logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Editors - Paasp...
mass_hysteria_a...
Festivalreviews

Labadoux 2010: zondag 9 mei 2010

Geschreven door

Zondag 9 mei … Moederdag … Nadat we aan de verplichte familiereünies ontsnapt zijn, is op Labadoux de jaren ’60 revival al volop aan de gang. The Move hebben we gemist. Schijnt dat de afwezigen ongelijk hadden… Maar er staat nog meer retro op het programma …

Alan Price Set

Alan Price, één van de twee voormannen van The Animals, maakte furore met zijn legendarische orgelbewerking van “The House of the Rising Sun”. In 1965 verliet Alan Price The Animals om een andere weg in te slaan: The Alan Price Set was meteen geboren. Meerdere pogingen om The Animals opnieuw samen te krijgen mislukken. Toch toert Alan Price al tientallen jaren door de UK. Zo figureert Alan Price met zijn groep als zichzelf in de film "O lucky man" van Lindsay Anderson uit 1973. Het loont de moeite om dit even op YouTube te bekijken. Malcolm McDowall is de rijzende ster in de film en ontdenkt dat hij in proefkonijn in een verschrikkelijk experiment is. (http://www.youtube.com/watch?v=-oL7XP0ROvk) Hij ontsnapt werd bijna aangereden door een minibusje van… jawel ‘The Alan Price Set’ (http://www.youtube.com/watch?v=1w0x-ezfBXA&feature=related) Hij mag mee met het busje en ontmoet de mooie jonge Helen Mirren. Later zoekt hij haar op in haar appartement waar ook de groep repeteert (http://www.youtube.com/watch?v=6WpgRYw1Ye4&NR=1)
Hij treedt ook op met groepen als Manfred Mann, The Searchers en The Hollies. Verder werkt hij samen met verschillende muzikanten zoals Georgie Fame. In de set list van zondag hoorden we dan ook nummers zoals “Lucille” van Little Richard, “The Letter” van The Boxtops ofMoney (That's What I Want)” dat inde jaren’60 gecoverd werd door alles wat naam had.
Zoals altijd weet hij zich omringd door een stel uitstekende muzikanten. Op het einde van de set trad frontman Alan Price even opzij en gaf hen elk hun solomoment.
Achteraf konden we de groep nog even strikken voor een groepsfoto. Maar voor een extra woordje uitleg was hij niet te vermurwen. Hij is dan ook al decennia lang een grote ster…

Yevgueni
We zijn hier nu toch” zingen de mannen van Yevgeni. Wij waren er gelukkig ook bij in de volle tent om Labadoux editie 2010 af te sluiten. Frontman Klaas, de lieveling van de meisjes, bezingt hen in poëtische “jongensteksten” (meisjes netjes gesorteerd van klein naar groot of omgekeerd). Hij weet ons te vertellen dat “Sara komt nooit meer terug” verwijst naar café de Cafard in Leuven …of De Fagot die gelukkig nog bestaat. Ook gevleugelde uitspraken zoals Spijt is wat de geit schijt, maken deel uit van de teksten die Klaas schrijft (in het bijzonder met de benen gespreid). Het is ongelofelijk te horen welk songbook deze jonge groep (ontstaan in 2002), nu al bijeen geschreven heeft. In geen tijd zijn ze uitgegroeid tot een gevestigde waarde in ons muzieklandschap. Het publiek zong ook uit volle borst mee met de nummers van hun derde cd. (Bekijk de UFO op http://www.yevgueni.be/ )
Halfweg de set haalde Klaas een oude beatbox boven. “Nieuwe meisjes” werd ingezet en meezingen was toegelaten. Hij had het toch niet kunnen verbieden. Ook de mannen werden op hun wenken bediend: “Je moet een man zijn” blijkt dus een metafoor te zijn voor de tefalpan. Wie erbij was, begrijpt wat filosoof Klaas hiermee bedoelt. Op het einde testte de zanger nog eens het vakmanschap van zijn groep: zonder enig sein of teken zong hij het begin van het volgende nummer. Elk groepslid viel in op het juiste moment! Meesterschap!
Toen haalde Klaas één van zijn fans uit het publiek: Laura Houthoofd mocht meezingen en beleefde waarschijnlijk reeds haar hoogtepunt van 2010. Met verzoeknummer “Als ze lacht” en nog een boodschap voor de stemplichtigen onder ons “Meer vrouwen aan de macht” werden we naar bed gestuurd. Het is echt waar: ze hebben het perfecte evenwicht gevonden tussen kleinkunst en pop. Dat hoorden maar liefst 3250 man in de concerttent.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Labadoux, Ingelmunster

Les Nuits Botaniques 2010: Admiral Freebee – Woodpigeon - Stornoway – Montgomery

Geschreven door

Zoals gewoonlijk te laat arriverend konden we maar 3 nummers van Montgomery meepikken. Maar die waren wel genoeg om ons opgelucht te doen concluderen: er is wel degelijk leven ná Jacques Dutronc en Vanessa Paradis in Frankrijk (hoewel die in gezelschap van een kaasbordje en Frans wijntje ook wel best te pruimen zijn). Aangepookt door 2 drummers experimenteerden deze jongelui uit Rennes er intens en luidruchtig op los zonder het publiek veel aandacht te schenken. Op de beste nummers “Le Ciel” en “Volcan” waren de invloeden van ‘shoegazer’ bands Catherine Wheel en Swervedriver duidelijk hoorbaar en als eerste kennismaking volstond dit ruimschoots.

Het Britse Stornoway was stiekem de band waar we deze editie van Les Nuits Botanique het meest naar uitkeken.Hun debuutalbum ‘Beachcomber’s Windowsill’ ligt pas eind deze maand (op 24 mei 2010) officieel in de rekken. Toch wordt dit kwartet uit Oxford in de Britse kwaliteitskrant The Guardian nu al omschreven als ‘the most marvellous thing we’ve seen in ages… not one song was less then lovely and they immediately became our new favourite band’.
Nu, het zal zeker niet de laatste keer geweest zijn dat een nieuwe groep van Britse bodem de hemel ingeschreven wordt over het Kanaal (om later meestal met evenveel enthousiasme afgekraakt te worden). Maar als getuige van hun allereerste optreden op Belgische bodem kunnen we achteraf toch alleen maar concluderen dat ze er deze keer verdomd niet ver naast zitten. Zelden werden we meer overrompeld door de magische schoonheid van een handvol folksongs die op het podium een soort ongereptheid en weidsheid uitademden die je nog zelden tegenkomt in Vlaanderen, enkele uitzonderingen in de Vlaamse Ardennen niet te na gesproken.
Denk aan Fleet Foxes, maar dan (veel) Britser, of aan het beste van Belle and Sebastian, maar dan Amerikaanser, vooral door de melodieuze stem van zanger Brian Briggs die zelfs af en toe naar John Denver neigde.Geen grootspraak over ‘de teloorgang van de vrijheid’ (zoals bij Admiral Freebee later die avond, zie verder) bij dit viertal met een hoog universiteitsgehalte, eerder oprechte verwondering over op het eerste zicht banale onderwerpen.
“I Saw You Blink” bijvoorbeeld, dat een gemiste treinaansluiting omtoverde tot een te koesteren ervaring: genieten van de zon en een zee van tijd die zich ineens voor je uitstrekt. De frontman bleek trouwens iets met treinen te hebben, want tussendoor moest hij ook nog aan het publiek kwijt dat zijn allereerste reis met de Eurostar van Londen naar Brussel veel minder spannend was dan hij oorspronkelijk gedacht had, wat op het nodige gegrinnik in de zaal onthaald werd. Een andere luchtige anekdote over het van een toren gooien van jonge katjes tijdens het Ieperse Kattenfestival zette de Engelse dames met een maatje meer in het publiek zelfs aan tot uitbundig lachen.
Veel tijd om uit te leggen dat dit géén ‘Belgian joke’ was kregen we niet. Uit het met mandoline begeleidde “We Are The Battery Human” sijpelde een voorliefde voor dronken nachten in Keltische kroegen en het met orgel begeleidde “Fuel up” blikte nostalgisch terug naar een jeugdliefde die voorgoed voorbij is.
Tijdens afsluiter “Zorbing” moesten we ons zelfs heel even vastklampen aan de balustrade van de mengtafel achter ons om niet steil achterover te vallen van zoveel pracht.
Na het optreden vertrouwde drummer Rob Steadman me nog toe dat Stornoway er deze zomer op uit trekt om enkele kleinschalige concerten te geven op de Schotse Western Isles (naar wiens ‘hoofdstad’ de band trouwens genoemd is). Het moet dus waarschijnlijk ergens in die buurt zijn waar deze jongelui hun inspiratie opdoen voor hun magische songs.
Moet het eigenlijk nog gezegd worden dat Stornoway na amper twee dagen nu al dé revelatie is van Les Nuits Botaniques 2010?

Na zoveel moois kon het optreden van het Canadese Woodpigeon alleen maar tegenvallen. En dat deed het helaas ook.De prijs van meest excentrieke band die avond sleepten ze wel moeiteloos in de wacht. Toen frontman Mark Hamilton met dikke rosse baard en lijvige postuur het podium opstapte, dachten we zelfs even dat Tom Van Laere van Admiral Freebee zich van uur vergist had. De bassist was zo mogelijk nog meer behaard in het aangezicht en de bebrilde drummer zagen we eerder ergens een noodplan uitdokteren voor het redden van de euro. Maar de meeste aandacht werd toch wel gestolen door de 2 zotte beezen met licht Aziatische looks en bloemen in het haar om de boel wat op te vrolijken op het podium (en af en toe ook een instrument te bespelen). Met de regelmaat van de klok zetten ze beiden een gesynchroniseerd danspasje in dat je allerminst zou verwachten bij dit genre. Woodpigeon grossiert immers in (licht) melancholische muziek die de mosterd haalt bij Elliot Smith, Sufjan Stevensen en (vooral) Iron and Wine, zonder deze voortreffelijke inspiratiebronnen ooit te overtreffen. Het nieuwe album ‘Die Stadt Muzikanten’ slaat een iets luchtiger en rijker instrumentarium aan, maar live kwam dit nooit echt van de grond. “…And as the Ship went down” deed zijn naam alle eer aan en de meeste overige nummers klonken weinig origineel. “Knock Knock” uit het vorige album ‘Treasury Library Canada’ bracht wat meer vaart in de set en zorgde op die manier voor een bescheiden hoogtepunt. Met het laatste nummer “Drowning Hands” beloofde Mark Hamilton alsnog vuurwerk, maar ook die ging de mist in.
Neen, een prijsduif was Woodpigeon zeker niet die avond in de Botanique.

Het was op zich een moedige zet van de organisatoren om in tijden van communautaire hoogspanning in extremis nog een Vlaamse headliner toe te voegen aan de affiche in de Orangerie. Maar of het optreden van Admiral Freebee die avond aanleiding zal geven tot enige pacificatie aan weerszijden van de taalgrens valt wel héél sterk te betwijfelen.
Aan het einde van de set was de zaal immers zo goed als leeggelopen. Zanger Tom Van Laere stak hiervoor ietwat zuur lachend de schuld op zijn promotor, die beloofd had dat de laatste band sowieso voor een volle zaal zou spelen.Maar volgens ons zou hij toch eens beter werk maken van een intern gewetensonderzoek. Hoe komt het bijvoorbeeld dat de talrijk opgekomen Engelstalige fans van Stornoway en Woodpigeon zich al na enkele nummers richting uitgang begaven? En dat hij in Vlaanderen aardig wat volk op de been kan brengen maar in het epicentrum van het Franstalig clubcircuit, ondanks zijn internationale en toegankelijke sound,amper van de grond komt?
Aan de begeleidingsband die strak en geconcentreerd op het podium stond zal het die avond zeker niet gelegen hebben. Zelfs Flip Kowlier kweet zich voor de verandering helemaal op de achtergrond als bassist meer dan aardig van zijn taak.
We vragen ons wel af waarom frontman Van Laere die groepsleden al uitgebreid begon voor te stellen vóór de helft van het concert verstreken was, een karwei die hij later nog tot tweemaal toe zou herhalen? De ellenlange en vervelende solo’s waarmee deze voorstelling telkens gepaard ging brachten de vaart volledig uit het optreden.
Opener “I’m Always Open For The Worst” klonk nog veelbelovend en ook de prima single “Always On The Run” uit het nieuwe album ‘The Honey And The Knife’ zat al vroeg in de set. Maar daarna ging het snel bergaf.
Niet alleen omdat Tom Van Laere hoe langer hoe meer de onweerstaanbare drang kreeg om te schreeuwen in plaats van de zingen tijdens ieder nummer. Het waren vooral de tenenkrullende lyrics en refreinen die ons incasseringsvermogen nog het meest op de proef stelden. “Look what love has done” klonk ronduit pathetisch en “I’m in love with solitude” ongeloofwaardig. “There’s nothing like romance, only trouble and desire” was er opnieuw vér over en toen hij voor de zoveelste keer zijn 5 reistips (rule number one, you have to travel alone; rule number two, you have to travel slow, enzovoort enzovoort…) uit de doeken deed moesten we zelfs even een lachbui onderdrukken. En klinkt “Get out my life whore, you don’t love me anymore” niet eerder als een Facebook kreet van een gefrustreerde 14-jarigedan als poëzie van een bohémien die openlijk dweept met de ‘Beat Generation’?
Op het eind zaten weinigen nog echt op een bisnummer te wachten, maar Admiral Freebee speelde er toch nog enkele. “Nu gaan ze mij wel van het podium moeten sleuren” sprak Tom Van Laere met duidelijk Antwerps accent, en heel even vreesden wij dat hij het echt meende terwijl hij “Carry On” inzette.
Als «den Admiraal» live niet dringend uit een ander vaatje tapt dreigt hij veel te vroeg een karikatuur van zichzelf te worden. Maar misschien moet hij gewoon eens een goed lief vinden. We wensen hem veel succes tijdens zijn avondexcursies in de Vlaamsesteenweg.

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Bota 2010)

Les Nuits Botanique 2010 - Trans Am - de bezweerders van de robots

Geschreven door

De Amerikaanse postrockers Trans Am toverden tijdens Les Nuits Bota de magische Rotonde om tot een halfdansbare roboteske heksenkring. De bezweringen die het trio Means/Manley/Thomson er, na 20 jaar veelvuldig touren en een tiental platen later, op het publiek loslieten hadden aan geen kracht ingeboet.

Centraal tijdens de Trans Am sfeervolle live ervaring stonden het onweerlegbare vakmanschap met Thomson zijn retestrakke 80’s drumbeats, de zware NIN-achtige synthgrooves (“Black Matter” uit de nieuwe ‘Thing’) en flippende computergeluiden en –beats (“Outmoder”) uit de tijd dat de floppy disk nog revolutionair was, en dit alles overgoten met een goeie scheut theatrale humor. Means die zijn vervormde stem aan een vroegere ontmoeting met de aliens ontleend had, predikte van voor zijn keyboard/altaar tijdens “I want it all”, “Futureworld” en “Play in the summer” als een begeesterde priester - eentje met betere bedoelingen - en kwam met een grote glimlach geloofwaardiger over dan de meeste politiekers de laatste tijd in het verknipte Brussel betrachten.
Het spelplezier stond duidelijk voorop en een nooit vervelende afwisseling van complexe evenals eenvoudige groovende ritmes, en met delay doorspekte melodieën werden in de hoofdzakelijk instrumentale nummers moeiteloos door de ketel geroerd. Bas en gitaar werden dan ook vlotjes van muzikantenhand verwisseld, de leadzang werd schijnbaar lukraak uitgewisseld en Manley haalde de ene geïmproviseerde gitaarloop na de andere uit zijn Memory Man.
Het trio kende hun klassiekers en amuseerde met de Richie Samborachtige gitaarsolo’s, Means zijn Drittes Reich poses en het vrouwelijke gejubel bij de ontblote torso van Thomson die maniakaal en met gouden ketting het publiek met starende ogen in zijn visier hield.

Het trio kroop na een uur, bisnummer incluis, van strakke en verhalende flipgrooves terug op hun ataribezems en liet een hondertal man verstomd achter. Kort en krachtig, meer moet dat niet zijn!

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Bota 2010)

Labadoux 2010: zaterdag 8 mei 2010

Geschreven door

Door andere festiviteiten moesten we vandaag de doedelzakken van Hevia missen. Maar als het begint te duisteren horen we op het plein een eenzame Piper op een Schots instrument blazen. Frank Dubois hoorde het voor het eerst op de Franse grens in Wervicq-Sud toen zijn broer op reis vertrok. Meteen was hij verkocht en leerde het instrument bespelen. Nu maakt hij deel uit van één van de vele Piperbands die ons land rijk is. Een fijne ontmoeting op een rustige festivalweide…

Op zaterdag stonden de warmtekanonnen aan in de tent langs de vaart in Ingelmunster. De muziek van Pama International straalde zelf evenveel warmte uit. Tropische reggaeklanken nodigden de ene keer uit tot heupwiegen en meespringen op het opzwepende ritme of anders tot zalig nietsdoen in een hangmat in de zon. Voor de zon zijn we blijkbaar in het verkeerde land geboren. Maar wie mee ging in de set van Pama, genoot van van een ander soort warmte. Een schot in de roos!

The Blik Dooze Band & Bart Vandenbossche
De vijfkoppige Blik Dooze Band bracht in zijn bekende stijl een mix van traditionals uit de hele folkgeschiedenis met cabareteske humor en West-Vlaamse grappen en grollen (Zij: “We gaan een gordijn moeten hangen in de badkamer want de buren kunnen binnen kijken uit hun keuken” – Hij: “We gaan die kosten niet moeten doen als ze u ene keer gezien hebben. Ze zullen dan zelf wel gordijnen hangen”). Soms speelden ze nummers van hun vrienden die er jammer genoeg niet bij konden zijn Flaco Jimenez was naar een trouwpartij en Willem Vermandere had een ehnne die moest leggen). Of ze brachten een ode aan het ongebonden leven van de echte Pallieter met nummers uit diverse vaatjes getapt zoals “Ik hou van alle vrouwen” van Rum of “Het Luiaardsgild” dat we kennen van Kadril.
Bart Vandenbossche voelde zich als een vis in het water tussen deze specimen die even ervoor nog in Junglebook verdwaald waren (met de wilde (h)oester als bijzonderste exemplaar). Ze begeleidden hem zowel bij zijn eigen wereldhits als bij klassiekers zoals “The Wild Rover” of “Drunken Sailor”. Een geslaagde combinatie en inderdaad een stevig werkend antidepressivum!

Faran Flad
”Faran Flad, nu ook de revelatie op Labadoux?” is volgens ons een retorische vraag op de website van Labadoux. Het geheel was veel meer dan de combinatie van de individuele leden.
De Britse zangeres/fluitiste Heather Grabham groeide op in een gezin doordrenkt van folk. Met de groep Tan Tethera (de cijfers 2 & 3 bij het schapen tellen) speelt ze met haar vader Dave (op gitaar and zang) en haar moeder Kath (zang). (http://www.myspace.com/heathergrabham)
Door haar samenwerking met Kadril aan het project 'De andere kust' leerde ze Erwin Libbrecht kennen. Jan Debrabandere van Green Jacket is de harmonische en ritmische bassist van Faran Flad. Luc Pilartz is een van de beste violisten die ons land rijk is en een drijvende kracht in meerdere groepen zoals Verviers Central, Panta Rhei, Trio Trad en zijn eigen ensemble. Bart Deblaere en Frederik Vandaele zorgden voor percussie en het onmisbare geluid van de bodhran terwijl Koen Dewaele op bas speelde. De groepsnaam betekent ‘reizen in schoonheid’.  Deze groep is ook een rijzende ster aan het folkfirmament..

Motown met Jr. Walkers Allstar Band From Motown Records
Deze oudgedienden uit de stal van Motown vormen samen nog altijd een geoliede machine. Sommigen mogen dan al een gezegende leeftijd bereikt hebben, ze swingen nog als de besten. Het publiek werd laaiend enthousiast bij het horen van de onuitputtelijke voorraad kaskrakers uit de sixties en seventies. Vlak voor het podium stond een zwarte broeder het optreden te filmen in volle adoratie. We genoten mee en trokken moe maar voldaan naar huis.
Buiten ontmoetten we nog een kenner. Van hem kwam de vraag of er plaats is een kleine festival voor dergelijke commerciële muziek. Voor hem ware Mumford & Sons een betere optie geweest. Volgend jaar misschien…?

Neem gerust een kijkje naar de pics …

Organisatie: Labadoux, Ingelmunster

 

Les Nuits Botanique 2010 - Archie Bronson Outfit en Peggy Sue

Geschreven door

We zijn alvast blij dat het niet écht Brits klinkende Archie Bronson Outfit terug op het voorplan is met nieuw werk ‘Coconut’. Vier jaar lieten ze op zich wachten en intussen is het Londense drietal uitgebreid tot een kwintet. De heren hadden vroeger een grove baard en waren gekleed in houthakkershemd, nu zijn ze korter geknipt en treden ze op in gekleurde gewaden.
De onversneden portie rauwe, broeierige en opzwepende bluesy gitaarrock’n’roll horen we natuurlijk nog op ‘Coconut’, maar ABO laat de psychedelica meer doorklinken door zwevende synths en baslijnen, stevige ritmes en wahwah golven. De productie was trouwens in handen van Tim Goldsworthy die al eerder z’n sporen verdiende bij LCD Soundsystem, Hercules & The Love affair en The Rapture. Een bredere sound dan vroeger dus, door de intrigerende, bedreven en sfeervolle toetsen en synths, waarbij ze zelfs de ‘80’s wave en punkfunk niet schuwen.
Muzikaal combineren ze Jon Spencer, het oude Cave ( remember de tijd van ‘The firstborn is dead’ (’85) ), Alan Vega, The Kills, The Fall en een dolgedraaid 16 Horsepower met de aanstekelijke groove van Swervedriver, Spacemen 3 en de ‘80’s van The Cure en Gang Of Four, onder de doorleefde, emotievolle zang van Sam Windett.

Ze serveerden een energieke en gevarieerde set met enkele boeiende outtro’s. Een lang uitgesponnen “You have a right to a mountain life/one up” opende de gig. Eén van de twee toetsenisten begon aan een bezwerende trip op een Grandaddy meets Spacemen 3 wijze. De song ging crescendo door de repetitief opbouwende melodielijn en explodeerde toen de andere groepsleden hun instrumenten inplugden en het nummer van een stevige scheut gitaarrock’n’roll en opzwepende percussie voorzagen, bepaald door een galmende, zweverige zang van Windett. Een opzienbarende start! Op adem komen was er niet bij, want “Magnetic warrior” volgde, een snedige psychedelische rocker overstelpt van noisy wahwah pedaaleffects.
Windett voelde vroeger onwennig aan op het podium, nu was hij duidelijk communicatiever, voelde zich goed in z’n vel en stond hij er met z’n band als een huis. Ze hielden het eerste half uur een hels tempo aan met broeierige, krachtige versies van de nieuwtjes “Hoola” en “Wild strawberrys”. De synths plaatsten zich prompt naast de gierende en brommende rock’n’roll en in de rauw rockende uptempo’s van de oudjes “Kink” en “Cherry lips” hadden de synths en toetsen een zalvende werking door hun onderhuidse aanwezigheid. De leden gingen totaal op in hun heerlijk bedwelmende soms overstuurde herrie.
En dat ABO goed geluisterd had naar de invloedrijke jaren ’80 hoorden we in “Shark’s tooth” door dat tikkeltje ‘80’s waverock op z’n Cure’s, terwijl “Chunk” het meer moest hebben van de ‘80’s funkende (punkfunk) dance van Talking Heads, Gang Of Four en A certain ratio en het zelfs kon gelinkt worden aan het oude TC Matic en Lavvi Ebbel. Ze werden afgewisseld met de ruwe “Kangaroo heart” en “Dart for my sweetheart”, die door de bluesy slides intens beklijfden. Het sfeervolle “Bite it & believe it”, ergens tussenin de songs, was de meest gelaagde pop in de set.
De band raasde door de pittoreske Rotonde met een ongemeen rauwe “Harness”, die alle ABO ingrediënten samenbracht en het overgoot van elektronicableeps en pedaaleffects. Een schitterende versie die ervoor zorgde dat de band ‘God’- verheven werd en het publiek uit z’n dak deed gaan.
Een leuk rockende bis breidden ze er nog aan, met een avontuurlijke “Cuckoo” die door een sitarklinkende gitaar en gedoseerde synths duidelijk breder klonk; tot slot speelden ze een doorleefde broeierige “On the shore” en een hyperkinetische “How I sang dang”, door de ‘hoempapa’ opzwepende ritmes.

De psyche elektronica en punkfunk is in de moddervette garagerock van ABO doordrongen, biedt duidelijk een meerwaarde en heeft live een verslavende werking. Onverwoestbaar en ziedend! Na de MaZ in Brugge eerder deze week, moest de Bota eraan geloven …

Peggy Sue: met een referentie aan Buddy Holly speelden de dames Rosas Rex en Katy Klaw uit Brighton dramatiek met een rauw randje! De dames maken deel uit van de huidige lichting vrouwelijke sing /songschrijfsters, integreren Feist, Cat Power en Joan As Policewoman in hun dromerige folkypop en maken bochten naar de ruwe bolster van Sleater-Kinney; op die manier doen ze onrechtstreeks denken aan een rauwe Indigio Girls en Tegan & Sara. Ze staan in de spotlights met de cd ‘Fossils and other phantoms’.
Ze boden een overwegend boeiende set door zachte strelingen en ruwe partijen, de sfeeropbouw en de vocale samenzang en - pracht. De emotionaliteit klonk door en ze wisten van zich af te bijten.

Naast het dance event in de Chapiteau met Kalkbrenner – Shameboy schoot de Bota - organisatie ook raak in de Rotonde met ABO …

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Bota 2010)

Les Nuits Botanique 2010 - Paul Kalkbrenner, Shameboy, Curry & Coco

Geschreven door

Les Nuits Botanique trapte vandaag af onder ruime belangstelling: de trapjes van de Kruidtuin waren goed gevuld, en verschillende concerten waren uitverkocht, waaronder ook het dance-luik in de Chapiteau met Shameboy en Paul Kalkbrenner.

Het Deense Fagget Fairys kwam niet opdagen, en werd vervangen door een Frans electro-pop duo, Curry & Coco. Deze jongens hadden duidelijk een jaren-tachtig fixatie, er sijpelden zelfs new-wave invloeden door, en met drums en keyboard wisten ze toch de nodige variatie uit de beperking van die bezetting te halen.

Shameboy heeft al op vele Belgische festivals de buitenlandse DJ’s naar huis gespeeld, met hun catchy electro waarbij de stroboscopische lichtshow de nummers slim naar een climax stuurt. Met hun derde worp, ‘808 state of mind’, borduren ze op hetzelfde stramien voort: stadion electro met acid-invloeden, vandaar ook de verwijzing naar de Roland 808. Jimmy Dewit werd vervangen door Dominik Friede, maar dit heeft niet echt tot een muzikale koerswijziging geleid. Shameboy kreeg 50 minuten, dus we verwachten dan ook dat ze er direct zouden invliegen, in plaats van rustig op te bouwen, en dit bleek ook zo te zijn: 50 minuten vol gas, zonder rustmomenten.
Ouwe klassiekers zoals “Strobot” en “Rechoque “werden afgewisseld met het nieuwere werk zoals “Blastermind”, maar jammer genoeg klonk alles nogal uniform, de nummers zijn onderling inwisselbaar, en we konden ons niet van de indruk ontdoen dat Shameboy voor het gemak van de herhalingsoefening gevallen is. Natuurlijk misten de nummers en de belichting hun effect op het publiek niet, maar echt ontploffen deed de tent toch niet. Acts zoals Bloody Beetroots serveren hun electro net iets vuiler, meer tongue-in-cheek, en laten ook meer invloeden uit andere genres dan electro toe. Herkansing voor Shameboy deze zomer op een festival?

Het was duidelijk dat iedereen deze avond voor Paul Kalkbrenner gekomen was, hij kreeg al een oorverdovend applaus voor de eerste beat uit de boxen spatte. Pauk Kalkbrenner, een Berlijnse DJ, die al jaren meedraait in de B-Pitch Control posse van Ellen Allien, kende vorig jaar zijn doorbraak met “Sky and Sand” en de soundtrack van een techno film, ‘Berlin Calling’. De Chapiteau was tot de nek gevuld met zowel jonge tieners als dertigers die allemaal zin hadden om er eens goed in te vliegen. De security liet het allemaal rustig begaan, twee meisjes konden zonder probleem hun dansmoves op het podium demonstreren. Paul Kalkbrenner had vandaag meer dan genoeg tijd om zijn set rustig op te bouwen, een uur en drie kwartier volgens het programma, dus in het begin kregen we vooral nieuwe nummers, duidelijk techno, maar zeker geen minimal. Ergens vooraan zat “La Mezcla”, met zijn Braziliaanse touch, iets waar Duitsers meestal heel goed in zijn, denk maar aan Jazzanova. Paul Kalkbrenner bouwt veel van zijn nummers op verschillende niveaus, dwingende beats die doordenderen, en dikwijls van tempo verwisselen, en daarboven dromerige composities die de songs bijeen houden. Hij kent duidelijk de trucjes om het publiek te bespelen, zoals de beat laten wegvallen, om dan weer veel harder in te vallen, maar hij blijft inventief. Ook de nummers van Berlin Calling kwamen aan bod, maar de beats en melodieën had hij altijd wel bewerkt, zodat het toch net altijd iets anders klonk. Absolute prijsbeesten zoals “Gebruen Gebruen”, “Aron”, “Square 1” en “Azure” bouwden naar de climax op: even voor twaalven staken alle handjes in de lucht in de Chapiteau.
Net zoals op Pukkelpop vorig jaar, biste Paul Kalkbrenner met zijn versie van “Mad World” van Tears for Fears. Het publiek was al op weg naar de uitgang, toen Paul Kalkbrenner iedereen nog op het verkeerde been zette door met een andere melodie “Sky and Sand” te beginnen. Iedereen stormde natuurlijk terug de tent in, om luidkeels mee te brullen. De eerste nacht van Les Nuits was bijzonder leuk begonnen.

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Bota 2010)

Labadoux 2010: vrijdag 7 mei 2010

Geschreven door

We zijn alweer aan de 22ste editie van het Labadouxfestival toe! Met The Levellers voor de tweede maal als top of the bill. En die blazen evenveel kaarsjes uit! … Dit jaar wil Labadoux samen met chefkok Frank Fol de bezoekers gezonde eetgewoonten bijbrengen… Zondag is mayovrije dag! Een nobel streven, maar het jonge volkje hoorden wij toch morren om hun portie vettigheid op de frieten…
De muziek viel iedereen in de smaak. Er was dan ook voor elk wat wils: oldies uit de sixties of folk uit een ver verleden, funk uit Motown of reggae uit de Caraïben. Elke dag waren er ook de onvervalste West-Vlaamse klanken. Zowel inboorlingen als ‘anderstaligen’ kunnen dit sappige taaltje smaken! Net als een gezond sausje van Fol moet je er wat aan wennen…

Dit jaar was het dikketruiendag! Het vroor nog niet zoals dat jaar met gitarist Snowy White (wanneer was dat ook alweer), maar het was zeker nog geen terrasjesweer. De organisatoren zullen dat ook wel gevoeld hebben aan de opkomst. Op het plein was de gezellige drukte van vorig jaar soms ver te zoeken. Maar de tenten boden onderdak aan alle koukleumen.

Lode et La Cactusse
Zoals beloofd bracht Lode Buscan met zijn Ieperse folkband dansbare balfolkmuziek. Na enkele Bourrées, walsen en mazurka’s sloeg de vlam in de pan een origineel arrangement van “Poezeminneke” van Rum, maar dan gezongen in het Westvlaams (“Ratten en muuzen moeten verhuuzen…”) gevolgd door het reuzenlied dat we allen leerden op de kleuterschool. Het was een gezellig optreden en de groep liet zich niet ontmoedigen door de 20 toeschouwers die de weg naar de tent gevonden hadden op de vroege uur. Ze sloten dan ook af met enkele honderden luisteraars en … jawel: dansers!

Roland & Band
Als een heer van stand kwam Roland op het podium met een witte sjaal, witte schoenen, een lange zwarte jas en bijpassend hoofddeksel dat op het eerste zicht wat weg had van een hoge hoed. Bij nader inzien leek het eerder een oosterse oorsprong te hebben.
Wie dacht dat dit heerschap ons zou bedienen van oude onvervalste Blues, kwam bedrogen uit. Roland is met zijn tijd mee. Dat is het minste wat kan gezegd worden. Met Roland op steelguitar en Steven de Bruyn (El Fish - The Rhythm Junks – kijk zeker ook eens naar http://www.youtube.com/watch?v=4yE7uloFG_Y ) op harmonica kregen we van bij het eerste nummer “Chicken Massa” een psychedelisch geluidstapijt de zaal in gerold. Tien minuten lang wisselde hij ritmische melodielijnen af met zweverig aangehouden klanken die ons deden denken aan Ry Cooder uit de tijd van Paris-Texas. Met zijn slagwerk speelde Georges Triantafylou (inderdaad van Griekse origine) perfect in op de freewheelende frontmannen.
Voor het tweede nummer werd dit trio vervolledigd door Allan Gevaert op bas. Steven versterkte het geluid van zijn harmonica’s met zijn jaren’50 micro en net als de eerste stoomtrein (175 jaar na dato) denderden ze doorheen een nummer waarin Roland ons een verhaal opdiste over de cultuurschok tussen een vrijgevochten Europeaan en de Amerikaanse Immigration Officer: “Officer kiss me please!”
Adepten van de klassieke blues werden dan toch op hun wenken bediend met “I had my fun”. Een echte blueskraker, traag en vettig, zoals ze die in de Mississippidelta lusten. Daarna herrees de oude El Fish uit zijn as met “Best Kept Secret”. Steven zong met zijn falset afwisselend in beide micro’s en demonstreerde en passant het gebruik van de neusfluit. Daarbij toverde Roland zowaar een Hammondorgel uit zijn gitaar. De set werd afgesloten met het nummer “King Kong” (with his big Ding Dong). Het was veel te snel gedaan. En dat beaamden de groepsleden achteraf ook. Maar op een festival moet de klok in de gaten gehouden worden!
Roland signeerde achteraf een oude LP uit onze privéverzameling. Hij was aangenaam verrast en drukte ons op het hart dat het intussen een collectoritem geworden is. “Zeker weten!”

Piv Huvluv
In de club-tent zagen we met Piv Huvluv één van de pioniers van de stand-up comedy in Vlaanderen.  Het was lang geleden dat we nog eens een stand-up zagen die ook geschikt was voor kinderen. Daarmee zeggen we niet dat het een kinderachtig optreden was. Jong en oud genoot met volle teugen van zijn filosofische kijk op de jeugd van tegenwoordig en op zijn eigen jeugd. De foto’s op het scherm waren een toegevoegde waarde. We mochten jong Pivke bewonderen op een oude klasfoto.
Het jonge volkje in de zaal mocht ook mee de show maken. Toen Piv ons ervan wou overtuigen dat er in tegenstelling met nu, vroeger tenminste nog aan poëzie gedaan werd vroeg hij lukraak aan een meisje wanneer ze de laatste keer een gedicht had moeten van buiten leren. Het antwoord was grappiger dan hij het bedoeld had: “Ik volg voordrachtschool”… De leukste moppen zijn niet gepland!

No Crows
No Crows, voor velen een aangename verrassing, brachten met Steve Wickham ( de legendarische fiddler van The Waterboys) en Oleg Ponomarev een tandem violen die de hele tent uit het wiel reden! Een afwisseling van weemoedige zigeunerklanken en opzwepende Ierse gigs en reels bracht het publiek in vervoering.
Even kwam Django Rheinhardt om het hoekje kijken. De geest van wijlen Stéphane Grappelli werd opgewekt in die 2 violen. Beide virtuozen leken met hun strijkstokken soms de degens te kruisen. Het was genieten van hun grappen en grollen. In het laatste nummer hoorde je bv. de kraaien echt krassen. Dit was echte ‘wereldmuziek’ een festival zoals Labadoux waardig. No Crows: een naam om te onthouden… Ze verlieten het podium om plaats te maken voor hun eigen gastgroep:

Ishtar
Zangeres Soetkin Baptist werd begin dit jaar vervangen door twee zangeressen: Hannelore Muyllaert en Isabelle Dekeyser. Het was een lust voor het oor en … jawel, ook voor het oog! Dat vonden beide violisten van No Crows ook. Nadat het publiek werd vergast op zowel de bekende hits als enkele nieuwe nummers van Ishtar, kwamen de gastheren opnieuw het podium opgedarteld om met hun violen de zangeressen te charmeren. Een unieke combinatie die we hopelijk nog zullen zien!
In deze nieuwe bezetting is de Ishtar zeker een nieuw leven beschoren. We horen er zeker nog van.

The Levellers
Net zoals Labadoux blazen The Levellers in 2010 hun 22ste kaarsje uit! Opnieuw maakten ze hun reputatie als live band helemaal waar. De zaal zat –nee, stónd- afgeladen vol voor de muzikanten uit Brighton. De snoeiharde songs volgden elkaar op in een moordend tempo dat menig punkband jaloers zou maken. Na ruim twee decennia op het podium is Mark Chadwick nog steeds uitstekend bij stem. Jeremy Cunningham op bas, steelt de show, pogoënd met zijn meterslange dreads. Jon Sevink zorgt met zijn viool voor de folktune in de rockmuziek van de groep.
Wie hen voor de eerste keer zag, beleefde halfweg hun optreden plots een verrassing toen uit het niets een didgeridoospeler opdook. Stephen Boakes, (zie http://home.swipnet.se/~w-26367/boakes.htm), met een wit geschminkt gezicht en rode haren, lijkt zo uit Australië weggelopen. Met het 2 meter lange instrument op de grond rustend zien we een soort Engelse Aboriginal staan. Maar als hij de buis naar het tentzeil omhoog richt, lijkt alsof een voorhistorische mammoet zich klaar maakt om te chargeren. Indrukwekkend!
Vijf jaar geleden zetten de Levellers Labadoux al in vuur en vlam. We konden exclusief een kijkje nemen in het gastenboek en stelden vast dat de heren zich beide keren kostelijk geamuseerd hebben. The Levellers werden een hoogtepunt op de eerste avond van het 22ste Labadouxfestival…

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Labadoux, Ingelmunster

Roots & Roses Festival 2010 – een festival vol moderne folk, blues & met stevige roots

Geschreven door

Op zondag 2 mei overstemde het festivalgeluid van het Roots & Roses Festival de plaatselijke kermis in Lessen of Lessines. Dit festival was ingericht op een sportterrein gelegen langs de Ancien Chemin d’Ollignies. Onder de twee tenten stond het beste geafficheerd van wat momenteel bestaat in de moderne folk, blues, rock naast gevestigde waarden, de zogenaamde roots.
De organisatie had kwaliteit hoog in het vaandel gezet, zowel voor de namen op de affiche, als voor de inrichting. Het festivalterrein was dan ook gezellig ingedeeld met kraampjes en overdekte eetgelegenheden. Geen grote merken of snelle (vettige) festivalkost, maar kwalitatieve (h)eerlijke producten van plaatselijke producenten die smaakten! Dit kon allemaal betaald worden met festivalgeld, waarvan de waarde gekoppeld was aan de Euro. Een schitterend detail. Ook de twee podia waren overdekt, niet onnodig zo bleek tegen de avond.

De eerste die we meepikten op de Rootsstage was The Experimental Tropic Blues Band. Deze Belgische band met de leden Devil D'Inferno, Dirty Wolf en Boogie Snake brengt ruige moderne blues. Het drietal bracht een verhitte en opwindende live act waar de vonken van af vlogen en die prikkelde om hun nieuw album Captain Boogie beter te leren kennen.

Daarna stond op de Rosesstage Fred Lani & Superslinger op het programma. Deze Belgische gitarist en componist, bekend van Fred and the Healers en X-Three,  keerde terug met een nieuwe band en een nieuw album 'Second life'. Deze set kon in eerste instantie minder bekoren, maar werd na verloop van tijd steviger en interessanter. Een krachtige mix van rock, pop en moderne blues, gevuld met groovy klanken en melodieën, met inspiratie van ondermeer Jimi Hendrix, G Love, Tom Waits, de Rolling Stones en zo veel anderen zodanig dat de bandleden het zelf ‘unstable blues’ noemen.

De eerste echte revelatie op het podium was Slim Cessna’s Autoclub uit Denver, Colorado. Dit zestal staat bekend als één van de stevigste live acts in de huidige Amerikaanse scène en put invloeden uit rock, country en gospel. Hieruit breien ze een unieke sound vol pedal steel, banjo, piano, contrabas en drums geleid door twee zangers. De heren konden ons zowel muzikaal als ‘live on stage’ vermaken op onnavolgbare wijze. Geflipt, gek, zot, prettig gestoord,… zijn zeker termen die door de gedachten van het publiek gingen bij het bekijken van deze band. De twee zangers zetten, tot groot jolijt van het publiek, de security menigmaal op het verkeerde been met hun kapriolen op en naast het podium en eindigden hun set in het publiek. Velen verlieten de tent met een smile op het gezicht en de albums Always Say Please & Thank You’ en ‘Cipher’ onder de arm. Zeker een aanrader!!

Next in line was de eerste legend van de dag Andre ‘Mr Rhythm’ Williams. Dit ondertussen 74-jarige icoon staat bekend om zijn soulvolle krachtige stem en funky groove. Hij serveert pure Blues en American R&B en grijpt geregeld terug naar de oude soul muziek. Zijn set werd op gang getrokken door The Goldstars. Een vierkoppige band die strakke rock and roll brengt met een hoog fun gehalte, want ‘the only way to rock seriously, is by not taking rock and roll too seriously’.
Andre Williams zette zelf direct de toon met zijn fenomenale kleurige opkomst. He is indeed a ‘Baaaad Motherfucker’ en met een gevarieerde lijst van rock and roll, naar blues, naar soulnummers bracht hij de tent in een wat sleazy sfeer. Een zeer warm “I can tell” werd gevolgd door “Bacon fat” dat hij opdroeg aan the new breed. De show werd nog even verstoord door een gesprongen snaar van de gitarist van The Goldstars, maar deze werd ter plekke vliegensvlug vervangen. Band en icoon gingen verder met hun sleazy show en kwamen tot een hoogtepunt met “Mustang Sally”.

De programmatie van het festival was strak geregeld. De optredens op de Roots- en de Rosesstage volgden elkaar met 5 minuten tussentijd op. De afstand tussen de tenten liet dit gerust toe en het is tevens handig om niet te moeten staan wachten tijdens de soundchecks. Anderzijds liet het weinig speling toe om de gezellig ingerichte weide met kraampjes te bezoeken en iets te eten of te drinken zonder iets op te offeren.

Voor mij werd dat Jon Allen. Deze Britse folkzanger draagt de stempel van beste vertegenwoordiger van de nieuwe folk ‘made in London’ en is momenteel de hype in de Britse muziekwereld. Zijn muziek wordt voornamelijk gekenmerkt door de folk en rock scène uit de late jaren ‘60, begin jaren’70. Maar zoals gezegd liet ik deze kelk grotendeels voorbij gaan, om de lokale (h)eerlijke kwaliteitsproducten te nuttigen. De laatste nummers pikte ik wel mee, maar het was heel duidelijk dat deze Britse hype vermoedelijk in de aswolk boven de Noordzee is blijven hangen.

In de Rosestent was ondertussen veel volk samengekomen voor een Belgische hype, The Black Box Revelation. Er werd veel verwacht in Lessines van dit
Brussels duo bestaande uit Jan Paternoster (zang en gitaar) en Dries Van Dick (drums). Vanaf de eerste noten verkende het duo de grenzen van de geluidsinstallatie. Loeihard perste het duo de songs “Our town has changed”, “High on a wire”, “I am the one” en “In touch with the devil” door de speakers. The Black Box Revelation ging, even luid maar erg inspiratieloos en met weinig energie, verder met “I think I like you”. Dit spoorde het publiek wel tot bewegen aan. Ook “Do i know you” en “I don’t want it’, inclusief een lange gitaarsolo, passeerden de revue. The Black Box ging open maar de revelatie bleef deze keer toch uit. Ik bleef nog tot “Set your head on fire” om dan te verhuizen naar de Rootstent voor een echte gitaargod.

Surflegende Dick Dale, is dan misschien bij naam relatief onbekend bij het grote publiek. Quasi iedereen kent zijn nummer “Miserlou” uit soundtrack van ‘Pulp Fiction’ en Luc Bessons’s ‘Taxi’-films en uit het game ‘Guitar Hero II’. De gitaarlijn uit dit nummer diende tevens als basis voor “Pump it” van The Black Eyed Peas, een versie die hij tijdens zijn laatste tournee smalend persifleerde. Dick Dale is back !! Want enkele jaren geleden werd bij de man kanker vastgesteld, waardoor zijn World Tour 2009 werd uitgesteld. Maar na een zware behandeling met chemokuur en bestralingen, die hem naar eigen zeggen binnenin kapot maakten en constante pijn veroorzaken, staat hij terug op podium. Ik had de eer deze 73-jarige koning van de surfgitaar vrijdag al aan het werk te zien in de 4AD te Diksmuide, en ook nu keek ik er naar uit. De tovenaar met de Fender Stratocaster en de mythische uitvinder van surf muziek opende met de typische surfklanken van “Nitro”. Vliegensvlug weven de vingers van Dick Dale uit de gitaarsnaren, de klassiekers “Riders in the sky” en “Smoke on the water” aan elkaar. Met donkere stem ging hij over naar “House of the rising sun” dat het publiek luidkeels meezong. Dat publiek bleef gefascineerd de vlugge vingers over de gitaar volgen bij “Summertime blues”, "The California girls I love the most" (NOT!) en “Let’s go trippin”. En het blijft niet bij gitaar, ook uit een mondharmonica weet Dick Dale het onderste uit de kan te halen. En ook om een beetje reënactement zit de man niet verlegen: “Hey everybody, my name is Johnny Cash !” met “Ring of fire”.
Hoe erg Dick Dale ook lijdt na zijn behandeling, het is uit zijn performance op podium helemaal niet op te maken. Even energiek als voor zijn ziekte bespeelt hij samen met zijn drummer Bryan Head de drum, bewerkt hij de voor- en achterkant van de bass van bassist Sam(my) Bolle, ook bekend van Agent Orange en Slacktone, met de drumstokken en speelt hij trompet. Als afsluiter kreeg het publiek nog “Miserlou” en een eigen versie van “Amazing Grace” voorgeschoteld. Alweer een waar genoegen om op het podium mee te maken!!

De afsluiter van Roots & Roses waren The Paladins. Toegegeven, mij enkel bij naam bekend want ik had nog niet de eer het trio,
Dave Gonzalez gitaar & zang, Thomas Yearsley op contrabas en drummer Brian Fahey, te mogen aanschouwen. Dit trio uit San Diego California was er namelijk een tijd geleden mee gestopt, maar staat nu voor enkele gelegenheden terug op het podium en hoe!! De heren laten direct zien dat ze de kunst van optreden nog niet verleerd zijn. In een swingende combinatie van  rockabilly, country en blues overgoten met Tex Mex saus zweepten ze de tent op. De heren spelen echt alsof hun leven ervan afhangt en zijn voor geen stunt verlegen. De contrabas werd door Thomas ondermeer achter zijn rug bespeeld en om beurten kregen de muzikanten de kans hun kunnen in een solo te verzilveren. Een waar muzikaal genoegen en een waardige afsluiter voor deze eerste editie van het Roots & Rosesfestival in Lessines.

Wij hopen alvast op een sequel van het Roots & Roses festival in 2011!!

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Roots & Roses, Lessines

Red Rock Rally 2010 Meuris – Waxdolls – fotoshoots

Geschreven door

Neem gerust een kijkje naar de pics - live foto’s …
Naar goede gewoonte is er op 1 mei in Brugge het Red Rock Rally festival. Elk jaar spelen hier enkele bands gratis. Dit jaar was het niet anders, de organisatie kon ons verblijden met de aanwezigheid van o.a. Waxdolls en Meuris.

Waxdolls: Dit duo weet er altijd wel iets spectaculairs van te maken met hun mix van electro en rock. Ze brengen het publiek in beweging. De hits werden ons om de oren geslagen, en we werden zelfs getrakteerd op een nieuw nummer dat aansloeg.
Het was meer een DJ set, dan ik van hen gewend was. Sporadisch werd de gitaar uitgehaald om er eens stevig op te rammen tijdens de nummers, spijtig genoeg werd de synthesizer op de veer maar één keer gebruikt, maar toch kon het mij bekoren.
Als conclusie kunnen we stellen dat het duo de sokken van ons lijf heeft geblazen en we kijken al uit naar hun volgende cd.

Meuris: De afsluiter van de avond was (Stijn) Meuris die hier was om zijn nieuwe cd te promoten (‘MeurisSpectrum’). De herwerkte nummers konden mij op cd niet echt bekoren, maar tijdens het live optreden heb ik toch voor enkele nummers mijn mening moeten herzien. Het was een krachtig en energiek optreden, een mooie afwisseling van Monza en Noordkaap. De klassieker “Satelliet Suzy” ontbrak niet en het bisnummer “Arme Joe” maakte het optreden af.

Organisatie: Red Rock Rally, Brugge

Groezrock 2010 - Punk Rock Hardcore Festival

Ieder laatste weekend van april is Meerhout het walhalla voor iedere hardcore en punkrockfanaat. Het 2 daags Limburgs festival mocht opnieuw spreken van een topeditie want maar liefst meer dan 30000 toeschouwers vonden de weg naar dit gebeuren.Opvallend was de enorme aanwezigheid van buitenlandse festivalgangers die massaal de weg vonden naar de stoffige weide.

… het Groezrockweekend vanuit het beleven van Lode Vanneste …
Het meest gezellige podium waar misschien ook  het meest te beleven viel, was dit jaar de etnies-stage. Een band die er heel vroeg optrad, was In Fear and Faith uit San Diego, Californië. Deze zeskoppige emocore-formatie bracht vorig jaar met ‘Your world on fire’ een zeer straffe plaat uit en is vooral in de VS ongelooflijk populair. In juni 2010 komen ze met hun twee full album ‘Imperial’ op de proppen en ze zijn nu al een ellenlange tour bezig die ze deze zomer ook naar ‘The Vans Warped-tour’ brengt. De band lijkt hier nog niet zo bekend want de tent zat zeker niet vol en ook de reacties bij het publiek waren vrij lauw.
In Fear and Faith bracht sterke uitvoeringen van nummers als “Pirates.. the sequel”, “Your world on fire” en “The road to hell is paved with good intentions” maar ging hopeloos de mist in bij “Gangsta Paradise”, de cover van de Amerikaanse rapper Coolio. Dit laatste had veel te maken met de prestatie van zanger Scott Barnes die werkelijk zo vals als een kat zong. Toch is dit een band die we zeker in de gaten moeten houden.

Een van de absolute hoogtepunten van Groezrock 2010 was zonder twijfel het optreden van Defeater. Toen we deze band vorig jaar op het Dourfestival zagen, waren ze nog volstrekt onbekend. In een jaar tijd en na de release van een briljante EP (voor ondergetekende nu al met voorsprong dé schijf van 2010) is dat nu wel anders. Defeater speelt zeer een moderne en emotionele versie van hardcore en bouwt hun gelaagde muziek zeer vakkundig op. Het vijftal uit Boston startte de set met “The Red White and Blues” en meteen stond de hele tent in lichterlaaie. De vele fans zongen luidkeels alle teksten mee en het aantal stage divers was niet op twee handen te tellen. Daarna passeerden o.a. nog “Blessed Burden”, “All went Quiet” en “Cowardice” de revue. Opvallend was dat zanger Derek amper zelf zong en vooral de fans liet meezingen. Een gesprekje met hem na de show leerde ons dat hij dit bewust doet, de man is nl een zware astma-lijder en hij probeerde zijn stem wat te sparen voor de rest van de Europese tournee.
Toen Defeater het podium na een halfuurtje verliet, scandeerden de fans ‘one more song’, waarna de band terugkeerde, aan een nieuw nummer begon en de versterkers het plots begaven...  Een onwaarschijnlijk einde van een onwaarschijnlijke show.  We zijn benieuwd hoe groot Defeater de volgende keer al zal zijn wanneer ze terugkeren ...

De jonge honden van Steak Number Eight waren ook van de partij op Groezrock. St8 was op dit festival met hun rauwe postcore een beetje een vreemde eend in de bijt en dat verklaarde misschien de geringe opkomst die er was tijdens hun show. De West-Vlamingen trapten zoals steeds af met het indrukwekkende “The Sea is Dying” waarna nog een viertal songs uit hun debuutalbum ‘When the Candle dies out’ volgden. De groep bracht ook nog twee nieuwe nummers waaronder “The Perpetual” die het beste laten vermoeden voor het nieuwe album. Die cd is normaal voorzien  rond deze zomer, maar zanger Brent Vanneste liet ons weten dat de release ervan waarschijnlijk iets later zal zijn.

Een volgende Vlaamse band was Rise and Fall uit Gent. Met enkele nummers uit hun laatste ijzersterke cd ‘The Circle is Vicious’ en oudere songs als “The Noose” en “Bottom Feeder” raasden ze als een tornado doorheen de etnies-tent. Zowat alle toeschouwers gingen compleet uit hun dak en de vele stage divers zorgden voor een waar slagveld, het ging zelfs zover dat er voor onze ogen een jonge fan na een ongelukkige val knock out ging en z’n Groezrock afgesloten zag op de brancard van het Rode Kruis. Verder viel op dat zanger Bjorn Dossche een ongelooflijke strot heeft maar een echt charismatische persoonlijkheid kun je hem bezwaarlijk noemen.  Slechts heel zelden liet hij de vele kids meezingen in z’n micro. Een enkeling kreeg het zelfs zo op zijn heupen dat hij de micro dan maar uit de handen van de zanger trok, een hardhandige verwijdering door een viertal krachtpatsers van de security was zijn deel...

Een absoluut hoogtepunt voor de vele metalcorefans was ongetwijfeld het optreden van Born From Pain. Met Igor Wouters (ex-Backfire!) als nieuwe drummer zorgde de band  voor een ongelooflijk hardcorefestijn. De vele fans  zongen uit volle borst mee tijdens hits als ‘Sound of Survival’, “The New Hate”, “Sons of a Dying World”, “Stop at Nothing”en “Rise or Die”. Zanger Rob Franssen zweepte het publiek voortdurend op en vroeg meerdere keren om een circle pit te vormen, een verzoek waar de meeste aanwezigen gretig op ingingen. Born From Pain kwam, zag en overwon!

… vanuit het beleven van John Van De Putte - zaterdag 24 april 2010
Wij gingen de zaterdag op pad en checkten in de namiddag her en der wat nieuwe acts uit om even later ons vooropgestelde lijstje te volgen.
Eerste serieus aangestipte band was het Gentse Rise And Fall. Dit combo rond frontman Bjorn Dossche mag gezien worden als één van de vaandeldragers van de huidige nationale hardcorescène. Dat was ook te merken aan de belangstelling want de Etnies stage zat bomvol. De energieke band opende meteen furieus en zou slechts af en toe wat gas terug nemen. Met inmiddels 3 albums op de teller timmert dit kwartet ook in het buitenland naarstig aan hun weg.
Hun recentste album ‘Our circle is vicious’ kreeg alweer lovende comments en resulteerde in tournees van de States tot Australië. Opvallend veel aanhangers kenden de teksten en dat resulteerde in massa's sfeer, singalongs en stagedivers. Afsluiters “Clawing” en “ Forkued tongs” waren de apotheose van een moddervette set.

Slechts voor de 3de maal ooit stond het Canadese Sum 41 op Belgische grond en het was reeds een tijdje stil rond hen, meteen een ideale reden om hen eens aan de tand te voelen. Met hits “Hell song” en “Over my head” braken deze poppunkers wereldwijd door een 10 tal jaar geleden. Maar het ging ook snel bergaf en na enkele personeelswissels en andere interesses van de bandleden bleef de band de laatste jaren maar wat aanmodderen. Maar nu er deze zomer een nieuwe schijf uitkomt, lijken ze helemaal terug en hun energieke performance hier op de mainstage was alvast een aardig voorsmaakje al werden maar enkele nieuws tracks uitgetest. Het publiek kon het wel smaken en zong luidkeels mee op “Into deep” en “Motivation”, er was misschien wel iets te veel interactie met het publiek en de Stones cover “Paint it black” was niet direct de beste keuze maar globaal gezien was deze doortocht enorm geslaagd te noemen.
Afsluiter en lijflied “ Fat lip” zorgde voor dolle taferelen rond de mainstage en zanger Derrich Whipley bewees nog steeds een eersteklas entertainer te zijn

In de middelgrote 'Eastpak stage' tent verscheen The Bronx ten tonele. De trashrockcore doorspekt met 70's punk van deze 'oude rockers' staat live als een huis met een hoofdrol voor schreeuwerige frontman Matt Caughtran. Het geluid stond opeens hard, heel hard, je werd bijna letterlijk van je sokken geblazen. Na hun laatste experimentele langspeler die met gemengde gevoelens werd onthaald was dit weer de oude getrouwe band die we willen aan het werk horen.

Op het hoofdpodium werd AFI aangekondigd. Dit Amerikaans gezeldschap is reeds zo'n 20 jaar on the road en hebben de verschillende stijlwisselingen in de punkrock/hardcore opgenomen in hun huidige sound die vooral oldskool klinkt. Met reeds 8 albums op hun palmares is de veelzijdigheid tijdens hun show dan ook alom tegenwoordig, soms hard dan ingetogen maar vooral veel rock’n’roll en spelvreugde siert deze band die altijd waar voor z'n geld geeft. Favorieten “Miss murder” en “ Girl's not grey” worden goed onthaald en een aardig volgelopen tent kan het wel smaken, toch loopt de tent naderhand leeg want …

op de Eastpak stage start één van de populairste bands van het moment aan hun set: Parkway Drive. Doorheen de dag konden we al aan de enorme hoeveelheid rode shirts zien voor welke band een groot deel van het publiek gekomen was. De Aussies die de voorbije jaren reeds een goede beurt maakten op Graspop, IeperFest en Groezrock hadden er zin in en hun enthousiasme sloeg meteen over op de volledige tent. Mosh- en circlepits waren schering en inslag en frontman Winston Mccall was de ideale 'dirigent' om alle festiviteiten in 'goede' banen te leiden. De heavy metalcore klonk meedogenloos hard en een resem tracks uit hun albums “Killing with a smile” en “Horizons” passeerden de revue, ook enkele nieuwe nummers kregen een plaatstje in de setlist.Na een uur konden we dan ook besluiten dat dit één van de hoogtepunten was van de dag.

Pennywise hoeft weinig introductie... Of toch... want vorig jaar verliet originele frontman Jim Lindberg de band, Jim tot dan reeds 20 jaar lang de zanger van de band werd vervangen door niet zomaar de éérste de beste: Zoli Teglas van die andere topband Ignite nam de mic over. Benieuwd zoals vele anderen stroomt de tent bomvol om te zien hoe ' new look' Pennywise zal klinken. De Westcoast punkrockers wisselen van meet af aan oudere klassiekers af met singles uit hun recentere cd's: “Homesick”, “Peaceful day” en “Fuck authority” zijn slechts enkele tracks die massaal meegezongen worden. Zoli zingt alsof z'n leven ervanaf hangt en we moeten eerlijk concluderen dit klinkt enorm... Pennywise!
De snelle punkrock met melodische zang die sinds 1988 door hen gebracht wordt is tijdloos en levert hen al jaren een plaatsjes bij de groten van het genre op. Bij “Bro Hymn” gaat het dak eraf en besluiten we dat dit Groezrock af was zowel qua affiche als organisatorisch!Meer van dat!

Organisatie: Groezrock, Meerhout

Pagina 95 van 112