logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Zara Larsson 25...
Editors - Paasp...
Festivalreviews

Cactusfestival Brugge 2010: zondag 11 juli 2010

Geschreven door

Cactusfestival Brugge 2010: zondag 11 juli 2010 - Diverse feestjes van hoogstaand muzikaal niveau

Het ergste wat een mens kan meemaken is rond het middaguur verzeild geraken op een overvolle E-40, zeker als de temperaturen oplopen tot 30 graden maar gelukkig heet het doel vandaag Brugge, en voor één keer is dat niet om de lokale chocolateries plat te lopen maar wel om in het sprookjesachtige Minnewaterpark het laatste luik van het Cactusfestival te gaan bewonderen.

Net zoals iedere festivalopener moest ook het Noorse The Low Frequency In Stereo vechten om de nodige publieksaandacht te bekomen alhoewel de liefhebbers van de betere (lees minder saaie) post-rock al langer dan vandaag weten dat deze groep er met de gitaar een lap op kan geven, zeker voor degene die niet vies zijn van wat vette noise.
Hoger op de affiche, denkt u? Misschien wel, maar het is al een opzienbarend feit dat een familiefestival zulke groepen een kans wil geven, dus voor zij die het gemist zouden hebben : gewoon de volgende keer wat vroeger uit de veren.

Ik zou misschien beter vooraf mijn biootjes raadplegen want bij het aanschouwen van Fiction Plane kwamen er gedachten bij mij op in de trend van ‘flauwe kopie van The Police’ of ‘die vent denkt dat hij Sting is, zeker’ en een dag later val ik bijna pardoes van mijn stoel om te lezen dat de zanger van Fiction Plane ene Joe Sumner is, zoon van jawel Sting. Op een paar knappe Radiohead-gitaartjes na kwam ik niet verder dan platte commerciële rock dat klinkt als een afkooksel van The Police, en ook al ken ik ondertussen de stamboom van deze mens verandert dit niks aan mijn mening.

Ook Alela Diane was nieuw voor mij maar onbekend talent ontdekken is nu net wat festivals zo aantrekkelijk maakt. Alela Diane is zowat één van de meest schuchterste meisjes die ik ooit voor zo’n massa volk heb zien spelen. Terwijl ze zich zorgen maakt over de staat van haar zelfgekweekte frambozen tovert ze een verzameling countryfolksongs uit de mouw waarbij ze de begeleiding krijgt van haar weinig spraakzame vader (tenzij u een “Hi” aanziet als een spraakwaterval).
Doordat dochter en vader enkel voorzien waren van een akoestische gitaar was het niet zo’n simpele opgave om een snikhete wei te entertainen, toch hadden deze twee er amper moeite mee en het mag misschien allemaal wel voorzien zijn van de gebruikelijke ‘déjà-vu’-dosis toch merkte je vrij vlug dat het publiek in grote getale aan het vallen was voor deze onschuld.

Onschuld is iets wat je Jon Spencer niet in de schoenen kan schuiven want of het nu met zijn eigen Blues Explosion is , met vrouwlief in de gedaante van Boss Hog of met Matt Verta-Rye in de vorm van Heavy Trash, blijft deze grote mijnheer  altijd de rol van de rock ’n rollduivel zelve. Je moet al een zeer zure pruim zijn om niet te vallen voor deze halfgod want alles wat Jon Spencer aanraakt is te omschrijven als übercool. Op de wijze van een ware rock’n rollpredikant komen we in een rock ’n rollachtbaan terecht die ons van de ene wervelwind naar de andere brengt.
De noise wordt bij Heavy Trash grotendeels achterwege gelaten maar in de plaats daarvan krijgen we een lekkere vette contrabas, bespeeld door showbeest Simon Chardiet. Na een rock ’n rolltrein die ons een klein uurtje doorheen de verschillende Staten van Amerika bracht, smeet Jon Spencer alles op de grond wat zich bij hem in de buurt bevond, en het wordt nu al op de Cactuswebsite geopperd maar inderdaad “Wij willen volgend jaar meer van dat, The Jon Spencer Blues Explosion bijvoorbeeld”. Grote klasse, ook al wisten we reeds weken op voorhand dat dit het verdict zou zijn.

Eerder op de middag mochten we reeds de zoon van Sting begroeten en nu was het de beurt aan de zoon van Fela Kuti. Niet dat ik een specialist in de wereldmuziek ben maar ik weet wel dat Fela algemeen beschouwd wordt als de inspiratiebron van de Afrobeat, een moderne mix is van Westerse en Afrikaanse invloeden. Toen Fela in 1994 aan aids stierf besloot Seun Kuti om de muzikale erfenis van zijn vader te zetten. Spreek trouwens Seun op zijn Gents uit en je snapt de link “zoon/seun” wel, ook al moet je het volgens moderator Nic Balthazar uitspreken als “Sioen”.
De Nigeriaan ontfermde zich over Egypt ’80 wat de muzikale begeleidingsband van zijn vader was. De appel valt blijkbaar niet ver van de boom want meteen werd de sfeer er goed in gezet met een lekkere jazzy opener  waarbij we nadien Seun in een uiterst kleurrijk kostuum het podium konden zien betreden.
Het Brugs Minnewaterpark werd al vlug een Afrikaans vakantieoord met een Seun die als een panter over het podium kroop terwijl de twee knappe achtergrondzangeresjes de meest wulpse dansjes tentoon spreidden die een gezonde jongen zich maar wensen kan.
Na een uur getuige te zijn geweest van een ultiem rock ’n rollfeestje was het nu dus tijd voor een evenwaardig wereldmuziekfeestje ook al houdt Seun er zich niet voor in om zijn president er flink van langs te geven (een nummer als “Big Thief” hoeft geen uitleg).

Hoe later het op de avond werd, hoe meer de vraag rees of het nu Nederland of Spanje zou zijn die de Wereldbeker zou winnen, maar een andere (tevens interessante) vraag was hoe Admiral Freebee in 2010 zou klinken. Tom Van Laere is al lang niet meer de eenzame troubadour die op Neil Young lijkt want Admiral Freebee is zonder enige twijfel één van de grootste rockacts van dit land geworden (daar ik gisteren op Rock Zottegem was, kan je daar wat mij betreft Novastar ook bijrekenen). Het succes heeft van deze groep zeker geen subtiele band gemaakt maar wel een goed geoliede machine waar de kwaliteit vanaf druipt, en met Flip Kowlier als gastbassist kan dit zo’n statement enkel maar kracht bij geven. Admiral Freebee speelde op veilig en gaf het (bij momenten uitzinnige) publiek wat het wou : de hits.
Na afloop ben je bij het overlopen van je lijstje alleen maar onder de indruk hoeveel klasse songs deze groep op zo’n korte termijn geschreven heeft.

Klasse kun je ook gemakkelijk associëren met de volgende gaste, Tori Amos. Het was blijkbaar voor sommige mensen een verscheurende keuze (de WK-finale of een uurtje Amos) maar om de pijn van vele echtgenoten te verzachten (Tori Amos heeft nu eenmaal een hoofdzakelijk vrouwelijk publiek) droeg de Amerikaanse diva een oranje armband om zo haar verbondenheid met de Nederlandse supporters te tonen.
Laten we er maar geen doekjes om winden, de laatste releases van mevrouw Amos laten veel te wensen over en het was dan ook koffiedik kijken wat we hier te zien zouden krijgen. Tori bracht een set van 16 greatest hits waarvan nog een heleboel covers (van “Lovesong” van The Cure tot “Smells like teen spirit”,
“Personal Jesus” tot, jawel, “I feel the earth move” van Carole King).
Tori doet het allemaal alleen, en wijdbeens op een bankje bespeelt ze tegelijkertijd de klassieke en de elektronische piano. “No surprises” zou Thom Yorke zeggen wat niet weg neemt dat Tori Amos grote klasse blijft.

Toen we verschillende ontgoochelde mensen met een oranje T-shirt het park zagen verlaten, wisten we ook meteen dat het tijd was voor de laatste act: Macy Gray. Misschien zat de voetbal er voor iets tussen maar al gauw kon je bemerken dat de meeste fans van Tori Amos niet echt te vinden waren voor een soulafsluiter (waarschijnlijk zou het in omgekeerde rol van hetzelfde geweest zijn) maar deze rondborstige zangeres weet echter wel hoe ze op een zeer goede manier commerciële soul anno 2010 moet verkopen. Wanneer je de talrijke afropruiken en de koorzangeressen zag, leek het wel even of je beland was in een of andere scène van ‘The Blues Brothers’.

Een ideale afsluiter voor een festival die anders is dan de overige festivals en dat siert Cactus ten volste. Het lijkt misschien wel allemaal minder rock’n’roll (alhoewel dit een understatement is voor wie Heavy Trash zag) maar de kleinere details sieren de organisatie. Maar zoals men zegt, zijn het meestal de details die het hem doen, en dat gaat van aandacht naar het kind tot het feit dat een vegetarische medemens tijdens zo’n muzikaal evenement niet moet verhongeren (op sommige festivals nog steeds een pijnlijk punt)
 … See you next year!, het credo van de redactie …

Organisatie: Cactus Club, Brugge

Cactusfestival Brugge 2010: zaterdag 10 juli 2010

Geschreven door

Cactusfestival Brugge 2010 - Elvis Costello en Jamie Lidell niet enkel hoofd - maar ook topact

Telkenmale we het festivalterrein van het Brugse Cactusfestival betreden, wordt het ons keer op keer meteen duidelijk waarom wij zo weg zijn van dit driedaagse gebeuren. Het festivalterrein is prachtig gelegen midden het Minnewaterpark en slechts enkele stappen verwijderd van het historisch centrum. Het laat zich ook kenmerken door een gemoedelijke en ontspannen sfeer en er dienen geen hartverscheurende keuzes gemaakt te worden welke groep (niet) te gaan zien op welk podium. Alle artiesten passeren namelijk de revue op slechts één podium. U kan derhalve gemakkelijk de dorst lessen en de honger stillen zonder het idee te hebben diverse ontdekkingen of uitzonderlijke concerten te missen.

En dat deze combinatie niet enkel door ons gesmaakt wordt, getuigt het feit dat de kaartenverkoop - in het zog van het succes die concerten al enkele jaren mogen genieten - jaar na jaar crescendo toeneemt (ook deze keer mocht in de loop van de namiddag het bordje met het niet mis te verstane opschrift ‘Uitverkocht’ bovengehaald worden). Daarenboven is er nu ook internationale erkenning. Zo heeft het festival sinds januari van dit jaar de European Festival Award op zak voor het beste kleine festival van Europa.

Zelf koos uw recensent van dienst dit jaar voor dag 2 en zagen daar meteen Balthazar (***1/2) als leuke opwarmer – dat mede gelet op de officiële hittegolf in het vizier ook letterlijk zo opgevat mag worden - fungeren. Dit (van origine) Kortrijkse vijftal is aan een heuse opmars bezig. Hun dit jaar verschenen debuutalbum ‘Applause’ lokte erg positieve reacties en beoordelingen uit en als beloning staan ze geprogrammeerd op zowat alle grote Belgische festivals (afgelopen vrijdag mochten ze op Rock Werchter bijvoorbeeld nog de Pyramid Marquee op kwaliteitsvolle manier voor geopend verklaren). Ook nu was hun passage bijzonder geslaagd. Nummers als « Fifteen Floors » en « Hunger At The Door » klonken nog hoekiger, snediger en weerbarstiger dan we op plaat van hen gewoon zijn en het oogde ook allemaal iets minder verkrampt dan in de Werchterse tent, mede door de kleinschaligere omkadering – die dus al meteen opnieuw enkele troeven kon uitspelen. Dat Jinte Deprez en Maarten Devoldere door de felle zon moeite hadden om te zien of de gitaarpedalen al dan niet ingeschakeld waren, kon hen niet deren. Het aantal handen die Balthazar op elkaar kreeg van de reeds aanwezigen zou zaterdag een hele tijd overeind blijven als het meest intensieve, zeker omdat het publiek nog massaal aan het binnenkomen was.

Wie beter wel wat meer en steviger de pedalen had ingedrukt, was het Zweedse Little Dragon (*1/2). Op hun platen ‘Little Dragon’ (2007) en ‘Machine Dreams’ (2009) zijn diverse fijne momenten te bespeuren maar zaterdag bleken deze als sneeuw voor de zon weggesmolten te zijn nog voor de eerste noot werd aangeslagen.
Zangeresje Yukimi Nagano die via haar felgekleurde kimono haar deels Japanse afkomst accentueerde, had duidelijk haar dagje niet. Wij zagen haar nog ooit op fraaie wijze de gastvocalen voor haar rekening nemen bij het Zweedse elektronica-jazz duo Koop maar daar was zaterdag niks van terug te vinden. Als dieptepunt noteerden wij « Never Never », nochtans in wezen een totaal niet onaardige song.
Ook de begeleidende synthesizergeluiden die Håkan Wirenstrand er omheen strooide, waren ondoeltreffend en verre van origineel. De verveling sloeg snel toe en hoe zeer we ook ons best deden om ons er tegen te verzetten, de set had meer weg van een compilatie met herkenbare deuntjes die doorheen de nummers verweven zaten en ze zelfs gingen meebepalen. Een selectieve opsomming: Harold Faltermeyer en « Come Live With Me » (Heaven 17) waren present bij « Feather », een vleugje New Order en Sisters Of Mercy bij « Blinking Pigs », « The Man With The Red Face » (Laurent Garnier) en « The Lebanon » (Human League) bij « My Step » en « Gypsy Woman » (Crystal Waters) en « Put Your Hands Up For Detroit » (Fedde le Grand) bij « Swimming » dat – en het moet gezegd - dan weer wel beter klonk dan op plaat.
In het programmaboekje stond bij de omschrijving van Little Dragon vermeld dat het ging om “een samenwerkende vennootschap die soul, jazz, r&b en lounge fijntjes vermaalt tot een licht verteerbare doch bitterzoete delicatesse”. Tot op vandaag zijn wij nog steeds op zoek naar één woord uit deze omschrijving die strookt met wat het Little Dragon liet horen en zien in Brugge. We moeten het antwoord schuldig blijven. Lag het aan de warmte, het te vroege uur of aan het ontbreken van een nog intiemere clubsfeer? In ieder geval trakteerde de groep ons grotendeels op een draak van een concert.

Meer hoop en vertrouwen hadden wij in het Canadese Black Mountain (***). De groepsleden zien er niet alleen uit alsof een teletijdmachine hen rechtstreeks uit de jaren ’70 heeft overgebracht, hun muziek klinkt ook zo. Via een mix van klassieke (prog)rock en psychedelica roepen zij herinneringen op aan pakweg Deep Purple, Led Zeppelin en Jefferson Airplane (de stem van zangeres Amber Webber klinkt zelfs als deze van Grace Slick). Maar toch leggen zij via het toevoegen van onder meer bepaalde orgelklanken en een portie stonerrock bepaalde accenten waardoor hun werk boeiend en niet integraal gedateerd klinkt.
Of (ook) zij hun meerdere moesten erkennen in de kracht van de zon, is ons niet duidelijk maar de set begon traag en wat inspiratieloos (getuige « Angels » uit hun recentste plaat ‘In The Future’, 2008) en het duurde tot « Tyrants » (eveneens uit het voormelde album) vooraleer het publiek het de moeite vond om wat extra applaus terug te schenken. Dat er ook divers nieuw en onbekend materiaal (onder meer « Rollercoaster ») uit de op 13 september te verschijnen nieuwe plaat ‘Wilderness Heart’ voorgesteld werd, zal ook wel mede aan de basis gelegen hebben van de lauwe reactie van het publiek.
Het beste hielden ze tot op het laatste via een bij Queens Of The Stone Age aanleunende « 
Don’t Run Our Hearts Around » (uit het debuutalbum, 2005) en een stomende « Stormy High » (uit ‘in The Future’ van 2008). Een goed concert maar het miste de nodige drive – vooral Webber keek meermaals doelloos voor zich uit - om het te catalogeren als overweldigend ten tijde van hun bezoek aan Pukkelpop twee jaar terug.

José James (***) heeft zopas met onze landgenoot en pianotalent Jef Neve samengewerkt en dit mondde uit in een gezamenlijke plaat ‘For All We Know’ waarop covers te vinden zijn van tien jazz- en popstandards. Afgelopen zaterdag stond hij er met zijn eigen werk, geruggensteund door een eigen groep.
José James mag dan een vriendelijke persoon op zich zijn, live is hij een charismatische lefgozer. Nadat hij met « Code » zijn set opende, trok hij voluit de kaart van de jazz waarbij hij met zijn fantastisch klinkende bariton stem de uitdaging aanging om met zijn bekwame muzikanten – die hij diverse malen uitvoerig dankte - in duel te gaan teneinde via een soort freestyle hun instrumenten te laten anticiperen op zijn stemkunsten. Dat hij een fantastische zanger is, staat buiten kijf maar het leek er op dat hij dit via een opeenstapeling van repetitieve stemklanken iets te veel wou etaleren.
Voor een jazz festival of een zaalconcert zou dit perfect passen maar voor een openluchtfestival als Cactus impliceert dit een serieuze uitdaging. Het publiek aanhoorde de show maar liet het wat over zich heen gaan.
Door de bijdrage van de bevriende zangeres Jordana de Lovely uit Brooklyn, New York (het zwoele en intense « Love Conversation »), de toenemende mix van soul, contempary R&B, hiphop (« Made For Love ») en dubstep (zie onder meer « Warrior ») kwam er wat meer zwier en opwinding in de set en kreeg hij meer en meer luisterende oren mee.
“I bring the jazz to the hop” zong José James. Volgende keer de stijlen wat meer evenwichtig verdelen en er mag een sterretje aan de beoordeling toegevoegd worden. Een mooi en gedurfd concert, maar wel eentje voor de fijnproevers en de doorzetters.

Waar vroeger de zondag werd voorbehouden voor voornamelijk wereldmuziek werd de formule door de organisatoren van het Cactusfestival de voorbije jaren geheel aangepast in die zin dat alle stijlen en genres doorheen alle dagen verweven worden. Dit is niet enkel commercieel een goede zet gebleken maar het biedt aan het publiek de mogelijkheid om zich ook geluiden toe te eigenen waar het normaal niet mee in aanraking komt of zich niet mee vertrouwd voelt. Dit jaar was dit dus een beetje het geval met José James maar bovenal met het collectief Balkan Beat Box (***) die als ‘vreemde’ bijt geprogrammeerd stonden tussen overwegend rock- of popgroepen.
Door een amalgaam aan instrumenten en stijlen is het geluid dat dit Israëlisch/Amerikaans collectief voortbrengt een duidelijk toonbeeld hoe eclectisch muziek kan zijn. Rockmuziek, hiphop, klanken uit het middenoosten, opzwepende ritmes uit de Balkan en daarenboven wat Afrikaanse invloeden: het werd allemaal door het publiek fel gesmaakt en hun concert mondde uit in een waar feest. Vanaf de allereerste noot zat de stemming er in en dit bleef aanhouden tot het einde met als apotheose enkele meisjes die op het podium mochten mee swingen.
Voor wie houdt van Goran Bregovic, Shantel & Bucovina Club Orkestar of Gogol Bordello (medeoprichter Ori Kaplan maakte daar trouwens nog ooit deel van uit), of voor iedereen die lekker wil feesten, is dit een aanrader. ‘Hear, see, feel the world’ is de festivalslogan van Cactus en dat was integraal van toepassing op het concert van de Balkan Beat Box. O ja, en voor wie begaan is met het natuurbehoud: u mag gerust zijn. Bij navraag is gebleken dat alle bloemen in het park het hebben overleefd.

Na tien jaar en wat solowerk besloten Sarah en Gert Bettens nog eens als K’s Choice (***) samen de studio in te duiken en een nieuw album uit te brengen. Ze lieten zich omringen door vorige groepsleden Eric Grossman (basgitaar) en Koen Lieckens (drums), alsook door een nieuwe gitarist en toetsenist in de persoon van respectievelijk Thomas Vanelslander en Reinout Swinnen. ‘Echo Mountain’ was het resultaat en kwam dit jaar in de winkels te liggen. Het werd meteen een dubbelaar waarbij de ene kant is gevuld met rustige liedjes en op de andere plaat rocknummertjes terug te vinden zijn die een publiek moet kunnen aanspreken in de leeftijdscategorie van 7-77 (waarbij uitschieters aan beide kanten zelfs niet tot de onmogelijkheden behoren). Niet dat we hiermee enige kritiek willen uiten op het sympathieke duo en hun muzikanten maar we willen aangeven dat als de muziek gehoor vindt bij zo’n grote bevolkingslaag, dit er op duidt dat de scherpe kantjes er van afgehaald zijn.
En dat is ook wat het optreden in Brugge uitstraalde. Gedegen en goed maar zonder uitschieters. Nog in negatieve noch in positieve zin. Extreme, alternatieve of provocerende horizonten werden niet opgezocht maar dat verwachten de fans wellicht ook niet.
Sarah was haar uitbundige zelve en Gert musiceerde goed maar hield zich wat afzijdig mede doordat hij een tijd buiten strijd was wegens. Enige uitzondering vormde zijn mooie gitaarintro bij « If You’re Not Scared ». Het rustiger songmateriaal zoals « Killing Dragons » genoot onze voorkeur. De klassieke rockers klonken namen te weinig als echte rock. « Cocoon Crash », « I Will Carry You » en het onmiddellijk daarop aansluitende – want de intro is intussen zo herkenbaar geworden – « Not An Addict » klonken allemaal wat vlak. »‘God Is In My Bed » vormde wel een mooie afsluiter maar kon niet verhinderen dat dit alles net een nodig extraatje mistte.

Wij keken vooral uit naar de komst van Elvis Costello And The Sugarcanes (****). Na eerdere uitstapjes richting onder meer klassieke muziek en jazz blikte Mr. MacManus (beter bekend als Costello) vorig jaar de uit blues, bluegrass, zydico, americana en country opgetrokken plaat ‘Secret, Profane & Sugarcane’ in. Hij deed dit samen met een begeleidingsgroep bestaande uit ervaren muzikanten als Jeff Taylor (accordeon), Mike Compton (mandoline), Dennis Crouch (contrabas), Jerry Douglas (dobro), Stuart Duncan (viool) en niet in het minst Jim Lauderdale (gitaar).
Ook in Brugge werd Costello door voormelde zes groepsleden omringd en er kwam een afwisselend aanbod van nieuw en bekend werk.
Het begon een beetje aarzelend met « Complicated Shadow » en « Blame It On Cain » waarbij de instrumentatie nog niet perfect aansloot bij de zingende en gitaarspelende Costello.
Maar vanaf dan zou het hoogtepunten regenen (onthoud dit werkwoord). « Down Among The Wine And Spirits », « New Amsterdam » dat naadloos verweven werd met het van de Beatles afkomstige « You've Got To Hide Your Love Away », « Brilliant Mistake », « Good Year For The Roses » (met een intro die het publiek even op het verkeerde been zette) en « (The Angels Wanna Wear My) Red Shoes » waren allemaal bijzonder mooi en het ouder werk klonk met de nieuwe manier van uitvoering toch fris.
En frisjes werd het helemaal toen bij « The Delivery Man » de weergoden besloten om de hemelsluizen helemaal te openen en het Minnewaterpark te laten onderdompelen in grote waterplassen. Waarvoor kon gevreesd worden, namelijk dat zowel het publiek als de artiesten zich hierdoor zouden laten imponeren, was onterecht. De aanwezigen bleven enthousiast in de handen klappen en ook Costello bleef onvermoeibaar verder musiceren en gooide er diverse gevatte en ‘droge’ Britse humor en woordspelingen tegenaan (zeker bij de aankondiging van « Jimmie Standing In The Rain ».
Dit zorgde voor een bijzondere sfeerschepping en er volgden nog fraaie momenten waaronder een verrassende cover van The Grateful Dead (« Friend Of The Devil »), een schitterend « Everyday I Write The Book » in een donkere, uitgeklede versie die in schril contrast stond met het van een stevige ritmesectie voorziene « Don't Lie To Me » dat massaal door het publiek werd meegezongen.
Apotheose vormde ons inziens het door de begeleidingsgroep sober maar zo accuraat uitgevoerde « I Want You » dat slingerde van hartverwarmend naar hartverscheurend. Met « Sulphure To Sugarcane » en « Happy » werd een – opnieuw - bijzonder straf concert van en door Costello afgesloten. De natte kledij had het publiek er duidelijk graag voor over.

Jamie Lidell (****) speelde op 24 uur tijd drie concerten in ons land met voor hem gevoelsmatig als hoogtepunt het voorprogramma van Prince op de weide van Werchter. Dat  dit op dezelfde dag plaatsvond als zijn bezoek aan Brugge zal er ook wel iets mee te maken hebben gehad dat niet Costello maar wel hij als hoofdact van de tweede dag van het Cactusfestival werd geprogrammeerd (ook vorig sloot hij Cactus af maar dat was ter vervanging van een zieke Joss Stone).
En ook hier bleek de keuze van de organistoren een schot in de roos te zijn. Niet alleen Lidell maar ook zijn jonge, nieuwe begeleidingsgroep verkeerden nog steeds in euforie van het feit dat ze op hetzelfde podium mochten staan als waarop een van hun grote voorbeelden nadien zijn opwachting zou maken. Dit was overduidelijk en muzikaal kwam dit tot uiting in het feit dat zij onmiddellijk in het goede ritme zaten en niet alleen hun instrumenten maar ook hun lichamen ostentatief lieten swingen.
 »The Ring » (uit zijn zopas verschenen album ‘Compass’) en « Wait For Me » zetten meteen de toon en blonken uit in opzwepende funk. De muzikanten bleken gelukkig de gretigheid van hun zanger te kunnen volgen. Het nieuwe als eerbetoon aan Prince opgevatte « I Wanna Be Your Telephone » werd voorzien van nerveuze pianogeluiden en diepe beats geproduceerd door een volledig uit zijn dak gaande toetsenist. Lidell zelf maakte bij zijn zangpartij ook gebruik van zijn intussen vertrouwde megafoon.
Er was natuurlijk ook een solomoment voor Lidell weggelegd waarbij hij ter attentie van de old school liefhebbers zichzelf al beatboxend op tape vastlegde, dit mixte, hierover heen zong, er diepe beats aan toevoegde en dit geheel als echo het Minnewaterpark instuurde.
Bij « When I Come Back Around » vond een jamsessie plaats en toen tijdens « Little Bit Of Feel Good » de drummer plaatsnam aan de percussie en daarbij zoveel enthousiasme aan de dag legde, sneuvelden enkele cimbalen. Ondertussen kwamen ook nog « Enough’s Enough », « Where D’You Go » en « Multiply » aan bod en kon ook hierop gedanst worden.
Grappig waren dan weer de inleidende woorden van Lidell bij het van ‘Compass’ afkomstige « Your Sweet Boom ». Dit blijkt namelijk een eerbetoon te zijn aan de ‘fine derrière’ van zijn vriendin. Blijkbaar verschaft dit lichaamsonderdeel hem nog steeds de nodige inspiratie want hij ontpopte zich volop als klankentovenaar.
Lidell dankte het publiek voor de steun gedurende de voorbije jaren en droeg ‘Compass’, het titelnummer van het nieuwe album, op aan alle verloren zielen die een extra steuntje kunnen gebruiken. Net zoals op plaat was het ook op de Brugse planken een van de hoogtepunten. Hoewel ietwat steviger uitgevoerd, droop niet alleen het zweet maar ook de intimiteit er met vele druppels vanaf.
Na « Another Day » dat een a capella stukje meekreeg waarop het publiek gretig inpikte en  Lidell beatboxend de basgeluiden verzorgde, kwam hij nog eenmaal solo terug voor een afsluitend bisnummer.

Lidell beschouwde het Cactusfestival als een perfecte afsluiter van een ongelooflijke dag. Wijzelf zagen een tweede festivaldag gevuld met enkele matige tot goede concerten maar bovenal bleken Elvis Costello And The Sugarcanes en Jamie Lidell niet alleen de hoofdacts maar duidelijk ook de muzikale topacts te vormen.

Organisatie: Cactus Club, Brugge

Cactusfestival Brugge 2010: vrijdag 9 juli 2010

Geschreven door

De 29ste editie van het Cactusfestival was er terug eentje om van te snoepen. Bijna 27000 bezoekers konden genieten van het brede muzikale recept in een tropisch Minnewater. ’Hear, See, Feel the world’ luidt hun credo, wat de versmelting betekent van verschillende culturen en muziek én wat de variëteit onderstreept. De formule bleef ongewijzigd: één podium, diverse stijlen van muziek, heerlijke spijzen, animatie, sfeer, gemoedelijkheid en … kindvriendelijk. Terecht werd het festival tot het beste kleine festival en het properste door OVAM gerekend. Het zal de crew van Cactus een hart onder de riem zijn …

dag 1: vrijdag 9 juli 2010

Op de eerste avond werd de taalgrens vervaagd door Ghinzu vs Absynthe Minded en was er de ingetogen pracht en emotionaliteit van Spektor vs Gray. En op lieflijke wijze opende, ondanks de groepsnaam, I Am Kloot.

Het Britse trio I Am Kloot, rond zanger/gitarist John Bramwell, al een kleine tien jaar actief, beet de spits af. Samen met een Kings Of Convenience en Turin Brakes zorgden zij voor (rockende) popsongs pur sang, ontdaan van enige franjes, binnen de new acoustic movement. Op de nieuwe cd ‘Sky at night’ kregen hun popsongs wat meer diepgang door orgel en strijkers, zonder echt over te hellen naar bombast.
We hielden een goed gevoel aan de set over, want het trio speelde een afwisselende set van ingetogen pracht en wat meer uptempo materiaal, live met een rauwer randje. Bramwell’s vocals konden in whiskey gedrenkt zijn of hij zong letterlijk de kikker uit z’n keel en kon hoog uithalen.
Optimaal genot voor de liefhebbers van het genre, dat nog meer in een overdekte Cactus Club (MaZ) tot z’n recht komt. Voor de anderen was I Am Kloot een gezapige aanzet als ontmoeting van het 3 daags festival.

Er leeft wat in ons landje van artiesten en bands. Belangrijk is even te checken bij onze Franstalige vrienden. We hoorden al overtuigend werk van Girls In Hawaii, Showstar, The Experimental Tropic Blues Band, The Tellers, Malibu Stacy en Hollywood Porn Stars, maar Ghinzu is momenteel de meest hotte band. Vorig jaar verscheen de tweede cd ‘Mirror mirror’, een plaat vol intense broeierige gitaarrock, gevoed door elektro, bombast en kitsch. Het uitgebreide gezelschap kwam soms snedig en scherp uit de hoek. Live bouwden ze de songs heel goed op, mochten exploderen en gaven ze spannende, verrassende wendingen en springerige ritmes. Zanger John Stargasm gaf elan aan de songs en liet zich soms volledig gaan. “Cold love”, “Take it easy” en “Mother Allegra” klonken stormachtig en ijzersterk. Ghinzu lijkt over de taalgrens waarschijnlijk wel de live band bij uitstek, hier namen we alvast hun sterkte mee, ergens tussen dEUS en The Veils.

En na Ghinzu stond dan Absynthe Minded, die in Vlaanderen hoge ogen scoort. Inderdaad, Absynthe Minded van Bert Ostyn leverde vorig jaar één van de platen van het jaar af, en speelde met z’n band een gevarieerde, brede setlist van gevoelige, frisse pop en rootsrock met jazzy-, blues-, swing en balkan capriolen. Een warme, sfeervolle en speelse sound, gedragen door Ostyns emotievolle melancholische stem. Hier was vanavond het meeste volk voor gekomen. De popsongs “Plane song”, “Moodswing baby”, “Substitute”, “My heroics pt one”, “Papillon” en “Envoi” zaten mooi verdeeld. “People of the pavement”, “I am a fan” en de live niet te ontbreken krachtige en felle “Stuck in reverse” onderstreepten de muzikale veelzijdigheid en diversiteit van grillige verwevenheden. Absynthe Minded is een ‘must to see’ en komt dit jaar op praktisch elk festival om nog meer zieltjes in te palmen…

Het zat Regina Spektor niet mee vanavond. Ze had trouwens een zware dobber te verwerken, want een paar dagen voordien was cellist & goede vriend van de band Daniel Cho overleden. Vóór het optreden op het Zwitserse Montreux festival is hij ’s namiddags in het Meer van Genève verdronken. Prevelend vertelde ze wat er was gebeurd en barstte ze in tranen uit. Maar het publiek verderop de PA wist écht niet wat er was gebeurd en dacht dat de sober gehouden songs haar zo intens raakten.
Terecht werd tav de passage op Rock Werchter vorig jaar, toen ze haar materiaal een rauw, rudimentair tintje gaf, plaats gemaakt voor ingetogenheid en intimiteit. Spektor speelde geen single materiaal, maar de favoriete pianosongs, lichtelijk en spaarzaam begeleid, van haar bandlid. Op het podium stond z’n cello opgesteld. Allemaal aangrijpend dus en soms huilend achter de piano probeerde ze zo goed mogelijk het eerbetoon te spelen. Het warme onthaal hield de moed erin en onderstreepte de schoonheid … bangelijk sober, maar full respect …

In februari ll was David Gray met z’n band nog te zien in de AB en trakteerde op een vroege Valentijn. Dat is dan ook het recept van Gray: mooi uitgekiende, subtiele, fijne melodieën, die door het gitaarspel, toetsen en piano kleur krijgen, gedragen door z’n warme stem. Live kregen ze een ietwat strakker rockmaatje en bombast aangekleed. “Fugitive”, “Now & always” en “This years love” klonken bijzonder goed, maar door het feit dat Gray zich sterk concentreerde op z’n popsongs en de perfectie wenste te benaderen, bleef interactie uit en bleven we bij deze closing act wat op onze honger zitten. “Babylon”, “Morning of my life” en het prachtige “Please forgive me” zorgden ervoor dat hij zich even liet gaan …Geen gebrek aan professionaliteit, maar de muzikale verleidingen op het eind mochten meer om de ‘perfecte’ afsluiter te zijn op de eerste festivaldag!

Organisatie: Cactus Club, Brugge

Gent Jazz Festival 2010: Pat Metheny Group – Jungle Boldie

Geschreven door

Jungle Boldie - Line up: Tony Overwater (electric & acoustic bass), Maarten Orstein (tenor saxophone & bass clarinet), Wim Kegel (drums) … Deze drie sympathieke Nederlanders brengen met duidelijk plezier én virtuositeit hun ‘stukken’ of ‘studies’, zoals ze dit zelf graag benoemen. Van ingetogen tot swingende tegelijk herkenbare en onherkenbare wereldjazz wordt ons voorgeschoteld met iedere keer de nodige duiding, als was het in een sterrenrestaurant. Vele stukken komen dan ook uit de eerste decennia van de vorige eeuw. Het is er duidelijk aan te merken dat deze kezen al heel lang samenspelen. Voer dus voor echte liefhebbers en kenners. En nee, ze hebben niet over de voetbal geluld, wat hen uiteraard siert.

Pat Metheny Group - De man is 56 en speelt nog steeds de pannen van het dak. Weinig volk op deze laatste dag van het eerste deel van Gentjazz. De hitte en de ontknoping in het wereldbeker voetbal zal hier ongetwijfeld iets mee te maken hebben, al mist een echte fan niet één optreden. Hij doet niet iedere week, laat staan ieder jaar, ons landje aan.
Metheny passeerde twee jaar terug op Gent jazz en bracht toen zijn trio mee. Een beklijvend concert, (zie uw vertrouwde webstek), die mede door het enorme onweer op dat ogenblik, mythische proporties kreeg.
Een passage met zijn groep, beloofde dan weer iets heel anders te worden. Het was van 2006 geleden dat ik de groep nog aan het werk zag. Toen in een heel uitgebreide bezetting met backings en heel de poespas. Ongelooflijk wat een geluid hij toen voortbracht. Op Gentjazz komt Metheny langs met niet de minste muzikanten uiteraard. Wie goed is, heeft het voorrecht zich te laten omringen met de betere muzikant.
Pat Metheny (gitaar, gitaarsynthesizer), Lyle Mays (keyboards), Steve Rodby (bas), Antonio Sanchez (drums). Vooral Antonio Sanchez staat bekend als een wereldvermaard drummer en maakt al menig decennia deel uit van Metheny’s vaste band. Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat ook hij op heel wat applaus kon rekenen na een solomoment. Velen kwamen dan ook voor hem…
Metheny putte uit zijn uitgebreid repertoire. Opener “Phase dance” gaf meteen een impressie van wat nog komen zou. Met zijn vieren zetten de heren een formidabele klank neer. De akoestische gitaar – op standard én op correcte hoogte voor de meester zelve– werd bijwijlen geruild voor de vertrouwde ibanez.
Metheny neemt zoals steeds het voortouw in elk van zijn composities. Zijne vingervlugheid laat ruimte voor improvisatie bij piano en bass, en doet dan – zoals het een grote betaamt – een stapje achteruit. Vaste pianist Lyle Mays ziet er niet uit, maar compenseert dit dan weer met een meesterlijkheid op klavieren. Het vertrouwde ‘travels’geluid laat hij botvieren op “Are you going with me” (1983) en legt even later een klanktapijt neer wanneer Metheny “This is not America” inzet. Het is voor het eerst dat ik het nummer live hoor brengen en ben er niet goed van. ‘Goose bumps’, en tranen verbijten.
Dat laatste is ijdele hoop, want Hij die steeds meer op Angelo Branduardi gaat lijken, zet een akoestische versie van “Farmers trust” in. Contrabassist Steve Rodby neemt even later over en Mays legt er nog een tapijtje bovenop. Heerlijk! Fenomenaal! Metheny ten top.
Zijn speciaal ontworpen gitaar (Pikasso guitar), een 42-snarig instrument gebruikt hij nog even om “In the dream” te brengen. Meesterlijk, al was het maar om niet in een knoop te draaien tussen al die snaren.
Metheny komt terug voor een bis, de tent is wildenthousiast en hij gaat nog es grasduinen in ‘Travels’: “Song for Bilbao” is absolute afsluiter, en ondanks een foute aftrap (verkeerde klank op de juiste gitaar), geeft de band  nog es alles van zichzelf. De solomomenten volgen elkaar nu rap op. De gitaarsynthesizer van M. (Roland GR-300 voor de kenners)
)zorgt voor het vertrouwde geluid. De zaal is tevreden. De hitte verdreven.

Neem gerust een kijkje naar de pics op http://www.gentjazz.com

Organisatie: Gent Jazz Festival, Gent

Rock Zottegem 2010: zaterdag 10 juli 2010

Geschreven door

The Opposites kan je gemakkelijk verwarren met de Jeugd van Tegenwoordig: het Nederlandse hiphopduo rond Willy, aka de Polderneger en Big 2, mengt net als die eerste band hiphop met euro-dance, gabber en breakbeats, en net als de JvT houden ze graag spelletjes met hun jonge publiek: The Opposites lieten de hele tent op de knieën gaan, en hun bekende hits (“Licht uit” en “Broodje Bakpao”) werden luidkeels meegezongen in Zottegem. Heel diep graaft het allemaal niet, maar als partyband zijn deze Hollanders wel een meester in hun vak.

Taylor Hawkins, de andere drummer van de Foo Fighters, heeft net als Dave Grohl al eens de behoefte om met vrienden een hobbybandje op te richten. Terwijl dat bij Dave Grohl in Them Crooked Vultures resulteert, is Hawkins ondertussen al twee albums de frontman van Taylor Hawkins en de Coattail Riders. Net zoals bij Them Crooked Vultures blijven er weinig memorabele songs hangen, en draait het vooral om het speelplezier van de bandleden. Waar Taylor Hawkins ons vorige week op het hoofdpodium maar matig kon overtuigen; veel geschreeuw en een metalige drumklank die alles overheerste, werkte de hobby aanpak deze namiddag beter: het geluid zat goed, en we hoorden vettige bluesrock nummers en een zang van Taylor Hawkins die er boenk op zat. Live werkte dit wel, maar ik denk toch niet dat ik een van de twee albums van Taylor Hawkins nog eens zal opleggen, dan toch maar de Foo Fighters.

Ik had er geen flauw idee van dat de Guano Apes nog bestonden, maar kijk, ze stonden toch maar mooi op het podium van Rock Zottegem. Na een split van vijf jaar, zijn de Duitsers in 2009 weer bij mekaar gekomen, en ze werken momenteel aan hun vierde studioalbum. Frontvrouw Sandra Nasic gaf zich volledig, met een podium présence die ze mooi van Mike Patton afgekeken had: gehurkt haar raps afvurend, dan weer de camera-man in de song betrekken of gewoon het publiek opzwepen. De band was in vorm, en publiekslievelingen “Open your eyes”, Alphaville cover “Big in Japan” en het snowboard anthem “Lord of the boards” werden tot achteraan in de tent luid meegebruld. Dat het ondertussen buiten aan het stortregenen was, droeg bij tot de verhitte en opgehitste sfeer binnen in de tent.

Als je je afvroeg waarom al de punks afgezakt waren naar Rock Zottegem, dan lag het antwoord niet bij PIL, maar bij Flogging Molly. Het enige Ierse aan deze band moeten zowaar de rosse bebrilde kop van frontman Dave King en zijn blik Guinness zijn, maar deze Californiërs hebben hun Irish act zo geperfectioneerd (kledij, podiumversiering, songs en intonatie), dat je zou zweren dat ze in Galway of Cork de folk op familiefeesten geleerd hebben, terwijl het natuurlijk Californische punkers met een whiskey adeptie zijn. Songs als “Swagger” en “Requiem for a dying song” werden luid meegebruld, we zagen een mohawk door de crowd surfen, en toen besloten we maar om ons zelf ook maar in het pogo-feestje te smijten, net als de punks, de hard-core meisjes, de folkberen en de scholieren die Flogging Molly wellicht de eerste keer aan het werk zagen. All united and slamming for Ireland!

Na dit uurtje Punk & Folk hadden we nood aan wat verfrissing, en die kwam er naast de obligate pint ook door Joost Zweegers’ Novastar. In geruite broek, speelde deze Belgische Nederlander / Nederlandse Belg een selectie van hits, waarbij het vooral vanaf “Mars needs woman’ crescendo ging. In ware Elton John stijl sprong Zweegers met gitaar en al op zijn witte vleugelpiano, en bracht daar “Wrong” en misschien ook wel “The best is yet to come” *(mijn notitieboekje was net gesneuveld in de pogo bij Flogging Molly, dus het kan ook zijn dat hij dat nummer op de begane grond bracht). In ieder geval stond de Joost zich meer dan 100% te geven, en dat sloeg over op het publiek. Verrassen doet Novastar al lang niet meer, maar iedere festivalorganisator kan er zeker van zijn dat hij met Novastar een brok kwaliteit inhaalt die niet teleurstelt.

Het was afwachten of Public Image Limited er zou staan als hoofdact van Rock Zottegem.
De tent was maar matig gevuld voor PIL, en het was vooral de oude garde die voor het podium plaatsgevat had om hun oude punk icoon te bewonderen. Een aantal jaren geleden voelden die veertigers en vijftigers zich dik in het kruis gepakt door John Lydon, toen die bij de Sex Pistols reünie vooral zijn publiek vierkant aan het uitlachen was omdat ze zo dom geweest waren om zijn portefeuille te spijzen. Met PIL is het anders, John Lydon is bloedserieus over deze band, legt er zijn hart en ziel in, en is ook wel wat gefrustreerd omdat hij vindt dat hij als grondlegger van de post-punk veel te weinig erkenning gekregen heeft voor zijn prestaties met PIL. In 2009, na zeventien jaar stilliggen, besloot Lydon PIL weer op te starten, deels uit geldnood, maar ook omdat de creatieve vlam weer aangeslagen was. De reacties op de concerten in de Engelse pers waren overwegend positief, en in 2010 doet PIL dus een Europese toer die hun ook naar Zottegem bracht. De band, die bestaat uit John Lydon (zang), Lu Edmonds (gitaar), Bruce Smith (drums) en Scott Firth (bas) begon met “This is not a love song”.
Lydon had een soort kazuifel met kruis aangetrokken, maar het zou snel duidelijk worden dat hij zich niet, zoals een bepaalde andere die ondertussen de wei in Werchter aan het entertainen was, tot Jehovah bekeerd had.
Af en toe van zijn fles cognac lurkend, nam Lydon ons mee door zijn acht PIL albums die hij van eind jaren zeventig tot ergens begin jaren negentig met wisselend succes uitgebracht had. Qua sfeer varieerden de nummers van donker en claustrofobisch (denk aan het geluid van de vroege Cure), tot Oosters en dubby, waarbij Scott Firth aantoont dat Jah Wobble eigenlijk niet gemist wordt. Dat Oosters geluid wordt geschapen door de artiesten, want eigenlijk gebruiken ze vrij traditionele rock instrumenten, de elektrische luit die Lu Edmonds af en toe gebruikte, dan buiten beschouwing gelaten. Vooral de snerende stem van Lydon, zijn rollende rrrrr in het bijzonder dan, dragen bij tot dat dubby, Libanees geluid. In”Warrior’, “Albatros’ en “Religion”, was vanavond dat Oosters geluid tot zijn uiterste consequentie uitgewerkt, en in dit laatste nummer nam kon Lydon het natuurlijk niet laten de paus en de katholieke kerk nog een extra stamp op de pedofiele kont te geven.
Het was aandoenlijk om een oude punk, duidelijk geëmotioneerd, elk nummer woord voor woord te zien meezingen: John Lydon was duidelijk levensbepalend geweest voor die man, en voor nog een tiental anderen die zowat voor het podium geplant stonden. Achteraan in de tent was het enthousiasme voor de niet evidente muziek van PIL minder duidelijk, Lydon kon het dan ook niet laten uit te halen naar ‘the back of the tent’, maar het pleitte voor PIL dat het ruime publiek, dat wellicht enkel de ‘hitjes’ kent, bleef staan.
Ruim na enen sloot PIL af met een bis, waarin naast de klassieker “Public Image’, waarmee Pearl Jam de week ervoor nog zijn set geopend had, en “Rise (Anger is an energy)”, ook “Open up”, de samenwerking met Leftfield, duidelijke statements vormden van waar John Lydon, op zijn vierenvijftigste nog altijd voor staat: woede tegen het establishment als positieve energie gebruiken.

Zo rond kwart voor twee zou Daan nog een feestelijk einde aan Rock Zottegem 2010 breien, maar wij hielden het voor bekeken na PIL, net zoals de oude punks vooraan …

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto’s

Organisatie: Rock Zottegem, Zottegem

Rock Zottegem 2010: vrijdag 9 juli 2010

Geschreven door

In tijden van overaanbod mag Rock Zottegem niet klagen. Hun tweedaags festival geraakte zonder problemen uitverkocht, en dit amper een weekend na Rock Werchter. En ook Zottegem kreeg de hitte cadeau. In de grote festivaltent zorgde dit uiteraard voor de nodige liters zweet die dan alweer gecompenseerd dienden te worden met liters bier. En van een heuse wolkbreuk bleven ze ginder op zaterdag evenmin gespaard. Het was dus een festivalletje met alles erop en eraan.
Ook de affiche was lekker gekruid met Belgisch jong geweld naast een paar legendarische namen als Iggy and The Stooges en PIL. Een geslaagde combinatie, zo bleek.

Rock Zottegem 2010: vrijdag 9 juli 2010 – Open Up and Bleed

Das Pop, het bandje van de immer sympathieke Bent Van Looy, bleek na een geslaagde doortocht op Rock Werchter ook in Zottegem een publiekslieveling te zijn en bracht met hun frisse aanstekelijke pop een erg enthousiast publiek op de been.

The Charlatans zijn als overlevers van de Manchester scene (nu toch ook alweer zo een twintig jaar geleden) niet zo gekend bij het overwegend jonge publiek. Zij moesten dus keihard hun best doen om het volk voor zich te winnen. Waar ze bij momenten toch aardig in slaagden, uiteraard met een song als “The only one I know” die na al die jaren nog heel vitaal klinkt en hier een prima uitvoering mee kreeg, maar ook de rest kon ons bekoren. The Charlatans speelden strak en met de nodige drive. Soms werd het tempo wat gedrukt en verslapte de aandacht van het publiek wat, maar over het algemeen kunnen we hier toch van een puik optreden spreken met vooral een sterk en zinderend slot.

De organisatie van Rock Zottegem mag de handjes in elkaar wrijven. Zij hebben het meest legendarische Iggy and The Stooges concert uit de recente ‘Raw Power’ tournee te boek staan.
Iggy, die alweer als een ongelooflijke zot tekeer ging, dook tijdens de mokerslag “I wanna be your dog” met een kattesprong het publiek in, smakte met zijn smoel ergens tegen de reling aan en kwam met bebloed gezicht het podium terug op om er vervolgens nog een fellere lap op te geven, alsof zijn onzachte landing hem nog meer had opgejut. Enkele ogenblikken na zijn onfortuinlijke stunt kondigde hij de volgende song aan met ‘This is a song about blood’ en zetten The Stooges “Open up and bleed” in, het kon niet toepasselijker. Ze zullen het op Rock Zottegem niet snel vergeten, Iggy moest trouwens na de set voor enkele hechtingen even een ommetje maken langs het hospitaal. Rock’n’roll !!
Niet alleen daarom was dit optreden onvergetelijk. De ganse set had immers terug een brute orkaankracht. Iggy And The Stooges hadden ons tijdens dezelfde tour al eens overdonderd in Lille, april ll (check het verslag op deze site), maar in Zottegem was het, voor zover men dit mogelijk acht, nog straffer.
Op “Penetration” na werd de ganse ‘Raw Power’ plaat er als een splinterbom doorgejaagd, van de smerige oerblues van “I need somebody” en “Gimme danger” tot de vuile punk van “Your pretty face is going to hell”, “Raw Power”, “Search and destroy”, “Shake appeal” en “Death Trip”. James Williamson’s gitaar klonk even gortig en rauw als destijds, Mike Watt molesteerde als een halve gek zijn bass en Scott Asheton mepte zijn vellen aan flarden. De hete punksong “I got a right” blies het dak er af. Iggy haalde ook weer de uit het oog verloren platen ‘Kill City’ (“Beyond the law”, “Kill City”, “Night theme”) en ‘Metallic K.O.’ boven. Uit deze laatste was de ultra heftige rock’n’roll van “Cock in my pocket” fenomenaal en natuurlijk was “Open up and bleed” de song van de avond omwille van Iggy’s bebloed gezicht. Tijdens “Shake appeal” mochten naar goede gewoonte de fans met Iggy het podium op en ving een te opdringerige fan hierbij enkele rake klappen. Kwestie van het gewelddadige karakter van dit hete concert nog wat meer in de verf te zetten. Met hulde aan de security man die nogal flink doormepte en hiermee Iggy met succes afschermde.
Het explosieve feestje eindigde met een uitzinnig en spetterend “No Fun”, de tent ging helemaal plat.
Er is geschiedenis geschreven in Zottegem. Fuckin’ fantasisch !

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto’s

Organisatie: Rock Zottegem, Zottegem

Gent Jazz Festival 2010: Toots Thielemans

Geschreven door

Toots Thielemans - Line up: Toots Thielemans (mouth organ) , Kenny Werner (piano), Oscar Castro-Neves  (guitar).
Onze immer sympathieke en ‘slechts’ 88-jarige Marollien kan uiteraard voor een thuispubliek niets verkeerds doen, en dat heeft hij ook niet gedaan. Begeleid door zijn trouwe vrienden Kenny en Oscar kreeg hij de afgeladen volle tent meteen stil . Het trio heeft gedurende de ganse set niet eens het wereldberoemde “Bluesette” nodig gehad om ons in te pakken.
Hij wandelde door en koos uit een breed gamma van stukken die hem na aan het hart liggen, van het “I love You Porky” over “C-jam”, ”Smile” en een Sinatra-medley tot een waardevolle afsluiter “What a wonderfull world”. Het was in ieder geval een ‘wonderfull ‘ concert.
Valt er dan niets op te merken? Helaas wel. De leeftijd heeft zijn virtuositeit afgenomen. Let wel, er is nog bakken vol emotie en muzikaliteit, maar de vingervlugheid en notenkunstenarij zijn danig getaand. Ik hoorde kwatongen zelfs fluisteren of het niet beter zou zijn er mee op te houden, wat dan ook weer té is. Neem Toots zijn muziek niet af en neem ons zijn muziek niet af.

Neem gerust een kijkje naar de pics op http://www.gentjazz.com

Organisatie: Gent Jazz Festival, Gent

Gent Jazz Festival 2010: Gent Jazz Festival 2010: Ornette Coleman – Pierre Vaiana

Geschreven door

Pierre Vaiana & Salvatore Bonafede `Itinerari Siciliani` feat. Manolo Cabras - 20h30
Het warme en brede geluid van de sopraansaxofoon van Pierre Vaiana was meteen herkenbaar toen ik het festivalterrein opkwam.
Waal en wereldburger Vaiana graaft dit keer naar zijn Siciliaanse wortels, samen met de verfijnde pianist en Siciliaan Salvatore Bonafede en de Sardijnse bassist Manolo Cabras. Een trio om u tegen te zeggen. Bonafede is ondertussen één van de belangrijkste pianisten in Italië geworden…

Pierre Vaiana zette al verscheidene projecten op die gebaseerd zijn op het thema ‘ontmoeting’. Dit is er aan te horen. Vaiana is een componist naar mijn hart. Hij is een romantische ziel, en dit vertaalt zich duidelijk in zijn werk. De van Waterschei afkomstige sopraansaxofonist speelt die stukken die liederlijk en romantisch melodieus uit de hoek komen en daar hou ik van. Dit is jazz a la Catherine, maar dan op sopraan.
”Il sogno di mare du sud” – en zo nog een paar andere ‘sognos’ die hij aankondigt, tonen aan dat Vaiana een dromer is. Garbarek is nooit veraf. Het elegante geluid van een sopraansax doet je als toeschouwer dromen – het is een bezwerend geluid, gebruik maken van zuiderse en Oosterse toonladders, om het mediterrane en Siciliaanse karakter van zijn werk te harden.
Wat een ontdekking die Vaiana!
Pierre Vaiana (sopraansaxofoon), Salvatore Bonafede (piano), Manolo Cabras (bas).

Ornette Coleman (22.30 concerttent)
The Stooges, MC5, Patti Smith en Lou Reed en Velvet Underground zijn zelfverklaarde fans van Ornette Coleman. Het was dus uitkijken voor mij om deze meester aan het werk te zien.

De man meet de witte saxofoon speelt in een – voor mij althans – nooit eerder geziene  bezetting.Naast drums (Denardo Coleman), pakt de zelfverklaarde uit met een dubbele basbeztting! Tony Falanga neemt daarbij de contrabas voor zijn partij, en maakt vrij vaak gebruik van de strijkstok. Een heel beklijvend geluid! Al is het bij momenten een dissonant zootje als hij samenkomt met andere melodieuze instrumenten. All Mcdowell is dan weer elektrisch bassist, maar doet dit met een dergelijke virtuositeit, dat je mond ervan openvalt.
Aanvankelijk maakt Coleman ervan wat ik verwacht had. Hij start met een compositie om vanachterover te vallen. Drummer Denardo mept erop los (dat drumstel is te klein voor zo’n  vent), en doet dat eigenlijk de hele set door. Jazz- en rockthema’s wisselen elkaar af in een hels tempo, tempowisselingen, harmonie en disharmonie wisselen elkaar af, dissonantie bij het samenkomen van strijk en elektrische bas. Coleman laat onmiddellijk zien wie de baas is, en waarom hij wel eens de Samuel Beckett van de jazz genoemd wordt.
Er is weinig interactie (verbaal dan) met het publiek. Coleman spreekt enkel bij aanvang enkele onverstaanbare woorden en pakt dan uit met één van zijn drie instrumenten die hij moeiteloos beheerst: viool, trompet en saxofoon.

De jazz en composities van Coleman zijn niet zo toegankelijk. Het is soms wat zwaar op de hand, en gaat vaak in de richting van freejazz. De elektrische bassist zorgt voor het melodieus gedeelte en neemt de gitaarpartijen voor zijn rekening. Machtig gewoon! Maar moeilijk te begrijpen en te doorgronden voor de doorsnee leek, waartoe ik mezelf nog steeds reken.

Neem gerust een kijkje naar de pics op http://www.gentjazz.com

Gent Jazz Festival 2010: Norah Jones - DjanGo! 100 Years Django Reinhardt - A Tribute

Geschreven door

Opwarmer was een Tribute to Django Reinhardt. Wie kan dit beter dan ouwe rot Koen de Cauter, een wandelende roman inmiddels, die met zijn drie zonen Was, Myrdinn en Waso de hort opgaat.
Django Reinhardt wordt door velen beschouwd als de grootste muzikale persoonlijkheid die de Europese jazz heeft voortgebracht. Koen De Cauter, al bijna vier decennia de verdediger van de gipsy jazz, brengt met een octet een hommage aan het weergaloze genie. We waren getuige van een schitterend concert met stuk voor stuk virtuoze muzikanten. Met een staand publiek en bijbehorend geroezemoes (ze haalden nét niet het vuvuzelaniveau) ging té veel van het concert verloren. Foei!
Koen De Cauter (sopraansax, klarinet en zang), Fapy Lafertin (gitaar), Jon Birdsong (cornet), Myrddin De Cauter (klarinet), Waso De Cauter (gitaar), Bart Vervaeck (gitaar), Dajo De Cauter (bas), Lionel Beuvens (drums)

Geetali Norah Jones Shankar – zo heet de dame voluit, en ons genoegzaam bekend als ‘dochter van’ én inmiddels wereldberoemde jazzdiva. Met haar eerste album ‘Come away with me’ (2002) had ze meteen een monstersucces. Terecht, want la Jones creëert een vrij nieuw geluid binnen de vocale jazz, waar ze vooral haar Texaanse en zuiderse invloeden toevoegt bij haar frisse stemgeluid. ‘Come away with me’ was een millionseller, evenals opvolger ‘Feels like home’.
Dat Norah Jones een veelzijdige dame is, bewijzen haar optreden als actrice in ‘My blueberry nights’ en -niet in het minst- haar keuze om het bij het uitbrengen van een nieuwe plaat, over een totaal andere boeg te gooien. Met ‘The fall’ (2009) gaat ze de rocktoer op. Ze haalde hier reeds platina mee, en bij ons is vooral de single “Chasing pirates” een ware hit geworden.
Het doet een beetje vreemd aan om haar met een gitaar te zien omgord. Waar ze voorheen als het ware aan haar pianostoel kleefde, staat Jones nu frontaal op het podium, mét gitaar en bijhorende gele skirt met witte bollen – als was ze weggelopen uit een Grease-movie). Even wennen toch…

De set was helemaal opgebouwd rond de laatste plaat, en het was er ook aan te horen (en te zien). De band,
Norah Jones (piano, Wurlitzer, guitaar, zang), Sasha Dobson (meerdere instrumenten), Smokey Hormel (guitaar), John Kirby (keyboards), Gus Seyffert (bas), Joey Waronker (drums), was een stevig 6-tal, met tweede frontvrouw Sasha Dobson (talking of being ‘hot’!) als dragende backing vocal én stevige ritmegitarist. Met Smokey Horne als lead en Norah Jones zélf als begeleidend gitarist (en ze doet het uitstekend), maakt dit dat het geluid voornamelijk door gitaren voortgebracht wordt, en binnen de set was dit er ook aan te horen.
What am I to you (feels like home/2004) – (tell me darling true)” zette meteen de toon van het concert. Een stevige opener, volledig in de stijl van Hare dochter van de meester op sitar. Weliswaar niet op piano zoals op plaat, maar stevig met de gitaar in de hand. Het moet gezegd, het doet vreemd, maar het staat haar wel.
De set is verder bijna uitsluitend opgebouwd rond ‘The Fall’. “Chasing pirates” (gewéldige gitaardelay!) zit wat verder in de set, evenals haar tweede hitsingle “It’s gonna be”. Vooral deze laatste was vrij indrukwekkend, met ondersteuning van extra percussie. Jones kon voor dit nummer even thuiskomen achter haar Wurlitzer.
Jones en haar muzikanten slagen erin om doorheen de set de songs vrijwel nooit liederlijk uit te spinnen, zoals vele muzikanten wel eens beogen. Nooit was er een ‘kijk, mama zonder handen-moment’. Solo’s werden tot het strikte minimum beperkt, en dat resulteerde ook in een kwalitatieve set.
De rock-uitstap van Jones was -tot voor het concert- een beetje aan mij voorbijgegaan. Haar verschijning gisteren heeft hier wat aan veranderd. Vooral haar swamp influences kan ze niet wegsteken. Bijwijlen maakt ze er een country-feestje van (“Cry cry cry/ ‘a song about a dog’”) …’Chicken skin moment’.
De volgelopen Bijloke-site wachtte uiteindelijk braaf af tot la Jones wat ouder werk uit de kast haalde. Als ze achter haar piano schuift, weet je het wel. “Sunrise (feels like home)” en vooral “Come away with me” konden op veel bijval rekenen.
Het staand publiek (jaja, hoe meer plaats, hoe meer volk) kreeg nog enkele hits en werd op hun wenken bediend. Als Gus Seyffert de staande bas ter hand neemt, zetten ze “Sinking soon” in. Een folky en pakkende rif uit ‘Not too late’ (2007). Dit moment bewijst nogmaals dat de dame van vele markten thuis is.

Men kan zich de vraag stellen of een dame als Norah Jones wel thuis hoort op een jazz festival zoals Gentjazz. Uiteraard programmeren de heren organisatoren ook wat breed, en met een dame als Norah Jones loopt de keet vol. Vooral in een eerste week van Gentjazz met wat klassieke en meer oldschool jazz, doet de programmatie van Norah Jones wat vreemd aan. Maar dat ze een klassedame is, is een understatement van jewelste …En dat Gentjazz nu mag beginnen…

Neem gerust een kijkje naar de pics op http://www.gentjazz.com of op ons eigen site van haar optreden in Vorst Nationaal in juni ll

Organisatie: Gent Jazz Festival, Gent

Rock Werchter 2010: zondag 4 juli 2010

Dag vier bood een stevig rockmenu en hier werd het rockmindende publiek op z’n wenken bediend … Waar voor hun …!

Meteen werden we wakker geschud door het beloftevolle The Van Jets. De glamourrock’n’roll van ‘Electric Soldiers’ werd omgezet in onversneden, broeierige rock’n’roll op de tweede ‘Cat Fit Fury’, hoewel de scheutjes ‘Ziggy Stardust’ en ‘Fashion’ van David Bowie nooit veraf waren. We hoorden aanstekelijke openers “Down below” en “Dancer”, een spannend middendeel met “What’s going on” en “The future”, en waren onder de indruk van de krachtige licks, pedaaleffects en percussie op “The matador” en “Onawa”. The Van Jets hebben potentieel voor de toekomst (die hen nu kan toelacht!).

De zwoele, sensuele, exotische jazzy soulpophouse van het kleurrijke, charismatische Antwerpse gezelschap Sweet Coffee, onder Raffaele Brescia en Patrick Bruyndonx, kreeg in de Pyramid Marquee een flinke dancebeat mee, die hen richting Groove Armada, Basement Jaxx, Arsenal en Faithless bracht. Ze waren de helende cocktail bij spanning en stresstoestanden en hadden voor deze unieke gelegenheid een resem gastzangers en - zangeressen mee. “U-Turn”, “Tomorrow”, “Alone” en “Don’t think” waren de ‘Tune-your-summer en het recept van de ‘lazy sundays’ kreeg je o.m. door “Lost in tears”. Je zomer werd alvast gekleurd door Sweet Coffee ...

Pure, onversneden rauwe rock’n’roll en blues met weerhaken, dat hadden we nog niet gehad. Tot de komst van The Black Keys. Met zijn tweetjes serveerden ze de meest rauwe rock die we in Werchter mochten meemaken. Toen ze wat hulp kregen van een keyboard speler en een bassist werd er bovendien nog wat authentieke soul in de weide gegooid. En denk nu maar niet dat ouderwets klinkt, hoegenaamd niet, bijwijlen klonken ze funky as hell. Dan Auerbach is de meest gedreven zanger/gitarist die dit weekend op de Mainstage mocht postvatten. Zo puur als ’t maar zijn kan, een vijfsterren-optreden. Hebben wij van heel het weekend iets beter gezien ? Ik denk het niet.

De herrezen Alice In Chains (met nieuwe zanger, omdat de vorige een klein beetje dood is) brachten met verve de Grunge opnieuw tot leven. Hun set was een mooie combinatie van de nieuwe plaat (“Check my brain”, Man in the box”) afgewisseld met enkele oudjes (o.m. “Would). De gitaren op scheurstand, de versterkers volledig open. Zo moest het en zo was het ook.


De Engelse indierockers van Gomez zijn mee op tour met Pearl Jam. Een goede tien jaar terug boden zij heel wat varianten en verrassingen aan in die sound en ze beschikken over drie zangers en gitaristen pur sang. De laatste platen verbleken wat en gaan eerder aan ons voorbij vanwege ‘gewoontjes’ en ‘al veel gehoord’. Een dromerig, subtiel doordachte sound die af en toe werd doorbroken door een krachtiger aanzet of een licht vrolijke noot, waaronder “Silence”, “Whippin’ piccadilly”, “Ping one down” en afsluiter “How we operate”.

Ware het niet dat wij tegen dan al volledig gaar en doorbakken waren, we zouden gezegd hebben dat Vampire Weekend het zonnetje terug op de weide bracht. Heerlijke zomerse muziek met fijne knipoogjes naar Talking Heads. Frivool, knap en leuk, en een fijne verademing na al het luide rockgeweld dat hier aan voorafging. Wat een “Holiday” …

Ook weer volledig naar onze goesting was de monstersound van Them Crooked Vultures, uiterst vitale rock van heren met standing (u kent ze ondertussen wel al). In tegenstelling tot het bommenarsenaal van Greenday en Rammstein, zat het vuurwerk hier volledig in de muziek. Josh Homme is een goddelijke gitarist, Jones basst geweldig en Dave Grohl moet maar in één drummer zijn meerdere erkennen, en dat is Animal van The Muppet Show. Them Crooked Vultures was er boenk op.

The Arcade Fire
stond nogal hoog op de affiche, maar ze stonden er terecht. De nieuwe plaat is nog niet uit en hits hebben ze nooit gehad, dus het grote publiek moest toch wel even wennen. Dit optreden was er eentje voor de fijnproevers en blonk uit in kwaliteit. De band deed ons vanavond met veel honger uitkijken naar hun nieuwe album ‘The Suburbs’. “Keep the car running”…

Pearl Jam waren weer volledig hun eigenste zelf. Als absolute headliner van het hele festival speelden zij vooral pure rockmuziek, rechtdoor, niks geen vuurwerk, luchtballonnen, opgezwollen lichtshow of acrobatische standjes. Rocken was de boodschap. En dat is waar Pearl Jam goed in is en steeds in zal blijven. De setlist is ook nooit een greatest hits bij die mannen (afgezien dan van het obligate “Even flow”, “Alive” en “Jeremy”). Ook nu weer de nodige verrassingen, zo werden we als opener al getrakteerd  op een bruisende versie van “The Public Image” van PIL  en gingen alle registers op het eind volledig open met de MC 5 klassieker “Kick out the jams”. Alles wat daartussen zat was hard, meedogenloos en zonder franjes . En altijd even prachtig, kortom Pearl Jam pur sang.

Organisatie: Live Nation – Rock Werchter

Pagina 93 van 112