logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

DRAHLA
Acid Mothers Te...
Geert Huys

Geert Huys

Rudeboy plays UDS feat. DJ DNA - Alive and kicking in the fast lane

Wanneer tram 6 lonkt kan je als frontman van een ter ziele gegane band maar beter een wel doordacht pensioenplan klaar hebben. In het geval van Patrick Tilon lag die opportuniteit redelijk voor de hand: hij kroop terug in de huid van zijn legendarische stage persona Rudeboy Remington, overtuigde zijn vroegere maatje DJ DNA om diens draaitafel af te stoffen, en hopla, Rudeboy plays Urban Dance Squad feat. DJ DNA was geboren. Commercieel gezien geen slechte zet, maar toch rest er nog die ene uitdaging: hoe hou je de muzikale erfenis en live reputatie intact van één van de meest toonaangevende bands die Nederland ooit heeft gebaard?

Dé grootste uitdaging afgelopen vrijdagavond, zo bleek, lag niet bij de hoofd act zelf maar wel bij de 40- en 50-plussers die met slechts bescheiden getale uit hun zetel konden worden gelokt richting de voormalige industriële Bolwerk site. Het contrast met het energiepeil waarmee de afgetrainde brulboei met Surinaamse roots meteen van zich afbeet tijdens opener “Selfsufficient Snake” kon moeilijk scherper. Met elastieken benenwerk dat onmiskenbaar naar de prille James Brown lonkte en raps die werden uitgespuwd alsof het een verhitte bijeenkomst van de Black Lives Matter beweging betrof werd het laatste restje twijfel genadeloos weggevaagd: deze donkere jongen van 60 komt nog steeds zo hard.

Verbeten, ja zelfs op het militante af, werkten Rudeboy & co zich anderhalf uur doorheen een eigenzinnige selectie uit de UDS back catalogue waar rap, funk en rock zodanig stevig in elkaar haakten dat er eind jaren ’80 een apart genre etiket werd voor bedacht: ‘cross-over’. In Kortrijk koos het Nederlands gezelschap niet voor een veilige hap-slik-weg selectie van louter singles, maar was er minstens evenveel aandacht voor deep cuts uit voornamelijk de eerste drie albums die UDS tussen ’89 en ’94 op de wereld losliet. Energiebommetje “Brainstorm on the U.D.S.” vanop het door wijlen Jean-Marie Aerts ingeblikte debuut klonk nog steeds als de perfecte mash-up tussen Public Enemy en de vroege Red Hot Chili Peppers. Ook de downtempo grunge van “Alienated” kwam stevig en waarachtig binnen wanneer een opsomming van persoonlijke frustraties uitmondde in een eindeloos herhaald ‘I got to keep my head up’, een mantra voor iedereen die moet leren omgaan met roadblocks op het levenspad.
Dat Rudeboy als vanouds kon uitpakken met festival anthems uit een ver vervlogen tijdsgewricht zoals “No Kid”, “Good Grief!” en “Demagogue” was niet enkel en alleen zijn verdienste. Om het even wie zijn ex-UDS maatjes Silly Sil (bas), Magic Stick (drums) en Tres Manos (gitaar) moest vervangen heeft grote schoenen te vullen, maar op een paar details na kon deze UDS versie 2.0 toch behoorlijk stevig wedijveren met de oorspronkelijke line-up. DJ DNA van zijn kant liet geen enkel moment onbenut om vooral tussen de nummers door subtiel in zijn vinylbak te duiken. Erg essentieel was het op zich allemaal niet, maar toch voegde zijn kennis van de muziekgeschiedenis een dosis speelsheid en spanning toe die het UDS DNA moeilijk te kloneren maakt.
Het laatste eindje van de lont brandde uiteindelijk helemaal op met de snedige punk uppercut “Fast Lane” en de Oosters gekruide trip hop van “Bureaucrat Of Flaccostreet”.

Geen idee met welke schimmige voorstellen onze eminente regeringsonderhandelaars straks zullen naar buiten komen, maar één ding staat na vanavond toch al vast: het pensioenplan van Rudeboy werd getest, gesmaakt, en goed bevonden!

Organisatie: Blender ifv Schouwburg Kortrijk + Wilde Westen

Stef Kamil Carlens & The Swoon - Funky ode aan vriendschap en non-conformisme
Stef Kamil Carlens & The Swoon

Een vlakke loopbaan is niet besteed aan een muzikale kameleon als Stef Kamil Carlens. Na twee eerder ingetogen singer-songwriter albums én zijn lockdown project met The Gates Of Eden waarmee hij Bob Dylan op een soulvol eerbetoon trakteerde laat de Antwerpenaar nu de funkateer in zich los. Op het nieuwe album ‘Be Who You Wanna Be’ mag er dus al eens gedanst worden, het liefst voor een spiegel waarin het publiek een maatschappijkritische blik op de wereld kan werpen.

Daags na de langverwachte release van hun kersverse worp stonden Stef Kamil Carlens & The Swoon al in vol ornaat te blinken op de planken van de Gentse Ha Concerts. Een nieuwe bandnaam die toch vertrouwd in de oren klinkt, net zoals een paar van de klasse muzikanten die Carlens op diens nieuwe tour vergezellen. Na de eerste paar nummers werd meteen duidelijk wie dé nieuwe sterkhouder van dienst is. Niemand minder dan Arno’s boezemvriend en voormalige muzikale spitsbroeder Mirko Banovic liet zijn mighty bass zodanig lekker rollen en stuiteren dat we hem ervan verdenken een grote Chic fan te zijn. Quasi op zijn ééntje vormde hij de ruggengraat van een eclectische set waar funky escapades en melancholische downtempo vibes naadloos in elkaar overliepen.
Zei daar iemand ‘eclectisch’? De broeierige opener “Bombo” katapulteerde ons ineens 30 jaar terug in de tijd, toen Carlens & co vermomd als Moondog Jr. nog op een dieet leefden van Dr. John’s voodoo funk gekruid met wat avant-garde blues uit het receptenboek van Captain Beefheart. Of wat te denken van de daaropvolgende zwoele dub reggae versie van de Zita Swoon classic “I Feel Alive In The City” die zo leek weggelopen uit de Black Ark studio van Lee ‘Scratch’ Perry.
Na nog een tweede opwarmertje uit de Zita Swoon back catalogue “Still Half My Friend?” werden de spotlights dan eindelijk gericht op het nieuwe album. Hierbij heeft Carlens niet enkel oog voor zijn eigen schrijfsels, maar ook die van zijn muzikale helden. Zo kreeg Alain Bashung’s “C’est Comment Qu’on Freine” een hoekig spacefunk jasje aangemeten waar ook een 80ies band als Shriekback al eens mee op straat kwam. Wie funk zegt komt vroeg of laat ook uit bij His Purple Highness. Het bijna vergeten Prince hitje “The Future” uit de soundtrack van Tim Burton’s ‘Batman’ film (’89) werd naar onze bescheiden mening moeiteloos overtroffen in de groovy funkrock versie van The Swoon. Jammer genoeg verandert niet elke song die Carlens aanraakt eensklaps in goud. Dez Mona’s “Suspicion”, de derde en laatste cover vanop de nieuwe plaat, blijft na de eerste paar luisterbeurten toch futloos klinken en kreeg ook live het niet voor elkaar om het meesterlijke origineel van zijn stadsgenoten te doen vergeten.
Geen idee of het lag aan valse bescheidenheid of aan een overdreven gevoel van introvertie, maar opvallend was wel dat Carlens zelf met geen woord repte over zijn eerste album met eigen materiaal in vijf jaar tijd. Dat hoefde ook niet, want in tal van zijn nieuwe songs steekt een niet mis te verstane boodschap. Onderwijzers en bankiers slaan jong en oud om de oren met regeltjes, en als het even tegen zit, sancties. Lead single “Walk On Red, Stop On Green” is naast een funky oorworm ook een niet mis te verstane uitnodiging tot een non-conformistische tegenreactie. De anders zo introverte Antwerpenaar voerde zijn protest nog verder op tijdens de furieuze album afsluiter “So Much Love”, een grillige brok electro funk die eigenlijk niet eens had misstaan op de jongste worp van, jawel, dEUS. ‘Fuck politics/Your dirty scams and dirty tricks/There is no progress to be made in the selfish way you operate!’: een treffender lijflied kunnen de naar schatting half miljoen Belgen die als ‘De Afgehaakten’ de politiek de rug hebben toegekeerd zich niet wensen.
Omdat je nu eenmaal meer indruk maakt als je samen op de barricaden staat ,vond Carlens het geen moeite om ook wat laidback songs in de set te smokkelen die een ode zijn aan vriendschap en verbondenheid. “Love Me Like A Prayer” en “Take A Little Time” kabbelen rustig en onopgemerkt voorbij wanneer je thuis het nieuwe album beluistert, maar kwamen live een pak beter uit de verf eens de frontman in zijn flashy roze pak naar crooner modus overschakelde.
De eigenzinnige Antwerpenaar liet een dozijn aan crowd pleasers en radiohits links liggen en koos moedig voor de Zita Swoon deepcut “JosieWitchGirl” als afsluiter. Niet de groovy funk maar de rauwe blues kreeg vanavond dus het laatste woord. Maar ach, gedaantes en genres zijn louter bijzaak.

Vanavond bewees Stef Kamil Carlens vooral dat hij als muzikale kameleon nog steeds op eenzame hoogte staat én dat nederigheid en non-conformisme perfect hand in hand kunnen gaan.

Neem gerust een kijkje naar de pics naar de set @De Casino, Sint-Niklaas op 15 mei 2024 @Wim Heirbaut
https://www.musiczine.net/nl/component/phocagallery/category/6060-stef-kamil-carlens-15-05-2024.html?ltemid=0 

Organisatie: Ha Concerts ism Democrazy, Gent

G. Love & Special Sauce - Return of the laid back groove

Weinig straatmuzikanten hebben dankzij hun muzikaal talent de goot zo vakkundig weten te vermijden als het in Philadelphia samengeraapte trio G. Love & Special Sauce. Begin jaren ‘90 gooiden de voormalige buskers de schijnbaar onverenigbare genres blues en hip hop in een unieke melting pot die hun titelloos debuut uit ’94 tot niets minder dan een genre-bending classic maakte. De drie decennia op de teller vormen dus reden genoeg om na lange tijd nog eens de Grote Plas over te steken voor een Europese tour van de R&B (lees: Rap ’n Blues) veteranen.

Terwijl fans van een economisch lucratief balspelletje steeds verder wegzonken in diep-filosofische bespiegelingen rond de Brugse derby voltrok zich even verder op in de stad een minstens even gezellig als memorabel event. De Cactus Club mag namelijk met recht en rede trots zijn om na 15 jaar nog eens G. Love & Special Sauce te kunnen strikken voor een exclusieve set op Belgische bodem. Nog een extra bonus? Vanavond treedt de band op in de oorspronkelijke bezetting die 30 jaar geleden de fundering van hun ongeëvenaarde laidback groove in het collectieve muziekgeheugen heeft verankerd. In eigen land is bassist van het eerste uur Jim Prescott trouwens niet meer te overhalen om van hot naar her te trekken, maar een (laatste?) Europees avontuur zag de man blijkbaar wel nog zitten.
Met een back catalogue van zeven band albums en nog eens vijf solo releases van G. Love zou menig frontman al eens worden overmand door keuzestress, maar het trio omzeilde die klip op een veilige manier door zich comfortabel te nestelen in de tijdscapsule van hun gloriejaren op MTV. In Brugge passeerde zo nagenoeg de volledige debuutschijf die volgend jaar 30 kaarsjes mag uitblazen.
Het olijke openingstrio “The Things That I Used To Do”, “Blues Music” en “Garbage Man” werd opgediend als een uitgelezen staalkaart waar de groep toen voor stond: blues als hoofdingrediënt, afwisselend gekruid met hip hop, jazz en folk. Met zijn lome raps, virtuoze gitaarcapriolen en roestige mondharmonica vormt G. Love op zich al een éénmansband, maar de onweerstaanbare Special Sauce groove is en blijft toch de verdienste van zijn twee kompanen.
Normaal gezien zijn we redelijk allergisch voor ingestudeerde - en meestal oeverloos lange - solo momentjes van bandleden, maar vanavond verveelde het ons geen seconde toen alle spotlights even werden gericht op Jim Prescott’s double bass  of Jeffrey Clemens’ elastieke drums.
In de alfabetisch geordende platenkast van G. Love & co staat Leadbelly broederlijk naast LL Cool J en komt Blind Lemon Jefferson vlak na Beastie Boys. Geen wonder dus dat de 50ste verjaardag van het hip hop genre ook in hun repetitiehok niet onopgemerkt is voorbij gegaan. Als stijlbreuk kon het wel tellen, G. Love die zo ineens zijn trouwe barkruk opzij schoof om als volbloed rapper het publiek op te hitsen met een lang uitgesponnen tribute medley aan alle MCs die zijn muzikale opvoeding hebben gekleurd. Met een magistraal bruggetje naar hun eigen bluesrap evergreen “Cold Beverage” toonde het Philly trio zich trouwens opvallend immuun voor het stoffige imago dat wel eens vastkleeft aan veel van hun generatiegenoten.
Ook in de lang uitgesponnen encores zaten nogal wat momentjes met een hoog chill gehalte. Op eenvoudig verzoek van een vrouwelijke fan vertolkte G. Love op z’n dooie eentje “Sunshine”, een sober niemendalletje vanop zijn eerste en nog steeds beste solo album ‘The Hustle’ (’04) maar vanavond klonk als een bloedmooi liefdesliedje.
Toen hij even later zijn twee makkers terug in de ogen keek regende het ineens anekdotes over de woelige ontstaansgeschiedenis van het moeilijke tweede album ‘Coast to Coast Motel’ (’95): moe van het touren, bijna gesplit, weinig inspiratie, hier en daar een pilletje teveel en uiteindelijk gestrand in New Orleans voor opnamesessies in de studio van muzikale held Allen Toussaint.
En verdraaid, het werd ineens wel erg moeilijk om niet aan The Night Tripper himself aka Dr. John te denken tijdens de funky opener van die plaat “Sweet Sugar Mama”.

Met de feelgood vibes van het onvermijdelijke “Baby’s Got Sauce” als uitsmijter kon het Amerikaanse trio terugkijken op een geslaagde uitmatch. De voorspelling door de introman van de Cactus Club was er boenk op. Brugge - G. Love & Special Sauce : 0-1.

Organisatie: Cactus Club, Brugge

The Notwist - Een perpetuum mobile van veelzijdigheid en improvisatie talent

Met wonderbaarlijke albums als ‘Shrink’ (’98) en ‘Neon Golden’ (’02) op hun kerfstok kan de invloed van het in Munchen geboren The Notwist moeilijk worden overschat. Want zeg nu zelf, zonder hun ongrijpbare spielerei in de schemerzone tussen indie, krautrock en elektronische avant-garde pop haalden de post-‘OK Computer’ releases van Thom Yorke & co beslist niet de roemrijke status die ze nu genieten.
Na een radiostilte van ruim zeven jaar en bijna twee decennia na hun voorlopig opus magnum gaven de introverte Duitsers (ja, ze bestaan echt!) met ‘Vertigo Days’ opnieuw een teken van leven dat zowaar zonder schroom naast bovengenoemde classics kan prijken.

Zoals zovele albums raakte ook ‘Vertigo Days’ in het vervloekte coronajaar 2021 een beetje ondergesneeuwd, maar toch wist het immer creatieve gezelschap het momentum enigszins vast te houden met de vorig jaar verschenen live herwerking ‘Vertigo Days - Live From The Alien Research Center’. Altijd leuk voor thuis, dat wel, maar wie afgelopen vrijdag de weg vond naar De Kreun zal volmondig beamen dat The Notwist toch vooral een band is die je moet zien, horen én voelen. Broederpaar én oerleden Markus en Micha Acher laten zich tegenwoordig vergezellen van vijf erg veelzijdige muzikanten. Het zevental is gewapend met een uitgebreid instrumentarium, gaande van een draaitafel tot een trombone; een naamswijziging in ‘The Notwist Orchestra’ zou niet eens misstaan. Aandachtige toeschouwers, en dat waren er opvallend veel in Kortrijk, kwamen dan ook ogen en oren tekort om elke muzikale nuance te kunnen volgen.

Tijdens het eerste halfuur kijken de Duitsers voornamelijk in de achteruitkijkspiegel. Indierock parels uit de 90ies (“Another Planet”), 00ies (“One For The Freaks”) en 10ies (“Kong”) worden met een stevige trap op het gaspedaal de zaal in geslingerd. Acher & co laten ze allesbehalve klinken als een nostalgische herhalingsoefening, want aan elke oude song lijken nieuwe details te zijn toegevoegd. Nooit eerder hoorden we “Kong” binnenkomen als een cross-over tussen de kille strakheid van Joy Division, de noisy rafelrandjes van Dinosaur Jr. en de zoetgevooisde pop feel van Death Cab For Cutie. Rustpuntje “Pick Up The Phone” toonde voor het eerst de breekbare kant van de band. Tegen een achtergrond van stuiterende indietronica eisten de wanhopige vocals van Markus Acher tot helemaal achterin de bar de aandacht op, il faut le faire in tijden van cognitieve overprikkeling.
Pas wanneer een paar nummers van ‘Vertigo Days’ de revue passeren valt op welke muzikale metamorfose The Notwist de laatste jaren heeft ondergaan. Door het vertrek van programmer en indietronica architect Martin Gretschmann en de komst van multi-instrumentaliste Theresa Loibl klinkt de band ineens een pak menselijker en organischer. Gewapend met basklarinet, harmonium en ouderwetse synths sloopt Loibl met sprekend gemak het glazen plafond in het voormalige mannenbastion.
De nieuwe muzikale aanpak waar ook krautpop, freejazz improvisaties en trip hop invloeden zijn binnen geslopen betekent geenszins dat er wordt ingeleverd op experimenteerdrift. “Into Love / Stars” start als een intiem en krakkemikkig electro pop liedje, maar gaat halverwege over in een repetitieve Suicide trance modus. Tijdens de vooruitgeschoven single “Ship” wordt de afwezigheid van Saya, de helft van het Japanse avant-pop duo Tenniscoats, even efficiënt als creatief opgevangen door de sample machine.
The Notwist sloten hun zoveelste triomftocht op Belgische bodem af zonder crowdpleasing concessies. Prijsbeesten “Chemicals” en “Pilot” bleven in de kast, in plaats daarvan werden met “Gloomy Planets” en “Gravity” twee vergeten parels opgevist uit het voor de rest weinig memorabele album ‘The Devil, You + Me’ (’08).
Als klap op de vuurpijl volgde ook nog een nagenoeg onherkenbare performance art interpretatie van Cypress Hill’s “Illusions” waar de leden van voorprogramma (én streekgenoten) What Are People For? de show mochten komen stelen.

Met amper of gewoonweg geen pauze tussen de nummers had dit optreden veel weg van een  perpetuum mobile waar het Duitse zevental hun heden en verleden on the spot lijken te remixen. Ineens moesten we terugdenken aan de spitsvondige flard Indeep die DJ Markus Acher eerder op de avond gebruikte om twee nummers aan elkaar te lijmen: “Last night, The Notwist saved live music from becoming a boring experience”.

Organisatie: Wilde Westen, Kortrijk

The Cult - Punchy masterclass in afgestofte klassiekers

Tja, daar sta je dan als band met ruim vier decennia op de teller: artistiek niets meer te bewijzen, én steeds meer beseffend dat de overgebleven fans toch vooral naar je shows afzakken voor a trip down memory lane. Met het nieuwe album ‘Under the Midnight Sun’ ondernam het naar de States uitgeweken Engelse (goth)rock instituut The Cult vorig jaar toch een moedige poging om dat platgetreden pad te verlaten. Moedig, maar helaas ook wat halfslachtig: een paar puike singles die knipogen naar hun jaren ’80 heyday, maar evenzeer behoorlijk wat filler materiaal dat zelfs doorwinterde adepten naar de ‘Skip’ functie doen grijpen. De aankondiging dat er na 10 jaar eindelijk nog eens een nieuwe Cult tournee mét Belgische halte zat aan te komen deed die kritiek echter snel verstommen.

Ter aftrap van de drie weken durende Europese ‘Under the Midnight Sun’ tour sloeg het Cult circus afgelopen woensdag haar tenten op in een bloedhete AB. Bij het vastleggen van de ‘nieuwe’ setlist trekken kernleden Ian Astbury en Billy Duffy duidelijk de kaart van de veilige keuzes, hier en daar gekruid met een paar creatieve uitspattingen. Voortgestuwd door het furieuze “Rise” uit het bijna-metal album ‘Beyond Good and Evil’ (’01) schoot de band uit de startblokken met een splijtende demarrage. Nooit vies van Het Grote Gebaar of een ferme brok symboliek slingerde The Cult meteen een niet mis te verstaan statement de zaal in: ook in het post-pandemische tijdperk willen de veteranen volop blijven meedraaien in het dolle rock-’n-roll wereldje. Astbury’s bariton klonk in het prille begin van de set nog als een verkouden misthoorn, maar dat euvel werd snel rechtgezet vanaf “Sun King” wiens funky baslijn heerlijk heen en weer kaatste over een legioen ja-knikkende 40-plussers. De charismatische frontman was qua bindteksten trouwens opvallend kort van stof, wat zijn makkers alle ruimte gunde om met een rotvaart door hun impressionante back catalogue te denderen.
Het pleit in het voordeel van The Cult anno 2023 dat ze blijven puzzelen aan inventieve twists om platgespeelde nummers toch fris te houden. Zo kwam tijdens het eerste meezingmoment “Sweet Soul Sister” ineens een flard van The Doors klassieker “L.A. Woman” bovendrijven. Er is veel verloren gegaan tijdens de corona pandemie, maar Astbury’s fascinatie voor Jim Morrison zit voorgoed in ’s mans met een bandana omklemde brein gebeiteld. Ook de door wah-wah gitaar voortgestuwde non-album single “The Witch” pronkte in Brussel op de shortlist met hoogtepunten. Dichter bij de psychedelische groove van de ‘Madchester sound’ dan dit is de band niet meer geraakt. Het beste nummer dat Primal Scream nooit heeft gemaakt? Check!
Het was zonder meer opvallend dat er over het uitgangbord van de nieuwe tour, ‘Under The Midnight Sun’, maar met weinig woorden werd gerept. Met amper twee stuks waren de nummers vanop dat nieuwe album erg dun gezaaid: zouden Astbury & co dan toch recensies lezen? Het dreigende “Vendatta X” was gebouwd op een naar Depeche Mode lonkend industrial synthpop fundament, een gewaagde én geslaagde combinatie die we niet zagen aankomen. Aan de andere kant van het spectrum verscheen “Mirror”, een vrij futloze brok gitaarrock die we nu al vergeten zijn.
Op het moment dat meestergitarist Billy Duffy zijn iconische Gretsch White Falcon laat aanrukken weten de fans van het eerste uur dat er een paar 80ies gothrock classics zitten aan te komen. De band gunt zichzelf nog steeds een nostalgische terugblik naar hun turbulente begindagen door elke avond de ruim 40 jaar oude debuutsingle “Spiritwalker” uit de (Southern) Death Cult periode in de set gooien. Uit doorbraak album ‘Love’ (’85) was een halve noot van de evergreens “Rain” en “She Sells Sanctuary” genoeg voor het AB publiek om over te schakelen naar collectieve extase modus. De zelfverklaarde indie guitar hero Duffy maakte echter het meeste indruk op “Phoenix”, waar de withete riffs en licks een huilende Astbury vergezelden op zijn imaginaire trip richting vagevuur en wedergeboorte.

De uitgebreide bloemlezing uit dat andere opus magnum, ‘Electric’ (’87), mondde tijdens de korte bisronde uit in de dubbele uppercut “Peace Dog” en de Stones rip-off “Love Removal Machine”.
Met een krappe vijf kwartier op de planken leek de groep zich wat te willen sparen voor het komende Europese avontuur, maar het bleek wel meer dan voldoende om de dikke stoflaag die zich 10 jaar lang had opgehoopt op de back catalogue van The Cult met één punchy performance weg te blazen.

Organisatie: Gracia Live

dinsdag 25 oktober 2022 11:27

TV Priest - Vloeken in de Church of England

TV Priest - Vloeken in de Church of England
TV Priest

Mede dankzij Brexit zit de recente muziekgeschiedenis opgescheept met een resem grimmige post-punk bandjes die intussen vlotjes de weg hebben gevonden naar de mainstream. In de slipstream van populaire wegvoorbereiders genre Idles, Fontaines D.C. en Shame kwam begin vorig jaar ook het Londense kwartet TV Priest aangewaaid met de schromelijk onderbelichte debuutschijf ‘Uppers’. Amper anderhalf jaar later is daar al ‘de moeilijke tweede’ ‘My Other People’ waarvoor de band tot zijn eigen verbazing opnieuw onderdak vond bij de iconische grunge/indie platenstal Sub Pop. Geen idee of ze écht op zoek zijn naar een groot publiek, maar geen nood, wij vonden in de 4AD precies de juiste mensenmaat om dit stelletje getalenteerde Engelsen een heuse post-punk matinee aan de Kleine Dijk te zien afsluiten.

Bij zijn eerste performance op een Belgisch podium liet weinig of niets vermoeden dat frontman Charlie Drinkwater één van de interessantste post-punk bandjes van het moment aanvoert. Met zijn loszittend maatpak en blik op oneindig laat hij zich immers gemakkelijk verwarren met een verstrooide docent Engelse literatuur die amper beseft dat er studenten in het auditorium zitten. Wat we wel zeker weten is dat de opper-Priest in zijn teksten maar wat graag uitpakt met gebalde one-liners.  In opener “Bury Me in My Shoes” is het al meteen raak: ‘Life only comes in flashes of greatness’ stuiterde als een mantra heen en weer tussen een brutaal bonkende ritmesectie en een krassende staccato gitaar. Tijdens “It Was a Gift” kroop Drinkwater in de huid van de kritische historicus en vloekt hij herhaaldelijk ‘And I read about it, so it must be true’ alsof hij zich wou excuseren voor de minder fraaie pagina’s uit de Engelse geschiedenisboeken. Die excuses kwamen er even later ook daadwerkelijk met het stomende oudje “This Island” dat smalend werd opgedragen aan ‘our stupid little island’. En onvermijdelijk moest ook Boris ‘partygate’ Johnson er even later aan geloven tijdens “Lifesize”.
In tegenstelling tot hun debuut probeert TV Priest op hun jongste worp ‘My Other People’ zich meer dan eens uit het strakke post-punk keurslijf te wringen door tempo’s te drukken en met hard-zacht contrasten te experimenteren. Dé uitdaging is echter om nuance en subtiliteit in een live set binnen te smokkelen die voor het grootste deel uit louter sturm und drang materiaal bestaat. Dat lukte erg aardig met “One Easy Thing” waar de slaapdronken crooner in Drinkwater zich over zijn post-corona toekomst bezon tegen een achtergrond van een rafelige Gang Of Four riff. Het melancholische rustpunt “Limehouse Cut”, één van onze persoonlijke favorieten op het nieuwe album, ging daarentegen jammerlijk de mist in. Zonder de strijkers en met een overdosis aan schel gitaargepingel werd het nummer van alle weemoed gestript en bleef er enkel een mislukt experiment over.
Met het opzwepende “It Was Beautiful” revancheerde het Londense kwartet zich vrijwel onmiddellijk, maar tijdens het laatste kwartier sloeg de stemming toch wat om. Drinkwater deed maar weinig moeite meer om echt te vloeken of zelfs maar oogcontact te maken met het schaarse publiek, en ook muzikaal ebden spanning en variatie langzaam weg. De band kwam na een uurtje niet meer terug, en dat was niets minder dan jammer gezien de puike catalogus die de heren op minder dan drie jaar bij elkaar hebben gespeeld.
Met grote afwezigen zoals “Decoration” en “The Big Curve” in het achterhoofd trokken we dus met een lichtjes onvoldaan gevoel het onweer boven West-Vlaanderen tegemoet.
On the bright side: wie deze band na een maandje touren een herkansing gunt kan op 20 november terecht in de Witloof Bar van Le Botanique.

Organisatie: 4AD, Diksmuide

Come - Come, met de ‘C’ van ‘Catharsis’

Wanneer je als beginnend bandje in de early 90ies na amper één plaat werd bewierookt door J. Mascis (Dinosaur Jr.), Bob Mould (Hüsker Dü) én Kurt Cobain dan moest er wel iets op til zijn. Het overkwam het in Boston geboren Come, al heeft de geschiedenis ons intussen geleerd dat de roem van dit noiserock gezelschap uiteindelijk nooit verder reikte dan een beperkte schare indie fans. Voor die laatste groep is er trouwens uitstekend nieuws: de recente reissues van Come’s opus magnum ‘Don’t Ask, Don’t Tell’ (’94) en hun verzamelde Peel Sessions door het Engelse Fire Records gaan vergezeld van een Europese clubtour met haltes in zowel Brussel als Diksmuide.

De perstekst van de 4AD windt er geen doekjes om: “...met Come staat hier vanavond één van de mijlpalen uit de nineties muziekgeschiedenis op de planken”. Bovendien treedt de cultband terug op in de oerbezetting ten tijde van de eerste twee albums, weinig verwonderlijk dus dat het gros van de setlist werd opgediept uit de periode ’92-’94. De pastorale slowcore van opener “Bell” maakte meteen duidelijk dat Come anno 2022 veel verder reikt dan een plichtmatige trip down memory lane. Nee, dit zou een avondje worden diep doordrongen van catharsis, een emotionele climax gedistilleerd uit de dissonante gitaaruithalen van het core duo Thalia Zedek en Chris Brokaw, de abrupte tempowisselingen van ritmetandem Sean O’Brien en Arthur Johnson, en de verwrongen zang van Zedek. Kortom, de muziek van Come intrigeert en provoceert, getuige het ‘HATE’ statement geafficheerd op Zedek’s gitaar.
Nu Zedek de kaap van de 60 lentes heeft overschreden lijkt haar vocale rasp steeds nadrukkelijker aan te leunen bij die van andere vrijgevochten muzikale boegbeelden zoals Marianne Faithfull, Patti Smith en ja zelfs een prille Courtney Love. Aan sympathiek gekeuvel met het publiek doet ze niet; veel liever identificeert Zedek zich met de getormenteerde zielen in “Finish Line”, “String” en “Dead Molly”. Haar hoekig gitaarspel haakt wonderwel ineen met het meer subtiele snarenwerk van ex-Codeine legende Chris Brokaw. Die laatste mag met “Recidivist” de enige track uit Come’s zwanezang album ‘Gently, Down The Stream’ (’98) voor zijn vocale rekening nemen, waarbij hij de 4AD familie uitvoerig bedankt dat uitgerekend Come het nieuwe concertseizoen aan de Kleine Dijk mag aftrappen.
Tijdens de tweede concerthelft toonde Come pas echt wat ze in hun mars hebben als het op muzikale moodswings aankomt. “Yr Reign” en “Poison” bleken stevige brokken noiserock die eerst vakkundig in vitriool werden gedrenkt vooraleer ze de zaal in te spuwen. Als Zedek & co vervolgens de voet van het gaspedaal halen schuren ze ineens dicht aan tegen de claustrofobische blues-noir van The Gun Club. Toevallig of niet zijn het net die gruizige slowburners zoals “Let’s Get Lost” en “Sad Eyes” die we als hoogtepunten van de avond inkaderen. En van blues gesproken: Brokaw’s monumentale slide intro van “Off To One Side” blies alle puristen in het genre moeiteloos van hun sokken.
Tijdens de korte encores trakteerden de Bostonians ons nog op “In/Out”, één van de handvol singles waarmee Come toendertijd niet verder raakte dan de onderste regionen van de alternative charts maar ondertussen wel is uitgegroeid tot een 90ies college radio classic. Het andere vermeende radiohitje “Wrong Side” bleef jammer genoeg in de kast, maar dat doet niks af aan de glorieuze terugkeer van de indie veteranen.
Tijdens de signeersessie vertrouwde Brokaw ons trouwens toe dat Fire Records weldra ook de rest van de Come catalogus gaat oppoetsen.  De aanvullende aalmoes die onze welwillende regering onlangs tevoorschijn heeft getoverd kent bij deze al zijn bestemming.

Organisatie:4ad, Diksmuide

maandag 23 mei 2022 22:19

Sophia - Knipogen in het tranendal

Sophia - Knipogen in het tranendal

De aanhouder wint, zeker als die luistert naar de naam Robin Proper-Sheppard. De frontman en gedurende een kwarteeuw enige constante factor van het treurwilg collectief Sophia moest de release van diens jongste opus ‘Holding On/Letting Go’ om de intussen gekende reden herhaaldelijk uitstellen tot ie finaal wereldkundig werd gemaakt in de herfst van 2020. Een prima seizoen voor een extra portie weemoed zou je dan denken, maar ook de bijhorende promotour bleek een schijnbaar eindeloze aaneenschakeling van ‘cancelled’ en ‘rescheduled’ gigs.
Het ongedurige wachten wordt deze maand eindelijk beloond: Sophia tourt voor het eerst sinds 2017 door een aantal Europese landen, met zowaar twee stops in België.

Aan de vooravond van hun passage in Het Depot, Leuven kwam eerst het Kortrijkse Wilde Westen aan de beurt. Wie ooit al present tekende op een optreden van Sophia kwam daar zelden of nooit met een glimlach buiten. Bewuste stijlbreuk met het verleden of niet, maar vanavond was dat wel even anders. Een zichtbaar ontspannen en bijwijlen zelfs ronduit grappige Proper-Sheppard klonk als performer nog steeds even weemoedig als weleer, maar als mens leek ie op het randje van gelukkig met zijn langverwachte terugkeer naar podium en publiek. Hij weet zich daarbij geruggesteund door wat hij zelf graag ‘The Sophia Collective’ noemt, met naast zijn longtime partner in crime op drums Jeff Townsin o.a. ook leden van de Belgische bands Hypochristmutreefuzz, AFF en Teen Creeps.

Ook muzikaal lijkt Sophia op de jongste worp ‘Holding On/Letting Go’ een paar opmerkelijke nieuwe ingrediënten aan hun inmiddels gekende recept te hebben toegevoegd. Zo werd set- en albumopener “Strange Attractor” uitgerold op een langgerekte electro groove waarna een strakke krautrock beat het commando overnam. En wat doet een saxofonist ineens tussen de vertrouwde breed uitwaaierende gitaren? Wel heel veel eigenlijk, getuige het meeslepende “Alive” dat het midden hield tussen Morphine’s crossover indiejazz en een wanhopige Bowie ten tijde van ‘Station to Station’. En warempel, met de furieuze protest uppercut “We See You (Taking Aim)” maakte Proper-Sheppard tijdens de eerste ronde encores zelfs plaats voor zijn brutale punkrock alter ego The May Queens, wiens enige en zwaar onderbelichte titelloze album intussen reeds 22 kaarsjes mag uitblazen.

Van flashbacks gesproken, die waren er zaterdagavond natuurlijk ook. Het gros van het publiek had de muzikale 90ies klaarblijkelijk ook zelf meegemaakt en knikte goedkeurend - al dan niet met een krop in de keel - toen uit dat decennium de Sophia evergreens “If Only” en “So Slow” werden opgediept. Met dit soort intimistische songs die altijd hoog scoren op onze weemoed barometer zou Sophia makkelijk een volledige setlist kunnen vullen, maar dat is buiten de eigenzinnige Proper-Sheppard gerekend. De tijd dat hij potten brak met de pastorale emo-pletwals genaamd The God Machine mag dan reeds lang vervlogen zijn, met het epische “Desert Song No. 2” werden we toch zonder pardon teruggeflitst naar die turbulente periode. In de finale van deze publiekslieveling werden alle registers meedogenloos open gegooid, waardoor het even leek alsof we in het repetitiehok van Godspeed You! Black Emperor waren beland.

“Bij gebrek aan een stage manager” speelde Sophia niet één maar twee bisrondes. Kijk, het zijn dat soort knipogen in het tranendal van Proper-Sheppard die suggereren dat de naar Berlijn uitgeweken Amerikaan zijn imago van eeuwige treurwilg zelf niet al te ernstig lijkt te nemen.
Op zich vormden de encores een fraaie staalkaart waar Sophia live voor staat: epische grandeur (“Resisting”), intieme sadcore (“Ship in the Sand”) en pop-noir (“Oh My Love”). Het begrip ‘klaagzang’ in alle mogelijke betekenissen klonk zelden zo mooi als vanavond.

Organisatie: Wilde Westen, Kortrijk

Madou - De schaduwkant van het leven, 40 jaar later

Schijnbaar uit het niets dook vorig jaar de single “Ronquières” op, het eerste muzikale wapenfeit in 40 jaar van de Nederlandstalige cultband Madou rond zangeres Vera Coomans en multi-instrumentalist Wiet Van de Leest. Hun combinatie van avant-gardistische pop en teksten die je zo de grond in trekken wordt nu als vooruitstrevend beschouwd, maar viel begin jaren ’80 op een koude steen bij de platenkopende massa. Maar geesten kunnen rijpen, en een paar dozijn #MeToo schandalen en ethische dilemma’s later blijkt het herrezen Madou ineens wel de juiste vinger aan de maatschappelijke pols te houden.
“Ronquières” bleek de voorloper van een heuse comeback, inclusief een gloednieuw album ‘Is Er Iets?’, een gepland Rewind concert in de AB rond het titeloze debuut uit ’82, én een zaaltournee met de nodige corona hickups.

Afgelopen vrijdag haalde Democrazy de groep naar de Gentse Minard schouwburg die tot de nok gevuld was met een bonte mix van jong en oud. Over verschillende generaties gesproken, ook Madou is intussen uitgegroeid tot een klein familiebedrijf; op de planken wordt Coomans tegenwoordig vergezeld van haar zoon Thomas Devos, bezieler van onderbelichte gitaarrock bandjes als Rumplestitchkin en Tommigun, terwijl de heropgeviste Van de Leest op zijn beurt zoonlief Louis (beatmaster bij MonkeyRobot) binnen heeft geloodst. De jonge percussionist Mattijs Vanderleen vervolledigt het muzikaal erg veelzijdige gezelschap, wiens favoriete ingrediënten in de rayons van de folk, jazz, chanson en kamerpop moeten gezocht worden.

Zoals verwacht concentreerde de groep zich op een bijna integrale uitvoering van de vorig jaar verschenen comeback plaat ‘Is er Iets?’, hier en daar aangevuld met een aantal ‘gouwe ouwe’ zoals Vera Coomans ze zelf guitig omschreef. Tijdens het openingskwartier is de sfeer erg ingetogen, en bij momenten komt de spanning bij de hoofdpersonages uit “Nachthuis”, “Is Er Iets?”, “Niets Dringt Door” en “Het Doet Geen Pijn” ook echt voelbaar binnen. Coomans kreeg van Belpop kenner Jan Delvaux de eretitel ‘de Marianne Faithfull van Vlaanderen,’ en ze doet die naam vanavond alle eer aan. Gebiedend, getormenteerd of gelaten debiteert ze verhalen over toxische relaties, mentale ongezondheid, en onvermijdelijk als er inmiddels 73 lentes op de teller staan, de verschillende neveneffecten van het ouder worden.
Als de frontvrouw zich mag spiegelen aan dame Faithfull, dan is haar compagnon de route sinds de hoogdagen bij Rum Wiet Van de Leest de Warren Ellis van het gezelschap. Zijn virtuoze vioolinjecties jagen het drama gehalte nog verder de hoogte in, en zorgen ervoor dat het op geen enkel moment echt gezellig wordt.
Naarmate de set vordert, wordt Coomans spraakzamer tussen de nummers door, en in de korte doch welgemikte dialogen met zoonlief Thomas is er zelfs nu en dan sprake van, jawel, humor. Rust of onrust, licht of donker, een lach of een traan, het zijn bij Madou contrasten die bijna ongemerkt in elkaar overvloeien. ‘Vandaag was het mooi weer om te fietsen’ is Coomans’ schijnbaar onbenullige inleiding tot het erg poppy “Ronquières”, een dramatisch epos over een zelfmoord ter hoogte van het gelijknamige kanaal. De kale brok folk noir “Huis In De Duinen” noemt Thomas Devos een murder ballad; het is een beschrijving die, net als zijn diepe tweede stem, onvermijdelijk aan the prince of darkness Nick Cave refereert.
Rechts van ons veert een fan van het eerste uur spontaan op wanneer “Witte Nachten” en “Niets Is Voor Altijd” worden ingezet, evergreens die na vier decennia nog niets aan urgentie hebben ingeboet én in een ideale wereld zonder pardon op de shortlist van de Vlaamse canon thuishoren. Tevens uit de debuutplaat van 40 jaar geleden werd “Straks Niet Meer Warm” vanonder het stof gehaald, alweer een murder ballad avant la lettre die een theatrale songsmid genre Gavin Friday wellicht niet onberoerd zou laten.
Uiteraard werden de spots terug gedimd voor een bisronde, die in alle intimiteit startte met een moeder-zoon onderonsje. De mondharmonica van broer/nonkel Leejoo Coomans ontbrak in het Dylanesque “Gele Schoenen”, maar dat deed verder niets af qua glans van dit nummer met een tekst die reeds dateert van begin jaren ’80.
En jawel, er is wel degelijk een sprankeltje hoop dat de cultband niet opnieuw 40 jaar zal treuzelen met de release van een volgend opus, getuige de nieuwe parel met de heerlijk misleidende titel “Een Mooie Dag”.

Met een reprise van “Witte Nachten” deed Madou de boeken dicht, maar wat ons betreft verdient hun indringende inkijk langs de schaduwzijde van het alledaagse leven nog een paar nieuwe hoofdstukken. Geen vaarwel dus, maar graag tot ziens!

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/minard-schouwburg/madou-25-03-2022.html

Organisatie: Democrazy, Gent

Adrian Crowley - Intieme weltschmerz in een pastoraal kader

Toen Ryan Adams in 2005 tijdens een interview met Rolling Stone de vraag kreeg toegeworpen "Who's the best songwriter that no one's heard of" antwoordde deze prompt: “Richard Hawley ... and Adrian Crowley!”. Een compliment dat kon tellen, dat wel, maar schandalig genoeg duurde het nog een kleine tien jaar vooraleer Crowley met het oncomfortabele crooneropus ‘Some Blue Morning’ (’14) op onze muzikale radar verscheen. Intussen is de Ierse singer-songwriter met Maltese roots toe aan album nummer negen, ‘The Watchful Eye of the Stars’, dat samen met sterproducer John Parish werd ingeblikt en alweer lonkt naar een prominente plaats in diverse eindejaarslijstjes.

Crowley’s tourmanager had werkelijk geen betere datum en lokatie kunnen verzinnen voor zijn eerste post-corona optreden op Belgische bodem. Door de felle regen en wind onderweg waanden we ons afgelopen zaterdagavond midden in een roadtrip langs slecht verlichte wegen en desolate dorpjes in Zuid-Ierland, en eens aangekomen in het pittoreske Sint-Denijs maakte de mistige atmosfeer in de schaars verlichte kerk het plaatje werkelijk compleet. Van ‘mist’ naar ‘mistroostig’ is trouwens maar een kleine stap in het universum van Adrian Crowley, die zowaar van wal stak met twee nieuwe nummers. En eerlijk? Eigenlijk maakt het bitter weinig uit welk nummer de Ier nu precies uit zijn mouw schudt: van zodra zijn bariton weerklinkt waanden we ons in een parallele, haast surrealistische wereld waar ook andere muzikale notabelen zoals Leonard Cohen, Richard Hawley en Bill Callahan een stekje hebben veroverd.
Ook muzikaal is het éénmansorkest Crowley niets minder dan een kleine sensatie. In het eerste deel van de set kreeg zijn rode Gretsch het gezelschap van een loop pedaal, waardoor de nummers laagje per laagje in een multidimensionele reverb werden gedrenkt alsof er zich achter één van de kerkpilaren nog een extra muzikant schuil hield. Halverwege de set kroop Crowley vervolgens achter een analoge mellotron, een statement die trouwens kan tellen in een wereld die gedomineerd lijkt door digitale bleeps. Die instrumentwissel leverde alvast een paar van de strafste songs van de avond op zoals “Take Me Driving” waar Crowley vanop de passagiersstoel de eindigheid van vriendschapsrelaties beschrijft. Ook het bezwerende spoken word nummer “Crow Song” dreef op een afscheidsrelaas, dit keer van een gewonde kraai die Crowley’s broer ooit mee naar huis bracht maar zijn herintroductie in de vrije natuur uiteindelijk niet overleefde.
Niet dat Adrian Crowley verlegen zit om voldoende crowdpleasers uit zijn eigen back catalogue, toch stonden er ook twee eigenzinnige covers op het menu met een eerbetoon aan David Bowie als rode draad. De 50ies original “Wild Is The Wind”, ooit door de thin white duke himself opgenomen uit bewondering voor Nina Simone, werd van alle ballast en ritme gestript totdat enkel pure weltschmerz overbleef. Ook de soulvolle soundtrack hit “Cat People (Putting Out Fire)” werd door de mangel (lees: de mellotron) gehaald met een ronduit ijzingwekkende parlando versie als resultaat.

Zijn grootste evergeen “Some Blue Morning” en de wel erg luchtige recente single “Bread and Wine” besloten een avond die helemaal draaide rond het imposante strot van Crowley en diens cinematografische verhalen over De Grote Emoties. “I feel great at this moment, being able to pour my heart out in front of an audience” liet de imposante Ier eerder op de avond al optekenen. En laat dát nu precies de essentie zijn van de intieme Wilde Westen concertreeks ‘In Heaven’ die vanavond een gedroomde post-corona doorstart maakte.

Organisatie: Wilde Westen, Kortrijk

Pagina 1 van 17