logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Vive La Fête - ...
Manu Chao - Bau...
Festivalreviews

Pukkelpop 2009: vrijdag 21 augustus 2009

Ook op de tweede dag was de belangstelling groot om de Pukkelpopmarathon aan te gaan. Pukkelpop op recordkoers …want de organisatie noteerde 59000 bezoekers voor deze tweede dag.
Je kon er terecht voor beloftevolle bands als The Ting Tings, Glasvegas, The Airboirne Toxic Event, Buraka Som Sistema, Vampire Weekend, Fever Ray, Belgisch talent als The Hickey Underworld, Customs, Madensuyu, Drive Like Maria, Sukilove, Stijn, en tot slot de grotere namen met Snow Patrol, Placebo, dEUS en Kraftwerk.

Das Pop (Mainstage): blij terug van deze band te horen! Na een handvol optredens, waaronder Les Nuits Bota en Lokerse Feesten, zullen ze in het najaar een heuse clubtournee ondernemen om de nieuwe cd elan te geven. Pukkelpop werd niet vergeten. De band rond Bent Van Looy speelde een gretig gevarieerd setje, soms energiek soms zeemzoeterig met o.a. “Fool for love” (opende met klokkengeluid!), “You” en de nieuwe singles “Underground” en “Never get enough love “. Subtiele, prettig in het gehoor liggend pop met een ‘60’s Beatles inslag …en met de Frank Sinatra cover “It was a very good year” konden we het middaguur niet beter voorstellen…

Van het Canadese Metric (Mainstage) (ook al te zien op Les Nuits Bota btw!), hoorden we fris sprankelende poprock …een dynamische band en een diva spring-in-t-veld, Emily Haines. Ze hebben, naast de single “Help I’m alive” puike nummers klaar om een definitieve doorbraak te forceren. Meer en meer leken ze een betere, jongere versie van The Breeders en refereren ze aan Juliette & The Licks. Op het eind prikkelden ze de dansspieren met “Sick muse”, “Dead disco” en “Staduim glove”.

Ook de intens, slepende rootsrock van Alberta Cross (Marquee) viel in goede aarde. The Black Crowes en Neil Young’s Crazy Horse vormden de prototypes voor vele van deze bandjes in instrumentatie, songopbouw en attitude.

Het New Yorkse indierocktrio A Place To Bury Strangers zette een verdienstelijke set neer in The Shelter. Hun sound bevatte elementen van noiserock, shoegaze, post-punk, new wave en postrock en klonk als The Jesus and Mary Chain meets Joy Division meets My Bloody Valentine. Er werd enkele songs van hun titelloze sterke debuut gespeeld (“To fix the gash in your head”, “I know I'll see you” en “Missing you”). De geluidsbalans was nogal onevenwichtig en daardoor bleef de gehoopte impact wat uit. De nieuwe nummers “In your heart” en “Deadbeat” klonken al beter. Toch was dit geen memorabel concert, daardoor waren er te weinig echte songs en structuren te herkennen en kwamen de vocals van zanger/gitarist Oliver Ackerman zelden boven de lawine van fuzz en feedback uit. We verlieten de tent met gemengde gevoelens! Een lichte teleurstelling!

De Berlijnse DJ en producer Paul Kalkbrenner mocht voor aanvang van zijn set een gouden plaat in ontvangst nemen voor de hymne en wereldhit “Sky and sand” die gebruikt werd als lijflied voor de Studio Brussel-actie ‘Music for Life’. Een mens zou voor minder gelukkig worden en zin hebben om een feestje te bouwen. Dat deed hij dan ook moeiteloos met toegankelijke en melodieuze minimal en techno. De mix was meeslepend en smaakvol opgebouwd. Al vroeg in de set kwam “Sky and sand” voorbij. Wat blijft dit toch een wereldnummer. Andere pareltjes waren het fraaie “Mad world” (Tears For Fears-cover), de dancefloorfiller “Square one”, het betoverende “Azure” en de het trancy “Gebrün gebrün”.
Eén conclusie: deze man is meer dan een one-hit wonder! De danslustigen werden hier op hun wenken bediend!

Leuk was alvast het entertainment van de Duitse Puppetmastaz (Marquee). Poppenkast en hiphop rhymes …Een verkleedpartij van poppen … Hiphop Muppets … je kunt het soms niet gekker bedenken. Origineel, gevat en dansbaar. Een salvo aan raps en groovy beats, ergens tussen Beastie Boys, Kris Kross en Dizzee Rascal. En middenin de set toonden ze hun ware gelaat …

Ebony bones verraste in de Club. Snedige, opzwepende, frisse rock met een (electro) beatje van een vijftal springende verklede dames (aangevuld met twee heren), die hun duivels ontbonden op het podium, waaronder een ‘Walk like an egyptian’ danspasje. Een sound verwant aan Gossip en Santigold …

Pure rock 'n roll met een vuil kantje, dat zijn de Eagles Of Death Metal, gestart als een zijproject van Josh Homme. Het is alweer hun derde passage op Pukkelpop (telkens op de Mainstage) en élke keer hoorden we wel hoe zeer Jesse 'The Devil' Hughes (met een jaren '70’s-look dankzij zijn rode aviatorsbril en snor) ervan houdt naar Kiewit te komen. Ook boft hij enorm op het vrouwelijk schoon dat backstage de groep ontving, en natuurlijk 'all the beautiful girls out here'. Hughes is zowat het grootste podiumbeest en leeft voor de show. De rauwe gitaren brulden de wei bijeen. Wij vonden de derde plaat van de band, 'Heart On', nogal te gepolijst klinken, maar live was hier helemaal niets van te merken. “Wannabe In L.A” en “Anything 'cept The Truth” waren bijna onherkenbaar. Wel grepen ze het meest van al nog terug naar de vorige twee platen. De band had weinig moeite nodig om het publiek mee te krijgen. Dit is een echt liveband naar ons hart. Yes, we dig it!

Future of the left (Shelter) klonk strak, fel, gedreven, rauw en noisy … Krachtig voer en tegen elkaar op schreeuwende vocals. De groep stelde het nieuwe werk voorop … Met een knipoog naar Steve Albini’s Shellac en het opborgen Mc Lusky.

Buraka Som Sistema deed de Dancehall ontploffen. Ze emigreerden van Angola naar Lissabon en bieden een verfrissende wind binnen het danslandschap. Hun losgeslagen mix van reggae, dancehall, ragga, electro, drum’n’ bass, house, trance, Brasil en Cariben, ‘kuduro’ genaamd, maakten ze live toegankelijker, wat ferm gesmaakt werd. Energieke, pompende aanstekelijke en opzwepende, ophitsende ritmes die je tot bewegen verplichtte, geïnjecteerd door de mannelijke MC’s Carvalho/Angelo en de vrouwelijke Pongo Love o.a. met “Luanda –Lisboa” en “Kalemba”). Op het eind nodigden ze 50 meisjes uit om samen met hen hun “Sound of kuduro” te dansen . Buraka palmde de Dancehall moeiteloos in …

Ondertussen was het jonge volkje gewonnen voor de emotievolle pop van het Britse Air Traffic (Mainstage), die vorig jaar al opmerkelijke sets speelde in de AB en op Rock Werchter. Chris Wall deed de meisjesharten sneller slaan: De overtuigende songs “Time goes by”, “Charlotte” en “Fractured Life” zaten mooi verdeeld binnen hun te korte set van 45 minuten. Op het eind zorgden “Shooting stars” en vooral “No more running away” voor gillende keelgaten en meezingrefreinen …Air Traffic blijven toffe, jonge gasten! Ons jeugdsentiment kwam even terug naar boven …

Het Schotse Glasvegas (Marquee) zweren samen met White Lies aan het geluid van de jaren ‘80 in de voetsporen van o.a. Editors en Interpol. In de songopbouw neigen ze zelfs naar het onvolprezen Sheila Divine. De in het zwart uitgedoste kwartet, onder de charismatische zanger James Allan (een beetje Joe Strummer lookalike), hadden heel wat in hun mars met “Flowers”, “Lonesome swan”, “Cheating heart”, “Everybody’s got to learn” en “Sad light”. Hun episch grootse sound, de sterke melodie en de heldere zang brachten op het eind de prachtsongs “Geraldine” en “Daddy’s gone”. In de UK zijn ze hot, hier liep men nog niet zo hard van stapel; hun eerste Belgische concert klonk best aardig met die afgelijnde aanpak en ze deden er alles aan om het publiek te winnen!

Tussen al het geweld dat we al gezien hebben op de podia stond ook een frisser The Ting Tings die een rustiger moment betekenden op het terrein. Het duo Jules de Martino en Katie White speelden niet allemaal live hun popliedjes (want dat zou zowat onmogelijk zijn), maar dat kon de pret niet bederven. Het publiek was er weg van, van opener “Great DJ” tot afsluiter “That's Not My Name”. Ons kon het niet echt boeien en we zouden ze eerder in de Marquee-tent geprogrammeerd hebben. Maar ach, als de hele wei luidkeels staat mee te zingen op bovengenoemde afsluiter, wie zijn wij dan om dat tegen te spreken. Het solo-stukje van Jules de Martino op de drumcomputer was een vernoemingwaardig moment. Met enkele toetsen mixte hij bekende samples van Run DMC's “Walk This Way”, Queen's “Another One Bites The Dust” en Ray Parker Jr’s “Ghostbusters Theme”.

Het beruchte en legendarische Amerikaanse noisegezelschap The Jesus Lizard (The Shelter) bewees dat het nog maar weinig van zijn gekheid (of genialiteit) verloren had met een imponerende en confronterende performance. De kleurrijke zanger/brulboei David Yow dook al tijdens het tweede nummer het publiek in en schreeuwde zijn demonen al crowdsurfend verder. Dit herhaalde hij enkele malen tijdens het concert. Zeer entertainend allemaal en net zoals hij dit 15 jaar geleden ook deed. De geluiden die de originele leden Duane Denison (gitaar), David William Sims (bas) en Mac McNeilly (drums) produceerden waren de ideale ingrediënten om de opgefokte, hoekige en razende songs kleur te geven. Bepalend voor deze Lizards waren Big Black. No Means No, Slint en Barkmarket waren geestesgenoten …Deze oude helden zijn nog niet afgeschreven!

Het NY-se Vampire Weekend (Marquee) staat garant voor aanstekelijke gitaarpop met swingende, exotische ritmes, Afrikaanse deuntjes en flamenco, wat hen richting Talking Heads en Paul Simon’s ‘Graceland’ brengt. Ze brachten een mooie afwisseling van hun debuut en de te verschijnen nieuwe cd. Hun ‘positive’ zomerse vibe en frisse aanpak hoorden we in “Mansard roof”, “I stand corrected”, “Cape cod …”, “M79”, “Oxford Comma”, “Walcott” en in nieuwkomers “Boston” en “White sky”.

Waar is de tijd dat Snow Patrol nog een bescheiden indiepopgroepje was? Toen al merkte de grote Bono ze op en kregen ze het vaste voorprogramma in de stadia die U2 aandeed met hun ‘Vertigo Tour’. Nu zijn ze nog steeds het vaste voorprogramma van Bono en co. in hun ‘360 Tour’, maar Snow Patrol alleen zou ook wel enkele stadia kunnen vullen. De set kwam nogal traag op gang. De videowalls werden voorzien met leuke effecten en videoclips, maar voor Snow Patrol moet dat zowat dagelijkse kost geworden zijn nu ze met U2 rondreizen. Die hebben 90 vrachtwagens materiaal mee voor één concert. De opbouw duurt zo lang dat ze zo'n drietal podia gebouwd hebben. Een niet onaardig bedrag van circa 270 vrachtwagens. Maar we wijken af …
Absoluut hoogtepunt was “Shut Your Eyes”, waarbij iedereen van voor naar achter en van links naar rechts de woorden meezong. Gary Lightbody deed zijn uiterste best om het publiek mee te krijgen. Dat lukte wel, maar zelfs nadat het nummer gedaan was, blééf iedereen zingen. Zelfs na het concert scandeerden ze het nog eens. De stemmen waren helemaal schor toen “Chasing Cars” volgde. “Crack The Shutters”, “Take Back The City” en “You're All That I Have” waren ook zeker de moeite. Lightbody had zich misrekend in de te spelen tijd en kreeg onverwachts een kwartier extra die hij moeiteloos opvulde. Georkestreerd of niet, geen flauw idee. Verder complimenteerde de band het festival met zijn sterke affiche en sprak hij lof over dEUS. Ook waren ze niet vergeten dat ze in 2006 (daar is die tijd dus) een akoestische set speelden op Pukkelpop omdat de helft van de instrumenten door problemen op Heathrow (een bomalarm of een staking, we weten het niet meer) met vertraging in Kiewit kwamen.

Net zoals vier maand geleden in de Brusselse AB stond tijdens het concert van Squarepusher (Dancehall), zijn fenomenale basvirtuositeit centraal. Bovendien werd hij voor een groot deel van de show bijgestaan door drummer Alex Thomas die de complexe ritmes en structuren naar een hoger niveau tilde. Ze zorgden ervoor dat het livegebeuren veel weg had van een heus rockoptreden en geen kunstmatige en zielloze aangelegenheid was. Deze benadering werd duidelijk gewaardeerd door het uitzinnige publiek. Toch was het vooral de verdienste van Tom Jenkinson zelf die zijn fantastische basspel feilloos mengde met acid, drum 'n' bass, jazz, fusion en ambient. Er kwam veel materiaal voorbij van zijn laatste langspelers ‘Just a souvenir’ (“Planet gear”, “A real woman”, “Delta-V”, “The glass road”) en ‘Hello everything’ (“Welcome to Europe”, “The modern bass guitar”, “Hello meow”). De oudjes “Come on my selector” en “Welcome to Reedham” waren de afsluiters van dit fijne en muzikaal hoogstaand optreden.

De Wablief-tent was afgeladen vol voor de Nederlands/Belgische rocksensatie Drive Like Maria. Het trio heeft met eersteling 'Elmwood' een fantastisch visitekaartje afgeleverd voor de liefhebbers van stoere en compromisloze (hard)rock, stoner en rock 'n' roll. Wie houdt van o.a. The Datsuns, Queens of The Stone Age, The Hellacopters en Led Zeppelin was hier aan het juiste adres. Live waren ze niet minder dan fenomenaal, vooral gitariste Nitzan Hoffmann en drummer/zanger Björn Awouters stalen de show met muzikaal vakmanschap waar de vonken van af vlogen.
Van deze rockers in hart en nieren gaan we nog horen! Dit was puur genieten!

The Black Box Revelation (Club)had beter in de Marquee of op het hoofdpodium gestaan. Hun stomende rauwe rock’n’roll ging erin als zoetenkoek. Ook lichtten ze al een tipje van het nieuwe werk. Dit was rock’n’roll pur sang van een wild enthousiast energiek duo! Meer moet dat soms niet zijn. Black Box Revelation heeft sterke troeven in handen …

Ook Placebo (Mainstage) beleeft hoogdagen. Na een try out, hun optreden in Werchter en het in geen in mum van tijd uitverkochte concert in december, speelden ze een gedreven set op Pukkelpop. Ze zijn intussen een uitgebreid collectief, aangevuld met gitaristen, een violiste en keys. De gewijzigde groepsbezetting (o.a. met drummer Steve Forrest!) en de nieuwe cd gaf Brian Molko en de Placebo sound nieuwe impulsen. Een strakke, stevige set, soms messcherp, met een afwisseling van oud en nieuw en een Molko ‘alive & kicking’ na z’n oververmoeidheid op het Japanse Summer Sonic Festival: “Kitty Litter”, “Ashtray heart”, “For what’s it’s worth” en de titelsong stonden moeiteloos naast hun krakers “Every you & every me”, “Meds”, “Special K”, “Song to say goodbye” en “The bitter end”. Placebo is uitgegroeid tot een topband en dit onderstreepten ze op Pukkelpop!

Hank Williams III (The Shelter), kleinzoon van countrylegende Hank Williams, bracht samen met begeleidingsband Assjack een razende en intense set die weinig of niets van doen had met de traditionele country van de grootmeester. De outlaw werd bijgestaan door een violist, cellist, slidegitarist, bassist en een drummer die de songs een heftig en agressief punk en (death) metal randje gaven. Brulboei Gary Lindsey spuwde en schreeuwde de ziel uit zijn lijf en ging tekeer als een wildeman. De nummers handelden over alcoholisme, cannabis, depressies, hartzeer en ander fraais. Dit was psychobilly from hell! Niet voor gevoelige zieltjes!

dEUS concerteerde voor twee gigs in de Marquee. Ze zijn headliner met twee compleet verschillende sets. Naast het recente materiaal als “Favorite game”, Slow” en “Pocket Revolution”, maakte Barman en de zijnen er een ‘best of’ van met enkele gastvocalisten (waaronder Fever Ray (Karin Dreijer Andersson), Snow Patrol (Gary Lightbody), Younes Faltakh van The Hickey Underworld en De Jeugd van Tegenwoordig). Zo hoorden we het intieme en breekbare “Serpentine”, het heftige en mooi opgebouwde “Theme from Turnpike”, de publieksfavoriet “Instant street”, het funky en dansbare “Fell off the floor men”, “Mortichair” met Mauro Pawlowski in een hoofdrol, “Hotellounge” en vaste afsluiter “Suds & Soda”, voorzien van een stukje “Hollereer”. Extra gitarist en multi-instumentalist Tijs Delbeke gaf de oude songs een frisse en kleurrijke touch.
Ook was er ruimte voor twee onuitgegeven nummers (nieuwkomers?): “Dark gets in” en ”Paper bones”. dEUS speelde een goede, pittige, sierlijke set, maar niet overdonderend. …Tomorrow different day, different show …

Tot slot Kraftwerk Mainstage: Het kon niet uitblijven, na hun gig op Rock Werchter, een paar jaar terug, dat deze elektronicapioniers op Pukkelpop een terechte headliner konden zijn. Kraftwerk heeft nog 1 oorspronkelijk lid in de gelederen, Ralf Hütter. Schitterende visuals pasten in hun koele elektronica van keys en laptop. Voor wie de dubbel CD ‘Minimum – Maximum’ aanschafte (‘05), kreeg live hetzelfde aanbod van deze vier stilzwijgende heren. “Man machine”, “Tour de France”, “Autobahn”, “Vitamin”, “The model”, “Computerworld”, “Radio activity”, “Aerodynamic” en “Music non stop”, om maar een paar te noemen. “We Are The Robots'” klinkt na 20 tot 30 jaar nog steeds vooruitstrevend. Tijdens de show ging het doek even dicht en wanneer het weer open ging, stonden er geen bandleden maar robots op het podium. Ze bewogen nog ook! Daarna ging het doek weer dicht, en toen het weer open ging stonden de vier Duitsers in een ander futuristisch kostuum (zwart met groene lijnen in vierkantenpatroon). Wie de film 'Tron' ooit zag, heeft ongeveer een idee van hoe ze er uitzagen. Een meesterlijk staaltje …
Na het laatste nummer gingen ze elk één voor één het podium af met een bescheiden zwaai en een buiging. “Goedenavond, good night, auf Wiedersehen” sprak Ralf Hütter nog.
… De jongeren weten nu duidelijk waar de huidige rits electrofreaks de mosterd vandaan haalden … en wie verantwoordelijk was dat er op het Pukkelpopterrein een Boiler Room en een Dance Hall aanwezig is, dat er zoiets bestaat als I Love Techno, 10 Days Off en volledige muziekgenres als techno, trance, elektro, drum 'n bass en nog meer van dat … Dit was puike minimale techno ….

Organisatie: Pukkelpop, Hasselt-Kiewit

Pukkelpop 2009: donderdag 20 augustus 2009

Pukkelpop 2009 … de cijfers spraken voor zich: niet alleen de temperatuur, maar ook het bezoekersaantal ging tijdens de driedaagse marathon fors de hoogte in. Zo waren er op donderdag 60000, op vrijdag 59000 en op zaterdag zelfs 61000 bezoekers. Een historische opkomst van 180000 festivalgangers.
Daar zat de ijzersterke affiche van ‘voor elk wat wils’ en ‘voor alle leeftijden’ iets tussen … de brede waaier van 8 verschillende podia en ruim 200 verschillende artiesten, dj’s en comedy, verspreid over de 3 dagen, om je ‘alternatieve’ ei kwijt te kunnen, was een sterk geslaagde formule … de jonge freaks en de doorwinterde liefhebber konden hun muzikaal hartje ophalen en hielden ervan bands te ontdekken en eens te proeven van de comedy. Het moeten dus niet altijd grootse namen zijn om een goed festival te hebben. De groepen leverden puike prestaties af. En nooit eerder telde Pukkelpop zo weinig annulaties van artiesten. Het toonde aan dat groepen meer dan ooit hun best doen om live te spelen.
Pukkelpop maakte z’n naam van driedaagse airshow meer dan waar: eigentijdse, opmerkelijke en progressieve muziek op die unieke locatie te Hasselt-Kiewit, het unieke paradijs voor muziekliefhebbers om het eerst de groepen van morgen te kunnen zien …
En Pukkelpop telde zelfs meer dan 60 verschillende nationaliteiten. Naast de trouwe bezoekers uit de Benelux, Frankrijk en Duitsland, waren ook UK, Spanje, Ierland en Italië sterk vertegenwoordigd. En opvallend dit jaar het grote aantal bezoekers uit Australië …
Wat een warm Pukkelpop …

Alvast tot volgend jaar op de volgende ontdekkingstocht van Pukkelpop

Een overzicht van het parcours van de redactie

dag 1: donderdag 20 augustus 2009

Er viel veel te ontdekken op deze eerste dag: met Deftones, The Offspring en Faith No More op het hoofdpodium, en dan waren er nog Bon Iver, Dizzee Rascal, Beirut, Wilco, ‘de surprise act’ Them Crooked Vultures en My Bloody Valentine …

The Maccabees was de allereerste groep op de Mainstage die het muziekwalhalla, de traditionele en onofficiële afsluiter van de festivalzomer, mocht openen. De mannen uit Brighton waren daar zelf heel blij om. Ze brachten snedige, gezellige indiepop met wat wave/postpunk à la Editors. De gitaarafstemming zou zeker niet misstaan op een plaat van hen. Vocale begeleiding gebeurde door Orlando Weeks, die heel wat aan kan met zijn stem. Op het einde van het concert klonk de zanger bezorgd. Het was toen al warm, en het zou er niet op verbeteren.
“Wear sunscreen, because I would be terrified. Enjoy your festival!”, twee adviezen die we opgevolgd hebben.

Het Britse Baddies (Club) gaf de toon van strakke, opwindende rechttoe-rechtaan postpunk aan . We hoorden invloeden van de Hives, het oude Franz Ferdinand, Maximo Park en de twinkelende gitaarloops van A Certain Ratio en Gang Of Four. In september verschijnt hun debuut. Alsof het nog niet warm genoeg was, verbroederde de zanger op het eind met de eerste rijen!

Het Amerikaanse Vetiver (Chateau) past mooi binnen het plaatje van de free(freak)folk, maar geven hun sfeervol, dromerig en zeemzoeterig materiaal een aardige americana draai door steelpedal en slides, waardoor de Devandra Banhart (dito Joanna Newson) stijl mag gelinkt worden aan South San Gabriel van Will Johnson. De Dylanesque aanpak van het duo Andy Cabic/Sanders Trippe bood warme (letterlijk) ‘americana on the road’, die af en toe wat meer vaart had en krachtiger klonk. Het tweede deel van hun set nam de bocht naar pure ‘60’s rock’n’roll. Schuilde Absynthe Minded hier niet om de hoek …

Selah Sue (Club): De knappe Sanne Putseys stond er alleen op het podium, gewapend met een akoestische gitaar en één van de strafste stemmen (en dat op haar 20ste, chapeau!). Bij het betreden van het podium keek ze vol ongeloof naar de volgelopen tent en was zichtbaar verrast. Ze speelde beklijvende songs. Het was machtig goed, in alle eenvoud. Ook vroeg Selah Sue ons tijdens het concert allemaal te gaan zitten (“Dat werkte op Dour ook”), wat iedereen natuurlijk deed. Jammer dat de stomende set voor nog meer oververhitting zorgde…

The Juan Maclean speelde op de middag een straffe set in de Dancehall. Aanstekelijke, prikkelende dance onder een bezwerende man – vrouw zang  (Nancy Whang van LCD Soundsystem btw). Een schitterende finale hoorden we door de uitgesponnen single “Happy house”, met invloeden van de ‘80’s electro en punkfunk.

James Yuill (Chateau) was de pechvogel van de dag. Z’n technologische snufjes lieten het afweten , wat z’n folktronica herleidde tot z’n akoestische gitaar, met songs als “You always do” en “How could I love”. Hij voelde zich erg onwennig en excuseerde zich na bijna elk nummer. Hij kreeg begrip en een schouderklopje; het publiek verzoende zich zonder problemen met de ontwapende set van deze singer/songwriter. Hij speelde z’n single “This sweet love” zelfs twee keer.

Toman (Wablief) heeft een muzikale gedaantewisseling ondergaan. Live klonk het kwintet uiterst origineel en gewaagd. Postrock, avantgarde, psychedelica en sfeervolle toetsen, die neigden naar de huidige 65daysofstatic. Ook de zang neemt een meer prominente rol in en kon hevig en schreeuwend zijn. Puik werk, mannen!

Shantel  & The Bucovina Club Orkestar (Marquee) leverde een spetterend feestje af met hun ‘Disko Partizani’, een zigeuner/ Balkan/fanfare/polka pop sound: blazers, violen, accordeon, drums, veel beats en de sensuele danspassen van de twee vrouwen van het leuke gezelschap. Opzwepend en dansbaar klonk het allemaal, zonder de traditionele Oost-Europese authenticiteit te verliezen. Balkan Beat Box, Gogol Bordello en Think of One hebben er een concurrerend bandje bij …

De Brit Jon Hopkins zorgde voor het eerste bescheiden hoogtepunt in de gezellige Chateau-tent met zijn sfeervolle mix van ambient, IDM, techno en klassieke muziek. Hij serveerde vooral materiaal uit zijn derde en beste langspeler 'Insides'. We hoorden o.a. ”Vessel”, “Wire”, “A drifting up”, “The low places” en “Colour eye”. Het klonk zowel dromerig en bevreemdend als grillig en prikkelend. Een fraai staaltje vakmanschap van deze electronica-meester!

The Galacticos waren één van de eerste bands in de Wablief tent die het bordje volzet lieten plaatsen. Hun onschuldige, fris sprankelende ‘skool’rock van een Weezer/Rentals/Pavement gehalte ging erin als zoetenkoek. Charmant bruisende pop, met “Humble crumble” als hoogtepunt!

Een afgeladen volle Marquee kon de beloftevolle songwriterpop van Justin Vernon’s Bon Iver aan het werk zien. Hij zorgde met z’n strak spelende band voor kippenvel; een intens bezielde set door klassesongs als “For Emma, forever ago”, “Skinny love”, “Lump sun” en “The wolves (act I & II)” (wat een mooie samenzang!): een broeierige songopbouw, de instrumentatie van gitaren, dubbele percussie (soms nog aangevuld met trom!) en de zweverige, timide falsetto van Vernon gaven een meerwaarde aan het americana geluid. Het publiek droeg de band op handen. … en hoe Vernon de set kon variëren … de opener “Creatrure fear” eindigde in een fuzz moeras en afsluiter “For Emma” bezorgde ons de krop in de keel …

Rival Schools (The Shelter) bracht een matige en tamme performance. De band rond Walter Schreifels (ex-Quicksand) toonde weinig bezieling en speelvreugde in songs als “The switch”, “Good things”, “World invitational” en “Holding sand”. Ook de twee nieuwe tracks waren niet bijzonder. De nummers werden op automatische piloot afgehaspeld en klonken kleurloos. De mengeling van post-hardcore, punk, emo en indierock kon weinigen bekoren, enkel bij hun bekendste nummer “Used for glue” was er sprake van enige opflakkering. Een gemiste kans spijtig, hier hadden we meer van verwacht!

Port O’Brien op z’n beurt zorgde voor extatische momenten in de Chateau. Achter deze uit Bay Area, Californië afkomstige band, schuilt het folkduo Van Pierszalowski en Cambria Goodwin. Puike indie/folkpop hoorden we met een vrolijke ondertoon. De volle instrumentatie en de meerstemmige zang boden een zwierig geheel. Ze waren ergens te situeren tussen de sfeervolle groove van Arcade Fire en Shearwater, de intimiteit van Bonnie ‘Prince’ Billy en Bon Iver en de rock tune van Pavement. Ze slaagden in hun muzikale opzet van uitbundige refreinen, meegezongen stemmenpracht en meestampers. Binnenkort zal er nieuw werk verschijnen …

De Main Stage verwelkomde Maxïmo Park, met z'n donkere teksten, en hun opzwepende, catchy muziek. We zagen, ondanks de hitte een heel fanatieke zanger. In de bindteksten liet hij blijken over een aardig mondje Frans. Misschien vergat iemand hem te vertellen dat de groep in Vlaanderen aan het spelen was? Hoogtepunt van het concert was “Apply Some Pressure”. Er waren zelfs moshpits te zien! De eerste helft van het concert was deftig, maar naar het einde toe verloren ze de greep op de aandacht.

Yuksek (Dancehall) liet op zich wachten … hij was ergens verloren gereden, zo luidde het en wie wachtte was eraan voor de moeite. Bekertjes vlogen in het rond als frustratie …

Dizzee Rascal (Dylan Mills) was één van de grootste publiekstrekkers op de eerste festivaldag, wat vooral te danken was aan de enorme hits “Bonkers” en “Dance wiv me”. De Marquee was veel te klein voor het Engelse hip-hop/grime-fenomeen. De felgebekte rapper werd live bijgestaan door een extra MC die het uitzinnige jonge publiek nog wat ophitste (voor zover dat nog nodig was) en een DJ die snoeiharde beats afvuurde. Toch was Dizzee zelf de ster van de show met zijn furieuze, agressieve rhymes en zijn ongenaakbare en feilloze flow. We hoorden knallers als “I luv U”, “Fix up, look sharp”, “Just a rascal”, “Stand up tall” en zijn nieuwe single “Holiday”. Bij “Bonkers” ging het dak van de tent er bijna af. Wat een feest! Volgend jaar op de Main Stage please!

Razorlight (Mainstage): Ze scoren momenteel niet zo geweldig met het nieuwe werk, en dat merkten we ook aan het publiek. De reacties op “Wire to Wire” verbleekten naast meezingers “America” en doorbraaksingle “In The Morning”. Muzikaal gezien is de band zeer goed. Ze spelen de songs heel strak. Maar het was allemaal wat langdradig bij momenten. Velen wisten niet wanneer een liedje eindigde of er een nieuw begon. Johnny Borrell (zanger) zag er ook uit alsof hij een borrel te veel had gedronken. Wallen om u tegen te zeggen.

De Oostenrijkse Soap & Skin (Anja Plasch) (Chateau) ontroerde… een intimistische set bepaald door haar intense pianospel en haar indringende, hemelse, soms hoog uithalende stem. Ze refereerde nauw aan Alison Shaw van The Cranes en Hope Sandoval (ex Mazzy Star). En dan kon het plots omslaan richting Bat For Lashes door de donker dreigende beats. Een aandachtig publiek droeg het bleke talent op handen. Wat een intensiteit van een uiterst sfeervol, haast spookachtig concert. Puik werk van deze nog maar negentien jarige jonge dame.

Wilco (Marquee) bood anderhalf uur aangenaam luisterplezier van doorleefde (alt) americana rootsrock. Het draaide ‘em rond sfeerschepping van deze goed op elkaar ingespeelde, talentrijke band van Jeff Tweedy. Op boeiende wijze leverden ze enkele magistrale songs af als “I’m trying to break your heart” (met een noise injectie), “Impossible Germany…”, “Sonny feeling”, “Jesus etc” en “I’m the man”. Ingrediënten: dromerig, broeierig, sfeervol materiaal, soli van een Crazy Horse gehalte en Tweedy’s zalvende emotievolle stem. Een krachtige “I’m a wheel” besloot overtuigend de set. We kijken uit naar hun concert in november, waarbij het recente ‘Wilco the album’ nog meer in de spotlights kan staan …

De Californische alternative metalband Deftones (Mainstage) heeft een zware periode achter de rug door het auto-ongeval waarin bassist Chi Cheng betrokken was en daardoor in coma belandde. Het nieuwe album 'Eros' is hierdoor voorlopig op de lange baan geschoven, wat vele fans betreuren. ‘Nieuwe’ bassist Sergio Vega (ex-Quicksand) zette een degelijke prestatie neer, net als zijn collega's. Vooral zanger Chino Moreno was in goede doen, zijn schreeuwende, kreunende en slepende vocalen kwamen goed uit de verf, wat vroeger nogal eens anders was. Het zwaartepunt van het optreden lag duidelijk op hun briljante meesterwerk 'White pony': we herkenden hieruit “Feiticeira”, “Elite”, “Korea”, “RX queen” en de hits en tevens afsluiters “Change (in the house of flies)” en “Back to school”. Verder passeerden de oudjes “My own summer” en “Nosebleed” de revue en de recentere songs “Hole in the earth” en “Beware the water” (allebei van 'Saturday night wrist'). Puike en intense show!

Het fel bejubelde Grizzly Bear (Club) kon live aan de verwachtingen beantwoorden. De dromerige, meerstemmige zang en songopbouw refereert aan Fleet Foxes, Animal Collective en Beach Boys. Grizzly Bear straalde magie uit door hun sfeervolle opbouwende -folky/americana/psychedelica/jazzy popsongs, met fijne gitaarakkoorden, willekeur aandoende gitaaraanslagen en intrigerende zalvende drums. Af en toe klonk hun zweverige rock krachtiger en haalden ze enkele experimentjes aan door harp en flute. Betoverend en ontroerend. De sterke single “Two weeks” zat middenin de set …. We zijn voorbereid op hun clubconcert in november!

Op de paar festivals die ze spelen, kondigen ze zich aan als ‘Surprise Act’: Them Crooked Vultures rond Josh Homme, Dave Grohl, John Paul Jones en Alain Johannes (een jonge Chriss Goss lookalike) (Marquee). Na de pletwals van Deftones en droompop van Grizzly Bear stipten we dit kwartet aan, die regelrecht tuimelden in de ‘70’s retrorock. Een terechte verwijzing naar Cream en
een potpourri van The Queens of The Stone Age, Masters of Reality, Kyuss en Led Zeppelin. Ze vuurden de ene na de andere snedige doorleefde rocker op ons af. Er werden enkele songtitels prijs gegeven: “Gunman”, “Nobody loves me”, “Warsaw”, “Scumbag blues” en “Daffodils”. Puur vakmanschap van deze veteranen. We kijken nu al reikhalzend uit naar hun debuutplaat 'Never deserved the future' die uitkomt in oktober! Misschien is hun opstart zoals enkele jaren terug van Eagles of death metal en wordt dit meer dan een uit de hand gelopen hobbyproject …

De Zweedse progmetalgoden van Opeth mochten The Shelter afsluiten op de eerste festivaldag en deden dat met virtuoze en complexe metal van de hoogste kwaliteit. Hun mengeling van progressieve rock, death metal, jazz, blues en folk werd hartelijk ontvangen. Er werd afgetrapt met het magistrale en recente “Heir apparent” en de publiekslieveling “Ghost of perdition”. Het werd meteen duidelijk dat dit een fantastisch concert ging worden, vooral zanger/gitarist Mikael Akerfeldt stal de show met zijn sublieme heldere vocalen in combinatie met death grunts en fantastisch gitaarwerk. Daarna werd het stuwende “The lotus eaters” en dynamische “Closure” gespeeld. Het perfect opgebouwde “Deliverance” passeerde ook de revue middels een geweldige versie. Jammer genoeg was het dan al tijd voor de afsluiter “Demon of the fall” waar alles uit de kast werd getrokken. Dit had zeker nog wat langer mogen duren! Dit was genieten van begin tot einde! Een bruisend en felgesmaakt optreden!

Zach Condon en de zijnen, die spelen in een band genaamd Beirut (Marquee). Ze begonnen een kwartiertje later te spelen, maar maakten dat goed door een kwartier langer te spelen dan de voorziene tijdstip. Voor wie ze niet kent: zigeunermuziek van het hoogste niveau. We beseffen wel dat dit geen spek is voor ieders bek, maar Beirut was fantastisch. Prachtig trompettengeschal (die meer domineren live dan op plaat), melodieuze percussie en een accordeon (helaas ietsje te stil afgesteld). “Postcard From Italy”, “The Shrew”, “Cherbourg”, “Scenic World”, “Mount Wroclai” en natuurlijk hitsingles “Nantes” en “A Sunday Smile” werden stuk voor stuk magnifiek gebracht. Ook hoorden we een onbekend nummer in de set. Zouden ze aan nieuw materiaal aan het werken zijn? Dat ze een kwartier langer speelden dan voorzien toonde wel waarop de toeschouwers aan het wachten waren. In de extra tijd liep de Marquee tent voor zowat de helft leeg, want op de Mainstage begon net op dat moment Faith No More.

Funkmetal-pioniers en alternatieve rockhelden Faith No More zorgde voor het absolute muzikale hoogtepunt als afsluiter op de Mainstage. De band rond superieure zanger Mike Patton kwam enkele maanden geleden terug samen voor een hele resem (festival)concerten in de originele bezetting: keyboardspeler Roddy Bottum, bassist Billy Gould en drummer Mike Bordin. Origineel gitarist Jim Martin had geen zin om mee te doen aan de reünie en werd vervangen door Jon Hudson die ook meespeelde op de laatste langspeler 'Album of the year'. Het vijftal was één van de grootste rockbands en smaakmakers van de jaren '90 met hun ongewone en inventieve mix van heavy metal, rock, pop, funk, prog, punk, jazz en soul.
Albums als 'The real thing', 'Angel dust' en 'King for a day' mogen niet ontbreken in de collectie van ieder zichzelf respecterende muziekliefhebber. Dit was dus een show waar velen naar uitgekeken hadden.
De heren waren in allemaal in een fraai maatpak gestoken en openden met het toepasselijke en soulfulle “Reunited” van Peaches en Herb, gevolgd door de eerste granietbommen “Land of sunshine” en “Caffeine”. Het jazzy “Evidence”, het heftige “Suprise! You're dead” en het knappe “Last cup of sorrow” vervolgden de set. De Commodores-cover “Easy” en de classics “Midlife crisis” en “Epic” ontbraken natuurlijk niet. Dit was voor velen jeugdsentiment. De ene climax volgde na de andere, wat dacht je van: “RV”, “The gentle art of making enemies”, ”King for a day” en “Ashes to ashes”. Dat Mike Patton geen doorsnee frontman is en graag zijn publiek entertaint, wisten we al, maar toen hij tijdens “Just a man” de frontstage indook om de hele resem VIP's en perslui uit te dagen om mee te zingen, was het feestje compleet. Vervolgens spuwde hij een ferme rochel op de hoofdcamera. Provocatie ten top van deze kwajongen! Het publiek lustte er wel pap van.
Tijdens de bisronde werden we getrakteerd op het bombastische “Chariots of fire” (Vangelis), het funky “Stripsearch” en het onweerstaanbare oudje “We care a lot”. Jammer genoeg geen “The real thing”, “From out of nowhere”, “Falling to pieces”, “Digging the grave” of één van de andere prijsnummers, zeer spijtig! Hier was extra speeltijd bijzonder welgekomen. Desalniettemin was dit een geniaal en overrompelend concert! Zeer indrukwekkend!

En nog een oudje: My Bloody Valentine, rond Kevin Shields en Bilinda Butcher (Marquee). Ze waren samen met Sonic Youth, Jesus & Mary Chain spraakmakend voor de ‘alternative’ pop/noise en shoegaze. Na bijna 18 jaar zijn ze terug bij elkaar voor een club-/festival tour. En Godzijdank werd Pukkelpop niet vergeten! Ze lieten de rustige, sfeervolle stukken links en kozen voor een loeiharde aanpak. De pedaal effects werden stevig ingedrukt en de PA schuivers stonden volledig open (btw ze beschikten over twee PA’s om iedereen te overdonderen). We hoorden een wall of sound, een geluidsbrui, al of niet ontspoord of ontregeld. Wat een razernij noisegolven en ontspoorde ritmes. Ze gingen door de pijngrens die me deed terugdenken aan Swans, God, Kyuss en Atari Teenage Riot. De huidige revival bands verbleekten bij deze drones. “I only said”, “When you sleep” en “Only shallow” hadden nog enigszins de factor herkenbaarheid, maar op het eind verdronken ze in hun ‘moeras-gaze’ waardoor we maar elementjes van “Soon”, “Feed me” en “Realise” - als concept – konden herkennen. Een noise inferno hoorde ik collega’s zeggen …
Pukkelpop besloot en verve dag 1 …

Organisatie: Pukkelpop, Hasselt-Kiewit

 

FeestinhetPark 2009: zondag 16 augustus 2009

Geschreven door

De laatste festivaldag van FihP lokte zo'n 7000 mensen naar de Oudenaardse Donkvijvers. Er werd duidelijk geopteerd voor een ontspannen en gezellige familiale programmatie.De klemtoon kwam dus meer te liggen op echte 'luistermuziek': we hoorden de weemoedige en ingetogen slowcore/indierock van Sophia, de fragiele engelenvocalen van singer-songwriter Heather Nova, de gitzwarte en grimmige alternatieve country/americana van Woven Hand en de soul/blues/gospel van soullegende Solomon Burke die het festival mocht afsluiten in stijl.

Robin Propper-Sheppard, ook wel bekend onder zijn artiestennaam Sophia (Grand Mix) werd op het laatste moment opgeroepen om Soulsavers (feat. Mark Lanegan) te vervangen op FihP. Hij werd voor de gelegenheid bijgestaan door een strijkerkwintet, één celliste en één vocaliste. Het werd dus een kalm en sfeervol optreden waarin de weemoedige en ingetogen songs op het voorplan stonden. De mooie en aanzwellende vioolarrangementen zetten de melancholische songs nog eens extra in de verf zonder dat het stroperig of melig klonk.
Het hele gebeuren ademde de sfeer uit van een relaxed aperitiefconcert waar het goed vertoeven was. Ideaal om de laatste festivaldag op gang te trekken!

Heather Nova (Grand Mix) bracht een goed uitgebalanceerde set waarin intieme ballads werden afgewisseld met stevigere nummers. Haar breekbare stemgeluid kwam optimaal uit de verf en haar begeleidingsband was goed op elkaar ingespeeld. We herkenden hits als “Maybe an angel”, “Walk this world”, “Someone new” (origineel met de Zweden van Eskobar) en “London rain”. Maar ook minder bekend en recenter materiaal als “Ride”, “Welcome”, “River of life”, “Heart and shoulder” en “Virus of the mind”. Weinig verrassend, noch vernieuwend, gewoon een degelijk concert.  Niet meer, niet minder dan dat!

Ex-frontman van Sixteen Horsepower, David Eugene Edwards, doet het al enkele jaren onder de naam Woven Hand (Grand Mix). In Oudenaarde koos hij voor een festivalset waarin stevig gerockt werd. Toch bevatte de duistere 'doemrock' ook elementen van americana, folk en alternatieve country. Op het podium werd hij vakkundig vergezeld van bassist Pascale Humbert, de Belgische gitarist Peter Van Laerhoven en drummer Ordy Garrison. Samen serveerden ze ons een mooie dwarsdoorsnede uit hun inmiddels vijf langspelers. Een bevlogen en intense rockshow waarin de spanning onmiskenbaar was. We ondergingen een spirituele en bijna religieuze ervaring!

King of soul Solomon Burke (Grand Mix) sloot het festival af op zijn eigen unieke stijl. Gezeten op zijn grote, rode troon en bijgestaan door een twaalftal muzikanten, waaronder twee gitaristen, twee violistes, drie blazers en twee bevallige backing-vocalistes, zong hij de sterren van de hemel met een felgesmaakte mix van R&B, soul, gospel, blues en rock. Hij switchte moeiteloos van eigen werk als “Cry to me”, “Don't give up on me”, “Everybody needs somebody to love” (o.a. gecoverd door Wilson Pickett en The Rolling Stones) naar knappe covers van Brian Wilson (“Soul searching”), Ray Charles (“Georgia on my mind”), Tom Waits (“Diamond in your mind”) en Ike and Tina Turner (“Proud Mary”). Naar het einde van het optreden werden er tientallen mensen uitgenodigd op het podium om enkele danspasjes te zetten. Ook werden er rozen uitgedeeld aan het enthousiaste publiek.
Allemaal bijzonder entertainend en zo werd FihP op een uitbundige en fantastische wijze beëindigd. We kijken al uit naar de volgende editie! Don't miss it!

Organisatie: FeestinhetPark, Oudenaarde

FeestinhetPark 2009: zaterdag 15 augustus 2009

Dag drie van het Oudenaardse festival Fi:hP lokte aanzienlijk meer bezoekers. Het prachtige, warme weer en de grotere namen op de affiche zaten daar zeker voor iets tussen. De drie podia staan in tenten, en vandaag bewezen ze hun nut, namelijk verkoeling in de verzengende hitte.

De aftrap werd gegeven door Barbie Bangkok (Grand Mix). Ze werden aangekondigd als een groep die frisse, aanstekelijke Gentse pop brengt. Ze sloegen de nagel op de kop, maar ze vergaten het woord dansbaar te noemen. Dansbare nummers zoals “I Remember” en “Our Savior” hadden potentieel om wat beweging in de massa te brengen. Daar bleek het natuurlijk veel te warm voor. Ze speelden voor een bijna uitsluitend zittend publiek. Zoals vele andere Gentse popgroepen bezit ook Barbie Bangkok een scherper kantje. Voorbeeld daarvan was de puike afsluiter “Hot & Trendy”.

Pornorama is al even Gents als de Barbie Bangkok. Behoud de rauwe kantjes van Barbie Bangkok, injecteer dat met catchy gitaarriffs en je hebt een band zoals Pornorama. Ze speelden een stevige set in de Democrazy tent. De zanger vroeg wie er een cd wou hebben en gooide prompt een schijf van hun het publiek in. Pornorama was goed, maar wij keken al meer uit naar Lady Linn and her Magnificent Seven...

We waren blijkbaar niet de enige die (weeral een Gentse) artieste aan het werk wou zien. Er was een massale opkomst om Lady Linn aan het werk te zien. Daar waar Triggerfinger, toch wel de headliner van vrijdag, de tent niet kon laten vollopen, deed zij dat moeiteloos. Lady Linn and her Magnificent Seven brengen jazz nummers met enige ruimte voor wat improvisatie. Het moest voor de enige afkoeling zorgen, maar door de massale opkomst werd het paradoxaal genoeg broeierig warm in de Grand Mix tent. Na een instrumentale intro van de Magnificent Seven (vier blaasinstrumenten, een drummer, een pianist en een contrabasspeler) kwam de zangeres als een volleerde diva het podium opgewandeld in een knalrode jurk. Ze was zichtbaar blij met de aandacht die de groep kreeg van het publiek en was zichtbaar geëmotioneerd. Het kostte haar geen moeite om de toeschouwers onmiddellijk mee te kregen. De jazz werd bijzonder gesmaakt en zorgde voor enkele kippenvelmomenten. Hoogtepunt was de meezinger pur sang “I don’t wanna dance”. Na afloop van het concert liet ze weten dat ze het ‘superwijs’ vond. En wij vonden hetzelfde.

Na hun triomfantelijke doortocht op Dour enkele weken terug deed het Britse kwintet The Qemists (Democrazy Stage) hun sterke live-reputatie alle eer aan met een explosief en energiek optreden. De mix van drum 'n' bass, electronica, rock en hiphop sloeg goed aan bij het jonge publiek. Gitaar, bas, drums, keyboards, laptop en zangeres Jenna G en MC Dan Arnold vormden een opwindend en dansbaar geheel . Met bruisend materiaal als “On the run”, “Drop audio”, “Lost weekend” en “Stompbox” werd er een leuk maar bescheiden feestje gebouwd. Een knappe en intense show!

Reanno Gordon aka Busy Signal (Grand Mix) is de nieuwe rijzende ster aan het reggae/dancehall-front. Toch waren we niet echt onder de indruk van de live prestaties van de Jamaicaan. Oorzaak hiervan waren vooral de makke en inspiratieloze raps en riddims. We hadden de indruk dat de man maar één echte song had die hij tot vervelens toe bleef herhalen. Er zat weinig vuur en variatie in de performance en ook de muzikanten waren eerder ongeïnteresseerd en kleurloos. Dit was enkel voor de diehard reggae/ragga-fans. Een lichte teleurstelling dus.

Het Londense duo Autokratz (Democrazy Stage) serveerde ons een cocktail van electro, pop, house en techno. Hun sound klonk als een mengeling van Kraftwerk, Depeche Mode, Erasure, Daft Punk en Underworld. Het tweetal die op het hippe en toonaangevende Franse electronica-label Kitsuné zitten, zijn dit jaar bescheiden doorgebroken met hun album 'Down and out in Paris and London' . Live hoorden we catchy en aanstekelijke dance met popmelodieën en frisse grooves en beats.
Onderhoudend en uiterst genietbaar.

Sleutelfiguur van de Britse hiphop Roots Manuva (Grand Mix) kon ons maar matig overtuigen. Nochtans heeft de man een indrukwekkende discografie op zijn naam staan met hoogaardige werkstukken als “Run come save me”, “Awfully deep” en “Brand new second hand”. De potpourri van rap, reggae, dub en electronica klonk ongeïnspireerd en zoutloos in de halfvolle tent. De nummers werden op automatische piloot afgerafeld en ook de band had er duidelijk niet te veel zin in.
Een gemiste kans, spijtig! Hier hadden we meer van verwacht.

Nog voor The Subs aan hun set zouden beginnen was de Democrazy tent te klein voor het dolenthousiaste publiek. Nog voor er iemand voet op het podium zette was het al feest. Als vanouds gaven ze weer een set die een tikkeltje ‘over the top’ was, met hun trashelectro en lichteffecten die goed waren om epileptische aanvallen te krijgen. De show zelf was weer fantastisch en iedereen stond op en neer te springen vanaf er maar een beat in de mix werd gedraaid. Ze speelden alles live.

De Franse DJ en producer Mehdi toverde de Charlatan-tent om tot één grote danstempel. De populaire man is één van de uithangborden van het trendy en succesvolle Ed Banger-label samen met Mr. Oizo, Busy P en Justice. Hij schakelde moeiteloos over van pompende en opzwepende electro en techno naar funky en soulvolle hiphop. Dit was het perfecte materiaal voor de danslustigen onder ons!

De reünietoer van Lamb (Grand Mix) hield een tussenstop in Oudenaarde. Ze zijn er vijf jaar uitgeweest, maar Andrew Barlow, creatief brein van de twee, gaf mee dat het absoluut deugd doet om terug te zijn. De belangstelling voor de groep was groot, maar de triphop met invloeden uit de drum ’n bass, breakbeat en soul die ze brachten, onder begeleiding van de betoverende stem van Louise Rhodes leek voor velen toch een brug te ver en stonden verbaasd te kijken naar het schouwspel. Voor “Gabriel” maakten ze een uitzondering, wat luidkeels werd meegezongen. Toch wilden de meesten na afloop meer, maar Lamb kwam niet meer terug het podium op. Dit concert was zeer zeker een aaneenschakeling van hoogtepunten en zorgde ook voor koude rillingen. Fenomenaal!

Afsluiter van dag drie in de Grand Mix was Arsenal. Na dik tien minuten te laat te beginnen kampten ze ook nog eens met geluidsproblemen. Dat kwam de sfeer eventjes niet ten goede, maar dat werd al snel vergeten. Arsenal speelde een best-of set en werd met open armen ontvangen. “Lotuk”, ”Saudade”, “Longee”, “Mr. Doorman”, “The coming” en “Personne ne bouge” (jammer dat Baloji niet meer de groep vervoegt als ze dit spelen), ze passeerden allemaal de revue. “Estupendo” speelden ze zelfs tweemaal. Gewoon in de set en als tweede en laatste bisnummer. Veel dansende mensen hebben wij hier gezien. Dit is een groep die live zoveel sterker is dan op plaat, mede doordat het wereldmuziekaspect van op de platen naar de achtergrond wordt gedrongen en plaats maakt voor pop. Arsenal was een mooie afsluiter van een gevarieerde derde dag aan de Donkvijvers.

De electro(clash), techno en house van de Engelsman Riton (Charlatan) breidde een vervolg aan het dansfestijn. Zijn sound hield het midden tussen Tiga, Mylo, Digitalism, Soulwax en Erol Alkan. Hier was stilstaan niet aan de orde!

Organisatie: FeestinhetPark, Oudenaarde

FeestinhetPark 2009: vrijdag 14 augustus 2009

De veertiende editie van FeestinhetPark an de oevers van de Oudenaardse Donkvijvers zijn net als vorig jaar een groots succes geworden. Dit jaar kon de organisatie rekenen op een goede 31000 bezoekers. Op donderdag zakten reeds 7000 gegadigden af (gratis avond btw!). FihP plaatste zich dit jaar na en tussen de grootse kleppers Lokerse Feesten, Folkdranouter en Pukkelpop.
De kleinschaligheid en de gevarieerde affiche werden sterk ontvangen: van 
pop, alternatieve rock, reggae/ragga, postrock, funk, hiphop, drum 'n' bass en de huidige dancetrendsetters.
De muzikale smeltkroes, het sfeerrijke decor (zelfs met een klein strandje erbij!), de partysfeer, de ontspannen vibe, de gezellige, compacte tenten en het goede weer waren de troeven van deze succesvolste editie.


dag 2: vrijdag 14 augustus 2009

De tweede dag van FihP aan de Donkvijvers te Oudenaarde stond vooral in het teken van de rock’n’roll op het Grand Mix podium. Drive Like Maria, The Hickey Underworld, Danko Jones, The Wombats en Triggerfinger stonder er geprogrammeerd. Maar om de hoek van deze tent schuilden het sensuele Fagget Fairys en de aanstekelijke beats van Roni Size …

Drive Like Maria mocht de avond beginnen op de Grand Mix. Het was een snoeiharde start van het festival door het Nederlands-Belgisch trio. De muziek was gewoonweg heel goed. De belangstelling bleef nog wat uit, want iedereen lag nog wat te genieten in de zon op de heuvels rond de Donkvijvers. Het leek wel een beetje het uitgangspunt van deze festivaldag …

The Hickey Underworld (Grand Mix) zette een korte en stevige set neer. De mix van noiserock, indiepunk met een vleugje emo en pop werd goed ontvangen. Hun songs van hun felbejubelde debuut waren zowel snedig en explosief, als melodieus en toegankelijk. Met uppercuts als “Sick of boys”, “Zero hour”, “Blue world order” en hits als “Mystery bruise” en “Future words” had het grotendeels jonge publiek niet te klagen. Puike performance van dit Antwerpse kwartet.

Danko Jones (Grand Mix) weet z'n toeschouwers te entertainen, zoveel is zeker. Hij deed dat met no-nonsense rock 'n' roll: simpel, strak en luid maar o zo doeltreffend en onweerstaanbaar. We hoorden energieke en heftige adranalinebommen als “I want you”, “Play the blues”, en “Never too loud” in sneltempo voorbijdenderen. Het onvermijdelijke “First date”, “Mountain” en “Born a lion” passeerden ook de revue.  Dat de man het niet zo begrepen heeft op de dance-cultuur, bewees hij met een hilarische en amusante imitatie van de DJ’s. Hier was men op het juiste adres voor rauwe en pittige rock van de bovenste plank.

Op de Democrazy Stage stond intussen het beloftevolle Fagget Fairys, van twee Deense deernes, die samen koppel vormen. De twee lovers komen er openlijk voor uit dat ze holebi zijn en hielden zich niet in om een tongzoen te draaien tijdens het optreden. U kent ze natuurlijk van de radiohit “Feed The Horse” (en spontaan denken we er “njam njam” bij!)
… Een draaitafel en een MC, da’s Fagget Fairys. Het begin van de set was rustig en meer lounge. Ze haalden invloeden aan vanuit de dubstep en psychedelica (vooral de vocals door de echo-effects). Na een paar liedjes moest zangeres Elena Cosovic slechts drie woorden zeggen om het publiek wild te maken. Inderdaad, “Feed The Horse” werd ingeleid. Na hun hit veranderde de stijl richting dance, wat al snel verveelde. Naar het eind waren er nog enkele sterke momenten. Toen hun laatste nummer een geremixte versie van “Feed The Horse” bleek te zijn, bewezen ze dat ze voorlopig een ‘one trick pony’ zijn …

Terug naar het Grand Mix podium dus. The Wombats verwenden ons met een ijzersterke set, die op zijn beurt geen seconde verveelde. Een uitzinnig publiek droeg de bruisende, charismatische band op handen. Ze toonden aan dat ze meer dan het bekende “Let’s dance to Joy Division” in hun mars hadden. Het Britse trio brengt garage rock pur ‘Brit’ sang. Vergelijk ze met het onvolprezen 1990s. The Wombats kondigden aan dat er een nieuw album aankomt … we kregen al een heerlijk voorsmaakje. Benieuwd dus! Dit was zonder twijfel de revelatie van de avond, want ze leken de voorbije maanden even godvergeten …

Het excentrieke Britse duo Dan Le Sac en Scroobius Pip (Democrazy Stage) serveerde ons een frisse en originele smeltkroes van hip-hop, electronica, pop en spoken -word. De snedige en inventieve raps van David Meads en de pompende en gevarieerde beats van producer/dj Dan Stephens waren de perfecte ingrediënten voor een aangename en catchy set. Het was moeilijk stil te staan bij songs als “Thou shalt always kill”, “The beat that my heart skipped”, “Back from hell” en “Letter from God to man”. Een bruisend en felgesmaakt optreden van deze rare snuiters.

Triggerfinger sloot de rock’n’roll dag avond af. Zij vervingen Vive La Fête, door het feit dat Danny Mommens begin deze maand een motorongeluk had en enkele optredens noodgedwongen moest afzeggen. Ruben Block, zanger van Triggerfinger, kwam zelfs terug uit vakantie toen de organisatie vroeg om op FihP te spelen.
Triggerfinger is gekend voor z’n beenharde gigs. Ook deze keer gingen ze er terug stevig tegen aan. Ze behoren tot één van de beste rock’n’rollbands van ons landje! De groepsleden, netjes uitgedost in kostuum, waren topentertainers en stalen de show … rauwe gitaren, een diepe bass en een ‘double bass’ opzwepend drumstel … Ook de doorleefde stem van Ruben Block droeg bij tot het spektakel. Ze brachten een fantastisch concert, ondanks de paar langdradige stukken; de drumsolo’s en gitaarexperimentjes waren soms te eindeloos. Ook sommige intro’s werden onnodig uitgerokken. Na hun laatste nummer “On My Knees” kwam er nog een obligate bis …

Drum 'n' bass-pionier Roni Size (Democrazy Stage) stelden onze danspieren zwaar op de proef. De grootmeester werd live bijgestaan door een volledige band bestaande uit Reprazent-leden rapper MC Dynamite, zangeres Onallee, gitarist Pete Josef, bassist Si John, drummer Yuval Gabay (ex-Soul Coughing) en keyboardspeler D Product. De muzikanten vormden een solide machine die perfect op elkaar waren ingespeeld met de peetvader als kapitein en dirigent. De drum 'n' bass bevatte invloeden van soul, jazz, rap, dub en reggae die tot één mooi geheel werden samengebracht. Er werd vooral teruggegrepen naar de 'klassieke' albums 'New forms' en 'In the mode'. We hoorden opzwepende tracks als “Dirty beats”, “Digital”, “Snapshot” en “Railing”. Het feestje werd compleet met wereldnummers als “Brown paper bag”, “Heroes” en “Let's get in on”. Beslist een hoogtepunt te noemen.

Onze groene Dr. Lektroluv besloot in de Grand Mix tot in de vroege uurtjes . ‘njam njam’ voor de fans van de zware electro ...

Organisatie: FeestinhetPark, Oudenaarde

Jazz Middelheim 2009: zondag 16 augustus 2009: Charlie Hayden & Kenny Barron, David Murray en Jason Moran

Geschreven door

Bert Joris had de eer om de laatste dag van Jazz Middelheim 2009 in te leiden. Het was niet de eerste keer dat de trompettist dit festival mocht opluisteren. Joris is de muzikant die al het vaakst op het podium in dit Antwerpse park verscheen - al meer dan twintig keer (het lijkt wel of niemand de tel nog heeft bijgehouden). Hij stond er al met verscheidene bezettingen. Dit keer had hij zijn kwartet mee, waarmee hij in 2007 de bejubelde CD Magone opnam. Deze CD kreeg in 2008 dan ook de Klara Muziekprijs.
Op deze zonnige zondagmiddag was meteen veel volk komen opdagen en dit zorgde voor een aangename sfeer in de tent. Toch stonden de vier muzikanten zeer relax op het podium en speelden ze no-nonsensejazz. Er werden composities gebracht uit hun laatste CD uit 2007, maar het kwartet durfde het evengoed aan nieuwe stukken te brengen. Dit geeft toch een extra dimensie aan een optreden. In een interview geeft Joris dan ook grif toe dat live optreden voor hem veel meer betekent dan het inblikken van een nieuwe CD. De toeschouwers waren er hem dan ook zeer dankbaar voor. De trompettist stond er uiteraard niet alleen voor: ook de andere muzikanten zetten hun beste beentje voor met aan de drums Dré Pallemaerts, aan de bas Philippe Aerts en aan de piano Dado Moroni. Het was duidelijk dat de muzikanten elkaar door en door kennen. Dit levert dan ook een heel natuurlijke speelstijl op die er tegelijk voor zorgt dat er voldoende ruimte is voor elk instrument. En als Joris zijn trompet inruilde voor zijn bugel was er nog net dat ietsje meer.
Na dit concert was de toon gezet en was iedereen zeer luisterbereid naar het vervolg van de dag.

Het was op voorhand moeilijk in te schatten wat pianist Jason Moran zou brengen. Een open instelling was dus nodig om deze muziek te kunnen smaken. Moran had als ondersteuning bassist Tarus Mateen en drummer Nasheet Waits meegebracht, maar ook diens vrouw Alicia Hall Moran was van de partij als vocaliste. Deze laatste is een klassiek geschoolde sopraan (eerder mezzosopraan?). Verder werd ook gitarist Bill Frisell uitgenodigd om deel te nemen aan wat komen zou. Een toch wel bijzondere bezetting van het podium, maar het werd meteen duidelijk dat de muzikanten elkaar wel konden vinden.
Deze muziek werd gecomponeerd naar aanleiding van een reizende tentoonstelling over quilts die worden gemaakt door de vrouwen van een Afro-Amerikaanse gemeenschap in Alabama. Het Philadelphia Museum of Arts had aan Moran gevraagd om bijhorende muziek te schrijven. Het onderwerp heeft dus een etnisch tintje, maar toch lieten Moran en zijn gezelschap zich niet verleiden om zich enkel te laten inspireren door deze etnische inslag. De klassiek geschoolde stem van mevrouw Hall Moran zorgde al voor een verrassend effect. Sacrale gezangen werden afgewisseld met voorgelezen tekstfragmenten (telkens door de verschillende muzikanten voorgedragen). Het moet wel gezegd dat het niet altijd duidelijk was wat precies de meerwaarde was van deze voordrachten. Wat ook wel jammer was, was dat Hall Moran in het begin niet altijd onmiddellijk in de micro zong en dat zo sommige delen
verloren gingen voor het publiek.
De muziek ging door zonder onderbrekingen, maar bleef toch boeien door afwisseling. Het was geen perfect ingeblikt concert. Het experiment ging voor op de samenhang, maar bleef zeer beluisterbaar. Dit resulteerde in muziek met een (bij tijden getormenteerde) ziel met enkele ruwe kantjes. Maar voor mij gaat dit toch boven smooth jazz die gemakkelijk binnenglijdt. Uitkijken naar het vervolg hierop dus.

Na het experiment volgde de zekerheid. Met Charlie Haden en Kenny Barron op het podium in duo was het voorspelbaar wat komen zou. De twee gevestigde waarden in de jazzwereld brachten immers samen al een CD uit in 1998 Night and the City. Voorspelbaarheid heeft in dit geval echter niks met saaiheid te maken. Dergelijke grootmeesters van de jazz hebben niet veel boodschap meer aan tierlantijntjes en showelementen en zijn in staat om een publiek in alle eenvoud te vermaken. Het werd dan ook opmerkelijk stil in de tent. Haden merkte achteraf in een interview dan ook op dat « it was really a great adience ». Dit is uiteraard niet de verdienste van het publiek, maar des te meer van beide muzikanten. De melodieuze, verstilde muziek zorgde voor een moment van ontspanning. Het was een tijd om even tot zichzelf te keren. Het samenspel van deze twee oude mannen miste zijn effect niet.

Bijna geen groter contrast denkbaar met wat daarop volgde. David Murray werd met zijn saxofoon op het podium geroepen, met in zijn zog het strijkersensemble deFilharmonie, een uitgebreide ritmesectie en nog vijf blazers op de koop toe. In het totaal dus zo’n man of twintig (waaronder veel vrouwen bij de strijkers). Bovendien is de stijl van Murray heel verschillend met zowel die van Haden als van Barron: een uitbundige, grillige saxofonist die graag de hogere regionen van zijn sax verkent. Murray bracht werk van één van zijn grote helden Nat King Cole en dit  en español . Murray zelf is de Spaanse taal duidelijk niet machtig, maar is wel in staat om NKC in pure Cubaanse stijl te brengen. Leuk entertainment, maar dan ook niet veel meer dan dat.
Na de muzikale hoogstandjes die op de laatste dag van Middelheim 2009 ten berde werden gebracht, is er veel op te merken op wat Murray in petto had. Maar soms is het goed om alle kritiek te laten varen en gewoon mee te gaan in het feestgedruis.

Organisatie: Jazz Middelheim

Brussels Summer Festival 2009: 14 augustus - 23 augustus 2009

Geschreven door

Brussels Summer Festival van 14 tem 23 aug, Place des Palais, Place du Musée en Parc de Bruxelles

Neem gerust een kijkje naar de pic onder live foto's

Programmatie Brussels Summer Festival 2009

Brussels Summer Festival 2009  – Saule et les Pleureurs, Tryo, Kris Dane, Skye, La Casa14 aug 2009, Place des Palais, Parc de Bruxelles Lieu: Bruxelles – BE

Brussels Summer Festival 2009 – Sliimy, Jasper Erkens, Scylla, A Brand, Jaune Toujours, La Manouche Banda & Mandino Reinhardt.15 aug 2009 Place des Palais, Parc de Bruxelles, Place du Musée.Lieu: Bruxelles – BE

Brussels Summer Festival 2009 – IAM, Pep’s, PSY4 de la Rime, Ordeo, l’Algerino, Carte Blanche à Jacques Duval, Ministère des Affaires Populaires.16 aug 2009 Place des Palais, Parc de Bruxelles, Place du Musée.Lieu: Bruxelles – BE

Brussels Summer Festival 2009 – Cocoon, Milow, Dashbox, Perry Rose, Garner, Manu Larrouy, Kiff Ma Zique, Madjo17 aug 2009 Place des Palais, Parc de Bruxelles, Place du Musée.Lieu: Bruxelles – BE

Brussels Summer Festival 2009 – Veence Hanao, Stephanie Blanchoud, Cecile Broche & Etienne Bouyer Duo, Odelaf & Monsieur D, David Linx & Diederik Wissels Duo.18 aug 2009 Parc de Bruxelles, Place du Musée.Lieu: Bruxelles – BE

Brussels Summer Festival 2009 – Gary Moonboots, Tene Tan, As Guests, The Holograms, Philip Catherine « Acoustic Trio ».19 aug 2009 Parc de Bruxelles, Place du Musée.Lieu: Bruxelles – BE

Brussels Summer Festival 2009 – Machiavel, Jacques Stotzem, DJ Stito DJ Check. 20 aug 2009 Parc de Bruxelles, Place du Musée.Lieu: Bruxelles – BE

Brussels Summer Festival 2009 – Triggerfinger, Hulkk, Claire Denamur, DJ Sonar, Zoe, The Others, Kaponz & Spinoza, Les Sea Girls.21 aug 2009 Parc de Bruxelles, Place du Musée, Bruxelles-Les-Bains.Lieu: Bruxelles – BE

Brussels Summer Festival 2009 – La Grande Sophie, Balimurphy, Jeronimo, Arlt, Coco Royal, Les Sea Girls.22 aug 2009Parc de Bruxelles, Place du Musée.Lieu: Bruxelles – BE

Brussels Summer Festival 2009 – Selah Sue, Vive la Fête, Kel Assouf, Tahiti 80, Yoko Sound.23 aug 2009Parc de Bruxelles, Place du Musée.Lieu: Bruxelles – BE

Ingang: 15€  vvk + 20 € adkInfo: http://www.infofestival.be

Jazz Middelheim 2009: vrijdag 14 augustus 2009: Dee Dee Bridgewater en Hans Teeuwen

Geschreven door

De tweede dag van Middelheim stond – zoals aangekondigd – in het teken van de vocalisten. De avond werd nochtans ingezet door pianist Erik Vermeulen met zijn trio: Manolo Cabras aan de bas en Marek Patrman op de drums. De pianist bracht dit jaar een langverwachte nieuwe CD ‘Live Chroma’ uit en kwam deze composities voorstellen aan het publiek. Het contrast met wat later deze avond zou volgen was groot: echte ‘luistermuziek’ die toch enige inspanning vraagt van het publiek. De opkomst in de tent was vrij laag – zoals dat meestal het geval is voor diegenen  die de spits moeten afbijten – maar het publiek was er niet minder enthousiast over. De piano werd meesterlijk en beheerst bespeeld door Vermeulen, die werd ondersteund door een stevige ritmesectie. Er is niks aan te merken op het spel van Vermeulen. Het is zonder enige twijfel een meester in het pianospel. De composities zijn zelfs van een soort buitenaardse schoonheid, maar blijven niet echt nazinderen …

Over de carrière-switch van Hans Teeuwen is het laatste woord nog niet gezegd en geschreven. Van zeer succesvolle cabaretier naar jazzcrooner: is dat wel mogelijk? Het publiek bekeek hem met argusogen tijdens de uitgebreide soundcheck (is hij nu al begonnen of niet?).  Maar met de opener Come fly with me hadden de meesten niet veel overtuigingskracht meer nodig en was het ijs meteen gebroken. Teeuwen heeft zijn  openingsnummer dan ook goed gekozen. De zanger is vooral geschikt voor de meer up tempo-nummers, maar in mindere mate voor de ballads. Zo blonk hij verder uit in nummers als Witchcraft en The Lady is a tramp, maar bleek zijn stem net iets te zwak voor I concentrate on you van Cole Porter. Alles bij elkaar bleef het een aangenaam optreden, gezien de zanger zich liet omringen door een stel uitstekende en doorwinterde muzikanten. Bovendien staat het als een paal boven water dat Teeuwen geboren is voor het podium en het publiek kan vermaken. Teeuwen sloot af met eigen nummers, waaronder een Engelse vertaling van zijn bekende cabaretnummer ‘snelkookpan’ (wat onder andere resulteerde in seafood platter). Deze nummers waren wel vermakelijk, maar vormden een groot contrast met de klassiekers uit de Great American Songbook die ervoor aan bod waren gekomen. Voor het brave Belgische jazzpubliek bleek Teeuwen ook al snel een beetje over the top. Toch werd hij enthousiast onthaald. Dit smaakt naar meer.

Als Dee Dee Bridgewater op het podium verschijnt, zie je meteen wat voor soort vlees je in de kuip hebt: een flamboyante persoonlijkheid, die evenveel  zangeres als actrice is. Helemaal kaalgeschoren en met een kleurrijke Afrikaans aandoende outfit op het podium. De toon was gezet. Bridgewater liet niet na om meerdere malen uitgebreid haar talentrijke kwintet voor te stellen, met Gabriel ‘Minino’ Garay aan het drumstel, Pernell Saturnino aan de percussiesectie, Edsel Gomez op de piano en last but not least Ira Coleman op de contrabas. Vooral Coleman kwam verrassend uit de hoek en toonde aan dat een contrabas veel meer is dan een begeleidingsinstrument. Bridgewater zong zeer verscheiden nummers die beïnvloed zijn door allerlei muziekgenres. Ze bracht niet enkel nummers uit haar laatste CD Red Earth, maar ook ouder werk en andere klassiekers. Een bewerking van Footprints van Wayne Shorter leverde een origineel  Long Time Ago op. Daarna kwam Bridgewater in een Latijns-Amerikaanse bui met Let me, Besame Mucho en Obsesión. Dit werd gevolgd door een ode aan Nina Simone met Four Women, met een prachtige contrabassolo van Ira Coleman. Hierop volgden twee nummer van de CD This Is New (2002), opgedragen aan Kurt Weill. Bridgewater speelde zoals gewoonlijk met het publiek en lachte met de makheid van het Antwerpse publiek. Ze deed dan ook erg veel moeite om iedereen aan het dansen te krijgen. Met toch wat succes, want ze slaagde erin om na Speak Low iedereen recht te krijgen – en sommigen daarvan begonnen effectief te dansen. Bridgewater blonk vooral uit in de rustige(re) nummers, waarbij ze haar uitbundigheid diende te beheersen. Dat leidde tot zeer mooie, intimistische momenten. Dit duurde meestel niet lang, want deze ‘oma’ kon het niet laten om vlak erna weer volledig uit haar dak te gaan. Niet te verwonderen dat haar kleinkinderen haar niet ‘grandma’ maar ‘gaga’ noemen, zoals ze zelf met enige fierheid bekende. De waarheid komt vaak uit een kindermond.

Organisatie: Jazz Middelheim

Folkdranouter 2009: zondag 9 augustus 2009

Geschreven door

De afsluitende dag op Dranouter lokte ruim 25000 bezoekers en kruiste de traditionele folk van Moving Hearts, ‘de godfathers’ van The Chieftains, de klezmer van Storsveit en het huidig patrimonium van de cuban/latin /hiphop van Orishas, de songwriterpop van Milow en het Vlaamse entertainment van Bart Peeters.

Het IJlandse collectief Storsveit nix noltes (Kayam) leek wel een handig alternatief om Zach Condons Beirut te begeleiden op een volgende plaat (zoals hij nu deed met de Jimenez band!). Wat ‘March of the Zapotec’ nog traditioneler zou doen klinken binnen het Balkan/klezmer concept. Hun instrumentale Balkan was net iets te hoog gegrepen om de ganse set te boeien.

De jonge folky singer/songwriter Mariee Sioux uit Nevada City, debuteerde vorig jaar op het Dominofestival en op enkele gigs in de Bota. In de voetsporen van een Alela Diane opereert zij op haar laatste tournee (terug) solo met innemende folky popsongs, ergens tussen droom en nostalgie, bepaald door haar broze, zweverige praatzang (Flamundo). De songs hadden een minimale inkleding van akoestisch gitaargetokkel en haar stem. Ze was onder de indruk van het aandachtige publiek,wat haar een zelfzekere plaats opleverde binnen de vernieuwende (free) folkscene. Ze liet ook haar Sioux’verbondenheid (van de oorspronkelijke bewoners van Nood-Amerika) horen.

Stevig, dynamisch en opwindend ging het er aan toe met Orishas uit Spanje (Kayam). De band heeft roots in Cuba en liet dit duidelijk horen in hun zomerse dansbare cocktail van latin, hiphop, pop en traditionele Cubaanse muziek van een BVSC, Afro Cuban all Stars en Portuondo on beats. Een frisse, aanstekelijke en stomende set was het resultaat. Overtuigend wat het kwartet wist af te leveren!

Het Ierse Moving Hearts (Kayam) greep terug naar de wortels van de traditionele folk. De groep, opgericht in ’81, had heel wat folkgrootheden over de vloer, maar hield er onverwachts eind ’89 mee op. De reünie deed de muzikale microbe terug aan wakkeren. Hun overwegend instrumentale sound (af en toe werden ze wel bijgestaan door gastmuzikanten en een gastzanger) van pop, rock en psychedelica, refereerde in momenten aan de sfeervolle aanpak van (het onvolprezen) Afro Celt Sound System.

Eén van de meest gerespecteerde Vlaamse songschrijvers van dit moment is Jonathan Vandenbroeck aka Milow. Hij was erg blij dat hij er hier bij mocht zijn (Kayam). Z’n bescheidenheid sierde hem, want z’n twee platen haalde al hoge ogen in de nationale en internationale pers. Hij won in februari nog 5 MIA’s. Ooit gestart in 2004 als een Erkens, beschikt deze singer/songwriter over een heuse band en werd hij vocaal bijgestaan door Nina Babet. Z’n dromerige pop klinkt radiovriendelijk en krijgt door de rits muzikanten een voller geluid. We hoorden een intimistische, sfeervolle en luchtige set onder z’n zalvende stem en de warme vocals van Babet. Naast hapklare songs als “The ride”, “Out of my mind”, “Until morning comes” en “One of it”, kon hij uiterst sober het publiek voor zich winnen met “You don’t know” en “Ayo technology”. De refreinen werden moeiteloos meegezongen of er werden enkele obligate “heyoohs” geneuried. “Dreamers & renegades” was één van de afsluiters van de zorgvuldige, uitgekiende, melodieuze set van deze niet te onderschatten songwriter.

En dan komen we tot de finalereeks van The Chieftains vs Bart Peeters (Kayam).

Vijf jaar geleden sloot het Ierse The Chieftains Folkdranouter af. Ze hebben er al een gerespecteerde carrière van meer dan 40 jaar opzitten. Een klein anderhalf uur lang hoorden we sfeervolle Ierse folkmusic, bepaald door Paddy Moloney, spil van de Chieftains. De stepdancers gaven net als de Pipers & Drumband (in traditionele klederdracht!) uit Passendaele elan aan het geheel. The Chieftains lieten het totaalgeluid wat aan het toeval over, wat uiteindelijk toch een mooi samenspel en rondedansjes op het podium opleverde. The Chieftains kregen een verdiende, staande ovatie. Respect!

Bart Peeters is van alle markten thuis en beschikt over een grenzeloze creativiteit. De bijna dolle vijftiger onderscheidt zich als tv presentator, acteur, entertainer en zanger/multi-instrumentalist. Enkele jaren terug maakte hij er overdag een onvergetelijk Dranoutermoment van, nu kreeg hij iedereen mee om de 35ste editie te besluiten.
Peeters heeft er al een succesvolle club/theatertournee en een handvol festivals opzitten. Hij geeft persoonlijke indrukken weer, neemt de samenleving onder de loep, geeft kwinkslagen en maakte er een luchtige en integere cocktail van in z’n bindteksten (cfr. het sterrenmeisje en Natalia). Ongelofelijk tot wat hij als cabaretier en muzikant allemaal in staat is. Hij zet deze creativiteit met z’n begeleidingsband om in een subtiele mix van pop, folk, kleinkunst en chanson; een vleugje jazz, funk, afro, tango en hiphop zijn te horen, in een uitgebreid instrumentarium van gitaar, accordeon, viool, klokkenspel, derboeké (variant op de djembé ) en allerhande tierlantijntjes.
We hoorden een boeiende afwisseling in stijl en dynamiek. De recente derde cd ‘De hemel in het Klad’ stond in de spotlights. Peeters & Band wisten het publiek in hun greep te houden; het volksfeest en het meezinggehalte kon niet ontbreken, want we werden aangepord tot handjeszwaaien en –klappen op levendige songs “Er is geen één zoals jij”, “Denk je nog aan mij”, “Messias” en “Leve de deejays” (persiflage op Indeep’s “Last night a dj saved my life”). Intussen was er ook ruimte voor sfeervol, ingetogen werk … de intieme Bart als in “Zo van die zomeravonden”.
Op het meesterlijke “I’m into folk” en de closing act met de lepels in de bis (“Huisdier” (?), een uitnodiging tot ‘lepel’drums) mocht iedereen het podium op om het Folkdranouter feestje compleet te maken.
Ijzersterk live optreden. Folkdranouter werd ‘en verve’ besloten …

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto's

Organisatie: Folkdranouter, Dranouter

Folkdranouter 2009: zaterdag 8 augustus 2009

Geschreven door

Op de tweede dag van Folkdranouter trok de organisatie vooral de kaart van de (sfeervolle) gitaaraanpak van bands als Travis, Novastar, The Veils en het singer/songwriterschap van Venus In Flames, Bony King Of Nowhere en Jasper Erkens. Of hoe folk zich in allerlei bochten wringt …

Niet te onderschatten is onze Wigbert wel (Kayam), want hij is zowel solo artiest, producer als songleverancier. Hij levert sterk uitgewerkte composities af en geeft er een hoge emotionele waarde aan. Deze namiddag vervoegde Piet van den Heuvel en Raf Walschaerts (van Kommil Foo) Wigbert & Band. Kleurrijke dromerige kleinkunstpop door fijne songs als “Tennis”, “Joey (als Matahari)”, “Worsten” en niet te vergeten “Ebbenhout blues”.

Ons respect voor Frederik Sioen steken we niet onder stoelen of banken. Hij bouwde al een aardige reputatie op met onderschatte albums ‘See you naked’ en ‘Ease your mind’. Deze goedgemutste, optimistische jonge dertiger gooide het na de recente ‘A potion’ (’07) over een andere boeg. Hij ging in op de invitatie van ‘One day for another world (Oxfam)’ in Z-Afrika/Soweto en werkte ginder met enkele artiesten, wat het muzikale project ‘Calling up Soweto’ opleverde. Resultaat: een cultureel verrijkende aanpak van broeierige afro/worldpop en een Sioen als vanouds met sfeervol, ingetogen materiaal op piano/toetsen.
De songs kregen een funky groove, klonken aanstekelijk, dansbaar en hadden door de Afrikaanse backing vocalisten een ‘kerk’gospelgehalte (Kayam). Openers “Calling up Soweto” en “Mother please” zorgden meteen voor een feestelijke stemming. “Automatic” en “Robot” (met blazersectie) zetten de ‘positive vibe’ verder, refererend aan Zita Swoon en Paul Simon. Sioen porde het publiek aan tot dansen door de uiterst ritmische sound. Maar ook z’n vertrouwde geluid in nummers als “Ease your mind” en “People of the sun” kwam goed uit de verf in deze bezetting. “No conspiracy at all” groeide uit tot het hoogtepunt, dat het gehalte aangemeten kreeg van Live Aid’s ‘Feed the world’. Net als in de opbouwende songs “Wash away”, “Sailing a ship” en het afro “Umuntu …” was hier de factor gevoeligheid erg hoog. Tot slot bracht Sioen een schitterende finalereeks met een pittig gedreven “Son of a gun” en een  broeierige “Nowhere to go”. De samenwerking zinderde na en leverde een grootse respons op; de Afrikaanse artiesten zullen er een toffe herinnering aan overhouden, wat een onvergetelijke reis huiswaarts zal betekenen … Sioen had de lat hoog gelegd …

De wondere, muzikale sprookjes- droomwereld van het kunstminnende en cabareske CocoRosie, onder de zusjes Casady, was de vreemde eend in de bijt in de programmatie op zaterdag (en misschien wel van de 3daagse). Net als Flogging Molly stonden zij ook al lang op het lijstje van de organisatie. De zusjes waren in Dranouter met beatboxer Tez, een pianist en iemand op drums/xylo/vibrafoon (Kayam). Ook de harp ontbrak niet. “Today, we’ll make poetry” spraken ze uit. Hun kleurenpalet van knusse, -iets-niet-van-deze-wereld, freefolk/elektronica kreeg deze namiddag op die manier een ‘unplugged’ aanpak: een minimale, spaarzame begeleiding van subtiele sounds, allerhande geluidjes en beatboxing, gedragen door de haakse zang van de zusjes.
Eerst stelde dit weirde NY-se collectief enkele nieuwe songs voor van hun pas verschenen EP, om dan uit te halen met kippenvel versies van “Beautiful boyz”, “Werewolf” en “By your side”. Af en toe werd het tempo verhoogd en klonk het iets krachtiger, vooral door de beatbox. “Rainbow warriors” en “Japan” waren de hoogtepunten, frisse, speelse songs bij uitstek met ‘Wizard Of Oz’/ Familie Trapp’ wortels. Ongedefinieerde pracht voor de ene, geschifte psychedelica voor de andere ... CocoRosie is en blijft iets magisch en bijzonders bieden. Wordt vervolgd …

Joost Zweegers’ Novastar bracht vorig jaar de derde cd ’Almost bangor’ uit: puur oprechte, sobere singer/songwriterpop, die op de recente cd verbeten en krachtiger durft te klinken. Tijdens de live optredens en vooral op de festivals trekt Zweegers de lijn van een snedige aanpak door. Z’n vaste drummer werd vervangen door Isolde Lasoen, de bevallige drumster van Daan, die moeiteloos de songs kon drummen (Kayam). Met de broeierige rockers als “Weller weakness”, “Tunnelvision” en de titelsong “Almost bangor” kwam de klemtoon eerst op het nieuwe materiaal. Een hyperkinetische Zweegers zwierde z’n akoestische gitaar luchtig heen en weer en deed de snaren afzien. Het sfeervolle “Never back down” en het intense “The best is yet to come” waren bepalend voor de rest van het concert: aan de broeierige opbouw gaf hij een dynamische draai om het geheel uiterst opwindend te maken, zonder dat de lieflijkheid en emotionaliteit verloren ging. Z’n keuze van “Wrong”, “When the lights go down …”, “Because” (publiek entertainde Novastar!) , “Making waves” en “Caramia” boden net die evenwichtige aanpak van gevoel, finesse en rauw, sprankelend …

The Veils, onder zanger/pianist/gitarist Finn Andrews, pakten op hun beurt moeiteloos de Flamundo in. Ook zij houden van contrasten, van lieflijke, breekbare pop tot strakke weerbarstige americana; in hun broeierige rootsrock behielden ze een plaatsje voor melodrama, onder Andrews pakkende, doorleefde stem. De band was toe aan hun laatste optreden en wou wel eens wild om zich heen slaan, wat de nodige mokerslagen gaf in sommige nummers.  Ze wisselden het nieuwe werk van ‘Sun gangs’ (wat een sterke plaat) af met frisse, oudere songs. De recente “The house she lived in”, “Three sisters” en “Sit down by th fire klonken even indringend en bezwerend als “Advice for the young mothers to be” en “Jesus for the regular”. Het afsluitende mooi uitgesponnen “Larkspur” besloot overtuigend de set, die qua spanning en dreiging aardig in de buurt kwam van Woven Hand. De spontane charme van Andrews en z’n band was aardig meegenomen. Dit was een uurtje indringende, meeslepende americana/roots/poprock …

Tot slot bleef Folkdranouter maar rocken op deze tweede dag. Francis Healy en de zijnen Travis (Kayam) zijn gekend om hun bloedmooie, sfeervolle popsongs (net als Semisonic en Nada Surf) over hun tienjarige carrière. Deze Schotse band ging twee richtingen uit: ze vingen aan met een handvol strakke composities, waaronder “Chinese blues”, “Something anything”   en “J. Smith” uit de recente ‘Ode to J.Smith’ om dan langzaam het publiek in te palmen met de sfeervolle, dromerige songs “Selfish Jean”, “Closer”, “Driftwood” en “Turn”. Travis moet alvast Coldplay gevolgd hebben op hun livegigs, want net als hen stonden ze zij aan zij met een akoestische gitaar om “Flowers in the window” te zingen.
Kampvuurmoment: “Sing” en “Why does it always rain on me” (in de bis) hadden een meezinggehalte, waarbij de massa massaal mocht springen en met de handjes wuiven, wat respect en sympathie afdwong …temeer dat zij vol lof waren over de kennismaking met het  optreden van Novastar. Na vanavond hebben ze de ‘oude’ status van supportband kunnen afzweren …

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto's

Organisatie: Folkdranouter, Dranouter

Pagina 98 van 111