muziek van Swans. De vier platen de ze sindsdien gemaakt hebben koesteren wij als waren het onze eigen bastaardkinderen. We zorgen er netjes voor dat die schijfjes geen streepje zonlicht krijgen, want dat kunnen die dingen geenszins verdragen. De laatste in de rij, het recente almachtige album ‘The Glowing Man’, is alweer bovenaards imposant en zuigt ons met zijn onweerstaanbare oerkracht richting le Grand Mix in Tourcoing.

Wij hebben de unieke belevenis van een Swans concert al eens eerder meegemaakt. Wetende wat ons te wachten staat halen we dus op voorhand onze kop leeg, zetten we onze geest ruim open en pluggen we de oordoppen krachtig tegen onze trommelvliezen.
Swans lappen immers alle wetten van de conventionele muziek aan hun laars, ze tasten de grenzen van de toegankelijkheid af en gaan er vervolgens ver over. Ook voor de decibelmeter hebben ze weinig of geen respect, ze spelen verschroeiend luid, snijden dwars door de betonnen muren van le Grand Mix en verpulveren alles wat ze op hun weg tegenkomen.
De muziek van Swans is iets wat je moet ondergaan, je moet het beleven en voelen tot in de toppen van je kleinste tenen. Bij Swans gaat het er niet om hun publiek te entertainen, wel om het hard te beroeren en te pijnigen, om het murw te slaan met apocalyptische rock, verzengende noise en ontspoorde mokerslagen van songs die van geen ophouden weten. Fans van Kings Of Leon krijgen bij een concert van dit kaliber gegarandeerd een beroerte, Foo Fighters aanhangers zetten het na een halve song al op een lopen en Coldplay adepten overleven dit gewoon niet.
Swans, dat is Pink Floyd die onverbiddelijk naar de voorste loopgraven van WOI wordt gestuurd om daar ondraaglijke doodsangsten te doorstaan terwijl alle landmijnen tegelijkertijd voor hun neus ontploffen. Het is Sonic Youth die, aangelengd met de meest verschrikkelijke explosieven, als een Syrische vaatbom op Aleppo wordt gedropt. Swans klinken als een waanzinnige versie van Crazy Horse die een dodelijke mengeling van cyanide en gifgas hebben opgesnoven, of als The Birthday Party die door een kudde op hol geslagen bizons worden opgejaagd.
Opperhoofd Michael Gira neemt ruimschoots de tijd om zijn muzikanten geregeld naar ongekende oorden te dirigeren, hij laat het boeltje vaak languit ontsporen om het dan geleidelijk aan terug op de rails te krijgen, maar niet voordat dat hij die rails eerst eigenhandig van plaats heeft verwisseld. Songstructuren worden vaak ondersteboven en binnenstebuiten gekeerd, songs lijken eindeloos naar een climax toe te werken tot ze plotsklaps bruusk met een sloophamer worden opengereten. En dan start de opbouw telkens helemaal opnieuw nadat Gira middels een resem sjamanistische gebaren zijn gevolg op een nieuw spoor heeft gezet. Elke track leidt een leven op zich, Swans weten zelf nog niet bij de aanvang waar de song naartoe gaat, laat staan het publiek, maar de avontuurlijke trip is er één om volledig in op te gaan.
De Swans-pletwals houdt zo twee en een half uur aan, hard en meedogenloos, amper vijf songs in een tijdsspanne waarin The Ramones er 75 zouden doorgejaagd hebben.

Dit Swans concert is wederom een unieke ervaring die zijn gelijke niet kent. Michael Gira is de ongekroonde koning van de underground, moge hij dat nog lang blijven en tegen alle windrichtingen in zijn eigen buitengewone zin doen.

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Jake Bugg

Jake Bugg - Junior van de hedendaagse Britpop!

Geschreven door

Ondanks wij niet echt overtuigd zijn van Jake Bugg’s laatste album ‘On my one’, kon deze jonge Brit ons toch overtuigen in de Ancienne Belgique. Koude dag, met hier en daar wat regen. Ideaal kader voor een optreden als dit.

Ergens kunnen we Jake Bugg nu al de junior van de hedendaagse Britpop noemen. Verlegen, net genoeg arrogantie en vooral bakken talent. En dat allemaal voor een ventje van 21 jaar.
Drie albums heeft Jake Bugg ondertussen op zijn palmares. Genoeg dus om een uitverkochte AB te entertainen. Exact wat deze jonge heer deed. Bugg maakte een rollercoaster van zijn materiaal in up-tempo als in iets wat tragere songs. De perfecte combinatie op deze natte herfstdag en zo dacht, aan hun reactie te zien, ook het publiek van de AB hierover
Jake begon akoestisch aan zijn set en kwam op zonder band. Hij speelde 4 nummers waaronder de titeltrack van zijn meest recente album ‘On my One’ en het wondermooie “Simple as this”. De rest van de set deed Bugg met full band, wat de sound breder maakte en het nog intenser, scherper, beter deed klinken .
Over bindteksten en entertainment kunnen we, zoals gewoonlijk, bij de Brit niet veel zeggen. Een spraakwaterval is het niet, en zal het nooit worden. Maar dat is hoe we Jake Bugg kennen en ook enorm appreciëren.

Het publiek van de AB werd meteen wild wanneer nummers als “Two Fingers”, “King Ping” en “Slumville Sunrise” werden gespeeld. Ook de rustigere nummers als “Seen it all”, “Me and You” en vooral “Broken”, dat Bugg weer even akoestisch speelde, werden enorm geapprecieerd. Bissen deed hij met, hoe kon het ook anders, “Lightning Bolt”.

Jong maar dapper. Heel speciaal of verschillend van zijn andere optredens was deze passage in de AB niet. Jake Bugg beschikt over een sterke fanbase en bewees gewoon nogmaals dat hij heel wat in zijn mars heeft en (nog) niet is uitgespeeld!

Organisatie: Live Nation

Steve Gunn

Steve Gunn - Vreemde blik maar hemelse muziek

Geschreven door

Nathan Bowles uit de Piedmont in North Carolina is niet alleen de drummer van Steve Gunn maar ook lid van het erg productieve Black Twig Pickers, terwijl hij solo met ‘Whole and cloven’ ook al een derde plaat op de schappen heeft liggen. Logisch dus dat de man als opener mag fungeren in de nieuwe tour van Steve Gunn. Dat deed hij in Leffinge moederziel alleen, gezeten op een stoel met enkel een weerbarstige clawhammer banjo. Het duurde telkens nogal wat om het ding gestemd te krijgen maar eenmaal dat gelukt was wist Nathan Bowles er de wonderlijkste klanken uit te halen. Je hoorde vage echo’s uit de Appalachen folk maar Bowles zocht vooral met een virtuoze techniek zijn eigen weg. Daarbij deed hij me meer dan eens aan de legendarische gitarist John Fahey denken, vooral in die twee lang uitgesponnen instrumentale nummers waarvan “I miss my dog” een fascinerende en grillige trip was. Slechts vier nummers (het laatste met een drummer) was wat aan de korte kant maar toch ruim voldoende om me van zijn kunnen te overtuigen.

Steve Gunn, uit Brooklyn en voormalig gitarist van Kurt Vile’s The Violators, baant zich gestaag een weg naar meer erkenning. Zo liep ook De Zwerver op een doorregende maandagavond behoorlijk vol voor deze unieke artiest. En hij was er niet alleen, hij had zich omringd door een stel uitstekende muzikanten die stuk voor stuk hun sporen elders al verdiend hadden. Zo zagen we naast drummer Nathan Bowles bassist Jason Maegher, een graag geziene studiogast en lid van de No-Neck Blues Band, en de in Engeland geboren gitarist Jim Elkington die nog steeds actief is bij Eleventh Dream Day en onlangs nog mocht meespelen op een plaat van Richard Thompson.

Vanaf de eerste noten werd meteen duidelijk dat bij Steve Gunn live, meer nog dan op plaat, de gitaar centraal staat. Dit werd een waar festijn voor de liefhebbers van het zessnarige instrument. Maar ook de licht psychedelische songs met wortels in de folk mochten er zijn, telkens fris en sprankelend soms dromerig en toch goed in het vlees zittend. Echt geniaal werd het tijdens die momenten waarop de gitaren van Steve Gunn en Jim Elkington zich sensueel door elkaar wisten te strengelen. Zo zouden de Allman Brothers klinken mochten ze vandaag aan het begin van hun carrière staan was een bedenking die bij deze onmetelijke pracht door mijn gedachten flitste. Eén keer werd het veilige vangnet van de goed geconstrueerde song overboord gekieperd om het wat experimenteler aan te pakken en waarbij onze oren eventjes op de proef werden gesteld maar ook hier wist hij zich moeiteloos staande te houden. Het was meteen het einde van de reguliere set waarin het merendeel van de nummers uit de laatste en warm aanbevolen plaat, ‘Eyes on the lines’, kwamen.
Tijdens de bissen bewees hij samen met enkel Elkington dat zijn muziek ook in een intiemere setting best gedijt. Het laatste nummer bracht hij zelfs helemaal alleen. Toen hij net daarvoor wat over zijn bezorgdheid over de toekomst van zijn land kwijt wou (hij voelde de bui precies al hangen) steeg er wat geroezemoes op uit de, tot dan, muisstil gebleven zaal waarop Steve Gunn kordaat om stilte vroeg. Daarbij was geen ontkomen aan zijn priemende blik, waarmee hij voordien ook al de zaal voortdurend had doorspeurd alsof hij potentiele terroristen zocht.

Vreemde blik maar hemelse muziek.

Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge  

Band of Skulls

Band Of Skulls – Raakt minder met de jaren

Geschreven door


Band Of Skulls draait al heel wat jaren mee, maar het valt ons op dat het jaar na jaar minder wordt. Dit jaar brachten ze een nieuw album ‘By Default’ uit. Heel vernieuwend was dit niet en dat zorgde er waarschijnlijk ook voor dat het album heel wat mensen ontgaan is.

Ook het optreden in de Botanique was niet uitverkocht, wat ons wel verwonderde na een super sterke passage op Dour. Is het omdat de meeste mensen het niet wisten of omdat de band eigenlijk gewoon te veel in België staat en het allemaal niet meer zo veel boeit … Het optreden zelf was niet slecht, maar ook niet super. Russel Marsen probeerde zijn rol als frontman goed te vervullen door aan de voorkant van het podium te gaan staan en tegen het publiek gitaar te spelen. Ook handjes klappen kwam er aan te pas. Emma Richardson pakte het iets cooler aan en bleef gewoon achter haar microfoon staan, waardoor ze eigenlijk een beetje in de achtergrond verdween.
Ze hebben een handvol interessante garagerock’n rollers en die houden het imago hoog . De set begon lauwtjes, maar werd sterker met nummers als “Black Magic”, “You’re not pretty but you got it going on” en “Death By Diamonds and Pearls”. Bisronde bestond uit “I Know What I am” en “Asleep At The Wheel”.

Dat de glorie jaren van Band Of Skulls voorbij zijn, werd na hun passage in de Orangerie wel duidelijk. Ze doen het zeker niet slecht , maar het raakt minder met de jaren en wordt allemaal wat saai en eentonig. Een frisse wind met vernieuwingsdrang zou de Britse band niet misstaan …

Organisatie: Botanique, Brussel

Flume

Flume - Glorie jaren zijn voorbij

Geschreven door

Hoewel Flume nog niet zo lang meegaat in de commerciële muziekwereld, kon hij niet echt overtuigen in Vorst. We durven niet zeggen dat Flume passé is, maar dat zijn glorie jaren voorbij zijn, waren we wel van overtuigd.

De Australische artiest verkocht Vorst Nationaal volledig uit. Ergens wel terecht, want Flume heeft het wel. Hij probeert met zijn muziek telkens wat voor te zijn op al de rest en kleurt ook niet altijd volledig binnen de lijntjes, wat het net dat tikkeltje unieker maakt. Alleen op dat nieuw album ‘Skin’, missen we deze elementen een beetje en dat is wat het optreden in Vorst waarschijnlijk zwak maakte.
2 EP’s en 2 albums, met telkens volledig andere muziek. U kan het u al wel inbeelden dat dit optreden daarom van het ene uiterste naar het andere schommelde. Wat in principe geen ramp is voor een optreden, maar bij Flume stoorde het gewoon net dat tikkeltje te hard. Meezing en amusement momenten waren er te weinig. Verveling en geeuw momenten dan weer net iets te veel.
Waar we wel van overtuigd waren, waren de visuals die Flume mee had tijdens zijn passage in Vorst. Veel licht, lasers en andere dingen die het optreden toch nog een tikkeltje interessant en sfeervol.
Veel hoogtepunten waren er dus niet, maar als we er dan toch moeten opnoemen gaan we voor “Say It”, “Holdin’ on” en de remix van Lorde’s “Tennis Court”. Waarom Flume zijn nummer “Drop The Game” niet gespeeld heeft, begrijpen we ook nog steeds niet.

Misschien was de zaal te groot waardoor de sfeer sneller verdween of misschien was het dat zomergevoel dat we misten in Vorst Nationaal. Alleszins Flume overtuigde niet meteen, tot onze grote spijt.

Organisatie: Live Nation

Echo & The Bunnymen

Echo & The Bunnymen – Oud vertrouwd!

Geschreven door

Soms zit het leven niet altijd mee. Zo waren we uiterst opgetogen over het feit dat de Belgische indieband Dadawaves het voorprogramma van Echo & The Bunnymen in de Benelux mocht verzorgen, maar een ellenlange file op de E40 gooide roet in het eten. Jammer, want we hadden graag de gezichten van Jasper en zijn gevolg zien glunderen voor hun eerste moment de gloire, maar iets in ons zegt dat we deze band nog wel eens op een groot podium zullen kunnen zien.

Tijd voor Mac The Mouth. De man uit Liverpool heeft nog steeds zijn streken niet verleerd. De persfotografen mochten het alvast aan de lijve ondervinden en werden vriendelijk doorgewezen om wat foto’s te nemen in het midden van de zaal. IanMcCulloch zit voor niets verlegen, en sinds 1978 is arrogantie zijn handelsmerk geworden. Joy Division is voor hem niet meer dan een overgewaardeerd bandje, Chris Martin van Coldplay heeft geen stijl (juist Ian), Ocean Rain is het beste album ooit en als het van hem afhangt zijn The Bunnymen beter dan The Beatles. Net als Liam Gallagher vergeef je het de ijdeltuit, de meeste Bunnymen-platen zijn stuk voor stuk pareltjes. Het is wel hun schuld dat we nu zitten opgescheept met de meest saaie band uit de geschiedenis (het gaat weer over diezelfde Martin en zijn bandje Coldplay), maar hoe verschrikkelijk sommigen deze woorden ook mogen vinden: Echo & The Bunnymen is de moeder van alle Britpop.
Dat was toen en dit is nu, in 1985 bracht hij wel een compilatie uit met de opschepperige titel Songs To Learn And Sing, maar McCulloch weet ook dat hij net niet vergeten is. Het Depot was wel uitverkocht, maar de jonge gezichten kon je op één hand tellen en zelfs McCulloch kon er mee lachen: “Belgium, I love it. I have many fans there. Well I had”.
De meeste nostalgische harten hadden er wel geen probleem mee, maar in Leuven leek het wel alsof Echo & The Bunnymen sinds 1997 geen plaat meer heeft uitgebracht (probeer maar eens The Fountain of Meteorites in de winkel te vinden), en dus kreeg het publiek wat het wilde: een set vol crowd pleasers waardoor de grootste band uit Liverpool (en ja dat waren ze ooit) een jukebox van anderhalf uur werd.
Een droomset voor velen, maar tevens het bewijs dat deze postpunkband (of wat ze ook waren) niets nieuws meer heeft te bieden, behalve het aanbieden van een trip naar het verleden. En laten we ook niet vergeten, gisteren stond niet Echo & The Bunnymen op het podium, wel Ian McCulloch en Will Sergeant en wat gastmuzikanten (de keyboardspeler zat er zelfs wat verveeld bij).
Net zoals in de gouden jaren 80 begon de band met de Gregoriaanse gezangen als intro, onmiddellijk gevolgd door het voorspelbare “Going Up”. De ene klassieker volgde de ander op (van “Do it Clean” tot “The Killing Moon”) en iedere keer vond McCulloch dat het ‘the greatest song ever written is’. Absoluut waar, alleen was het niet gebracht door de beste band ter wereld en daar wringde het schoentje. Ian McCulloch is ondanks zijn 57 zomers (maak er in zijn geval maar winters van) een genot om naar te kijken, maar het zijn de verwaande woorden die de hoofdrol spelen, niet zijn stem die bij momenten wat zwak uitviel.
We kregen de gebruikelijke intermezzo’s (van Brels “Marieken” tot Wilson Picketts “In The Midnight Hour”) en de familiare afsluiter “Ocean Rain”. Was het slecht? Neen, natuurlijk zelfs ouderdom kan de mooiste songs ooit gemaakt niet vernietigen, wel neem je als fan best op een zeker moment afscheid van je helden op een podium.

Met dank aan Luminousdash.com

Organisatie: Depot, Leuven

Warhola

Warhola blaast de AB omver met zijn explosieve, donkere beats

Geschreven door

Warhola blaast de AB omver met zijn explosieve, donkere beats
Warhola
Ancienne Belgique (AB Box)
Brussel
2016-11-04
Elice Spillebeen

Een kleine ontploffing, dat bracht Warhola in de AB te weeg. De bescheiden toetsenist van Bazart, Oliver Symons, stond er op het podium met zijn soloproject. Als een bom zelfzekerheid met een toets sensuele, donkere liefde, knalde hij de zaal aan flarden.

Bij onze aankomst in de concertzaal is het al snel duidelijk dat niet alleen Olivers strakke beats in de smaak vallen bij het publiek, ook zijn aardige looks doen het goed. Verschillende jonge meisjes proberen toch maar dat plaatsje vooraan te bemachtigen, met matig duw en trek gedrag als gevolg.
Dat Warhola een strakke, explosieve set belooft, wordt ons al snel duidelijk aan de afgelijnde opstelling. Een rechte rij felle ledlichten kleurt de achtergrond met daarvoor de vier muzikanten op gelijke lijn, waarbij de twee imposante drums meteen in het oog springen. Wanneer ze het eerste nummer inzetten, knallen de beats en bassen met een aanzienlijk volume de zaal binnen. Enkele seconden later komt ook frontman Oliver met een zelfzekere allure het podium opgewandeld. Iets waar we toch wat van opkijken, aangezien we uit Bazart de eerder timide, bescheiden Oliver kennen.
De eerste twee nummers zitten er meteen recht op en zetten de sfeer voor de rest van de avond. Vooral het tweede nummer “Reshape” maakt de zaal volledig wakker en brengt iedereen aan het bewegen. ‘This boy is on fire’, zoveel is duidelijk, van de bescheiden toetsenist in Bazart is nu amper nog iets te merken. We hadden niet verwacht dat deze jongen dit in zich had, maar wat weet hij te raken. Symons bereikt zijn hoogtepunt volgens ons in “Aura”. Deze gaat door merg en been wanneer hij naar het einde toe al zijn kracht in de noten legt, iedereen is even met verstomming geslagen. De daarbij vlammende elektronica en flitsende lichten brengen ons lichaam aan het trillen en verblinden onze ogen zoals ze nog nooit eerder deden. Verblind waren we wel meermaals tijdens dit concert. Soms werd het zelf onmogelijk om het podiumgebeuren goed te volgen. De volgende keer misschien die spots toch een klein beetje dimmen?
Halverwege de set laten de weke meisjesharten zich nogmaals horen wanneer Oliver zijn jasje uittrekt. Meerdere lachende reacties weerklinken zoals “Das al één kledingstuk minder”. Een kledingstuk minder, maar een energieniveau meer. Er lijkt geen stoppen te zijn aan zijn drive. Na “Aura” en “Unravel” volgen meerdere nieuwe, ongekendere nummers elkaar op. Dat lijkt het publiek niet te deren want ook deze worden op luid enthousiasme onthaald, al bleef het dansen grotendeels uit. Het publiek hield het de ganse avond op een gezapig heen en weer wiegen.
Hier en daar kende de set enkele schoonheidsfoutjes, zoals wanneer de bandmembers beslissen niet in te gaan op het signaal om terug te komen na de bis en ook Oliver zijn microfoondraad blijkt meermaals net te kort. Symons ging hier echter met een zekere innemendheid en zelfzekerheid mee om en zette zijn concert even sterk verder.
Wanneer Warhola zijn cover brengt van “Hold On Were Going Home” door Drake, wordt het publiek even euforisch en weergalmen de woorden doorheen de zaal. De daaropvolgende hits “Red” en “Lady” zetten die euforie verder en zijn set bereikt een zeker hoogtepunt. Jammer genoeg betekent dit ook het einde van de set, kort maar krachtig zeggen ze dan. Na deze twee afsluiters, neemt de frontman een misschien iets te haastig eerste afscheid, al vergeven we hem dat door zijn wondermooie bisnummer. Hierin staat Oliver volledig solo op podium waarmee hij een prachtig intiem moment creëert. Wanneer je dacht dat zijn overgave in zijn muziek het piekpunt had bereikt, deed deze er nog een schepje bovenop. Oliver stelt zich uiterst breekbaar op en ontroert even met een overheersende stilte, waarna hij opbouwt tot een schitterende climax. De zanger eindigt met energieke, elektronische beats zoals we ze ondertussen van hem kennen.

Voor ons was Warhola tot zover de verrassing van het jaar. De ietwat meer introverte toetsenist bloeide volledig open in de kleine AB en bewees daarmee dat hij het ook solo perfect aankan. Symons wist onze verwachtingen volledig te overbruggen en wij kunnen dan ook maar één ding vragen, waar blijft dat album?

Met dank ook aan Dansende Beren
http://www.dansendeberen.be/2016/11/05/warhola-blaast-de-ab-omver-met-zijn-explosieve-donkere-beats/

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Pagina 121 van 304