logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

DIIV 6-03-2024
Editors - Paasp...
Festivalreviews

Francofolies de Spa 2009: Hoogmis van het Franse lied: les Francofolies de Spa 17-21 juli 2009

Francofolies de Spa 2009: Hoogmis van het Franse lied: les Francofolies de Spa 17-21 juli 2009
dag 3: zondag 19 juli 2009
Maxime LeForestier (F), Scène Pierre Rapsat, 20h30
Maxime LeForestier behoort met Julien Clerc en Francis Cabrel tot dezelfde generatie chansonniers. LeForestier bracht zijn eerste 45-toerenplaat uit in 1969 maar werd pas echt bekend met het nummer “San Francisco” dat hij uitbrengt in 1971. Vorig jaar leverde hij het album ‘Restons Amant’  af, waarvoor o.a. Julien Clerc de muziek schreef. Ook Matthieu Chedid (bekend als muzikant onder de naam –M-, producent van o.a. Vanessa Paradis en vriend van actrice Audrey Tautou), Stanlislas, die in Spa in de Village Francofou op de planken stond, en de actrice Emanuelle Béart werkten mee aan het album.
Maxime LeForestier, gekleed in een witte polo en zwarte broek, werd begeleid door een contrabas en drums, terwijl hij zelf de gitaar bespeelde. Hij brengt in Spa een mix van nieuwe en oude nummers, vaak in originele arrangementen. Aftrappen doet hij met “Graind’sel”, een nummer over de ellende in Soedan, gevolgd door eerste klassieker “Passer ma route”, waarmee hij het publiek een eerste keer op zijn hand krijgt. Een aantal liefdesliedjes in mooie jazz-arrangementen zoals “Tuer le temps” en “Restons amants”,  wisselen Afrikaanse ritmes met djembé (“La meute et le troupeau”) of country (“Mes Empreintes”) af. Maxime LeForestier is ook een veelgevraagd songschrijver en bracht “Tomber” van Gérald de Palmas (die hier een aantal jaar geleden ook op het podium stond) en een ontroerende “Histoire grise”, dat hij schreef voor de in 2004 overleden Parijse bohémien Serge Reggiani. Hij bracht ook hulde aan zijn leermeester, de grote George Brassens, met wie hij ooit op de planken stond, door een cover te brengen van “Bonhomme”. Het waren echter vooral de klassiekers die het plein echt kon beroeren tijdens “Mon frère”, “Né quelque part” en “San Francisco”.
Maxime LeForestier bracht een afwisselende en boeiende set en mocht twee keer terugkeren voor een bisnummer, wat hem zichtbaar ontroerde.

Julien Clerc (F), Scène Pierre Rapsat, 22h30
Het optreden waar het meeste naar werd uitgekeken in Spa was wellicht die van de immens populaire, charismatische zanger Julien Clerc, die reeds voor de 3de keer in Spa de avond mocht afsluiten. Bij ons is Julien Clerc vooral bekend van het nummer “Hélène” uit 1987, maar wie zijn werk beter kent weet dat hij al ontelbare mooie nummers op zijn palmares heeft. Clerc werd ontdekt in de jaren ’60 en startte zijn carrière in het voorprogramma van Gilbert Bécaud en Adamo. De Franstalige adaptatie van de musical ‘Hair’, waarin hij de hoofdrol speelde, lanceerde hem in 1969 helemaal. Julien Clerc staat bekend als een uiterst professioneel artiest die zich altijd heeft laten omringen door de beste song- en tekstschrijvers. Een grote frustratie voor Clerc is altijd geweest dat hij, als autodidact, geen goede muzikant is en niet in staat is om zelf teksten te schrijven (“Ce n’est malheureusement pas mon affaire. Je n’en ai ni l’envie, ni le talent”). Hij werkte voor zijn teksten samen met o.a. Françoise Hardy (“Fais-moi une place”) en Serge Gainsbourg (“Amour consolation”).
Clerc bracht in Spa een gevarieerde set met veel nummers uit “Où s’en vont les avions?”, het 21ste album van de zanger dat vorig jaar verscheen. Een antwoord op de titel krijgen we niet maar, zoals hij zelf zegt zou het gaan om “une jolie façon de parler d’immigration”. In Spa brengt Clerc, immer stijlvol gekleed in zwart pak, wit hemd en jazeker, een foulard, uit dit album “Souvenez-vous”, “La jupe en laine”, “Sous sa grande ombrelle” en “Une petite fée”, het gekende recept van poëtische teksten op zoete melodieën die het publiek meermaals aan het dansen zet.
« Ce n’est rien », « Si on chantait », « Jouez violons sonnez crécelles » en de schlager « Femmes… je vous aime » worden luidkeels meegezongen. Dit laatste nummer typeert de vaak melodramatische nummers die van Julien Clerc gekend zijn, maar die periode is voorbij: de grote emoties hebben plaatsgemaakt voor de muziek,  zeker nu de jonge producer Benjamin Biolay hem ook als musicus op de voorgrond schuift.
Dat hij zich erg onzeker voelt als muzikant blijkt als hij plaatsneemt aan de piano om het prachtige “Déranger les pierres” aan te heffen, een nummer geschreven door Carla Bruni, met wie hij een jarenlange samenwerking kent: “Un grand moment de solitude quand, à la TV, j’ai du m’y reprendre à cinq ou six fois. Mes amis m’ont vite rassuré, je passais en boucle sur le net”. Hij bedankt ook zijn tekstschrijvers, “sans lesquels je serais rien”: Maxime LeForestier, Carla Bruni, Jean-Loup Dabadie, Luc Plamandon en de betreurde Etienne Roda-Gil. Voor “Dormez”, een berceusegeschreven door Maxime LeForestier, komt de songschrijver zelf even het podium op om met Clerc aan de piano mee te zingen. De zomeravond liep ten einde met “Partir” en het onvergetelijke “Ma Préférence”, ongetwijfeld één van de mooiste liedjes over de liefde ooit geschreven. Afsluiten doet Julien Clerc deze strakke, professionele set waar niets aan het toeval werd overgelaten, met het aanstekelijke “Laissez entrer le soleil”, de Franstalige cover van “Let the sunshine” uit de musical Hair.

Organisatie: Francofolies de Spa, Spa 

Francofolies de Spa 2009: Hoogmis van het Franse lied: les Francofolies de Spa 17-21 juli 2009

Francofolies de Spa 2009: Hoogmis van het Franse lied: les Francofolies de Spa 17-21 juli 2009

dag 2: zaterdag 18 juli 2009
Pascale Picard (Q), Village Francofou, Scène Proximus, 18h30
Nog nooit van gehoord? Geen probleem, ook bij ons deed deze naam niet direct een belletje rinkelen. Het feit dat deze jongedame bovendien tussen haar songs door een moeilijk begrijpbaar taaltje brabbelde, wat Québecois bleek te zijn, hielp ons ook al weinig vooruit.
Wat valt er dan wel te vertellen over deze dame? Wel ten eerste dat ze er even fris en ravissant uitzag als de truite Ardennaise die we eerder deze dag in het naburige Stavelot met veel smaak verorberd hadden (liefhebbers van deze streekspecialiteit weten dat dit enkel als een compliment kan gezien worden). En ten tweede dat ze met haar prima begeleidingsband lekker ouderwets rockte als een soort kruisbestuiving van Janis Joplin, KT Tunstall en Courtney Love. Bovendien was Pascale Picard slim genoeg om te beseffen dat de Village des Artistes (nog) niet echt vertrouwd was met haar eigen werk en injecteerde ze eigen songs veelvuldig met gedurfde flarden uit bekende nummers als “Young Folks” van Peter, Björn & John, “Walk on the Wild Site” van Lou Reed, “You can’t always get what you want” van The Rolling Stones en “Lady Madonna” van The Beatles.
Hoogtepunt: het naadloos in elkaar overvloeien van “Glory Box” en “Sweet Child O’Mine” van het tot vóór deze avond onverzoenbaar geachte Portishead en Guns ’n Roses. Chapeau!

Scala (B), Scène Pierre Rapsat, 20h30
Een zestig koppig Vlaams meisjeskoor onder leiding van twee getalenteerde broers met Oost-Europese roots. Hoe eclectisch het programma van de Francofolies dit jaar opnieuw samengesteld was, Scala was ongetwijfeld de vreemde eend in de bijt deze avond op het prestigieuze Carrefour Pierre Rapsat. Door de eer die Scala bovendien te beurt viel om als opwarmer te mogen spelen vóór Patrick Bruel, l’homme dont chaque femme Francophone est amoureuze (zie recensie hieronder), was het op voorhand moeilijk in te schatten in welke mate de met gitaar, piano en drums ondersteunde koorgezangen het publiek zouden kunnen beroeren.
Aanvankelijk bleek dit slechts moeizaam te lukken. In de door de Kolacny’s zelf geschreven songs “Seashell” en “Splinter” uit het laatste album ‘Paper Plane’  was het tevergeefs zoeken naar herkenbare melodietjes uit hedendaagse pop- en rocksongs, de originele formule waarmee Scala de voorbije jaren tot ver buiten de landsgrenzen bekendheid verwierf. Ze werden op niet meer dan een beleefdheidsapplausje onthaald.
Maar toen Steven Kolacny zelf in gebrekkig Frans verkondigde dat de meisjes “ook in het Frans kunnen zingen” en het publiek vervolgens trakteerde op een lange rij liedjes uit het album “Dans Les Yeux d’Aurore”, een onlangs verschenen eerbetoon aan Pierre Rapsat naar wie ook het hoofdpodium genoemd was, smolt de oorspronkelijke gereserveerdheid bij het publiek als sneeuw voor de zon. Uit nummers als “Passager de la Nuit”, “Illusion”, “Les Rêves sont en nous” en “Ensemble” bleek telkens opnieuw hoe mooi en tijdloos het repertoire is die deze vroegtijdig gestorven Waalse zanger ons nagelaten heeft.
Een langdurig en warm applaus maakte duidelijk dat de Kolacny broers met hun oproep tot Belgische verbroedering een gevoelige snaar geraakt hadden bij het overwegend Franstalige publiek. Het daaropvolgende uitbundig en door iedereen meegezongen “Ik hou van u/Je t’aime tu sais” betekende meteen de apotheose van een prima concert waarmee Scala er zeker in geslaagd is om vele francofone zieltjes voor zich te winnen.

Patrick Bruel (F), Scène Pierre Rapsat, 22h30
Dat Patrick Bruel nog steeds immens populair is blijkt aan de menigte die hem staat op te wachten aan het Radisson BlueHotel enkele momenten voor zijn optreden op de Scène Pierre Rapsat. Patrick Bruel was in de jaren ’90 van vorige eeuw een echt tieneridool en sierde menig meisjeskamer met zijn krullen en donkere ogen. Hij slaagde er in die periode zelfs in om twee maal de Ahoy in Rotterdam uit te verkopen.
De zanger met Algerijnse roots startte zijn carrière aanvankelijk als acteur in films en theater aan het begin van de jaren ’80 en brak pas door als muzikant in 1989 met de cd “Alors Regarde”, waarop nog steeds zijn meeste hits staan.
Bruel, gekleed à la Française in het zwart met een foulard om de nek, bracht in Spa zijn show Seul…ou presque, waarbij hij zijn bekendste nummers, die ondertussen klassiekers zijn geworden, in een akoestische versie opvoert. Bruel staat dus alleen  op het podium en begeleid zichzelf op piano, gitaar of mondharmonica. Hij trapt af met “Voulez-vous”, dat luidkeels wordt meegezongen, gevolgd door het alom bekende “Qui a le droit?” uit 1991, een nummer dat hij schreef met zijn eerste mentor Gérard Presgurvic en dat ondertussen meermaals gecovered werd in zijn thuisland. Bruel heeft het publiek meteen mee met  « Casser la voix », « Au Café des Délices » en « Marre de cettenana-là ». Uit de keuze van de nummers blijkt ook een nostalgie naar de beginjaren: “Place des grands hommes”, “On t’attendait” en “Pour la vie” gaan over het verstrijken van de tijd, de verloren idealen en principes, over het toeval en het lot dat een mensenleven stuurt en hindert. De nummers van Bruel zijn dan ook bijna altijd terug te brengen tot zijn eigen ervaringen. Met “Combien de murs” en “Adieu” brengt Bruel een politieke boodschap tegen het extremisme. Een iets minder moment: zijn cover van “You’ve got a friend” van Carole King, dat een beetje slapjes overkomt.
Afsluiten doet Bruel deze intimistische set met “Mon amant de Saint-Jean”, een musette die terug te vinden is op “Entre Deux” uit 2002. Op deze plaat staan een 23-tal nummers uit de belle époque met een aantal duetten met vedetten zoals Charles Aznavour en Johnny Halliday en was in Frankrijk een echt kassucces. Niet echt onze cup of tea, maar Bruel slaagde er wel in iedereen op het plein met elkaar te doen dansen. Een beetje klef noemde hij het optreden in Spa ‘un de mes plus beaux souvenirs professionel’, maar niettemin waren wij danig onder de indruk van deze charmezanger die toch over meer muzikaal talent beschikt dan zijn imago doet vermoeden.

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto’s

Organisatie: Francofolies de Spa, Spa 

Francofolies de Spa 2009: Hoogmis van het Franse lied: les Francofolies de Spa 17-21 juli 2009

Francofolies de Spa 2009: Hoogmis van het Franse lied: les Francofolies de Spa 17-21 juli 2009

Voor alle liefhebbers van het Franstalige lied was het Luikse stadje Spa van 17 tot 21 juli even het centrum van de wereld met de 16de editie van de Francofolies. Op verschillende locaties in het stadscentrum waren er optredens te zien van Franstalige bands en muzikanten, met aandacht voor zowel de gevestigde waarden als opkomend talent. Grote namen van het Franse chanson zoals Patrick Bruel en Maxime LeForestier, staan er naast populaire muzikanten zoals Liben en Saule en ook beginnende groepen krijgen een forum op verschillende plekken in een uniek mooie stad.
Drie van de vijf avonden waren we aanwezig …Impressies …

dag 1: vrijdag 17 juli 2009
Reikhalzend hadden we uitgekeken naar het optreden van Francis Cabrel op de Scène Pierre Rapsat, de verlegen en ietwat mysterieuze bard uit het Zuiden die hits scoorde met “Je t’aime, je t’aimais, je t’aimerai”, “L’encre de tes Yeux” en “Petite Marie”. Francis Cabrel bracht een eerste plaat uit in 1977 en heeft met zijn melodieuze en vaak maatschappijkritische nummers ondertussen een icoonstatus bereikt in Frankrijk. Hij wordt vaak bestempeld als de Franstalige Bob Dylan (één van de muzikanten waarmee hij in Spa op het podium stond zou zelfs nog bij Bob Dylan gespeeld hebben). Alhoewel Cabrel ook rocknummers en bluesmuziek schreef, dankt hij zijn succes vooral aan de melodieuze folk chansons met de poëtische teksten, waarbij hij zichzelf begeleid op gitaar (het moment waarop Cabrel zijn lange haar afknipt en de akoestische gitaar aan de haak hangt, veroorzaakte dan ook een schokgolf van verontwaardiging in Frankrijk). De nummers van Cabrel dragen een zekere droefgeestigheid in zich. Het beeld van de mijmerende zanger die op een muurtje van zijn mas tegen de ondergaande zon, tussen de zonnebloemen en het gefluister van krekels, de liefde bezingt, is dan ook niet ver weg.
Jammer genoeg gaf onze perskaart in Spa geen toegang tot dit concert (wat trouwens het enige minpuntje was voor een voor de rest meer dan voortreffelijke organisatie) en moesten we onze heil op andere podia gaan zoeken.

Martin Solveig (F), Village Francofou, Scène Proximus, 21h45
In het Parc des Sept Heures bevinden zich tussen de linden de drie podia van de Village Francofou, waar vooral hedendaagse, alternatieve groepen te zien waren.
Martin Solveig moest er de man worden die de eerste avond in vuur en vlam zou zetten. En hij slaagde daarin met grote onderscheiding. Nadat hij eerder al wereldwijd danszalen op zijn kop gezet heeft, ging ook de Village Francofou massaal voor de bijl voor deze Parijse star DJ en producer. Het talrijk opgedaagde en uitgelaten publiek huppelde met zoveel enthousiasme op en neer op de uitbundige mix van disco, funk, electro en house dat de organisatoren even moeten gevreesd hebben voor de waterkwaliteit van de nabijgelegen Spa bronnen.
Martin Solveig had er voor gekozen om voor de gelegenheid van zijn DJ troon neer te dalen en zich tijdens de set te omringen met een multicultureel samengestelde band die bijna uitsluitend gebruik maakte van live instrumenten. De nummers bleven hierdoor stuk voor stuk stevig overeind op het podium. Meer zelfs, de pompende bass riffs gaven aan nummers als “Rejection” en het aan Michael Jackson schatplichtige “Rocking Music” extra dynamiek waardoor ze nog meer als op plaat resoluut op de heupen mikten.
Tijdens het eerste deel van de set stelde Martin Solveig uitgebreid zijn nieuwe album ‘C’est la Vie’ voor. De hieruit verschenen singles “I want you” en “1 2 3 4” hielden de temperatuur aardig op peil midden de Ardeense bossen. Onverwoestbare classics als “Jealousy” en “Everybody” konden daarna  tijdens de bisronde dankzij de opzwepende Afrikaanse percussie en een James Brown lookalike zanger enkel nog voor de climax zorgen.

Organisatie: Francofolies de Spa, Spa 

Dourfestival Dour 2009: zondag 19 juli 2009

Het Gentse Madensuyu  opende de afsluitende dag in de Club-Circuit Marquee. Het duo is toe aan hun tweede volwaardige cd en intrigeren door een broeierig, intens, energiek en opwindend spanningsveld tussen repetitieve gitaarstructuren, bezwerende en opzwepende percussie, elektronicableeps, (schreeuw) zang en opgewonden kreten. Het nieuwe materiaal heeft een intense, samenhangende opbouw, klinkt breder en beschikt over meer zangpartijen. Het duo liet de synthiloops en beats wat meer doorklinken en manifesteerde zich ergens tussen de postrock van 65daysofstatic, de oude Belgenpop van Red Zebra, de industrial van The Young Gods, de gitaarriedels van Sonic Youth en de scherpte van Swans en V.U. De klemtoon kwam op de nieuwe werk met o.a. “Fafafxx” en “Time”. Op het eind kwamen de oudjes “Papa bear” en “No why no wow” aan bod!

Het Antwerpse kwartet The Hickey Underworld (The Last Arena) zetten een snedige en scherpe performance neer. Hun titelloze debuutplaat werd positief ontvangen in de pers en ook live stonden ze hun mannetje. De spetterende mix van noiserock, indiepunk, pop en een vleugje emo kende uitsluitend sterke momenten met uppercuts als "Zero hour", "Sick of boys", "Zorydan", "Flamencorpse", "Blue world order" en "Blonde fire". Hun singles en tevens ook hun meest poppy en toegankelijkste songs "Future words" en "Mystery bruise" hielden ze tot het laatst bewaard. Hun sound was venijnig en explosief , maar tegelijk ook poppy, melodieus en uitgebalanceerd. We werden hier meteen getrakteerd op een ferme mokerslag!

’Embrace’ is het debuut van het beloftevolle Amerikaanse sextet Sleepy Sun (Club-Circuit Marquee), die muzikaal dwepen met The Black Angels, Black Mountain, Band of Horses en Black Crowes. Een weirde mix van stoner/rock’n’roll, americana, psychedelica, folk en elektronicariedels. Slepend, opbouwend materiaal, gedrenkt in de ‘70’s, dat af en toe wat krachtiger klonk en je in een droomwereld pushte!

Rappers Willie Wartaal, P. Fabergé, Vieze Fur en producer/dj Bas Bron, beter bekend onder de naam De Jeugd van Tegenwoordig, weten hoe ze de jonge menigte uit hun dak kunnen laten gaan (The Magic Tent). Het zooitje ongeregeld deed dat met onweerstaanbare feestnummers als "Watskeburt?", "Hollereer", "Deze jongen komt zo hard", "Flap flap", "Kerk" en "Applaus". Deze vunzige bende serveerde ons onvervalste en pretentieloze fun en ambiance! Soms moet dat niet meer zijn …

Voor onvervalste rock 'n' roll zaten we bij The Experimental Tropic Blues Band (La Petite Maison dans la Prairie) perfect. Dit Luikse trio met welluidende namen als Dirty Wolf (vocals, guitars), Boogie Snake (vocals, bass) en Devil D'Inferno (drums) serveerde ons een vuige mix van rock 'n' roll, punk, garagerock en blues. Echo's van Jon Spencer, Pussy Galore, The Stooges, Captain Beefheart klonken door in hun livesound, zonder dat het echt stoorde. Tracks als "Goddamn blues", "Bang your head", 'Those dicks"! en "I dig you much more and more" waren luide en heftige statements. Er werd afgesloten met twee covers: "Preaching the blues" van The Gun Club en een stomende versie van "Garbage man" van The Cramps (RIP). Dit was rock 'n' roll op het scherpst van de snee, zoals we het graag hebben!

Het Sheffieldse kwintet Rolo Tomassi (Club-Circuit Marquee) was niet voor gevoelige zieltjes. Met hun mathcore, cybergrind, punkjazz, noisecore of hoe je het ook wil noemen pleegden ze een frontale aanval op onze trommelvliezen. Deze herriemakers van de zuiverste soort mengden het beste van Genghis Tron, The Dillinger Escape Plan, Horse the Band, Naked City, Boredoms en Fantômas op hun eigen onnavolgbare en virtuoze manier. Vooral lieflijk ogende frontvrouw Eva Spence (wat een stem!!) en gitartist Joe Nicholson waren indrukwekkend om te bekijken en te beluisteren! Hun vorig jaar verschenen debuut 'Hysterics' is een aanrader, daaruit werden o.a. "Scabs", "I love turbulence", "Everything went grey" en "Oh, hello ghost" de tent ingeslingerd. Voor velen de ontdekking van het festival, en terecht!

De Franse dansscene van Cassius, Daft Punk en Justice zond z’n kleine broertje naar Dour. Die underground wordt gesierd door Birdy Nam Nam en Naieve New Beaters (The Magic Tent). Een potpourri van rock, funk electro, trance en beats . Een fijn staaltje dancerock hoorden we van het trio …

Bob Log III, de onemanband uit Tucson, Arizona, USA zette La Petite Maison dans la Prairie op stelten met zijn mix van (delta)blues, rock 'n' roll en punk. De steevast in een glimmend jumpsuit en bijhorende helm gestoken outlaw was voor menig festivalganger de revelatie van Dour. De man bespeelde tegelijkertijd een oude slidegitaar en met zijn voeten zorgde hij voor de beats (de kickdrum en cimbalen). Aan zijn helm zat zijn microfoon vastgespeld waarbij hij kreten slaakte als "I'm a professional, Goddamn it!" en "We've all got boobs, people". Nietsverhullende nummers als "Drunk stripper", "Clap your tits", "Boob Scootch" (waarbij hij twee dames uit het publiek op zijn knieën liet zitten), "My shit is perfect" en "Bump paw" spraken boekdelen. We waren hier getuige van hilarische, heftige taferelen.

Het Britse The Horrors (Club-Circuit Marquee) breken definitief door met de onlangs verschenen tweede cd ‘Primary colours’. Twee jaar terug rammelden zij nog met hun rommelige garage/punk/rock’n’roll/noise/shoegaze/electrowave. Deze vijf in zwart gehulde heren gooiden deze muzikale stijlen in een meer gestroomlijnd, opwindend geheel, waardoor het allemaal wat beheerst, toegankelijk; melodieuzer en dieper klinkt en weet te raken. Ergens tussen The Cramps, Joy Division, The Cure, Psychedelic Furs, Jesus & Mary Chain en My Bloody Valentine. Ondanks de eerder, onverwachts, lauwe respons, speelden ze een bezielde, beklijvende set met songs als “Mirror’s image”, “Three decades”, “Can’t control myself”, “New ice age”, “Only think of you” en killers als de single “Who can say” en de in fuzz gedrenkte electrowave-er “Sea within a sea”.
.
Een eigenzinnig klankenpallet hoorden we van het Canadese Caribou (La Petite Maison dans la Prairie), onder Dan Snaith. Intrigerende ingetogen indiepop door een spaarzame begeleiding van dubbele percussie, gitaar, bas en/of elektronica, onder een beperkte zang, bood een filmisch psychedelische aanpak, ergens tussen Tortoise, Fiery Furnaces, Mercury Rev en Ozric Tentacles. Een fijne ontdekking …

De 5-uur durende hiphopmarathon '5 elements of hiphop' (Dance Hall) was een groot succes. De line-up was zondermeer veelbelovend en bestond enkel uit grootheden. Wat had je gedacht van DJ Muggs (Cypress Hill), Mixmaster Mike (Beastie Boys), Mr. Wiggles (Rock Steady Crew), DJ JS-1 (Rock Steady Crew) en human beatboxer Rahzel (ex-The Roots). Eerste aan de beurt was DJ Muggs, die hiphop-classics van o.a. Public Enemy, Kurtis Blow, Busta Rhymes, Old Dirty Bastard, Krs One en talloze anderen afvuurde op de danslustige jongeren. Hierna kwam Mr. Wiggles die vooral zijn scratch- en turntablismkunsten demonstreerde. Entertainend en van wereldklasse. Mixmaster Mike hebben we tot onze grote spijt moeten overslaan wegens de performance van Aphex Twin + Hecker op de mainstage. Wel hebben we nog een stukje kunnen meepikken van DJ JS-1 die niet alleen rapsongs draaide, maar ook soul, funk en dance-tracks en dit in het gezelschap van Rahzel die al beatboxend tegelijkertijd de drumsectie en bassectie van het nummer 'speelde' en de melodie zong. Hier hebben we mateloos van genoten!

Het was lang stil rond Boss Hog , het muzikaal paradepaardje van Jon Spencer (Club-Circuit Marquee). Het is de band van z’n bevallige vrouwe Cristina Martinez, die een nieuwe band rond haar formeerde met haar man op gitaar en backing vocals. Spencer is trouwens een vaste klant in Dour, want vorig jaar pootte hij nog een snedig rock’n’roll setje neer met de Heavy Trash. Ook hier was er sprake van gedreven materiaal, al was het minder vettig en klonk het op den duur wat geroutineerd en veel-gehoord. De intensiteit met Martinez was minder explosief en opwindend, maar haalde een net geslaagd. Bijna twintig nummers gooiden ze er tegenaan met pareltjes als “Get it while you wait”, “I dig you” en “Count me out …

Absolute headliner en grootste publiekstrekker van deze editie was ongetwijfeld Aphex Twin (The Last Arena). De 'Mozart' van de moderne elektronische muziek werd live vergezeld door de Duitser Florian Hecker. De verwachtingen waren hooggespannen en deze werden dan ook grotendeels ingelost. Ze begonnen hun set met vrij toegankelijke en dansbare minimal-techno en ambientsoundscapes waarbij de melodieuze synths en de orkestrale arrangementen de hoofdtoon voerden. Na een dik halfuur ging het tempo fel de hoogte in en werden de beats grilliger, complexer en tegendraads. De scary en expliciete visuals ondersteunden passend de muziek. De dansende menigte amuseerde zich en gingen compleet uit de bol. Er werd afgesloten met een beenharde en fantastische versie van "Come to daddy" met de alombekende en toepasselijke zinsnede "I want your soul, I'll eat your soul". Ik had het niet beter kunnen verwoorden. Spijtig genoeg was hiermee de kous af, dus geen "Windowlicker", "Didgeridoo" of "Ventolin". Toch kunnen we concluderen dat dit een opwindende en gedenkwaardige performance was. Richard D. James is nog altijd onovertroffen en ongenaakbaar!!

Aaron Funk aka Venetian Snares is een graag geziene artiest op Dour. Het was reeds de derde maal op rij dat hij mocht aantreden. Ditmaal deed hij dit in de overvolle Club-Circuit Marquee. Net zoals bij zijn vorige passages bewees hij waarom hij de koning van de breakcore is. Het was bewonderenswaardig hoe hij de ultra-complexe beats mengde met invloeden uit klassieke muziek, drum 'n bass, reggae/dub, hiphop, ambient en noise. Intens, virtuoos en niet voor gevoelige oortjes. Op naar nummer vier!

Vier dagen schitterende muziek …een  muzikale shoppingworld waar de verveling geen seconde toesloeg. Exit Dour 2009! Tot volgend jaar.

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto’s

Organisatie: Dourfestival, Dour

Dourfestival Dour 2009: zaterdag 18 juli 2009

Ook op deze derde dag noteerden we enkele grootse optredens in La Petite Maison dans la Prairie … Bij onze derde doortocht door het muzikale landschap van Dour hielden we iets na de middag halt bij Malibu Stacy (The last Arena), een beloftevol Waals bandje dat in 2004 het Concours Circuit won en vorig jaar nog uitpakte met hun tweede cd ‘Marathon’. Catchy meeslepende, broeierige gitaarpop, met enkele adrenalinestoten, won al heel wat Franstalige zieltjes, maar is over de taalgrens nog maar matig gekend. Een aangename kennismaking dus van een band met potentieel …

Het Amerikaanse Arbouretum (La Petite Maison dans la Prairie) past binnen het plaatje van de huidige americana en voegt er elementen folk en doom aan toe. De groep is één adem op te noemen met Phosphorescent. Innemende en opbouwende retrorock met lekkere, stevige Crazy Horse gitaren. Bonnie Prince Billy, Bon Iver en Richard Thompson sluipen om de hoek. In het tweede deel van hun set werden de ingetogen momenten omgebogen naar snedig en steviger werk met enkele wervelende en kolkende gitaren als geluidsstormen, onder Dave Heumann’s zweverige zang.

De Nederlandse hiphoppers van de Fakkelbrigade (Club-Circuit Marquee) zette een energieke en vitale show neer. De band bestaande uit ex-Opgezwolle leden Rico en Sticks, wonderkind Typhoon en de relatieve nieuwelingen James en producer/dj A.R.T. kwamen hun debuutalbum 'Colucci era' voorstellen. Met frisse, uitdagende en rauwe tracks als "Kostbaar", "Groen gras", "Tot hier", "Gezegd en geschreven" en "Daar met ons" bouwden ze een gezellig en uitgelaten hiphopfeestje. Opgezwolle is dood, lang leve de Fakkelbrigade

Arsenal (The Last Arena) hoeft in Vlaanderen geen voorstelling meer. Ze zijn één van de populairste live bands. Ook onze Franstalige vrienden lieten ‘de zon in hun hart’ toe. De kleurrijke sound van aanstekelijke en opzwepende zomerse groove, onder de zang van Roan - Ghysel, zorgde ervoor dat de eerste rijen meteen dansten op prachtsongs als “Estupendo”, “Switch”, “Lotuk”, “Longee” en “Personne ne bouge”, zonder hun classics “Mr Doorman” en “A volta” te vergeten. Arsenal was de ‘summer’stemming bij uitstek …

Stijn, in een mooi wit kostuum gestoken met bijhorende zonnebril, bracht met een felgesmaakte mengeling van electro, pop, funk en hiphop een zeer dansbare en onderhoudende set in de Dance Hall. Met een arsenaal aan synthesizers, drumcomputers, samplers en effecten bewees hij een echte rasperformer en entertainer te zijn. Met floorfillers als "Sex junkie", "Hot and sweaty" en "Shitrightnow" was het moeilijk stil te blijven staan. Hij testte met succes ook enkele nieuwe nummers uit, de huidige opzwepende single "Password" voorop en een ode aan de Detroit techno, "Back to Detroit", die naadloos aansloten bij zijn ouder materiaal.  Sexy, funky en speels. De toekomst ziet er rooskleurig uit voor Stijn!

Het Leedse ILIkeTraIns (La Petite Maison dans la Prairie) was op Dour gereduceerd tot een kwartet. Hun wavepostrock van ‘dark music for happy people’ klonk in het eerste deel van de set opvallend levendig, tav hun traag, slepende melodieën, aanzwellend door feedbackgeraas. Snedige waverock zoals we dit al te horen kregen bij bands als Editors en White Lies! De donkere melancholie en dramatiek in de voetsporen van hun ‘Elegies to lessons learnt’, hoorden we in het tweede deel met “A rookhouse for Bobby”, “The victress” en een uitgesponnen “Spencer Perceval” als finalereeks. Met een knipoog naar de opbouw van Joy Division’s “Atmosphere”.

De instrumentale hiphop van Exile and DJ Day (Club-Circuit Marquee) was leuk, maar niet meer dan dat. Het Detroitse duo etaleerde hun kunstjes (scratching, turntablism, dj-ing, sampling) met behulp van fragmentjes ‘oldschool’ hiphop, funk, electro en soul. We hoorden onder andere "Planet rock" van Afrika Bambaataa, "Flashlight" van Geroge Clinton" en natuurlijk, zoals het tegenwoordig bijna noodzakelijk is, een ode aan Michael Jackson "Rock with you" en producer/beatmaker J Dilla. Origineel en vernieuwend was het zeker niet, artiesten/producers als DJ Shadow, Cut Chemist, Mantronix, Madlib, J Dilla en Flying Lotus deden hun dit al eerder voor, en met meer succes. Een lichte teleurstelling!

T
he Gaslight Anthem, het kwartet uit New Jersey onder zanger/gitarist Brian Fallon, gaf z’n folky punkroots op de tweede plaat ‘The ‘59 sound’ een draai richting americana en ‘Springsteen’ stadionrock (The Last Arena). Stukjes “It’s a man’s world”, “Stand by me” en “Purple rain” stoorden niet … Een boeiende set van een band die in ons landje nog moet doorbreken, maar zich een weg baande tussen de ‘80’s revival The Clash, This Model Army, The Replacements, Big Country en The Men They Couldn’t Hang! Van beter deeg dan The Dropkick Murphys!

De oer-hardcore van The Cro-Mags (The Magic Tent) zorgde voor wilde taferelen. De band rond zanger/brulboei John Joseph, gitarist A.J. Novello (ex-Leeway), bassist Craig Setari (Sick Of It all) en drummer Mackey Jayson serveerden ons de hardcore-klassieker 'The age of quarrel' in een integrale versie. Dus met puntige en krachtige adrenalinestoten als "Street justice", "Survival of the streets", "Seekers of the truth", "Sign of the times" en "Don't tread on me". De veel te korte show (slechts 40 minuten) werd beëindigd met "We gotta know" en "Hard times". Dit had wat langer mogen duren!

Drie op een rij …
overweldigende, overdonderende sets in La Petite Maison dans la Prairie:
O’Death, The Dodos en 65daysofstatic.
* Het NYse sympathieke kwintet O’Death brengt een crossover van rauw, rammelende rock, country, folk, bluegrass en punk. Cow/countrypunk! Hun songs ondergingen verrassende wendingen door de snedige gitaartokkels, zwierige vioolpartijen, opzwepende drums, een schreeuwerige zang en meezingbare ‘oohoohs’. Zeemansliederen in de prairie …, die beheerst en heerlijk klonken binnen de vooropgestelde songstructuur …Opwindend en feestelijk … Een nokvolle Biertent op Folkdranouter lonkt … Prosit!
* Het uit San Francisco afkomstige duo The Dodos is inmiddels aangevuld met een derde groepslid op xylo/vibrafoon/klokkenspel en synths. Ze speelden zich in de kijker op Pukkelpop vorig jaar en ook hun optreden in de VK was er eentje om van te snoepen. De band brengt eind augustus nieuw materiaal uit. We hoorden een avontuurlijk warm geluid in een zompig, freakende oase van bluesrock, americana, folktronica en psychedelica onder een onvaste, licht doordrammende zang. The Dodos onderscheidden zich door het creatieve gitaarspel, het slagwerk en de subtiele geluidjes. Het trio stelde heel het nieuwe werk voor (wat veelbelovend klinkt!) en stak vaart in de songs. Hun rauw, rammelende aanpak klonk iets breder dus … In de Bota begin september!
* Tot slot 65daysofstatic … live een bom … het ontketende kwartet dompelde hun op cd gemoedelijke postrock onder in helse geluidsstormen van pedaaleffects en elektronica ‘drum’n’bass’ gefreak. Enkele zachte tussenstukken boden rust. Een gezonde dosis herrie, die het songmateriaal een alternatieve wending gaven. Wat een energie op het podium en wat uitzinnig publiek … Een lang uitgesponnen “Radio protector” (herkenbaar pianoriedeltje!) vormde het kroonstuk, waaraan bonkende beats werden gebreid. Het was eventjes bekomen van deze postrockers in een nokvelle tent …

De midwest rap van Black Milk (Club-Circuit Marquee) was van hoge kwaliteit. De 25-jarige rapper uit Detroit, Michigan werd bijgestaan door een live-band, bestaande uit een drummer, een keyboardspeler en een dj. Zelf serveerde hij ons bijzonder lekkere raps die getekend werden door een uitstekende flow en techniek. Op het materiaal uit 'Popular demand' en 'Tronic' werd enthousiast gereageerd, we hoorden in sneltreinvaart "Sound the alarm", "Action", Bounce", "Hold it down", "Losing out", "Insane" en "Try" passeren. Dit was hiphop in het straatje van De La Soul, A Tribe Called Quest en Slum Village: intelligent, laidback, puur en onversneden. Knap en uiterst genietbaar!

Spacerock is van alle tijden. Zoveel werd duidelijk na de passage van het psychedelica-monument Gong (The Magic Tent). De band rond de inmiddels 71-jarige zanger/gitarist/bandleider Daevid Allen (bijgenaamd Divided Alien) is al sinds '68 actief en brengt een hemelse en onweerstaanbare cocktail van spacerock, progressieve rock, psychedelica en jazz/fusion. Hoogdagen van de groep lagen ongetwijfeld in de jaren '70 met albums als 'Angel's egg', 'The Flying Teapot', 'You' en 'Camembert electrique'. Jammer dat de opkomst voor dit instituut wat aan de lage kant lag, maar ze lieten het alvast niet aan hun hart komen met indrukwekkende songs als "Master builder", "Magic mother invocation", "Flute salad/oily way", "Outer temple/inner temple" en de ultieme afsluiter "You and I". Daevid Allen was voor de gelegenheid uitgedost in een futuristisch wit pak en was in grote vorm, met werkelijk 'buitenaards' mooi gitaarwerk. De begeleidingsband waren ook stuk voor stuk klassemuzikanten die hun kwaliteiten graag demonstreerden aan het zichtbaar genietende publiek. Gong nam ons mee op een kosmische reis door tijd en ruimte!

Intussen genoten we van de loungy, freaky souljazz/hiphop van Jazzanova (Club-Circuit Marquee) en de dubreggae/funk/dancehall/pop van Roots Manuva (Club Circuit Marquee)

We besloten de avond in mineur met een tegenvallende set van het Britse Pet shop Boys (The Last Arena). Hun electrodiscokitsch moest het vooral hebben van een handvol, herkenbare leuke tunes van hun ‘best of’s als “Go west”, “Always on my mind”, “Suburbia” en “Westend girls”. We waren wel te spreken over de leuke gadgets, de dansacts en de aaneenrijging van videoclips. Er werd luchtig en speels omgegaan met het decor van vierkante blokken. Spijtig genoeg vinden we het nieuwe materiaal van de laatste vijf jaar maar flauwtjes en inspiratieloos, wat live duidelijk z’n weerslag had …

De Franse metalhelden van Gojira (The red frequency stage) speelden reeds voor de vierde maal op Dour. Toch was het een prettig weerzien. Hun progressieve death-trash-groovemetal werd op luid gejuich onthaald. De band rond de gebroeders Duplantier, speelde aan strakke en imponerende portie metal. Het tegendraadse, loodzware gitaarwerk, de vette baslijnen, het ritmische drumwerk en de rochels/screams van frontman Joe Duplantier waren van hoge klasse. Met monstersongs als "Oroborous", "Toxic garbage island" en "A sight to behold" werden we ondergedompeld in de wereld van hun laatste plaat 'The way of all flesh'. Publieksfavorieten als "Backbone", "Flying whales", "Clone" en "The heaviest matter of the universe" werden ook met verve gebracht. Er werd afgesloten met de kraker "Vacuity" die de laatste energie uit ons vermoeide lichaam haalde. Enig punt van kritiek was de drumsolo van Mario Duplantier die de vaart wat uit het optreden haalde, en dus niet echt hoefde. Maar toch houden we hier een meer dan voldaan gevoel aan over. Deze jongens zijn op de goede weg!

Verrassingen zijn de wereld nog niet uit, dit werd bewezen door Mixhell (The Magic Tent). Het DJ-duo uit het verre, tropische Brazilië bestaande uit ex-Sepultura-drummer Igor Cavalera (jawel) en diens vrouw Layma Leyton zijn zowat de nieuwste hype in het alternatieve dance-circuit. Getipt door Soulwax, Crookers en LCD Soundsystem konden ze die hype nog niet voldoende waarmaken. De mix van electro, house, latin en rock was aangenaam en apart om het op zijn zachtst uit te drukken. En ook het idee van een live-dj (Lama) en een live-drummer leek misschien wel origineel en ongebruikelijk, toch was de uitvoering, het resultaat minder geslaagd en bij momenten geforceerd. Hier was duidelijk nog werk aan. Toch deelden velen mijn mening niet en genoten ze met volle teugen van dit spektakel.

Op naar de vierde dag …

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto’s

Organisatie: Dourfestival, Dour

Boomtownlive 2009: The Bony King Of Nowhere, Arbouretum en Sleepy Sun,

Geschreven door

Sleepy Sun heeft een sound die stevig in de seventies gebeiteld is. Net als andere nieuwe bands zoals Black Mountain en The Black Angels dwepen zij met mistige psychedelica gedrenkt in noeste gitaren en met vette knipoogjes naar The Velvets, The Doors en Hawkwind. In een halfvolle Handelsbeurs wisten zij de kritische rockliefhebbers te overtuigen met een portie stevige songs van hun alhier nog totaal ongekende debuut ‘Embrace’ (een dijk van een plaat, moet u dringend gaan ontdekken).

Arbouretum is al evenmin gekend in onze contreien. De band gaat echter al wat langer mee (productief groepje, 4 albums in 4 jaar is niet meer van deze tijd) en heeft met ‘Song of the pearl’ een opperbeste nieuwe plaat uitgebracht. Arbouretum bracht hun doorleefde knappe folk-rock soms met lekker stevige Crazy Horse gitaren. Frontman Dave Heumann’s puike gitaarwerk neigde ook al eens naar Tom Verlaine, en dat is uiteraard een compliment. Hij zong zijn americana songs als Will Oldham of zelfs Bon Iver en goot er met zijn robuuste band een ronkende rocksaus en een paar knappe gitaarsolo’s overheen. De heren stuurden een handvol schitterende songs de zaal in (met het geweldige “False spring” als uitblinker) waarop zij op een welgemeend enthousiast en goedkeurend onthaal werden getrakteerd. Interessante band.

Na een deftige portie stevige rock kregen we iets heel anders met The Bony King Of Nowhere, en dan bedoelen we vooral iets heel moois. Ontzettend knappe en fijne neo-folk van de bijzonder getalenteerde Gentenaar Bram Vanparys die volgens ons het volledige oeuvre van Jeff Buckley, Nick Drake en Devendra Banhart in zijn CD rek heeft staan. Vanparys en zijn puike band verblijdden ons met frisse en heldere korte pop- en folksongs, een heerlijke stem en tonnen talent. Eindelijk nog eens een Belg die niet als zeurpieten Novastar en Ozark Henry hardnekkig probeert de Vlaamse Coldplay te zijn, wel iemand die helemaal zijn eigen ding doet en dit vertaalt in schitterende songs. Uiteraard speelde hij in de Handelsbeurs een thuismatch en moest hij het publiek niet echt meer van zijn kunnen overtuigen. Maar ons wel, want wij waren tot voor vanavond nog niet vertrouwd met de man zijn muziek, maar zullen nu als de bliksem zijn debuutplaat ‘Alas my love’ gaan aanschaffen.

Neem gerust een kijkje naar de pics onder foto’s live

Organisatie: Boomtownlive (ism Democrazy, Handelsbeurs en FihP), Gent

Dourfestival Dour 2009: vrijdag 17 juli 2009

Een massale belangstelling was er ook voor dag 2 Dourfestival met 35000 toeschouwers… Een heel interessante formule op deze twee dag bleek de 4x4 in de Club-Circuit Marquee, een geslaagde, gesmaakte zet van Dour, Grand Mix, 4AD en De Kreun. Volgende groepen stonden geprogrammeerd: The Sedan Vault, De Staat, Deerhoof, …Trail Of Dead, Animal Collective en Fuck Buttons. We zagen overtuigende optredens van deze beloftevolle bands!

The Sedan Vault opende de Marquee op vrijdag met glans. Het viertal uit Sterrebeek serveerde ons vooral songs uit het vorig jaar verschenen 'Vanguard'. We hoorden avontuurlijke en bezwerende nummers als "Communism by the gallon", "Autochtonic", "A rave to every home" en de grote Afrekening-hit "Unidentified flying objects". Hun opzwepende fusie van pop, emo, punk, progrock en elektronica bleef live goed overeind. De hoge en krijsende vocalen, de complexe songstructuren en onverwachte wendingen waren de ingrediënten van hun sound. De eeuwige vergelijkingen met The Mars Volta en At The Drive-In waren aanwezig en hoorbaar, maar toch was er wel degelijk sprake van een eigen gezicht. Daarvoor was hun knappe songmateriaal het levende bewijs. Puike prestatie van deze jongens!

Onze Franstalige Brusselse vrienden Cafeneon (La Petite Maison dans la Prairie) ontdekten we in de Bota. Nog steeds overtuigend klinkt hun goed opgebouwd, broeierig materiaal. Ze haalden de mosterd uit de electrowave van Joy Division/Bauhaus, de psychedelica van Stereolab en de shoegaze van My Bloody Valentine. Meeslepende songs onder een meerstemmige zang van Coster (rauw, doorleefd) en Brevers (zweverig, Jane Birkin/Siouxie tune).

Het Nederlandse De Staat (Club-Circuit Marquee) tekende voor een nieuw Fatal Flowers! Retrorock’n’roll die refereert aan Beasts Of Bourbon, Jon Spencer, en gekruid wordt door de retrostoner van Masters Of Reality en QOSA. Hun vettige rootsrockende en poppy sound klonk speels, fris en aanstekelijk. De (rauwe) gitaarlicks waren om van te snoepen. Band met potentieel, die het publiek trachtte nauw te betrekken in hun set en gaandeweg (Franstalige) zieltjes won; we onthielden een uitgesponnen “Wait for evolution”, titelsong van hun debuut, “Meet the devil”, een link naar Black Sabbath’s “War pigs” en het poppy “Fantastic journey”.

Ook was er veel volk opgedaagd om de feerijke pop te aanhoren (La Petite Maison dans la Prairie) van St. Vincent aka Annie Clark. Kenmerkend voor haar indie freefolk zijn de lieflijke, tedere als verbeten overstuurde sounds. Live klonk haar dromerige pop soms venijnig en grillig, waarbij de subtiele composities onverwachtse wendingen ondergingen, waren geïnjecteerd van de nodige experimenteerdrift en ondanks alles de toegankelijkheid behielden; naast gitaar en drums smeerde ze een breed instrumentarium aan van toetsen, elektronica, blazers en harmonium. Een sound vol tegenstellingen. Terecht trad dit talent in de voetsporen van Polly Harvey, Feist en Joan Wasser.

De hooggespannen verwachtingen bij Murphy's Law (Last Arena) werden niet ingelost. Deze legendarische band die samen met o.a. Agnostic Front, Warzone, Black Flag, The Bad Brains en The Cro-Mags zorgden voor de typische hardcore sound van de jaren '80, kon ons maar matig boeien. Oorzaken hiervan waren vooral het rommelige samenspel, de slappe uitvoering van de nummers, het nodeloze gepraat van bandleider en enig originele lid Jimmy Gestapo tussen de nummers en het ontbreken van de energiepunch en gemeende agressie die bij punk en hardcore muziek essentieel zijn. Hierdoor kwam er geen vaart in de set en bleven vele punkrockkids op hun honger zitten. Dit was enkel voor de die hard fans! Een gemiste kans.

Het was reeds de derde passage op Dour voor het populaire Detroitse metalcoregezelschap Walls of Jericho (Last Arena). Het kwintet onder leiding van metalchick Candace Kucsulain zorgde voor een uppercut van jewelste met brute en meedogenloze moshsongs als “Revival never goes out of style", "The American dream", "All hail the dead", "A trigger full of promises" en "A little piece of heaven". De indrukwekkende strot van Candace, het retestrakke riffwerk en de vette breakdowns zorgden voor immense circlepits.  Dit was metalcore ten top en niet voor gevoelige zieltjes. Op naar doortocht nummer vier!


Het Franse Caravan Palace (The red frequency stage) verraste aangenaam met hun zwoele cocktail van swing jazz, gypsy, boombal, fanfare, slapstick en trippende beats. Zij tekenden een soundtrack voor wie houdt van ‘stomme’ films van de jaren ’30, Charlie Chaplin movies en Once Upon a Time In America. Ze hadden hun karavaan mee om het podium om te bouwen naar deze vroegere jaren, wat hun muziek ondersteunde van show en variété, met in de hoofdrol de zangeres van het Franse gezelschap. Haar (verleidelijke) acts boden een meerwaarde.

Hierna was het de beurt aan Sepultura (Last Arena) om de weide op stelten te zetten. Daar slaagden ze ook in, ze bewezen dat ze nog steeds bestaansrecht hebben in het huidige metalcircuit na het vertek van Max en Igor Cavalera. Frontman Derrick Green bezit weliswaar niet het charisma en de podiumprésence van Max, maar op vocaal gebied stond hij zeker zijn mannetje. Dit was tevens van toepassing op de ‘nieuwe' slagwerker Jean Dolabella die de tribal drumpatronen van voorganger Igor moeiteloos repliceerde. Gitarist Andreas Kisser en bassist Paulo Jr waren de oudgedienden. Het was duidelijk dat de alomgekende metalhymnes van de Braziliaanse grootheden op het meeste bijval konden rekenen. We hoorden in sneltempo onder andere"Refuse/resist", "Territory", "Troops of doom", "Innerself", "Mass hypnosis", "Dead embryonic cells" en de afsluiter bij uitstek "Roots bloody roots" passeren. Het materiaal van de laatste albums werd slapjes ontvangen en kon op minder bijval rekenen. Toch was dit zonder meer een degelijk optreden.

De bevallige dames van Au Revoir Simone (Dance Hall) uit NY boden een uurtje zeemzoeterige, dromerige electronicapop, die door de beats groovy en krachtiger klonken. Ze braken door met ‘Bird of music’ (2007), een gepaste titel voor hun eenvoudige, opbouwende melodieën op toetsen, piano en klavieren, gedragen door hun zalvende, zachte (sensuele) stemmenpracht.

Het uit San Francisco afkomstige Deerhoof (Club-Circuit Marquee) was één van de concerten van de vierdaagse. Hun muziek bestaat eveneens uit contrasten: ze balanceren tussen breekbare pop en avant garde. De laatste twee platen ‘Friend opportunity’ en ‘Offend Maggie’ zorgden voor een definitieve doorbraak naar Europa. Ze zijn uitgegroeid tot een kwartet en zijn goed op elkaar ingespeeld; de kleine springerige zangeres Satomi Matsuzaki gaf met haar frêle vocals elan aan het geheel. De indie/noiserock kreeg live een uppercut van formaat! De dromerige, sfeervolle songs werden eerst bepaald door repetitieve opbouwende gitaarlijnen en strakke drums, en sloegen dan plots om in ontspoorde ritmes en muzikale experimentjes. Een scherper, harder en snedig geluid en explosies van rauwe noise! “Tears & Music of love”, “Dummy Discards …” en “The perfect me” waren mooie voorbeelden. Uniek wat deze band, die Shellac, Pavement, Blonde Redhead en Stereolab in z’n broekzak heeft, allemaal op het podium uitvoerde. Verdiend zijn ze de ‘artists in residence’ van het komende Sonic City Festival in de Kreun te Kortrijk.

Eén van de meest intense en energiekste livebands van de afgelopen jaren is zonder twijfel The Dillinger Escape Plan (Last Arena). Ze deden hun reputatie alle eer aan met een verpletterende set op Dour. De 'mathmetal', een combinatie van hardcore, grindcore, metal, jazz/fusion en electronica, sloeg in als een bom. Met waanzinnige composities als "Milk lizard", "Lurch", "Fix your face", "Panasonic youth" en "Setting fire to sleeping ghosts" was er geen ontkomen aan. Een compromisloze cover van Nine Inch Nails "Wish" en een sfeervol piano-intermezzo kwamen ook aan bod.  Zanger Greg Puciato schreeuwde de longen uit zijn lijf, sprong het fanatieke publiek in en gitaristen Ben Weinman en Jeff Tuttle speelden de meest waanzinnige gitaarpartijen en voerden halsbrekende manoeuvers uit. De ritmesectie van bassist Liam Wilson en drummer Billy Rymer brachten de groep op een ongekend hoog niveau. Dit was muzikaal vakmanschap en een show die nog lang zal nazinderen.  Je moet het gezien hebben om te geloven!

Het Britse Does it offend you, yeah? (Dance Hall) overweldigde vorig jaar op Pukkelpop. Hun samengebalde troep van punkfunk, metal, elektronicagefreak, noisy gitaren en pompende beats klonk een jaar later gematigder en meer gefilterd. De set was opwindend, bruisend, eenduidiger, en minder ruw, rauw en rommelig; te situeren binnen de Goose-/Metronomy adepten en de huidige electro aanpak van Bloc Party. Kortom, minder verpletterend dan de eerste keer …

Vorige week nog was het Franse Babylon Circus één van de smaakvolle ambiancemakers op het Cactusfestival. Op de Red frequency stage lijken ze een mindere dag te hebben, want hun heerlijk gevarieerde, bruisende mengeling van rock, folk, ska, reggae, dubs, world, chanson en dancehall barst net niet voldoende los. Ze treden een beetje in de voetsporen van Gogol Bordello, weliswaar minder punky en Les Negresses Vertes. Maar ze waren sfeermakers met ballen op “Marion nous au soleil” en “Des fois”, maar hun op testosteron bepalende feestgedruis bleef vandaag netjes ingepakt …

Het Texaanse And you will know us by the Trail Of Dead (Club-Circuit Marquee) is al een tiental jaar bezig en staan garant voor een verwoestend geheel van snedig krachtige, compacte gitaarrick, symfo, psychedelica, orkestraties en bombast, wat door de dubbele percussie en repeterende toetsen wordt opgezweept, en avontuurlijk klinkt door de abrupte overgangen en ritmewisselingen. Maar live lieten ze de bombast, symfo en de psychedelica voor wat het was en kozen voor een harde, gebalde, felle sound, die af en toe werd afgewisseld door enkele zacht ingehouden, sfeervolle stukken, die eerder als intermezzo konden worden geïnterpreteerd.
Rauw, beheerst en gedoseerd klonken hun geluidsstormen van gierende gitaren, verpletterende drumslagen en een krachtige zang. Ze behielden een intense spanning in hun materiaal. Probleemloos wisselden een paar leden van instrumenten. Onderbouwde noiserock die de bocht richting postrock nam. De songs gingen in elkaar over en kregen elk een ‘fuck’ mee in de titel: “Giants in paviljons”, “Caterwaul”, “Will you smile again” en “Another morning stoner”, met als hoogtepunt de uitgesponnen klassieker “Totally natural”. Een boeiend, intrigerend concert van felle windstoten …

De post-punk/new wave/industrial rock van het Engelse Killing Joke (Last Arena) kon maar weinig mensen bekoren. De jongere generatie had blijkbaar nog nooit gehoord van deze invloedrijke en ondergewaardeerde Engelse zwartkijkers. Toch was dit een degelijk optreden. De iets oudere rockers onder ons werden getrakteerd op genadeloos beukende songs als "Requiem", "Wardance", "Change", "The wait" en "Primitive" (allen uit hun gelijknamige debuut uit '80). Bekende nummers als "Love like blood" en "Eighties" werden warmer onthaald. Er werd afgesloten met de mokerslagen van "Psyche" en "Pandemonium". Jaz Coleman en zijn kornuiten verdienden duidelijk meer. Toch hebben we ervan genoten en kunnen we zeggen dat de afwezigen ongelijk hadden!

Mercury Rev onderging sinds hun gig op FihP van 2007 een kleine metamorfose. Hun orkestrale, sferische en romantische sprookjespop maakte plaats voor stevige, potige symfonische psychedelicapop, waarbij de pedaaleffects stevig worden ingedrukt en de gitaarloops en de ‘wahwah’golven ons om de oren vlogen. Hun ‘brave new sound’ greep terug naar het verleden van de band (luister maar eens naar ‘Yerself is steam’ (’91)). Een paar oudjes als het gekende “Holes”, “Goddess on a highway” en “The dark is rising” herinnerden de lieflijke, dromerige pop. “Snowflake in a hot world” en “Senses are on fire” waren songs, waarbij de drums strak klonken, Grazhopper z’n gitaarversterker op 10 zette en de zanger Donahue zich een orkestleider/superman waande, die z’n band stuurde tot deze intense en krachtige spacerockende trip. Hij slaagde er zelfs in dat we in deze bedwelmende sound de regendruppels niet voelden …

Vive la Fête mocht de tweede festivaldag in stijl afsluiten op The Last Arena afsluiten. De electropop/new wave van vocaliste/vamp Els Pynoo en gitarist/brabbelaar Danny Mommens zorgden voor een groot en gezellig dansfeest. Met goed in het gehoor liggende en no-nonsense nummers als "Touche pas", "Maquillage", "La vérité", "Schwarzkopf" en "L'amour psychique" was het moeilijk om stil te blijven staan. Kortom, opdracht volbracht!

Animal Collective is uitgegroeid tot een ware cultband. We konden rustig trippen in de Club-Circuit Marquee, met hun prettig gestoord hypnotiserende, freakende psychodance; muzikale gekte, waarin ruimte is voor avontuur en improvisatie. Met het recente ‘Merriweather Post Pavilion’ klinkt het NY-se trio toegankelijker binnen die muzikale spacecake van grillige freefolk, psychedelica en avantgarde. Ze nestelen zich ergens tussen Flaming Lips, Mercury Rev en ’60’s Beach Boys.
Live dompelden ze hun nummers onder in een dosis eigenzinnigheid en nervositeit. Ze kregen soms een pompende elektronische beat en ‘base’ mee. Een charmant klanktapijt van weirde trips onder een bevreemdend, harmonieus, hoger stemmenwerk door elkaar. Een imponerende bezwerende danstrip van meeslepende thrillers “Summertime clothes”, “My girls” en “Lion in a coma”, waaraan “Fireworks”, “Banshee beaten” en “Brother sport” een prachtige finalereeks vormden door een krachtige beat in hun wereld van psychedelische klanken.

Andrew Hung en Benjamin Power, beter bekend als het duo Fuck Buttons (Club-Circuit Marquee), braken vorig jaar door met hun alombejubelde debuutplaat 'Street horrsing'. Hierop was een interessante en ongewone cocktail van noise, ambient, soundscapes/drones en avantgarde te horen. Referenties naar illustere en uiteenlopende gezelschappen als Throbbing Gristle, Boredoms, Animal Collective, Suicide, Wolf Eyes, Liars en Black Dice waren herkenbaar. Toch gaven ze er hun eigen draai en was het genieten geblazen van hun performance, al klinkt dit misschien ietwat raar en ongepast bij deze tegelijk elegante en angstaanjagende klanken. Beslist voor herhaling vatbaar!

Na dit potje elektronica en  bijhorende sounds en bleeps konden we midden de nacht moegestreden maar uiterst tevreden ons bed in …

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto’s.

Organisatie: Dourfestival, Dour

Dourfestival Dour 2009: donderdag 16 juli 2009

Het Dourfestival was toe aan z’n 21ste editie. Het festival staat voor een avontuurlijk muzikale ontdekkingstocht. De sfeer van het vierdaags ‘alternative music event’ wordt nog steeds erg geapprecieerd: een uitgelezen kans om een pak nieuwe groepen en alternatieve bands te leren ontdekken. Meer dan 140000 festivalgangers vonden Dour, een evenaring van het record van vorig jaar!
Het derde grote festival van ons landje
is de ideale geleider van muzikaal windowshopping: 200 bands over zes verschillende podia en een vlekkeloos verloop

Uw verslaggeving ter plaatse: Frank Verwee en Johan Meurisse.

Kijk gerust ook naar de verslagen van onze Franstalige collega’s en de pics online onder live foto’s.

Op deze eerste dag van de vierdaagse marathon waren er al 34000 bezoekers. Een rustige aanloop met enkele beloftevolle bands, Frans talent, doomdrone/slugdge/postmetal en dance.

dag 1: donderdag 16 juli 2009
We vatten aan met Joe Gideon & The Shark (Club-Circuit Marquee), die de week voordien dag twee van het Cactusfestival wakker speelden. Ze waren nu minder snedig en hevig, maar ze zorgden voor een broeierige spanning van rauw rockend materiaal bepaald door een intens, krachtige drums. Zij ‘the shark’ deed dat op haar drumstel en haalde tussendoor een klanktapijt aan uit haar keyboards, hij, ‘de Gideon’, switchte van gitaar en bas, creëerde een smerig geluid, en dompelde de songs onder z’n grauwe (zeg)zang. Het optreden klonk rustiger en was meer voortkabbelend van aard tav de set op het Cactusfestival.

De jonge Leuvense Selah Sue staat op gelijk welk festival geprogrammeerd en bewees (nogmaals) het zeker aan te kunnen …. Ze wond de grote menigte in de Dance Hall om haar vinger met haar emotievolle songs op akoestische gitaar, gedragen door haar indringende, gevoelige, soulfulle stem. Ze gaf af en toe haar luistersongs een aardige groove. Ze stond duidelijk haar mannetje en tekende voor een paar opmerkelijke songs: van het innemende “Mountain” naar “Mommy”, “Black part love” tot het uptempo gebrachte “Fyah fyah”. Ze gooide er nog een medley bovenop, waarin een zwierige tune van “Cotton eye Joe” te horen was. Opnieuw chique wat deze talentrijke artieste/studente presteerde…

Het was een forse overgang naar de frisse, dynamische rockabilly/rock’n’roll van The Jim Jones Revue in de The Magic Tent. “Are you ready?” riepen ze … De band hield een uur lang een strak, energiek tempo aan; de ‘Say yeahs’ vlogen ons om de uren. Ergens tussen Gallon Drunk, MC5, The Blues Brothers, Jerry Lee Lewis (door de pianoloops) en The Cramps.

De postmetal/sludge van het Belgische Amenra werd goed ontvangen in de Club-Circuit Marquee. De songs van hun felbejubelde 'Mass IV' werden verpletterend en krachtig gebracht. We herkenden massieve songs als "Razoreater", "De dodenakker", "Le gardien des rêves" en het oudje "Am kreuz". De muur van geluid en de oerschreeuw van Colin Van Eeckhout zorgden voor een explosieve wisselwerking. Spijtig dat ze zo vroeg geprogrammeerd stonden, hun duistere en apocalyptische muziek en visuals zouden beter tot hun recht komen op een later tijdstip. Toch is dit detailkritiek en mogen we zeker niet klagen, we kregen nl. een goede en degelijke show. ‘All welcome to the church of Ra’!

Even de grens over om Les Fatals Picards (The Last Arena) te horen. Ze kleurden samen met Saule et les Pleureurs en Tryo de Franse taal, in al z’n muzikale diversiteit. Opwindende Arty rock, elementen ska, punk, reggae en Franse chanson …

Qemists zetten letterlijk de La Petite Maison dans la Prairie in vuur en vlam … De groep stoeide met de crossover van UDS, Faith No More, Enter Shikari, de psychedelica van Senser, de drum’n’bass/breakbeats van Breakbeat Era, Goldie en Roni Size en de ontspoorde beats van Prodigy. Deze potpourri balden ze samen tot een opwindend, bruisend en dansbaar geheel. Draaitafels, laptops, gitaar, bas, een MC en zangers Jenna G. Indrukwekkend. Wat een ontdekking. ‘Say yeah’ aan de Qemists!

MVSC, de ontmoeting tussen Montevideo en Compuphonic (The Magic Tent), brachten aanstekelijke groove van punkfunk. LCD Soundsystem, The Klaxons, The Rapture en !!! waren goede barometers. En het oude TalkingHeads, A Certain Ratio en Gang Of 4 waren invloedrijk. Ze leken de ideale warming up voor Friendly Fires, ware het niet dat zij nét ter elfder ure hun optreden cancelleden.

Meshuggah (Club-Circuit Marquee), de Zweedse pioniers van de fusionmetal, stonden live als een huis. Hun unieke mix van deathmetal, trashmetal en jazz/fusion/avantgarde bleef moeiteloos overeind. Van hun recentste werkstuk 'ObZen' werden "Electric red", "Bleed", "Combustion" en "Pravus" gebracht. Classics als "Rational gaze", "Stengah" en natuurlijk "Future breed machine" passeerden ook de revue. De polyritmische drumpartijen van Thomas Haake en de jazzy, buitenaardse solo's van leadgitarist Fredrik Thordendal waren van wereldklasse en stonden op éénzaam hoogte. Een indrukwekkend optreden van deze innovatieve en avontuurlijke metalband.

Een aangenaam rustpunt vormde het Franse Cocoon (Dance Hall), die met herfstige indie/folkpop aardig in de buurt kwamen van onze Bram Vanparys’ Bony King Of Nowhere. De mooi uitgewerkte composities werden spaarzaam begeleid van elektronica en soms ondersteund van strijkers. Evenwichtige gemoedelijke, dromerige , sfeervolle muziek van het duo Mark (Daumail) en Morgane (Imbeaud), onder een (niet storend) charmant Frans accentje.

The Glimmers present Disko Drunkards (Dance Hall) is een liveproject van de heren Mo & Benoelie en Tim Vanhamel en c°. Eerst was er de DJ set van de heren, die een resem oude hits op verbluffende wijze in elkaar deden overgaan, om dan door de punkfunk/electrorock van Disko Drunkards rauwer en krachtiger te klinken. Ze hielden er een live set op na, die kon gelinkt worden aan Goose en Soulwax Nite Versions (= opvallend ook in het wit gekleed!), en refereerde aan het oude Devo. “Wanna Make Out”, Who you gonna call”, “Physical” en “Picture” waren toppers en zorgden voor het eerste dansfeestje …

Isis (Club-Circuit Marquee) was voor velen één van de absolute hoogtepunten en smaakmakers van de eerste festivaldag. De nieuwe post-metalgoden brachten vooral materiaal van hun laatste meesterwerk ‘Wavering radiant’: "Hall of the dead", "20minutes/40 years", "“Ghost key" en "Threshold of transformation". Oudere tracks "In fiction" en "Dulcinea" werden evenmin vergeten. De band was een goed geoliede machine en was perfect op elkaar ingespeeld. Elk detail van hun sfeervolle en experimentele songs kwamen live genadeloos hard aan. Daarboven was het geluid nagenoeg volmaakt en was de dynamiek onontkoombaar. Bijzonder knappe performance! Dit was puur genieten!

Santigold (The Last Arena) bracht een aanstekelijke en dansbare set op Dour. Haar originele mix van pop, rock, new wave, dance, reggae/dub en hiphop werd fel gesmaakt op de festivalweide. Ze werd begeleid door een netjes in wit pak gestoken liveband en twee danseressen. Van haar vorig jaar verschenen gelijknamige debuutalbum werden o.a. "L.E.S. Artistes", "Say aha", "Shove it", "Brooklyn go hard" en "Lights out" gespeeld. Een rockende versie van The Cure-classic "Killing an Arab" en "Creator" besloten de set. Tijdens deze laatste werd enkele tientallen danslustigen uitgenodigd op het podium om een feestje te bouwen. Een gezellige party indeed! Maar toch bleek de Mainstage iets te hoog gegrepen om de vonk te doen overslaan …

De nacht kon worden ingezet met de ‘mainstream’ beats’n’pieces van eerst multi-instrumentalist Matthew Herbert, die regelmatig eens linkte naar bigbeats en de discokitsch van Moloko en Roisin Murphy. Mstrkrft lieten de beats nog strakker, heftiger en straffer klinken. En tot slot kregen we nog een portie stevige, opzwepende drum’n’bass geserveerd van Andy C and MC GQ en Noisia …Voldoende verzadigd om omstreeks 4u30 ons bed op te zoeken …

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto’s

Organisatie: Dourfestival, Dour

10 Days Off 2009: DAY 03: Miss Kittin & The Hacker en Ben Klock

Geschreven door

Miss Kittin & The Hacker
Al op zeer jonge leeftijd begon deze Franse dame te draaien in nationale en internationale clubs. Nu al een kleine tien jaar vormen
Caroline Hervé en Michel Amato het duo Miss Kittin & The Hacker. Ze staan bekend om hun ‘80’s (Euro)electro, hun aanstekelijke beats, opwindende vocals en sympathieke uitstraling. De mensen van 10 Days Off konden dan ook rekenen op een ruime belangstelling. Om begrijpelijke redenen werd het concert verplaatst van de ‘Bacardi Room’ naar de ‘Ballroom’, gezien het feit dat het hier om een live act ging. Het ganse podium werd dan ook benut met muziek- en licht installaties. Enig minpunt bleek dat de capaciteit van de zaal iets kleiner werd dan de ‘Bacardi Room’.
Een dampende set werd het waarbij zang en instrumental beats elkaar mooi opvolgden. Naast de sensuele zang van Caroline Hervé mochten we ook dikwijls genieten van haar kunnen aan de knopjes. Ze kon haar voorliefde voor het DJ-en op het podium niet verbergen. “1000 dreams” was een hoogtepunt, en met “Tainted Love”, een cover van Soft Cell, breidden ze er een mooi slot aan! Een unieke, ‘cossy’ ervaring in een kolkende ‘Ballroom’.

Ben Klock
Door het verplaatsen van Miss Kittin & The Hacker mocht Ben Klock één uurtje vroeger aantreden in de Bacardi Room. Hij trad eerder dit jaar al aan in de Petrolclub in de schaduw van zijn collega Paul Kalkbrenner. Nu mocht hij zijn duivels ontbinden met een drie uur durende technoset. Deze gedreven techneut, afkomstig uit Berlijn, mocht een poging doen om de zaal tot extase te brengen …de ene beat’n’pieces vakkundig na de andere … Kijk gerust er de lijst op na met releasen, remixes en producties van deze man. Ook op deze editie van 10 Days Off mocht deze professional niet ontbreken. De uitputtingslag van drie uur was duidelijk voelbaar maar wie maalde daar nog om …

Organisatie: 10 Days Off (ism Petrolclub), Gent

Rhythm ‘n’ Blues Festival Peer 2009: zondag 19 juli 2009: Blues Peer op zondag: aangenaam

Geschreven door

In 1985 werd in het Limburgse Peer de eerste editie van het Belgium Rhythmn ‘n’ Blues Festival boven de doopvont gehouden, met op de affiche o.a. Robert Cray Band, Anna Domino en top-of-the-bill The Fabulous Thunderbirds. Een kwarteeuw later mag Blues Peer dan al zijn uitgegroeid tot een vaste waarde op de zomerfestivalkalender, aan de filosofie van de begindagen werd opmerkelijk weinig gewijzigd: zorgvuldig uitgekozen bluesacts op één podium en een gemoedelijke sfeer waarin zowel die-hard bluesfanaten als de occasionele bezoeker met vrouwlief en kinderen terecht kunnen. Onder de noemer ‘25 years of Kings and Legends’ werd de affiche van de jubileumeditie niet enkel bevolkt door huidig en aanstormend talent, maar werden kosten noch moeite gespaard om enkele legendarische namen uit vijf decennia pop- en rockgeschiedenis naar het zoete Limburg te lokken. Zo mocht o.a. Steve Winwood zaterdag de tent sluiten en werd na het weekend zelfs een extra vierde dag aan het programma toegevoegd met John Fogerty als ultieme uitsmijter. Ondergetekende koos de derde festivaldag uit om de geur van blues en bier te Peer op te snuiven.

De samenstellers van de jubileumeditie van Blues Peer durven duidelijk buiten de lijntjes te kleuren als het er op aan komt om hun muzikale helden te eren. Zo kan je Roger McGuinn bezwaarlijk een blueslegende noemen, maar dat de inmiddels 67-jarige medeoprichter van The Byrds wereldwijd muziekgeschiedenis heeft geschreven staat buiten kijf. Enkel vergezeld van zijn onafscheidelijke 12-snarige Rickenbacker en een opvallend goedbewaarde stem trok McGuinn met “My Back Pages” en “Mr. Spaceman” meteen een blik Byrds klassiekers open, en ook tijdens de rest van de set zou hij voornamelijk putten uit de catalogus van deze folkrockpioniers. Jeugdsentiment, vage herinneringen uit de platenkast van vader of grootvader of mateloos respect voor een muzikale pionier: iedereen had wel een reden om eventjes weg te mijmeren bij “You Ain’t Going Nowhere”, “Wasn’t Born To Follow”, “All I Really Want to Do”, “5D (Fifth Dimension)”, “Chestnut Mare” en natuurlijk de evergreens “Turn!Turn!Turn!” en “Mr. Tambourine Man”. Verscholen achter een donkere zonnebril en zwarte hoed gaf een ietwat verlegen McGuinn tussendoor ook wat geschiedenisles over de oorsprong van bepaalde songs of haalde hij geestige anekdotes aan over Dylan, zowat de belangrijkste songleverancier tijdens de eerste jaren van The Byrds. Ook zijn vriendschap met Tom Petty kreeg een plaats in de set wiens “American Girl” naadloos aansloot bij “King Of The Hill” dat McGuinn samen met Petty schreef voor het onwaarschijnlijke comeback album ‘Back From Rio’ (’91). De voormalige Byrds frontman mocht na de nodige publieksbijval bissen met “Feel A Whole Lot Better”, “Chimes of Freedom” en, als we eerlijk moeten zijn, een eerder overbodige versie van “Knocking on Heaven’s Door”. Maar laat dat laatste detailkritiek zijn: McGuinn zorgde in zijn eentje voor de eerste memorabele momenten vroeg in de namiddag, en zoals later zou blijken, bleek zijn set het ontwapenende hoogtepunt van de volledige derde festivaldag.

Heel andere koek kregen we vervolgens geserveerd door Derek Trucks, als lid van The Allman Brothers Band geen onbekende onder adepten van klassieke Southern rock. Met The Derek Trucks Band houdt deze amper 30-jarige blonde gitaargod er sinds ‘97 ook nog eens een solocarrière op na. De groep deed op Blues Peer haar reputatie van ultieme ‘jamband’ alle eer aan door alle nummers heel stereotiep op te bouwen: zanger Mike Mattison, met een meer dan fraaie stem die refereerde aan de jonge Joe Cocker die te lang in de Stax collectie van vader had rondgeneusd, mocht elk nummer kort inzingen waarna Trucks en zijn vierkoppige begeleidingsband van wal staken voor een minutenlange jam. Leuk voor een aantal nummers, dat wel, maar mede door de vrij afstandelijke houding van Trucks kon dit concept toch geen anderhalf uur boeien.

Elk zichzelf respecterend bluesfestival kan er alleen maar van dromen om op een jubileumeditie de godfather van de Britse blues, John Mayall, op de affiche te zetten. In Peer worden dromen echter ook werkelijkheid, al strooide de slechts nipt op tijd aangekomen tourbus van de blueslegende op de valreep toch wat roet in het eten. Toen Mayall dan uiteindelijk toch met veel toeters en bellen werd aangekondigd, maar prompt het podium moest verlaten toen bleek dat diens mondharmonica’s nergens te bespeuren vielen, kunnen we moeilijk anders dan van een gemiste start spreken. Mayall & co lieten zich hierdoor echter niet uit hun lood slaan en openden sterk met een track uit het recente Freddie King tribute album ‘In The Palace of the King’ (’07) gevolgd door het ruim 40 jaar (!) eerder opgenomen “Chicago Line” uit Mayall’s debuut. Ondanks zijn 76 lentes oogde en klonk de founding father of British blues bijzonder vitaal en hield hij eraan om elk nummer te situeren in zijn ondertussen indrukwekkende oeuvre. Bovendien heeft Mayall met Rocky Athas (gitaar) en Tom Canning (keyboards) twee virtuoze Bluesbreakers weten te strikken die de nodige dynamiek in de set wisten te brengen o.a. tijdens het klassieke ‘Parchman Farm” en de nieuwe nummers “Moving Out Moving On” en “Dream About The Blues”. Een lang uitgesponnen versie van het obligate “Room To Move”, uiteraard met Mayall’s harmonica in de hoofdrol, breidde een luchtig einde aan de licht ingekorte set. De sympathieke Brit mocht op verzoek van publiek en organisatie toch nog terugkeren voor één encore, een snedige interpretatie van de Otis Rush original “All Your Love”. Net als McGuinn eerder op de dag demonstreerde Mayall dat waardig ouder worden in de slopende musicbusiness niet noodzakelijk garant staat voor ‘ouw’bolligheid en futloosheid.

Met de onverslijtbare Southside Johnny & The Asbury Jukes kon Blues Peer geen betere act bedenken om ook de liefhebbers van pretentieloze R&B en barblues aan hun trekken te laten komen. Onder de vleugels van Steve Van Zandt (als producer en ooit zelf een Asbury Juke voor zijn overstap naar The E-Street Band) en Bruce Springsteen (als songleverancier) groeide deze bende muzikaal getalenteerde tooghangers medio jaren ’70 uit tot een sensatie in en rond de pubscene van New Jersey, en tot op de dag van vandaag blijft dit bonte gezelschap live garant staan voor een potje compromisloze R&B. Het podium van Peer was eigenlijk maar juist groot genoeg om naast Southside Johnny ook de acht man sterke Asbury Jukes, waaronder een vierkoppige blazerssectie, te huisvesten. Na een wat aarzelende start stak “I Played The Fool” de lont aan het vuur voor wat voorts een stomend R&B feestje zou worden. Uptempo ambiance nummers als “The Fever” en “Talk To Me” gingen hand in hand met trage bluesy tearjearkers als “Living With The Blues” en werden luidkeels meegeschreeuwd door zowel het nuchtere als het minder nuchtere deel van het publiek. Southside Johnny ademt en zweet R&B in de onvolprezen Stax traditie en bewees in Peer nogmaals zijn status als eerste klas entertainer.

Het moet een huzarenstukje geweest zijn voor een relatief bescheiden organisatie als Blues Peer om niemand minder dan Jeff Beck als headliner aan te trekken na bijna 40 jaar afwezigheid op Belgische podia. Beck wordt door kenners in één adem genoemd samen met Jimmy Page en Eric Clapton, werd eerder dit jaar ingehaald in de Rock’n’Roll Hall of Fame, en is momenteel op tournee om zijn jongste live album te promoten. Net als Page is ook Beck een meestergitarist die echter geen noot kan of wil zingen, en het was dus maar de vraag of de anderhalf uur durende instrumentale set op Blues Peer een breed publiek zou kunnen aanspreken. Het antwoord bleek negatief! Van meet af aan werd immers duidelijk dat het optreden enkel was weggelegd voor de echte gitaarfreaks die met open mond en in trance de virtuositeit van hun idool aanschouwden. Maar ongetwijfeld zullen evenveel toeschouwers een vocalist als Rod Stewart (ten tijde van The Jeff Beck Group) op het podium gemist hebben, en hadden weinig of geen boodschap aan de fusion, free-jazz en Zappaiaanse uitspattingen die Beck en zijn drie uiterst strak doch uitstekend musicerende begeleiders uit hun mouw schudden. Een muzikaal orgasme voor de één, een saaie gitaarles voor de andere: het is een eindbalans die toch wat magertjes uitvalt voor een instituut als Beck. Volgende keer misschien toch eerst even good-old Rod bellen voor een afspraak in de pub?!

Organisatie: Rhythm ‘n’ Blues Peer

Pagina 100 van 111