logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

The 1975 - Vors...
Editors - Paasp...
Festivalreviews

Club Midi: De Staat, Team William en Customs

Geschreven door

Op donderdagavond 5 november viel de regen met bakken uit de lucht. Gelukkig vonden er enkele gezellige, warme clubconcertjes plaats in de Balzaal van de Vooruit, georganiseerd door de Democrazy- crew. Op de affiche stonden De Staat, Team William en Customs, elk goed voor een 40-tal minuten durende set.

De Staat trapte de avond af. De Nederlands rockers brengen iets dat aanleunt tegen stonerock, maar schuwt geen invloeden uit de surfrock en de pop (de koebel!). Het kwintet bracht heel enthousiast veelal broeierige instrumentale stukken, en dat vooral naar het einde toe. Ze beleefden hun hoogtepunt ergens in het midden van de set met “You'll Be The Leader”.

Tweede op het programma was het hedendaagse beste Ninoofs exportproduct. De grieperige jongens van Team William (het is dan ook herfst) palmde het publiek moeiteloos in met hun chaotische en humoristische stijl. Zo speelde zanger Floris Dedecker “Judo Kid” op slechts vijf snaren en werd er tijdens dat nummer een geheel nieuwe dimensie aan het woord 'interactiviteit' gekoppeld. Een jonge knaap mocht op het podium klimmen en speelde het nummer moeiteloos verder. Toen hij zich ook aan een zangpartij waagde, greep Dedecker snel in. Ook stelden ze hun nieuwe single “You Look Familiar” voor. Ze schatten hun speeltijd ook fout in, maar konden de organisatoren toch overtuigen verder te spelen. Tijdens dat laatste nummer werd al het één en ander afgebroken om het materiaal van de volgende groep klaar te zetten en dat terwijl Team William nog stond te spelen. Het blijven wel beleefde jongens.

Strak afgelijnder dan Team William was de afsluiter van de avond. Customs is bezig aan een succesverhaal. Met “Rex” stonden ze wekenlang op 1 in De Afrekening en huidige single “Justine” doet het ook goed. De groep bracht vorige week pas hun debuutalbum uit ‘Enter The Characters’ en het concert in De Vooruit liet ons horen wat we daarop mogen verwachten. Indiepoprock met wat invloeden uit de postpunk. Het gitaargeluid en de zangstem van Kristof Uittebroek neigen bij momenten naar het oudere werk van Editors. Enkele leuke nummers waren “Tonight We Stand Out”, “We Are Ghosts”, “Finals”, “Shine on” een cover van House Of Love (die ook een grote invloed heeft op de sound van Customs) en het onvermijdelijke “Rex”. “Justine” besloot de set, waarna er nog twee bisnummers werden gebracht. En die waren samen met “Justine” het beste dat we die avond van deze band gehoord hebben.

Organisatie: Democrazy, Gent

Sinner’s day Festival 2009: the kings of new wave & punk all together – uiterst geslaagd!

Geschreven door

Zwart Zwart en nog eens Zwart! Wie vandaag wou opvallen in Hasselt had best geen ‘Black’ uit zijn kleerkast genomen. Een donker geklede massa stond reeds om 13u aan te schuiven aan de Ethias Arena, allemaal met één doel, ‘Back (of eerder ‘Black’) In Time’ te gaan…
En ja hoor, de organisatoren waren er weldegelijk in geslaagd om een ‘wow-effect’ te creëren: een zwarte omlijsting met de nodige rookgordijnen en een indrukkwekkende videowall. Nu afwachten of de helden van vroeger dit gevoel konden doortrekken.

Om 14u stipt mochten onze Belgische jongens Dirk Da Davo & T.B. Frank de KickOff geven: en of ze dit deden! Met “Chinese Black” en “Miss Brown” was de toon gezet, strak en vol overgave. Daarna “Tomorrow In The Papers”, en aansluitend de inside klassieker “The Fashion Party”, die de 1ste maal de zaal aan diggelen (figuurlijk) bracht. Ook nieuw werk uit hun huidige CD ‘Smack’ mocht niet ontbreken en dit o.a. met “Leash”. Als bis mocht de Neon Judgement een extra nummer (“TV Treated”) brengen; de samenstellers hadden hier ook door dat een 30minuten durende set van dit kaliber veeeeeeeeeeeeeel te kort was. Het 1ste nostalgie-moment van de dag was een feit.

Tweede in de rij was Lydia Lunch. Van het hevige noise gedoe van vroeger bleef weinig over, een goede ‘rock’ set die met kleine mate werd geproefd door het publiek. Geen uitschieter en uiteindelijk zal ook wel blijken dat men ‘Lydia en haar Lunch’ vlug zal vergeten zijn.

Hoe zegt men dit ook alweer … ‘andere en betere’, en ja hoor daar zijn The Bollocks. Zanger Jock McDonald. (gekleed in een soort damboord in 1-stuk-pyama met grijze en zwarte vlakken) zette meteen de toon: “Faith Healer”, intens, meeslepend en direct de kop eraf. Daarna volgde “Harley David Son Of A Bitch”, in een ‘rock’-versie gespeeld. Na de “Bunker” mocht de ex-drummer van Nacht Und Nebel hun “Beats of Love” als tussendoortje ten berde brengen, wat direct luidkeels werd meegezongen! Ook Jock’s zoontje (nog een heel stuk bedeesder dan zijn papa) mocht het Belgische publiek eens toespreken. Na “Horror Movies” was het tijd voor een korte pauze, dacht leadzanger Jock, hij ging de stage af met “Pretty Vancant” als gevolg; lang leve de punk van de Sex Pistols. Dit schitterende optreden werd overtuigend afgerond met “King Rat & Count Dracula”.

Tijd voor wat verademing en poëzie om op te dansen. Inderdaad Anne Clark… Opkomend met strakke lederen jekker en haar poëziebundel onder de arm.
Het 1ste gebrachte deel, met songs als “Virtuality”, “Killing Time“, “The healing” en “Leaving”, was woord en muziek, in een vertel-fluister-schreeuw stijl. Ook het 2de gedeelte, “Echoes remains Forever”, “Seize The Vived Sky” en “Full Moon”, was af, met een bepalende invloed van zware beats. Ook het langverwachte “Sleeper In Metropolis” en bisnummer “Our Darkness” waren opzwepend in pure onvervalste hedendaagse dansstijl verweven. Dank Anne voor uw performance.

De vervangers van The Psychedelic Furs waren Gang Of Four. 4 gedreven gasten, bepalend voor de Engelse postpunk. Zanger Jon King ging als een beest te keer op het podium, een jonkie van 20 leek hij wel. Wat een drive en energy ging er van die gasten nog uit, chapeau! Bij het begin, met nummers als “Return The Gift” en “Ether & Great Men” was er weinig belangstelling, maar door hun enthousiasme en opzwepende groove kwam het publiek dichter te staan.
Bekende songs als “What We All Want”, “Anthrax” & “I Love A Man In A Uniform” konden zeer gesmaakt worden. Ook de act met de microgolf en baseball-bat - die als extra drum fungeerde bij het nummer “He’d Send In The Army” zal in ons geheugen gegrift staan.

… De klok wees reeds 19u30 …: tijd voor de 1ste hoofdact: Gary Numan
Hierbij kunnen we vaststellen dat Gary meer industrial -metal minded was op Sinner’s Day dan een poging te wagen de sfeer van de ‘80’s op te roepen. Zijn t-shirt was blijkbaar ‘de hint’: NiN (Nine Inch Nails). Het recentere werk zoals “Jagged” was dus industrial-goth getint. Zelfs de enige grote meezinger deze avond “Are Friends Electric” was hard tot snoeihard. Dit was niet wat het publiek verwacht had van Gary Numan op Sinner’s Day, maar dit neemt niet weg dat we mogen besluiten van een knap, sterk en verrassend optreden.

Na de hevige sound van Gary naar de mega synth pop van The Human League. In een 6-koppige bezetting en zanger Philip Oakey, in zwarte stijlvolle pardessus met daaronder een spierwit hemd en zwarte das, begonnen ze met “The Lebanon” en “The Sound Of The Crowd”: het publiek reageerde uitzinnig op deze nummers. Een prachtige set waarvoor het massaal meebrullende publiek gekomen was. En ja, het is eigenlijk onvoorstelbaar wat voor Hit-machine deze band wel is: “Love Action”, “Open Your Heart”, “Empire State Human”, “Fascination”, “Mirror Man” en “Don’t You Want Me”; het vroegere werk passeerde de revue en was feilloos gebracht. “Being Boiled”, het bisnummer met de fabelachtige intro, was de kers op de taart. Thx !!!

En ja, nog was het niet gedaan, want de Electronic Body Music van Front 242 was ongelofelijk, zeer veel energie en in een echte commando stijl; ook de frontmannen hadden hun oude commando kleren aangetrokken. Zowel oude als nieuwe songs (o.a. “Happyness”, “Moldavie”, “Tragedy”, “Commando”, “Quite Unusual”, “No Shuffle” en “Headhunter”) konden het publiek zonder moeite overtuigen en het verwachtte hoogtepunt van de avond inlossen!

Ja hoor, de reeds voorzien datum van 31 oktober 2010 staat in onze agenda met stip aangeduid. De daarbij horende opgeblonken puntschoenen, zwarte t-shirt en Arafat-sjaal liggen reeds klaar. Als de heren organisatoren deze mix van Punk-Wave-Pop-Electronic kunnen aanhouden zal ook deze dag een zwarte dag zijn in de Hasseltse geschiedenis. CU Next Year.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Sinner’s day Festival

I Love Techno 2009: lekker opwindend

Geschreven door

Zaterdag 24 oktober 2009…, zachtjes tikt het winteruur tegen … maar de rode loper werd voor de 14e maal uitgerold voor de elektro- en technohoogmis van het jaar. Het megaspektakel van I Love Techno is het grootste in zijn genre. Meer dan 35000 bezoekers verspreid over vijf omgetoverde discotheken en één ‘chill room’. We trokken uiteraard ook onze dansschoenen aan en gingen met de oordopjes bij de hand op het geluid af richting Gent en hadden volgende stopplaatsen
Speedy J
Eén van onze graag geziene noorderburen is Speedy J. Hij kende zijn doorbraak met de hit “Pullover” begin jaren ’90. Hij staat erom bekend een liefhebber te zijn van het hardere technowerk maar is onderhuids beïnvloed door de gouden jaren ’90 retro. Hij mocht twee uur lang de ‘Red Room’ donkerrood kleuren en kon de aandacht naar zich toe trekken; maar heel wat liefhebbers hun kennis over deze DJ ging niet verder dan die ene monsterhit “Pullover”.

Joris Voorn
Na ‘Tommerowland’ afgelopen zomer staat Joris Voorn opnieuw op het podium van een groots elektrofestival. Deze Rotterdammer speelde in zijn jonge jaren vooral viool en gitaar maar vond met de jaren de weg naar de draaitafel. Hij is nu al ruim tien jaar lid van de hedendaagse techno-scene en slaagde er de laatste vijf jaar in om geregeld met eigen werk op de proppen te komen. “Incident”, één van de betere technonummers, kregen we dan ook te horen tussen 23u en 00.30u in de ‘Green Room’. Onvervalste techno, mooi in elkaar geswitcht door Joris Voorn. Een naam voor de toekomst…

Laurent Garnier – The Subs
De vader van de Franse techno en de voorganger van hedendaagse helden als Vitalic en Justice ... Laurent Garnier werd aangekondigd met live-band en dat concept is ons niet vreemd. Vanavond was dat beperkter … de grootmeester zelf achter zijn computer bijgestaan door een saxofonist en trompettist. Zijn mixen van beats en jazzinvloeden zorgen op het ene moment voor een loungy intens gevoel maar dat kan snel omslaan in een hevige uitbarsting van stevige, opzwepende beats.
Ondertussen gingen we even een kijkje nemen bij The Subs om dan het einde van de set niet te missen van Garnier. We gokten er namelijk op dat hij het sterkere (en het bekendste) zou houden tot het einde. En onze voorspelling kwam uit. “The man with the red face” was de overtuigende closing final.
The Subs blijven één van onze paradepaardjes binnen de dance. Ondanks het feit dat we deze clubdancers al voldoende aan het werk zagen, kunnen we er maar niet genoeg van krijgen!
Vanaf de eerste tune en beat ging de hele zaal uit z’n dak. Hun opzwepende mengeling van trance, techno en elektro ging erin als zoete broodjes. De zaal sprong en schreeuwde mee alsof hun leven ervan af ging. Er werden soms niet al te mooie woorden gebruikt maar soit, dat maakt het ‘em nu net ook bij die beats’n’pieces. Een eerste hoogtepunt tussen middernacht en één … De hel brak los in de ‘Blue Room’ en niet toevallig zaten The Subs daar voor iets tussen.

Vitalic
Deze ruim 30-jarige DJ wordt door velen beschouwd als een outsider als het op punten aankomt. Nadat we hem nu aan het werk zagen, kunnen we onze mening grondig bijschaven. Als je van opzwepende techno houdt met diverse tempowisselingen dan sluit hij duidelijk aan bij de doorsnee danceliefhebber. Hij zorgde meteen voor een ‘hot’ temperature. Een grootse, boeiende set! Wat een hoogtepunt!

Boys Noize
De headliner van deze editie was ongetwijfeld Boys Noize. Deze Duitse technoproducent stond voor de vierde opeenvolgende keer achter de draaitafel van I Love Techno, een resident van het event. Zijn nieuwe plaat ‘Power’ is klaar en dat is meteen ook de reden van zijn bezoek. Hij is zonder twijfel de publiekslieveling die in geen tijd de zaal in rep en roer bracht. Van in het begin legde hij er de pees op: harde compromisloze no-nonsense clubmuziek, lomp en zwaar, twee uur lang, de techno van deze jaren !

Dave Clarke
Dave Clarke is één van de tekende figuren van I Love Techno. Zijn passie en gedrevenheid achter de draaitafels, zijn gevoel voor ritme en zijn liefde voor Detroit is verweven in zijn unieke stijl van dj-en. Hij zorgde er letterlijk voor dat de tijd bleef stilstaan en mocht aan het einde van zijn één uur durende set de klok één uurtje terugdraaien…

Fake Blood
Wie nog niet op de tonen van “Mars” gedanst heeft dit jaar, mag zich ernstig vragen beginnen stellen. We hebben het niet over dat snoepje of de planeet maar over de monsterhit van Fake Blood. Tot voor kort was het raden naar de identiteit van deze dj. Even werd zelf gedacht dat de broertjes Dewaele achter dit project zaten. Niets is minder waar. Het gaat hier over de Londense DJ Touché, die al jaren verscheidene namen gebruikt om zijn muziek de wereld in te sturen. Het is alvast het jaartje voor de Londenaar, die een stevige pot elektro en house door de boxen knalde.

Tiga
Nog zo’n publiekstrekker, ‘Tiga live from Montreal’. Even na drieën trad hij aan én dat was spijtig genoeg al voor een halve zaal. Deze ervaren producer en remixer bood een intrigerende mix van techno, house en drum’n’bass. Hij is er dan natuurlijk ook graag bij in zijn tweede thuisland; dat respect is wederzijds. Nog even de laatste energie eruit gehaald om dan richting huis te keren.

I Love Techno 2009 was er weer eentje om te kaderen. Zowel de artiesten als de omgeving zorgden ervoor dat deze editie terug ten top was. Zal de editie van 2010 die van dit jaar overstijgen? We pleiten ervoor, want de organisatie zal feestvieren voor zijn 15e uitgave. Tot op 13 november 2010.

Organisatie: I Love Techno – Live Nation

Night Of The Proms 2009 - 25 Years …

Geschreven door

Donkere dagen, winteruur in zicht … Dat betekent tijd, naar jaarlijkse traditie, van het begin van Night Of The Proms. Het moest iets speciaal worden want het is dan ook dit jaar een jubileumeditie. Reeds 25 jaar lokt NOTP duizenden bezoekers naar het Sportpaleis en ook nu zal het niet anders zijn. Zoals gewoonlijk begon het evenement met Also sprach Zarathustra van Richard Strauss. Fine Fleur stelde zich voor als vuurdragers met glinsterende pakjes aan. Een waar spektakel.

Als eerste gasten kregen we de tweelingsbroers Peter & Zoltan Katona , twee virtuoze gitaarspelers. Deze twee kunnen er wat van. Dit klassiek gitaarspel is ronduit geweldig.
Il Novecento trakteerde ons daarna op de Bloemenwals, waarbij we bloemen te zien krijgen boven het orkest en waarbij een spray met bloemengeur door de zaal werd verspreid.
Tweede gast was Toots Thielemans. 25 jaar geleden was hij er ook al bij en wat hij nog presteert op 87 jarige leeftijd is fenomenaal. Aan bod kwamen onder meer ‘Bluesette’, ‘Turks fruit’ en ‘Baantjer’. Toots kreeg een staande ovatie en was wel even onder de indruk! Hij hoopte er binnen 25 jaar terug bij te zijn…
Daarna was het de beurt aan Sharon den Adel,zangeres van Within Themptation. Deze gothic heavy rockende zangeres bracht eerst “Ice Queen” waarbij Fine Fleur als witte geesten uit de grond kwam. Vuureffecten maakten tijdens het tweede nummer “Stand my ground” het spektakel compleet.
Vervolgens kwam Roxette, het Zweedse duo waarvoor ik eigenlijk was gekomen. Ze brachten een eerste nummer “I wish I could fly”. Allebei zagen ze er goed uit, de hoge noten waren een beetje moeilijk voor Marie, maar wie kan haar dat kwalijk nemen na de helse strijd die ze heeft moeten leveren.
Ouverture uit ‘Dichter en boer’ van Franz von Suppé bracht ons naar het volgende duo: Orchestral Manoeuvres in the Dark oftewel OMD zette “Maid of Orleans” in en dan komen er heel wat herinneringen terug. Na een korte medley kregen we nog “Enola Gay”.

Na de pauze iets helemaal anders: jongeren met 25 verschillende nationaliteiten dansten samen. Het project ‘Let’s go Urban’ is een project van de stad Antwerpen.
De gitaartweeling voorzag daarna nog eens van een medley met o.a. “Sweet home Alabama”, “Bad”, “Black or White” en “Smells like teen spirit”. Samen met John Miles kregen we “Stairway to Haven” te horen.
En daarna was Toots er terug met een versie van “A wonderful World” met het portret van Louis Armstrong op de achtergrond. Hij bracht ook nog “If I could” samen met John Miles.

Na een hulde aan 25 jaar NOTP met de bolero van Ravel was het terug tijd voor de hoofdact Roxette. Het publiek was dolenthousiast. “The look”, “It must have been love”, “Joyride” en “Listen to your heart” werden moeiteloos meegezongen. Het was fijn ze te kunnen zien en de staande ovatie was echt verdiend!

Als “Land of hope and glory” wordt ingezet weet men dat het einde nabij is. Maar niet voordat we ook nog eens het onvermijdelijke “Music” van John Miles te horen krijgen.

Deze editie met zoals steeds gastheer en presentator Carl Huybrechts, was eens te meer geslaagd. Puike organisatie en een aanrader voor iedereen die nog eens lekker uit de bol wil gaan op klassieke muziek gecombineerd met pop en rock. Er zijn nog enkele kaarten te verkrijgen. Kijk vlug op www.notp.com. De concerten vinden nog plaats tot 11 november 2009… Be there!

Organisatie: Sportpaleis, Antwerpen

Leffingeleuren 2009 vanuit de ogen van …

Geschreven door

De jongste editie van Leffingeleuren kan in alle opzichten geslaagd genoemd worden. Stralend weertje, vrijdag en zaterdag uitverkocht, zondag bijna en muzikaal viel er heel wat te beleven. LL blijft als vanouds hét festival waarop alle jongeren van de streek present geven maar dit jaar kon ik me niet van de indruk ontdoen dat er opnieuw meer ware (en oudere) muziekliefhebbers waren komen opdagen.Een gevarieerd programma dat beslist niet enkel op veilig speelde heeft zijn vruchten afgeworpen. Hoogtepunten genoeg waarbij ik u mijn persoonlijke top 5 niet wil onthouden!

1 Eilen Jewell
Een geluk bij een ongeluk : door het jammerlijke afzeggen van Joe Gideon & The Shark verhuisde Eilen Jewell van het café naar de zaal, die toch nog steeds iets comfortabeler is om een concert te volgen. Jewell, afkomstig uit Boise, Idaho, graait met stijl in genres als rockabilly, country, rock-'n-roll en folk. Je zou ze wel eens kunnen vergelijken met een Lucinda Williams of Gillian Welch, qua zang dan, maar op haar laatste plaat kwam er plots wat meer rock-'n-roll ingeslopen. Zo ook zaterdag op het podium en dat was vooral de verdienste van haar band die de sfeer van de vroege rock-'n-roll (eind jaren '50 - begin jaren '60) helemaal terug naar Leffinge bracht. "Wat braaf" hoorde ik iemand zeuren achteraf. Tja, maar de rock-'n-roll was natuurlijk nog braaf in die tijd. Wat gitarist Jerry Miller (niet diegene van Moby Grape) uit zijn snaren toverde was van een zelden gehoorde subtiliteit. Om duimen en vingers bij af te likken. Tijdens de prachtige Johnny Kidd & The Pirates-cover "Shakin' all over" trok hij alle registers open en hoorden we een indrukwekkende reeks citaten uit de rock-'n-roll geschiedenis en dat zonder ook maar één noot teveel te spelen. Duizelig werd ik ervan en dit keer kwam dat zeker niet door een teveel aan decibels. De set eindigde tenslotte veel te vroeg met een Bessie Smith-medley.

2  William Elliott Whitmore
Dit had ik eigenlijk evengoed op één kunnen zetten, want deze boerenzoon uit Iowa, die ooit begon als roadie van een hardcoreband, zette een zo goed als perfecte set neer. Afwisselend op gitaar en banjo en enkele nummers bijgestaan door een drummer, bracht hij erg melodieuze songs met wortels in de delta blues of de appalachian folk. Zijn laatste plaat ‘Animals in the dark’ is een parel en die wist hij ook live te verzilveren. De man beschikt over een fenomenale lage stem (vergelijkingen met Tom Waits of Captain Beefheart gaan eigenlijk niet echt op) en bleek bovendien een geboren performer. Handjes schudden vooraf en achteraf, het publiek op een grappige manier uitvoerig bedanken of een jonge kerel die op het podium sprong ,om tijdens "Mutiny" mee te zingen, beschermen tegen de security: het bleef allemaal even spontaan. We hebben er een nieuwe held bij!

3 Creature With The Atom Brain
Deze Antwerpse band van Aldo Struyf en Dave Schroyen (beiden ook Millionaire) heeft sinds hun ontstaan een hele metamorfose ondergaan. Met zijn vieren brengen ze tegenwoordig lome maar fascinerende gitaarsongs waarin je het zand tussen de snaren hoort knarsen. Als dit al stoner is klinkt het toch totaal anders dan wat een gemiddelde stonerband daaronder verstaat. Hier had ik eerder gitaarbands als Thin White Rope in gedachten en dat kan nooit slecht zijn. Het snuifje progrock dat er hier en daar aan toegevoegd werd was niet altijd even gepast, toch bleef dit optreden boeien tot de laatste seconde.

4 J. Tillman
De prijs van de sympathiekste artiest zal deze J. Tillman (tevens drummer bij Fleet Foxes) wel niet winnen. Hij liep er het ganse optreden op zijn minst gezegd nogal humeurig bij en toen enkelen ritmisch begonnen mee te klappen schoot hij zodanig in zijn wiek dat hij hen de zaal dreigde uit te schoppen. Maar voor de rest mocht hetgeen hij bracht zeker gehoord worden. Op plaat durft zijn muziek nogal eens saai overkomen en ik had zeker geen grote verwachtingen. Maar op de planken koos hij voor een veel forsere aanpak, wat een gouden zet bleek. Zijn band (met o.a. een pedal steel) mocht geregeld voluit gaan en gaven zijn ingetogen songs zo een wat rijper karakter. Moeilijk te plaatsen maar wel verrassend goed.

5 Seasick Steve
Ik vrees een beetje dat zijn immense populariteit stilaan in zijn nadeel zal spelen. Pas op, ik vind hem nog steeds meer dan ok maar hij weet verduiveld goed waar hij mee bezig is en gebruikt zowat alle trucs om het publiek uit zijn hand te laten eten. Zo moet hij intussen toch al genoeg verdiend hebben om zich een nieuwe plunje aan te schaffen maar hij treedt nog steeds op in een gelapte broek, een gescheurd hemd en een bijzonder groezelig marcelleke. Bijgestaan door een andere veteraan op drums gaf de 68-jarige Steve weer een demonstratie met zijn aparte verzameling instrumenten : de éénsnarige Diddley Bow, de three-string guitar of een gitaar gemaakt uit een sigarenkistje. Het bleef mooi en gedreven of zelfs ontroerend (die song waarbij hij een meisje vroeg om gewoon bij hem te komen zitten). Alleen tijdens de bis "Doghouse boogie" dat hij eindeloos uit rekte werd het net iets teveel voor me. Toch een waardige afsluiter.

Ook gezien
The Streets
Mike Skinner lijkt me een heel aardige mens, zo iemand waarmee je uren pinten kan drinken in het café om de hoek. Naar 't schijnt is hij ook echt zo. En op het podium deed hij het verre van onaardig. Van rap heb ik weinig kaas gegeten maar hij liet zich begeleiden door een echte (en goeie) groep en een heerlijke zanger. Mooi maar ongevaarlijk en toen hij met publiekspelletjes begon (publiek laten springen) ben ik vooraan de meute ontvlucht en met iemand anders in de pinten gesukkeld.

Sunset Rubdown
Een bijzonder gedreven band maar hun muziek leek me te beredeneerd om een gevoelsmens als ik te kunnen bekoren.

Blood Red Shoes
Jong Brits duo (meisje op gitaar, jongen op drums) bracht het soort luide indierock waar je je geen buil aan kon vallen. Inzet genoeg maar verder dan wat teenybopper kwamen ze niet.

Alela Diane
De nieuwe look van Alela Diane (Nevada City, Portland) staat haar beeldig. Maar we hadden het hier over de muziek zeker? Die is nog geen spat veranderd. Grootste troef blijft haar fantastische stem die dit keer geruggensteund werd door een volledige band (drums, bas, vader Tom Menig op gitaar en de nog steeds onbeweeglijke Alina Hardin als tweede zangeres). Soms steeg het suikergehalte zodanig dat het glazuur op mijn tanden dreigde te barsten maar bij deze Alela Diane heb ik daar geen problemen mee. Toch zou wat afwisseling beslist geen kwaad kunnen.

Dinosaur Jr.
Sommige van zijn platen blijf ik echt wel sterk vinden maar live zal ik het wel altijd moeilijk hebben met dit trio. Hun naam hebben ze alleszins niet gestolen: hun sound klinkt ronduit verpletterend maar tegelijkertijd ook een beetje lomp en soms wat richtingloos. Het blijft natuurlijk een mooi zicht : Jay Mascis met zijn lange grijze manen voor een muur van Marshall versterkers. Er werd ook wat strakker gespeeld dan enkele jaren geleden in de AB. Maar deze gitaarbrij bleek me toch net iets té dik om met smaak verorberd te kunnen worden. Ik hield er in ieder geval een kleine maagcrisis aan over of zou dat toch aan iets anders gelegen hebben?

Elvis Perkins In Dearland
Bende hippies uit New York rond Elvis Perkins, zoon van Anthony Perkins (de legendarische hoofdacteur uit Hitchcock's ‘Psycho’) en de fotografe Berry Berenson, die op één van de vliegtuigen zat die zich in de Twin Towers boorden. Freakfolk kenden we al, dit leek me eerder freakpop. Maar ondanks de verfrissende impuls van wat minder voor de hand liggende instrumenten (zoals trombone en harmonium) bleef dit eerder aan de zeurderige kant. Naar het einde toe kwam er toch wat beterschap en bleek ‘The Band’ plots niet meer heel veraf.

Dawn Landes
Wint de prijs voor de meest frisse verschijning en tevens voor het meest enthousiaste optreden van gans het weekend en dat uitgerekend in het café! Zelden iemand met zoveel plezier haar ding zien doen en dat was bovendien buiten alle verwachtingen bijzonder goed. Daar zaten de bassist en vooral de drummer die nog met tal van andere zaken bezig was, voor heel wat tussen. Maar Dawn kan natuurlijk ook wel een aardig mondje zingen. Of ze nu countrypop of sixtiespop bracht, het bleef allemaal even ontwapenend. Mooi moment : tijdens de Françoise Hardy-cover "Tous les garçons et les filles" bleek iemand in het publiek die tekst nog te kennen. Tamelijk overrompelend en net geen top 5.

Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge

Leffingeleuren 2009: zondag 20 september 2009

Geschreven door

Rootsrock! was de noemer op deze afsluitende succesvolle dag Leffingeleuren …Met 5000 bezoekers, 500 meer dan vorig jaar op deze derde dag, werd een recordopkomst van 17000 man genoteerd …

De vijf van Absynthe Minded (concerttent) kwamen hun vierde plaat presenteren tijdens hun reeds derde passage op Leffingeleuren. Het was – na Pukkelpop – de tweede keer dat we ze deze zwoele zomer op een podium zagen en dit nu als eerste groep op de laatste dag van de drieëndertigste editie van dit supersympathiek festival. Net als in Kiewit openden ze met “Plane song” en ook de rest van de set bleek overeen te stemmen met wat we enkele weken terug te horen kregen. Niet dat we daarom treurden, integendeel zelfs. De sfeer zat van begin tot eind goed, tijdens “Heaven knows” namen Bert Ostyn en twee van zijn kompanen bijvoorbeeld relaxed plaats op een barkruk, “I am a fan” klonk alsof enkele uitgelaten zigeurners een feestje kwamen bouwen en “People of the pavement” begon broeierig als Nick Cave om uiteindelijk te besluiten in een meer jazzy mood. We zagen mensen in de tentmasten klimmen om vol overgave de hit “My heroics (part one)” mee te zingen en op het einde toonden de bloedmooie Claus-hommage “Envoi”, “Dead on my feet” en “Stuck in reverse” dat het een deugd is dat België in 2005 het verbod op de verkoop van absint weer ingetrokken heeft want na een dergelijk concert wanen we ons meer dan ooit Absynthe Minded.

Elvis Perkins (concerttent) kende in Leffinge veel minder aanhangers dan zijn Belgische voorgangers maar ons inziens heeft hij er toch enkele kunnen bijwinnen. Hij begon solo aan het optreden en meteen bleek dat Bob Dylan een onbetwistbare invloed gehad heeft op de zoon van Anthony “Psycho” Perkins. Tijdens dat openingsnummer, “While you were sleeping”, vielen eerst de contrabas, later de drums en uiteindelijk de trombone in. Zijn goedgemutste bandleden hielpen al vlug om de nummers (en de pauzes ertussen) op te vrolijken waardoor de groep (want sedert zijn laatste CD presenteren ze zich als Elvis Perkins in Dearland) minuut per minuut meer mensen wist te overtuigen. Ook het feit dat men muzikaal niet steeds uit hetzelfde vaatje tapte, kon ons plezieren. Reeds in het derde nummer, “Chains, chains, chains”, kwam de percussionist van achter zijn drumstel vandaan om een grote trommel te beroeren, een instrument dat in “The night without love” trouwens een zeer prominente rol toebedeeld kreeg. De fans kregen met “Stay Zombie stay” een nieuw nummer  (van de in de loop van volgende week te verschijnen “Doomsday”-EP) te horen. Nadien kwamen er reggae-invloeden bovendrijven in het heerlijke “Shampoo”. Voorts hoorden we tijdens het optreden nu en dan een streepje gospel, folk en country. Meestal klonken deze New Yorkers echter alsof ze recht vanuit New Orleans op de luchthaven van Oostende geland waren.
Afsluiter “Doomsday” begon nogal zwaarmoedig middels saxofoon en trombone, niet veel later vielen de gitaar en de trommel stevig in waarna het initieel treurige lied uiteindelijk evolueerde naar  hoempapamuziek die in de tent zelfs verschillende mensen tot wilde groepsdansen bracht. Als deze kerels nog een tijdje hadden kunnen doorgaan, dan zou dit concert nog tot polonaise-toestanden geleid hebben. Elvis Perkins is dus het levende bewijs dat men ondanks grote tegenslagen (zo verloor hij zijn moeder op 9/11) troost en vaak zelfs vreugde kan vinden in de muziek.

Admiral Freebee (concerttent) was de voorbije maanden nauwelijks op een podium terug te vinden dus velen keken uit naar wat hij in Leffinge ten berde zou brengen. Terwijl we persoonlijk verwacht hadden dat hij ‘solo & electric’ wat nieuw werk zou presenteren, had Tom Van Laere zelf eerder zin in een overzicht van het vele moois dat hij op zijn eerste drie platen geboekstaafd heeft. Een akoestisch “Ever Present” opende de set, gevolgd door “Faithful to the night” en “Lucky one”. Vanaf het vierde nummer laat ‘The Admiral’ de duivel in zichzelf los. Hij kakt (figuurlijk uiteraard) op het Idool-gebeuren en hangt de Jimmy Page op akoestische gitaar uit. Het tweetal “I’d much rather go out with the boys” en “Living for the weekend” beklemtoont dat het feestelijke weekend voor hem nog lang niet gedaan is. Vanaf “Oh darkness” wordt de klemtoon stevig op ‘electric’ gelegd, ook “Bad year for rock’n’roll” illustreert dat Admiral Freebee almaar beter met zijn elektrische gitaar uit de voeten kan. Een stevig nieuw nummer doet ons vermoeden dat hij op zijn volgende plaat (die hij volgend jaar belooft uit te brengen) het experiment niet zal schuwen. “Get out of town” brengt Admiral Freebee aan de piano om vervolgens het nummer af te sluiten op gitaar (met ‘pedal-loops’ maar zonder het karakteristieke geschreeuw op het einde, geschreeuw dat volgens ons terecht gepaard moet gaan met stevige percussie). “Recipe for disaster” en “Rags’n’run” zorgen voor een mooi orgelpunt van een aangenaam weerzien dat ons al hevig  doet verlangen naar volgend jaar.

Het enige concert dat op zondag in De Zwerver gegeven werd, was het café-concert van Dawn Landes. Grote honger en een massale opkomst zorgden ervoor dat we slechts tegen het einde van de set een blik konden werpen op deze ravissante verschijning. Wat we daar zagen en hoorden, beviel ons echter enorm. Nooit droomden we meer dat een lied over onszelf ging dan toen Dawn “My bodyguard” stond te zingen.

Terug in de tent keken we – na ’s mans gewaardeerde passage in een hopeloos uitverkocht Koninklijk Circus – uit naar Ray Lamontagne, een Amerikaanse folksinger-songwriter begiftigd met een zeer hese, breekbare edoch prachtige stem. Wat meteen opviel, was dat Lamontagne zelf liever niet opvalt. Net als enkele maanden terug in Brussel verkoos hij om letterlijk zij aan zij met zijn muzikanten (en dus allesbehalve centraal) te staan, voorts was dit het enige optreden waarbij de persfotografen niet welkom waren in de frontstage. Het is best mogelijk dat hij zijn stevige baard laat staan om ook op die manier zo weinig mogelijk tot ‘een gezicht’ gereduceerd te worden. Alle aandacht moet uitgaan naar de muziek en van daaruit hebben we dan ook alle begrip voor zijn volgens anderen ‘arrogante artiestengedrag’ dat ons inziens meer een gevolg is van bescheidenheid. Zijn eerste twee platen, ‘Trouble’ en ‘Till the sun turns black’, waren in België geen commerciële hoogvliegers, maar vanaf ‘Gossip in the Grain’ en meerbepaald vanaf doorbraaksingle “You are the best thing”, doet Lamontagne bij almaar meer mensen een belletje rinkelen. De set werd geopend met ”Be here now” en “Empty”, de eerste twee nummers van “Till the sun turns black”. Daarna kregen we twee songs van ‘Trouble’ (“Shelter” en “Hold me in your arms”) en vervolgens nog “You can bring me flowers” en “Trouble” vooraleer hij met “Sarah” een eerste keer naar zijn laatste plaat greep, een album waaruit hij tijdens het ganse concert trouwens slechts vier songs presenteerde. Muzikaal werd er minder gevarieerd dan bijvoorbeeld de meer uitbundige bende van Elvis Perkins in Dearland deed. Enkel met de scheurende mondharmonica in “Henry nearly killed me (It’s a shame)” en het iets strakkere drumwerk in de ode aan “Meg White” kleurde men even buiten de misschien te slaafs gevolgde lijntjes. Dit alles in combinatie met het feit dat Lamontagne gewoontegetrouw allesbehalve communicatief was en naliet om zijn bekendste nummer (“You are the best thing”) te spelen, bracht ons tot de slotsom dat hij uiteindelijk misschien niet de meest geschikte artiest is om op het hoofdpodium van een festival te poneren. Niemand zal betwisten dat deze muziek het best tot zijn recht komt in een eerder intieme setting waar enkel de echt geïnteresseerden op afkomen. Anderzijds zouden velen het de organisatoren misschien kwalijk genomen hebben indien deze boeiende bard geprogrammeerd stond in een kleine en daarom dus ongetwijfeld volle zaal. Ons hoor je dus niet klagen, al hadden we gehoopt dat zowel de eigenzinnige Ray Lamontagne als een deel van publiek geprobeerd zouden hebben om wederzijds iets meer tegemoetkomend te zijn. Nu dit niet gebeurde, vrezen we dat te veel festivalgangers huiswaarts keerden zonder te beseffen welk een uitzonderlijk talent ze gepresenteerd kregen.

Wie weinig onder de indruk was van Lamontagne, zal ongetwijfeld wel genoten hebben van Seasick Steve (concerttent) die als afsluiter een grote stijlbreuk betekende met zijn voorganger. Samen met zijn uit de Muppetshow weggelopen drummer gaf hij er vanaf het eerste nummer, “Thunderbird”, een stevige lap op. Uit niets kon je afleiden dat deze mannen al lang op tram 6 zitten (Seasisck Steve zelf is ondertussen al 68 jaar!). De rauwe bluesrock die ze uit hun van alle franje (en soms zelfs van meerdere snaren) ontdane instrumentarium wrongen, maakte duidelijk dat deze krasse knarren een stevig orgelpunt aan de geslaagde driedaagse wilden breien. Qua entertainment was dit optreden niet te overtreffen. We trokken niet enkel onze ogen wijd open toen de heren het publiek dansend tegemoet traden, ook hetgeen Seasick Steve te voorschijn toverde uit zijn éénsnarige “Diddley Bow” ging vaak het bevattingsvermogen te boven. Het naar eigen zeggen “mysterieuze” nieuwe nummer dat middels dit instrument gebracht werd, zou in oktober moeten prijken op de opvolger van het geslaagde “I started out with nothin’ and still got most of it left” uit 2008.
Afsluiter “Doghouse blues” werd heerlijk lang gerekt en zelfs doorspekt met ‘handjes in de lucht’-momenten waar Regi van Milk Inc. jaloers op zou zijn. Het dolenthousiaste publiek kon er maar geen genoeg van krijgen hetgeen illustreert dat Seasick Steve een gouden zet van de programmator was. Een meer dan waardig ouder geworden afsluiter van een meer dan waardig volwassen geworden festival. 17.000 people can’t be wrong dus op naar de 18.000 volgend jaar?

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto’s

Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, leffinge

Leffingeleuren 2009: zaterdag 19 september 2009 - indrukken

Geschreven door

Stralend weer en een tweede dag Uitverkocht Leffingeleuren (6000 bezoekers). De gevarieerde affiche, de gezellige sfeer en de gemoedelijkheid blijken de voornaamste troeven … En het waren de bands van eigen bodem die het meeste volk lokten in de concerttent en in het Zwerver zaaltje. Te elfder ure moest Joe Gideon & The Shark hun concert cancellen, wat werd opgevangen door de Amerikanse folkie Eileen Jewell.

Het Brugse Pepper Assaut won de Verse Vis wedstrijd en beet de spits af op de tweede dag. Persoonlijk sloten we aan bij de tweede band van dienst, het sympathieke jonge Britse man-vrouw duo Blood Red Shoes van Laura-May Carter en Steve Ansell. Al anderhalf jaar toeren zij onophoudelijk. Ze overrompelden met het hun debuut ‘Box of secrets’, een rauw, zompig en fris melodieus gitaargeluid, opzwepende strakke drums en een goede samen- en afwisselende zang. Hun speels jonge, ongedwongen attitude wint het nog altijd, de oude nummers beklijfden en het nieuwe materiaal moet nog naar de keel grijpen. Afwachten dus. Intussen was het genieten van “Say something, say anything”, “It’s getting bored by the sea”, en “I wish I was someone better”. Enorm gewaardeerd door het jonge publiekje.

Creature with the atom brain opende de tweede dag in de zaal. Opvallend veel volk wou de retrorockende band aan het werk zien rond Aldo Struyf en Dave Schroyen van Millionaire, Jan Wygers (Mauro & The Grooms ) en Michiel van Cleuvenbergen. Het kwartet speelde broeierige, snedige rockers, “Spinning the black hole” voorop. Goed bevonden, maar net onvoldoende om vast te houden …

Lady Linn & Her Magnificent Seven. De charismatische, talentrijke Lien De Greef herinnerde alvast haar optreden van vorig jaar nog op Leffingeleuren toen ze in de zaal één van de afsluitende acts was en een definitieve stap richting doorbraak zette! Sensueel, zwoele funkende jazzysoulpop, waarbij ze met haar band graaft in het muzikaal archief van de ‘50’s jumpin’jive, ballroom jazz en bebop. Op een jaar tijd was ze overal te zien en met haar band houdt ze het op één woord “enthousiasme”, met songs als “Harlem on parade”, “Here we go”, “Cool down” en “I don’t wanna dance”, die aardig uitgesponnen staartjes kregen.

Ons eigen Customs is verantwoordelijk voor aanstekelijke, herkenbare refreinen die naar de ‘80’s waverock teruggrijpen. Customs waren al ‘artist in residence’ in Leuven en scoren een aardige hit met “Rex”. Het gaat dus erg goed met dit beloftevolle bandje, dat op een volle zaal kon rekenen en hun nakende debuut voorstelden. De groep laveert ergens tussen Interpol, White Lies en het godvergeten House Of Love; terecht maakten ze de link met het coveren van hun “Shine on”! Verder hadden we van deze waverockers “Ghosts” en “Justine”, die naast de single “Rex” voldoende hitpotentieel hebben.

Alela Diane daarentegen kon misschien beter ook in de zaal gestaan hebben, want heel wat volk had een rustpauze ingebouwd, maar niet om haar innemende, aanstekelijke indiefolk aan te horen. Kampvuurmuziek tussen droom en nostalgie en een ‘hey ho’ samenhorigheidsgevoel, gedragen door haar heldere, emotievolle stem. Elke keer dat we Alela Diane aan het werk zien, breidt ze haar groep uit: eerst trad ze solo op, dan als duo en sinds de aanvang van haar nieuwe clubtour (in het voorjaar) zijn ze met vijf. Ze werd sober en elegant begeleid door een heuse band (waaronder haar papa!) en een backing vocaliste. Sfeervolle folky popsongs hoorden we van haar twee platen ‘The pirate’s gospel’ en ‘To be still, waaronder “The alder trees”, “Every path”, “My brambles” en “To be still”. Uiterst gecharmeerd waren we op het eind, met de intieme, ingetogen pracht van “The ocean” en “The rifle”. Ze bracht de matige opkomst nog dichter bij elkaar …Mooi toch?

J. Tillman maakt deel uit van de Fleet Foxes stal, en heeft intussen een eigen project klaar, waar hij zich ontpopt als een niet te onderschatten singer/songwriter, die net als de andere FF leden over een sterke stem beschikt en gevoelige klanken kan tokkelen op akoestische gitaar. Hij had een heuse band mee en bracht een pak intens broeierige, dromerige en sfeervolle folkamericana songs, waarbij de leden af en toe eens loos gingen op hun instrumenten, vooral op de gitaren en op steelpedal en het gitaarspel. Wat een  fijne ontdekking…

Heel veel leuks komt uit Mali met o.a. Ali Farke Touré, Toumani Diabaté en het zeskoppige gezelschap onder het blinde echtpaar Amadou & Mariam. Ze leverden meteen een hartverwarmende als swingende, groovy dansbare set af door de opzwepende dubbele percussie, een fijn aanstekelijk en intrigerend gitaarspel (refererend aan de nomaden van Tinariwen) en de samenzang van het koppel. Ook de bevallige backing vocalistes/danseressen boden kleur en intensiteit.
Het kleurrijke gezelschap kreeg iedereen tot handclapping, heupwiegen en danspasjes maken. De songs kregen een soms forse, krachtige injectie en hadden een repetitieve opbouw om de trance te vergroten en in te werken op de dansspieren. Een schitterend slot speelden ze met “Dimanche à Bamako”, “La réalité” en “Sebeke”, die me onrechtstreeks deden terugdenken aan de sound van de eervolle Israëlische winnaar van het Eurovisiesongfestival in ’78 Izhar Cohen’s “A-ba-ni-bi”. Afroworld pop die de tent in Leffinge op z’n kop zette! Hou er maar eens hun twee laatste platen op na, ‘Dimanche à Bamako’ en ‘Welcome to Mali’.

Klonk The Bony King Of Nowhere in het voorjaar wat onzeker en onwennig om hun debuut voor te stellen, dan heeft de band, onder zanger/componist Bram Vanparys, aan standvastigheid, podiumervaring en intensiteit gewonnen. Ze behielden de aandacht en wisten het publiek sterk te boeien met hun innemende, broeierige en melancholisch romantische pop. Daarvoor was de sobere begeleiding en Vanparys dromerig, indringende en licht overwaaiende vocals verantwoordelijk. Ook het publiek betrokken ze in die sfeervolle aanpak en pushten hen tot handclapping, wat een duidelijke meerwaarde was. Het eerste deel van de set werd akoestisch toongezet, met songs als “The sunset”, “There I am” en “Alas my love”; in het tweede deel kwam de bredere instrumentatie van toetsen (soms refererend aan Radiohead’s klanktapijt), contrabas en zalvende percussie aan bod, “Taxidream”, “Losing gravity”, “Eleonaore” en “Vistor”. Een Bony ‘Prince’ of Nowhere die z’n naam waardig van ‘King’ mag dragen. Groeisongs van een groeiband …

De ‘grunge peetvaders’ van Dinosaur Jr, in de originele bezetting van Mascis, Barlow en Murph moesten eerst nog wat op dreef komen … een rommelige start in een donker sfeervol decor, het zoeken naar de juiste geluidsbalans en het afstemmen van Mascis’ vocals, waardoor de eerste songs “Thumb”, “In a jar” en “Imagination blind” wat in de mist gingen. Nu, op elk concert van Dinosaur Jr is het wat zoeken naar deze elementen, net zoals Mascis na elk nummer steeds z’n gitaar moet kunnen afstellen. Dat is net grunge …
Ze kwamen op kruissnelheid vanaf het vijfde nummer, het herkenbare “The wagon”, waardoor het uitermate genieten was van hun gevoelige grungerock/noise, “Plans”, “Feel the pain”, “Over it” en oudjes “Freak scene” en “Just like heaven”. Barlows onverstaanbare bindteksten namen we er maar al te graag bij in deze begeesterende, rauwe, emotievolle, melodieuze set. Toch was niet iedereen te vinden voor de formule van deze veteranen …

Anders was het bij Daan, die de concerttent deed vollopen. Hij maakte er een ‘best of’ van, waarbij regelmatig een tipje van de recente vijde cd ‘Manhay’ werd opgelicht. De broeierige rock paste ideaal naast de gekende synth/electropop. Het mooi uitgedoste kwintet - met de bevallige Isolde Lasoen op drums en Daan himself (donkere bril en steevast een sigaret) -, speelde een intens bedreven setje door songs als “Exes”, “Addicted …”, “The player”, “Victory”, “Swedish designer drugs” en “Crawling from the wreck”. Op de koop toe eindigden ze met een uitermate krachtige en mooi uitgesponnen versie van GL Buffalo’s “Fuzzy” en de ‘instant’ klassieker “Housewife”. Een ‘en verve’ afsluiter van de tweede avond op het hoofdpodium.

Intussen viel er nog wat leuks te beleven met We rock like girls don’t in het Café van de Zwerver, twee dames die PJ Harvey, The Kills en Blood Red Shoes samenbalden en de dance van The Glimmers vs Disko Drunkards in de zaal. Of je moest de electrobeats ondergaan van de DJ set van Riton…Voer voor elk wat wils dus!

Uitgebreide reviews volgen 

Leffingeleuren 2009: zaterdag 19 september 2009

Stralend weer en een tweede uitverkochte dag op Leffingeleuren (6000 bezoekers). De gevarieerde affiche, de gezellige sfeer en de gemoedelijkheid blijken de voornaamste troeven … En het waren de bands van eigen bodem die het meeste volk lokten in de concerttent en in het Zwerver zaaltje. Ter elfder ure moest Joe Gideon & The Shark hun concert cancellen, wat werd opgevangen door de Amerikaanse folkie Eileen Jewell.

Het Brugse Pepper Assaut won de Verse Vis wedstrijd en beet de spits af op de tweede dag. Persoonlijk sloten we aan bij de tweede band van dienst, het sympathieke jonge Britse man-vrouw duo Blood Red Shoes van Laura-May Carter en Steve Ansell. Al anderhalf jaar toeren zij onophoudelijk. Ze overrompelden met hun debuut ‘Box of secrets’, een rauw en fris melodieus gitaargeluid, opzwepende strakke drums en een afwisselende samenzang. Hun speels jonge, ongedwongen attitude wint het nog altijd, de oude nummers beklijfden maar het nieuwe materiaal moet nog naar de keel grijpen. Afwachten dus. Intussen was het genieten van “Say something, say anything”, “It’s getting boring by the sea”, en “I wish I was someone better”. Enorm gewaardeerd door het jonge publiek..

Creature with the atom brain opende de tweede dag in de zaal. Opvallend veel volk wou de retrorockende band aan het werk zien rond Aldo Struyf en Dave Schroyen van Millionaire, Jan Wygers (Mauro & The Grooms ) en Michiel van Cleuvenbergen. Het kwartet speelde broeierige, snedige rockers, “Spinning the black hole” voorop. Goed bevonden, maar net onvoldoende om vast te houden …

Lady Linn & Her Magnificent Seven. De charismatische, talentrijke Lien De Greef herinnerde alvast haar optreden van vorig jaar nog op Leffingeleuren toen ze in de zaal één van de afsluitende acts was en een definitieve stap richting doorbraak zette! Sensueel, zwoele funky jazzysoulpop, waarbij ze met haar band graaft in het muzikaal archief van de ‘50’s jumpin’jive, ballroom jazz en bebop. Op een jaar tijd was ze overal te zien en met haar band houdt ze het op één woord ‘Enthousiasme’, met songs als “Harlem on parade”, “Here we go”, “Cool down” en “I don’t wanna dance”, die aardig uitgesponnen staartjes kregen. Tot buiten de tent wist Lady Linn de handjes op mekaar te krijgen. Een feestelijk set als perfecte afsluiter van een schitterende zomerdag.

Ons eigen Customs is verantwoordelijk voor aanstekelijke, herkenbare refreinen die naar de ‘80’s waverock teruggrijpen. Customs waren al ‘artist in residence’ in Leuven en scoren een aardige hit met “Rex”. Het gaat dus erg goed met dit beloftevolle bandje, dat op een volle zaal kon rekenen en die hun nakende debuut voorstelde. De groep laveert ergens tussen Interpol, White Lies en het godvergeten House Of Love; terecht maakten ze de link met het coveren van hun “Shine on”! Verder brachten deze waverockers “Ghosts” en “Justine”, die naast de single “Rex” voldoende hitpotentieel hebben.

Alela Diane daarentegen kon misschien beter ook in de zaal gestaan hebben, want heel wat volk had een rustpauze ingebouwd, maar niet om haar innemende, aanstekelijke indiefolk te horen. Kampvuurmuziek tussen droom en nostalgie en een ‘hey ho’ samenhorigheidsgevoel, gedragen door haar heldere, emotievolle stem. Elke keer dat we Alela Diane aan het werk zien, breidt ze haar groep uit: eerst trad ze solo op, dan als duo en sinds de aanvang van haar nieuwe clubtour (in het voorjaar) zijn ze met vijf. Ze werd sober en elegant begeleid door een heuse band (waaronder haar papa!) en een tweede vocaliste, Alina Hardin, die er ook al bij was in de 4AD bij de eerste tournee in België. Alina was ons toen opgevallen omdat ze super schuchter overkwam, maar het vele touren hadden het muurbloempje blijkbaar doen openbloeien. Sfeervolle folky popsongs hoorden we van haar twee platen ‘The pirate’s gospel’ en ‘To be still”, waaronder “The alder trees”, “Every path”, “My brambles” en “To be still”. Uiterst gecharmeerd waren we op het eind, met de intieme, ingetogen pracht van “The ocean” en het spooky“The rifle”. Ze bracht de matige opkomst nog dichter bij elkaar …Mooi toch?

J. Tillman is vooral gekend als de drummer van Fleet Foxes, maar deze timmerman brengt al sinds 2005 solo platen uit. 2009 is een heel productief jaar geweest voor Josh Tillman, naast het schitterende ‘Vacilando Territory blues’, bracht hij ook de ‘Isle Land EP’ en het nieuwe ‘A Year in the kingdom’. Net als de andere Fleet Foxes leden beschikt Josh over een stevige baard en een sterke stem. Hij had een heuse band mee en bracht een pak intense en sfeervolle folkamericana songs, waarbij de leden af en toe eens loos gingen op hun instrumenten, vooral op de gitaren en de steelpedal. Hoogtepunten in de set waren ‘Firstborn” –Fleet Foxes zonder de a capella-, “Barter blues”, een country nummer met veel galm en gevoel, zoals ook Jim James van My Morning Jacket het brengt, en het uptempo “ New Imperial Grand Blues”. Wat een  fijne ontdekking…

Heel veel leuks komt uit Mali met o.a. Ali Farke Touré, Toumani Diabaté en het zeskoppige gezelschap onder het blinde echtpaar Amadou & Mariam. Ze leverden meteen een hartverwarmende en swingende, dansbare set af door de opzwepende dubbele percussie, een fijn aanstekelijk en intrigerend gitaarspel (refererend aan de nomaden van Tinariwen) en de samenzang van het koppel. Ook de bevallige backing vocalistes/danseressen boden kleur en intensiteit.
Het kleurrijke gezelschap kreeg iedereen tot handclapping, heupwiegen en danspasjes maken. De songs kregen een soms forse, krachtige injectie en hadden een repetitieve opbouw om de trance te vergroten en in te werken op de dansspieren. Een schitterend slot speelden ze met “Dimanche à Bamako”, “La réalité” en “Sebeke”, die me onrechtstreeks deden terugdenken aan de sound van de eervolle Israëlische winnaar van het Eurovisiesongfestival in ’78 Izhar Cohen’s “A-ba-ni-bi”. Afroworld pop die de tent in Leffinge op z’n kop zette! Hou er maar eens hun twee laatste platen op na, ‘Dimanche à Bamako’ en ‘Welcome to Mali’.

Klonk The Bony King Of Nowhere in het voorjaar wat onzeker en onwennig om hun debuut voor te stellen, dan heeft de band, onder zanger/componist Bram Vanparys, aan standvastigheid, podiumervaring en intensiteit gewonnen. Ze wisten het publiek sterk te boeien met hun innemende en romantische pop. Daarvoor waren de sobere begeleiding en Vanparys dromerige, indringende en licht overwaaiende vocals verantwoordelijk. Het eerste deel van de set werd akoestisch ingezet, met songs als “The sunset”, “There I am” en “Alas my love”; in het tweede deel kwam de bredere instrumentatie van toetsen (soms refererend aan Radiohead’s klanktapijt), contrabas en percussie aan bod, “Taxidream”, “Losing gravity”, “Eleonaore” en “Vistor”. Een Bony ‘Prince’ of Nowhere die z’n naam waardig van ‘King’ mag dragen. Groeisongs van een groeiband …

Het was iets na negenen, en we zagen een muur van versterkers op het hoofdpodium, dit moest Dinosaur Jr. Zijn. De ‘grunge peetvaders’ , in de originele bezetting van Mascis, Barlow en Murph moesten eerst nog wat op dreef komen … een rommelige start in een donker sfeervol decor, het zoeken naar de juiste geluidsbalans en het afstemmen van Mascis’ vocals, waardoor de eerste songs “Thumb”, “In a jar” en “Imagination blind” wat in de mist gingen. Nu, op elk concert van Dinosaur Jr is het wat zoeken naar deze elementen, net zoals Mascis na elk nummer steeds z’n gitaar moet kunnen afstellen. Dat is net grunge …
Ze kwamen op kruissnelheid vanaf het vijfde nummer, het herkenbare “The wagon”, waardoor het uitermate genieten was van hun gevoelige grungerock/noise, “Plans”, “Feel the pain”, “Over it” en oudjes “Freak scene” en The Cure cover“Just like heaven”. Barlows onverstaanbare bindteksten namen we er maar al te graag bij in deze begeesterende, rauwe, maar melodieuze set. Toch was niet iedereen te vinden voor de formule van deze veteranen …

Anders was het bij Daan, die de concerttent deed vollopen. Hij maakte er een ‘best of’ van, waarbij regelmatig een tipje van de recente vijde cd ‘Manhay’ werd opgelicht. De broeierige rock paste ideaal naast de gekende synth/electropop. Het mooi uitgedoste kwintet - met de bevallige Isolde Lasoen op drums en Daan himself (donkere bril en steevast een sigaret) -, speelde een intens bedreven setje door songs als “Exes”, “Addicted …”, “The player”, “Victory”, “Swedish designer drugs” en “Crawling from the wreck”. Op de koop toe eindigden ze met een uitermate krachtige en mooi uitgesponnen versie van GL Buffalo’s “Fuzzy” en de ‘instant’ klassieker “Housewife”.  Eerder deze zomer zagen we Daan op FeestinhetPark, met praktisch de zelfde set, maar toen ontgoochelde hij en hingen de nummers als los zand aan mekaar. Op Leffinge namen ze met verve revanche als waardige afsluiter van de tweede avond op het hoofdpodium.

Intussen viel er nog wat leuks te beleven met We rock like girls don’t in het Café van de Zwerver, twee dames die PJ Harvey, L7, The Kills en Blood Red Shoes samenbalden en de dance van The Glimmers vs Disko Drunkards in de zaal. Of je moest de electrobeats ondergaan van de DJ set van Riton…Voer voor elk wat wils dus!

Setlists
* Blood Red Shoes: It is happening again, Say something say anything, Count me out, You bring me down, Keeping it close, Its getting boring by the sea, Don’t ask, This is not for you, I wish i was someone better
* Alela Diane: Tired feet, Tatted Lace, Dry Grass and shadows, White as diamonds, The alder trees, To be still, Every path, My brambles, The ocean, The rifle, Bowling green
* Amadou & Mariam: Welcome to Mali, Magossa, Batoma, Masiteladi, Djama, Couloubaly, Djuru, Mon amour ma cherie, Dimanche a Bamako, Realite, Sebeke
* Dinosaur Jr.: Thumb, Little Fury things, In a jar, Imagination blind, Wagon, Get me, Pieces
Plans, Feel the pain, Over it, Back to your heart, I dont wanna go there, Freak scene, Just like heaven, Swan, Sludge
* Daan: Exces, Friendly fire, Radio silence, Addicted, The player, Icon, Woods, Brand new truth, Victory, Decisions, Swedish Designer drugs, Crawling from the wreck, Fuzzy, Housewife

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto’s

Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge

Leffingeleuren 2009: indrukken 18 september 2009

Geschreven door

De 33ste editie van Leffingeleuren ziet er erg goed uit Een gevarieerde affiche van smaakmakers van eigen bodem, ‘alternative’ internationale bands en enkele beloftevolle ontdekkingen. Leffingeleuren, in het pittoresque Leffinge, trekt een definitieve streep onder de festivalzomer.
De locatie nodigt uit om een kijkje te nemen. Het festival is letterlijk rond de kerktoren gelegen, met langs de ene kant Zaal De Zwerver, en langs de andere kant het festivalterrein, dat naast de concerttent, mooi was opgedeeld met drank- en eetstandjes. Op het marktplein kan je doorlopend projecties op groot scherm zien, de ‘1 Minute Film & Sound Awards’. En aan de kerk heb je tot slot de Berbertent … De organisatie nodigt je uit even een kijkje te gaan nemen …
De eerste twee avonden waren al uitverkocht, wat betekent dat er voor de eerste ruim 6000 bezoekers waren!

Traditiegetrouw op de eerste avond wordt het dansminnende publiek op z’n wenken bediend, want naast de naast de groovy Britse hippop van The Streets kon je terecht voor de sensuele synthpop van Fagget Fairys, een pompend, bruisende Goose DJ set en de rootsreggae van het Nederlandse Ziggi & The Renaissance Band.

Het wild rauw rockende duo The Black Box Revelation gaf de aftrap en meteen zorgden zij voor een klein uurtje stomende rock’n’roll. Status van het tweetal: een zanger in leren jekker en een ontketende Animal drummer! We kijken halsreikend uit naar de nieuwe cd die met de huidige single en enkele andere nieuwe broeierige rockers werden afgewisseld met “Gravity blues”, “Set your head on fire”, “I think I like you” en het slepende “Never alone/always together”. Ze beten sterk van zich af door hun boeiende soli …

William Elliott Whitmore kwam in het voorjaar in de picture als support van Alela Diane. Z’n akoestische Mississippi Delta bluesrock klonk doorleefd, snedig en intiem door z’n akoestische gitaargetokkel, de slides, mondharmonica en een bezwerend droge drums.
Hij wist de eerste rijen naar zich toe te trekken en kon rekenen op een sterke respons. ‘A good time feeling’ was z’n motto … we konden wegdromen en zelf de gitaar hanteren op z’n intrigerende rootsmusic.

Das Pop onderneemt een heuse clubtournee en stipten ook een paar festivals aan. De klemtoon kwam op het langverwachte nieuwe album. Het kwartet, onder de sympathieke Bent Van Looy, stond op 1 rij en had hun ‘Das Pop’ balloons mee; ze speelden een gretig gevarieerd setje, soms energiek en zeemzoeterig. Prettig in het gehoor liggend en opwindend klonken ze met songs als “Fool for love”, “You” en “Try again”, die ze afwisselden met de pittige nieuwe singles “Underground” en “Never get enough”.

Sunset Rubdown was één van de fijne ontdekkingen die de organisatie voor ons klaar had. Een zijstap van één van de frontmannen van Wolf Parade van broeierig intense indierock, een psychedelica ondertoontje en aparte, bezwerende vocals. Het kwintet onder Spencer Krug speelde een uiterst geconcentreerd setje.

Mike Skinner en de zijnen stonden deels samen geprogrammeerd met het beloftevolle Fagget Fairys, waardoor het een ‘fifty-fifty’ kiezen was … The Streets bouwden meteen een feestje met de classics “Let’s push the things forward” en “Fit but you know it”; een intense spanning van de synths, de neuzelende zegrap van Skinner en de soulfulle warme stem van de tweede vocalist. Na enkele sfeervolle stukken zorgden ze voor een aangenaam dansbaar vervolg; een overtuigend concert dus van deze Britse hippoppers …

Intussen konden we niet omheen het Scandinavische Fagget Fairys, één van de hipste vrouwelijke duo’s van het moment door de zomerhit “Feed the horse”. Ook zij kwamen om een feestje te bouwen in de Zwerver …een tippelende, hyperkinetische MC/zangeres (soms wel een ballerina) en een vrouwelijke DJ zorgden voor een zwoele, prikkelende groove van electro, pop, dubstep, drum’n’bass, kitsch en disco. We konden niet omheen hun hotte liefdesverklaringen en een tongkus op “Feed the horse”. Naast de aanstekelijke dance van “Roll the dice”, “Oçi” en “Mary Jane” hoorden we in het tweede deel uitstapjes richting Technotronic en Public Enemy en was er meer ruimte voor de elektronica en hiphoprhymes…Ze werden op handen gedragen en hun speelplezier zetten ze om in een stomend concertje.

Tot slot konden we terecht voor de DJ set van Goose. De leden brachten electropunkfunk bigbeats en koppelden enkele eigen nummers in het huidige dancelandschap.
Ook namen we nog een kijkje naar het Nederlandse Ziggi & The Renaissance Band die de zomerse herfstavond en verve besloten …

Uitgebreide reviews volgen …

Leffingeleuren 2009: vrijdag18 september 2009

Geschreven door

De 33ste editie van Leffingeleuren zag er erg goed uit Een gevarieerde affiche van smaakmakers van eigen bodem, ‘alternative’ internationale bands en enkele beloftevolle ontdekkingen. Leffingeleuren, in het pittoresque Leffinge, trok een definitieve streep onder de festivalzomer.
De locatie nodigt uit om een kijkje te nemen. Het festival is letterlijk rond de kerktoren gelegen, met langs de ene kant Zaal De Zwerver, en langs de andere kant het festivalterrein, dat naast de concerttent, mooi was opgedeeld met drank- en eetstandjes. Op het marktplein kon je doorlopend projecties op groot scherm zien, de ‘1 Minute Film & Sound Awards’. En aan de kerk had je tot slot de Berbertent.
De eerste twee avonden waren vooraf al uitverkocht, wat betekende dat er telkens ruim 6000 bezoekers waren! Op zondag kwamen 5000 muziekliefhebbers opdagen. Met 17000 man was het de succesvolste editie ooit! Eén annulatie: Joe Gideon & The Shark moest op het allerlaatste moment afzeggen. Voor de rest verliep alles héél vlot …

Een overzicht

dag 1: vrijdag 18 september 2009
Traditiegetrouw op de eerste avond wordt het dansminnende publiek op z’n wenken bediend, want naast de naast de groovy Britse hippop van The Streets kon je terecht voor de sensuele synthpop van Fagget Fairys, een pompend, bruisende Goose DJ set en de rootsreggae van het Nederlandse Ziggi & The Renaissance Band.

Het wild rauw rockende duo The Black Box Revelation (concerttent) gaf de aftrap en meteen zorgden zij voor een klein uurtje stomende rock’n’roll. Status van het tweetal: een zanger in leren jekker en een ontketende Animal drummer! We kijken halsreikend uit naar de nieuwe cd die met de huidige single “High on a wire”en enkele andere nieuwe broeierige rockers werden afgewisseld met “Gravity blues”, “Set your head on fire”, “I think I like you” en het slepende “Never alone/always together”. Ze beten sterk van zich af door hun boeiende soli …
Meteen kwamen de festivalgangers op temperatuur …

William Elliott Whitmore (de Zwerver) kwam in het voorjaar in de picture als support van Alela Diane. Z’n akoestische Mississippi Delta bluesrock klonk doorleefd, snedig en intiem door z’n akoestische gitaargetokkel, de slides, mondharmonica en een bezwerend droge drums.
Hij wist de eerste rijen naar zich toe te trekken en kon rekenen op een sterke respons. ‘A good time feeling’ was z’n motto … we konden wegdromen en zelf de gitaar hanteren op z’n intrigerende rootsmusic. “I hope I will see you soon” brabbelde hij nog op het eind… Z’n boodschap is genoteerd …

Das Pop (concerttent) onderneemt een heuse clubtournee en stipten ook een paar festivals aan. De klemtoon kwam op het langverwachte nieuwe album. Het kwartet, onder de sympathieke Bent Van Looy, stond op 1 rij en had hun ‘Das Pop’ balloons mee; ze speelden een gretig gevarieerd setje, energiek en zeemzoeterig. Prettig in het gehoor liggend en opwindend klonken ze met songs als “Fool for love”, “You” en “Try again”, die ze afwisselden met de pittige nieuwe singles “Underground” en “Never get enough”. We kijken er naar uit hoe deze sympathieke band het zal vanaf brengen in het clubcircuit. Het was alvast een blij terugzien, na al die jaren …

Sunset Rubdown (de Zwerver)was één van de fijne ontdekkingen die de organisatie voor ons klaar had. Een zijstap van één van de frontmannen van Wolf Parade van broeierig intense indierock, een psychedelica ondertoontje en aparte, bezwerende vocals. Het kwintet onder Spencer Krug speelde een uiterst geconcentreerd setje. Een ideale programmering in het zaaltje …

Mike Skinner en de zijnen stonden deels samen geprogrammeerd met het beloftevolle Fagget Fairys, waardoor het een ‘fifty-fifty’ kiezen was … The Streets (concerttent) bouwden meteen een feestje met de classics “Let’s push the things forward” en “Fit but you know it”; we hoorden een intense spanning van de synths, de neuzelende zegrap van Skinner en de soulfulle warme stem van de tweede vocalist. Na enkele sfeervolle stukken zorgden ze voor een aangenaam dansbaar vervolg; een overtuigend concert dus van deze Britse hippoppers …

Intussen konden we niet omheen het Scandinavische Fagget Fairys, één van de hipste vrouwelijke duo’s van het moment door de zomerhit “Feed the horse”. Ook zij kwamen om een feestje te bouwen in de Zwerver …een tippelende, hyperkinetische MC/zangeres (soms wel een ballerina) en een vrouwelijke DJ zorgden voor een zwoele, prikkelende groove van electro, pop, dubstep, drum’n’bass, kitsch en disco. Zonder schroom zagen we hun hotte liefdesverklaringen en een tongkus op “Feed the horse”. Naast de aanstekelijke dance van “Roll the dice”, “Oçi” en “Mary Jane” hoorden we in het tweede deel uitstapjes richting Technotronic en Public Enemy en was er meer ruimte voor de elektronica en hiphoprhymes…Ze werden op handen gedragen en hun speelplezier zetten ze om in een stomend concertje.

Tot slot konden we terecht voor de DJ set van Goose (concerttent). De leden brachten electropunkfunk bigbeats en koppelden enkele eigen nummers in het huidige dancelandschap.
Ook namen we nog een kijkje naar het Nederlandse Ziggi & The Renaissance Band die de zomerse herfstavond en verve besloten …

Neem gerist een kijkje naar de pics onder live foto’s

Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge

Pagina 97 van 111