logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

frank_carter_an...
Zara Larsson 25...
Festivalreviews

Main Square Festival 2010: zaterdag 3 juli 2010

Geschreven door

Main Square Festival 2010 - Werchter à la France - Zaterdag gitaardag !

Zaterdag 3 juli in Frankrijk. Je verwacht/verhoopt zon, ricard en als je in Arras bent nog een pak vrolijke muzikale aperitieven, voorgerechten en een zomerse plat principal. Geen van dat alles. Dat ‘alles’ had verdacht veel weg van een vrij ordinaire Belgische Pasen: nat en grijs en een stevige – soms lastige - kruisweg . De hele dag door regende het en op zich onderstreepte dat de affiche van dag twee van het Main Square Festival. Ook de dag trouwens met de laagste ticketverkoop, ondanks Pearl Jam als afsluiter.

Was de vrijdag een dance day geworden, de tweede festivaldag kondigde zich duidelijk aan als een gitaargebeuren. Na de opener van Zoe, de traditionele laureaat van de Franse versie van de Humo’s Rock Rally trokken we met TV Glory uit het naburige Lille meteen back in time ook al omdat Wolfmother verstek had gegeven.

Gush
In de Green Room mocht net als bij Curry & Coco de dag voordien met Gush een familiegebonden band zijn opwachting maken. Niet enkel broers, maar nog wat neven erbij zodat ze met zijn vieren proberen – zoals ze het zelf zeggen – het innerlijke van hun toehoorders masseren. Vocale harmonie zoals bij een funky-folky rock met poppy invloeden past. Al bij al nog een rustige eerste twee uur van wat een loeiharde dag zou worden.

Julian Casablancas
En dat illustreerde Julian Casablancas. Totaal ongeïnteresseerd, geïrriteerd bij momenten – of was het een stoere pose – en de geluidsinstallatie stond op zijn schelst, waardoor het echt onmogelijk leek om te genieten van het geweld dat de Amerikaan zijn eigen gitaren aan deed. Het publiek had zich intussen trouwens al vooral op de echte wei ernaast gesetteld. De zanderige gravel voor de main stage was door de regen te besmeurend geworden en Casablancas interesseerde slechts weinigen. De afwezigen hadden gelijk. Maar, de schrille klanken van Casablancas jaagden de regenwolken weg. Het zou droog blijven voor de rest van de dag, dat is dan het enige waarvoor we Casablancas dankbaar waren.

Angus & Julia Stone
Nog meer familie op een podium: Angus & Julia Stone, een Australische broerzuscombinatie op het podium van de Green Room die zich op deze tweede festivaldag aanvankelijk dus aandeed als popfolktent. Recent brachten ze met ‘Down the way’ nog eens een nieuw album uit. Melancholische samenzang vooral, maar weinig opwinding in elk geval in Arras. Broer (gitaar en keyboards) en zus (gitaar, gedempte trompet en harmonica) hadden nog een drum en een extra gitaar meegebracht en hun zoetgevooisde eerste nummer was een opening naar adem na wat Casablancas onze oren had aangedaan. Het tweede nummer staken ze er een heerlijke drumbass in en de handen gingen zowaar op elkaar in de Green Room. Het zou een heerlijk miniconcertje worden dat door de Fransen (en de Vlamingen) gesmaakt werd.

Vlamingen
Ja, opvallend meer (West-)Vlamingen op dag twee. Zoals Pieter en Sigfried bijvoorbeeld die hun ticket meteen gekocht hadden toen Pearl Jam geprogrammeerd was. ,Maar de rest is ons niet gekend en een beetje ontgoochelend’, gaven ze halverwege de dag mee. Phoenix vonden ze dan wel weer ok. Net als al onze zuiderburen, want Phoenix is er een hype. En terecht, want deze beresterke Franse groep scoorde op Werchter de dag ervoor ook al een uitmuntend.

Phoenix
Ze waren er voor de tweede keer op rij bij op Main Square en net als het festival zelf zijn ze gegroeid. En hoe! Voor ‘Wolfgang Amadeus’ ontvingen ze als eerste groep ooit een Grammy Award in de categorie beste alternatieve album. Een beetje psychedelische softrock met vlagen electronica en hiphop erdoor verweven, maar vooral gedegen en aanstekelijk. Een thuismatch was het dus ook in Arras en de frontman ontpopte zich tot een ware volksmenner, die met zijn micro speelde, ermee gooide, zich een tijdlang op de grond neergooide en uiteindelijk op de nadars tot diep in het publiek balanceerde. Ambiance verzekerd. Een topmoment voor dag 2.

Coheed & Cambria
Het liep intussen qua tijd allemaal een beetje dooreen, zodat je de groepen van de twee podia niet meer aansluitend kon volgen. Tegen dat we in de Green Room waren was het volgende concert al een stuk bezig. En tot ieders verrassing was het niet Gomez, maar Coheed & Cambria dat hun psychedelisch klinkende emocore te luister en te kijk zette. De bands hadden van plaats gewisseld, al maakte het qua geluid en performance niet veel meer uit.
Coheed & Cambria dus: moeilijk te omschrijven, al durven kenners hun oeuvre als progressieve rock bestempelen: een plak punk, een schijf heavy metal en een flinke hap post-hard core. Voor de liefhebbers van old time Led Zeppelin en Pink Floyd (ja, daar horen we ook wel bij) op zich zeker ok. En goed en gekend zijn ze intussen wel in het milieu, die New Yorkers, want ze werden toch al gevraagd voor het voorprogramma van onder andere Linkin’ Park en Slipknot. Heavy was het wel, al duwden ze er voorwaar ook wel een softie tussen.

M
Psychedelisch, Pink Floyd,…de overgang naar M op het hoofdpodium was dan ook niet onlogisch, al zat er meer melodiebeat in de Franse ‘grootheid’ die al jaren niets meer op cd liet plakken. Het is en blijft een kitscherig ensemble dat met een bal masqué en heel verregaande mengeling van rock en beats de chauvinistische meute bleef boeien. Heel gitaargericht wel, maar ze verrasten constant, zoals bijvoorbeeld met een “Beat it” van Michael Jackson ertussen. Aangenaam opwindend, soms heerlijk intiem. Best te pruimen.

Gomez
En dan terug naar de Green Room waar Gomez alweer een stuk van hun concert achter zich had. Gomez, later die avond geroemd en genoemd door Pearl Jams Eddi Vedder jawel, is een duo van een gitarist-zanger en een drummer, dat al meer dan tien jaar samen hokt. Behoorlijk, dat zeker maar er ontbrak ambiance in de ritmische songs van de Britten.

Ben Harper
Ben Harper kwam op zonder zijn Relentless7 en legde met een intieme muzikale intro op zijn traditionele ‘liggitaar’ het publiek het zwijgen op en gunde onze oren weer even rust. Maar niet voor lang. Toen hij na twee probeersels zijn gewone gitaar eindelijk omgegord kreeg barstte ook bij hen de stevigheid los. Schitterende opbouw, knap gitaarwerk, bluesy-psychedelisch, zelfs even rockabilly erdoor. Met – achteraf bekeken - als hoogtepunt van de hele festivaldag een duet met Le Vedder (jawel!): “Under Pressure” van Queen & Bowie. We vonden het zelfs een sterkere versie dan het origineel. En plots was hij weg. Zonder boe of ba of goodbye. Maar onze klok toonde wel dat hij zijn volle 90 minuten zijn volle zelf gegeven had. We zouden hem nog even terugzien die avond, maar wisten het toen nog niet.

Taylor Hawkins
In de Green Room mocht een grote naam het voorspel van Pearl Jam verzorgen. Een grote naam die echter het brede publiek (nog) niet bereikt (heeft). Taylor Hawkins is de naam en groot was/werd hij als drummer van Allanis Morisette en de Foo Fighters. In april bracht hij onder ‘Taylor Hawkins and the Coattail Riders’ een nieuw album uit. Dat vooral de (ex-) Queen-leden Brian May en Roger Taylor daarop te horen waren, is wellicht het meest in het oog springende. En dat ook hij door de Pearl Jam-frontman een dik uur later geprezen zou worden zegt al evenveel. Een naam dus.

Pearl Jam
Maar dé naam van de dag was uiteraard Pearl Jam. Op een piano-intro stapten Vedder en co het podium op. Na één minuut spuwde hij er al een fluim uit en ze waren vertrokken: heel zwaar, maar aanvankelijk leek het wel gehakt stro. Het epische verhaal kregen we in stukjes en brokjes door de strot geduwd en het was moeilijk slikken, vonden we.
Verdienstelijk maar helemaal niet naturel was zijn Frans, mais bon ça va zeker voor een Amerikaan. Beleefd vroeg hij of het ok was dat hij verder in het Engels verder ging en hij vertelde dat het als een droom was om in een voormalige kazerne te spelen. ,Vroeger was dit voor militairen, nu voor ons. Zo zou het over heel de wereld moeten zijn. Het is alvast een goeie start.’ Intussen probeerden ze met “Like yesterday’s wine” een nummer dat nog niet opgenomen was uit. En het had succes.
Na 50 minuten wall of sound gooide hij zijn gitaar de lucht in, ving die maar half op en weg waren ze. Het duurde vijf minuten eer ze terug waren met de woorden ‘Our band has become bigger, stronger and more handsome. Yes, welcome Ben Harper.’ Samen brachten ze ‘Red Mosquito’. En dan begonnen ze aan hun hitmachine, al waren tegen dan al een pak toeschouwers de kazerne uitgewandeld.

Art Point M
Met Art Point M kwam eindelijk een swingend geluid uit de Green Room speakers op zaterdag. APM001 is een dj-set die al dance halls ophitst sinds 2004. Niet enkel ambi van noten en geluiden, maar ze ontpoppen zich steeds meer ook als vj’s met projecties tijdens hun dj-werk. Groove in beeld, het werkte ook op Arras, ook al omdat het leuker in een tent staan was dan in de koude regen buiten.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Main Square Festival+ FLP - Live Nation France Festivals

Main Square Festival 2010: vrijdag 2 juli 2010

Geschreven door

Main Square Festival 2010 - Werchter à la France - Vrijdag dansdag !

Vroeger had je Torhout-Werchter. Nu heb je Rock Werchter. Maar voor wie in Torhout en de rest van het West-Vlaamse hinterland verweesd achterbleef, is er steeds meer Arras-Werchter. Sinds enkele jaren parkeert de organisatie (jaja, de ‘Schuur’, Herman Schuermans is een slimme)  de vedetten van Werchter een dag ervoor of erna in het gezellige, Noord-Franse cultuurstadje. Het Main Square Festival rekt zich steeds meer uit en etaleerde op 2, 3 en 4 juli 2010 voor het eerst drie dagen lang op twee podia een mini-Werchter, eveneens voor het eerst met campingfaciliteiten. Le petit est devenu grand !

Groot ja, met kleppers als Black Eyed Peas, Pearl Jam en Rammstein als top of the bill, maar ook met andere gerenommeerde bands als Jamiroquai, Ben Harper and Relentless7, Gossip, Pink en Florence + the Machine. Groot ja, maar het zou het chauvinistische Frankrijk oneer aandoen indien er niet ook een stevige Franse inslag was. Een leuke cocktail die jammer genoeg soms te veel water bevatte, want na de hete voordagen overspoelden de eerste zomerse onweren/buien dag 1 en een deel van dag 2.

Vorig jaar zaten we nog met zijn allen op de historische Grande Place en daar kregen de organisatoren zelfs nog niet alle tickets verkocht, al was het Main Square Festival – what’s in a name? – toen al aan zijn vijfde editie toe. De nieuwe wind voerde het hele circus nu net buiten de kleine ring naar de magnifieke Citadelle d’Arras, een voormalige kazerne die Sarkozy omwille van besparingen liet sluiten. Een schitterende zet van de organisatoren, want de locatie van 10 hectare moest in niets onderdoen voor de historische Grande Place.

Green Room
De Green Room, zo kondigde het festival het tweede podium aan, zou voor wat lokale en zoetere bands een opstap moeten zijn. Al zagen we daar vooraf toch al namen als Patrick Watson en – alstublieft ! - Florence + the Machine geprogrammeerd. Maar in elk geval trok elke dag een plaatselijke groep de concerttrein op gang. Telkens met winnaars of laureaten van de Tremplin Pas-de-Calais Music Tour, zeg maar de Humo’s Rock Rally van net over de grens.
Dag 1 was dat Spaceship Operatorz en meteen gingen we mee op de heavy beat die de drie jonge Fransen – twee keyboards en één gitarist-zanger – de halfvolle tent instuurden. Een elektrodreun die kon bekoren en de plaatselijke fans in beweging bracht. Toen was het nog snikheet in wat als de warmste dag van het jaar zou uitgeroepen worden. Maar nog voor we aan de main stage kwamen voor Pony Pony Run Run trok het blauw uit de hemel weg en kiepte men van hierboven alle opgespaarde watercontainers van de eerste hittegolf van het jaar over de kazerne.

Pony Pony Run Run
De bakken water gutsten door het podium naar het elektriciteitshart dat even een stilstand kreeg en voor serieuze problemen zorgde. Met uiteindelijk slechts een kwartier vertraging trok de Main Stage zich toch op gang. De technobeat bleek een stevige en voor de Fransen gekende opwarmer om alle vochtigheid even te vergeten. Pony Pony Run Run heeft in Frankrijk klaarblijkelijk een aantal hits die vooral dansvloervolk tot bewegen aanzet. En dat gebeurde: rytmisch gedreun, poprock die makkelijk geslikt werd en als een xtc-pilletje op het jonge Franse volk werkte. Ze zagen zich verplicht hun set in te kort en verontschuldigden zich daarvoor, maar naar (oude?) Franse gewoonte zou de timing de hele avond niet helemaal gerespecteerd worden, al had men de opgelopen vertraging wel na twee bands al weggewerkt.

Curry & Coco
In de Green Room startten de broers Sylvain en Thomas van Curry & Coco - terwijl de main stage nog volop bezig was - wel nog vijftien minuten na het aankondigingsuur met een leuke set. Oog in oog, de ene op de drum, de andere zingend aan de keyboards, trokken ze alle registers van de synthesizerpop van de jaren tachtig open. Aangenaam en leuk, maar we waren toch mooi op tijd op weg naar La Roux.

La Roux
Die had acht minuten achterstand goedgemaakt en begon al te zingen voor ze effectief op het podium klom in een lange bruin-grijs-zwarte, hemdsloze riddercape, met grote-glazen-zonnebril en haar rode haar keurig gekuifd. Vanaf haar tweede nummer ging de cape eraf en danste ze de regen weg met haar hit “Fast Lane”. Halfweg donderde en goot het echter weer van boven en moest de set voor enkele minuten opnieuw stilgelegd worden. Toen besloot ze maar snel met “Going for the kill” en “Bulletproof” de mensen te geven waar ze voor gekomen waren: fun en dance.

SALM
Het viel op dat de eerste festivaldag een volledige dance day was. SALM, ofte Something a la Mode, was misschien het pauzestukje in de Green Room met een viool en een cello, maar ook de muziek van Tomas Roussel en Yannick Grand-Jean was onderbouwd met retro-elektro.

Jamiroquai
We waren weer mee op schema, maar dan liet Jamiroquai op zich wachten. Naar eigen zeggen – zowat halverwege zijn gig net voor ‘Cosmic Girl’ - omdat hij vast gezeten had in het verkeer. Het kleine halfuur wachten op Jay Kay werd door de regisseur en de cameramensen van de videowall handig en origineel opgevuld door het publiek een hoofdrol te laten spelen. Mannen verkleed als klauwende leeuw, een paar halve moonshots, een man die met een plastic boot boven de hoofden dobberde, lichtgeklede vrouwen op schouders, enkele leuke kapsels: alles kwam in beeld en werd toegejuicht, behalve dan die dame met de Italiaanse en haar collega met de Franse vlag. Jawel, het WK liet sporen na. En ook het live fragment van Uruguay-Ghana kon op niet veel sympathie rekenen.
En dan verscheen hij, getooid met Indianenpluimen, ‘mister funk’ himself met een innemende “Bonsoir mes amis”. Zijn regendans werkte, het bleef droog. En het werd weer warm en zwoel, niet in het minst door wat Jamiroquai uit de speakers liet klinken. Na zijn opener “Revolution” kondigde hij aan dat het tijd was voor ‘old school’. En dat gebeurde. Drie blazers, drie zwarte backing vocals, twee drums, twee gitaristen, één keyboard en hemzelf als super performer: voor zo’n uitgebreide band ging het middenplein plat en tegelijk hoog. Hij eindigde met een ruige versie van “Deeper Underground” na bijna een uur zalige funk. Zowat dezelfde nummers als toen we hem zes jaar geleden in Vorst zagen, maar het deerde ons niet. Wel integendeel.

The Bloody Beetroots Deauth Crew 77
De nieuwe zomerhype, zo blijkt uit veel festival line ups, wordt/is/was The Bloody Beetroots Death Crew 77 die na Jamiro in de Green Room de beats aanstak. De twee gemaskerde Italiaanse DJ’s die nu drie jaar bezig zijn, blijken schitterende remixers en de reshakes van kanjers als Metallica, Etienne de Crécy, The Killers en zoveel meer zijn bijna even sterk als hun eigen composities. Ze brengen een dansexplosie die je omver blaast. Als ze een uur later nog eens geprezen worden door The Black Eyed Peas, dan weet jet het wel.

Black Eyed Peas
En die BEP, de groep waar zowat iedereen voor naar Arras was afgezakt, volgde. Met vijf minuten vertraging hadden ze volgens ons twee mogelijkheden om het dans- en meezingfeest mee te beginnen: “I gotta feeling” of “Let’s get it started”. Het werd het laatste en de party zat meteen goed. Alle hits passeerden de revue, inclusief danspasjes, lichtelementen, projecties… Een show die zo goed als af was, zoals we die ooit in Vorst zagen, met een niet te vermijden grote inbreng van het publiek (met moeders en dochters) zelf dat gierend van de pret mee keelde.
En alsof ze nog niet genoeg eigen hits hadden vond Will.I.Am als robot getooid op een hoge toren het nodig om zelf een tiental minuten te dj’en: een greep uit de bands waarvan hij de hits zelf half meebrulde en de beats aan- en toeschroefde: Fedde Le Grand, The Jacksons, Michael Jackson, Guns & Roses, Kings of Leon, Daft Punk en Jump Around van ….
Ze sloten af met een wervelend “I gotta feeling”, terwijl ook daarin even U2 in klonk en er voor het eerst leuke regen uit de lucht dwarrelde: confetti door enkele kanonnen over de meute uitgegoten. Na anderhalf uur haalde de BEP de stekker eruit om die een week later op Werchter Classic weer in te steken. Een schitterend concert, al kregen we de indruk dat elk bandlid vooral zijn eigen show in de show wou brengen.

David Guetta
David Guetta mocht als DJ de eerste festivaldag laten wegdansen en deed dat op zijn manier en tot laat in de nacht. Op een halfmarginale camping hoorden we 18km verder en twee uur later nog steeds zijn bassbeats. Arras wist dat zijn eerste festivaldag erop zat.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Main Square Festival+ FLP - Live Nation France Festivals

Couleur Café 2010: zondag 27 juni 2010

Geschreven door

Bob Marley keek en zag dat het goed was … Onder een broeierig hete zon ging Couleur Café de zondag van start met La Fanfare du Belgistan. De fanfare afkomstig uit hun eigen autonome staat, Belgistan, zette meteen de toon voor de avond. Alle remmen los en dansen maar! Gipsy, opzwepend, gezellig, onweerstaanbaar en vooral ‘werelds’! Lange dreads bleek dé dresscode voor de artiesten.

Ook Danakil, dé revelatie in de Franse reggaescene, liet de zijne meewalsen op een afwisselende mix van nieuwe Franse reggae afgewisseld met ska en dan weer eens een cover van Edith Piaffs “Je ne regrette rien”. Druipend van het zweet gaat de tent wild op de tonen van de trombones, trompetten en tam tams. De vlammende gitaarsolo zorgde voor een meer dan goede afsluiter.

Couleur Café is muziek, sfeer, maar ook tonnen animatie. Een rariteitenkabinet is geen uitzondering dit weekend. Belletjes en een vreemd mutsje verbergen een man in een voorbijrijdend, grappig karretje. Uit het niets duiken de grote zilveren dinosauriërs van De Saurus op. Glinsterend in het zonlicht balanceren de vier mannen op metershoge stelten. Ze bezorgen niet enkel de spelende kinderen, maar alle voorbijgangers een bewonderende blik.

Rootman J & the Zionyouth Crew hebben net hun eerste album ‘Destined Destination’ uit. “One Love, unity, ganja, peace” en “Toutes les folies du monde” toeterde Rootman afwisselend door de micro. Hun spetterende performance op Reggae Geel in 2008 deden ze hier deze middag moeiteloos over! De crew bestond uit drie wulpse danseressen, een magnifieke zangeres, Rootman en een resem aan trombones en trompetten. Rootman voelde “a breeze today”. Een reggaebriesje! De geest van Bob Marley was duidelijk aanwezig op Couleur Café. Een mix van “Stir it up”, “Redemption song” en “One love” zorgde voor een meekwelend, enthousiast shakend publiek. Op de schitterende saxofoonsolo ging de tent helemaal uit zijn dak.

Baloji, oftewel Mc van Starflam, brengt een mix van ‘traditionele rumba, soukous, funk, soul, reggae, ska en swingende mutuashi’. Veel namen voor een ontgoochelende langgerekte show gevuld met irritante deuntjes. De dansers, met doodskopmasker en slangenpasjes kunnen de show niet meer redden. Geen sfeer of voeling met het publiek zorgde dat de helft van de tent snel het snel opgaf en richting de Fiesta tent schuifelde. Allen daarheen!

Systema Solar deed de tent alle eer aan! De bizarre Colombianen zorgden voor een aanstekelijk feestje. Geen mens die stil kan blijven staan op “Bienvenidos”, hun grote hit uit 2009. Een podium gevuld met een arsenaal aan instrumenten en mc’s in circuspakjes hitsen het publiek op tot een eerste hoogtepunt!

Op naar rustiger oorden aan de Titan, het hoofdpodium, waar Olivia Ruiz het beste van zichzelf gaf. Wat een verschijning! In een Spaanse little black dress omgeven door rode rozen liet ze de verzengende hitte opnieuw oplaaien. Geflankeerd door een heus orkest bracht de Française haar hitjes “La Femme Chocolat” en “J'traîne Les Pieds” vol bravure. Tegelijkertijd ingetogen en extravert, speels en serieus, rockchick en Spaanse schone…Veel pose maar dat alles wordt haar vergeven omwille van die prachtige stem.

Lady Linn, vroeger reeds zangeres bij Bolchi en Skeemz, doet het de laatste vier jaar erg goed met haar eigen band Lady Linn & Her Magnificent Seven. Overal zagen we de trombone terugkeren, ook bij Lady Linn. Swingende Jazz en Soul. Lien De Greef zong met het grootste gemak “Cool Down” en “A Love Affair” zoals het een echte Jazzdiva betaamt. Bijgestaan door haar werkelijk ‘Magificent Seven’ kreeg de jazzdiva in charlestonkleedje de hele tent mee. Guitig glimlachend wierp Lady Linn Christian Mendoza, op de piano een steelse blik toe. Mendoza concentreerde zich volledig op de uitvoering van zijn solo tijdens “Cool Down”. Prachtig! Ook de andere zes konden af en toe rekenen op een goedkeurende blik van hun leading Lady. Helemaal verdiend!

Damian Marley, voor de gelegenheid vergezeld van rapper Nas op het Titanpodium. De hoge verwachtingen voor de zoon van the godfather van de reggae, werden meer dan ingelost. In het eerste halfuur merkten we weinig van een samenwerking tussen het duo. Nas rapt enkele nummers aaneen en vroeg Damian dan “back on the stage”. Zij aan zij komen de heren het best tot hun recht. Een afwisselende mix van reggae, dancehall en hiphop op één plaat, werd vertaald naar een entertainende show, ondersteund door een erg straffe dj. Vuurtjes in de lucht, meezingen… Het publiek at uit hun hand en volgde enthousiast. “Count your blessings” en “Leaders” worden gegarandeerd succesvolle opvolgers van hun eerste single “As we enter”.  Tot een echt hoogtepunt kwam het echter pas op het einde van de show. Met “Welcome to Jamrock” en “The Road To Zion” gaat iedereen echt wild. Afsluiten doen ze met “Could you be loved”, een ode aan vader Bob. 

Revelatie Hindi Zahra trof het niet, moeten optreden op het zelfde moment als Damien Marley en Nas. Haar eerste album, ‘Handmade’, werd uitgebracht bij het Blue Note label in januari 2010. Geleidelijk aan liet de van oorsprong Marokkaanse de Univers toch volstromen. De opleiding als operazangeres legt haar geen windeieren. Meng daarmee haar Marokkaanse roots en je krijgt een opgewekte, gevarieerde mix. Een zinderende show, betoverende muziek en een excentrieke persoonlijkheid maken van Hindi Zahra iemand waar we nog van zullen horen, de nieuwe belofte.

Steelpulse, de vervanger van Sizzla, moet de avond afsluiten in de Universtent. Jammer voor de ragga-liefhebbers. Het wordt klassieke reggae. Steelpulse, de legendarische Britse roots reggae, verloor veel van zijn pluimen. De combinatie van reggae vermengd met jazz en latin zorgde niet voor veel hoogtepunten. Een langdradige show zonder veel verrassingen. Dan maar op naar Dr. Funkenstein.

Als de grondlegger van de P-funk werd van afsluiter George Clinton veel verwacht. De King of Funk heeft een zwaar jaar achter de rug en dat was er aan te zien. Van de fluo dreads en de funkalicious, exuberante persoonlijkheid schoot niet veel meer over. Hitjes als “Maggot Brain” en “Flash Light” passeerden de revue, maar konden het publiek niet boeien. “Get Low” zorgde dan wel weer voor een hoogtepunt en zette heel even het plein opnieuw in lichterlaaie. George Clinton blijft weliswaar een grote invloed voor artiesten zoals Prince, Outkast of Dr. Dre. George moest de ‘night away funken’, maar was te vermoeid om voor een waardige afsluiter te zorgen.

“Toutes les folies du monde”, alle gekheid op een stokje. Zilveren draken op metershoge stelten, dansworkshops, een combinatie van Bob Marley covers, exotische instrumenten, grote namen, fantastische optredens en een verzengende hitte maakten van Couleur Café a day to remember!

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Couleur Café / co ZigZag, Tour & Taxis, Brussel

Couleur Café 2010: zaterdag 26 juni 2010

Geschreven door

Geen Beenie Man, dus pikten we op dag 2 van Couleur Café maar in bij Los Amigos Invisibles, een zeskoppige Venezolaanse band die vanuit New York opereert op het Luaka Bop label van David Byrne. Zuid-Amerikaanse feestmuziek, een mix van disco,salsa, elektronica en latino-rock, die op zijn best was als de groove de hoogte ingejaagd werd, maar nogal banaal klonk in de down-tempo nummers. Opmerkelijke covers waren “Unbelievable” van EMF, en helemaal op het einde, “No limit” van 2 Unlimited in een latino-salsa gegoten, wat weer eens bewijst dat andere culturen een andere kijk hebben op wat ‘goed’ of ‘fout’ is.

Voor het hoofdpodium was het ondertussen aardig volgelopen voor Nneka, een Duits-Nigeriaanse singer-songwriter, die wel eens met Lauryn Hill of Erykah Badu vergeleken wordt. Met petje, donkere nerd-bril, sjaal en onflatterende witte t-shirt, deed ze vanavond echter haar best om zo weinig mogelijk op die glamoureuze hip-hop divas te lijken, wij dachten onmiddellijk aan het jonge kereltje van Musical Youth met de legendarische opener  “ This generation, rules the nation’, op “Pass the dutchie’. Nu eens op gitaar, dan weer op piano, bracht Nneka Egbuna een mix van torch songs en politieke nummers, nu eens in het Engels, dan weer in het Igbo gezongen, waarbij vooral de krachtige aparte stem opviel die zo ergens tussen halverwege tussen Lauryn Hill en Macy Gray te situeren valt. Bij de politieke protest song “ Vagabonds in Power”, een aanklacht tegen de corruptie in Nigeria en de rol van de multinationals die in dat land opereren, hielden we het voor bekeken, op naar wat de ontdekking van Couleur Café zou blijken:

Staff Benda Bilili, is een Congolese rumba groep, wiens verhaal veel op dat van de Buena Vista Social Club, lijkt. In 2005 ontdekken twee Franse filmmakers deze band van straatmuzikanten in Kinshasa. De kern van de band bestaat uit 4 polio-patienten,zanger-gitaristen die alhoewel ze aan hun rolstoel gekluisterd zijn, in ware James Brown stijl met goedkope instrumenten fantastische rumba nummers maken. De groep wordt vervolledigd door een jonge ritmesectie, en Roger, 17,  die op zijn satonge, een zelf-geknutselde elektrische luit gemaakt van een tinnen kan waarop een snaar gespannen is, een onwereldse geluid te voorschijn tovert dat nog het meest op een theremin lijkt, en het geheel een psychedelische klant geeft. Terwijl op hun album ‘Tres tres fort’, uit op Crammed Discs, kalmere nummers afwisselen met meer up-tempo nummers, speelt Staff Benda Bilili live het ene opzwepende nummer na het andere. Waar de tent aanvankelijk nog half gevuld was, stroomde het volk na het optreden van Nneka toe, aangetrokken door het funky, hoge tempo. Als je je ogen sloot, kon je nooit geloven dat deze muziek gebracht werd door vier vijftigers in een rolstoel, en een bijkomende zanger die boven zijn krukken hing. De afwisseling van de stemmen van de vijf zangers, met de prominente sopraan van Theo, is een van de sterkste punten van deze band. Bijna anderhalf uur duurde dit rumba-feestje, waarbij op het einde een van de zangers zijn rolstoel verliet om al rollende een dansje te plegen.
Deze zomer treden ze nog op in Dranouter, check ze zeker, want voor mij waren ze de ontdekking van dit Couleur Café festival.

Je kon heel wat lege plaatsen bespeuren tijdens het optreden van Femi Kuti, maar de aanwezigen amuseerden zich toch wel heel erg goed. De zoon van de legendarische Fela Kuti, de Afrikaanse James Brown, is ondertussen ook al 48, en de grijze haren zijn al duidelijk zichtbaar. Zwetend leidde Olafemi zijn 12 koppige band met strakke hand, waarbij hij afwisselend trompet, saxofoon of keyboards bespeelde of de zang voor zijn rekening nam. Zoals altijd nam zijn blazerssectie een prominente rol in de sound in, en kregen we nummers met een politieke boodschap, afgewisseld met opzwepende afro-beat klassiekers.

Zowat een halfuur te laat, op de typische manier van een Amerikaanse superster met capsones, betrad Snoop  Dogg het hoofdpodium. Nog geen haar veranderd, sinds zijn debuut in ‘93, staartjes strak naar achteren gevlecht, greep Snoop zijn zelf-genaamde microfoon beet voor een greatest hits set die zijn vijftienjarige carrière overspande. De prijsbeesten uit zijn debuut, “Gin & Juice”, “Lodi Dodi” en “What’s my name” konden ons het meest overtuigen, waarbij dan vooral opviel hoe sterk hij zijn lyrics op een podium brengt, in zijn typische relaxte stijl. De R&B nummers, die hij de laatste jaren brengt, konden we minder smaken, en we hadden onze twijfels of zijn zanglijnen in “Sexual eruption” wel live gezongen waren.
Afwisselend met zijn side-kick, liet Snoop het publiek meebrullen en springen met zijn resems hits, van “Drop it like it’s hot” die de ene na de andere met gejuich door het publiek begroet werden. Vreemd genoeg ontplofte het publiek nog het meest bij “Jump Around” van House of Pain. Nadat Snoop nog een jongen die aan ademhalingstoestel lag, op het podium haalde, liet hij ons gaan met de volgende wijze raad: “When you wake up every morning, do three things: brush your teeth, thank God you made through another day, and smoke some motherf#$ weed”. Op die wijze raad en de tonen van “Jammin” van Bob Marley, kwam er een mooi einde aan de tweede dag Couleur Café.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Couleur Café / co ZigZag, Tour & Taxis, Brussel

Couleur Café 2010: vrijdag 25 juni 2010

Het 21ste Couleur Cafe festival genoot onder een tropische zon een ruime opkomst met wel 76000 mensen. Het is er dan ook één van dansbaar feestelijke muziek en relax, waar veel mensen even goed voor de sfeer, de animatie, de solidariteitsprojecten, de workshops, de tentoonstellingen, de pak faciliteiten aan dranken en cocktails, de vele exotische eetstandjes en de randanimatie komen, als voor de artiesten. We gaan u evenwel een recensie van de 51 eetstandjes besparen, muziek is nog altijd het hoofdmenu van Couleur Café. Veel vrouwvolk werd geprogrammeerd en de organisatie plaatste Congo centraal op dit wereldmuziekfestival. En de omstredenheid ontrent de Jamaïcaan Beenie Man besparen we U …

dag 1: vrijdag 25 juni 2010

De programmatie op vrijdag was eigenlijk atypisch, met bands als Ska-P, Supreme NTM en verrassend genoeg ook Rodrigo Y Gabriela, dacht ik me van festival vergist te hebben, maar nee ik bevond me toch niet op … Graspop in Dessel.

Ska-P is een zeskoppige Spaanse ska-punk band uit Madrid die sinds 1994 al een zestal albums uitgebracht heeft. Op het podium kregen we al de ska en punk clichés voorgeschoteld: mohawks, geruite schotse rokken, en ook in de nummers werd stevig tegen het establishment aangeschopt, meestal op niet subtiele wijze: zo kregen zowel de politie als de kerk er stevig van langs: een gorilla in battle dress was de gehate policia, terwijl een bisschop in SM-kledij de pederaste deugden van de kerk mocht bezingen. Wellicht beseften Ska-P niet dat ze zo dicht op de Belgische actualiteit zaten. Muzikaal zat Ska-P ergens tussen de mestizo punk van Manu Chao, en de ska-core van Mighty Mighty Bosstones.

Diam’s is een franse hiphop artieste die in het zuiden van België ongelooflijk populair is, maar in Vlaanderen totaal onbekend is. De Univers tent was aardig gevuld, en reageerde superenthousiast, er werden zowaar nummers meegezongen. Wij onthielden vooral de pakjes van de danseressen, die ons vaag aan Def Dames Dope deden denken. Net zoals in Duitsland, is hiphop in de eigen taal gigantisch in Frankrijk, maar zijn het maar enkelingen waaronder Wax Tailor die goed genoeg zijn om de grenzen over te steken.

Over dus naar Rodrigo y Gabriela. We keken raar op toen we een nummer van Tool als pauzenummer hoorden, toen we aan het hoofdpodium aankwamen, maar eigenlijk hoeft dat niet te verbazen, want Rodrigo Sanchez en Gabriela Quintero, ontmoetten elkaar in een trashmetal band. Ook op hun nieuwe album ‘11:11’ ontbreken die metal invloeden niet, zo speelt Alex Skolnick van Testament mee op ‘Atman”, een hommage aan de overleden leadgitarist van Pantera. Naast metal, putten Rodrigo & Gabriela inspiratie uit een ruime waaier van invloeden, van Pink Floyd, Santana, Jimi Hendrix, over jazz-rock tot tango en flamenco. Live is dit tweetal duidelijk gegroeid, waar ze vroeger haast op hun krukjes vastgeplakt zaten, vullen ze nu op hun gemak het hoofdpodium van elk festival. Het kan tijdens de Metallica cover “Orion” geweest zijn, dat Rodrigo zowaar wijdbeens op het podium stond, James Hetfield waardig. Terwijl de performance dus veel extraverter geworden is, blijft de intensiteit en intimiteit overeind: mooi om te zien hoe Rodrigo en Gabriela zo op mekaars gitaarspel ingaan. Absolute uitschieters waren “Diablo Rojo”, “Tamacun”, en “Hanuman”, terwijl het opvallendste nummer wel “Master of Puppets” van opnieuw Metallica was, waarbij Rodrigo knetterende distortie op zijn leadgitaar zette. Het publiek zette spontaan flamenco dansjes in, en deze man had het hoogtepunt van dag een op Couleur Café gezien.

Shantel & The Bucovina Club Orkestar wordt gegeerd in ons landje. Eerder al bouwden ze feestjes op festivals als Cactusfestival, Pukkelpop en in het clubcircuit. Ook Couleur Café mocht eraan geloven vanavond …alsof het niks was, toverden ze uit hun mouw een spetterend feestje met hun ‘Disko Partizani’, een zigeuner/ Balkan/fanfare/polka pop sound: blazers, violen, accordeon, drums, veel beats en de sensuele danspassen van de twee vrouwen van het leuke gezelschap. Opzwepend en dansbaar klonk het allemaal, zonder de traditionele Oost-Europese authenticiteit te verliezen, gedragen door vrouwelijke en mannelijke vocals. Broertjes Balkan Beat Box, Gogol Bordello, Goran Bregnovic, Asian Dub Foundation, Kocani Orkestar, Think of One en het relaxte neefje Beirut hebben er duidelijk een concurrent bij …

Voor het Titan podium was het nu volgelopen voor Supreme NTM. Deze Franse rappers waren ooit super controversieel, omdat ze in hun nummers de uiterst-rechtse politicus JM Le Pen en ook de politie aanvielen, en werden op een moment zelfs verantwoordelijk geacht voor de rellen in de Franse banlieues. Opnieuw zijn deze rappers totaal onbekend in Vlaanderen, dus we waren benieuwd waarom deze band de hoofdact van de avond was.We hoorden een donkere, harde hardcore hiphop, met een grimmige, agressieve voordracht van main man Joey Star. Niet echt ‘notre tasse de thé’, en zeker al niet toen Supreme meende “Smells like teen spirit” te moeten brengen op de wijze waarop Fred Durst meent “Anarchy in the UK” te moeten coveren. Iemand zou deze jongens moeten zeggen dat enkel ‘2 many djs’ met die Nirvana cover wegkomt.

Wij dus naar Ebony Bones. Vanavond kregen we minder mode-show dan een half jaar geleden op ‘les Inrocks’ in Lille, maar nog was de band rond Ebony Thomas een vreemd allegaartje dat onmiddellijk energiek van start ging. Iets te energiek eigenlijk want de drummer meende vanavond iedere subtiliteit metalgewijs uit de set te moeten meppen, waardoor de rest van de band natuurlijk ook verplicht was om het volume op 11 te zetten. Zo ging “W.A.R.R.I.O.R” meer op een metal electro nummer lijken dan op het anthem dat van M.I.A zou kunnen zijn. De elektronica en de punkfunk invloeden kwamen vanavond veel minder aan bod, geen koebel deze keer.
De twee dansers zweepten tijdens “Bone of my Bones”met hun Afrikaanse moves het publiek op, terwijl tijdens de rustiger nummers dame Ebony als een meesteres op de basdrum plaatsnam. We onthielden nog een mooie versie van”Sweet dreams” van Eurythmics, en zagen hoe het dak van de Fiesta tent er finaal toch afging toen de band het publiek van links naar rechts liet jumpen.
Straffe kost en een energieke set van Ebony Bones, maar we hadden toch net iets meer subtiliteit verwacht vanavond.

Op die noot zat Couleur Café dag één er voor ons op, waarbij we tot de verrassende vaststelling kwamen dat metal, hardcore rap en punk zowat de rode draad door ons parcours geweest waren. We namen ons dus voor om op dag twee wat meer in de echte Couleur Café sfeer te duiken.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Couleur Café / co ZigZag, Tour & Taxis, Brussel

Les Nuits Botanique 2010 - The Drums – Beloftevolle band

Geschreven door

Er viel nog heel wat te beleven op de afsluitende Nuits Bota … de geprogrammeerde bands zaten nog niet op hun tandvlees …In de Chapiteau kon je terecht voor de funkende souldance, afrojazz en pop van Jamie Lidell, het Canadese Holy Fuck speelde energieke, opzwepende vibes en ritmes van luchtige elektronica, percussie, noise en rock in de Orangerie of je genieten van de sing/songwriterpop van Richard Hawley in het KC. En tot slot in de Rotonde stond één van de gehypte bands van het moment, The Drums … Hun single “Let’s go surfing” heeft een groot meezing- en fluitgehalte en zorgt er net als “Young Folks” van Peter, Bjorn en John voor dat de koude dagen van april en midden mei een zomerse temperatuur krijgen.

Het NY-se kwartet heeft al een tijdje hun EP ‘Summertime’ uit en binnenkort kloppen ze aan met hun debuut. In een volgepropte Rotonde konden we alvast op ontdekking gaan. Achterna konden we zeggen dat het kwartet, dat zich in Engeland schuilhoudt, meer in petto heeft dan een minnestrelend leuk nummer. The Drums rond gitarist Jacob Graham en zanger Jonathan Pierce goochelen met waveritmes van Joy Division, The Cure, de gitaarwaverock van Ian McCulloch (Echo & The Bunnymen) en The Smiths, halen invloeden aan van Fad Gadget, The Chameleons en roepen beelden op van de cold/glamour wave van Spandau Ballet en Theatre of Hate (zie hun haarsnit). En alsof dit nog niet genoeg was, hoorden we in songs de galmende, diepe bas van Peter Hook, de electro van New Order, de hoekige, springerige ritmes van The Rakes en Bloc Party in hun begindagen en zijn ze niet vies van de zomers surf van de Beach Boys en van de girlgroupies Shangri-Las en The Ronettes. En inderdaad, Interpol, White Lies en Editors mogen toch opkijken naar het opkomende talent.
Een mengelmoes en recyclage dus, die door deze jonge gasten een catchy melodie, een dosis lichtvoetigheid en een frisse, luchtige noot krijgen. Ze laten ook bitterzoete melancholie sluimeren in enkele songs. Wat maakt dat ze voldoende variaties aanbrengen en veel in hun mars hebben. De aanstekelijke deuntjes werden hoedanook sterk door het publiek onthaald.
De theatrale, spastische bewegingen, de hoekige danspassen en de grappige aankondigingen van Pierce deden denken aan onze Bijna Slimste Mens, Das Pop zanger Bent Van Looy (… had uiterlijk wel iets mee van hem!).
In de eerste songs straalde de zon nog niet echt, “It will all end in tears” en “My best friend (died)” waren qua tekst nu niet meteen de vrolijkste om mee te starten, maar hadden muzikaal voldoende dynamiek en vitaliteit. De daaropvolgende songs “I felt stupid”, “Submarine”, “Moon”, “Make you mine” en “Book of stories” waren grotendeels van dezelfde leest, hadden speelse, verrassende wendingen, gingen van een slepend naar een meer huppelend ritme of explodeerden ergens middenin. “Jerk” had dan iets mee van Vampire Weekend door de verleidelijke, opzwepende drumritmes. En “Skipping town” kleurde door het galmende gitaargetokkel. De single “Let’s go surfing” met z’n  overbekende, aanstekelijke deuntjes, beëindigde na een goede 45 min de set. Het nummer klonk alvast krachtiger en directer dan op de radio.
Na bijna elk nummer werd het publiek hartelijk bedankt voor de respons, boog Pierce voorover en maakte een boogie danspas. En de momenten dat Graham even niet op z’n gitaar speelde, sprong hij wat in rond met z’n tamboerijn. Leuk allemaal.

Twee nummers besloten, het meeslepende, opbouwende “Down by the water” ( the love for all the boys & the girls) en het strakke, intens broeierige “Forever (and ever)”, de komende single, die doet denken aan de Psychedelic Furs.
We zagen een knappe, melodieuze set van het kwartet, die een grootse toekomst kunnen tegemoet gaan; ze stonden er overduidelijk als liveband en kunnen net als White Lies vorig jaar de hoopvolle band zijn van 2010!

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Bota 2010)

Les Nuits Botanique 2010 - Jamie Lidell, Little dragon - onbegrensde muzikale genialiteit

Geschreven door

Na zijn eerdere doortochten in de Botanique, de AB en de Hallen van Schaarbeek heeft Jamie Lidell al lang geen kompas meer nodig om onze hoofdstad te vinden. De dag dat zijn nieuwe worp ‘Compass’ in ons land uitkomt, vond hij de tijd om deze voor te stellen in de Chapiteau op Les Nuit Botanique.
Jamie Lidell is sinds kort, om het met Sting z’n woorden te zeggen, ‘An Englishman in New York’ geworden. Mijmerend over zijn nieuwe leven, was het Beck die de aanzet gaf voor wat alweer de 4e plaat is van de ingenieuze geluidskunstenaar. Het was echter niet alleen muzikale bondgenoot Beck die meewerkte aan ‘Compass’, ook andere klinkende namen hadden een belangrijke bijdrage: Warp Records labelgenoot Leslle Feist (lyrics en inzingen van nummers), Chris Taylor van Grizzly Bear, Gonzales (piano) en Pat Sansone van Wilco (afwerking van de opnames) waren betrokken. ‘Muddlin Gear’ buiten beschouwing gelaten, zoekt ‘Compass’ de gulden middenweg tussen de experimentele elektronica van ‘Multiply’ en de soulpop van ‘Jim’. Het is een plaat geworden die overloopt van muzikaal geflirt, een vreemde rocksound en geflipte percussie. Dit alles overgoten met de prominent aanwezige soulstem van Lidell.

Jamie was behoorlijk in zijn sas en maakte met zijn nieuwe band meteen indruk door het enthousiasme waarmee hij zijn nieuwe nummers en aanstekelijke ‘feel good vibes’ de Chapiteau instuurde. Ondersteund door een liveband gaf kameleon Lidell blijk van zijn onbegrensde muzikale genialiteit, flirtend met diverse muziekgenres… electro, rock, soul, blues, pop,… al dan niet als cocktail in één en hetzelfde nummer. Halfweg de reguliere set gooide hij solo de toon en de limiet om door een elektronicaschokje uit te delen. Lidell op zijn best, al beatboxend zijn eigen stem bewerken en samplen op een kluwen van elektronische apparatuur. Vreemde danspassen, funky gebaren en gekke bekken trekkend… bijna loos gaan op zijn percussie of apparatuur: het zorgde voor een ongenaakbare podiumpres(en)tatie.
Naast de optimistische, heerlijk door het leven fluitende, pareltjes als “Another Day” (hoewel we deze versie net wat minder vonden) en “A Little Bit Of Feel Good” (een vette beatboxversie op het einde), gooide Jamie het publiek “Enough Is Enough” tussen de oren. Een typisch uptempo en speels Lidell-nummer dat schatplichtig is aan The Jackson Five. Het met dubbele drum voorziene “I Wanna Be Your Telephone”, (hallo Prince?) en het melancholische en feeëriek ingetogen gespeelde titelnummer “Compass” maakten grote indruk. Om maar te zwijgen van de subtiel gelaagde (piano, synths en blazers) single “The Ring”, waarmee hij zijn set begon. We werden blootgesteld aan verrassend hard gitaarwerk op “Completely Exposed” en “Gypsy Blood”, Jamie’s dedication aan de gypsies. De ingehouden zang van het nummer “Multiply” blijft het beste excuus voor een feestje. Jamie danste de gypsy-dance en ging prat op een fantastische soloversie van “A Little Bit More”. Bij het met een drumcomputer aangedreven “When I come back around” stuiterden en vlogen de verknipte vocalen op de meest onverwachte momenten als een volleerde springbal door de Kruidtuin. Maar er was meer… het aanstekelijke en door Beck geschreven “Coma Chameleon” bijvoorbeeld… of hoe beats uit de hiphop, blaasinstrumenten en gitaren met mekaar een uiterst interessante kruisbestuiving aangingen. Afsluiten deed Lidell met de bijzonder zoete ballade “She Needs Me” waar we een Prince-visioen kregen. Klasse!

Afgaand op dit concert wordt ‘Compass’ allicht één van soundtracks voor een drukkend hete zomer. Misschien maakte Lidell één van zijn beste platen tot dusver?! Jamie Lidell betoverde live alleszins met speelse improvisaties en experimenteel kattenkwaad. Dit was wederom een eigenzinnige en unieke liveshow met een hoge entertainmentwaarde en de zo typerende alomtegenwoordige souljams van Lidell. Ons hoofd eraf als deze plaat geen potten breekt… Jamie Lidell mag zich opmaken voor een verdere verovering van het soulpopheelal dat zich ergens situeert in het onverkend gebied tussen dansbare elektronica, funk en pure soul… “Aiming for the moon”… het zijn Jamie’s eigen woorden (in RifRaf, nvdr).
... Deze zomer alvast op het Cactusfestival in Brugge (zaterdag 10 juli! btw) te zien ... Check it up ...

Support Little Dragon is een Zweedse elektronicaband uit Göteborg met de Zweeds-Japanse zangeres Yukimi Nagano. De band is vooral bekend voor het nummer “Twice” dat zijn opwachting maakte in ‘Grey’s Anatomy’ en het feit dat ze mee op tour mochten met TV On The Radio. De bandleden zijn ook te horen op “Plastic Beach” van Gorillaz. Little Dragon slaagt erin om jazz, elektronica en pop met elkaar te verenigen. Een ideaal voorgerecht voor Jamie Lidell dus!

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Bota 2010)

Les Nuits Botanique 2010 – Wolf Parade, Surfer Blood en Warpaint

Geschreven door

In de Orangerie was het vanavond ‘the place to be’ om enkele ‘upcoming’ bands aan het werk te zien, die met de gevestigde waarde, het Canadese Wolf Parade van het duo Spencer Krug en Dan Boeckner heel erg schoon en overtuigend besloot. Beide heren zijn actief in bands als Frog Eyes, Sunset Rubdown en Handsome Furs en worden genoemd met bands als Broken Social Scene, Postal Service, Fiery Furnaces, Built To Spill en Arcade Fire.
Van het kwartet mogen we volgende maand nieuw werk verwachten, ‘Expo 86’, die ‘Apologies to the Queens Mary’ (‘05) en ‘At Mount Zoomer’ (’08) opvolgen. Duidelijk was dat ze een erg goed op elkaar ingespeelde band zijn en over tonnen enthousiasme, dynamiek, speels-  en frisheid beschikten … een hechte band met klasse, die er vanavond stevig tegen aan ging, broeierig klonk door de gitaren en opzwepende drums en onderhuids geïnjecteerd werd door forse psychedelicatoetsen. De afwisselende vocals en de vloeiende samenzang in de refreinen gaven elan aan de sound. Bezwerend boeiend materiaal, dat heerlijke tempowisselingen onderging en krachtig, energiek en geëmotioneerd kon zijn; ze lieten ruimte voor de instrumentatie en hielden de subtiliteit onder controle. Met zwaar aangezette synths opende “Soldier’s gun” de ruim anderhalf uur durende set. Ze zorgden voor prachtmomenten met o.a. “Fast ballad, “It’s a curse” en “Sun & daughters of hungry Gods”; hun favoriete song in het rijtje was trouwens “Ghost pressure”. We verstaan er ons niet aan dat de band nog steeds niet de verdiende airplay krijgt op hun snedig materiaal.
“This heart’s on fire”en “What did my lover say” verraadt het puike songwriterschap van het duo en met een finale reeks als “Kissing the beehive” en “I’ll believe it anything” besloten ze en verve hun staaltje ‘direct alternative indierock’.
De band gaf aan dat ze vanavond wel hun beste concert speelden … En zagen we ergens in de zaal de heren van Team William niet …?!

Wolf Parade werd vooraf gegaan door de dames Emily, Theresa en Jenny van Warpaint, aangevuld met Stella Mozgawa op drums. De indie van de dames wordt nogal omgeven door post-punk, wave en galm; zweverige en dromerige songs, die een donkere, broeierige intensiteit hadden, waarover hemelse vocals en een harmonieuze samenzang heen waaide. Een betoverend sfeervolle sound die The Cranes (Alison Shaw), The Mazzy Star (Hope Sandoval) en Slowdive omarmde. Een beloftevolle band die eerder al de EP ‘Exquisite corpse’ uitbracht en waarvan de komende zomer het debuut verwacht wordt. Checken dus!

Even opmerkzaam was de lekker in het gehoor liggende catchy powerpop van de vijfkoppige indierockband Surfer Blood uit West Palm, Florida. Deze jonge gasten bundelden hun muzikale invloeden samen in het aanstekelijke debuut ‘Astro Coast’. Inderdaad, verslavende poppy songs met een scherpe randje, opgezweept door toetsen en een dubbele percussie. Weezer, Pixies, Pavement, Vampire Weekend borrelden op in songs als “Fast jarboni”, “Take it easy”, “Catholic pagans” en “Anchorage”; de single “Swim” sierde door de gitaarexplosies tussenin en reeg “Gigantic” (The Pixies) en “Sweet Jane” (Lou Reed) aaneen. Tja, een bandje die van alles proefde en het in een kort gebald, strak setje overtuigend bracht!

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Bota 2010)

Les Nuits Botanique 2010 - CocoRosie en Efterklang

Geschreven door

Het kunstminnende cabaretier CocoRosie van de zusjes Casady zijn vaste klanten tijdens het Les Nuits concept. Ze dompelen ons onder in hun unieke, wondere sprookjes droomwereld. Ze gooiden er vanavond bijna de volledige nieuwe cd ‘Grey Oceans’ tegenaan die mee werd geproduceerd door Dave Sitek van Tv on the radio. De eigenaardigheden zijn duidelijk gefilterd en van de haaks vocale tegenstellingen en van de geniale gekte van het vroeger materiaal van allerhande geluidjes is er dus duidelijk minder sprake.
Sierra’s operastem weet steeds dieper in te dringen en Bianca’s rauw raspende stem is geëvolueerd naar een fraaie soms emotievolle hoge zang. Het weirde klankenpalet van knusse, iets–niet-van-deze-wereld freefolk/elektronicableeps laat meer sfeervolle hiphopbeats en Oosterse en Indiase invloeden toe, klinkt in z’n totaliteit minder bevreemdend en is toegankelijker geworden. De schoonheid zit subtieler in elkaar en de songs laten zelfs een meer rustige indruk na.

We konden vorig jaar al ‘een tip van de sluier horen’ toen de zusjes met beatboxer Tez en Gael Rakotondrabe, vaste pianist sinds de vorige tour, aangevuld met een drummer op Folkdranouter te zien waren met een soort ‘Unplugged’ tour. De fraaie zangpartijen en het pianospel namen een prominente rol in!
De fans van het eerste uur zullen wel niet afhaken na vanavond, want de CocoRosie herkenbaarheidfactor blijft torenhoog maar door de verfijnde, melodieuze, gemoedelijke, sfeervolle aanpak kunnen ze nog een breder publiek aanspreken. De ietwat krachtig aandoende nummers als het intrigerende melodieuze “Fairy paradise”, het obscure puike “Fatherhood” door de huppelende ritmes en de prachtige “Moon asked the crow”, “Hopscotch”, kunnen door de explosiever wordende beatbox en keelzang duidelijk hun mannetje staan naast “(black) Rainbowwarriors”, het enig opzwepend oudje in het eerste deel van set.
In de overwegend sfeervolle set hadden we het ingetogen “Grey oceans” bepaald door de pianotunes en een broeierig opbouwende “Lemonade”, die zich moeiteloos nestelden in de prachtige (oudjes) “Black poppies”, “Animals”, “Promise” en “K Hole”.
We hoorden rijkelijke Oosterse sounds in “Undertaker” en “Smokey taboo”, die refereerden aan het werk Loop Guru, Transglobal Underground en die zelfs een vleugje Ofra Haza koesterden. De speelgoedgeluidjes waren zo een beetje de rode draad binnen de sound, en niet voor niks zagen we ‘toys’ en een kermiscarrousel op het grote doek achter hen.
Het samenhorigheid – kampvuur - gevoel brandde iets minder fel, maar treffend en pakkend klinken ze nog steeds. Tez kreeg traditiegetrouw de ruimte om z’n beatbox te showen.
In de bis bleven de meesterlijke “Beautifuil boyz”, “Werewolf”, “By your side” en “Japan” in de koelkast, maar ze maakten een sterke beurt met een geschifte versie van “Bear hides & buffalo” en “Tranny power”, een song die op geen cd terug te vinden is, maar de instant klassieker “Japan” benadert met z’n pompende karakter en afrogrooves. Regendansjes en een ‘Wizard Of Oz’ gehalte waren hier op z’n plaats.

Kijk, CocoRosie is één van m’n favorieten én van de Bota en blijft iets bijzonders & magisch … wordt vervolgd …

Met de support van het Deense Efterklang had de organisatie eigenlijk wel een ‘double bill’. Efterklang grossiert momenteel tussen de Scandinavia van Sigur Ros, Björk, Mum en de Britpop van Elbow en Grizzly Bear adepts op het recente ‘Magic chairs’; dromerige popkracht met verrassende wendingen staan nu voorop. De episch indringende parelpop is wat op het achterplan geraakt. Naast enkele belangvolle oudjes als “Step aside” hoorden we o.a.. “Full moon”, “I was playing drums”, “Modern drift” en “Alike” van de nieuwe cd. Ze hebben definitief de bombast en de typisch artistieke schoonheid van zich afgeschud!

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Bota 2010)

Les Nuits Botanique 2010: Black Rebel Motorcycle Club, Wintersleep, Zaza, Driving Dead Girls

Geschreven door

De leadgitarist van het Brusselse Driving Dead Girls had zich voor de gelegenheid door zijn coiffeur een heuse vetkuif laten zetten, maar het was vooral de zanger/gitarist die hardnekkig probeerde Jon Spencer te zijn. Helaas is er een hemelsbreed verschil tussen proberen en slagen en de man viel dan ook volledig door de mand. Zijn geforceerde rock’n’roll pose ergerde ons mateloos en het geluid mocht dan wel strak en stevig zijn, echt overtuigend was het nooit wegens te veel clichés en te weinig songs. Er zit nog meer rock’n’roll in de broodrooster van ons grootmoeder. Termen als nep en fake waren hier volledig op hun plaats.

Over naar Wintersleep dan maar, een Canadese indie groep. Weer zat het probleem bij de zanger. Die had wel een paar aardige songs, die in het beste geval iets naar Grandaddy neigden, maar met zijn stem was het al veel erger gesteld. De man stond te zingen alsof er voortdurend iemand met een dildo in zijn aars zat te koteren en die irritante stem overheerste jammer genoeg de vaak wel interessante songs. Wil er dus dringend iemand dat ding uit zijn reet komen halen. 

Ook van Zaza hadden wij nog nooit gehoord, en wij zouden dat graag ook zo houden. Hun setje kunnen we nog best omschrijven als mislukte Raveonettes, en verder willen wij hier geen woorden aan vuilmaken.

Taai dat we zijn, hebben we toch de beproeving van de drie voorprogramma’s weten te doorstaan en werden we hiervoor rijkelijk beloond met een wervelende twee uur durende show van The Black Rebel Motorcycle Club. Uiterst nieuwsgierig waren we na de geweldige nieuwe plaat ‘Beat the devil’s tattoo’, en de band overtrof onze stoutste verwachtingen. Uit dat album werd trouwens rijkelijk geput, met maar liefst 9 songs, en met al direct twee overtuigende kleppers op kop, de stroomstoten “War machine” en “Mama taught me better”. De sound zat meteen goed, BRMC klonk van bij de aanvang fel, gretig en verbeten. Lekker gemeen, maar ook loepzuiver.
Met nu al vijf albums op zak kunnen BRMC terugvallen op een breed repertoire met pure rock’n’roll, shoegaze en donkere blues. Werkelijk al het beste uit die platen zat in de setlist vanavond. Een sterke troef is dat zij met Robert Levon (bas/zang) en Peter Hayes (gitaar/zang en af en toe eens een scherpe smoelschuiver) eigenlijk twee frontmannen in huis hebben, die ook al eens van instrument durven te verwisselen, en dat maakt dat op geen enkel moment het spook der verveling kan komen opduiken, de heren houden het lekker spannend.
Dat de blues soms onderhuids schuilt in hun massieve sound, mochten we ervaren in “Beat the devil’s tattoo” en in een geweldig “Ain’t no easy way”. Ook de nieuwkomers “Aya” en “River styx” werkten bezwerend, donker en bluesy. Een tandje hoger schakelden ze met rauwe en smerige rock’n’roll in het ophitsende trio “Berlin”, “Weapon of choice” en prijsbeest “Whatever happened to my rock’n’roll”.
De vuilste, heetste en meest vlammende song uit de nieuwe plaat is “Conscience killer” en was ook vanavond moordend en wild, de song werd meteen in dezelfde furie gevolgd door het stomende “Six Barrel shotgun”, ook een hete lap dynamiet.
In een versnelling minder was BRMC vooral overtuigend met de slepende gitaarnoise van “Love burns”, “Red eyes and tears”, “Bad blood”, “Half state” en “Spread your love”. De stekker mocht er zelfs een keertje volledig uit toen Robert Levon een mooi akoestisch “Mercy” bracht.
BRMC wist de spanningsboog maar liefst twee uur aan te houden en overdonderde ons van de eerste tot de laatste minuut. Onze vriend de Oasis-fan floepte er zelfs in al zijn enthousiasme een gemeend ‘Fuck Oasis’ uit. En of hij gelijk heeft.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organistie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Bota 2010)

Pagina 94 van 112